Dof

ages
Through the flurry I saw trouble come
Then the smoke that rose like signals
Telling me something was off
You can wait around however
Long it takes to see so for yourself
Or gather what you want and come along
Calamity Is Overrated, Ages And Ages, Divisionary, 2014

Bij sommigen is het de krappe bruidsjurk of trouwkostuum. Bij anderen de ineens toeslaande totale desinteresse van het andere geslacht. Ik dacht dat ik er aan ontsnapt was, al kwam de moord op John Lennon wel gevaarlijk dicht in de buurt. Maar deze week overkwam het me toch. Ik zag de crew van de televisieploeg binnenkomen en ik voelde het: mijn jeugd is echt voorbij. De dag voordien was het alles is mogelijk en alles moet kunnen-gevoel, in de jaren zeventig het best weergegeven door de VPRO – zondagavonden waren heilig – en Charlie Hebdo, weggeschoten. De dag na de slachtpartij in Parijs kwam de VPRO bij ons draaien. Ze wilden de spontaneïteit van onze organisatie vangen. Maar mijn ogen waren dof.

Niet dat ik Charlie Hebdo altijd kon appreciëren. Integendeel, ik vond het bij wijlen te grof voor woorden. Moet je echt steeds weer de profeet opduikelen wanneer je fundamentalisten wil treffen? Charb et C° poneerden zelf toch altijd dat hun spot niet de islam zelf beoogde? Moet je dan miljoenen mensen beledigen die én moslim én heftig anti-terreur zijn? Dat dacht ik wel maar nooit “kan dit wel?”.

Na 7 januari gijzelt die ene vraag me dag en nacht. Zijn er grenzen aan het recht op meningsuiting? “Is niets dan heilig?” Het was de vraag die ook Salman Rushdie bezighield in zijn post-Duivelsversentijd, onderwijl schichtig van schuilhuis naar schuilhuis laverend. Alleen literatuur, vond hij. Daarin moet alles kunnen. En kan het ook. Vooral omdat het zo’n goedkope productiewijze is, stelt Rushdie. Dan vallen cartoons er ook onder. Je hebt er zelfs geen papier voor nodig.

Rushdie geeft in die Herbert Readlezing, indertijd voorgelezen door Harold Pinter, de islam nergens de schuld voor wat hem overkomt. Gelukkig is dat nu ook de overheersende reactie. Maar natuurlijk zijn er de usual suspects, zoals een Rupert Murdoch die tweet dat alle moslims, zelfs als ze vreedzaam zijn, toch de verantwoordelijkheid dragen voor de bloedige aanslag op Charlie Hebdo, of een Mia Doornaert die schampert: “Tja, als geweld in de naam van Allah niet met de islam te maken heeft, dan hadden de kruistochten en de inquisitie niets met de Katholieke Kerk te maken”.

Waarom zou je idioten geloven die zeggen zich op iets te baseren? Toen de bende van Charles Manson in 1969 de villa van Roman Polanski binnenvielen en zijn vrouw, de hoogzwangere Sharon Tate en drie vriendinnen met tientallen messteken afslachtten, schreven ze op de muren Piggies. Dat bleek een verwijzing te zijn naar de gelijknamige Beatlessong. Manson zei later dat hij geïnspireerd was door het Witte Album. De Beatles hadden hem via Helter Skelter voorspeld dat er een wereldwijde rassenoorlog zou komen. Als je Mansons jihad-uitleg niet ernstig neemt, waarom zou je het dan aanvaarden van fundamentalisten?

Deze vergelijking lijkt vergezocht maar is het niet. De wijze waarop Manson tewerk ging om zijn leger te rekruteren – zoek psychologisch wankele mensen met een negatief zelfbeeld en een neiging tot kleine delinquentie en reik ze ze een coherente, zij het waanzinnige, visie aan – verschilt bijzonder weinig van de handelswijze van meester-ronselaar Djamel Beghal, die de broers Kouachi op hun moordende pad stuurde.

Het is opvallend hoeveel mensen die het links-liberale gedachtengoed van de Charliemensen verafschuwen, hen nu bewieroken. Politici spannen de kroon. Christiane Taubira , de Franse minister van justitie, zegde dat het verdwijnen van Charlie Hebdo ondenkbaar was. Oh ja, waarom kon Frankrijk dan wel zonder het Icoon van de Persvrijheid tussen 1981 en 1992? Omdat we marktwetten toelaten wat we fundamentalisten terecht ontzeggen: sardonische potloden het zwijgen opleggen?

De politici die nu de Charlie-lof zingen, konden nog niet zo lang geleden hun diepgewortelde weerzin van het softe welzijnswerk botvieren door de kredieten te schrappen voor straathoekwerkers die zich iedere dag inzetten om het fundamentalisme in de kiem te smoren. Politici die nu vinden dat er moet geïnvesteerd worden in onze veiligheidsdiensten. Diezelfde diensten die hun materiaal niet eens kunnen onderhouden na jarenlange lineair-blinde besparingen en die zich moeten behelpen met een communicatiesysteem dat nog dateert uit de tijd dat de VRT de Flintstones uitzond. Snel zal daar niet aan verholpen worden want de innovatiekredieten bij de federale administratie zijn met 23% verminderd. Rustig, Frank: als het kind in je sterft, dreigt het cynisme, ik weet het. Maar ik weet ook, met Brel: Il nous fallut bien du talent pour être vieux sans être adultes.

Je Suis Charlie, ik zou het nooit durven zeggen. Want ik ben niet half zo moedig als die mensen. Ieder dag doe ik aan zelfcensuur. De miljoenen mensen die zondag op straat zijn gekomen, ben ik de rest van mijn leven dankbaar. Maar ook zij zijn Charlie niet. Want dan waren ze opgestapt met Charlie-cartoons van de profeet mét bom, van een elkaar in de kont neukende goddelijke drievoudigheid en met zelf verzonnen cartoons over de moordaanslag. Voor Charb et C° was ook de dood immers niet heilig. Voorganger Hara-Kiri moet stoppen na een cartoon over de dood van De Gaulle. Toen Koning Boudewijn stierf heette het dat ”Le roi des cons est mort!”. Als er geen grenzen zijn aan het recht op meningsuiting, moet je toch ook met de moordaanslag kunnen lachen? Ik zou het Wolinski zo graag nog eens zien tekenen.

Deze column versxcheen eerst, zij het fel ingekort, in De Tijd van 17 januari 2015.
Calamity Is Overrated (Ages And Ages): http://tinyurl.com/nzl9nmz

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aap.Nood.Mis.

hook
Well, we’re big rock singers
We’ve got golden fingers
And we’re loved everywhere we go (that sounds like us)
We sing about beauty and we sing about truth
For ten-thousand dollars a show (right)
We take all kinds of pills that give us all kind of thrills
But the thrill we’ve never known
Is the thrill that’ll get ya when you get your picture
On the cover of the Rolling Stone
[Freaky Guitar Break]
(Ah, that’s beautiful)
The Cover Of “Rolling Stone”, Dr. Hook & The Medecine Show, Single, 1972

Wat is het hoogste dat je kan bereiken in het leven? Voor Shel Silverstein was dat de cover van de The Rolling Stone halen. Hij schreef het nummer, met de grappigste rocktekst aller tijden en met de meest freaky guitarsolo ever “(Ah, that’s beautiful)” voor het toen nog obscure Dr. Hook & The Medecine Show. We schrijven 1972. Over het groepje las ik voor het eerst in Humo. Het waren blijkbaar grote rocksterren met gouden vingers die overal waar ze kwamen geliefd werden “(that sounds like us)”. Humo was toen nog De Humo, niet alleen de toetssteen voor wat goed was in rock, maar ook voor politiek, voor kunst en voor al de rest. Dat gold ontegenzeglijk voor de toen achttienjarige Franky. Voor hem was het hoogste in het leven gevraagd worden voor Humo’s Eindejaarsvragen.

Ik heb het hoogste bereikt want dit jaar behoorde ik tot de gilde BV’s die gevraagd werd om zijn licht te laten schijnen over de belangrijkste gebeurtenis, evolutie of trend van het voorbije jaar. Daar moest ik niet lang over nadenken: “Dat een onleesbaar boek de wereld – terecht – op zijn kop zette: Thomas Piketty’s Kapitaal in de 21e Eeuw”. Toegegeven, echt vernieuwend was die keuze niet. Ook Knack kroonde hem tot figuur van het jaar. Maar ik was er al eerder op gekomen. Op 17 september 2014 om precies te zijn. Toen bekeek ik, ter voorbereiding van een panelgesprek met hem, een filmpje van Frans De Waal, de primatoloog die door Time tot de belangrijke 100 mensen op de aarde wordt gerekend.

Dat filmpje toont twee aapjes die een stukje komkommer krijgen als ze netjes een steentje geven aan de assistente. Beiden aapjes zijn perfect tevreden zolang ze allebei komkommer krijgen. Maar dan krijgt het rechtse aapje in ruil voor zijn steentje een druif – apen zijn verzot op druiven – en het linkse zijn gebruikelijke komkommertje. De linkse gooit de komkommer woedend terug. En wil van geen komkommer meer weten. “Wat je hier ziet”, zegt De Waal fijntjes in het filmpje “is het protest tegen Wall Street”.

De meesten van ons krijgen al decennialang komkommerstukjes en de onepercenters krijgen al decennialang druiven. Het kostte Piketty jaren onderzoek om dat aan te tonen. Het boek zorgt wereldwijd voor hetzelfde effect als bij het linkse aapje. Verkeerdelijk wordt dat uitgelegd als afgunst. Het gaat over rechtvaardigheid. De Waal vertelde dat wanneer het rechtse aapje veel meer moest doen voor zijn druif het linkse aapje tevreden bleef met zijn komkommer.

De regering was totaal verrast door de eis voor vermogens(winst)belasting, die zowel gedragen wordt door stakers als door mensen die woest zijn omdat hen het werken belet wordt door mensen die een bijzondere voorliefde hebben voor kleurrijke hesjes. Ze denkt dat ze de boel nog kan redden door betere communicatie. Ze dwaalt. Je kunt de gunst van de bevolking niet afdwingen door onrechtvaardigheid beter uit leggen. Je moet aantonen dat je rechtvaardig bent.

Het is een pak gemakkelijker voor de oppositie want uitleggen waarom iets onjuist is, wordt door de menselijke primaten die we allemaal zijn, een pak gemakkelijker aanvaard. De vroegere oppositie heeft zijn niet geringe verkiezingswinst net op die sentimenten gebouwd. Nu krijgen ze een koekje van hetzelfde deeg. Onder meer van partijen, die in de meer dan twintig jaar dat ze aan de macht waren, zelfs geen begin maakten van maatregelen die de fiscale en parafiscale druk echt rechtvaardig verdeelde.

Misschien is het hoogste dat je in het leven kan bereiken wel het gevoel dat je rechtvaardig behandeld wordt. Daar hebben we nu weer een volledig jaar voor. Maak er het beste van, vrienden. Druiven voor iedereen! Of komkommer.

Filmpje Frans De Waal: https://www.youtube.com/watch?v=HL45pVdsRvE
Dr. Hook & The Medecine Show: https://www.youtube.com/watch?v=-Ux3-a9RE1Q

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Verdeelde Staten

Ik ben beter dan jij

Todo mundo tem razão e vence sempre na hora certa.
Todo mundo prova sempre pra si mesmo que não há derrota.
Todo homem tem voz grossa e tem pau grande,
E é maior do que o meu, do que o seu, do que o do Pedro Sá
Todo mundo é referência e se compara só pra ver que é melhor
Eu Sou Melhor Que Voce

Iedereen heeft gelijk en wint altijd op het juiste moment.
Iedereen bewijst altijd dat hij geen nederlaag leed
Iedereen heeft een diepe stem en een grote stok,
Die groter is dan de mijne en dan die van Pedro Sá
Iedereen is zijn eigen referentie en vergelijkt allen om te bewijzen dat hij de beste is.
Ik ben beter dan jij.

Eu Sou Melhor Que Voce, Moreno Veloso, Máquina De Escrever, 2001

Afgelopen maandag aan de Arteveldehogeschool. Een stakingspiket staat voor de parkeergarage. Vuurtje, vlaggen. Een werkwillige wil binnenrijden. Hij neemt rustig het pamflet aan, dankt en wuift. Als hij wil doorrijden komt een mannelijk roodhesje voor zijn auto staan. Na een paar minuten gaat hij weg. Auto rijdt een metertje door. Er komt een vrouwelijk groenhesje voor zijn auto staan. Vier paar koude ogen staren minutenlang naar elkaar. Dan gaat groenhesje tergend traag uit de weg. De chauffeur is nu zonder twijfel overtuigd van het nut van de stakingsactie.

Even later in de Fabiolaan. Voor de foeilelijke nieuwe NMBS-gebouwen staat een vrolijk piket. Tentje, vuurtje, vlaggen. Opeens komt een gepimpte auto met volle snelheid op hen aangereden. Komt abrupt tot stilstaand. Twee jonge mannen springen uit de wagen. Ze gaan een beetje door de knieën, de kop stierlijk naar voren. Middenvingers. “Luie linkse luizen”. Hierover is nagedacht. Als een paar pikethouders, zij het aarzelend, een stap vooruit zetten, gaan het duo vliegensvlug weer in de auto. Gierende banden, gierend gelach door de openstaande vensters. De mensen aan het piket zullen nu ongetwijfeld het zinloosheid van hun actie inzien.

Afgaande op dat soort ervaringen dreig je al snel te denken dat België is opgedeeld in links en rechts. Dat berichten ook nogal wat binnen- en buitenlandse media. België lijkt, afgaande op wat in sommige commentaren wordt beweerd, wel een soort miniatuur Divided States of America, zoals voormalig Amerikaans ambassadeur Howard Gutman zijn land tijdens een afscheidsspeech omschreef. Dat USA is opgedeeld in Rode (Republikeins, jawel) en Blauwe (Democraat) staten lijkt vanzelfsprekend en al eeuwenoud. Toch is die term pas in 2000 geïntroduceerd door de beroemde NBC-journalist Tim Russert, die stelde dat er in de USA geen middle ground meer was. Verkiezingen gingen volgens hem tussen twee blokken die, wilden ze winnen, alles op alles moesten zetten om hun electorale basis naar de stemlokalen te krijgen. Mark Penn interpreteerde alle mogelijke polls hierover en kwam tot de conclusie dat deze theorie nergens op slaat. “Swing is still king”, stelt hij. Het is de pragmatische kiezer die bepaalt wie het Witte Huis bewoont en het Congress bevolkt.

Wie verkiezingen wint, roept beter niet te snel dat de kiezer achter de ideologische lijn van zijn partij staat. Dat blijkt ook uit het iVox-onderzoek dat Knack verleden week publiceerde. Rechts won de verkiezingen van 2014 en eiste de Vlaamse grondstroom voor zijn ideeën op. Maar meer dan 80% van de bevolking vindt dat de regering maatregelen moet nemen om de inkomenskloof te dichten en meent dat vermogens boven de 1 miljoen euro belast moeten worden. Rechts vond dat er geen belastingen meer bij kunnen maar 74% van de Vlamingen vinden een hogere BTW op ongezonde producten wenselijk. De linkse partijen die onverminderd achter de stakingen staan en er een duidelijke steun van de bevolking in lezen, kunnen toch beter eens nadenken over de bijna 57% die vinden dat stakingen het alleen maar erger maken. Die ideologische paradoxen versterken Penn’s stelling dat een grote meerderheid een pragmatisch, onafhankelijk denken aanhangen en zich ver houden van de traditionele links/rechts-ideologieën.

Het pragmatisme heeft de wind in de zeilen. Jongeren hebben gewoon lak aan ideologie en wie ze belijdt. Ze kijken naar politici die elkaar woorden als “gewapende arm” en “cadeaus aan het patronaat” toeslingeren zoals Japanse Shungatekenaars naar Schotse boomwerpers. Dat stelde ook Mark Elchardus vast toen hij naging hoe jongvolwassenen over hun toekomst denken. Slechts 16% van de Belgen tussen 25 en 35 jaar geloven dat politici hen kunnen helpen om de levenskwaliteit van de ouders te evenaren, om een ideale levensloop uit te bouwen en om hen te beschermen tegen sociaaleconomische bedreigingen. Jongvolwassenen rekenen vooral op zichzelf, hun partner, de familie en… een portie geluk.

Jongeren hebben geen greintje vertrouwen in mensen die polariseren, die het altijd beter weten, die hun tegenstanders vernederen. En mag dat nu juist het gedrag zijn dat ze iedere dag mediagewijs waarnemen bij politici, voor wie de plicht altijd verdoemd, de verantwoordelijk altijd verpletterend en het gaan altijd tot op het bot moet zijn.

Ze hebben vier keer meer vertrouwen in nuchtere wetenschap dan in immer emotionele politici. Zolang er geen partij is die de 19e-eeuwe “Ik ben beter dan jij”-ideologieën achter zich laat en écht voor evidence-based politics gaat, zullen deze jonge mensen met grote weerzin hun stem blijven uitbrengen op de minst slechte partij. Zo lang ook zal hun stem politiek gerecupereerd worden. Hopelijk kunnen de scenes aan de Arteveldehogeschool en de Fabiolalaan binnen een paar decennia gebruikt worden in een Daems-remake, niet als docudrama maar als voorbeeld van de maatschappelijke achterhoedegevechten die zo typisch waren voor het begin van de 21e eeuw.

En o ja, bijna vergeten: vrede aan alle mensen van goede wil!

Moreno Veloso – Eu Sou Melhor Que Voce https://www.youtube.com/watch?v=ATjmsqDjN2k
Mark Elchardus – Stchting P&V – Studies Toekomstverwachtingen van Jongvolwassenen: http://tinyurl.com/n2eg2nm
Knack, 2014, nr. 50 Enquête Ongelijkheid in België
Mark J. Penn & E. Kinney Zalesne – Microtrends, 2007

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Reptielenbrein

MI0000588807

Also heavily advertised in the local newspapers in Delhi
That they are encouraging for people to come down here and work.
And then we went to the embassy and they showed us
Kew Garden pictures and pictures of the various parts of England,
That it is all that beautiful and everything is just right
And that’s what we just applied for the voucher.
Immigrant, Nitin Sawhney, Beyond Skin, 1999

Als je wil blijven geloven in de maakbare, rationele mens lees je best niet te veel evolutietheorie. Want al snel blijkt de fiere Jager-Verzamelaar in de feiten een trieste Prooi-Aaseter, die wanneer hij een enkele keer op rijk dood voedsel stootte, er zich tot kotsens toe aan te goed deed. Die aandrang is na duizenden jaren menselijke evolutie en bijhorende aanwas van uitpuilende voedselrekken niet echt weggewerkt, getuige de explosie van fitnessruimtes waar mensen zich uitsloven om die extra kilo’s eraf te krijgen die ze straks – een simpele aanblik van calorierijk voer volstaat – weer vlot bij-eten.

Met onze tolerantie is het niet beter gesteld. Evolutiebioloog Jared Diamond had ons met zijn Zwaarden, Paarden en Ziektekiemen al attent gemaakt op de dunheid van het vliesje dat culturele aanvaarding heet en hoe gemakkelijk het door ziektekiemen kon doorboord worden. Maar echt voorbereid op de omvang die het migratieprobleem in de Westerse wereld heeft verkregen, waren we niet. Een blik op de politieke pagina’s van nagenoeg alle westerse kranten volstaat. Nooit is migratie zo’n heikel politiek probleem gebleken als vandaag. Obama, de grootste weifelaar die het White House ooit heeft gehuisvest, komt na zes jaar met een aanpak van illegale migratie die zelfs door zijn eigen partij niet wordt gesteund. Cameron, die er door zijn machistisch en onhandig gemanoeuvreer bijna in slaagde om de Schotse nationalisten aan hun voordien onmogelijk gewaande onafhankelijkheid te helpen, loopt de migratievoorstellen van UKIP achterna in een tempo dat zelfs Mo Farah hem zou benijden.

En nu is ook de Zweedse minderheidsregering, na drie luttele maanden, gevallen omdat er geen steun komt van de centrumpartijen, nochtans een normaliteit in de Scandinavische landen. Centrumrechts durft geen afstand te nemen van extreemrechts dat een veel strengere migratiesysteem eist. Deze eeuw is voor de Scandinavische landen een bitter ontwaken geweest uit de droom van het tolerante noorden. Voordien keek men van daarboven hoogmoedig neer op landen zoals Frankrijk, met een Front National dat in 2002 tot de laatste ronde van de presidentsverkiezingen doordrong of België na de Zwarte Zondag. Dat is bij ons onmogelijk, zegde men me in Aarhus waar ik in 1993 op de terugweg na het congresdiner drie Afrikaanse mannen door een groep skinheads in elkaar zag geslagen worden. Toen ik bij het ontbijt vroeg of dat geregeld gebeurde, was het antwoord dat ik te veel moet hebben gedronken want zoiets was in Denemarken ondenkbaar. Nu bepalen de Dansk Folkeparti , de Zweedse Democraten en de Ware Finnen het politieke kader in het Hoge Noorden.

Te snel worden de meningsverschillen over migratie teruggebracht tot links en rechts. In nagenoeg iedere editie van The Economist, het weekblad dat zich tot doel stelt het liberale gedachtengoed van Adam Smith blijvend te verdedigen, vind je een pleidooi voor vrije migratie, niet zelden gelardeerd met hoogstaande studies over het enorme economische voordeel ervan. Migranten zijn mensen die grote ambitie, durf (anders zet je niet zo snel die enorme stap van culturele ontworteling) en zin voor initiatief gemeen hebben. Ze zorgen heel snel voor groei. Maar er is geen bevolking ter wereld die ook maar enig geloof hecht aan die bevindingen. Ook in ons land, zowel in Vlaanderen als in Wallonië (weer een cliché minder), wordt het aantal migranten zwaar overschat en worden de gevolgen voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid unaniem en alle studies ten spijt, als zwaar belastend omschreven.

George Friedman, de baas van Strategic Forecasting, dat advies geeft aan talloze regeringen en Fortune 500-bedrijven, toonde aan dat enkel landen die actief open staan voor migratie de economische wind in de zeilen hebben. Hij onderzocht ook welke landen daar succesvol in zijn. Dat blijken lege landen die veel ervaring hebben met migraties en die een deel van hun nationale trots ontlenen aan het telkens weer slagen van integratie. De Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland zijn volgens Friedman goedgeplaatst. Dikbevolkte landen zoals België waar de aanblik van een meisje met hoofddoek voor velen een onaanvaardbaar straat- en schoolverschijnsel is en waar nachtwinkels schadelijker voor de gezondheid geacht worden dan bedrijfswagens, bengelen helemaal achteraan het lijstje.

Voor Di Rupi I was het economisch herstel van ons land de eerste prioriteit maar nooit werd zelfs maar gedacht aan economische migratie, ondanks het enorme groeipotentieel ervan . De electorale schrik was te groot. De moed om tegen het reptielenbrein, doodsbang voor ziektekiemen, in te gaan was even klein als bij Obama, Cameron en de Zweedse centrumpartijen.

Ook Michel I zegt alles op alles te zetten voor economische groei . Maar ook deze regering zal geen initiatief nemen om economische migratie te bevorderen. Want het staat niet in Het Regeerakkoord. Terwijl ieder bedrijf wendbaarheid en voortschrijdend inzicht in marktwerkingen nastreeft, zweert Michel I bij het Heilig Boek van de Regeringsvorming. Nooit gedacht dat een centrumrechtse regering zo’n onwankelbaar geloof zou ontwikkelen in vijfjarenplannen.

Jan Cornillie gaf een bijzonder interessante link naar de studie van British Future over migratie: http://www.britishfuture.org/articles/how-to-talk-about-immigration/

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Goede Bazen Slechte Bazen

swans
Stupid snake
Big strong boss
Break my back
Blood runs black
Cut my throat
Kill me snake
“Do what I say”
you’re the boss
Big Strong Boss, Swans, Filth, 1983

“Omdat het slechte bazen zijn” ” was het kordate antwoord van Ricardo Semler, die ik een week geleden via de mensen van Koppen kon ontmoeten. Mijn vraag was simpel: “Als je zo’n fenomenale resultaten kunt voorleggen door command & control weg te werken, waarom zijn er dan zo weinig managers bereid om het roer om te gooien?”

“Bazen”. Heerlijk woord. Niet leidinggevende, dat is voor mensen die in Menselijke Gereedschappen doen. Niet werkgever, dat is voor mensen die van emmeren over loonkost hun levenswerk maken. Bazen, het aloude bazen.

Bazen is ook juist want zo spreken mensen (die zich nooit werknemers of medewerkers voelen) in het dagelijkse leven over hun chef. Het is geen waardeoordeel want daar is een bijvoeglijk naamwoord voor nodig. Voor mensen zijn er twee soorten bazen. Goede en slechte.

Als je hen vraagt wie slechte bazen zijn, krijg je een karrenvracht voorbeelden die getuigen van gebrek aan respect. En als je hen vraagt goede baas te omschrijven dan zal je zelden een beschrijving krijgen van de hero manager, de mythische visionair die door harde tijden moet maar ultiem door de ganse wereld wordt ingehaald als vernieuwer en al tijdens zijn leven in de media hollywoodliaans wordt uitvergroot.

Dit soort bazen maken het leven van hun mensen tot een hel. Ze geloven echt dat het werkt als je de medewerkers bulderend toeroept dat ze vanaf nu klantvriendelijk moeten zijn. Het zijn relicten van het Tayloriaans denken dat mensen als verlengstukken van machines zag. Ze zijn er dus heilig van overtuigd dat alleen zij innoverend zijn. Het bedrijf bestaat uit mensen die denken (zij dus) en mensen die uitvoeren. Mensen zijn voor hen niet gelijkwaardig. Zij zijn vanzelfsprekend beter. Dit soort bazen richten hun organisatie ultiem ten gronde omdat er niet geloofd wordt in de creativiteit van het voetvolk. Report sheets, Balanced Scorecards en Lean-rapporten vullen hun leven maar ze hebben geen flauw benul van wat er écht in hun organisatie omgaat.

Vooraleer je denkt dat ik uit mijn nek lul, moet ik snel autoriteiten opvoeren. Ze heten Joseph Chancellor en Sonja Lyubomirsky. Ze komen in hun publicatie “Humble Beginnings” tot de conclusie dat nederige managers de betere managers zijn. Het zijn mensen die een robuust zelfvertrouwen hebben, moeiteloos uitkomen voor hun eigen fouten, gericht zijn op anderen en iedereen gelijkwaardig achten. Ze maken zich geen zorgen over afgaan en hebben weinig stress. Ze komen (nog) weinig voor.

De command & control bazen maken nog steeds de meerderheid uit. Chancellor en Lyubomirsky noemen ze narcistisch. Ze hebben geen idee van goede en slechte kenmerken, bij zichzelf en bij anderen. Ze blazen eigen goede beslissingen op en geven bij fouten de schuld aan anderen. Sommigen schrijven zelfs ganse boeken om te bewijzen dat de slechte resultaten van hun organisatie bij iedereen met uitzondering van henzelf liggen.

Chancellor en Lyubomirsky identificeerden een derde categorie managers: managers met een verborgen laag zelfbeeld, die ze een beetje ongelukkig depressief noemen. Net als de narcisten zijn die zo bezig met zichzelf dat er maar weinig tijd en energie is voor het adequaat reageren op uitdagende informatie, zijnde data met een hoog gevaar- of opportuniteitsgehalte.

Narcistische bazen zijn op alle vergaderingen want “zonder mij bakken ze er daar toch niets van”. Depressieve bazen zijn ook op alle vergaderingen maar dan om na te gaan of iemand hun incompetentie doorheeft. Nederige bazen maken zich zo onzichtbaar mogelijk, laten de creativiteit toe en nemen de verantwoordelijkheid wanneer dingen verkeerd gaan, ook wanneer ze niet eens de beslissing genomen hebben.

Het lijkt me dat de auteurs een categorie over het hoofd zien: potentieel nederige bazen die over onvoldoende moed of durf beschikken om hun medewerkers de nodige manoeuvreerruime te gunnen. Semler begon zijn revolutionaire omvorming van Semco, het bedrijf dat hij van zijn vader erfde, toen hij 21 was. Toen ik me daarover verwonderde zei hij lachend – nederige bazen lachen veel – dat, als zijn verandering een mislukking was gebleken, hij weer in rockbands was gaan spelen. Maar hij voegde er wel ernstig aan toe dat veel bazen in beursgenoteerde bedrijven zo vast zitten aan de kwartaalcijfers, dat ze, al willen ze de cultuur van hun bedrijf democratiseren, ze als gevolg van de noodgedwongen defensieve ingesteldheid vervallen in narcistisch gedrag. Semler noemt ze BB’s: beursgebonden bazen.

Humble Beginnings zal de narcistische bazen niet veranderen. Want ze lezen dat soort dingen niet. Als ze al eens een boek lezen is het er één van een Amerikaanse ex-consultant over controlemechanismes. Het zal ook de depressieve bazen niet veranderen. Misschien lezen ze het wel maar ze dreigen er alleen nog meer mistroostig van te worden. Als je jezelf herkent als Depressieve Baas, kun je beter Brené Browns “De Kracht van Kwetsbaarheidheid” lezen, waarin ze uitlegt dat drang naar perfectionisme een realistisch zelfbeeld in de weg staat. Of beter: kijk naar haar TED-talk Listening To Shame. En ik begrijp dat je snel weg moet naar een dringende vergadering, bekijk dus alleen het stukje tussen 4:07 en 4:46. Die 39 seconden zouden je leven wel eens grondig kunnen veranderen. Ze vraagt het publiek of ze zich zwakke mensen voelen als ze blijk geven van hun kwetsbaarheid. En nagenoeg iedereen steekt zijn hand op. En dan vraagt ze hoe ze over mensen denken die op het TED-podium hun kwetsbaarheid tonen. En het blijkt dat men ze moedig vindt. Het is dus niet zo erg als je straks op je belangrijke vergadering zegt dat je het ook niet weet.

Humble Beginnings is wel uiterst geschikte literatuur voor bazen die de leiding krijgen van een organisatie waar voordien een narcistische of depressieve baas de scepter zwaaide. Ik wens hen veel moed toe om zich steeds nederiger te gedragen en alleen zichtbaar te zijn als ze echt een meerwaarde betekenen.

En mocht je iemand zijn die onder een narcistische baas werkt, denk toch eens goed na of je Humble Beginnings wel wilt lezen. Het kan je doodongelukkig maken. Want je zult er een wereld in ontdekken waar werken mensen gelukkig maakt.


Joseph Chancellor & Sonja Lyubomirsky – Humble Beginnings: http://tinyurl.com/qjlb7u8
Brené Brown: Listening To Shame: http://tinyurl.com/nu7moe2
Koppen met Semler: http://tinyurl.com/neb6k79

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Oogjes dicht en snaveltjes toe

rondas
I’m a man of many talents
But I got one thing left to do
I gotta get a blindfold and close my eyes
Before I get one look at you
But I can’t hear my eyes
They don’t speak, they’re just the spies

Can’t Hear My Eyes, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Before Today, 2010

http://tinyurl.com/koxa6wu

In de rij van de paspoortcontrole in Saint-Pancras moest ik onwillekeurig aan Jean-Pierre Rondas denken. Niet omdat hij ettelijke keren de trip naar London moet hebben ondernomen voor zijn exquise Klara-interviews met zeer invloedrijke mensen, die hij in een feilloos Queen’s English afnam, maar omdat het me een raadsel was hoe hij die paspoortcontrole was doorgekomen. Of beter: wilde doorkomen. Want Rondas, die het een doorn in het oog is als een ambtenaar de neutraliteit niet nastreeft, had het zeker niet gepikt dat zijn identiteit zou worden geverifieerd door een man met een Sikhtulband of door een vrouw met hoofddoek. Hij had zonder twijfel direct rechtsomkeer gemaakt.

Natuurlijk heeft Rondas toen hij zelf functionaris was zijn mening over neutraliteit nooit uitgesproken, want dan was hij, volgens zijn eigen beginselen, niet neutraal geweest. Een functionaris moet zwijgen over politiek gevoelige zaken, vindt hij. Neutraliteit ligt gevoelig in ons landje.

Als Rondas schrijft (in De Standaard van 29 oktober) dat Muntdirecteur Peter de Caluwe moet zwijgen over controversiële onderwerpen, dan onderschrijft hij de Franse versie van neutraliteit. Het is ook de vigerende regelgeving in het Gemeenschapsonderwijs. Gij zijt een uniek individu maar gij zult noch door woorden, noch door kledij tonen wie ge zijt. Britten malen niet over de kledij of het standpunt van de functionaris, maar zien er streng op toe dat de burger neutraal wordt bediend. Het gedrag van de ambtenaar bepaalt zijn neutraliteit. Toen ik, mijn Teergeliefde volgend, een lingeriezaak in de schaduw van het historische Harrods binnenstapte, stelde ik vast dat die houding niet alleen voor ambtenaren gold. Teergeliefde werd keurig bediend door twee volledig gesluierde vrouwen, die haar fijngevoelig informeerden over het zinnelijk gebruik van plagerige decolletés en kanten minislips.

Toen ik mijn Engelse vrienden vertelde dat als een operabaas uitspraken doet over de staatsinrichting van België, hij schuimbekkend het zwijgen wordt opgelegd door een gewezen icoon van een culturele radiozender, maakte een lichte vermakelijkheid zich van hen meester. Engelsen verwonderen zich wel meer over Franse gewoontes maar dat je de neutraliteit verzekert door je mond te houden, daar kunnen ze niet bij. “Als je weet waarvoor mensen staan, kan je ze toch beter onderwerpen aan een gedegen onderzoek naar de neutraliteit van hun reëel gedrag?”, vroeg immer rustige James, waarop de eeuwig snedige William: ”Heeft die Rondas ooit eens een lezersbrief geschreven om een cultuurfunctionaris die openlijk verklaart het met hem eens te zijn, de oren te wassen wegens gebrek aan neutraliteit?” “Niet bij mijn weten”, schoorvoette ik. “Dan misbruikt hij neutraliteit om niet echt op de argumenten in te gaan”, was Williams point final. “By the way,al naar de tentoonstelling van Horst in de V&A geweest?, Frank?”

Niet helemaal waar, William. Rondas heeft wel een punt als hij weerlegt dat de snoeiharde besparingen bij De Munt niet het gevolg zijn van ideologische revanche. Ook federale culturele instellingen waarvan de bazen zichzelf een totale zwijgplicht opleggen kregen krek dezelfde striemende besparingen aangesmeerd. Net zoals alle federale ministeries, overigens. Maar daar zijn geen paginalange artikelen met woorden als “barbaars, blind en buiten proportie” over verschenen.

En zie, de kop in De Morgen van 5 november: “Toch geen kaalslag bij Munt en Bozar”. Ze krijgen minder zware besparingen opgelegd. Het geweeklaag over politieke revanches loont dus. Rondas vond dat de Caluwe zijn instelling en zijn ambtenaren schaadt door zo luid en zo publiek te spreken. Daar gaat zijn belangrijkste argument voor zwijgkeuze voor functionarissen.

Ondertussen woedt de kaalslag bij de administratie verder. Daar bericht geen krant over. De kunstwereld mag zich een paria van het beleid voelen, de ambtenarij is onmiskenbaar de paria onder de paria’s. Niemand neemt het voor ambtenaren op, tenzij het verpleegsters of vuilnismannen zijn.
En nu wil Rondas ambtenaren nog muilkorven ook. Raar genoeg pleit hij in zijn lezersbrief voor ogenmaat, een prachtwoordvondst. Het betekent zin voor proporties en schroom. Ik wil wel maar hoe zwijg je in godesnaam met zin voor proporties en schroom? Bij spreken en schrijven met ambtelijke ogenmaat kan ik me iets voorstellen. Je niet partijpolitiek gedragen valt daaronder, bijvoorbeeld. Mij valt dat niet moeilijk. De geoefende lezer weet dat ik Groucho “Ik wil niet behoren tot een club die mensen zoals ik aanvaardt” Marx hoogacht. Ooit vroeg iemand me, waarschijnlijk omdat Rik Torfs naast me stond, waarom ik nooit op een kieslijst stond. “Omdat ik met geen 50% van de standpunten van een partij akkoord kan gaan en niet wil liegen.”, zei ik waarop Rik droog repliceerde: “50% is wel erg veel, hé!”.

Ogenmaat is voor mij ook je niet uitspreken over concrete beleidsmaatregelen. Publiek onthouden overheidsmanagers zich beter over wat ze moeten doen maar ze niet over hoe ze het (niet) moeten doen. Als beleidsmaatregelen een efficiënt en effectief werking verhinderen hoort een fatsoenlijke overheidsmanager dat ook te zeggen. Al is het maar omdat niemand anders het doet.

Overigens kan ik Jean-Pierre Rondas de Horsttentoonstelling in het fabuleuze Victoria & Albert Museum hartelijk aanbevelen. Misschien moet hij dan ook eens langsgaan bij de Disobedient Objects-zijtentoonstelling die inzicht geeft in wat er gebeurt in maatschappijen, ook formeel democratische, waar mensen de mond gesnoerd wordt. Martin Roth, a German in London City, is de directeur van de V&A. “For me a museum is a very political institution, it always has been”, is een bekend citaat van hem. Roth is een ogenmaat voor wie wil zien wat anderen doen en een orenmaat voor wie wil horen wat anderen denken. Ook wanneer het je niet zint wat ze denken of doen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Fata Innovata

wings
When Your Pile Is on The Wane
You Don’t Complain Of Robbery
Run Away Don’t Bother Me
What’s The Use Of Worrying
What’s The Use Of Anything?
(No use)
Mrs. Vanderbilt, Wings, Band On The Run, 1973

Het zal u wellicht verwonderen maar de net aangetreden regering wil geen ouderwetse, conservatieve en boertige overheid. Integendeel, ze wenst een “moderne, innovatieve en klantgerichte overheid”. Daar kijkt een mens van op. “Daartoe vereenvoudigt de federale overheid haar structuren, innoveert ze voortdurend, trekt ze de beste talenten aan en waakt ze over kostenefficiëntie en een kleiner overheidsbeslag”, stelt het regeerakkoord.

Net zoals alle vorige regeringen, dus. Maar in andere bewoordingen. En net zoals in de regeerakkoorden van de vorige regeringen is het vergeefs zoeken naar hoe men zal zorgen voor meer innovatie en hoe men de beste talenten zal aantrekken. De geïnformeerde lezer zal me erop wijzen dat “nieuwe manieren van werken, zoals thuiswerk en flexibel werken, zullen ingevoerd worden”. Dat leidt toch automatisch tot innovatie?

Neen dus. “Onze studie toont aan dat vormen van flextime working, zoals Het Nieuwe Werken, geen enkel gevolg heeft voor innovatie”, is de snoeiharde vaststelling van Stan De Spiegelaere in zijn doctoraatscriptie dat handelt over de relatie tussen werkgever en werknemer en de effecten daarvan op innovatie. “Het is alleen effectief als het gepaard gaat met een hogere werknemersautonomie over de werkmethodes”. Verder in de studie wordt dat nog verfijnd. Die autonomie heeft amper effect wanneer aan mensen individueel veranderingskansen gegeven worden. Het werkt maar als de autonomie bepalend is voor de organisatiecultuur. Er is weinig innovatie wanneer de werknemer wordt uitgenodigd om ideeën te spuien over een strategie die voordien al door de directie is bepaald en van bovenaf wordt gecommuniceerd. Innovatie die employee-driven is leidt wel tot innovatie.

Als er al een politicus is in ons land die gelooft dat innovatie er alleen kan komen wanneer men uitgaat van vertrouwen, geloof in creativiteit op alle niveaus en afbraak van hiërarchie, dan heeft die alleszins nooit de pen gehanteerd bij het opmaken van een regeerakkoord. Ook het recentste exemplaar bulkt van het top-down denken. De ervaring leert dat dit de eerste maanden niet zal veranderen. Zelfs de meest goddeloze overvalt, na ontvangst van de ministeriële portefeuille, een onwankelbaar geloof in het concept van persoonlijke onfeilbaarheid. Dat resulteert in pontificale KB’s en Groene Nota’s (opdrachtbrieven aan de administratie) die net niet van pauselijke zegel zijn voorzien.

Volledig in samenhang met het geloof in de hiërarchische primauteit duikt in het regeerakkoord voortdurende de idee op van het van boven invoeren van vormen van innovatie die elders lijken te werken. De Spiegelaere toont aan dat dit nagenoeg steeds met een sisser afloopt. Veranderingen moeten niet alleen aanvaard worden door werknemers, het moet door hen gedragen en vooral aangedragen zijn.

En vanzelfsprekend kan vernieuwing alleen uit de privésector komen. “Een centrale doelstelling is om de in de privésector geboekte productiviteitswinsten te reflecteren in de overheid”, meldt het kromtalige regeerakkoord. Het joeg mijn mensen de gordijnen in. “Waarom komen hier dagelijks bedrijven kijken hoe we de zaken aanpakken?”, snoven ze me toe, “we kunnen toch alleen maar van hén leren? Nu ja, hoe zouden politici weten hoe we de zaken aanpakken? We hebben er hier nog nooit gezien, tenzij om meubels voor hun kabinet te komen ophalen.” Het heeft niet alleen voordelen om je mensen medezeggenschap te geven.

In de doctoraatsscriptie van De Spiegelaere staan nog een paar opmerkelijke vaststellingen, zoals “innovatie gedijt niet in een omgeving waar mensen zich zorgen maken over hun job. We concluderen dat werkonzekere mensen niet innoverend werken, minder geëngageerd zijn en minder gemotiveerd om problemen te detecteren en er creatieve oplossingen voor te genereren. Ze zijn ook beduidend minder geneigd om te investeren in langdurige innovatieprocessen”.

Het gros van de jonge mensen die bij ons werken, worden als contractueel aangeworven. Vroeger hadden ze de quasi zekerheid om vast benoemd te worden bij goed functioneren. Nu zijn de meeste ervan overtuigd dat ze geen toekomst meer hebben in de federale overheid. Vorig jaar zijn er in onze FOD omwille van bezuinigingen zes mensen ontslagen. Dat was rampzalig voor onze cultuur. De aankondiging dat de regering volgend jaar 4% op de personeelskredieten zal besparen en de volgende jaren nog eens jaarlijks 2% er bovenop, heeft de stemming niet echt verbeterd. “We moeten de idee verwerpen dat werknemers geactiveerd of gestimuleerd kunnen worden om slimmer te werken door hun job onzeker te maken”, stelt De Spiegelaere en in mijn verbeelding zie ik honderden jonge ambtenaren instemmend knikken. We kunnen alleen hopen dat ze niet te snel gaan lopen maar nog nieuwe gretige lokken is er niet meer bij.

“De beste talenten aantrekken?” Maak dat een zwakzinnige wijs. Alhoewel, nu Openbaar Ambt de bijkomende opdracht is van de minister van Defensie kunnen we misschien de beste talenten met het geweer in de rug naar de overheid drijven. Zuivere efficiëntiewinst.
En als de innovatie hoe dan ook uitblijft? Dan wordt die toch gewoon bij KB en Groene Nota afgekondigd?

Federaal Regeerakkoord: http://tinyurl.com/ou7ou7w
Doctoraatscriptie van Stan De Spiegelaere: http://tinyurl.com/pxrmb5x
Wings – Mrs. Vanderbilt http://tinyurl.com/qbdgldm
Paul McCartney – Mrs. Vanderbilt (Live) http://tinyurl.com/kxvcts2 Grappig hoe Liverpudlian hij “bus” uitspreekt bij “When Your Bus Has Left The Stop

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen