We zouden tweelingsbroers kunnen zijn

rolling
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it, like it, yes, I do
Oh, well, I like it, I like it. I like it…
It’s Only Rock ‘N Roll (But I Like It), the Rolling Stones, It’s Only Rock ‘N Roll, 1974

http://tinyurl.com/pwvl39h

Op vrijdag 18 juli 2014 verscheen in de Krant van West-Vlaanderen een dubbelinterview van Dominique Persoone en mezelf, gearrangeerd door Sandra Rosseel, die niet alleen een beregoede journaliste is maar ook een koppelaarster, zoals je hieronder kan lezen.

In PDF:
KWinterviewcover
KWinterview1
KWinterview2
KWinterview3

De topman van een federale overheidsdienst en een chocolatier ? Het lijkt een ongewone combinatie, maar niet als je Frank Van Massenhove en Dominique
Persoone samenzet. Creatieve geesten overgoten met een flinke scheut rock’n-roll en de drang om anderen gelukkig te maken. “We zouden tweelingbroers kunnen zijn”, merkt Frank op. Al is er wel een verschil. “Die rust die jij uitstraalt. Jij bent zo zen, de dalai lama van de overheid. Daar ben ik nog naar op zoek”, reageert Dominique. Een gesprek dat blijft nazinderen…

Ze kenden elkaar niet, de topman van de FOD Sociale Zekerheid en de shock-o-latier uit Brugge. Maar de passage van Dominiek Persoone (45) in het Radio 1-programma Touché op Paaszondag, was door Frank Van Massenhove (60), afkomstig uit Zerkegem, niet onopgemerkt gebleven. “Toen ik jou bezig hoorde, wist ik al dat het tussen ons zou klikken”, vertelt Frank tijdens het gesprek in restaurant Zeno in Brugge. “Ik kende jou niet en heb je gegoogeld. Ik moet bekennen, toen ik kreeg ik wel wat stress voor dit gesprek”, lacht Dominique.

Stress die absoluut niet nodig blijkt te zijn. “Ik leid een ongelofelijk interessant leven. Ik word enorm veel gevraagd door artiesten en kunstenaars die met een project bezig zijn, en dat klikt altijd onmiddellijk. Ik vind het enorm interessant om creatieve mensen te ontmoeten, daar haal ik mijn inspiratie. Zij zeggen dingen waar ik nog nooit aan gedacht heb, en dan denk ik er over hoe ik die ideeën in mijn organisatie kan verwerken. Mijn mensen zeggen heel vaak ‘my god, waar komt hij nu weer mee af’…”, lacht Frank. “Ik wil dan ook ontzettend graag weten waar jij je inspiratie vandaan haalt…”

Dominique : “Door met mensen uit verschillende werelden in contact te komen. Ik ga daar niet bewust naar op zoek, soms valt het zomaar in je schoot, maar het verruimt wel je blik. Mijn wereld is heel beperkt, alles draait rond food, het is freaky. Als ik ga shoppen in de stad en ik sta in een schoenwinkel, dan kijk ik niet naar de schoenen, maar naar de vormen. Overal zie ik dingen die ik kan gebruiken. Onlangs zag ik een eightiesclip met limbo, je weet wel, zo’n buis waar je onder danst. Dat vind ik tof, dat blijft hangen en plots kwam ik voor een event op de proppen met een kapstok op wielen. Daar hangen we allerlei lekkers aan, we rijden ermee over de tafel en de gasten kunnen happen naar wat ze willen eten… Echt alles kan me dus inspireren. Er ligt nu zelfs ’s nachts een boekje naast mijn bed, zodat ik ideeën kan opschrijven. ’s Nachts komen er goeie ideeën, maar ik onthou ze niet altijd.”

Frank : “Vroeger had ik een dictafoon naast mijn bed liggen, maar mijn vrouw was daar niet zo gelukkig mee. Daarna ben ik beginnen schrijven, maar nu doe ik het niet meer. Wat weg blijft, was misschien niet goed genoeg.”

TUNNELVISIE

Frank : “De meeste mensen hebben een tunnelvisie. Ze kijken naar hun houding en verbeteren het een beetje, terwijl je altijd moet zoeken naar iets totaal anders. Als je te lang hetzelfde doet, te weinig andere impulsen krijgt, dan ben je na 10 jaar dood. Daarbij komt iets wat mijn spitsbroeder Tom Auwers altijd zegt : als je een pijl afschiet, gaat hij altijd naar beneden, dus moet je zo hoog mogelijk schieten. Dit is iets wat jij doet, Dominique, maar wat de meesten niet durven. Ze denken na over wat anderen zullen zeggen, over de moeilijkheden en uiteindelijk schieten ze in hun eigen voet… Toen ik de FOD Sociale Zekerheid wou hervormen, dachten de meesten dat ik echt zot was geworden, terwijl ze mijn visie nu doodnormaal vinden.”

Toch geld je nog altijd als voorbeeld, zowel binnen de overheid als bij privébedrijven.

Frank : “Maar dat is omdat ik de eerste ben. Iemand anders kan het misschien veel beter doen, maar hij blijft altijd de tweede. Het was trouwens niet mijn bedoeling om dit te doen. Ik ben binnengekomen bij de FOD en heb eerst drie jaar werk gehad om alles goed te laten draaien, zonder grote veranderingen. Daarna wou ik weggaan om een eigen bedrijfje te beginnen, maar toen daagde Tom me uit. Hij vond dat het veel straffer zou zijn mocht ik mijn zot idee bij de FOD uitvoeren, in een omgeving waarin niemand het verwacht. En ik ben hem daar gevolgd. Ik dacht echt dat mijn kop eraf zou gaan, want de meeste ministers kunnen niet tegen verandering. Iedereen voorspelde het ook, maar straks ben ik wel de langstzittende voorzitter die er is… Veel tegenkanting heb ik trouwens niet gehad, ik ben gewoon onder de radar gestapt en op het moment dat ze het opmerkten, was het al gebeurd.”

Dominique : “Toen ik begon heb ik massa’s kritiek gekregen. Ik was die wacko, die kok die pralines maakte… Bam bam bam. Ik kreeg van iedereen tegen mijn kop. Ik combineerde chocolade met sigaren, met tomaten… Ze lachten mij keihard uit. Maar ik ben eigenlijk wel blij met de tegenkanting die ik toen kreeg, het heeft me sterker gemaakt. En ondertussen is er een nieuwe generatie chocolatiers opgestaan, met een nieuwe spirit. Eindelijk is chocolade weer hip en fun.”

Frank : “Mensen als Kobe en Sergio, die vormen een fantastisch cadeau voor de volgende generatie koks. Toen ik studeerde, waren koks trieste figuren. Dat werd op de Frères ook zo gezegd : wij waren de slimme, de rest was crapuul… Terwijl ik uit Zerkegem kom en al mijn vrienden heel eenvoudige mensen waren. Ik kan niet zo over mensen denken, ook niet in mijn organisatie. Wie koffie zet, is even belangrijk als ik. Ik heb een talent gekregen dat zeldzamer is en heb dat ook ontwikkeld, net zoals jij, Dominique, maar daarom ben ik niet belangrijker. Ik word alleen beter betaald. Daarom ook heb ik geen eigen bureau, ik zit gewoon tussen mijn mensen.”

ONDERNEMEN

Het gesprek concentreert zich op ondernemen. Frank uit zijn bewondering voor ondernemers van kleine kmo’s, die het volgens hem veel moeilijker hebben dat hijzelf, die een dienst van 1.200 man leidt. Dominique hekelt de overvloed aan wetten en regels in ons land, die het die kleine ondernemers vaak enorm moeilijk maken.

Dominique : “Ik heb het geluk dat ik een fantastisch team achter me heb, we werken nu met 39 mensen, wij kunnen nu al tegen een stootje, maar voor mensen die nu moeten beginnen, is het een drama. In mijn nieuwe fabriek in Brugge, The Factory, heb ik een computersysteem moeten installeren om de haccp (systeem dat de voedselveiligheid moet garanderen, red.) op te volgen. Dat kost me voor mijn atelier alleen al 48.000 euro en ik heb een parttimer in dienst die niets anders doet dan dat haccp-plan op te volgen. Een beginnend ondernemer kan dat gewoon niet… Een ander voorbeeld : ik heb bijenkasten op het dak van The Factory staan, ik wil de bijen redden, of daar toch mijn steentje toe bijdragen. Die honing wil ik verkopen in mijn winkel en dus kocht ik nieuwe, speciaal
voor voeding gemaakte bokalen. Blijkt nu dat ik die gloednieuwe bokalen eerst moet laten testen in een laboratorium… Onbegrijpelijk toch.”

Frank : “De regelneverij is verschrikkelijk. De administratie moet het doen, en vooral het woordje ‘moet’ is belangrijk in die zin. Er zijn regels die de meeste van onze ambtenaren belachelijk vinden, die ook niet bijdragen aan het doel dat we willen bereiken, maar het moet. Wij maken er trouwens een punt van om ons te concentreren op de grote fraudeurs, niet op de kleine ondernemingen. Als we een onregelmatigheid zien op een formulier, zullen we natuurlijk ook aan de kmo’s vragen of ze geen fout hebben gemaakt, en heel vaak is dat gewoon het geval en wordt die fout vlug rechtgezet. Weet je, wij geloven niet in een systeem, maar in mensen.”

‘Mensen’ is duidelijk een sleutelwoord in jullie manier van denken.

Frank : “Mijn doel in het leven is mensen gelukkig maken. Of je nu hier aan tafel zit, of op je werk bent, of thuis bij je familie… Je bent altijd dezelfde persoon. Het zijn dezelfde dingen die je gelukkig of ongelukkig maken. Als twee van mijn mensen staan te babbelen over het concert van Massive Attack op Cactus, dan vind ik dat niet erg, integendeel. Ik weet dat ze daarna met een goed gevoel terug aan het werk gaan. Bij ons primeert niet de tijd die je aan je bureau doorbrengt, wel het resultaat. Dus ik juich het toe als mijn mensen met elkaar spreken, leuke dingen doen…”

Dominique : “Amai, dat is heel zen. De dalai lama van de overheid. Respect.”

Frank : “Ik ben er ondertussen zestig, maar ik heb alle fouten van het boek gemaakt. Maar dan ook allemaal. Ik ben een arrogante etter geweest die zichzelf echt wel slim vond. Ik ‘was’ dat ook, want ik had diploma’s, maar eigenlijk was ik een idioot. Ik was niet bezig met mensen. Ik dacht dat ik het wist en vertelde hen wat te doen, maar zo werkt het niet. En toen heb ik beseft dat ik naar de mensen moest luisteren, dat ik moest toegeven dat ik het als baas niet verstond en hen uitleg moest vragen. In het begin gebeurde dat ook schoorvoetend, maar hoe meer vragen je stelt… Je mensen worden trots op wat ze doen en na verloop van tijd gaan ze al samenzitten en vinden ze oplossingen nog voor jij je vraag hebt gesteld. De creativiteit die zo ontstaat… Als baas moet je maar een ding doen : als het mislukt, dan moet je je mensen dekken, moet je je verantwoordelijkheid nemen.

Dominique : “Ik volg je volledig. Toen ik begon, waren chefs dictators. Zij waren de baas… Kwamen er zes soorten olijfolie binnen, dan besliste de chef op zijn eentje welke olijfolie het zou worden. Nu heb ik regelmatig teamvergaderingen met iedereen erbij, ook de poetsvrouw en de chauffeur. Ik zet de olijfolie op tafel en vraag welke zij zouden nemen. Ze moeten wel zeggen waarom, maar ik luister. En ik geef mijn team ook ‘huiswerk’. Ze krijgen een opdracht waar ze tijdens de werkuren in team aan mogen werken, een uurtje per week of zo. Ze filmen wat ze doen, wat er mislukt, wat er lukt… De motivatie en de creativiteit die je daarmee creëert…”

Frank : “Dat filmen moet je doen, want dat kan je gebruiken bij storytelling… Creatievelingen, kunstenaars, dat is de toekomst. Bijna alles wordt commodity, een wit product. Iedereen weet waar hij een bepaald product zo goedkoop mogelijk kan kopen, behalve als hij iets speciaals wilt. Messen kan je overal krijgen, maar het perfecte mes dat mooi is, dat fantastisch in de hand ligt en fantastisch snijdt. Daarvoor ga je naar een artiest in het messen maken. Door aan storytelling te doen, jouw verhaal te vertellen, zullen de mensen jou vinden.”

Dominique : “Dat is mijn probleem : ik heb enorm veel verhalen te vertellen, maar heb er de tijd niet voor. Zo kopen de meeste chocolatiers hun praliné aan, maar maak ik ze zelf. Dat kost meer, maar de smaak blaast je echt omver… Alleen weet niemand het dat ik zo werk.”

Frank : “En daar komt dat filmen dan te pas. Die stukjes film kun je gebruiken bij je storytelling, je kan de verandering filmen. Ik heb ooit aan Steven Van Belleghem (auteur van onder meer ‘the conversation manager’, red.) gevraagd wat ik nog in mijn organisatie kon veranderen. Hij zag twee werkpunten. Het eerste was : je houdt de informatie te veel vast. Ga weg van de paswoorden, gebruik YouTube. En ja, eens iets op YouTube staat heb je geen controle meer, maar controle is bullshit in deze tijden. Het tweede punt was storytelling. Vertel wat je doet.”

Dominique : “Ongelofelijk hoe wat jij vertelt, samenloopt met mijn wereld. Vroeger hielden alle chefs hun recepten voor zich, maar dankzij Ferran en Albert Adrià (de chefs van het ondertussen gesloten sterrenrestaurant El Bulli, red.) is dat helemaal veranderd. Zij zijn groot geworden omdat ze geen geheimen hadden, ze deelden hun informatie met iedereen. Als je dat doet, krijg je zoveel terug… Onlangs had ik een workshop in Italië en een cursist merkte op dat het ongewoon was dat ik zoveel geheimen met hen deelde. Maar ondertussen had ik van de deelnemers al ontelbare zaken vernomen die ik niet wist. Ik had plots het adres van de beste amandelboer van de streek…”

Gedeelde kennis is macht, daar zijn Frank en Dominique het over eens. “Het is de wet van de sociale reciprociteit: ik geef jou iets, zonder dat je het gevraagd hebt en maak je zo gelukkig. En als ik later iets van jou nodig heb, dan ga je het me niet weigeren”, legt Frank uit. “Als je dat toepast in je organisatie, dan zit je op rozen. Je creëert een band, een familiegevoel.”

Dominique : “Nu ik er over nadenk, dan doe ik dat onbewust ook. Mijn team kan voor een stuk zelf bepalen wanneer ze komen werken, want ik wil dat mijn mensen happy zijn. Het heeft geen zin om mensen gestresseerd pralines te laten maken… Zo is een van mijn werknemers een triatleet, als hij een wedstrijd heeft en extra wil trainen, dan kan dat. Omdat ik weet dat wanneer ik hem in een drukke periode vraag om extra bij te springen, hij dat onmiddellijk zal doen.”

Frank : “Ik vraag mijn mensen constant wat hen gelukkig of ongelukkig maakt, en probeer die factoren die hen ongelukkig maken weg te nemen. Daarom ook dat ik zo het thuiswerken heb gepromoot : ze krijgen extra tijd om bij familie en vrienden te zijn. Maar vergis je niet, we zijn daarom geen softe organisatie. Wij timen niet hoe lang iemand aan zijn bureau zit, maar kijken naar de resultaten. En zijn die resultaten niet wat ze moeten zijn, dan zwaait er wat. Het gaat om vertrouwen geven. Ik zeg niet wat mijn mensen moeten doen, wel wat ze moeten bereiken. Hoe ze het doen, bepalen ze zelf. En ik vertel ook aan iedereen dat het de prestatie is van het team, niet van mij.”

Dominique : “Boven mijn atelierruimte was er een loft, die we omgebouwd hebben tot testruimte. De sfeer die daar heerst… Het is gewoon fun om er te zijn.”

Frank : “Fun is altijd nodig. Verandering moet fun zijn. Als verandering hard werk is, dan werkt het niet. Vandaar ook dat ik geloof in spiritualiteit : als je er te hard over begint na te denken, wordt het een ramp.”

Dominique : “Ik ben nog altijd een kleine jongen, niet bang om op mijn bek te gaan. En ik volg mijn buikgevoel, mijn oerinstinct. Toen ik die snuifmachine voor The Rollings Stones ontwierp, verklaarde iedereen me gek. Zelfs mijn vrouw smeekte me om het niet te doen, maar ik had zoiets van, f*ck it, ik doe het toch.
En het werd een succes…”

Frank : “Dat vind ik prachtig : je was flabbergasted (stomverbaasd, red.) dat dat je overkwam, maar dan doe je toch iets wat in je gezicht zou kunnen ontploffen… Ik heb maar één keer mijn intuitie niet gevolgd, en dat was toen ik een depressie had, toen ik begin de veertig was. Die depressie had niets met werk te maken, wel met rock-’n-roll en vrouwen. Ik was niet eerlijk en als ik lieg, ga ik onderuit. Ik twijfelde enorm aan mezelf en begon alles rationeel te bekijken… Wel, ik heb nog nooit zulke domme dingen gedaan als toen. Nu weet ik dat liegen ongelukkig maakt. Wanneer je op je bek gaat, vertel dat dan, de mensen vinden het fantastisch. Een voorbeeld : toen onze server plat lag, hebben we dat op Twitter gezet met wat uitleg, en alleen maar positieve reacties gekregen.”

Was die depressie een kantelmoment ?

Frank : “Toch wel. Toen kreeg ik echt zo’n inzicht dat ik verkeerd bezig was. En dat inzicht was : stop met liegen. Als je liegt, bedrieg je jezelf. Achteraf bekeken was die depressie een van de grootste cadeaus die ik gekregen heb. Het moment zelf was het natuurlijk niet zo. Vijf vrienden hebben toen een week lang bij mijn bed gezeten. Ik was te laf om zelfmoord te plegen, maar ik wou toen wel dood zijn.”

Dominique : “Een depressie of een burn-out krijgen… Daar ben ik bang voor. Nu kom ik soms wakker, helemaal bezweet, denken aan de dingen die ik nog moet doen of die ik vergeten ben in mijn agenda te zetten…”

Frank : “Dat heb ik ook gehad in het eerste jaar dat ik bij de FOD zat. Ik heb toen tijdens een vakantie 36 uur aan een stuk geslapen. Maar daar kan je je op organiseren. Ik heb veel geleerd van Paul Loomans, de auteur van Ik heb de tijd. Een zenmonnik, die ook kampte met stress… Een van zijn adviezen is om je te focussen. Geen zakenlunches meer voor mij : als ik aan het werk ben, wil ik me daarop concentreren. En ga ik uit eten, dan wil ik me op die beleving focussen. Ik doe minder, maar doe het beter. Ook naar mijn agenda toe. Bij veel mensen is dat een parelsnoer, waarbij je het ene na het andere doet. Het geheim is om er ‘witjes’ tussen te steken. Tijd om eens te gaan wandelen, eens te zeveren met vrienden. Die witjes zijn heilig.”

OUDER WORDEN

Er volgt goede raad over hoe je agenda te bewaken – “één iemand heeft het laatste woord, en dat ben jij niet”, aldus Frank – en over hoe omgaan met stress. Dominique vertelt hoe hij wel merkt dat in tijden van stress zijn creativiteit omlaag duikt. “Maar nu de stress weg is, heb ik het omgekeerde probleem. Ik heb veel te veel ideeën… Soms vragen mensen me of ik niet bang ben dat de creativiteit plots zal wegblijven, maar dat denk ik niet…”

Frank : “Ik denk dat het juist het omgekeerde is. Ik ben een The Who-fan. I hope I die before I get old was echt mijn ding… Ik heb echt geleefd omdat ik dacht dat ik op mijn 40ste dood zou zijn… Maar jongen, er is niets leuker dan ouder worden. De dingen die er niet toe doen laat je weg, je kan achter je echte passie gaan. Ik heb nog nooit zoveel energie en creativiteit gehad als nu… De vraag is gewoon hoe je het verkocht krijgt, hoe je mensen kan inspireren.”

Het gesprek komt op sociale media – “een zegen” dixit Frank, al is hij blij dat die media er niet waren toen hij jong was en domme dingen verkondigde –, – en, opnieuw, op overvolle agenda’s.

Dominique : “Ik voel me snel schuldig. Vorig jaar heb ik acht verschillende dingen voor Kom op Tegen Kanker gedaan. Ik heb voor andere goede doelen gewerkt, en dan krijg je mails van mensen die je vragen waarom je altijd voor een ander en nooit voor hen iets doet. Maar dat is gewoon onmogelijk. Wij zijn geen sociale instelling…”

Frank : “Mijn eerste advies aan jonge mensen is : don’t eat the poison. Alle negatieve dingen, trek je die niet aan. Jij bent goed bezig, je bent sociaal bezig. Wie zijn zij om te zeggen dat het niet goed zou zijn ? Geloof me, never eat the poison.”

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ruimteruimen

sugar
How can I explain away something that I haven’t done
And if you can’t trust me now, you’ll never trust in anyone
With all the crazy doubts you’ve got, I love you even still
But if I can’t change your mind then no one will
If I can’t change your mind

If I can’t change your mind, Sugar, Copper Blue, 1992

http://tinyurl.com/p4de5fu

Het had moeite gekost. Maar de kogel was door de kerk. De administratie zou overgaan naar het nieuwe werken. Met alles erop en eraan. Niemand nog zijn eigen bureau. De gebruikelijke tegenstanders hadden zich al snel gemeld. Maar toen ze zagen hoe het er zou uitzien waren de meesten snel overtuigd: het zou geen zielloze witte open space worden maar een stille, kleurrijke en visueel rustige omgeving. En vooral: ze zouden er zelf veel over kunnen beslissen. De anderen gingen om na een bezoek bij onze FOD.

Het moeilijkst te overtuigen was het management. De argumenten waren ingenieuzer maar het kwam er eigenlijk op neer dat het bureau bij het arsenaal statussymbolen hoorde, zoals een eigen secretaresse, een bijna grenzeloze firmakredietkaart en een Duitse bedrijfswagen, op voorwaarde dat het type een cijfernaam had dat groter was dan 5. Maar toen het verplicht gebruiken van een hybride wagen met de pipetmatige zorgvuldigheid die je normaal associeert met het betere in vitro-fertilisatiewerk, uit het veranderingssschema was gelicht, bleken ook die geesten gerijpt.

De administratie ging gezwind over tot het opstellen van de aanbesteding voor kleurrijk meubilair, geluiddempende wanden en ziektendodende tapijten. Het werkstuk stootte op het virulent negatieve advies van de inspecteur van financiën. Als de argumenten van het hogere management al vindingrijk waren, dan waren die van de Yjef, zoals de persoon met die functie steevast wordt aangeduid in administratiemiddens, ronduit creatief. Het scheelt natuurlijk wel een slok op de borrel wanneer je adviezen kan geven waarvoor je nooit rekenschap moet geven, laat staan dat je, wanneer je je deerlijk vergist, je wel eens je job kunt verliezen, zoals bij mandaathouders.

Met de behoedzaamheid van de groenwerker die een egel uit een historische rozentuin moet verwijderen, werd Yjef benaderd. Dat geschiedde niet alleen met de meest steekhoudende inhoudelijke weerlegging van de argumenten maar ook door personen wier weinig verhullende persoonlijkheid niet ongemerkt aan de immer waakzame ogen van Yjef konden voorbijgaan. Natuurlijk was de echte reden van de weerstand een diepe weerzin om een riant kantoor mét uitzicht te moeten afstaan.

Ultiem, nadat nagenoeg alle argumenten waren weggesmolten verschool Yjef zich met de verbetenheid van de ijsbeer op een zwaar geërodeerde gletsjer, achter het laatste argument. “Ik moet met zeer belangrijke, vertrouwelijke documenten omgaan”, zei hij met een gebaar dat zijn belangrijkheid nog meer moest onderstrepen, tegen de Leidende Ambtenaar die tot zijn ontzetting voelde dat hij zijn steekvlamgewijs opstekende woede niet meer kon onderdrukken. “Maar je moet je toch uitspreken over de dossiers die ik je stuur? En ik heb daar geen bureau voor nodig!” , stootte hij uit, direct beseffend dat hij het zorgvuldig opgebouwde diplomatische discours van de laatste weken met één ademstoot zou opblazen.

En zo komt het dat niemand in die administratie nog zijn eigen bureau heeft, waardoor de uitgaven voor logistiek met 55% zijn verminderd. Niemand, buiten vanzelfsprekend de persoon die toeziet op het oordeelkundig uitgeven van de kredieten. Hij vertoeft als vanouds in het riante kantoor mét uitzicht.

Op het hoekje van het bureau van Yjef ligt een bibliofiel uitgegeven boek van Leo Tolstoi, dat hij cadeau kreeg van de Leidende Ambtenaar, nadat hij uiteindelijk, maar weliswaar na welbepaalde mondelinge afspraken, een gunstig advies over de aanbesteding had uitgebracht. Het boek echt lezen heeft hij nooit gedaan want anders was hem de met zacht potlood onderstreepte zin op pagina 189 opgevallen. “Iedereen wil de wereld veranderen, maar niemand denkt eraan zichzelf te veranderen.”

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 18 juli 2014, zij het hier en daar wat ingekort wegens zomerdunne editie. Wat je hier leest is de onverdunde versie.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bonusblind

Wonder Stuff
I hope there’s a lot more in it there for me.
I’d like my trousers pressed and my shoes
shined up by a rich girl,
who’s only care in the world is me.
Give Give Give Me More More More, The Wonder Stuff, The Eight Legged Groove Machine, 1988

http://tinyurl.com/p33fmug

De in 2005 ingevoerde woonbonus heeft de prijs van een huis 40.000 euro duurder gemaakt. Een gemiddelde woning kost je dus 28 procent meer. De woonbonus, één van de vele fiscale aftrekkingsposten, moest het kopen van een huis betaalbaarder te maken. Wat experts al jaren zeggen wordt door een KUL-studie kurkdroog bewezen: de woonbonus is een peperdure maatregel die net het omgekeerde doet van wat er verwacht wordt: minderbegoede burgers kunnen een eigen huis op hun buik schrijven. Voor de rijkeren onder ons is het echt een bonus. 72 procent kwam bij de 40 procent hoogste inkomens terecht. Slechts 8 procent kwam bij de 40 procent laagste inkomen terecht.

2005 was niet alleen een goed wijnjaar. Het was ook een goed bonusjaar. Datzelfde jaar werd beslist een pensioenbonus in te voeren. Wie langer werkte kreeg een hoger pensioen. Net zoals bij de woonbonus beoogde men ook een herverdelende werking. In feite kwam de maatregel neer op een veralgemening van de pensioenbonus want die bestaat al sedert 2000 voor ambtenaren. De pensioencommissie, die net één van de meest imposante studies van de laatste jaren heeft geproduceerd, komt nu tot de conclusie dat de pensioenbonus een slecht idee was. Niemand werkt langer omdat hij aast op de bonus (er wordt dus een hoger pensioen betaald aan wie toch al van plan was om langer te werken) en er is geen duidelijke herverdeling te bespeuren. De besparing die de regering voor oog had – een bonus betalen is goedkoper voor de overheid dan het vroeger betalen van een pensioen – wordt pas zichtbaar na 2030.

Wanneer maatregelen perfect het tegenstelde effect hebben dan beoogd, rijzen er twee vragen. “Kon men voorzien dat dit foute beslissingen zijn?” en “Waarom bestaan ze nog?”.

Natuurlijk worden zulke maatregelen voorbereid. Het lezen van de voorbereidende werken bij deze twee maatregelen is zeer ontluisterend. Alles wat daarin met grote stelligheid geponeerd wordt blijkt 10 jaar later pure science fiction te zijn. De ideologisch staar – “we willen graag dat het zo is, dus zal het wel zo zijn” – is even opvallend als het totale gebrek aan studie van gelijksoortige maatregelen die al eens waren uitgeprobeerd. Men vond dus nog eens het warm water uit, weliswaar van het geprefereerd kleurtje.

Er waren in 2005 nochtans al vele aanwijzingen dat woonbonussen niet werken. De Scandinavische landen hadden tegen het eind van de jaren negentig al stilletjes afstand van genomen van fiscale incentives in de woningmarkt en Nederland had tot zijn scha en schande moeten vaststellen dat huursubsidies huizen duurder maakten. Het echte alternatief was meer sociale woningbouw. Misschien niet zo toevallig is België daarin geen koploper.

Toen de pensioenbonus veralgemeend werd, was het al duidelijk dat de pensioenbonus voor ambtenaren een maat voor niets was geweest. De bonus was geen reden om langer te werken. Mensen gaan op pensioen omdat hun huis is afbetaald en de kinderen afgestudeerd. Als ze langer blijven werken heeft het meer te maken met de goede werkatmosfeer, een goede afstemming tussen privéleven en werk en het krijgen van inspraak en respect voor hun werk.

Dat de maatregelen nog bestaan heeft raar genoeg te maken met de zekerheid dat de situatie nog slechter wordt dat als je ze ineens afschaft. Daarom stellen de Leuvense proffen die de woonbonus bestudeerden voor om ze over twee decennia af te bouwen. Maar politieke partijen durven ze ook niet zo goed af te schaffen omdat de bevolking de perceptie heeft dat ze werken. Geen enkel Vlaamse partij sprak zich vóór de verkiezingen uit voor het afschaffen van de woonbonus, alhoewel de Vlaamse regering er na de zesde staatshervorming zelf mag over beslissen. Het zal me benieuwen wat de komende federale regering zal doen met de pensioenbonus.

Op de dag dat de studie over de woonbonus de kranten haalde hoorde ik op een congres een pak managers hun gram halen op waardeloze politici die nutteloze dingen niet durven afschaffen. Ik was te laf om te vragen waarom zij hun eigen bonussen dan niet afschaften. Ganse bibliotheken kun je volstouwen met studies die bewijzen dat meer belonen dan het loon amper motiverend is. De motivatie wordt er hooguit een paar weken mee opgekrikt terwijl werkvariatie, professionele uitdagingen, zinvolheid van de taak, autonomie en psychologisch contact blijvend motiveren. Er is blijkbaar één grote uitzondering: bonussen zorgen ervoor dat je repetitief werk sneller en beter uitvoert. Dan moet je bij nader toezien toegeven dat sommige managers hun bonus echt wel verdienen. Zij die ons tot 2008 zo succesvol steeds weer dezelfde financiële producten verkochten die ze nota bene zelf niet eens begrepen, bijvoorbeeld.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Werkwalg

xtc
And all the world is football-shaped
It’s just for me to kick in space
And I can see, hear, smell, touch, taste
And I’ve got one, two, three, four, five
Senses working overtime
Senses working overtime, XTC, English Settlement, 1982

http://tinyurl.com/lre5753

Echt opgetogen ben je niet als je ‘s morgens naar het werk trekt. En als je er bent, voel je je niet geapprecieerd, heb je het moeilijk om je meest belangrijke werk af te maken want er gebeurt van alles dat je ervan afleidt en je hebt niet het gevoel dat wat je doet er ook toe doet. Energieloos ga je naar huis en toch zit je thuis nog e-mails te beantwoorden tot je in slaap valt.

Dit is geen beschrijving van een uitgebluste kantoorsloof op weg naar een burn-out maar de beschrijving van hoe 87% van werkende mensen zich dagelijks voelen. Zegt Gallup dat in 2013 in 142 landen een onderzoek deed naar betrokkenheid van werknemers en tot deze ontstellende vaststelling kwam. Een studie over leven en werk werd de vaststelling van overleven met werk.

Het wordt er ook niet beter op. De trend die de magnifieke reeks Modern Minds in deze krant aangaf – de eisen die aan onze tijd en onze energie worden gesteld door constant bij te blijven, alles te moeten lezen wat voorbij suist en niet stil te staan bij het belangrijkste – wordt ook door het Gallup-onderzoek feilloos geregistreerd.

Nagenoeg alle managers zijn ervan overtuigd dat mensen die zich goed voelen met en op hun werk betere prestaties leveren. Een grote meerderheid weet ook hoe een werkgever dat kan bewerkstelligen maar slechts een kleine minderheid doet het ook.

Die paradox hield Tony Schwartz en Christine Porath bezig. Ze wilden weten wat mensen meer betrokken maakte bij hun werk, of de bedrijfsresultaten daar beter van werden en waarom werkgevers daar geen rekening mee hielden. Met hun Energy Project deden ze een onderzoek bij meer dan 20.000 white collar werknemers. Die bleken merkelijk meer tevreden te zijn en significant beter prestaties te leveren wanneer ze geregeld nieuwe taken konden uitvoeren, wanneer ze zich gewaardeerd voelden en geapprecieerd werden voor hun bijdrage, wanneer de werkgever er voor zorgde dat ze zich konden focussen op wat echt belangrijk is, wanneer ze konden beslissen wanneer en waar ze werkten, als ze konden doen waar ze het best in waren en waar ze het meest plezier aan beleefden en, zeer belangrijk, wanneer ze zich verbonden voelden met een hoger doel.

Heel leerrijk was hun ervaring bij een accountantsfirma, waar mensen aangemoedigd werden om lange uren te draaien tijdens het belastingsseizoen. Aan een groep accountants werd toegestaan om zelf te beslissen wanneer ze geconcentreerd werkten, pauzes namen en wanneer ze het werk voor bekeken hielden. Ze deden meer werk, maakten minder fouten en voelden zich niet gestrest. Dit in tegenstelling tot hun collega’s die tot 90 uren per week zwoegden. Alle topmanagers waren verrukt over de resultaten en… veranderden niets aan de bedrijfspraktijken.

Omdat ze hun mensen niet vertrouwen, stelden Schwartz en Porath vast. De meeste managers zijn er nog altijd van overtuigd dat mensen niet werken als ze niet constant het gevoel hebben gecontroleerd te worden. Niet de resultaten worden gecontroleerd maar de aanwezigheid en het bezig zijn. Het frustreert werknemers en verlaagt hun niveau van betrokkenheid tot vele cijfers na de komma.

De onderzoekers bewijzen dat het voor de organisatie op lange termijn veel rendabeler is om managers te belonen voor hun empathie, zorg en menselijkheid dan voor het constant aanzetten tot harder en langer werken dat zorgt voor een toxische sfeer van angst, woede en vernedering. Maar de verslaving aan korte termijnresultaten, de kwartaalcijfers in de privésector en de steekvlamproblemen bij de overheid, duwen organisatie blijvend in de command & control modus.

Deze week nog stelde de Pensioencommissie vast dat mensen langer moeten werken. Maar dat bereikt je alleen als je ook begint te sleutelen aan hoe mensen werken. De overheid moet werkgevers aanzetten om te investeren in de betrokkenheid van hun mensen. Welzijn op het Werk wordt nu enkel defensief gedefinieerd – het tegengaan van gezondheidsrisico’s, van verslaving aan alcohol en drugs en van arbeidsongevallen – maar heeft weinig oog voor het aanmoedigen van bedrijfsculturen die werknemers gelukkig maken. Sociale inspecteurs verhinderen niet zelden dat werknemers zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze werken. Ze eisen dat werkgevers de vaste werkuren opgeven, daarbij cao’s toepassend die perfect de omstandigheden aan de lopende band regelden maar die voor de overgrote meerderheid van kenniswerkers in dit land totaal achterhaald zijn. Welzijn op het Werk klinkt oubollig maar het is wel een van de belangrijkste wissels op de toekomst. Het wacht al jaren op een eigentijdse invulling.

Tony Schwartz en Christine Porath – Why You Hate Work http://tinyurl.com/oqpttsh
Only if you can stand-euh ha liddle franglais: Yves Morieux – Why do people feel so miserable and disengaged at work? http://tinyurl.com/nsjp2k7

Deze tekst verscheen op 21 juni 2014 als column De Tijd.
Toen koos ik als titel Werkhaat maar ik vind nu de alliteratie werkwalg beter.
In de column stonden ook de zinnen: “In feite wordt hierdoor hun gezondheid ondergraven. Volgens professor Geert Van Hootegem loopt 77% van onze werknemers een gezondheidsgevaar door de wijze waarop ze moeten werken.” Ik hoorde het hem zeggen in Vandaag op Radio 1 op woensdag 18 juni. Maar omdat ik de context ervan onvoldoende ken, kan ik hem onrecht aangedaan hebben met de quote. Daarom haal ik er die hier uit.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Bermbom

herman van veen
Mijn leven is totaal ontwricht,
ik voel me overboord gegooid,
vandaag las ik dit nieuwsbericht:
“De bom valt nooit.”
Maar zal de bom echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
leefden wij dood op ons gemak.
De Bom Valt Nooit, Herman van Veen – Single, 1983

Op 20 januari 1981, een maand na de moord op John Lennon, legde Ronald Reagan de eed af als veertigste president van de Verenigde Staten. Hij straalde. Zoals Margareth Thatcher had gestraald anderhalf jaar eerder toen ze Prime Minister werd.

Mijn generatie baalde. Onze jeugd had zich afgespeeld in de swinging sixties. Alles kon alleen maar beter worden. Economische crisissen waren iets van het verleden. In 1969 werd met ongeloof teruggeblikt op de beurscrash, die zich 40 jaar eerder had voltrokken. De toekomst was van een verblinding waar geen zonnebril tegenop kon. Je had alleen liefde nodig. Vietnam, het neerslaan van de Praagse Lente en Altamont waren taaie restanten van een achterllijk verleden waar we ons weldra zouden van ontdoen. De eerste oliecrisis van 1973 was dus geen reden om te kniezen maar om met bloemen in het weelderige haar, met veelkleurige fietsen en met horden kinderen de autostrades te bezetten.

Maar het tij keerde. De zwellende werkloosheid sloopte één na één de kleuren van onze jeugd. Met de komst van de diabolische tandem Reagan-Thatcher werd het helemaal zwart voor onze ogen. Het totale gebrek aan barmhartigheid stoorde ons maar het was vooral de bom die ons wakker hield. In die tijden kreeg alleen Het Simplistisch Verbond en Spitting Image ons nog aan het lachen, zij het grimmig. Genesis maakte een Spitting Image-video waarin een zich misselijk voelende Reagan zich vergist van knop: in plaats van Nurse duwt hij op Nuke. 

Voor ons was het geen grap maar bittere ernst, want we hadden Reagan tijdens een microfoontest horen zeggen: “Mede-Amerikanen, ik ben blij dat ik u vandaag kan vertellen dat ik wetgeving heb getekend die Rusland voor eeuwig vogelvrij zal verklaren. We beginnen over vijf minuten met bombarderen.”

We veranderden van garderobe – het zwart van Joy Division vulde onze kleerkast – en van levensverwachting. De wereld was niet langer ons huis. Ons huis werd de wereld. We plooiden ons terug op gezin en hobby. De meesten pasten op de kinderen, een minderheid paste voor kinderen, die toch alleen de ontberingen van een nucleaire winter zouden kennen.

Toen kwam het bericht dat de bom niet zou vallen. “Het keerde heel ons leven om en brengt paniek in onze tent. Wij hielden zo van onze bom. we waren zo aan hem gewend.” We waren niet klaar voor de toekomst. De bom had ons denken verlamd.

Zijn we in deze tijden verlost van de bom die ons weerhoudt om de toekomst voor te bereiden? Blijkbaar moeten eerst de loonkosten drastisch dalen, of moet er een vermogensbelasting komen of moeten alle bevoegdheden naar de regio’s. Dan pas kan men beginnen met toekomstdenken. Alsof het probleem van de westerse desindustrialisering wegsmelt als de loonkosten met 14% dalen, alsof de armoede halveert als de rijken minder rijk zijn en alsof we filevrij zijn na de installatie van Vlaanderen Vrijstaat. Het zijn mentale bermbommen die ons beletten de weg naar de 21e eeuw in te slaan.

Van een Moeder Aller Verkiezingen zou je verwachten dat ze bevalt van tientallen visies op de toekomst. Maar het leek eerder alsof ze zich verschanst had in de teletijdmachine van Professor Barabas, van waaruit ze alle politieke partijen terugflitste naar de Reaganjaren – die schijnbaar eenvoudige wereld die of goed/slecht en of rechts/links is – om inspiratie op te doen voor hun programma’s. Die, hoe kan het anders, dus bulken van bommen die hen beletten na te denken over een stralende toekomst.

Die bommen, tijdens de verkiezingscampagne in gereedheid gebracht, gaan niet vanzelf weg. En al zijn ze niet ontploft, ze zullen slachtoffers maken. Vooral bij de aankomende generaties. Net zoals in de Reaganperiode wil niemand als eerste ontwapenen. De Andere, niet zijzelf, moet zichzelf ontmijnen. Ieder beweging van de Andere wordt bespied, vanuit de veilige ideologische cocon en vanachter de taalgrens. De burger wacht, vermoedt dat een onzekere toekomst hem wacht en verschanst zich in dezelfde slachtofferrol waarin de politieke partijen zich zo veilig voelen. Wat kan je de burger verwijten die, als hij in het kieshokje op zoek gaat naar een Imagine knop, moet vaststellen dat hij alleen kan kiezen tussen Nurse en Nuke?

Herman van Veen – De bom valt nooit http://tinyurl.com/p9v25vd
Genesis – Land Of Confusion http://tinyurl.com/423r6lu
Timbuk 3 – The Future’s So Bright I Gotta Wear Shades http://tinyurl.com/qeueaos
The Beatles – All You Need Is Love http://tinyurl.com/mmthqxo
Spitting Image: Every Bomb You Drop: http://tinyurl.com/lbdbz44

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het Ik & Wij

Talking Heads
I think of the people that are working for me
Some civil servants are just like my loved ones
They work so hard and they try to be strong
Don’t Worry About The Government, Talking Heads, 77, 1977

Het is onwaarschijnlijk dat u morgen stemt op basis van wat partijen u beloven te doen met hun administraties. Overheidskenner Guy Tegenbos kon na grondige lezing van de partijprogramma’s alleen vaststellen dat iedereen efficiënte overheidsdiensten wenst (zonder te preciseren wat dat was en hoe er te komen), dat het aantal ambtenaren moet verminderen en dat er lineair moet bespaard worden. Minder lieflijk uitgedrukt: ze bauwen de clichés van De Collega’s na.

Daar zijn vele redenen voor. Eén ervan is dat maar weinig politici administraties kennen. Er gaat haast geen dag voorbij of er komt een organisatie onze FOD bezoeken, maar het aantal politici daartussen kunt u op de vingers van de handen van een onhandige boomsnoeier tellen.
Collega’s uit de privésector beschreven me met wellust de gezichten van totaal verbijsterde politici die te horen kregen dat ze een pak ideeën voor het heruitvinden van hun bedrijf bij een bezoek aan een federale overheidsdienst hadden opgedaan.

Maar nog erger is dat de meeste politici geen idee hebben van wat het leiden van een administratie (of van een bedrijf) inhoudt.

U gelooft het nooit maar ik moet de toestemming vragen aan mijn minister om een buitenlands seminarie bij te wonen. Het surrealistisch karakter van deze regel weerhoudt ministers er niet van om deze belangrijke taak uit te voeren met de ernst een betere zaak waardig. Onlangs vroeg ik toestemming voor een seminar “leidinggeven” waar 15 managers, handpicked en op uitnodiging, hun ervaringen zouden delen. Het werd niet toegestaan. Niet omdat het te duur was, enkel verplaatsings- en hotelkosten moesten betaald worden, maar omdat het programma niet tot de basisopdrachten van de FOD behoort. Het is geen probleem van een kortzichtige minister. Zo’n antwoord is een bijna zekerheid.

Voor politici is blijkbaar alleen wat er gebeurt in een administratie belangrijk maar niet hoe het gebeurt. Dit soort kortzichtigheid is niet beperkt tot de publieke sector leerde ik op het bewuste leiderschapsseminar, waar ik vakantie voor nam en op eigen kosten naartoe trok. Het zijn het soort HET-bedrijven dat zich enkel fixeert op het financiële en op hun producten. Ze hebben noch oog voor de WIJ (hoe bouwen we vertrouwen en wederzijds respect op in het bedrijf, hoe bevorderen we samenwerking en transparantie), noch voor de IK (hoe vergroten we de werkvreugde, het zelfvertrouwen en het engagement van onze mensen).

HET-bedrijven worden snel witte dwergen en verdwijnen dan met de snelheid van het licht uit de economische melkweg. Maar niet zelden zijn ze voordien rode reuzen die hoge dividenden voor de shareholders creëren. Belgacom onder Bellens was zo’n HET-bedrijf. “Hij was toch een goede CEO?” zeiden sommigen toen hij moest opstappen. Want hij had de staatskas goed gevuld. Dat tientallen topmensen ofwel cynisch buitengezet waren of totaal gefrustreerd ergens anders hun toevlucht namen en dat het aantal burn-outs en het ziekteverzuim buiten alle proportie waren, was blijkbaar bijzaak en geen signaal van een zwak leiderschap. De regering had Bellens om die redenen moeten buitenzetten en niet omwille van een belediging aan het adres van de premier, hoe ontoelaatbaar boertig die ook was.

Een regering die zoiets had gedaan bewijst dat ze weet dat wendbare, toekomstgerichte organisaties de HET, de WIJ en de IK mooi in balans houden. Ze rekruteren en evalueren hun topambtenaren volgens die criteria. Ze sporen hen aan om zich constant bij te scholen in elk van die elementen. En ze trekken consequent voor de constante competentieverbetering van ambtenaren serieuze kredieten uit, niet een armoedige 50 euro per persoon.

Ik heb me hoe dan ook voorgenomen geen toestemming meer te vragen voor interessante seminars. Het lijkt me niet tot de basisopdrachten van een minister te behoren.

http://tinyurl.com/ot4f2ae

Deze blog verscheen op 24 mei 2014, een dag voor de verkiezingen, als column in De Tijd.
Wegens de dikte van de verkiezingskrant was de tekst een beetje ingekort. U vindt hier de volledige tekst.

Met grote dank aan Olivier Onghena en Guibert Del Marmol, die me uitnodigden voor hun Wisdom Conference, het beste seminar dat ik ooit meemaakte.
Ze brachten ook de “Het Ik & Wij”-idee aan.

Ontroerend jonge David Byrne in 1978: http://tinyurl.com/oyvx7d
Zo zag hij ook uit die wondere avond in 1977 toen ik met 27 anderen de weg gevonden had naar de Zedelgemse Groene Meersen om Talking Heads te zien optreden met in het voorprogramma XTC. Opa vertelt.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Geen toegevingen aan kwaliteitsvolle zorg

I don't want no cappuccino
I don’t want no cappuccino
A whole lotta latte won’t get me through
I got an iron will, and a gut like a still
I could use a stronger brew
One eye doubles my eyesight
So things don’t lock half bad
Be twice as good, honey if i could
Even make you a little bit mad
How bad’s the coffee?
How good’s the pie?

How bad’s the coffee?, John Jiatt, Beneath This Gruff Exterior, 2003

Na de publicatie van mijn column/blog “Gemeenplaats” http://tinyurl.com/m4rb2t3 reageerde Nico De fauw, Stafmedewerker Zorgnet Vlaanderen op twitter. Ik nodigde hem uit om een weerwoord te schrijven. Het is hieronder in volle glorie te lezen.

Met veel goesting begon ik afgelopen weekend de opiniebijdrage van Frank van Massenhove in De Tijd te lezen. Ben nl. een trouwe twitter-volger en fan van zijn visie, stellingen en opvattingen over het nieuwe werken, de overheid en zijn openheid over moeilijke thema’s als depressie en burn-out.
Wanneer de inhoud van de blog overging naar de toewijzing van het FPC, de houding van de zorgsector en vooral het management van deze laatste ben ik toch een paar kopjes koffie moeten gaan drinken. We hebben nl. in onze social media policy een regel dat je soms best eerst even een tas koffie gaat drinken vooraleer je iets post, kwestie van de emoties wat te laten zakken.

Wat de toewijzing van het FPC betreft: Wanneer uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er 10 begeleiders per 10 geïnterneerden nodig zijn (in de praktijk komt dit neer op 1.5 voltijdse functie per geïnterneerde om een 24u/24u zorg te garanderen) om deze kwetsbare, hoog-risicogroep op herval een kans te geven op integratie dan kan de zorgsector niet anders dan hier voor te gaan. Wanneer men echter een business (centen) ruikt dan wordt de kwaliteit al eens opzij geschoven en zijn er commerciële actoren die het met minder willen doen. Wie niet kan en wil inzien dat dit gevolgen heeft voor de kwaliteit is naïef of niet bekommerd. En misschien is dat inderdaad wel zo, er zijn immers herhaaldelijk veroordelingen geweest door het Europees Hof van de Rechten van de Mens voor onze aanpak van geïnterneerden. Er is vandaag veel heisa over de erkenning van homeopathie omdat deze niet evidence-based is, wel het doen met 7 begeleiders is ook niet evidence based, effectief en kwaliteitsvol! Ook al stelt de Overheid dat dit wel voldoende is. Waar zaten al die kritische stemmen toen?

Vanuit de FPC toewijzing volgt naadloos een aanval op het management van de non-profitorganisaties waar de sociaal assistent die een avondcursus boekhouden heeft gevolgd, directeur wordt. Beste Frank, de denigrerende toon waarmee je hierover spreekt is een enorme kaakslag voor iedereen die een leidinggevende functie opneemt in de zorg. Ik ben na dit te lezen dus een ganse thermos koffie gaan drinken alvorens te reageren. In deze passage wordt de ene gemeenplaats bestreden door een andere te lanceren. Dat heel de non-profit zwak gemanaged wordt is al even grote nonsens als stellen dat heel de administratie vol klungelaars zit. Het zijn bij De Overheid ook niet alleen straffe madammen die de plak zwaaien én er lopen nog best heel wat dino’s rond. Dat blijkt ook uit mijn en onze ervaringen met de overheid, uit mails die we krijgen en verhalen die we horen op onze vormingsdagen (o.a. over goed beleid & managament). Er heeft zich de voorbije tien jaar een enorme professionalisering van het beleid in de zorg voor gedaan én van hun Raden van Bestuur. Je bent meer dan welkom hierover samen in overleg te gaan en te ervaren. Aan de andere kant wil ik graag meer dan respect vragen voor alle leidinggevende, afdelingshoofden en hoofdverpleegkundigen die een bijzonder verantwoordelijk rol opnemen, zich regelmatig bijscholen en competenties verwerven (levenslang leren, duurzaam personeelsbeleid, weet je wel?) voor een bescheiden verloning.

En tot slot wordt de zorgsector beticht een slechte verliezer te zijn en te zwaaien met het cliché van winsthongerige bedrijven die zich niets aantrekken van ordentelijke zorg. Wel Frank, het is je misschien niet opgevallen, maar er zijn op het terrein reeds heel veel vormen van samenwerking tussen De Zorg en De Privé, zeker als het gaat om het efficiënter maken van processen in de logistiek, in bouw en architectuur, in innovaties e.d. en daar zijn we voorstander van. We kunnen leren van elkaar. Maar als het gaat om de zorg voor kwetsbare mensen, patiënten, ouderen zullen wij nooit toestaan dat er toegevingen gedaan worden aan personeelsbezetting en directe zorg voor deze mensen. Ook niet wanneer De Overheid enkel oog heeft voor financiële motieven.
De slapeloze nacht omwille van de vele tassen koffie is je vergeven.

Nico De fauw
Stafmedewerker Zorgnet Vlaanderen

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen