Mutant

R-4785542-1409405676-5203.jpeg
Lonely Woman, Ornette Coleman, The Shape Of Jazz To Come, 1959.

In de tijd dat The Sky Is The Limit nog niet over poenpakkerij ging, maar de Engelse vertaling was van Sous Les Pavés, La Plage, werd de wereld onverhoeds geconfronteerd met mutanten: mensen die van nergens lijken te komen en grijnzend alle zekerheden van de stiel bij het huisvuil zetten.

In de literatuur was er Thomas Pynchon, van wie we tot op de dag van vandaag niet weten wie hij werkelijk is of hoe hij eruit ziet. In zijn Gravity’s Rainbow portretteerde hij met Tyrone Slothrop de ultieme mutant. Slothrop, luitenant in het London van de Tweede Wereldoorlog, werd door de geheime politie gevolgd omdat er telkens een V-2 insloeg op de plaats waar hij een paar dagen eerder sexueel actief was geweest.

In de jazz was daar van de ene dag op de andere Ornette Coleman die de jazz verloste van knellende wetmatigheden zoals ritme en harmonie. Zijn muziek werd, eerst zeer tegen zijn zin, Free Jazz genoemd op de pancartes boven de ingang van de jazzclubs waar zijn kwartet urenlange sessies speelde.Tot zijn totale verrassing liepen die clubs telkens weer overvol. De uitleg was jammer genoeg niet dat de mensheid ineens inzag hoe vervelend Perry Como wel was maar omdat men dacht dat het optreden gratis was.

Dertig jaar later stond er in ons land een politieke mutant op die zich zeer bewust was van de fascinatie die de mens heeft voor het idee “gratis”. Toen zijn practische toepassing ervan aansloeg, reageerde men panisch in alle partijbureaus. Niet alleen omwille van het succes maar vooral omwille van de grillige onvoorspelbaarheid van zijn ideeën. Dus kwam al snel de gratuite kritiek dat gratis niet bestond. Alsof Stevaert, die ook culinair de rest van de Wetstraat ver achter liet, niet wist dat “there is no such thing as a free meal”. Hij wilde dat meer mensen konden eten en dat de beterbemiddelden, hijzelf dus ook, het gelag zouden betalen.

“Gratisbeleid is niet nieuw” was de andere kritiek, “Heden scheert men gratis”, de sneer. Alsof het in beleidszaken gaat over oorspronkelijkheid en niet over doeltreffendheid. Tijdens de gratistijd steeg het aantal De Lijnreizigers jaarlijks, nu daalt het. Overigens, de wet van Stigler zegt dat geen enkele uitvinding genoemd is naar zijn uitvinder. Stigler heeft absoluut gelijk want de wet was al vijfentwintig jaar eerder uitgevonden door ene Merton.

Stevaert, alhoewel verzot op poëzie, indierock en hedendaagse kunst, verachtte intellectuelen, een veel voorkomende afwijking bij hoogintelligente mensen met diplomanijd. De kans dat hij het “gratis”-idee bij Dan Ariely afkeek, een prof gedrageconomie godbetert, is dus klein. Maar Stevaert zou dol geweest zijn op Ariely’s experiment.

Ariely zette in een universiteitsrestaurant een chocoladehandeltje op. Daar kon je kiezen tussen een Belgische truffel die normaal 99 cent kost maar je bij hem kon krijgen voor 49 cent en een Kiss, een walgelijk zoet Amerikaans exemplaar dat normaal 30 cent kost en nu nog maar 2. De studenten maakten een prijs/kwaliteitanalyse en kozen massaal voor de truffel. Ariely verminderde de prijzen met 1 cent. Weer was de truffel de favoriet. En dan ging er nog eens een cent af. Prijs/kwaliteit kon de pot op: er werd massaal voor de gratis Kiss gekozen. Terwijl het prijzenverschil toch hetzelfde bleef? We kunnen niet weerstaan aan “gratis”, stelde Ariely vast.

Daarom puilen onze huizen uit van dingen die we nooit zouden kopen maar die we gratis kregen bij iets dat we wel wilden en iets duurder betaalden om het gratis ding erbij te krijgen.

Mijn pa had in geen dertig jaar in een lijnbus gezeten maar toen de rit gratis werd, liet hij zijn auto, waar hij zielsgraag mee reed, thuis. Dat zou hij niet gedaan hebben mocht hij voor de rit in plaats van één euro maar 20 cent moeten dokken.

Mutanten worden in alle maatschappijen snel uitgerangeerd. Ze zijn te bedreigend. Dat wist Stevaert drommels goed. “Ik ken mijn houdbaarheidstermijn”, zegde hij steevast. Hij ging dus verrasend (snel) weg als burgemeester, als minister, als partijvoorzitter en als gouverneur. Nu is de ijzingwekkende vaststelling dat hij dat moment ook voor de mens Stevaert had vastgelegd. Mutanten weten waar de V2’s zullen inslaan.

Deze tekst verscheen eerst als column in De Tijd op 11 april 2015.

Naschrift

Dan Ariely schreef over het geestverblindende effect van gratis in Predictably Irrational: The Hidden Forces That Shape Our Decisions (2008), onbegrijpelijk vertaald als Waarom We Altijd Tijd Te Kort Komen & Ander Irrationeel Gedrag.

Mutant
Het idee van de mutant haalde ik bij Isaac Asimov, indertijd wereldwijd bekend als visionaire science-fictionauteur. In zijn Foundationreeks beschreef hij duizenden jaren evolutie zoals voorzien door Hari Seldom die met zijn psychohistorie de reactie van alle intelligente wezens kon voorspellen. Tot Het Muildier opstond, een mutant die magistraal emoties kon lezen en bespelen. Voor wie meer wil weten: http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Foundation_(boekenreeks)

Free Jazz
Free Jazz is al decennia een door niet-ingewijden gebezigde term wanneer ze met moeilijke jazz te maken krijgen. Voor hen is het onbeluisterbare kloteherrie. Natuurlijjk zijn er waardeloze voorbeelden van Free Jazz, zoals er ook superzoete pop met idiote teksten bestaat. Maar voor wie echt wil luisteren is er veel moois te beluisteren. Free Jazz wordt node met briljante melodielijnen geassocieerd, en toch kan Lonely Woman moeiteloos tot de mooiste ooit gerekend worden.
Daarom bestaan er zoveel covers van.
Ornette Coleman: https://m.youtube.com/watch?v=DNbD1JIH344

Vind je de versie van Coleman te houterig, probeer dan eens:
– Charlie Haden (de oorspronkelijke bassist bij Coleman) die met zijn Quartet West een weemoedig versie maakte op In Angel City. Een live versie: https://www.youtube.com/watch?v=4MEBHYuwLDA
– Branford Marsalis op zijn Random Abstract: https://www.youtube.com/watch?v=hIAJ9JvOo_g

Voor de moderne klassieken onder jullie, smul eens van de versie van het Kronos Quartet, op hun White Man Sleeps: https://www.youtube.com/watch?v=uprZBdGf0Wc

Eén jazznummer uit de Free Jazzperiode (die in 1967 met de dood van John Coltrane al afgelopen was) zou qua intrensieke schoonheid met Colemans meesterwerk kunnen wedijveren: Beatrice van Sam Rivers. Kies zelf:
https://m.youtube.com/watch?v=HxMIiTW59Co

Mijn favoriete versie van Beatrice is de Live uitvoering van John Henderson op zijn dubbelalbum The State Of The Tenor.
http://tinyurl.com/kzgz42x

Voor de rockliefhebber, als je het niet te druk hebt met neusophalen, deze suggestie: luister (nog) eens naar Eight Miles High van The Byrds en dan vooral naar de waanzinnige guitaarsolo van Jim McGuinn. Die was tijdens een vlucht terug uit een ijzig Londen helemaal in de ban van hallucinerende middelen én van John Coltrane’s India. Lees hoe Jim (die zich nu Roger noemt) McGuinn en David Crosby het uitleggen: http://tinyurl.com/ncs7xxk
Video Eight Miles High: http://tinyurl.com/lvoz9c3
Video John Coltrane met de altijd fenomenale Eric Dolphy met een live versie van India: http://tinyurl.com/nebn72u

Mutant De Luxe Captain Beefheart begon een rockcarrière met de bedoeling Muddy Waters met Ornette Coleman te kruisen. Hij lukte daar het best in op zijn Trout Mask Replica album, een Free Rockklassieker. Te beluisteren op eigen risico: ikzelf ben achteraf nooit meer normaal geworden. Niemand klinkt als de Kapitein. En niemand schildert zoals hij. In 1982 stopte hij gedesillusioneerd met muziekmaken en begon een bijna even fenomenale schildersperiode.
http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Captain_Beefheart

Als je veertig jaar geleden in Hasselt nieuwe muziek wilde beluisteren moest je in de cafés van Steve Stevaert zijn. Clear Spot van Captain Beefheart en zijn Magic Band (toen draaide men nog ganse LP’s) werd geregeld door de boxen gejaagd. My Head Is My Only House Unless It Rains, één van de wervelende nummers erop, zou het perfecte motto kunnen geweest zijn voor een mutant zoals Steve Stevaert.
https://m.youtube.com/watch?v=XJ2kSmbxEUw

Mijn speciale dank aan Marc Leroy die me er terecht op wees dat niet A Love Supreme, maar India van Coltrane de blauwdruk was voor de gitaarpartijen op Eight Miles high.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Betuttelnut

Jim O Rourke
Please Patronize Are Sponsers, Jim O’Rourke, Eureka, 1999

Op een prachtige lenteochtend ergens in 2004 schuift Hendrik Deroo op zijn typisch slungelachtige manier mijn bureau binnen. Recht voor de raap, vraagt hij me of ik me niet totaal belachelijk vind in dat reusachtig bureau. “Zoiets is toch totaal jouw stijl niet. Allez, jij moet tussen je mensen zitten en hen aanmoedigen, coachen en goed zot maken van ambitie.” Raak. “Bereken eens wat deze ruimte kost” , en nog net voor hij weer mijn bureau uitslungelt komt het genadeschot: “en ga eens na hoe lang je echt aan dat bureau zit!”.

Het bureau was 50 m2 groot. Toen kostte een vierkante meter in centrum Brussel 270 euro per jaar. Voor mijn somptueuze omgeving moesten de Belgische belastingbetalers dus 13.500 euro per jaar neertellen. En ik was er, let even niet op mijn rood aanlopende kaken, 3% van mijn tijd.

Hendrik wist dat. En hij wist ook waarom zulke geldverspilling schering en inslag is, en heus niet alleen bij administraties. “Dat komt omdat we onze kantoren op basis van hiërarchie inrichten en niet op basis van wat we echt moeten doen. Tel het aantal ramen in de bureaus van consultants en je weet op welke trap van de hiërarchie ze staan. Dat heeft niet met efficiëntie te maken maar met statussymbolen”.

Een paar dagen later zit ik tussen vijftien uitgelote collega’s te ontbijten. De maandelijkse ontbijtsessies gingen zes jaar lang door tot ik iedereen in onze FOD had gezien en vooral gehoord. En op die donderdag zijn er opvallend veel jonge moeders present. Ik vraag hen gewoontegetrouw hoe het werk hen bevalt. “Oh, ik doe mijn werk graag, hoor”, zegt Els, “maar ik heb geen tijd voor mijn kinderen en dus denk ik eraan om viervijfde te werken. Dan kan ik bij hen zijn op woensdagnamiddag.” De tafel ontploft van de “ik ooks” en de “natuurlijks”. Zonder er veel bij na te denken vraag ik hen of ze ook deeltijds zouden werken als er hen niet meer opgelegd zou worden wanneer ze moesten werken. “Zeker niet”, is het unanieme antwoord, “het geld komt goed van pas als je jong bent, kinderen hebt en een huis moet afbetalen.”

Heel snel daarna besloten we een nieuwe organisatie te bouwen waarin er voor niemand een vaste werkplek was en waarin zo veel mogelijk mensen konden beslissen waar en wanneer ze werken. We maakten een business plan. Geef ons één keer 10 miljoen euro vroegen we de regering en we garanderen dat er ieder jaar 9 miljoen euro minder uitgegeven moet worden aan vierkante meters. Na 2008,toen de tijden van hersenloze lineaire besparingen aanbraken, kreeg je nooit nog seed money, ook niet met het meest spitsvondige business plan. Maar in 2005 kregen we het wel. Het Novoplan, Portugees voor nieuw, kon van start gaan. (Omdat het in onze rare land nooit in het Nederlands of Frans mag, en Franstaligen een bloedhekel hebben aan het Engels deden we alles in het Portugees). Met nagenoeg geen consultants maar met alle mensen die wilden meehelpen zette Tom Auwers en zijn team het plan, dat door velen als dagdromerij werd afgedaan, om in een realiteit die in de feiten nog meer verdergaand is dan we destijds voor ogen hadden. Dat had niets te maken met het vernuft van de voorzitter of met de visionaire inzichten van het directiecomité maar vooral met de creativiteit en inzet van de vele Hendriks en Elsen in onze organisatie.

Naar aanleiding van de begrotingscontrole schreef Guy Tegenbos: “Als men de managers van de overheidsdiensten niet meer betuttelt maar verantwoordelijkheid geeft, zullen zij nog wel efficiëntiewinsten vinden.” Het verhaal hierboven is maar één van de vele die zijn stelling bewijzen. Daarom zette ik Guy’s zin met volle overtuiging op twitter waarop de alerte Henri van de Kraats repliceerde met “En als de overheidsmanagers de ambtenaren niet betuttelen.” Honderdvoudig gelijk heeft hij.

Deze tekst verscheen voor het eerst als column in De Tijd van 28 maart 2015
Video Please Patronize Are Sponsers http://tinyurl.com/l5rn7s7

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ontwaakt! Etcetera

Serge2
Nous entrerons dans la carrière
Quand nos aînés n’y seront plus
Nous y trouverons leur poussière
Et la trace de leurs vertus
Aux Armes Et Caetera, Serge Gainsbourg, Aux Armes Et Caetera , 1979

De immer welluidende nieuwslezer schonk ons verleden week vrijdag een rustig weekend met de mededeling dat de regering een compromis had gevonden over brugpensioenen en langer werken. Om tot die beslissing te komen, gaf Vicepremier Alexander Decroo grootmoedig toe, had men het interview grondig bestudeerd dat Fons Leroy, de baas van het VDAB, gaf voor de beste krant van het land. Mocht je dat interview gemist hebben, ga dan als de wiedeweerga naar http://tinyurl.com/mfauap6 maar niet nadat je in een gespecialiseerde winkel een flink uit de kluiten gewassen lijst kocht om het kleinood passend in te kaderen. Want Fons slaat nagels met koppen.

Van geen van alle visionaire ideeën die je in het interview leest, vind je ook maar iets terug in wat je de SP.a de laatste jaren hoort poneren. De SP.a vindt het kennelijk niet nodig te luisteren naar de man die jarenlang kabinetschef is geweest voor hun topministers.

Hetzelfde kan gezegd worden van Mark Elchardus, die vroeger als vanzelf “huisideoloog van de SP” achter zijn naam kreeg. Het behoorlijk disruptieve interview in Knack van 10 maart, kreeg niet voor niets de titel “Als de SP.A naar mij had geluisterd, haalde ze nu 30%”. Het klinkt arrogant maar als je zijn analyse, gebaseerd op jarenlang sociologisch onderzoek, goed leest, kun je de man alleen maar gelijk geven.

Zelf durf ik me niet vergelijken met Fons en Mark, maar hun ervaring met het compleet negeren door de SP.a-partijtop van mensen die uit de eigen zuil komen en een beetje ervaring en enige ideeën hebben kan ik moeiteloos onderschrijven. Telkens er een nieuwe S.P.a-voorzitter aantreedt, wordt een groepje samengesteld die haar/hem aan sprankelende ideeën moet helpen maar na een paar avonden, meestal in een goed restaurant, hoor je er niets meer van. Of beter: hoor je net hetzelfde als vroeger.

Lang dacht ik dat dit symptomatisch is voor een gescleroseerde partij die geleid wordt door iemand die mordicus wil bewijzen dat politiek talent niet via het DNA wordt doorgegeven. Hoe kan je anders iemand omschrijven die Wouter Torfs uitzoekt als politiek doelwit, een man wiens bedrijf voor de zesde keer op rij door zijn eigen mensen tot Beste Werkgever van het Land wordt uitgeroepen omdat ze respect en vertrouwen krijgen, zelf beslissingen mogen nemen en vooral niet als functie maar als een persoon gezien worden. Allemaal dingen waar mensen die voor en bij de SP.a werken alleen maar kunnen van dromen. Om maar iets te zeggen: Wouter zegt goedendag tegen àl zijn mensen.

Maar nu moet ik nederig toegeven dat ik blind was voor de briljante strategie van Bruno Tobback. Iedere politicoloog, die naam waardig, weet dat een regering nooit valt door de onverdroten inzet van een strijdvaardige oppositie. Ze valt uiteen omdat ze intern ruziet. Dus koos de SP.a ervoor om zo onopvallend mogelijk te zijn zodat de meerderheidspartijen uit pure verveling met elkaar ruzie zouden gaan maken. Niet opvallen lijkt een moeilijke opdracht voor politici, die een vak beoefenen dat je alleen kiest als je denkt iets te zeggen te hebben dat het waard is om beluisterd te worden. Het vergt dus oefening en discipline. Gelukkig hadden een paar socialisten, toen ze nog minister waren, zich al hard ingespannen om irrelevant te zijn.

Het was wel heikel om net dan een vernieuwingsoperatie op te zetten. Daarom werd, en petit comité, het enige comité waar echt beslist wordt in de SP.a, overeengekomen dat het volstond om het Charter van Quaregnon in voorkeurspelling om te zetten. Het is dus niet toevallig dat de nieuwe missietekst niet in 2015 maar in 1973 lijkt geschreven te zijn (de tekst klinkt 1965-achtig maar het woord duurzaam komt er in voor). Ook aan Mark Elchardus ging het lamzakkerig gedrag bij de SP.a niet onopgemerkt voorbij. “De federale oppositie in dit land bestaat vandaag uit één persoon: Kristof Calvo van Groen”, laat hij optekenen.

Het geniale Bruno-plan is, getuige het interview met Bart De Wever in De Morgen van 7 maart, perfect gelukt. Anderhalve zin kort gaat het over de SP.a. Er klink zelfs iets van mededogen door in de woorden van de Antwerpse burgervader. Maar de rest van het artikel is een onafgebroken aanslag op Vicepremier Kris Peeters die onwillekeurig doet denken aan Rembrandts meesterwerk “De anatomische les van dokter Nicolaes Tulp”.

Bruno Tobback krijgt dus gelijk. Een nieuw voorzitterschap wenkt. Het grandioze van dit alles is dat niemand de geslepen strategie van de Vlaamse Socialisten doorheeft. Ook de kiezer niet.

anatomische-les-rembrandt 2

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Sigarenkistje

Basement tapes
Nothing was delivered
And it’s up to you to say
Just what you had in mind
When you made everybody pay
No, nothing was delivered
Yes, ’n’ someone must explain
That as long as it takes to do this
Then that’s how long that you’ll remain
Nothing is better, nothing is best
Take heed of this and get plenty rest.

Nothing Was delivered, Bob Dylan & The Band, The Basement Tapes, 1968

In de vroege jaren zeventig was De Vooruit niet het stomende Gentse kunstenhuis dat we vandaag kennen maar een intriest restant van wat ooit één van de triomfen van de arbeidersstrijd was. Het Grand Café had de sfeer van een verlaten stationshal. Toch kon je me daar als jonge student geregeld vinden, wachtend op vrienden waarmee ik die avond in diezelfde Vooruit één of andere artfilm wilde bewonderen. Hoe het kwam is me nooit duidelijk geworden maar ergens tussen het stof en de spinnenwebben van het immense gebouw bevond zich een fijnbesnaarde filmprogrammator die ons voor een habbekrats inwijdde in de wondere wereld van Truffaut, Fellini en Kubrick. Die avond stond Kurosawa’s meesterwerk Dodeskaden op het programma.

Mijn vrienden lieten op zich wachten en terwijl er nog tientallen tafeltjes vrij waren kwam een groepje potige mannen zich pal naast mij installeren. Tot overmaat van ramp waren ze in een wilde discussie verwikkeld die de eerst muisstille ruimte in een galmkamer herschiep. Het duurde wel even voor ik, die nog veel tijd nodig zou hebben om me de finesse van de Gentse volkstaal eigen te maken, doorhad waarover de discussie ging. De regering had aangekondigd dat ze zwaarder zou toezien op misbruiken in de werkloosheid. “Er is geen werk voor de mensen en nu gaan ze de schuld op de werklozen steken!”, riep de jongste van de groep die verrassend goed op Bruce Springsteen geleek, al kan het ook aan zijn groenblauw trappershemd gelegen hebben. Zijn uitroep kreeg totale bijval.

Maar toen zei een in mijn 21-jarige ogen zeer oude man: “Mannen, toen ik penningmeester werd van den textielvakbond, lang voor de sociale zekerheid, kreeg ik van Anseele te horen dat een vent die zijn poten in onze kas stak, crapuleus uitschot was want een schenner van de solidariteit. Die sigarenkist die vroeger onze kas was, is nu de sociale zekerheid. En als er iemand in het zwart werkt en geld pakt dat toekomt aan mensen die echt werkloos zijn, vind ik dat even schandalig als vijftig jaar geleden.” Waarop het weer sereen stil werd. Ondertussen waren mijn vrienden er bij komen zitten. Koen Raes vroeg met ontzag aan de oudere man: “Je hebt nog den oude Anseele gekend?”, waarop Staf van de Gaâs – lang dacht ik dat dit zijn echte naam was (hij werkte vroeger voor de gasmaatschappij) – losbrak in een labyrintisch verhaal, even meeslepend als hilarisch als een roman van Pjeroo Robjee. Dodeskaden was voor ’s anderendaags.

Verleden week moest ik aan Staf denken toen ik Sabine in de Gentse binnenstad ontmoette. Sabine, de anders altijd zo opgewekte frisse verschijning is het laatste jaar verworden tot een triest kijkende, energieloze vrouw. Er gaat geen dag, geen minuut of seconde voorbij zonder pijn. Een eerste operatie bracht geen soelaas. Toen de pijn weer snoeihard opstak kreeg ze van de assistent, de professor had geen tijd voor haar, te horen dat een tweede operatie nodig zou zijn maar dat ze daar wel vier maanden moest op wachten wegens de lange wachtlijst. Maar net voordien had ze de professor vrolijk pratend door de gang zien stappen met een zeer bekende voetballer die de vorige dag het nieuws had gehaald met een mogelijks zware blessure na een akelige doodschop. Blijkbaar was er voor hem geen wachtlijst. “Die zal ook wel een Luxemburgse vennootschap en een Zwitserse HSBC-rekening hebben”, zei Sabine smalend.

Miljoenenverdienende voetballers en de rijkste families in ons land vinden het vanzelfsprekend om gebruik te maken van ons gezondheidssysteem maar vertikken het om geld in het sigarenkistje te stoppen. Staf van de Gaâs had daar een woord voor. Ik zal het maar niet gebruiken. Voor je het weet word je beschuldigd van afgunst.

Video Bob Dylan & The Band – Nothing was delivered https://www.youtube.com/watch?v=AOnmJtRCWPk

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nuts

Sweet
Something’s wrong man when the boss man makes you beg
for your own paycheck,
Beer cans that need stacking, pool balls that need racking,
That’s the only quota I’m meeting tonight.
So, if you’re with me raise your glass, here’s to the working class
Everybody else can just kiss my ass.
Everybody Else Can Kiss My Ass, Sunny Sweeney, Provoked, 2014

Heather Cho heeft waarschijnlijk nog altijd niet door wat haar overkwam. Ze nam drie maand geleden het vliegtuig van New York naar Seoul, vond dat ze onheus behandeld werd en krijgt nu in eigen land een gevangenisstraf van een jaar. De stewardess die haar woede opwekte was nochtans manifest verkeerd. Ze had net voor de take-off een zakje nootjes op het opklaptafeltje gelegd. Terwijl de voorschriften duidelijk zijn: vragen of de reiziger het wel wil en zo ja, serveren in een schaaltje. Dus eiste ze dat stewardess Park uit het vliegtuig werd gezet. Maar eerst moest ze nog op de knieën zitten om haar verdiende straf, een portie klappen met een glossy brochure, te ondergaan. U of mij zou dat waarschijnlijk niet lukken maar Heather werd op haar wenken bediend. Dat ze de dochter van de baas van Korean Airways is, zal daar niet vreemd aan zijn.

Gedurende eeuwen vonden mensen uit de hoogste Zuid-Koreaanse kringen dat dit soort gedrag hen toekwam. Daar komt nu kennelijk verandering in. De globalisering van informatie en technologische ontwikkeling opende ook voor de Zuid-Koreaan met de pet de ogen voor het onrecht van hiërarchie. De sociale media deden de rest. Als je het karakter van een mens wilt leren kennen, geef hem dan macht, zei Abraham Lincolm al. Maar alles terugbrengen tot het persoonlijke is te kort door de bocht. Het is niet eenvoudig om los te komen van groepsgedrag en culturele geplogenheden.

Een paar jaar geleden kregen we op onze FOD het bezoek van Zuid-Koreaanse hoogwaardigheidsbekleders. Ze onderzochten de mogelijkheid om een soort administratieve hoofdstad buiten Seoul te bouwen die niet zou geteisterd worden door de verkeersinfarcten en ecologische rampspoed waarmee de hoofdstad geplaagd zat. Het is ons nog steeds een raadsel hoe ze bij ons en ons verhaal over werknemers die zelf beslissen waar en wanneer ze werken, terecht gekomen waren. Toen Tom Auwers, de man die de leiding had van ons veranderingsproject, hen uitlegde hoe we te werk waren gegaan, zag ik al wat onrust bij de delegatie. Achteraf bleek dat ze het bijzonder eigenaardig vonden dat niet de CEO het woord voerde. Onze gasten knikten hevig mee tijdens Toms presentatie. Achteraf waren er vragen die onveranderlijk aan mij gericht waren. En de eerste was: “Dus de baas beslist en dan…” Ik zei zo diplomatisch mogelijk: “Neen, het team beslist en dan…”. Dat noopte mijn vraagsteller tot diep nadenken. Uiteindelijk kwam het: “O.K. Stel dat de baas beslist…”.

Maar we maken ons best niet te vrolijk over het overdreven hiërarchisch gedrag van anderen. Onderdanig wil ik lezer dezes wijzen op een onderzoek van de Nederlandse psycholoog Geert Hofstede. De vijf landen waar regels volgen, onder de indruk zijn van macht en status en het blind volgen van procedures ongeacht de omstandigheden, het allerbelangrijkst zijn, blijken Griekenland, Portugal, Guatemala, Uruguay en… België te zijn. We gelijken kennelijk meer op Guatemalteken dan op Denen, die weliswaar bij ons om de hoek wonen, maar inzake hiërarchisch/onderdanig gedrag ons perfecte tegenbeeld zijn.

Ik heb er geen idee van of Cees Buddingh in het Deens vertaald is maar ze hebben hem in ieder geval goed begrepen. “Macht hebben en er geen gebruik van maken, dat is pas beschaving”, schreef hij.

Maar zijn mooiste vind ik nog steeds: “Brutale mensen hebben de halve wereld. Ik vind het best, maar laat ze wel op hun helft blijven”. Hopelijk bestaat het ook in het Koreaans. Volgens Google Translate klinkt het zo: 잔인한 사람들은 절반 세계를 가지고있다. 나는 그것이 최선이라고 생각하지만, 그들의 절반에 남아 보자.

Sunny Sweeney, Everybody Else Can Kiss My Ass: https://www.youtube.com/watch?v=LyHWJgsaRic

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Flikken

Emile Parisien Spezial Snack
Les Flics De La Police, Emile Parisien Quartet, Spezial Snack, 2014

In de jaren dat ik op de Gentse unief zat en ik in Zerkegem bekend stond als Toar (het haar) had mijn identiteitskaart een vast onderkomen in het borstzakje van mijn parka. Telkens als een politiecombi in het straatbeeld verscheen – toen kwam blauw alleen in blik voor – haalde Toar die al bij voorbaat boven. ik werd altijd gecontroleerd. Iemand die er uitzag als een verwilderde versie van Demis Roussos, kon niet anders dan staatsgevaarlijk zijn. Toen is ook mijn zen-training begonnen want je moest erg koel blijven bij het steevast boertige gedrag van de mannen in blauw. Die maakten zelfs geen uitzondering voor een bloedmooie vriendin die in de schemeruren zonder het te weten zonder licht reed, en “Hedde stront in uw ogen, misschien?” werd toegeblaft. Eén keer was het me te veel en liet ik me iets van “flik” ontvallen, mogelijks in combinatie met “vuil”. Ik werd tegen de muur gekwakt en anderhalve dag opgesloten. Weerspannigheid .

We haatten de flikken. En zij haatten ons. Die haat bereikte zijn hoogtepunt in 1978 bij de acties tegen het optrekken van het inschrijvingsgeld tot 10.000 frank. Op het kruispunt voor de Vooruit hielden studenten een zitstaking. Ze werden door politie en inderhaast opgeroepen Rijkswacht met volle plezier in elkaar geslagen. Zelfs zeer conservatieve mensen voelden grote afkeer bij de aanblik van de reuzenfoto met erop los timmerende flikken op de voorpagina van de Vooruit, de voorloper van De Morgen. Even later zag ik vlak bij de Blandijn zeven gemaskerde mannen een geïsoleerde flik aftuigen.

In januari 1995 zat ik als trotse kabinetschef naast nieuwbakken burgemeester Frank Beke bij de eerste ontmoeting met de Gentse politietop. “Wat is het grootste probleem”, vroeg Beke. “Doengde”, was het antwoord. “Baas, waar ging dit over?”, moest ik achteraf vragen. (Om alle Franken uit elkaar te houden noemden we Beke baas en ik was chef.) “Over de hondenbrigade, chef”, zei Baas. Voor de top van het korps dat gedurende jaren in het nieuws was geweest wegens totale normvervaging en corruptie, aanleiding voor een heuse parlementaire commissie, was de toekomst van de hondenbrigade toen kennelijk het grootste probleem.

Samen met Brice De Ruyver kreeg ik de opdracht de politie te hervormen. Het was duidelijk dat de toekomst lag bij een nieuwe generatie politieofficieren. Tot mijn uiterste verbazing bleken het sociaal betrokken mannen te zijn. Vrouwen waren er toen amper in het korps: het was de tijd dat de eerste vrouwelijke buschauffeur van De Lijn voorpaginanieuws was. Ze wilden niet buiten de wereld staan maar deel van de bevolking zijn. Het kantelpunt in hun denken was de strijd tegen de 10.000 geweest. De leiding had hen jarenlang opgedraaid met verhalen over rijkeluiskinderen die door Moskou waren betaald en die neerkeken op de gewone man die niet de centen had om te studeren en dus agent werd. Ze timmerden er op los. Achteraf kwam het schaamtegevoel. Schoorvoetend praatten ze er over. Onder elkaar. Dit nooit meer, spraken ze onder elkaar af.

Deze groep heeft de Gentse politie een totale metamorfose gegeven. Steven De Smet, die zich toen al De Flik noemde, bracht de altijd scherp kijkende filmproducent Erwin Provoost op het idee om een politiekserie in Gent te situeren. Het woord waarvoor ik ooit in het cachot ben gedraaid werd de titel van de reeks.

Catherine De Bolle werd dit jaar Overheidsmanager van het Jaar. Ze kreeg de prijs op de avond van de inval in Verviers. Ze was er dus niet. En de media hadden amper oog voor de prijs. Jammer, want zij is de emanatie van de totale ommekeer bij de politie. Dat een vrouw baas wordt van iets dat van oudsher een mannenclub was, alhoewel symbolisch van het hoogste belang, is nog het minste. Bij iedereen die met haar werkt vallen de langetermijnvisie, de maatschappelijke betrokkenheid en de rustige deskundigheid op. De Gentse flikken en Catherine hebben me verplicht mijn mening over politie te herzien. Mocht ik nu afstuderen, ik werd flik.

Deze column verscheen op 31 januari 2015 in De Tijd.

Les Flics De La Police video: https://www.youtube.com/watch?v=iQRonR68z14

Over de strijd tegen de 10.000:
http://www.ugentmemorie.be/gebeurtenissen/1978-1979-protest-tegen-de-10000
http://www.demorgen.be/binnenland/waarom-hoger-inschrijvingsgeld-vooral-psychologische-impact-heeft-a2055519/

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Dof

ages
Through the flurry I saw trouble come
Then the smoke that rose like signals
Telling me something was off
You can wait around however
Long it takes to see so for yourself
Or gather what you want and come along
Calamity Is Overrated, Ages And Ages, Divisionary, 2014

Bij sommigen is het de krappe bruidsjurk of trouwkostuum. Bij anderen de ineens toeslaande totale desinteresse van het andere geslacht. Ik dacht dat ik er aan ontsnapt was, al kwam de moord op John Lennon wel gevaarlijk dicht in de buurt. Maar deze week overkwam het me toch. Ik zag de crew van de televisieploeg binnenkomen en ik voelde het: mijn jeugd is echt voorbij. De dag voordien was het alles is mogelijk en alles moet kunnen-gevoel, in de jaren zeventig het best weergegeven door de VPRO – zondagavonden waren heilig – en Charlie Hebdo, weggeschoten. De dag na de slachtpartij in Parijs kwam de VPRO bij ons draaien. Ze wilden de spontaneïteit van onze organisatie vangen. Maar mijn ogen waren dof.

Niet dat ik Charlie Hebdo altijd kon appreciëren. Integendeel, ik vond het bij wijlen te grof voor woorden. Moet je echt steeds weer de profeet opduikelen wanneer je fundamentalisten wil treffen? Charb et C° poneerden zelf toch altijd dat hun spot niet de islam zelf beoogde? Moet je dan miljoenen mensen beledigen die én moslim én heftig anti-terreur zijn? Dat dacht ik wel maar nooit “kan dit wel?”.

Na 7 januari gijzelt die ene vraag me dag en nacht. Zijn er grenzen aan het recht op meningsuiting? “Is niets dan heilig?” Het was de vraag die ook Salman Rushdie bezighield in zijn post-Duivelsversentijd, onderwijl schichtig van schuilhuis naar schuilhuis laverend. Alleen literatuur, vond hij. Daarin moet alles kunnen. En kan het ook. Vooral omdat het zo’n goedkope productiewijze is, stelt Rushdie. Dan vallen cartoons er ook onder. Je hebt er zelfs geen papier voor nodig.

Rushdie geeft in die Herbert Readlezing, indertijd voorgelezen door Harold Pinter, de islam nergens de schuld voor wat hem overkomt. Gelukkig is dat nu ook de overheersende reactie. Maar natuurlijk zijn er de usual suspects, zoals een Rupert Murdoch die tweet dat alle moslims, zelfs als ze vreedzaam zijn, toch de verantwoordelijkheid dragen voor de bloedige aanslag op Charlie Hebdo, of een Mia Doornaert die schampert: “Tja, als geweld in de naam van Allah niet met de islam te maken heeft, dan hadden de kruistochten en de inquisitie niets met de Katholieke Kerk te maken”.

Waarom zou je idioten geloven die zeggen zich op iets te baseren? Toen de bende van Charles Manson in 1969 de villa van Roman Polanski binnenvielen en zijn vrouw, de hoogzwangere Sharon Tate en drie vriendinnen met tientallen messteken afslachtten, schreven ze op de muren Piggies. Dat bleek een verwijzing te zijn naar de gelijknamige Beatlessong. Manson zei later dat hij geïnspireerd was door het Witte Album. De Beatles hadden hem via Helter Skelter voorspeld dat er een wereldwijde rassenoorlog zou komen. Als je Mansons jihad-uitleg niet ernstig neemt, waarom zou je het dan aanvaarden van fundamentalisten?

Deze vergelijking lijkt vergezocht maar is het niet. De wijze waarop Manson tewerk ging om zijn leger te rekruteren – zoek psychologisch wankele mensen met een negatief zelfbeeld en een neiging tot kleine delinquentie en reik ze ze een coherente, zij het waanzinnige, visie aan – verschilt bijzonder weinig van de handelswijze van meester-ronselaar Djamel Beghal, die de broers Kouachi op hun moordende pad stuurde.

Het is opvallend hoeveel mensen die het links-liberale gedachtengoed van de Charliemensen verafschuwen, hen nu bewieroken. Politici spannen de kroon. Christiane Taubira , de Franse minister van justitie, zegde dat het verdwijnen van Charlie Hebdo ondenkbaar was. Oh ja, waarom kon Frankrijk dan wel zonder het Icoon van de Persvrijheid tussen 1981 en 1992? Omdat we marktwetten toelaten wat we fundamentalisten terecht ontzeggen: sardonische potloden het zwijgen opleggen?

De politici die nu de Charlie-lof zingen, konden nog niet zo lang geleden hun diepgewortelde weerzin van het softe welzijnswerk botvieren door de kredieten te schrappen voor straathoekwerkers die zich iedere dag inzetten om het fundamentalisme in de kiem te smoren. Politici die nu vinden dat er moet geïnvesteerd worden in onze veiligheidsdiensten. Diezelfde diensten die hun materiaal niet eens kunnen onderhouden na jarenlange lineair-blinde besparingen en die zich moeten behelpen met een communicatiesysteem dat nog dateert uit de tijd dat de VRT de Flintstones uitzond. Snel zal daar niet aan verholpen worden want de innovatiekredieten bij de federale administratie zijn met 23% verminderd. Rustig, Frank: als het kind in je sterft, dreigt het cynisme, ik weet het. Maar ik weet ook, met Brel: Il nous fallut bien du talent pour être vieux sans être adultes.

Je Suis Charlie, ik zou het nooit durven zeggen. Want ik ben niet half zo moedig als die mensen. Ieder dag doe ik aan zelfcensuur. De miljoenen mensen die zondag op straat zijn gekomen, ben ik de rest van mijn leven dankbaar. Maar ook zij zijn Charlie niet. Want dan waren ze opgestapt met Charlie-cartoons van de profeet mét bom, van een elkaar in de kont neukende goddelijke drievoudigheid en met zelf verzonnen cartoons over de moordaanslag. Voor Charb et C° was ook de dood immers niet heilig. Voorganger Hara-Kiri moet stoppen na een cartoon over de dood van De Gaulle. Toen Koning Boudewijn stierf heette het dat ”Le roi des cons est mort!”. Als er geen grenzen zijn aan het recht op meningsuiting, moet je toch ook met de moordaanslag kunnen lachen? Ik zou het Wolinski zo graag nog eens zien tekenen.

Deze column versxcheen eerst, zij het fel ingekort, in De Tijd van 17 januari 2015.
Calamity Is Overrated (Ages And Ages): http://tinyurl.com/nzl9nmz

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen