Reptielenbrein

MI0000588807

Also heavily advertised in the local newspapers in Delhi
That they are encouraging for people to come down here and work.
And then we went to the embassy and they showed us
Kew Garden pictures and pictures of the various parts of England,
That it is all that beautiful and everything is just right
And that’s what we just applied for the voucher.
Immigrant, Nitin Sawhney, Beyond Skin, 1999

Als je wil blijven geloven in de maakbare, rationele mens lees je best niet te veel evolutietheorie. Want al snel blijkt de fiere Jager-Verzamelaar in de feiten een trieste Prooi-Aaseter, die wanneer hij een enkele keer op rijk dood voedsel stootte, er zich tot kotsens toe aan te goed deed. Die aandrang is na duizenden jaren menselijke evolutie en bijhorende aanwas van uitpuilende voedselrekken niet echt weggewerkt, getuige de explosie van fitnessruimtes waar mensen zich uitsloven om die extra kilo’s eraf te krijgen die ze straks – een simpele aanblik van calorierijk voer volstaat – weer vlot bij-eten.

Met onze tolerantie is het niet beter gesteld. Evolutiebioloog Jared Diamond had ons met zijn Zwaarden, Paarden en Ziektekiemen al attent gemaakt op de dunheid van het vliesje dat culturele aanvaarding heet en hoe gemakkelijk het door ziektekiemen kon doorboord worden. Maar echt voorbereid op de omvang die het migratieprobleem in de Westerse wereld heeft verkregen, waren we niet. Een blik op de politieke pagina’s van nagenoeg alle westerse kranten volstaat. Nooit is migratie zo’n heikel politiek probleem gebleken als vandaag. Obama, de grootste weifelaar die het White House ooit heeft gehuisvest, komt na zes jaar met een aanpak van illegale migratie die zelfs door zijn eigen partij niet wordt gesteund. Cameron, die er door zijn machistisch en onhandig gemanoeuvreer bijna in slaagde om de Schotse nationalisten aan hun voordien onmogelijk gewaande onafhankelijkheid te helpen, loopt de migratievoorstellen van UKIP achterna in een tempo dat zelfs Mo Farah hem zou benijden.

En nu is ook de Zweedse minderheidsregering, na drie luttele maanden, gevallen omdat er geen steun komt van de centrumpartijen, nochtans een normaliteit in de Scandinavische landen. Centrumrechts durft geen afstand te nemen van extreemrechts dat een veel strengere migratiesysteem eist. Deze eeuw is voor de Scandinavische landen een bitter ontwaken geweest uit de droom van het tolerante noorden. Voordien keek men van daarboven hoogmoedig neer op landen zoals Frankrijk, met een Front National dat in 2002 tot de laatste ronde van de presidentsverkiezingen doordrong of België na de Zwarte Zondag. Dat is bij ons onmogelijk, zegde men me in Aarhus waar ik in 1993 op de terugweg na het congresdiner drie Afrikaanse mannen door een groep skinheads in elkaar zag geslagen worden. Toen ik bij het ontbijt vroeg of dat geregeld gebeurde, was het antwoord dat ik te veel moet hebben gedronken want zoiets was in Denemarken ondenkbaar. Nu bepalen de Dansk Folkeparti , de Zweedse Democraten en de Ware Finnen het politieke kader in het Hoge Noorden.

Te snel worden de meningsverschillen over migratie teruggebracht tot links en rechts. In nagenoeg iedere editie van The Economist, het weekblad dat zich tot doel stelt het liberale gedachtengoed van Adam Smith blijvend te verdedigen, vind je een pleidooi voor vrije migratie, niet zelden gelardeerd met hoogstaande studies over het enorme economische voordeel ervan. Migranten zijn mensen die grote ambitie, durf (anders zet je niet zo snel die enorme stap van culturele ontworteling) en zin voor initiatief gemeen hebben. Ze zorgen heel snel voor groei. Maar er is geen bevolking ter wereld die ook maar enig geloof hecht aan die bevindingen. Ook in ons land, zowel in Vlaanderen als in Wallonië (weer een cliché minder), wordt het aantal migranten zwaar overschat en worden de gevolgen voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid unaniem en alle studies ten spijt, als zwaar belastend omschreven.

George Friedman, de baas van Strategic Forecasting, dat advies geeft aan talloze regeringen en Fortune 500-bedrijven, toonde aan dat enkel landen die actief open staan voor migratie de economische wind in de zeilen hebben. Hij onderzocht ook welke landen daar succesvol in zijn. Dat blijken lege landen die veel ervaring hebben met migraties en die een deel van hun nationale trots ontlenen aan het telkens weer slagen van integratie. De Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland zijn volgens Friedman goedgeplaatst. Dikbevolkte landen zoals België waar de aanblik van een meisje met hoofddoek voor velen een onaanvaardbaar straat- en schoolverschijnsel is en waar nachtwinkels schadelijker voor de gezondheid geacht worden dan bedrijfswagens, bengelen helemaal achteraan het lijstje.

Voor Di Rupi I was het economisch herstel van ons land de eerste prioriteit maar nooit werd zelfs maar gedacht aan economische migratie, ondanks het enorme groeipotentieel ervan . De electorale schrik was te groot. De moed om tegen het reptielenbrein, doodsbang voor ziektekiemen, in te gaan was even klein als bij Obama, Cameron en de Zweedse centrumpartijen.

Ook Michel I zegt alles op alles te zetten voor economische groei . Maar ook deze regering zal geen initiatief nemen om economische migratie te bevorderen. Want het staat niet in Het Regeerakkoord. Terwijl ieder bedrijf wendbaarheid en voortschrijdend inzicht in marktwerkingen nastreeft, zweert Michel I bij het Heilig Boek van de Regeringsvorming. Nooit gedacht dat een centrumrechtse regering zo’n onwankelbaar geloof zou ontwikkelen in vijfjarenplannen.

Jan Cornillie gaf een bijzonder interessante link naar de studie van British Future over migratie: http://www.britishfuture.org/articles/how-to-talk-about-immigration/

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Goede Bazen Slechte Bazen

swans
Stupid snake
Big strong boss
Break my back
Blood runs black
Cut my throat
Kill me snake
“Do what I say”
you’re the boss
Big Strong Boss, Swans, Filth, 1983

“Omdat het slechte bazen zijn” ” was het kordate antwoord van Ricardo Semler, die ik een week geleden via de mensen van Koppen kon ontmoeten. Mijn vraag was simpel: “Als je zo’n fenomenale resultaten kunt voorleggen door command & control weg te werken, waarom zijn er dan zo weinig managers bereid om het roer om te gooien?”

“Bazen”. Heerlijk woord. Niet leidinggevende, dat is voor mensen die in Menselijke Gereedschappen doen. Niet werkgever, dat is voor mensen die van emmeren over loonkost hun levenswerk maken. Bazen, het aloude bazen.

Bazen is ook juist want zo spreken mensen (die zich nooit werknemers of medewerkers voelen) in het dagelijkse leven over hun chef. Het is geen waardeoordeel want daar is een bijvoeglijk naamwoord voor nodig. Voor mensen zijn er twee soorten bazen. Goede en slechte.

Als je hen vraagt wie slechte bazen zijn, krijg je een karrenvracht voorbeelden die getuigen van gebrek aan respect. En als je hen vraagt goede baas te omschrijven dan zal je zelden een beschrijving krijgen van de hero manager, de mythische visionair die door harde tijden moet maar ultiem door de ganse wereld wordt ingehaald als vernieuwer en al tijdens zijn leven in de media hollywoodliaans wordt uitvergroot.

Dit soort bazen maken het leven van hun mensen tot een hel. Ze geloven echt dat het werkt als je de medewerkers bulderend toeroept dat ze vanaf nu klantvriendelijk moeten zijn. Het zijn relicten van het Tayloriaans denken dat mensen als verlengstukken van machines zag. Ze zijn er dus heilig van overtuigd dat alleen zij innoverend zijn. Het bedrijf bestaat uit mensen die denken (zij dus) en mensen die uitvoeren. Mensen zijn voor hen niet gelijkwaardig. Zij zijn vanzelfsprekend beter. Dit soort bazen richten hun organisatie ultiem ten gronde omdat er niet geloofd wordt in de creativiteit van het voetvolk. Report sheets, Balanced Scorecards en Lean-rapporten vullen hun leven maar ze hebben geen flauw benul van wat er écht in hun organisatie omgaat.

Vooraleer je denkt dat ik uit mijn nek lul, moet ik snel autoriteiten opvoeren. Ze heten Joseph Chancellor en Sonja Lyubomirsky. Ze komen in hun publicatie “Humble Beginnings” tot de conclusie dat nederige managers de betere managers zijn. Het zijn mensen die een robuust zelfvertrouwen hebben, moeiteloos uitkomen voor hun eigen fouten, gericht zijn op anderen en iedereen gelijkwaardig achten. Ze maken zich geen zorgen over afgaan en hebben weinig stress. Ze komen (nog) weinig voor.

De command & control bazen maken nog steeds de meerderheid uit. Chancellor en Lyubomirsky noemen ze narcistisch. Ze hebben geen idee van goede en slechte kenmerken, bij zichzelf en bij anderen. Ze blazen eigen goede beslissingen op en geven bij fouten de schuld aan anderen. Sommigen schrijven zelfs ganse boeken om te bewijzen dat de slechte resultaten van hun organisatie bij iedereen met uitzondering van henzelf liggen.

Chancellor en Lyubomirsky identificeerden een derde categorie managers: managers met een verborgen laag zelfbeeld, die ze een beetje ongelukkig depressief noemen. Net als de narcisten zijn die zo bezig met zichzelf dat er maar weinig tijd en energie is voor het adequaat reageren op uitdagende informatie, zijnde data met een hoog gevaar- of opportuniteitsgehalte.

Narcistische bazen zijn op alle vergaderingen want “zonder mij bakken ze er daar toch niets van”. Depressieve bazen zijn ook op alle vergaderingen maar dan om na te gaan of iemand hun incompetentie doorheeft. Nederige bazen maken zich zo onzichtbaar mogelijk, laten de creativiteit toe en nemen de verantwoordelijkheid wanneer dingen verkeerd gaan, ook wanneer ze niet eens de beslissing genomen hebben.

Het lijkt me dat de auteurs een categorie over het hoofd zien: potentieel nederige bazen die over onvoldoende moed of durf beschikken om hun medewerkers de nodige manoeuvreerruime te gunnen. Semler begon zijn revolutionaire omvorming van Semco, het bedrijf dat hij van zijn vader erfde, toen hij 21 was. Toen ik me daarover verwonderde zei hij lachend – nederige bazen lachen veel – dat, als zijn verandering een mislukking was gebleken, hij weer in rockbands was gaan spelen. Maar hij voegde er wel ernstig aan toe dat veel bazen in beursgenoteerde bedrijven zo vast zitten aan de kwartaalcijfers, dat ze, al willen ze de cultuur van hun bedrijf democratiseren, ze als gevolg van de noodgedwongen defensieve ingesteldheid vervallen in narcistisch gedrag. Semler noemt ze BB’s: beursgebonden bazen.

Humble Beginnings zal de narcistische bazen niet veranderen. Want ze lezen dat soort dingen niet. Als ze al eens een boek lezen is het er één van een Amerikaanse ex-consultant over controlemechanismes. Het zal ook de depressieve bazen niet veranderen. Misschien lezen ze het wel maar ze dreigen er alleen nog meer mistroostig van te worden. Als je jezelf herkent als Depressieve Baas, kun je beter Brené Browns “De Kracht van Kwetsbaarheidheid” lezen, waarin ze uitlegt dat drang naar perfectionisme een realistisch zelfbeeld in de weg staat. Of beter: kijk naar haar TED-talk Listening To Shame. En ik begrijp dat je snel weg moet naar een dringende vergadering, bekijk dus alleen het stukje tussen 4:07 en 4:46. Die 39 seconden zouden je leven wel eens grondig kunnen veranderen. Ze vraagt het publiek of ze zich zwakke mensen voelen als ze blijk geven van hun kwetsbaarheid. En nagenoeg iedereen steekt zijn hand op. En dan vraagt ze hoe ze over mensen denken die op het TED-podium hun kwetsbaarheid tonen. En het blijkt dat men ze moedig vindt. Het is dus niet zo erg als je straks op je belangrijke vergadering zegt dat je het ook niet weet.

Humble Beginnings is wel uiterst geschikte literatuur voor bazen die de leiding krijgen van een organisatie waar voordien een narcistische of depressieve baas de scepter zwaaide. Ik wens hen veel moed toe om zich steeds nederiger te gedragen en alleen zichtbaar te zijn als ze echt een meerwaarde betekenen.

En mocht je iemand zijn die onder een narcistische baas werkt, denk toch eens goed na of je Humble Beginnings wel wilt lezen. Het kan je doodongelukkig maken. Want je zult er een wereld in ontdekken waar werken mensen gelukkig maakt.


Joseph Chancellor & Sonja Lyubomirsky – Humble Beginnings: http://tinyurl.com/qjlb7u8
Brené Brown: Listening To Shame: http://tinyurl.com/nu7moe2
Koppen met Semler: http://tinyurl.com/neb6k79

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Oogjes dicht en snaveltjes toe

rondas
I’m a man of many talents
But I got one thing left to do
I gotta get a blindfold and close my eyes
Before I get one look at you
But I can’t hear my eyes
They don’t speak, they’re just the spies

Can’t Hear My Eyes, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Before Today, 2010

http://tinyurl.com/koxa6wu

In de rij van de paspoortcontrole in Saint-Pancras moest ik onwillekeurig aan Jean-Pierre Rondas denken. Niet omdat hij ettelijke keren de trip naar London moet hebben ondernomen voor zijn exquise Klara-interviews met zeer invloedrijke mensen, die hij in een feilloos Queen’s English afnam, maar omdat het me een raadsel was hoe hij die paspoortcontrole was doorgekomen. Of beter: wilde doorkomen. Want Rondas, die het een doorn in het oog is als een ambtenaar de neutraliteit niet nastreeft, had het zeker niet gepikt dat zijn identiteit zou worden geverifieerd door een man met een Sikhtulband of door een vrouw met hoofddoek. Hij had zonder twijfel direct rechtsomkeer gemaakt.

Natuurlijk heeft Rondas toen hij zelf functionaris was zijn mening over neutraliteit nooit uitgesproken, want dan was hij, volgens zijn eigen beginselen, niet neutraal geweest. Een functionaris moet zwijgen over politiek gevoelige zaken, vindt hij. Neutraliteit ligt gevoelig in ons landje.

Als Rondas schrijft (in De Standaard van 29 oktober) dat Muntdirecteur Peter de Caluwe moet zwijgen over controversiële onderwerpen, dan onderschrijft hij de Franse versie van neutraliteit. Het is ook de vigerende regelgeving in het Gemeenschapsonderwijs. Gij zijt een uniek individu maar gij zult noch door woorden, noch door kledij tonen wie ge zijt. Britten malen niet over de kledij of het standpunt van de functionaris, maar zien er streng op toe dat de burger neutraal wordt bediend. Het gedrag van de ambtenaar bepaalt zijn neutraliteit. Toen ik, mijn Teergeliefde volgend, een lingeriezaak in de schaduw van het historische Harrods binnenstapte, stelde ik vast dat die houding niet alleen voor ambtenaren gold. Teergeliefde werd keurig bediend door twee volledig gesluierde vrouwen, die haar fijngevoelig informeerden over het zinnelijk gebruik van plagerige decolletés en kanten minislips.

Toen ik mijn Engelse vrienden vertelde dat als een operabaas uitspraken doet over de staatsinrichting van België, hij schuimbekkend het zwijgen wordt opgelegd door een gewezen icoon van een culturele radiozender, maakte een lichte vermakelijkheid zich van hen meester. Engelsen verwonderen zich wel meer over Franse gewoontes maar dat je de neutraliteit verzekert door je mond te houden, daar kunnen ze niet bij. “Als je weet waarvoor mensen staan, kan je ze toch beter onderwerpen aan een gedegen onderzoek naar de neutraliteit van hun reëel gedrag?”, vroeg immer rustige James, waarop de eeuwig snedige William: ”Heeft die Rondas ooit eens een lezersbrief geschreven om een cultuurfunctionaris die openlijk verklaart het met hem eens te zijn, de oren te wassen wegens gebrek aan neutraliteit?” “Niet bij mijn weten”, schoorvoette ik. “Dan misbruikt hij neutraliteit om niet echt op de argumenten in te gaan”, was Williams point final. “By the way,al naar de tentoonstelling van Horst in de V&A geweest?, Frank?”

Niet helemaal waar, William. Rondas heeft wel een punt als hij weerlegt dat de snoeiharde besparingen bij De Munt niet het gevolg zijn van ideologische revanche. Ook federale culturele instellingen waarvan de bazen zichzelf een totale zwijgplicht opleggen kregen krek dezelfde striemende besparingen aangesmeerd. Net zoals alle federale ministeries, overigens. Maar daar zijn geen paginalange artikelen met woorden als “barbaars, blind en buiten proportie” over verschenen.

En zie, de kop in De Morgen van 5 november: “Toch geen kaalslag bij Munt en Bozar”. Ze krijgen minder zware besparingen opgelegd. Het geweeklaag over politieke revanches loont dus. Rondas vond dat de Caluwe zijn instelling en zijn ambtenaren schaadt door zo luid en zo publiek te spreken. Daar gaat zijn belangrijkste argument voor zwijgkeuze voor functionarissen.

Ondertussen woedt de kaalslag bij de administratie verder. Daar bericht geen krant over. De kunstwereld mag zich een paria van het beleid voelen, de ambtenarij is onmiskenbaar de paria onder de paria’s. Niemand neemt het voor ambtenaren op, tenzij het verpleegsters of vuilnismannen zijn.
En nu wil Rondas ambtenaren nog muilkorven ook. Raar genoeg pleit hij in zijn lezersbrief voor ogenmaat, een prachtwoordvondst. Het betekent zin voor proporties en schroom. Ik wil wel maar hoe zwijg je in godesnaam met zin voor proporties en schroom? Bij spreken en schrijven met ambtelijke ogenmaat kan ik me iets voorstellen. Je niet partijpolitiek gedragen valt daaronder, bijvoorbeeld. Mij valt dat niet moeilijk. De geoefende lezer weet dat ik Groucho “Ik wil niet behoren tot een club die mensen zoals ik aanvaardt” Marx hoogacht. Ooit vroeg iemand me, waarschijnlijk omdat Rik Torfs naast me stond, waarom ik nooit op een kieslijst stond. “Omdat ik met geen 50% van de standpunten van een partij akkoord kan gaan en niet wil liegen.”, zei ik waarop Rik droog repliceerde: “50% is wel erg veel, hé!”.

Ogenmaat is voor mij ook je niet uitspreken over concrete beleidsmaatregelen. Publiek onthouden overheidsmanagers zich beter over wat ze moeten doen maar ze niet over hoe ze het (niet) moeten doen. Als beleidsmaatregelen een efficiënt en effectief werking verhinderen hoort een fatsoenlijke overheidsmanager dat ook te zeggen. Al is het maar omdat niemand anders het doet.

Overigens kan ik Jean-Pierre Rondas de Horsttentoonstelling in het fabuleuze Victoria & Albert Museum hartelijk aanbevelen. Misschien moet hij dan ook eens langsgaan bij de Disobedient Objects-zijtentoonstelling die inzicht geeft in wat er gebeurt in maatschappijen, ook formeel democratische, waar mensen de mond gesnoerd wordt. Martin Roth, a German in London City, is de directeur van de V&A. “For me a museum is a very political institution, it always has been”, is een bekend citaat van hem. Roth is een ogenmaat voor wie wil zien wat anderen doen en een orenmaat voor wie wil horen wat anderen denken. Ook wanneer het je niet zint wat ze denken of doen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Fata Innovata

wings
When Your Pile Is on The Wane
You Don’t Complain Of Robbery
Run Away Don’t Bother Me
What’s The Use Of Worrying
What’s The Use Of Anything?
(No use)
Mrs. Vanderbilt, Wings, Band On The Run, 1973

Het zal u wellicht verwonderen maar de net aangetreden regering wil geen ouderwetse, conservatieve en boertige overheid. Integendeel, ze wenst een “moderne, innovatieve en klantgerichte overheid”. Daar kijkt een mens van op. “Daartoe vereenvoudigt de federale overheid haar structuren, innoveert ze voortdurend, trekt ze de beste talenten aan en waakt ze over kostenefficiëntie en een kleiner overheidsbeslag”, stelt het regeerakkoord.

Net zoals alle vorige regeringen, dus. Maar in andere bewoordingen. En net zoals in de regeerakkoorden van de vorige regeringen is het vergeefs zoeken naar hoe men zal zorgen voor meer innovatie en hoe men de beste talenten zal aantrekken. De geïnformeerde lezer zal me erop wijzen dat “nieuwe manieren van werken, zoals thuiswerk en flexibel werken, zullen ingevoerd worden”. Dat leidt toch automatisch tot innovatie?

Neen dus. “Onze studie toont aan dat vormen van flextime working, zoals Het Nieuwe Werken, geen enkel gevolg heeft voor innovatie”, is de snoeiharde vaststelling van Stan De Spiegelaere in zijn doctoraatscriptie dat handelt over de relatie tussen werkgever en werknemer en de effecten daarvan op innovatie. “Het is alleen effectief als het gepaard gaat met een hogere werknemersautonomie over de werkmethodes”. Verder in de studie wordt dat nog verfijnd. Die autonomie heeft amper effect wanneer aan mensen individueel veranderingskansen gegeven worden. Het werkt maar als de autonomie bepalend is voor de organisatiecultuur. Er is weinig innovatie wanneer de werknemer wordt uitgenodigd om ideeën te spuien over een strategie die voordien al door de directie is bepaald en van bovenaf wordt gecommuniceerd. Innovatie die employee-driven is leidt wel tot innovatie.

Als er al een politicus is in ons land die gelooft dat innovatie er alleen kan komen wanneer men uitgaat van vertrouwen, geloof in creativiteit op alle niveaus en afbraak van hiërarchie, dan heeft die alleszins nooit de pen gehanteerd bij het opmaken van een regeerakkoord. Ook het recentste exemplaar bulkt van het top-down denken. De ervaring leert dat dit de eerste maanden niet zal veranderen. Zelfs de meest goddeloze overvalt, na ontvangst van de ministeriële portefeuille, een onwankelbaar geloof in het concept van persoonlijke onfeilbaarheid. Dat resulteert in pontificale KB’s en Groene Nota’s (opdrachtbrieven aan de administratie) die net niet van pauselijke zegel zijn voorzien.

Volledig in samenhang met het geloof in de hiërarchische primauteit duikt in het regeerakkoord voortdurende de idee op van het van boven invoeren van vormen van innovatie die elders lijken te werken. De Spiegelaere toont aan dat dit nagenoeg steeds met een sisser afloopt. Veranderingen moeten niet alleen aanvaard worden door werknemers, het moet door hen gedragen en vooral aangedragen zijn.

En vanzelfsprekend kan vernieuwing alleen uit de privésector komen. “Een centrale doelstelling is om de in de privésector geboekte productiviteitswinsten te reflecteren in de overheid”, meldt het kromtalige regeerakkoord. Het joeg mijn mensen de gordijnen in. “Waarom komen hier dagelijks bedrijven kijken hoe we de zaken aanpakken?”, snoven ze me toe, “we kunnen toch alleen maar van hén leren? Nu ja, hoe zouden politici weten hoe we de zaken aanpakken? We hebben er hier nog nooit gezien, tenzij om meubels voor hun kabinet te komen ophalen.” Het heeft niet alleen voordelen om je mensen medezeggenschap te geven.

In de doctoraatsscriptie van De Spiegelaere staan nog een paar opmerkelijke vaststellingen, zoals “innovatie gedijt niet in een omgeving waar mensen zich zorgen maken over hun job. We concluderen dat werkonzekere mensen niet innoverend werken, minder geëngageerd zijn en minder gemotiveerd om problemen te detecteren en er creatieve oplossingen voor te genereren. Ze zijn ook beduidend minder geneigd om te investeren in langdurige innovatieprocessen”.

Het gros van de jonge mensen die bij ons werken, worden als contractueel aangeworven. Vroeger hadden ze de quasi zekerheid om vast benoemd te worden bij goed functioneren. Nu zijn de meeste ervan overtuigd dat ze geen toekomst meer hebben in de federale overheid. Vorig jaar zijn er in onze FOD omwille van bezuinigingen zes mensen ontslagen. Dat was rampzalig voor onze cultuur. De aankondiging dat de regering volgend jaar 4% op de personeelskredieten zal besparen en de volgende jaren nog eens jaarlijks 2% er bovenop, heeft de stemming niet echt verbeterd. “We moeten de idee verwerpen dat werknemers geactiveerd of gestimuleerd kunnen worden om slimmer te werken door hun job onzeker te maken”, stelt De Spiegelaere en in mijn verbeelding zie ik honderden jonge ambtenaren instemmend knikken. We kunnen alleen hopen dat ze niet te snel gaan lopen maar nog nieuwe gretige lokken is er niet meer bij.

“De beste talenten aantrekken?” Maak dat een zwakzinnige wijs. Alhoewel, nu Openbaar Ambt de bijkomende opdracht is van de minister van Defensie kunnen we misschien de beste talenten met het geweer in de rug naar de overheid drijven. Zuivere efficiëntiewinst.
En als de innovatie hoe dan ook uitblijft? Dan wordt die toch gewoon bij KB en Groene Nota afgekondigd?

Federaal Regeerakkoord: http://tinyurl.com/ou7ou7w
Doctoraatscriptie van Stan De Spiegelaere: http://tinyurl.com/pxrmb5x
Wings – Mrs. Vanderbilt http://tinyurl.com/qbdgldm
Paul McCartney – Mrs. Vanderbilt (Live) http://tinyurl.com/kxvcts2 Grappig hoe Liverpudlian hij “bus” uitspreekt bij “When Your Bus Has Left The Stop

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aanstellen

ike 2
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm, mm-mm…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Uh, uh-uh, uh-uh-uh, uh-uh, uh-uh…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!
Mm-mm-mm-mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm-mm-mm-m…
I can’t believe what you say, cause I see what you do!

Ike & Tina Turner, Can’t Believe What You Say, Single, 1964.

http://tinyurl.com/on28bj3

Toen ik aangesteld was kreeg ik meteen een kantoor toegewezen. Eén blik was genoeg. Geen sprake van. In zoiets lelijks, zo ver van het epicentrum van politiek België? Komaan, zeg. Ik liet mijn mensen op zoek gaan en die vonden een prachtige lege ruimte. Maar die moest nog helemaal ingericht worden. Dat kon toch geen probleem zijn? Ik was tenslotte toch de baas van een belangrijk departement?

De administratie liet me fijntjes verstaan dat ze eigenlijk met beleidsvoorbereiding bezig waren en geen aannemer of een IT-bedrijf waren. Ze bestonden het zelfs om te stellen dat het in tijden van schaarste geen pas gaf om bestaande ruimtes leeg te laten staan. Maar ik liet me niet uit mijn lood slaan. Ik zou met al mijn mensen zitten waar ik wilde zitten. En dat mocht iets kosten. Er is toch geld als het echt nodig is? Er werd een aanvang gemaakt met de plannen van de verbouwing. Het mocht nu wel vooruitgaan. Toen kwam een ambtenaar ons zeggen dat de wet op de overheidsuitgaven gevolgd moest worden. Het werd even zwart voor de ogen. Hadden ze dan niet door dat ik belangrijke dingen moest doen?” Ik moet kunnen werken, man”. Daar had hij niets van terug.

Maar ik had er ook niets voor. Het kon blijkbaar niet anders. Het zou weken duren vooraleer de nieuwe kantoren bewoonbaar zouden zijn.
Ik belde de superpief van de administratie. “Sorry maar ik ga in afwachting gebruik moeten maken van uw bureau”, zei ik met ferme stem. Bleek die toch wel in open space te werken, zeker? Hij had niet eens een bureau. Die zat gewoon tussen de andere mensen. Hij vond mijn verbazing nog grappig ook. De culot van die mensen!

Ik wilde natuurlijk ook state of the art computers en smartphones. Tot mijn grote woede waren die niet in voorraad. Sorry, zei de ICT-man me maar we hebben daar geen kredieten voor. “Wat is dat nu voor een flauwekul, ik ben wel je baas, hé”. “We kunnen de aankoop van telefoons van de fraude- inspecteurs een jaar uitstellen”, zei de ICT-man gelaten. Dat was een goed idee. Waarom zouden ze niet een jaar langer werken met die dingen? Als dat de prijs was voor onze iPhones, iPads en lightweight laptops, dan kon ik daar mee leven.

Er kwam maar geen einde aan het gedoe. We wilden graag een paar auto’s van dezelfde klasse als onze titel. En die wagens die de FOD had van onze voorgangers waren zeker twee jaar oud. We hadden toch het recht om onze eigen auto’s te kiezen? “Maar dan staan die 10 auto’s hier nog een paar jaar op te roesten”, zei de man van de logistiek. Leasingcontracten voor drie jaar! Wie rijdt er nu zo lang met dezelfde auto? “Ja, sorry, ik moet toch niet met lelijke karren rijden die mijn voorganger gekocht heeft?”, repliceerde ik gepikeerd. “We hebben wel nog een mooie hybride”, fluisterde de man. “Zo’n ding waar ik 50 kilometer mee kan rijden? Asjeblieft zeg”. Ik begon stilaan te begrijpen waarom zoveel mensen zeggen dat de administratie inefficiënt is. Het werd tijd om te tonen hoe een moderne manager dat soort zaken aanpakt. “Ik ga je een lijstje van aanvaardbare topwagens sturen om uit te kiezen. Zorg dat ik er daar één van krijg”, zei ik en beende de garage uit.

Toen ik en mijn mensen helemaal geïnstalleerd waren, hebben we onze ambtenaren gevraagd om eendrachtig mee te werken aan een efficiënt werkende innovatieve administratie. Er kwam geen reactie. Ambtenaren, hé? Wat had je verwacht?

Een minister krijgt toch zo weinig gedaan in dit land.

ike & tina

Ik diende in de 12 jaar dat ik Voorzitter ben vijf regeringen. Bij ieder aantreden van een nieuwe regering ging het installeren van kabinetten gepaard met totale chaos. De Kanselarij (diensten van de Eerste Minister) moet instaan voor een efficiënte organisatie. Dat doet ze ook maar dan worden ze geconfronteerd met ministers die zelf hun kabinetsplaats kiezen daarbij niet gehinderd door criteria van kostprijs of efficiëntie.
In iedere regering moet mijn FOD 5 tot 7 regeringsleden bijstaan bij het installeren van de kabinetten. Mijn mensen worden er zot van.
Deze tekst schreef ik na het aantreden van de vorige regering. Ik wilde de mensen die bij het inrichten van kabinetten betrokken waren even aan het lachen brengen. Maar ze werden er eerder kwader door. De tekst was te waarheidsgetrouw.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Primauteit van de politiek

Richard Thompson Sweet Warrior

Shame, shame on you, you bad monkey
I’m not coming on the roller coaster with you
Shame, shame on you, you bad monkey
Bad Monkey, Richard Thompson, Sweet Warrior, 2007

Iets meer dan een jaar geleden zei captain of industry Luc Bertrand dat dit land “geen socialistische, maar een marxistische premier had”. Di Rupo reageerde uiterst nuchter: “Iedereen, zowel werkgevers, vakbonden als politici, moet zich constructief opstellen. Karikaturen helpen niet”.

Vorig weekend riep Di Rupi, toen nog bekleed met het ambt van premier, de aankomende regering uit tot “ultra-rechtse coalitie”. Misschien las ik er, bladerend door het regeerakkoord, over, maar ik vond nergens dat de doodstraf wordt ingevoerd, dat de sociale zekerheid weer naar Openbare Onderstand wordt teruggeplooid of dat rechters voortaan aangesteld worden door De Grote Leider. Waarom valt iemand die door Maggie De Block, minister in die “ultra-rechtse” rergering, omschreven wordt als een aangename, attente en gevoelige man zo snel in de valkuil van de karikatuur, waar hij een jaar geleden zo mooi rond slalomde?

Andere mensen die ik, afgaande op persoonlijke contacten, ook als aangenaam en attent zou omschrijven – en dit is niet, wat velen zouden kunnen vermoeden, een subtiele vorm van ironie – zoals Rudy De Leeuw (“een regering voor de rijken”), Marc Leemans (“Regeringsakkoord is sociale horror”) en Karel Van Eetvelt (“Ik ken administraties waar niet gewerkt wordt maar ik ga geen namen noemen”), vervallen in hetzelfde euvel. De volgende vergaderingen van de sociale partners zullen erg gezellig zijn, dat staat vast. Maar de vraag blijft: waarom die karikaturen?

Want het lost nooit iets op. Relatietherapeuten weten al jaren dat er voor echtelieden die met verbale terpentijn oorlog voeren, geen soelaas is en raden hen aan zo snel mogelijk te scheiden. Wanneer personages op het politiek toneel elkaar cynisch terugbrengen tot bordkartonnen vijandsbeelden krijgen ze weliswaar het soort luidruchtige bijval van hun achterban dat veel reminiscenties oproept met een groep stomdronken voetbalhooligans, maar ze moeten toch diep in hun binnenste ook weten dat het gros van de bevolking er met het grootste afgrijzen op toekijkt? Het beeld is dat van politici na een wedstrijd regeringsdeelnemen die of doldriest zijn omdat ze gewonnen hebben of blind woededronken omdat ze verloren. Op die manier zal de gemiddelde inwoner van dit landje niet de indruk krijgen dat men echt met hun problemen bezig is. En toch hebben we in en om de Wetstraat wekenlang staaltjes van dat soort zinloos karikatuurgedrag gezien.

Het zou wel iets te maken kunnen hebben met empathie, een woord dat zich niet veel laat opmerken in een zakenkrant maar deze week toch de titel was van een scherpzinnig commentaarstuk van de hoofdredactrice van deze krant.

In “Een Tijd Voor Empathie” beschrijft de wereldvermaarde bioloog Frans de Waal het merkwaardig empathisch vermogen van primaten. Ze helpen zelfs eendjes en mensen in nood, maar ze zijn vooral op gericht op het welzijn van familieleden, vrienden en partners. De Waal legt moeiteloos het verband met onze soort. Van alle zoogdieren zijn de mensen weliswaar de grootste narcisten maar toch zijn ze bijzonder empathisch met partners in een coöperatieve situatie. Voor concurrenten is er grote “contra-empathie”. “Als we vijandig worden behandeld vertonen we het tegendeel van empathie. In plaats van te glimlachen wanneer de ander glimlacht, trekken we een gezicht alsof het genoegen van de ander ons stoort. Vertoont de ander daarentegen tekenen van leed, dan glimlachen we alsof we van zijn pijn genieten”, stelt De Waal vast.

Als de coöperatieve situatie verandert, slaat ook onze empathie/contra-empathie om in spiegelgedrag. Het ligt dus in het verlangde van normaal mensengedrag om eerst de regering waarin je zit op te hemelen, om vervolgens, wanneer je toetreedt tot een spiegelregering, die af te breken tot op de grond. Van de ene dag op de andere toon je diepe empathie met de nieuwe regeringspartners en vernederende contra-empathie met degenen die je in de oppositie hebt gezet. Luister eens, met die wetenschap in het achterhoofd, naar de taal van de drie regeringspartijen die verder blijven regeren en naar de drie “nieuwe” oppositiepartijen.

Taal verandert snel maar het echte gedrag verandert bij mensen uiterst traag. De anti-empathie is rap geïnstalleerd maar voor er echt empathie is voor de nieuwe partners in een veranderde coöperatieve situatie, loopt er nogal wat water door de Schelde. We zijn gewoon dat de federale regeringsvorming lang duurt, maar tot nog toe was dat alleen het geval wanneer er communautaire knopen moesten worden doorgehakt. Zuiver socio-economische regeringen komen snel in het zadel. Maar dat was deze keer wel anders. Er was meer dan 180 dagen en 29 uren eindvergaderen nodig voor een regeerakkoord en meer dan een lange nacht voor de verdeling van de ministerposten. Nieuwe empathie groeit traag bij de mensensoort. Narcisme heeft zijn prijs.

Vergelijk de wordingsgeschiedenis van de Zweedse coalitie maar eens met die van de Zweedse regering. Op 14 september verkiezingen en op 3 oktober is de nieuwe regering een feit. De politieke situatie was nochtans erg moeilijk: noch links noch rechts had een meerderheid. Socialisten en Groenen vormen nu een minderheidsregering gesteund door de Linkse partij. Er was geen empathiewissel nodig: de oppositie wordt regering en regering wordt oppositie. Dan kan het vliegensvlug gaan. Zelfs bij mensen.

Bij primaten is vijandig gedrag altijd kortstondig. Na een gevecht op leven en dood beginnen de vechtersbazen elkaar uitgebreid te ontvlooien en brengen op die manier weer rust in de gemeenschap. Iemand enig idee wat het menselijke equivalent van ontvlooien zou kunnen zijn?

Albumversie Bad Monkey http://tinyurl.com/k3nae7d
Live-versie Bad Monkey http://tinyurl.com/lhj6l8u

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Vetzakske

broken records
Go watch the TV
Tell me what you see
Any hope and love, any realized dreams?

If the News Makes You Sad, Don’t Watch it, Broken Records, Until the Earth Begins to Part, 2009

Het Geulenpaleiselijke “Gij zijt een vetzakske, gij!” kreeg deze week een andere invulling. Verantwoordelijken hiervoor waren een duo dat zo weggeplukt lijkt uit The Young Ones, de meest vetzakkerige TV-serie ooit: Lieven “Mike Thecoolperson“ Annemans en Ignace “Neil Pye” Devisch, in het dagelijkse leven Gentse proffen. Ze lieten een aantal van hun young ones de vettaks bestuderen. De vettaks werkt was de verrassende vaststelling. Verrassend want had Denemarken, amper na een jaar de vettaks niet alweer afgeschaft wegens geen effect? Zeker. Maar in Finland bleek de snoeptaks wel het gewenste resultaat te halen. Hoe was dat enorme verschil te verklaren? Finland had alles beter voorbereid, maar dat was niet de belangrijkste reden. In Denemarken was de vettaks bedoeld om extra geld in het laatje te brengen. Finland wilde zijn bevolking gezonder maken. De vettaks in Denemarken was een tax lift, in Finland is het een tax shift: ongezond voedsel werd duurder, gezond voedsel goedkoper.

Bijna dagelijks komen er bedrijven, organisaties en steden bij de FOD Sociale Zekerheid hun licht opsteken over hoe je organisaties kan veranderen. Vooral Het Nieuwe Werken en het thuiswerk interesseert hen. Een kleine minderheid komt met een Finse agenda: hoe kunnen we de wijze waarop we werken veranderen, niet om te besparen, maar opdat het beter wordt voor onze organisatie/bedrijf én voor onze mensen én voor de mensen waarvoor we werken.

Maar het gros komt ons met de Deense slag bekijken. Door onze manier van werken hebben we vier verdiepingen minder nodig. En een verdieping kost (de belastingbetaler) 3,2 miljoen euro per jaar. Dat steekt de ogen uit. Dus komen er meer vragen over hoe je mensen kunt “overhalen” om thuis te werken en hoe je de vierkante meter per werknemer kunt reduceren door het vast bureau (niet voor zichzelf natuurlijk) af te schaffen dan over hoe anders er leiding moet gegeven worden, hoe je mensen mee laat discuteren én beslissen over processen of hoe je voor innovatie zorgt.

We kunnen niet feilloos voorspellen wie zal lukken maar wel wie er zal mislukken. Als we een paar jaar later geïnviteerd worden bij de Deense variant van onze bezoekers worden we begroet in de riante kantoren van de bazen op de bovenste verdieping, worden vervolgens rondgeleid in reusachtige ruimtes waar vermoeid kijkende werknemers, meestal met oortjes in de oren, opgepakt aan eentonig witte rijbureaus zitten en krijgen achteraf van de financieel directeur, waarschijnlijk de enige aldaar die iets dat op vreugde lijkt, uitstraalt, te horen hoeveel miljoenen er wel niet uitgespaard zijn. Vroeger durfde ik dan eens stout vragen hoe het zat met de innovatie maar de pijnlijke stilte die daarna viel was zo overdonderend dat ik er me niet meer aan waag.

Hoe heerlijk kan het daarentegen zijn wanneer je een organisatie bezoekt waar gewone medewerkers met lichtjes in de ogen uitleggen hoe ze dezelfde producten nu op een totaal andere manier produceren, hoe ze hun klanten, hun collega’s en willekeurige geïnteresseerden via de sociale media erbij betrokken en hoe ze daardoor op de idee van een totaal ander product waren gestoten, dat nu wonderbaarlijk verkoopt. Soms zitten die mensen in een supermoderne omgeving en kan het merendeel werken waar en wanneer ze willen, soms zitten ze in zeer ouderwetse gebouwen met aftandse meubels. De sleutel van hun succes ligt niet daar maar in de werkcultuur. Het zijn geen bedrijven/organisaties die de dingen doen om te besparen. Maar het gevolg is wel dat men bespaart en dat men vernieuwend en efficiënt werkt. De winst is dus groter als het niet de eerste prioriteit is. Het is collateral profit.

Finland heeft de snoeptaks niet ingevoerd om de staat van meer inkomsten te voorzien maar het zal er toch wel bij varen. Annemans & Devisch becijferden dat als België hetzelfde zou doen, we er op 20 jaar tijd 2,2 miljard euro zouden mee besparen. Dat is geen kattepis. Het is collateral profit.

Er moet bespaard worden in ons land. Niemand betwist het, zij het dat iedereen vindt dat het beter bij iemand anders gebeurt. Maar het is niet omdat we moeten besparen dat we met besparingsregeringen moeten opgescheept worden. We hebben inspiratieregeringen nodig die niet gaan voor easy money met kortzichtige lineaire besparingen, gedreven door een eng-ideologische, niet zelden revanchistische agenda maar die kiezen voor collateral profit.

We hebben recht op inspiratieregeringen die met slimme veranderingen komen, waarmee ze hun bevolking én hun ambtenaren ook proberen te overtuigen. Nu worden burgers afgedreigd – “als we het niet doen wordt het nog erger” – en worden ambtenaren door vele ministrabelen op een even minachtende manier bejegend als bedrijfsleiders door sommige politici onder de vorige regering. Slimme hervormingen komen overigens niet tot stand in achterkamertjes van het parlement waar steeds dezelfde mensen elkaar maandenlang even vruchteloos als vreugdeloos proberen te overtuigen van de suprematie van hun partijprogramma maar wel in dialoog met de vele mensen in dit land die smeken om mee te mogen werken aan het herstel van onze gemeenschap.

De hamvraag is niet of we al dan niet een Zweedse-coalitieregering krijgen maar wel of het de Deense of de Finse variant wordt.

Video: If the News Makes You Sad, Don’t Watch it http://tinyurl.com/lp65ova

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties