Oogjes dicht en snaveltjes toe

rondas
I’m a man of many talents
But I got one thing left to do
I gotta get a blindfold and close my eyes
Before I get one look at you
But I can’t hear my eyes
They don’t speak, they’re just the spies

Can’t Hear My Eyes, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Before Today, 2010

http://tinyurl.com/koxa6wu

In de rij van de paspoortcontrole in Saint-Pancras moest ik onwillekeurig aan Jean-Pierre Rondas denken. Niet omdat hij ettelijke keren de trip naar London moet hebben ondernomen voor zijn exquise Klara-interviews met zeer invloedrijke mensen, die hij in een feilloos Queen’s English afnam, maar omdat het me een raadsel was hoe hij die paspoortcontrole was doorgekomen. Of beter: wilde doorkomen. Want Rondas, die het een doorn in het oog is als een ambtenaar de neutraliteit niet nastreeft, had het zeker niet gepikt dat zijn identiteit zou worden geverifieerd door een man met een Sikhtulband of door een vrouw met hoofddoek. Hij had zonder twijfel direct rechtsomkeer gemaakt.

Natuurlijk heeft Rondas toen hij zelf functionaris was zijn mening over neutraliteit nooit uitgesproken, want dan was hij, volgens zijn eigen beginselen, niet neutraal geweest. Een functionaris moet zwijgen over politiek gevoelige zaken, vindt hij. Neutraliteit ligt gevoelig in ons landje.

Als Rondas schrijft (in De Standaard van 29 oktober) dat Muntdirecteur Peter de Caluwe moet zwijgen over controversiële onderwerpen, dan onderschrijft hij de Franse versie van neutraliteit. Het is ook de vigerende regelgeving in het Gemeenschapsonderwijs. Gij zijt een uniek individu maar gij zult noch door woorden, noch door kledij tonen wie ge zijt. Britten malen niet over de kledij of het standpunt van de functionaris, maar zien er streng op toe dat de burger neutraal wordt bediend. Het gedrag van de ambtenaar bepaalt zijn neutraliteit. Toen ik, mijn Teergeliefde volgend, een lingeriezaak in de schaduw van het historische Harrods binnenstapte, stelde ik vast dat die houding niet alleen voor ambtenaren gold. Teergeliefde werd keurig bediend door twee volledig gesluierde vrouwen, die haar fijngevoelig informeerden over het zinnelijk gebruik van plagerige decolletés en kanten minislips.

Toen ik mijn Engelse vrienden vertelde dat als een operabaas uitspraken doet over de staatsinrichting van België, hij schuimbekkend het zwijgen wordt opgelegd door een gewezen icoon van een culturele radiozender, maakte een lichte vermakelijkheid zich van hen meester. Engelsen verwonderen zich wel meer over Franse gewoontes maar dat je de neutraliteit verzekert door je mond te houden, daar kunnen ze niet bij. “Als je weet waarvoor mensen staan, kan je ze toch beter onderwerpen aan een gedegen onderzoek naar de neutraliteit van hun reëel gedrag?”, vroeg immer rustige James, waarop de eeuwig snedige William: ”Heeft die Rondas ooit eens een lezersbrief geschreven om een cultuurfunctionaris die openlijk verklaart het met hem eens te zijn, de oren te wassen wegens gebrek aan neutraliteit?” “Niet bij mijn weten”, schoorvoette ik. “Dan misbruikt hij neutraliteit om niet echt op de argumenten in te gaan”, was Williams point final. “By the way,al naar de tentoonstelling van Horst in de V&A geweest?, Frank?”

Niet helemaal waar, William. Rondas heeft wel een punt als hij weerlegt dat de snoeiharde besparingen bij De Munt niet het gevolg zijn van ideologische revanche. Ook federale culturele instellingen waarvan de bazen zichzelf een totale zwijgplicht opleggen kregen krek dezelfde striemende besparingen aangesmeerd. Net zoals alle federale ministeries, overigens. Maar daar zijn geen paginalange artikelen met woorden als “barbaars, blind en buiten proportie” over verschenen.

En zie, de kop in De Morgen van 5 november: “Toch geen kaalslag bij Munt en Bozar”. Ze krijgen minder zware besparingen opgelegd. Het geweeklaag over politieke revanches loont dus. Rondas vond dat de Caluwe zijn instelling en zijn ambtenaren schaadt door zo luid en zo publiek te spreken. Daar gaat zijn belangrijkste argument voor zwijgkeuze voor functionarissen.

Ondertussen woedt de kaalslag bij de administratie verder. Daar bericht geen krant over. De kunstwereld mag zich een paria van het beleid voelen, de ambtenarij is onmiskenbaar de paria onder de paria’s. Niemand neemt het voor ambtenaren op, tenzij het verpleegsters of vuilnismannen zijn.
En nu wil Rondas ambtenaren nog muilkorven ook. Raar genoeg pleit hij in zijn lezersbrief voor ogenmaat, een prachtwoordvondst. Het betekent zin voor proporties en schroom. Ik wil wel maar hoe zwijg je in godesnaam met zin voor proporties en schroom? Bij spreken en schrijven met ambtelijke ogenmaat kan ik me iets voorstellen. Je niet partijpolitiek gedragen valt daaronder, bijvoorbeeld. Mij valt dat niet moeilijk. De geoefende lezer weet dat ik Groucho “Ik wil niet behoren tot een club die mensen zoals ik aanvaardt” Marx hoogacht. Ooit vroeg iemand me, waarschijnlijk omdat Rik Torfs naast me stond, waarom ik nooit op een kieslijst stond. “Omdat ik met geen 50% van de standpunten van een partij akkoord kan gaan en niet wil liegen.”, zei ik waarop Rik droog repliceerde: “50% is wel erg veel, hé!”.

Ogenmaat is voor mij ook je niet uitspreken over concrete beleidsmaatregelen. Publiek onthouden overheidsmanagers zich beter over wat ze moeten doen maar ze niet over hoe ze het (niet) moeten doen. Als beleidsmaatregelen een efficiënt en effectief werking verhinderen hoort een fatsoenlijke overheidsmanager dat ook te zeggen. Al is het maar omdat niemand anders het doet.

Overigens kan ik Jean-Pierre Rondas de Horsttentoonstelling in het fabuleuze Victoria & Albert Museum hartelijk aanbevelen. Misschien moet hij dan ook eens langsgaan bij de Disobedient Objects-zijtentoonstelling die inzicht geeft in wat er gebeurt in maatschappijen, ook formeel democratische, waar mensen de mond gesnoerd wordt. Martin Roth, a German in London City, is de directeur van de V&A. “For me a museum is a very political institution, it always has been”, is een bekend citaat van hem. Roth is een ogenmaat voor wie wil zien wat anderen doen en een orenmaat voor wie wil horen wat anderen denken. Ook wanneer het je niet zint wat ze denken of doen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Fata Innovata

wings
When Your Pile Is on The Wane
You Don’t Complain Of Robbery
Run Away Don’t Bother Me
What’s The Use Of Worrying
What’s The Use Of Anything?
(No use)
Mrs. Vanderbilt, Wings, Band On The Run, 1973

Het zal u wellicht verwonderen maar de net aangetreden regering wil geen ouderwetse, conservatieve en boertige overheid. Integendeel, ze wenst een “moderne, innovatieve en klantgerichte overheid”. Daar kijkt een mens van op. “Daartoe vereenvoudigt de federale overheid haar structuren, innoveert ze voortdurend, trekt ze de beste talenten aan en waakt ze over kostenefficiëntie en een kleiner overheidsbeslag”, stelt het regeerakkoord.

Net zoals alle vorige regeringen, dus. Maar in andere bewoordingen. En net zoals in de regeerakkoorden van de vorige regeringen is het vergeefs zoeken naar hoe men zal zorgen voor meer innovatie en hoe men de beste talenten zal aantrekken. De geïnformeerde lezer zal me erop wijzen dat “nieuwe manieren van werken, zoals thuiswerk en flexibel werken, zullen ingevoerd worden”. Dat leidt toch automatisch tot innovatie?

Neen dus. “Onze studie toont aan dat vormen van flextime working, zoals Het Nieuwe Werken, geen enkel gevolg heeft voor innovatie”, is de snoeiharde vaststelling van Stan De Spiegelaere in zijn doctoraatscriptie dat handelt over de relatie tussen werkgever en werknemer en de effecten daarvan op innovatie. “Het is alleen effectief als het gepaard gaat met een hogere werknemersautonomie over de werkmethodes”. Verder in de studie wordt dat nog verfijnd. Die autonomie heeft amper effect wanneer aan mensen individueel veranderingskansen gegeven worden. Het werkt maar als de autonomie bepalend is voor de organisatiecultuur. Er is weinig innovatie wanneer de werknemer wordt uitgenodigd om ideeën te spuien over een strategie die voordien al door de directie is bepaald en van bovenaf wordt gecommuniceerd. Innovatie die employee-driven is leidt wel tot innovatie.

Als er al een politicus is in ons land die gelooft dat innovatie er alleen kan komen wanneer men uitgaat van vertrouwen, geloof in creativiteit op alle niveaus en afbraak van hiërarchie, dan heeft die alleszins nooit de pen gehanteerd bij het opmaken van een regeerakkoord. Ook het recentste exemplaar bulkt van het top-down denken. De ervaring leert dat dit de eerste maanden niet zal veranderen. Zelfs de meest goddeloze overvalt, na ontvangst van de ministeriële portefeuille, een onwankelbaar geloof in het concept van persoonlijke onfeilbaarheid. Dat resulteert in pontificale KB’s en Groene Nota’s (opdrachtbrieven aan de administratie) die net niet van pauselijke zegel zijn voorzien.

Volledig in samenhang met het geloof in de hiërarchische primauteit duikt in het regeerakkoord voortdurende de idee op van het van boven invoeren van vormen van innovatie die elders lijken te werken. De Spiegelaere toont aan dat dit nagenoeg steeds met een sisser afloopt. Veranderingen moeten niet alleen aanvaard worden door werknemers, het moet door hen gedragen en vooral aangedragen zijn.

En vanzelfsprekend kan vernieuwing alleen uit de privésector komen. “Een centrale doelstelling is om de in de privésector geboekte productiviteitswinsten te reflecteren in de overheid”, meldt het kromtalige regeerakkoord. Het joeg mijn mensen de gordijnen in. “Waarom komen hier dagelijks bedrijven kijken hoe we de zaken aanpakken?”, snoven ze me toe, “we kunnen toch alleen maar van hén leren? Nu ja, hoe zouden politici weten hoe we de zaken aanpakken? We hebben er hier nog nooit gezien, tenzij om meubels voor hun kabinet te komen ophalen.” Het heeft niet alleen voordelen om je mensen medezeggenschap te geven.

In de doctoraatsscriptie van De Spiegelaere staan nog een paar opmerkelijke vaststellingen, zoals “innovatie gedijt niet in een omgeving waar mensen zich zorgen maken over hun job. We concluderen dat werkonzekere mensen niet innoverend werken, minder geëngageerd zijn en minder gemotiveerd om problemen te detecteren en er creatieve oplossingen voor te genereren. Ze zijn ook beduidend minder geneigd om te investeren in langdurige innovatieprocessen”.

Het gros van de jonge mensen die bij ons werken, worden als contractueel aangeworven. Vroeger hadden ze de quasi zekerheid om vast benoemd te worden bij goed functioneren. Nu zijn de meeste ervan overtuigd dat ze geen toekomst meer hebben in de federale overheid. Vorig jaar zijn er in onze FOD omwille van bezuinigingen zes mensen ontslagen. Dat was rampzalig voor onze cultuur. De aankondiging dat de regering volgend jaar 4% op de personeelskredieten zal besparen en de volgende jaren nog eens jaarlijks 2% er bovenop, heeft de stemming niet echt verbeterd. “We moeten de idee verwerpen dat werknemers geactiveerd of gestimuleerd kunnen worden om slimmer te werken door hun job onzeker te maken”, stelt De Spiegelaere en in mijn verbeelding zie ik honderden jonge ambtenaren instemmend knikken. We kunnen alleen hopen dat ze niet te snel gaan lopen maar nog nieuwe gretige lokken is er niet meer bij.

“De beste talenten aantrekken?” Maak dat een zwakzinnige wijs. Alhoewel, nu Openbaar Ambt de bijkomende opdracht is van de minister van Defensie kunnen we misschien de beste talenten met het geweer in de rug naar de overheid drijven. Zuivere efficiëntiewinst.
En als de innovatie hoe dan ook uitblijft? Dan wordt die toch gewoon bij KB en Groene Nota afgekondigd?

Federaal Regeerakkoord: http://tinyurl.com/ou7ou7w
Doctoraatscriptie van Stan De Spiegelaere: http://tinyurl.com/pxrmb5x
Wings – Mrs. Vanderbilt http://tinyurl.com/qbdgldm
Paul McCartney – Mrs. Vanderbilt (Live) http://tinyurl.com/kxvcts2 Grappig hoe Liverpudlian hij “bus” uitspreekt bij “When Your Bus Has Left The Stop

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aanstellen

ike 2
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm, mm-mm…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Uh, uh-uh, uh-uh-uh, uh-uh, uh-uh…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Mm-mm-mm-mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm-mm-mm-m…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!

Ike & Tina Turner, Can’t Believe What You Say, Single, 1964.

http://tinyurl.com/on28bj3

Toen ik aangesteld was kreeg ik meteen een kantoor toegewezen. Eén blik was genoeg. Geen sprake van. In zoiets lelijks, zo ver van het epicentrum van politiek België? Komaan, zeg. Ik liet mijn mensen op zoek gaan en die vonden een prachtige lege ruimte. Maar die moest nog helemaal ingericht worden. Dat kon toch geen probleem zijn? Ik was tenslotte toch de baas van een belangrijk departement?

De administratie liet me fijntjes verstaan dat ze eigenlijk met beleidsvoorbereiding bezig waren en geen aannemer of een IT-bedrijf waren. Ze bestonden het zelfs om te stellen dat het in tijden van schaarste geen pas gaf om bestaande ruimtes leeg te laten staan. Maar ik liet me niet uit mijn lood slaan. Ik zou met al mijn mensen zitten waar ik wilde zitten. En dat mocht iets kosten. Er is toch geld als het echt nodig is? Er werd een aanvang gemaakt met de plannen van de verbouwing. Het mocht nu wel vooruitgaan. Toen kwam een ambtenaar ons zeggen dat de wet op de overheidsuitgaven gevolgd moest worden. Het werd even zwart voor de ogen. Hadden ze dan niet door dat ik belangrijke dingen moest doen?” Ik moet kunnen werken, man”. Daar had hij niets van terug.

Maar ik had er ook niets voor. Het kon blijkbaar niet anders. Het zou weken duren vooraleer de nieuwe kantoren bewoonbaar zouden zijn.
Ik belde de superpief van de administratie. “Sorry maar ik ga in afwachting gebruik moeten maken van uw bureau”, zei ik met ferme stem. Bleek die toch wel in open space te werken, zeker? Hij had niet eens een bureau. Die zat gewoon tussen de andere mensen. Hij vond mijn verbazing nog grappig ook. De culot van die mensen!

Ik wilde natuurlijk ook state of the art computers en smartphones. Tot mijn grote woede waren die niet in voorraad. Sorry, zei de ICT-man me maar we hebben daar geen kredieten voor. “Wat is dat nu voor een flauwekul, ik ben wel je baas, hé”. “We kunnen de aankoop van telefoons van de fraude- inspecteurs een jaar uitstellen”, zei de ICT-man gelaten. Dat was een goed idee. Waarom zouden ze niet een jaar langer werken met die dingen? Als dat de prijs was voor onze iPhones, iPads en lightweight laptops, dan kon ik daar mee leven.

Er kwam maar geen einde aan het gedoe. We wilden graag een paar auto’s van dezelfde klasse als onze titel. En die wagens die de FOD had van onze voorgangers waren zeker twee jaar oud. We hadden toch het recht om onze eigen auto’s te kiezen? “Maar dan staan die 10 auto’s hier nog een paar jaar op te roesten”, zei de man van de logistiek. Leasingcontracten voor drie jaar! Wie rijdt er nu zo lang met dezelfde auto? “Ja, sorry, ik moet toch niet met lelijke karren rijden die mijn voorganger gekocht heeft?”, repliceerde ik gepikeerd. “We hebben wel nog een mooie hybride”, fluisterde de man. “Zo’n ding waar ik 50 kilometer mee kan rijden? Asjeblieft zeg”. Ik begon stilaan te begrijpen waarom zoveel mensen zeggen dat de administratie inefficiënt is. Het werd tijd om te tonen hoe een moderne manager dat soort zaken aanpakt. “Ik ga je een lijstje van aanvaardbare topwagens sturen om uit te kiezen. Zorg dat ik er daar één van krijg”, zei ik en beende de garage uit.

Toen ik en mijn mensen helemaal geïnstalleerd waren, hebben we onze ambtenaren gevraagd om eendrachtig mee te werken aan een efficiënt werkende innovatieve administratie. Er kwam geen reactie. Ambtenaren, hé? Wat had je verwacht?

Een minister krijgt toch zo weinig gedaan in dit land.

ike & tina

Ik diende in de 12 jaar dat ik Voorzitter ben vijf regeringen. Bij ieder aantreden van een nieuwe regering ging het installeren van kabinetten gepaard met totale chaos. De Kanselarij (diensten van de Eerste Minister) moet instaan voor een efficiënte organisatie. Dat doet ze ook maar dan worden ze geconfronteerd met ministers die zelf hun kabinetsplaats kiezen daarbij niet gehinderd door criteria van kostprijs of efficiëntie.
In iedere regering moet mijn FOD 5 tot 7 regeringsleden bijstaan bij het installeren van de kabinetten. Mijn mensen worden er zot van.
Deze tekst schreef ik na het aantreden van de vorige regering. Ik wilde de mensen die bij het inrichten van kabinetten betrokken waren even aan het lachen brengen. Maar ze werden er eerder kwader door. De tekst was te waarheidsgetrouw.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Primauteit van de politiek

Richard Thompson Sweet Warrior

Shame, shame on you, you bad monkey
I’m not coming on the roller coaster with you
Shame, shame on you, you bad monkey
Bad Monkey, Richard Thompson, Sweet Warrior, 2007

Iets meer dan een jaar geleden zei captain of industry Luc Bertrand dat dit land “geen socialistische, maar een marxistische premier had”. Di Rupo reageerde uiterst nuchter: “Iedereen, zowel werkgevers, vakbonden als politici, moet zich constructief opstellen. Karikaturen helpen niet”.

Vorig weekend riep Di Rupi, toen nog bekleed met het ambt van premier, de aankomende regering uit tot “ultra-rechtse coalitie”. Misschien las ik er, bladerend door het regeerakkoord, over, maar ik vond nergens dat de doodstraf wordt ingevoerd, dat de sociale zekerheid weer naar Openbare Onderstand wordt teruggeplooid of dat rechters voortaan aangesteld worden door De Grote Leider. Waarom valt iemand die door Maggie De Block, minister in die “ultra-rechtse” rergering, omschreven wordt als een aangename, attente en gevoelige man zo snel in de valkuil van de karikatuur, waar hij een jaar geleden zo mooi rond slalomde?

Andere mensen die ik, afgaande op persoonlijke contacten, ook als aangenaam en attent zou omschrijven – en dit is niet, wat velen zouden kunnen vermoeden, een subtiele vorm van ironie – zoals Rudy De Leeuw (“een regering voor de rijken”), Marc Leemans (“Regeringsakkoord is sociale horror”) en Karel Van Eetvelt (“Ik ken administraties waar niet gewerkt wordt maar ik ga geen namen noemen”), vervallen in hetzelfde euvel. De volgende vergaderingen van de sociale partners zullen erg gezellig zijn, dat staat vast. Maar de vraag blijft: waarom die karikaturen?

Want het lost nooit iets op. Relatietherapeuten weten al jaren dat er voor echtelieden die met verbale terpentijn oorlog voeren, geen soelaas is en raden hen aan zo snel mogelijk te scheiden. Wanneer personages op het politiek toneel elkaar cynisch terugbrengen tot bordkartonnen vijandsbeelden krijgen ze weliswaar het soort luidruchtige bijval van hun achterban dat veel reminiscenties oproept met een groep stomdronken voetbalhooligans, maar ze moeten toch diep in hun binnenste ook weten dat het gros van de bevolking er met het grootste afgrijzen op toekijkt? Het beeld is dat van politici na een wedstrijd regeringsdeelnemen die of doldriest zijn omdat ze gewonnen hebben of blind woededronken omdat ze verloren. Op die manier zal de gemiddelde inwoner van dit landje niet de indruk krijgen dat men echt met hun problemen bezig is. En toch hebben we in en om de Wetstraat wekenlang staaltjes van dat soort zinloos karikatuurgedrag gezien.

Het zou wel iets te maken kunnen hebben met empathie, een woord dat zich niet veel laat opmerken in een zakenkrant maar deze week toch de titel was van een scherpzinnig commentaarstuk van de hoofdredactrice van deze krant.

In “Een Tijd Voor Empathie” beschrijft de wereldvermaarde bioloog Frans de Waal het merkwaardig empathisch vermogen van primaten. Ze helpen zelfs eendjes en mensen in nood, maar ze zijn vooral op gericht op het welzijn van familieleden, vrienden en partners. De Waal legt moeiteloos het verband met onze soort. Van alle zoogdieren zijn de mensen weliswaar de grootste narcisten maar toch zijn ze bijzonder empathisch met partners in een coöperatieve situatie. Voor concurrenten is er grote “contra-empathie”. “Als we vijandig worden behandeld vertonen we het tegendeel van empathie. In plaats van te glimlachen wanneer de ander glimlacht, trekken we een gezicht alsof het genoegen van de ander ons stoort. Vertoont de ander daarentegen tekenen van leed, dan glimlachen we alsof we van zijn pijn genieten”, stelt De Waal vast.

Als de coöperatieve situatie verandert, slaat ook onze empathie/contra-empathie om in spiegelgedrag. Het ligt dus in het verlangde van normaal mensengedrag om eerst de regering waarin je zit op te hemelen, om vervolgens, wanneer je toetreedt tot een spiegelregering, die af te breken tot op de grond. Van de ene dag op de andere toon je diepe empathie met de nieuwe regeringspartners en vernederende contra-empathie met degenen die je in de oppositie hebt gezet. Luister eens, met die wetenschap in het achterhoofd, naar de taal van de drie regeringspartijen die verder blijven regeren en naar de drie “nieuwe” oppositiepartijen.

Taal verandert snel maar het echte gedrag verandert bij mensen uiterst traag. De anti-empathie is rap geïnstalleerd maar voor er echt empathie is voor de nieuwe partners in een veranderde coöperatieve situatie, loopt er nogal wat water door de Schelde. We zijn gewoon dat de federale regeringsvorming lang duurt, maar tot nog toe was dat alleen het geval wanneer er communautaire knopen moesten worden doorgehakt. Zuiver socio-economische regeringen komen snel in het zadel. Maar dat was deze keer wel anders. Er was meer dan 180 dagen en 29 uren eindvergaderen nodig voor een regeerakkoord en meer dan een lange nacht voor de verdeling van de ministerposten. Nieuwe empathie groeit traag bij de mensensoort. Narcisme heeft zijn prijs.

Vergelijk de wordingsgeschiedenis van de Zweedse coalitie maar eens met die van de Zweedse regering. Op 14 september verkiezingen en op 3 oktober is de nieuwe regering een feit. De politieke situatie was nochtans erg moeilijk: noch links noch rechts had een meerderheid. Socialisten en Groenen vormen nu een minderheidsregering gesteund door de Linkse partij. Er was geen empathiewissel nodig: de oppositie wordt regering en regering wordt oppositie. Dan kan het vliegensvlug gaan. Zelfs bij mensen.

Bij primaten is vijandig gedrag altijd kortstondig. Na een gevecht op leven en dood beginnen de vechtersbazen elkaar uitgebreid te ontvlooien en brengen op die manier weer rust in de gemeenschap. Iemand enig idee wat het menselijke equivalent van ontvlooien zou kunnen zijn?

Albumversie Bad Monkey http://tinyurl.com/k3nae7d
Live-versie Bad Monkey http://tinyurl.com/lhj6l8u

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Vetzakske

broken records
Go watch the TV
Tell me what you see
Any hope and love, any realized dreams?

If the News Makes You Sad, Don’t Watch it, Broken Records, Until the Earth Begins to Part, 2009

Het Geulenpaleiselijke “Gij zijt een vetzakske, gij!” kreeg deze week een andere invulling. Verantwoordelijken hiervoor waren een duo dat zo weggeplukt lijkt uit The Young Ones, de meest vetzakkerige TV-serie ooit: Lieven “Mike Thecoolperson“ Annemans en Ignace “Neil Pye” Devisch, in het dagelijkse leven Gentse proffen. Ze lieten een aantal van hun young ones de vettaks bestuderen. De vettaks werkt was de verrassende vaststelling. Verrassend want had Denemarken, amper na een jaar de vettaks niet alweer afgeschaft wegens geen effect? Zeker. Maar in Finland bleek de snoeptaks wel het gewenste resultaat te halen. Hoe was dat enorme verschil te verklaren? Finland had alles beter voorbereid, maar dat was niet de belangrijkste reden. In Denemarken was de vettaks bedoeld om extra geld in het laatje te brengen. Finland wilde zijn bevolking gezonder maken. De vettaks in Denemarken was een tax lift, in Finland is het een tax shift: ongezond voedsel werd duurder, gezond voedsel goedkoper.

Bijna dagelijks komen er bedrijven, organisaties en steden bij de FOD Sociale Zekerheid hun licht opsteken over hoe je organisaties kan veranderen. Vooral Het Nieuwe Werken en het thuiswerk interesseert hen. Een kleine minderheid komt met een Finse agenda: hoe kunnen we de wijze waarop we werken veranderen, niet om te besparen, maar opdat het beter wordt voor onze organisatie/bedrijf én voor onze mensen én voor de mensen waarvoor we werken.

Maar het gros komt ons met de Deense slag bekijken. Door onze manier van werken hebben we vier verdiepingen minder nodig. En een verdieping kost (de belastingbetaler) 3,2 miljoen euro per jaar. Dat steekt de ogen uit. Dus komen er meer vragen over hoe je mensen kunt “overhalen” om thuis te werken en hoe je de vierkante meter per werknemer kunt reduceren door het vast bureau (niet voor zichzelf natuurlijk) af te schaffen dan over hoe anders er leiding moet gegeven worden, hoe je mensen mee laat discuteren én beslissen over processen of hoe je voor innovatie zorgt.

We kunnen niet feilloos voorspellen wie zal lukken maar wel wie er zal mislukken. Als we een paar jaar later geïnviteerd worden bij de Deense variant van onze bezoekers worden we begroet in de riante kantoren van de bazen op de bovenste verdieping, worden vervolgens rondgeleid in reusachtige ruimtes waar vermoeid kijkende werknemers, meestal met oortjes in de oren, opgepakt aan eentonig witte rijbureaus zitten en krijgen achteraf van de financieel directeur, waarschijnlijk de enige aldaar die iets dat op vreugde lijkt, uitstraalt, te horen hoeveel miljoenen er wel niet uitgespaard zijn. Vroeger durfde ik dan eens stout vragen hoe het zat met de innovatie maar de pijnlijke stilte die daarna viel was zo overdonderend dat ik er me niet meer aan waag.

Hoe heerlijk kan het daarentegen zijn wanneer je een organisatie bezoekt waar gewone medewerkers met lichtjes in de ogen uitleggen hoe ze dezelfde producten nu op een totaal andere manier produceren, hoe ze hun klanten, hun collega’s en willekeurige geïnteresseerden via de sociale media erbij betrokken en hoe ze daardoor op de idee van een totaal ander product waren gestoten, dat nu wonderbaarlijk verkoopt. Soms zitten die mensen in een supermoderne omgeving en kan het merendeel werken waar en wanneer ze willen, soms zitten ze in zeer ouderwetse gebouwen met aftandse meubels. De sleutel van hun succes ligt niet daar maar in de werkcultuur. Het zijn geen bedrijven/organisaties die de dingen doen om te besparen. Maar het gevolg is wel dat men bespaart en dat men vernieuwend en efficiënt werkt. De winst is dus groter als het niet de eerste prioriteit is. Het is collateral profit.

Finland heeft de snoeptaks niet ingevoerd om de staat van meer inkomsten te voorzien maar het zal er toch wel bij varen. Annemans & Devisch becijferden dat als België hetzelfde zou doen, we er op 20 jaar tijd 2,2 miljard euro zouden mee besparen. Dat is geen kattepis. Het is collateral profit.

Er moet bespaard worden in ons land. Niemand betwist het, zij het dat iedereen vindt dat het beter bij iemand anders gebeurt. Maar het is niet omdat we moeten besparen dat we met besparingsregeringen moeten opgescheept worden. We hebben inspiratieregeringen nodig die niet gaan voor easy money met kortzichtige lineaire besparingen, gedreven door een eng-ideologische, niet zelden revanchistische agenda maar die kiezen voor collateral profit.

We hebben recht op inspiratieregeringen die met slimme veranderingen komen, waarmee ze hun bevolking én hun ambtenaren ook proberen te overtuigen. Nu worden burgers afgedreigd – “als we het niet doen wordt het nog erger” – en worden ambtenaren door vele ministrabelen op een even minachtende manier bejegend als bedrijfsleiders door sommige politici onder de vorige regering. Slimme hervormingen komen overigens niet tot stand in achterkamertjes van het parlement waar steeds dezelfde mensen elkaar maandenlang even vruchteloos als vreugdeloos proberen te overtuigen van de suprematie van hun partijprogramma maar wel in dialoog met de vele mensen in dit land die smeken om mee te mogen werken aan het herstel van onze gemeenschap.

De hamvraag is niet of we al dan niet een Zweedse-coalitieregering krijgen maar wel of het de Deense of de Finse variant wordt.

Video: If the News Makes You Sad, Don’t Watch it http://tinyurl.com/lp65ova

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Marx

Little Feat   ‎– Sailin' Shoes
Well my telephone was ringing
And they told me it was Chairman Mao
You can tell him anything
‘Cause I just don’t wanna talk to him now

I’ve got the apolitical blues
And that’s the meanest blues of all
Apolitical blues
And that’s the meanest blues of all
A Apolitical Blues, Little Feat, Sailin’ Shoes, 1972

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 13 september 2014

Jullie, lezers, bevroeden niet dat dit eerbiedwaardige economische orgaan volgeschreven wordt door marxisten. Kaaiman outte zich al als PvdA- en Tine Van Rompuy-stemmer en ook ik moet toegeven Marxist te zijn. Ieder jaar ga ik op bedevaart naar London. Niet naar het graf van Karl maar naar Dean Street waar de Groucho Club huist. Aan Groucho Marx, de grootste en grappigste aller marxisten en meester van de oneliner ontleent de Club zijn naam, die een ironische knipoog is naar ’s mans bekendste uitspraak: “Ik wil niet behoren tot een club die mensen zoals ik aanvaardt”.

Afgaande op zijn recentste oneliner wordt het graf van Karl Marx voor Bruno Tobback de volgende vijf jaar een vaste bedevaartplaats. Na het desastreuse “De Zweedse formatie-onderhandelaars vinden de welvaart van Wouter Torfs belangrijker dan die van zijn magazijnier”, ging hij op bezoek bij de vijfvoudige beste werkgever van het land. Het was bedoeld als wiedergutmachung maar het draaide uit op een versie van add insult to injury. Tobback bracht een rekenmachine mee voor magazijnier Sharaf. Sharaf kon wel graag werken bij zijn werkgever maar dat geluk zou snel in het niet verzinken wanneer de nieuwe regering in zijn portefeuille ging zitten. Het biefstuksocialisme dat bij elk ideologisch congres wordt afgezworen en ingeruild voor Brood en Rozen is, zoals steeds in oppositietijden, samen met de strijd tegen de “patrons”, weer helemaal terug. Daarmee zet de SP.a zich op de nooit opgegeven klassenstrijdlijn van het ABVV. Het ACOD stuurt in onze FOD aan iedere nieuwe ambtenaar de boodschap: “Tegenover de werkgever staat de werknemer niet op gelijke voet. In zijn beroepsleven, voelt hij zich soms geschaad en in dit geval voelt hij zich vaak machteloos en aan de indruk om alleen kunnen strijden. Het is dus nuttig dat hij een beroep kan doen op een georganiseerde kracht die zijn belangen verdedigt. Deze kracht is de VAKBOND”.

Het zoeken naar een vijand beperkt zich niet tot het linkse segment van ons landje. Je kan je TV niet opzetten of je krijgt vanuit liberale hoek de ene vijandige kreet tegen de overheid na de andere te verduren. Groucho vond televisie zeer educatief. Als iemand die aanzette ging hij een boek lezen. Als trouwe volgeling doe ik dat ook maar soms ontsnap je er niet aan. En dan gonst het van de varianten op de oneliner van Frans Grootjans: “Niet u, maar de staat leeft boven zijn stand”. Zoals centrumlinks de rozen laat vallen laat centrumrechts ineens “de efficiënte overheid” vallen. Het doet er niet toe of de staat efficiënt is of niet, het is de vijand. Visie op de overheid, voordien al bijna onbestaand, verkruimelt tot de armzalige mantra “minder ambtenaren en minder overheidsdiensten”.

Simplisme alom. Primaat van het vijandsbeeld. Het zielige plaatje van in zichzelf gekeerd socialisme en liberalisme, bang om de overblijvende electorale volgers te verliezen. Een schrik die geen afwijking van de jarenlang gecementeerde ideologie toelaat al wordt daardoor de weg naar de volatiele kiezer onherroepelijk gebarricadeerd. De twee kinderen van de Verlichting hebben respectievelijk Gelijkheid en Vrijheid voor zichzelf opgeëist. Eenzaam en verwaarloosd wacht Broederlijkheid voor het altaar van de rede op een gegadigde.

Aan onze politici zijn de vele aanwijzingen dat een duurzame en coherente economische groei enkel mogelijk is met elkaar versterkende netwerken van overheid en vrije markt, kennelijk voorbijgegaan. Het is niet louter theorie. Bekijk de lijst van de meest competitieve landen volgens het World Economic Forum en je vindt bij de meesten een economisch-maatschappelijke strategie van samenwerking. Een pak van de in Davos aanwezige politici hebben hun oor te luisteren gelegd bij Mariana Mazzucato, die aan de hand van een aantal casussen perfect de onderschatte rol van de overheid bij innovatie en de wederzijdse bevruchting van public en private beschrijft. Blijkbaar behoorde haar The Entrepreneurial State, ondanks het verhelderend interview in De Tijd, niet tot de vakantieliteratuur van onze politici.

Maar misschien lezen ze wel de Knack. In twee weken tijd hakten Paul De Grauwe en Etienne De Callataÿ er wellustig in op alle linkse én rechtse taboes. De Callataÿ wordt getipt als toekomstig minister maar na dit interview mag die kans een pak kleiner ingeschat worden. Nochtans zijn dit soort Groucho’s broodnodig. Ze denken niet meer in aftandse ideologische termen van decaden geleden, toen de economie vanzelfsprekend gedijde in een regionale omgeving maar gaan uit van een wereldeconomie die mogelijk te maken heeft met een nog nooit vertoonde secular stagnation.

Wat hebben we er in 2014 aan als we een regering die de recepten van de jaren zeventig kopieerde, inruilen voor een regering die de recepten van de jaren tachtig praktiseert? “Politiek is de kunst van het zoeken naar problemen, ze overal te vinden, er verkeerde diagnoses van te maken en dan verkeerde oplossingen op te leggen”, zei Groucho. Hopelijk krijgt hij, voor één en enige keer, ongelijk.

En indien niet, geldt een ander Grouchisme: “Time wounds all heels”.

marxism-groucho-marx1

Video Little Feat (met Mick Taylor) Apolitical Blues- http://tinyurl.com/nfkcnkp
Interview van Mariana Mazzucato in De Tijd: http://tinyurl.com/qxcg8yb
Column Mariana Mazzucato In The Economist http://tinyurl.com/oydqn6f
Over secular stagnation: http://tinyurl.com/lzxkhvv
Global Competitiveness Report World Economic Forum: http://tinyurl.com/4yjnj63

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Driewerf schande

Some Time In New York City
We insult her everyday on TV
And wonder why she has no guts or confidence
Woman is the nigger of the world
Woman Is The Nigger Of The World, John Lennon, Some Time In New York City, 1972

Europa wacht vol ongeduld op België. Understatement. Europa wacht met stijgende woede op België. De regering die zal zorgen voor de grootste landelijke verandering in een paar decennia, zoals paars van België een modelstaat ging maken in 1999, is niet eens in staat om op tijd een vertegenwoordiger naar de Europese Commissie te sturen. Was dat te wijten geweest aan de ernst waarmee regeringsvormers al dagen aan het discuteren waren over de kwaliteiten waarover onze Europese commissaris moet beschikken, dan had je er nog begrip kunnen voor opbrengen. Maar neen, het gaat over postjes verdelen.

Vlaming en Belg zien meer gevolgen van wat één commissielid beslist dan van alle beslissingen van al hun regeringen samen maar de procedure om dat commissielid aan te stellen verloopt op dezelfde manier als voor een Staatscommissaris van Brusselse Landbouw.

De oplossing ligt voor de hand. Je vraagt Juncker voor welke post hij een topcommissaris nodig heeft en dan zoek je daarvoor de meest professionele vrouw, niet noodzakelijk behorend tot een politieke familie, die je in ons land kan vinden. Dan is ons gezicht gered in Europa maar vooral we tonen dat het ons menens is met goed bestuur.

Dat het een vrouw moet zijn, legt een andere schande bloot: slechts vier (4) landen konden een geschikte vrouw vinden. Bij de volgende Europese verkiezingen kunnen alle vrouwen beter thuisblijven. Waarom zou je gaan stemmen voor iets dat jouw gender met zo veel neerbuigendheid, niet eens gehinderd door een minimale schaamte, benadert?

Maar wat kan je verwachten van een Europa dat een Voorzitter aanstelt die niet eens Engels spreekt. Dat hij geen Frans spreekt, tot daar aan toe. Dat zoiets nog bestaat heeft enkel te maken met het Franse chauvinisme dat meent dat de Francofonie nog het mondiale belang kan toegeschreven worden van twee eeuwen geleden. Maar dat de Nummer Eén niet eens Broken English kan spreken is blijkbaar geen probleem voor Europa dat zelfs van zijn kleinste ambtenaar eist dat hij of zij Engels spreekt.

Als politici straks weer komen weeklagen over het gebrek aan respect dat hen te beurt valt, zeg hen simpelweg : cholerny.

Een fantastische John Lennon live met een immer stijlvolle Yoko Ono https://www.youtube.com/watch?v=VS78MX8Zmdk

Geschreven in een razende woede.Shit happens.
Ieder medium dat zich geroepen voelt mag dit stukje plaatsen of eruit citeren.

Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties