Ko Bushe

Mama (No Wo Homme Hon)

Mama, No Wo Homme Hon?
We Kunn ier toch nie bluvn stoan?

Mama (No Wo Homme Hon), Flip Kowlier, Otoradio, 2010

Het was vaste routine in de vroege jaren zeventig net voor de zaterdagmiddag ten huize Van Massenhove. Ik, pas aangekomen uit het verre Gent: “En mama, hoeveel mensen wonen er deze week in Zerkegem?” “1204 zielen en gij”, was haar vaste antwoord om vervolgens in een onbedaarlijke lach te schieten. Ik was officieel de enige vrijzinnige van het dorp. Zelfs Jacobus Vandenbussche, de enige socialist van Zerkegem, had iedere week zijn vaste stek in de zaterdagavondmis.

Iedere Zerkegemnaar kende Ko Bushe en Ko Bushe kende zijn Zerkegemnaren. Hij wist dat niemand op een atheïst zou stemmen. En er wérd op hem gestemd. Van de negen gemeenteraadsleden waren er niet minder dan vier socialist, merkwaardig toch voor een gemeente met één socialist. Ko had alle moeite om telkens weer een lijst met 9 kandidaten bij elkaar te krijgen. Hij moest gepensioneerde cafévrienden pramen om de plaatsen op te vullen. De meeste Zerkegemnaren waren bang om de burgemeester en de pastoor te mishagen. Zerkegem bestond uit boeren en werkmensen. De boeren wilden een fatsoenlijke weg naar hun velden. Dan ga niet op de tenen van de burgemeester staan. Nergens lag zowel tarmac als in de Zerkegemse polders. Werkmensen hadden alleen werk op voorspraak van de pastoor, de roemruchte Zorro voor wie het Tweede Vaticaans Concilie niets minder was dan een staatsgreep van de Antichrist.

Papa en Ko waren jeugdvrienden, hadden samen gevoetbald bij FC Leffinge en zagen elkaar veel en graag. Als jongetje dacht ik dat Louis Armstrong zijn Wonderful World (I see friends shaking hands saying how do you do but they’re really saying is I love you) over hen zong. Aan onze keukentafel hoorde ik verhalen over burgemeesters die een deal hadden met de pensioendienst. Pensioendossiers werden tegengehouden tot de burger op dienstbetoon bij de burgemeester ging. Na een kort telefoontje van de burgervader met Brussel kwam al enkele dagen later de bevrijdende pensioenbrief. De burgemeester wist zich voor decennia verzekerd van de electorale dankbaarheid van de ganse familie. De anders zo rustige Ko kon zich daar enorm over opwinden en ook hij werd daar electoraal voor beloond. Door werkmensen – boeren stemden nooit op socialisten – die zich vernederd voelden door de gestelde lichamen van Zerkegem.

Ko kwam me voor de geest toen ik in De Morgen van 4 mei las dat bouwaanvragen arrangeren helemaal terug was. Projectontwikkelaars die weten op welke receptie je moet zijn en mensen die de weg kennen, krijgen hun ding gedaan. In sommige gemeenten hebben ze ieder jaar een nieuwe stedenbouwkundige ambtenaar in dienst, stelde professor Johan Ackaert vast. “Ze vertrekken gefrustreerd omdat ze in botsing komen met een lokale mandataris”. Jan Leroy van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten wijst erop dat gemeenten vaak niet over het geschikt personeel beschikken. Hij vraagt betere financiering.

Het is zeer de vraag of dat de goede oplossing is. Als je kiest voor dorpspolitici krijg je vriendjespolitiek. De oplossing lijkt me veeleer in beleidskrachtige gemeenten te liggen. Buitenlandse collega’s die onze kunststeden met de auto bezoeken kijken met toenemende verwondering naar de ketting van kleine gemeenten die ze door moeten om van de ene stad naar de andere te rijden. Maar in ons land is er geen kans op een gemeentelijke herfusiebeweging. De politieke moed ontbreekt totaal. Elke partij is bang voor de opstand van zijn electoraal gewichtige burgemeesters en schepenen.

In goed geleide landen wordt gekozen voor drie structuren: landelijk, regionaal en stadsgewesten. Het contact met de burger geschiedt door lokale ambtenaren van sterk autonome steden, die de burger ook bijstaan in landelijke en regionale materies. In België kiest men voor te grote federale en regionale administraties, onnodige provincies en zwakke gemeenten. Tel er nog een nutteloze senaat bij en je kan alleen maar meewarig glimlachen als er weer een politicus over het grote overheidsbeslag begint.

Mag ik je, lieve lezer, wel op het hart drukken niets over deze column aan mijn mama te vertellen? Zelfs na 40 jaar heeft ze de fusie van haar geliefde Zerkegem met het arrogante Jabbeke nog niet verteerd. Ik wil zondag graag met haar van een rustige Moederdag genieten.

Video Flip Kowlier – Mama (No Wo Homme Hon): https://www.youtube.com/watch?v=f4nx_5KRJW0
Video Louis Armstrong – What A Wonderful World https://www.youtube.com/watch?v=E2VCwBzGdPM

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Opium

Billie Holiday
Nice work if you can get it
And if you get it won’t you tell me how?

Nice work if you can get it, Billie Holiday, The complete Billie Holiday On Verve 1945-59

Begin 2005 legden we onze drie vakbonden uit wat we met de FOD van plan waren. Ze luisteren stilzwijgend naar onze plannen en zeiden daarna, uit gewoonte waarschijnlijk, dat ze er tegen waren. Ik stelde hen voor om het toch maar eens aan hun leden voor te leggen. Een paar weken later kwamen twee vakbonden ons melden dat ze de plannen zouden steunen. “Onze leden zeggen ons dat het management meer met hun geluk inzit dan de vakbond”, vertelden de voormannen van de christelijke en liberale vakbond me. De derde vakbond gaf toe dat ze dat van het geluk ook gehoord hadden maar men vond dat zij wel wisten wat goed was voor hun leden. Ze blijven zich tot op de dag van vandaag, ook na alle pluimpjes die onze mensen krijgen van media, pers en bevolking, tegen de verandering verzetten. “Jullie zijn toch zich de Algemene Centrale vóór en niet tegen de Openbare Diensten?”, vroeg ik hen. Het kordate antwoord: “we zijn altijd tegen de bazen.”

Het is een rode draad (no pun intended) die door de dichte gelederen van de socialistische beweging loopt. Meer dan een eeuw later valt de keuze tegen het revolutionair socialisme en voor het reformisme, de meeste socialisten, emotioneel nog altijd zwaar. Politiek gedoogt men de vrije markt en wanneer er regeringsverantwoordelijkheid gedragen wordt, wordt ze zelfs impliciet ondersteund, maar aanvaarden gaat te ver. De strijd tussen arbeid en kapitaal blijft de grondtoon van het denken, zelfs bij de meest gemodereerde sociaaldemocraat.

Rutger Bregman, nog altijd maar 27, stelt in zijn indrukwekkende boek De Geschiedenis van de Vooruitgang, op basis van massa’s feiten vast: “Het kapitalisme is een van de grootste uitvindingen in de geschiedenis van de mensheid. Het is de belangrijkste motor van de vooruitgang. Vrijhandel in goederen en diensten is de bron van rijkdom, vrijheid en beschaving”. Bregman was te gast op het recente congres van de SP.a maar het is zeer de vraag of deze boodschap is overgekomen.

Indien niet zal de partij blijven sukkelen met de spreidstand die haar nu al een paar decennia zuur opbreekt: walgen van wie groei creëert maar wel eisen dat de opbrengst ervan rechtmatig verspreid wordt over alle geledingen van de maatschappij. Het gevolg is dat de terechte vraag naar een rechtvaardige herverdeling schril en vals klinkt. Het is een ongemakkelijke houding die door een steeds groter deel van de bevolking als schijnheilig wordt ervaren en dus ongenadig wordt afgestraft in het stemlokaal.

De nieuwe fase in het kapitalisme dreigt nog meer onheil te veroorzaken in sociaaldemocratische rangen. Naast belastingen was werken in de linkse bijbel de geprefereerde manier om rijkdom te herverdelen. Door te werken kreeg iedereen een menswaardig loon waardoor men waardig kon leven. Werken is dus niet alleen een methode om in zijn materiële noden te voorzien maar ook de belangrijkste zingever. De socialistische droom was volledige tewerkstelling. Het werd zelfs nog in 2000 met zoveel woorden gezegd door Tony Blair.

Maar anno 2015 worden we geconfronteerd met een economisch herstel zonder bijkomende jobs. In de uitstekende reeks die hierover verscheen in De Standaard wordt als uitleg gegeven dat “digitale bedrijven steeds minder kapitaal en investeringen nodig hebben om financiële waarde te creëren. En daardoor ook steeds minder werknemers.”

Indien deze tendens zich doorzet verliest werken zijn functie als herverdeler en zingever. Voor steeds meer mensen, ook voor Bregman, staat het als een paal boven water dat we afstevenen op systemen van basisinkomen die mensen toelaten een alternatief voor hun zingeving te vinden in andere domeinen dan het werk.
De gigantische hamvraag blijft: hoe zal men de ongelijkheid bestrijden? Paul Krugsman liet verleden week op een internationaal vakbondscongres (De Tijd van 17 april) geen spaander heel van theorieën als “geen groei met grote ongelijkheid” en “streven naar gelijkheid hindert de groei” maar hij sprak zich wel ondubbelzinnig uit voor verregaande herverdeling. “Hoe ongelijker de samenleving, hoe gepolariseerder de politiek en hoe groter de kans dat je de verkeerde beleid voert voor de bevolking.”

De sociaaldemocratie zal, wil ze overleven in de 21e eeuw, haar oude vormen en gedachten moeten afslachten, de gereguleerde duurzame groei omhelzen en op zoek gaan naar nieuwe herverdelingsmechanismen . Maar zij niet alleen, ook liberalen die zich de ideeën van Adam Smith nog herinneren en weten dat ook hij tegenstander was van groeiende ongelijkheid, zijn aan diepgaand denkwerk toe. Bregman ziet noch voor het socialisme noch voor het liberalisme enige toekomst. Zijn kurkdroge analyse: ” ideologie is geseculariseerde godsdienst”. Zou ook geseculariseerde godsdienst opium voor het volk zijn?

Naschrift

Deze column verscheen het eerst in De Tijd van 25 april 2015.

Video Nice work if you can get it, Billie Holiday: http://tinyurl.com/l5yktm

Kurt Overbergh (Ancienne Belgique) en Annelies Moons (Monschau) trokken naar aanleiding van de 100ste verjaardag van Billie Holiday naar New York en maakten een gepast eerbetoon voor Radio 1. De vierdelige docu liep op maandag 30 maart, woensdag 1 april, donderdag 2 april en maandag 6 april. je kan het opnieuw beluisteren op http://www.radio1.be/programmas/roxy/billie-holiday-new-york.

Kurt Overbergh vertelde terecht in zijn vele interviews dat Billie Holiday een uitzonderlijke zangeres was maar poneerde ook dat er daarom erg weinig coverversies van haar songs bestaan. Dat lijkt me een erg boude uitspraak.
Tenzij Kurt het uitsluitend over de songs heeft die Billie zelf schreef want die zijn op één hand te tellen. En dan nog: Van “Don’t Explain” vond ik 44 coverversies. Daar zitten mensen tussen zoals Nina Simone, Molly Johnson, Etta James, Abbey Lincoln en Dee Dee Bridgewater, toch niet de minsten. Van “Fine And Mellow” vond ik covers van Nina Simone, Molly Johnson, Etta James, Alberta Hunter, Lou Rawls en Tony Bennett.
Nog eentje: Van het magnifieke “God Bless The Child” is het aantal versies gewoon niet te tellen.
Veel jazzfestivals gaan er niet door waar haar signaturesong “Strange Fruit” (geschreven door Lewis Allan) op geen enkel repertoire staat. Ik hou bijzonder van de versies van Cassandra Wilson, die het nummer al op haar New Moon Daughter album vertolkte, en dit jaar een nieuwe versie opnam voor het Billie Holiday hommagealbum Coming Forth By Day. Voor de die-hards: mis de versie van Laïka Fatien (Op Misery) en Dominique Magloire (op Travelin’ Light With Billie) niet.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mutant

R-4785542-1409405676-5203.jpeg
Lonely Woman, Ornette Coleman, The Shape Of Jazz To Come, 1959.

In de tijd dat The Sky Is The Limit nog niet over poenpakkerij ging, maar de Engelse vertaling was van Sous Les Pavés, La Plage, werd de wereld onverhoeds geconfronteerd met mutanten: mensen die van nergens lijken te komen en grijnzend alle zekerheden van de stiel bij het huisvuil zetten.

In de literatuur was er Thomas Pynchon, van wie we tot op de dag van vandaag niet weten wie hij werkelijk is of hoe hij eruit ziet. In zijn Gravity’s Rainbow portretteerde hij met Tyrone Slothrop de ultieme mutant. Slothrop, luitenant in het London van de Tweede Wereldoorlog, werd door de geheime politie gevolgd omdat er telkens een V-2 insloeg op de plaats waar hij een paar dagen eerder sexueel actief was geweest.

In de jazz was daar van de ene dag op de andere Ornette Coleman die de jazz verloste van knellende wetmatigheden zoals ritme en harmonie. Zijn muziek werd, eerst zeer tegen zijn zin, Free Jazz genoemd op de pancartes boven de ingang van de jazzclubs waar zijn kwartet urenlange sessies speelde.Tot zijn totale verrassing liepen die clubs telkens weer overvol. De uitleg was jammer genoeg niet dat de mensheid ineens inzag hoe vervelend Perry Como wel was maar omdat men dacht dat het optreden gratis was.

Dertig jaar later stond er in ons land een politieke mutant op die zich zeer bewust was van de fascinatie die de mens heeft voor het idee “gratis”. Toen zijn practische toepassing ervan aansloeg, reageerde men panisch in alle partijbureaus. Niet alleen omwille van het succes maar vooral omwille van de grillige onvoorspelbaarheid van zijn ideeën. Dus kwam al snel de gratuite kritiek dat gratis niet bestond. Alsof Stevaert, die ook culinair de rest van de Wetstraat ver achter liet, niet wist dat “there is no such thing as a free meal”. Hij wilde dat meer mensen konden eten en dat de beterbemiddelden, hijzelf dus ook, het gelag zouden betalen.

“Gratisbeleid is niet nieuw” was de andere kritiek, “Heden scheert men gratis”, de sneer. Alsof het in beleidszaken gaat over oorspronkelijkheid en niet over doeltreffendheid. Tijdens de gratistijd steeg het aantal De Lijnreizigers jaarlijks, nu daalt het. Overigens, de wet van Stigler zegt dat geen enkele uitvinding genoemd is naar zijn uitvinder. Stigler heeft absoluut gelijk want de wet was al vijfentwintig jaar eerder uitgevonden door ene Merton.

Stevaert, alhoewel verzot op poëzie, indierock en hedendaagse kunst, verachtte intellectuelen, een veel voorkomende afwijking bij hoogintelligente mensen met diplomanijd. De kans dat hij het “gratis”-idee bij Dan Ariely afkeek, een prof gedrageconomie godbetert, is dus klein. Maar Stevaert zou dol geweest zijn op Ariely’s experiment.

Ariely zette in een universiteitsrestaurant een chocoladehandeltje op. Daar kon je kiezen tussen een Belgische truffel die normaal 99 cent kost maar je bij hem kon krijgen voor 49 cent en een Kiss, een walgelijk zoet Amerikaans exemplaar dat normaal 30 cent kost en nu nog maar 2. De studenten maakten een prijs/kwaliteitanalyse en kozen massaal voor de truffel. Ariely verminderde de prijzen met 1 cent. Weer was de truffel de favoriet. En dan ging er nog eens een cent af. Prijs/kwaliteit kon de pot op: er werd massaal voor de gratis Kiss gekozen. Terwijl het prijzenverschil toch hetzelfde bleef? We kunnen niet weerstaan aan “gratis”, stelde Ariely vast.

Daarom puilen onze huizen uit van dingen die we nooit zouden kopen maar die we gratis kregen bij iets dat we wel wilden en iets duurder betaalden om het gratis ding erbij te krijgen.

Mijn pa had in geen dertig jaar in een lijnbus gezeten maar toen de rit gratis werd, liet hij zijn auto, waar hij zielsgraag mee reed, thuis. Dat zou hij niet gedaan hebben mocht hij voor de rit in plaats van één euro maar 20 cent moeten dokken.

Mutanten worden in alle maatschappijen snel uitgerangeerd. Ze zijn te bedreigend. Dat wist Stevaert drommels goed. “Ik ken mijn houdbaarheidstermijn”, zegde hij steevast. Hij ging dus verrasend (snel) weg als burgemeester, als minister, als partijvoorzitter en als gouverneur. Nu is de ijzingwekkende vaststelling dat hij dat moment ook voor de mens Stevaert had vastgelegd. Mutanten weten waar de V2’s zullen inslaan.

Deze tekst verscheen eerst als column in De Tijd op 11 april 2015.

Naschrift

Dan Ariely schreef over het geestverblindende effect van gratis in Predictably Irrational: The Hidden Forces That Shape Our Decisions (2008), onbegrijpelijk vertaald als Waarom We Altijd Tijd Te Kort Komen & Ander Irrationeel Gedrag.

Mutant
Het idee van de mutant haalde ik bij Isaac Asimov, indertijd wereldwijd bekend als visionaire science-fictionauteur. In zijn Foundationreeks beschreef hij duizenden jaren evolutie zoals voorzien door Hari Seldom die met zijn psychohistorie de reactie van alle intelligente wezens kon voorspellen. Tot Het Muildier opstond, een mutant die magistraal emoties kon lezen en bespelen. Voor wie meer wil weten: http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Foundation_(boekenreeks)

Free Jazz
Free Jazz is al decennia een door niet-ingewijden gebezigde term wanneer ze met moeilijke jazz te maken krijgen. Voor hen is het onbeluisterbare kloteherrie. Natuurlijjk zijn er waardeloze voorbeelden van Free Jazz, zoals er ook superzoete pop met idiote teksten bestaat. Maar voor wie echt wil luisteren is er veel moois te beluisteren. Free Jazz wordt node met briljante melodielijnen geassocieerd, en toch kan Lonely Woman moeiteloos tot de mooiste ooit gerekend worden.
Daarom bestaan er zoveel covers van.
Ornette Coleman: https://m.youtube.com/watch?v=DNbD1JIH344

Vind je de versie van Coleman te houterig, probeer dan eens:
– Charlie Haden (de oorspronkelijke bassist bij Coleman) die met zijn Quartet West een weemoedig versie maakte op In Angel City. Een live versie: https://www.youtube.com/watch?v=4MEBHYuwLDA
– Branford Marsalis op zijn Random Abstract: https://www.youtube.com/watch?v=hIAJ9JvOo_g

Voor de moderne klassieken onder jullie, smul eens van de versie van het Kronos Quartet, op hun White Man Sleeps: https://www.youtube.com/watch?v=uprZBdGf0Wc

Eén jazznummer uit de Free Jazzperiode (die in 1967 met de dood van John Coltrane al afgelopen was) zou qua intrensieke schoonheid met Colemans meesterwerk kunnen wedijveren: Beatrice van Sam Rivers. Kies zelf:
https://m.youtube.com/watch?v=HxMIiTW59Co

Mijn favoriete versie van Beatrice is de Live uitvoering van John Henderson op zijn dubbelalbum The State Of The Tenor.
http://tinyurl.com/kzgz42x

Voor de rockliefhebber, als je het niet te druk hebt met neusophalen, deze suggestie: luister (nog) eens naar Eight Miles High van The Byrds en dan vooral naar de waanzinnige guitaarsolo van Jim McGuinn. Die was tijdens een vlucht terug uit een ijzig Londen helemaal in de ban van hallucinerende middelen én van John Coltrane’s India. Lees hoe Jim (die zich nu Roger noemt) McGuinn en David Crosby het uitleggen: http://tinyurl.com/ncs7xxk
Video Eight Miles High: http://tinyurl.com/lvoz9c3
Video John Coltrane met de altijd fenomenale Eric Dolphy met een live versie van India: http://tinyurl.com/nebn72u

Mutant De Luxe Captain Beefheart begon een rockcarrière met de bedoeling Muddy Waters met Ornette Coleman te kruisen. Hij lukte daar het best in op zijn Trout Mask Replica album, een Free Rockklassieker. Te beluisteren op eigen risico: ikzelf ben achteraf nooit meer normaal geworden. Niemand klinkt als de Kapitein. En niemand schildert zoals hij. In 1982 stopte hij gedesillusioneerd met muziekmaken en begon een bijna even fenomenale schildersperiode.
http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Captain_Beefheart

Als je veertig jaar geleden in Hasselt nieuwe muziek wilde beluisteren moest je in de cafés van Steve Stevaert zijn. Clear Spot van Captain Beefheart en zijn Magic Band (toen draaide men nog ganse LP’s) werd geregeld door de boxen gejaagd. My Head Is My Only House Unless It Rains, één van de wervelende nummers erop, zou het perfecte motto kunnen geweest zijn voor een mutant zoals Steve Stevaert.
https://m.youtube.com/watch?v=XJ2kSmbxEUw

Mijn speciale dank aan Marc Leroy die me er terecht op wees dat niet A Love Supreme, maar India van Coltrane de blauwdruk was voor de gitaarpartijen op Eight Miles high.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Betuttelnut

Jim O Rourke
Please Patronize Are Sponsers, Jim O’Rourke, Eureka, 1999

Op een prachtige lenteochtend ergens in 2004 schuift Hendrik Deroo op zijn typisch slungelachtige manier mijn bureau binnen. Recht voor de raap, vraagt hij me of ik me niet totaal belachelijk vind in dat reusachtig bureau. “Zoiets is toch totaal jouw stijl niet. Allez, jij moet tussen je mensen zitten en hen aanmoedigen, coachen en goed zot maken van ambitie.” Raak. “Bereken eens wat deze ruimte kost” , en nog net voor hij weer mijn bureau uitslungelt komt het genadeschot: “en ga eens na hoe lang je echt aan dat bureau zit!”.

Het bureau was 50 m2 groot. Toen kostte een vierkante meter in centrum Brussel 270 euro per jaar. Voor mijn somptueuze omgeving moesten de Belgische belastingbetalers dus 13.500 euro per jaar neertellen. En ik was er, let even niet op mijn rood aanlopende kaken, 3% van mijn tijd.

Hendrik wist dat. En hij wist ook waarom zulke geldverspilling schering en inslag is, en heus niet alleen bij administraties. “Dat komt omdat we onze kantoren op basis van hiërarchie inrichten en niet op basis van wat we echt moeten doen. Tel het aantal ramen in de bureaus van consultants en je weet op welke trap van de hiërarchie ze staan. Dat heeft niet met efficiëntie te maken maar met statussymbolen”.

Een paar dagen later zit ik tussen vijftien uitgelote collega’s te ontbijten. De maandelijkse ontbijtsessies gingen zes jaar lang door tot ik iedereen in onze FOD had gezien en vooral gehoord. En op die donderdag zijn er opvallend veel jonge moeders present. Ik vraag hen gewoontegetrouw hoe het werk hen bevalt. “Oh, ik doe mijn werk graag, hoor”, zegt Els, “maar ik heb geen tijd voor mijn kinderen en dus denk ik eraan om viervijfde te werken. Dan kan ik bij hen zijn op woensdagnamiddag.” De tafel ontploft van de “ik ooks” en de “natuurlijks”. Zonder er veel bij na te denken vraag ik hen of ze ook deeltijds zouden werken als er hen niet meer opgelegd zou worden wanneer ze moesten werken. “Zeker niet”, is het unanieme antwoord, “het geld komt goed van pas als je jong bent, kinderen hebt en een huis moet afbetalen.”

Heel snel daarna besloten we een nieuwe organisatie te bouwen waarin er voor niemand een vaste werkplek was en waarin zo veel mogelijk mensen konden beslissen waar en wanneer ze werken. We maakten een business plan. Geef ons één keer 10 miljoen euro vroegen we de regering en we garanderen dat er ieder jaar 9 miljoen euro minder uitgegeven moet worden aan vierkante meters. Na 2008,toen de tijden van hersenloze lineaire besparingen aanbraken, kreeg je nooit nog seed money, ook niet met het meest spitsvondige business plan. Maar in 2005 kregen we het wel. Het Novoplan, Portugees voor nieuw, kon van start gaan. (Omdat het in onze rare land nooit in het Nederlands of Frans mag, en Franstaligen een bloedhekel hebben aan het Engels deden we alles in het Portugees). Met nagenoeg geen consultants maar met alle mensen die wilden meehelpen zette Tom Auwers en zijn team het plan, dat door velen als dagdromerij werd afgedaan, om in een realiteit die in de feiten nog meer verdergaand is dan we destijds voor ogen hadden. Dat had niets te maken met het vernuft van de voorzitter of met de visionaire inzichten van het directiecomité maar vooral met de creativiteit en inzet van de vele Hendriks en Elsen in onze organisatie.

Naar aanleiding van de begrotingscontrole schreef Guy Tegenbos: “Als men de managers van de overheidsdiensten niet meer betuttelt maar verantwoordelijkheid geeft, zullen zij nog wel efficiëntiewinsten vinden.” Het verhaal hierboven is maar één van de vele die zijn stelling bewijzen. Daarom zette ik Guy’s zin met volle overtuiging op twitter waarop de alerte Henri van de Kraats repliceerde met “En als de overheidsmanagers de ambtenaren niet betuttelen.” Honderdvoudig gelijk heeft hij.

Deze tekst verscheen voor het eerst als column in De Tijd van 28 maart 2015
Video Please Patronize Are Sponsers http://tinyurl.com/l5rn7s7

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ontwaakt! Etcetera

Serge2
Nous entrerons dans la carrière
Quand nos aînés n’y seront plus
Nous y trouverons leur poussière
Et la trace de leurs vertus
Aux Armes Et Caetera, Serge Gainsbourg, Aux Armes Et Caetera , 1979

De immer welluidende nieuwslezer schonk ons verleden week vrijdag een rustig weekend met de mededeling dat de regering een compromis had gevonden over brugpensioenen en langer werken. Om tot die beslissing te komen, gaf Vicepremier Alexander Decroo grootmoedig toe, had men het interview grondig bestudeerd dat Fons Leroy, de baas van het VDAB, gaf voor de beste krant van het land. Mocht je dat interview gemist hebben, ga dan als de wiedeweerga naar http://tinyurl.com/mfauap6 maar niet nadat je in een gespecialiseerde winkel een flink uit de kluiten gewassen lijst kocht om het kleinood passend in te kaderen. Want Fons slaat nagels met koppen.

Van geen van alle visionaire ideeën die je in het interview leest, vind je ook maar iets terug in wat je de SP.a de laatste jaren hoort poneren. De SP.a vindt het kennelijk niet nodig te luisteren naar de man die jarenlang kabinetschef is geweest voor hun topministers.

Hetzelfde kan gezegd worden van Mark Elchardus, die vroeger als vanzelf “huisideoloog van de SP” achter zijn naam kreeg. Het behoorlijk disruptieve interview in Knack van 10 maart, kreeg niet voor niets de titel “Als de SP.A naar mij had geluisterd, haalde ze nu 30%”. Het klinkt arrogant maar als je zijn analyse, gebaseerd op jarenlang sociologisch onderzoek, goed leest, kun je de man alleen maar gelijk geven.

Zelf durf ik me niet vergelijken met Fons en Mark, maar hun ervaring met het compleet negeren door de SP.a-partijtop van mensen die uit de eigen zuil komen en een beetje ervaring en enige ideeën hebben kan ik moeiteloos onderschrijven. Telkens er een nieuwe S.P.a-voorzitter aantreedt, wordt een groepje samengesteld die haar/hem aan sprankelende ideeën moet helpen maar na een paar avonden, meestal in een goed restaurant, hoor je er niets meer van. Of beter: hoor je net hetzelfde als vroeger.

Lang dacht ik dat dit symptomatisch is voor een gescleroseerde partij die geleid wordt door iemand die mordicus wil bewijzen dat politiek talent niet via het DNA wordt doorgegeven. Hoe kan je anders iemand omschrijven die Wouter Torfs uitzoekt als politiek doelwit, een man wiens bedrijf voor de zesde keer op rij door zijn eigen mensen tot Beste Werkgever van het Land wordt uitgeroepen omdat ze respect en vertrouwen krijgen, zelf beslissingen mogen nemen en vooral niet als functie maar als een persoon gezien worden. Allemaal dingen waar mensen die voor en bij de SP.a werken alleen maar kunnen van dromen. Om maar iets te zeggen: Wouter zegt goedendag tegen àl zijn mensen.

Maar nu moet ik nederig toegeven dat ik blind was voor de briljante strategie van Bruno Tobback. Iedere politicoloog, die naam waardig, weet dat een regering nooit valt door de onverdroten inzet van een strijdvaardige oppositie. Ze valt uiteen omdat ze intern ruziet. Dus koos de SP.a ervoor om zo onopvallend mogelijk te zijn zodat de meerderheidspartijen uit pure verveling met elkaar ruzie zouden gaan maken. Niet opvallen lijkt een moeilijke opdracht voor politici, die een vak beoefenen dat je alleen kiest als je denkt iets te zeggen te hebben dat het waard is om beluisterd te worden. Het vergt dus oefening en discipline. Gelukkig hadden een paar socialisten, toen ze nog minister waren, zich al hard ingespannen om irrelevant te zijn.

Het was wel heikel om net dan een vernieuwingsoperatie op te zetten. Daarom werd, en petit comité, het enige comité waar echt beslist wordt in de SP.a, overeengekomen dat het volstond om het Charter van Quaregnon in voorkeurspelling om te zetten. Het is dus niet toevallig dat de nieuwe missietekst niet in 2015 maar in 1973 lijkt geschreven te zijn (de tekst klinkt 1965-achtig maar het woord duurzaam komt er in voor). Ook aan Mark Elchardus ging het lamzakkerig gedrag bij de SP.a niet onopgemerkt voorbij. “De federale oppositie in dit land bestaat vandaag uit één persoon: Kristof Calvo van Groen”, laat hij optekenen.

Het geniale Bruno-plan is, getuige het interview met Bart De Wever in De Morgen van 7 maart, perfect gelukt. Anderhalve zin kort gaat het over de SP.a. Er klink zelfs iets van mededogen door in de woorden van de Antwerpse burgervader. Maar de rest van het artikel is een onafgebroken aanslag op Vicepremier Kris Peeters die onwillekeurig doet denken aan Rembrandts meesterwerk “De anatomische les van dokter Nicolaes Tulp”.

Bruno Tobback krijgt dus gelijk. Een nieuw voorzitterschap wenkt. Het grandioze van dit alles is dat niemand de geslepen strategie van de Vlaamse Socialisten doorheeft. Ook de kiezer niet.

anatomische-les-rembrandt 2

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Sigarenkistje

Basement tapes
Nothing was delivered
And it’s up to you to say
Just what you had in mind
When you made everybody pay
No, nothing was delivered
Yes, ’n’ someone must explain
That as long as it takes to do this
Then that’s how long that you’ll remain
Nothing is better, nothing is best
Take heed of this and get plenty rest.

Nothing Was delivered, Bob Dylan & The Band, The Basement Tapes, 1968

In de vroege jaren zeventig was De Vooruit niet het stomende Gentse kunstenhuis dat we vandaag kennen maar een intriest restant van wat ooit één van de triomfen van de arbeidersstrijd was. Het Grand Café had de sfeer van een verlaten stationshal. Toch kon je me daar als jonge student geregeld vinden, wachtend op vrienden waarmee ik die avond in diezelfde Vooruit één of andere artfilm wilde bewonderen. Hoe het kwam is me nooit duidelijk geworden maar ergens tussen het stof en de spinnenwebben van het immense gebouw bevond zich een fijnbesnaarde filmprogrammator die ons voor een habbekrats inwijdde in de wondere wereld van Truffaut, Fellini en Kubrick. Die avond stond Kurosawa’s meesterwerk Dodeskaden op het programma.

Mijn vrienden lieten op zich wachten en terwijl er nog tientallen tafeltjes vrij waren kwam een groepje potige mannen zich pal naast mij installeren. Tot overmaat van ramp waren ze in een wilde discussie verwikkeld die de eerst muisstille ruimte in een galmkamer herschiep. Het duurde wel even voor ik, die nog veel tijd nodig zou hebben om me de finesse van de Gentse volkstaal eigen te maken, doorhad waarover de discussie ging. De regering had aangekondigd dat ze zwaarder zou toezien op misbruiken in de werkloosheid. “Er is geen werk voor de mensen en nu gaan ze de schuld op de werklozen steken!”, riep de jongste van de groep die verrassend goed op Bruce Springsteen geleek, al kan het ook aan zijn groenblauw trappershemd gelegen hebben. Zijn uitroep kreeg totale bijval.

Maar toen zei een in mijn 21-jarige ogen zeer oude man: “Mannen, toen ik penningmeester werd van den textielvakbond, lang voor de sociale zekerheid, kreeg ik van Anseele te horen dat een vent die zijn poten in onze kas stak, crapuleus uitschot was want een schenner van de solidariteit. Die sigarenkist die vroeger onze kas was, is nu de sociale zekerheid. En als er iemand in het zwart werkt en geld pakt dat toekomt aan mensen die echt werkloos zijn, vind ik dat even schandalig als vijftig jaar geleden.” Waarop het weer sereen stil werd. Ondertussen waren mijn vrienden er bij komen zitten. Koen Raes vroeg met ontzag aan de oudere man: “Je hebt nog den oude Anseele gekend?”, waarop Staf van de Gaâs – lang dacht ik dat dit zijn echte naam was (hij werkte vroeger voor de gasmaatschappij) – losbrak in een labyrintisch verhaal, even meeslepend als hilarisch als een roman van Pjeroo Robjee. Dodeskaden was voor ’s anderendaags.

Verleden week moest ik aan Staf denken toen ik Sabine in de Gentse binnenstad ontmoette. Sabine, de anders altijd zo opgewekte frisse verschijning is het laatste jaar verworden tot een triest kijkende, energieloze vrouw. Er gaat geen dag, geen minuut of seconde voorbij zonder pijn. Een eerste operatie bracht geen soelaas. Toen de pijn weer snoeihard opstak kreeg ze van de assistent, de professor had geen tijd voor haar, te horen dat een tweede operatie nodig zou zijn maar dat ze daar wel vier maanden moest op wachten wegens de lange wachtlijst. Maar net voordien had ze de professor vrolijk pratend door de gang zien stappen met een zeer bekende voetballer die de vorige dag het nieuws had gehaald met een mogelijks zware blessure na een akelige doodschop. Blijkbaar was er voor hem geen wachtlijst. “Die zal ook wel een Luxemburgse vennootschap en een Zwitserse HSBC-rekening hebben”, zei Sabine smalend.

Miljoenenverdienende voetballers en de rijkste families in ons land vinden het vanzelfsprekend om gebruik te maken van ons gezondheidssysteem maar vertikken het om geld in het sigarenkistje te stoppen. Staf van de Gaâs had daar een woord voor. Ik zal het maar niet gebruiken. Voor je het weet word je beschuldigd van afgunst.

Video Bob Dylan & The Band – Nothing was delivered https://www.youtube.com/watch?v=AOnmJtRCWPk

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nuts

Sweet
Something’s wrong man when the boss man makes you beg
for your own paycheck,
Beer cans that need stacking, pool balls that need racking,
That’s the only quota I’m meeting tonight.
So, if you’re with me raise your glass, here’s to the working class
Everybody else can just kiss my ass.
Everybody Else Can Kiss My Ass, Sunny Sweeney, Provoked, 2014

Heather Cho heeft waarschijnlijk nog altijd niet door wat haar overkwam. Ze nam drie maand geleden het vliegtuig van New York naar Seoul, vond dat ze onheus behandeld werd en krijgt nu in eigen land een gevangenisstraf van een jaar. De stewardess die haar woede opwekte was nochtans manifest verkeerd. Ze had net voor de take-off een zakje nootjes op het opklaptafeltje gelegd. Terwijl de voorschriften duidelijk zijn: vragen of de reiziger het wel wil en zo ja, serveren in een schaaltje. Dus eiste ze dat stewardess Park uit het vliegtuig werd gezet. Maar eerst moest ze nog op de knieën zitten om haar verdiende straf, een portie klappen met een glossy brochure, te ondergaan. U of mij zou dat waarschijnlijk niet lukken maar Heather werd op haar wenken bediend. Dat ze de dochter van de baas van Korean Airways is, zal daar niet vreemd aan zijn.

Gedurende eeuwen vonden mensen uit de hoogste Zuid-Koreaanse kringen dat dit soort gedrag hen toekwam. Daar komt nu kennelijk verandering in. De globalisering van informatie en technologische ontwikkeling opende ook voor de Zuid-Koreaan met de pet de ogen voor het onrecht van hiërarchie. De sociale media deden de rest. Als je het karakter van een mens wilt leren kennen, geef hem dan macht, zei Abraham Lincolm al. Maar alles terugbrengen tot het persoonlijke is te kort door de bocht. Het is niet eenvoudig om los te komen van groepsgedrag en culturele geplogenheden.

Een paar jaar geleden kregen we op onze FOD het bezoek van Zuid-Koreaanse hoogwaardigheidsbekleders. Ze onderzochten de mogelijkheid om een soort administratieve hoofdstad buiten Seoul te bouwen die niet zou geteisterd worden door de verkeersinfarcten en ecologische rampspoed waarmee de hoofdstad geplaagd zat. Het is ons nog steeds een raadsel hoe ze bij ons en ons verhaal over werknemers die zelf beslissen waar en wanneer ze werken, terecht gekomen waren. Toen Tom Auwers, de man die de leiding had van ons veranderingsproject, hen uitlegde hoe we te werk waren gegaan, zag ik al wat onrust bij de delegatie. Achteraf bleek dat ze het bijzonder eigenaardig vonden dat niet de CEO het woord voerde. Onze gasten knikten hevig mee tijdens Toms presentatie. Achteraf waren er vragen die onveranderlijk aan mij gericht waren. En de eerste was: “Dus de baas beslist en dan…” Ik zei zo diplomatisch mogelijk: “Neen, het team beslist en dan…”. Dat noopte mijn vraagsteller tot diep nadenken. Uiteindelijk kwam het: “O.K. Stel dat de baas beslist…”.

Maar we maken ons best niet te vrolijk over het overdreven hiërarchisch gedrag van anderen. Onderdanig wil ik lezer dezes wijzen op een onderzoek van de Nederlandse psycholoog Geert Hofstede. De vijf landen waar regels volgen, onder de indruk zijn van macht en status en het blind volgen van procedures ongeacht de omstandigheden, het allerbelangrijkst zijn, blijken Griekenland, Portugal, Guatemala, Uruguay en… België te zijn. We gelijken kennelijk meer op Guatemalteken dan op Denen, die weliswaar bij ons om de hoek wonen, maar inzake hiërarchisch/onderdanig gedrag ons perfecte tegenbeeld zijn.

Ik heb er geen idee van of Cees Buddingh in het Deens vertaald is maar ze hebben hem in ieder geval goed begrepen. “Macht hebben en er geen gebruik van maken, dat is pas beschaving”, schreef hij.

Maar zijn mooiste vind ik nog steeds: “Brutale mensen hebben de halve wereld. Ik vind het best, maar laat ze wel op hun helft blijven”. Hopelijk bestaat het ook in het Koreaans. Volgens Google Translate klinkt het zo: 잔인한 사람들은 절반 세계를 가지고있다. 나는 그것이 최선이라고 생각하지만, 그들의 절반에 남아 보자.

Sunny Sweeney, Everybody Else Can Kiss My Ass: https://www.youtube.com/watch?v=LyHWJgsaRic

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen