Besparingsregering

ronnie lane
They used to tell me I was building a dream
With peace and glory ahead
Why should I be standing in line
Just waiting for bread?
Can You Spare A Dime, Ronnie Lane, Single, 1975

XYZ, een groot bedrijf dat decennialang gediversifieerd heeft – ze biedt onder meer reisagentschappen, elektrische schrijfmachines, sociale secretariaten en pampers aan – moet zwaar besparen. De CEO wordt de laan uitgestuurd. Het directiecomité vraagt een internationale auditorganisatie om de ganse onderneming door te lichten.

Het rapport is rampzalig. Nooit werd het produceren van schrijfmachines in vraag gesteld. De pamperfabriek in Voorzeke produceert, met de helft van de mensen, evenveel pampers als die van Achtergem. Reisagentschappen verliezen constant klanten aan online organisaties. Iedere dienst houdt er een eigen personeelsdienst, een eigen IT-dienst en een eigen logistieke dienst op na, die los van elkaar verschillende systemen aankopen om hetzelfde te doen. Ieder sociaal secretariaat heeft zijn eigen callcenter. De aanhoudende vraag van de administratieve medewerkers om plaats- en tijdsonafhankelijk te mogen werken wordt compleet genegeerd, alhoewel de potentiële besparingen in kantooroppervlakken, energie en schoonmaakkosten zeer groot zijn.

De nieuwe CEO legt het rapport rustig naast zich neer en beslist dat iedere dienst 10% op zijn werking moet besparen en dat niemand die uit dienst gaat mag vervangen wordt.

Zou de CEO van dat XYZ in de economische krantenpagina’s omschreven worden als visionair, briljant of strategisch? Ik betwijfel het. Bestaat het bedrijf überhaupt nog binnen 5 jaar? Onmogelijk.

Toch is dit de manier waarop al onze regeringen tewerk gaan wanneer het economisch weer op onheil staat. Ik verwacht dat het nu ook weer het geval zal zijn met de volgende federale regering. Daarmee antwoord ik de velen die me vragen hoe ik tegen de aankomende besparingsregering aankijk. Same difference. Alleen zullen de percentages deze keer iets hoger zijn, wegens Europa.

Ieder regering hoort een besparingsregering te zijn. Ieder regering hoort ook een investeringsregering te zijn.
Je verwacht toch van een regering, ook wanneer ze in goed economisch vaarwater laveert, dat ze kapt in de dingen die niet (meer) werken of dat ze dingen die nodig waren in de 20e eeuw maar nu nice to have zijn, inruilt voor dingen die hard nodig zijn? De vaststelling is dat ze het niet doen. Er zijn uitzonderingen zoals Zweden en Nieuw-Zeeland. In België is het nooit vertoond. Alle partijen die deel uitmaken van besparingsregeringen zaten voordien ook al in regeringen. Het is een beetje zielig te zien hoe partijen de schuld bij anderen leggen. De ene kan meer schuldig zijn dan de andere maar alle potten en ketels zien zwart.

Het gevolg is dat er nu ineens besparingsregeringen nodig zijn die ook snijden in dingen die wél werken. En nog erger: er kan niet geïnvesteerd worden omdat er geen reserves zijn aangelegd tijdens de rijke jaren.

Regeringen die én besparen én investeren kunnen dat alleen als er een visie is op de overheid. Dat ontbreekt in ons land. Regeringen kennen zelfs hun administraties niet. Ze zijn er ook amper in geïnteresseerd. Nog nooit heeft een premier in ons land het College van overheidsmanagers ontmoet, laat staan dat een premier ons ooit een toekomstbeeld voor de overheid kwam uitleggen. Als er geen project is, klooit iedereen – ministers, overheidsmanagers en ambtenaren – een beetje aan.

Er moet niet alleen visie zijn op wat de overheid moet doen en over hoe ze dat doet, het moet ook jarenlang consequent doorgezet worden. Stop & Go-beleid aborteert onvermijdelijk alle inspanningen. Finland heeft bewezen dat het kan werken. De Finnen lieten, na het voor hen economisch desastreuse uiteenspatten van de Sovjet-Unie, niet-partijpolitieke binnen- en buitenlandse deskundigen een meerjarenplan voor hun overheid opmaken, waarna alle politieke partijen beloofden het plan gedurende jaren onverminderd te zullen uitvoeren. Het maakte niet uit of ze nu in de meerderheid of in de oppositie zaten. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 16 augustus 2014.

Video Ronnie Lane: http://tinyurl.com/opt82oq

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Onbeschreven blad

Bonzo
We were wrong, we were wrong
But so young and so very in lo-o-ove

We Were Wrong, Bonzo Dog Doo Dah Band, Keynsham, 1969

Ergens in de eighties – 1.
Mannen Tegen Seksisme hebben een gemeenschappelijke vergadering met de Roze Vlinders. Voor wie te jong was: de Roze Vlinders waren uiterst militante homo’s. De soi-disant niet-seksistische mannen moeten zich verweren – wat hen maar matig lukt – tegen de aanvallen van de Vlinders, die hen voor reactionaire primaten verslijten omdat ze ervoor kiezen unisono hetero te zijn. Seksuele gerichtheid, dat weet toch iedereen die niet achterlijk is, is een keuze. En we hoorden het ook dagelijks van onze feministisch vriendinnen: alle verschillen tussen de seksen wat betreft gedrag, beroep en belangstelling was hen opgedrongen door de mannenmaatschappij.

Ergens in de eighties – 2.
Een hoopje vrienden uit de Wetswinkel en aanverwanten hebben net een zalige kaasmaaltijd met Wereldwinkelwijn achter de kiezen. Alles verloopt in de gebruikelijke, gelijkgezinde kameraadschap tot één onverlaat ons terloops en zich steunend op een recent artikel in Nature, meedeelt dat er een aangeboren component voor intelligentie is ontdekt. De jongeling is kwestie wordt genadeloos aan de schandpaal genageld.

Wie destijds durfde te poneren dat wie we zijn misschien ook wel van onze genen afhing worden afgedaan als aftandse racistische, fascistoïde vrouwenhaters. Het geloof in de maakbare mens, een logisch gevolg van de Verlichting, was al een tijdje bon ton.

Nagenoeg alles wat ik in het leven deed, was op de klassieke leer van de maakbaarheid van de mens gebaseerd: de mens is bij geboorte een nagenoeg ongeschreven blad dat door opvoeding en studie zichzelf kan schrijven. In 2002 las ik Het Ongeschreven Blad van Steven Pinker. Daar was ik niet goed van. Nagenoeg niets van mijn zekerheden bleven overeind. Om uit te leggen waarom mensen zijn wie ze zijn en doen wat ze doen bleek nature een pak belangrijker dan nurture.

Vandaag discussiëren wetenschappers niet of intelligentie erfelijk bepaald is. De discussie gaat over of het nu voor 50 of voor 70% erfelijk bepaald wordt. Homoseksualiteit wordt niet bepaald door nature maar ook niet door nurture: op een bepaald moment tijdens de zwangerschap is er een immuunreactie van de moeder die er ultiem toe leidt dat de hersenverbindingen, nodig voor de fascinatie voor het vrouwelijke lichaam, er nooit komen. Die immuunreactie wordt stilaan opgebouwd met iedere voorafgaande aanwezigheid van mannelijke foetussen in haar baarmoeder.

Onze dochter begrijpt nog steeds niet dat homo’s zich vroeger zo aangevallen voelden als iemand wilde bewijzen dat seksuele gerichtheid niet gekozen was. “Als je er niet kan aan doen, dan kan je er toch aan geen kritiek voor krijgen”. Dat lijkt nu zo ontwapenend juist. Waarom hebben we het zo moeilijk met nature als uitleg?
1. Omdat men denkt dat nurture omkeerbaar is en nature niet. Soms is nurture helemaal niet omkeerbaar: na je achttiende geraak je je accent niet meer volledig kwijt. Soms is nature perfect omkeerbaar: bijziendheid is een erfelijke aandoening die iedere dag weer geremedieerd wordt.

2. We verwarren de mogelijkheid van menselijke evolutie met maakbaarheid. Natuurlijk kunnen mensen veranderen maar dat is bijna niet te sturen.
Door de expressie van genen en door omgevingsfactoren evolueren we als mens maar we worden niet noodzakelijk wie we willen worden. We veranderen niet noodzakelijk in het product dat onze ouders, onze school of de maatschappij van ons willen maken.

3. De vrees dat wat aangeboren is, je determineert. Zelfs al kennen we in de toekomst alle mogelijke werkingen van de menselijke genen, dan nog zal gedrag van een individu nooit voorspelbaar zijn. Genen zijn een soort schakelaars, die in een netwerk functioneren en aan- of uitgeschakeld worden onder invloed van omgevingsfactoren.

4. De vrees dat biologische verschillen discriminatie zou goed praten.

5. De hardnekkige denkfout dat aangeboren eigenschappen leiden tot “negatieve” gedragingen zoals gewelddadigheid, egoïsme, vrouwenonderdrukking en racisme en geleerde eigenschappen leiden tot solidariteit, samenwerking, liefde, medelijden, empathie. Terwijl de mens als soort evolutionair juist zo succesvol is geworden, door zijn vermogen tot samenwerking, solidariteit, zelfs altruïsme.

Het ideologiseren van de herkomst van de menselijke natuur heeft geleid tot vreselijke calamiteiten zoals Stalinisme en Nazisme, die uitgaande van de alleenheerschappij van nurture of nature een Nieuwe Mens wilde scheppen. Maar ook in onze democratie zie je rechtse politici die hun handelen baseren op het denkbeeld dat nature de natuur van de mens bepaald en linkse politici die onvoorwaardelijk geloven in de heerschappij van nurture. Terwijl een moderne maatschappij zijn morele en politieke doelstellingen hoort te bereiken door uit gaan van wetenschappelijke evidentie.

Deze tekst verscheen op 13 augustus 2014 in De Tijd in de serie Kantelmoment.

Zie Pinker op TED: http://tinyurl.com/lzwvcox

pinker e pinker n

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Zin in Zen

humofoto 1
In de Humo van 5 augustus verscheen dit interview van mij in de reeks Zin in Zen. De “Making of” ervan was niet één keer maar twee keer heerlijk. Het klikte onmiddellijk met journalist Bart Vanegeren en dat zie je ook in de zinderende tekst die hij maakte. En het klikte ook al onmiddellijk met Johan Jacob, de fotograaf die nog eens bewijst dat je speciale ogen en rockreflexen (nu en daar, knip) moet hebben om een speciale foto te maken. Voor de foto’s moet je de Humo kopen. De tekst vind je hier.

humofoto 2

De voetstappen van Frank Van Massenhove vinden als vanzelf hun natuurlijke cadans. De kordate tred is de ritmesectie van zijn veertien kilometer omvattende gezondheidswandeling, drie keer per week een vast parcours volgend langs het rimpelingen gladstrijkende water van de Leie. Humo:, immer op zoek naar zen, ging mee in het stappenplan van Van Massenhove.

Frank Van Massenhove (60), de afgelopen twaalf jaar Voorzitter van het directiecomité Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, begint zijn wandeling van ruim twee uur eenvoudigweg bij zijn eigen huis in het begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyen in Gent: ‘Toen ik mijn huidige job kreeg, verdiende ik ineens bijna drie keer meer dan voordien. Zevenduizend euro netto in de maand te hebben maakte me doodsbang, vooral omdat het een mandaat van zes jaar betreft. Ik zag het al voor me: ik zou geleidelijk aan mijn train de vie aanpassen, na zes jaar die job en dat inkomen verliezen en doodongelukkig worden. Dat mocht niet gebeuren: mijn plan was een huis te kopen en op zes jaar af te betalen, zodat ik hetzelfde te besteden inkomen zou overhouden. Lofts en huizen bleken onbetaalbaar te zijn en zo zijn we bij het begijnhof terechtgekomen, met een erfpacht voor 66 jaar. Ik moet dus 116 worden, want voordien geef ik dat huis niet af (lacht).’

Van Massenhove stapt in noordelijke richting langs de Visserij, om vanaf de jachthaven Portus Ganda de lus te volgen die de Leie door het Gentse stadscentrum maakt: ‘Tijdens mijn trip verlaat ik nauwelijks het water. Heerlijk. Ik kan niet op een mat gaan zitten en beginnen mediteren, dat lukt me simpelweg niet. Maar stappen langs het eindeloos veranderlijke water geeft me een onwaarschijnlijke rust. Iedereen die de tijd neemt om gewoon naar de wereld te kijken en te zien hoe de dingen bewegen, zal bevestigen dat het water het mooiste beweegt.’
Frank Van Massenhove «Zonder water mist mijn stappen intensiteit. Dat heb ik een paar weken geleden nog mogen ervaren, toen ik voor een congres in Zwitserland was. Toen we in de bergen gaan wandelen waren, moest ik ineens verschrikkelijk kakken. Ik heb me daar opzij gezet en vond nadien mijn gezelschap niet meer terug. Toen ik na vijf uur alleen wandelen terugkwam, vroeg men mij wat de ‘wisdom encounter’ was — dat soort congres was het. Ik zei: ‘Il ne faut pas chiér dans les montagnes’ (bulderlacht). Maar voor mezelf was de wisdom encounter: bewegen werkt voor mij maar echt als er water in de buurt is.

»Ik heb altijd het water opgezocht. Vroeger liep ik een keer of drie per week 22 kilometer, langs de Leie of de Schelde. Wegens mijn kapotte knieën mag ik niet meer lopen, en dus doe ik nu nordic walking. De stokken vervang ik wel door twee flesjes water — ’t ziet er zo al belachelijk genoeg uit, met die speciale stapschoenen en mijn tropenbroek met al die zakken (lachje).»
Humo: Weet je wat precies het ‘m doet?

Van Massenhove «Dat is bestudeerd: ’t is zaak je linkerhersenhelft stil te leggen, want die is rationeel, logisch en causaal en overschreeuwt eigenlijk constant je andere, creatieve hersenhelft, waar allerlei samenkomt zonder dat je meteen een verband zoekt. Door te stappen is die linkerhelft zo bezig met die beweging dat de andere helft vrij spel krijgt. Dat is een vorm van meditatie. Ik merk bij mezelf ook dat ik minder creatief ben en zelfs een beetje moedeloos word wanneer ik door omstandigheden een paar weken niet kan stappen.

»Als jongetje was ik al op zoek naar manieren om dat machientje in mijn hoofd uit te zetten. Ook toen bleef ik maar bezig, het meta-denken dat me nu zo van dienst is in mijn job was toen een verschrikking. Ik heb daar lang last van gehad, pas ergens tussen mijn dertigste en veertigste heb ik, via het lopen, geleerd dat motortje uit te zetten.»

Humo: Vertrek je thuis met de bedoeling een bepaald probleem op te lossen?
Van Massenhove «Nee, ik laat tijdens het stappen gewoon allerlei in me opkomen. Maar als ik thuiskom heb ik wel relatief snel oplossingen voor twee of drie problemen waar ik al dagen mee zit.

»Het helpt ook om mijn woede onder controle te krijgen. Iedereen denkt dat ik een rustige, lieve en positieve man ben, maar ik heb een uiterst kort lontje. Dat is ellendig, omdat ik door kwaad te worden het probleem alleen maar groter maak en omdat ik mezelf door mijn ego-gedrag achteraf altijd een klootzak vind. Nu parkeer ik mijn woede tot ik ga stappen, sta me dan toe twee uur lang flink kwaad te zijn, en als dan ik thuis kom is die woede weg. Maar goed, gisteren heb ik me toch weer eens laten gaan. En dan nog per mail, wat nog gevaarlijker is.»
Humo: Heb je ook veel stress weg te stappen?

Van Massenhove (schudt het hoofd) «Ik heb één statussymbool: een auto met chauffeur. Dat heeft een heel goede reden: na vijf minuten in de auto lig ik te snurken. Dat is wel het grootste bewijs dat ik geen stress heb.
»Ik heb nooit veel stress gehad. Dat komt omdat ik mezelf niet briljant vind en fouten durf te maken (lacht). Onderzoek, van onder anderen Sonja Lyubomirsky, heeft geleerd dat managers met stress ofwel hun job niet aankunnen ofwel zo narcistisch zijn dat ze zichzelf briljant vinden en onmisbaar achten.»

Humo: Je hebt wel een depressie achter de rug.
Van Massenhove «Dat had niks met mijn werk te maken, maar alles met mijn privéleven: mijn huwelijk was op de klippen gelopen omdat ik mijn vrouw had bedrogen. Ik vond mezelf zo’n walgelijke smeerlap dat ik vond dat ik eigenlijk niet meer mocht bestaan. Ik keek naar mezelf en zag dat ik geen ziel meer had, dat ik de essentie van wie ik dacht te zijn te grabbel had gegooid. Gelukkig had ik toen vrienden rondom me, die ervoor gezorgd hebben dat ik niets zots zou doen — al weet ik bijna zeker dat ik daar fysiek te laf voor ben.

»Doordat ik een depressie gehad heb, zie ik ook sneller de voortekenen van een nakende dip bij de mensen die bij me werken: ze vertragen en verstillen, hun armen hangen slap langs hun lichaam, hun ogen zijn neergeslagen, je ziet de kracht uit hun lijf wegvloeien. Dan ga ik het gesprek aan, vertel dat ik ooit een depressie heb gehad en dat ik daar nooit was uitgeraakt zonder mijn vrienden, en misschien ook niet zonder medicatie en begeleiding. Soms heb ik het niet zien aankomen en dan word ik echt kwaad op mezelf.
»Als ik, ook door over mijn ziekte in het openbaar te getuigen, in mijn hele leven twintig mensen naar een psychiater krijg en dus help te genezen, dan is het de moeite waard geweest. Ik héb al brieven en mails gekregen met de mededeling: ‘Jij hebt me gered.’ Dat vind ik mijn grootste verwezenlijking als baas.»

Hij attendeert me erop dat hij tijdens het stappen nergens moet uitkijken voor auto’s of stoplichten, nog een reden waarom dit al een jaar of acht zijn vaste route is: ‘Ronduit fantastisch hoe de stad is aangelegd. Frank Beke, voor wie ik nog gewerkt heb en van wie ik veel geleerd heb, was een visionair: gans Gent ziet er zo uit omdat hij het zo bedacht heeft.’ Een lofzang op Gent is niet tegen te houden: ‘Ik ben geboren in Zerkegem, Jabbeke. Mijn eerste bedenking over mijn geboortedorp was: hoe raak ik hier weg? (Lacht.) Ik haatte het: drie vierden van de tijd was het weer vies en kon ik niet anders dan naar triestige wilgen staan kijken. Ik ben eigenlijk echt geboren toen ik op mijn achttiende naar Gent mocht verhuizen.’ De stad en de cultuur hadden hem getrokken van sinds hij van verre einders had gehoord via de piratenzenders op zijn transistorradiootje: ‘Ik heb alles ontdekt via muziek. Frank Zappa zei dat hij veel van Edgard Varèse geleerd had, en via hem kwam ik dan weer bij Herman Hesse terecht. En zo was ik vertrokken, mentaal weg uit Zerkegem. Muziek staat aan het begin van mijn leven, en zal ongetwijfeld tot het einde een cruciale rol spelen.’

Humo: Je stapt ook met oortjes.
Van Massenhove «Het snijdt me af van de onvermijdelijk lawaaierige buitenwereld, maar ik doe het ook om mijn constante nieuwsgierigheid naar nieuwe muziek te bevredigen. Alles wat in muziekbladen als Mojo en Rolling Stone meer dan drie sterren krijgt, haal ik binnen op mijn computer. Die laat dan ik willekeurig mijn iPhone vullen. Zonder op voorhand te weten wat ik ga horen, beluister ik zo al stappend elke week dus ruim zes uur nieuwe muziek — waarom zou ik me tot de oude helden beperken als er zoveel fantastische nieuwe muziek gemaakt wordt?
»Ook achteraf weet ik vaak niet wat ik gehoord heb. Vroeger moest ik alles weten van muziek: wie welk nummer schreef en wie er op welke versie meespeelt en zo. Nu kan ik volstaan met de vaststelling dat ik iets mooi vind. Hoe ouder ik word, hoe mooier de magie van het niet weten wordt. Soms, wanneer ik iets moorddadig mooi vind, kijk ik wel naar wat ik aan het luisteren ben. Dat noteer ik dan thuis op een lijstje.»

Hij belooft me het lijstje van zijn recente ontdekkingen toe te sturen, twee dagen later krijg ik een mail waar ik de rest van de zomer zoet mee zal zijn: van Jack White (‘Three Women’) tot John Zorn (‘Sacred Emblems’), van Tinariwen (‘Arhegh Danagh) tot Sofia Gubaidulina (‘Sotte Voce’ (For Viola, Double Bass & Two Guitars)), van Drive-By Truckers (‘When Walter Went Crazy’) tot Joseph Arthur (‘Men of Good Fortune’, ‘ik was al bereid Arthur te haten, maar hij maakt verrekt een eigen song van dit altijd al briljante nummer van Lou Reed’).
Van Massenhove «Als ik na een dutje in de auto om negen uur helemaal uitgerust thuiskom en eindeloze verhalen aan mijn vrouw begin te vertellen, suggereert Anneke meestal dat ik me maar met mijn muzieklijstjes moet gaan bezighouden (lachje).»

Geloof, hoop, liefde

Humo: Zerkegem zit zelfs in zijn naam onder de stolp van het geloof.
Van Massenhove «In Zerkegem zaten ook de socialisten in de kerk, anders hadden ze geen stemmen. Toen ik vier was en samen met mijn pa naar een begrafenis ging van iemand die we kenden, zei hij: ‘Kijk eens wie er hier zit: werkmensen, zoals ik. Omdat een werkmens gestorven is. Volgende week wordt een herenboer begraven en zal de kerk vol zitten met boeren en werkmensen. En daar doet de kerk niets aan. Ze zijn niet voor ons en je moet ze niet vertrouwen. Maar dat mag je nooit zeggen, want dan gaan ze je pakken.’ Dat kwam aan. Toen ik op mijn veertiende van school thuiskwam — ’t was het gezegende jaar 1968 — en vertelde dat ik in de godsdienstles gezegd had dat ik niet geloofde, stortte de wereld van mijn vader in: ‘Nu hebben we eens een slimme in de familie en dan verbrodt die het toch wel zeker!’ Hij was echt heel kwaad, maar gelukkig heeft de school niet gereageerd — omdat ik een goede voetballer was. Dat ik een goede student was, was minder belangrijk.

»Mijn ouders hebben me heel sterk de waarden meegegeven die in alle godsdiensten terug te vinden zijn: ik moest respect tonen voor anderen, een goed mens zijn. Dat pikte ik makkelijk op, want mijn beide ouders werden zelf graag gezien omdat ze erg goede mensen waren — mijn pa kon af en toe nog eens kwaad worden, dat kan mijn ma zelfs niet. Die heel morele opvoeding heeft me gans mijn leven geholpen. Het gevaar bestaat niet dat ik ga stelen, want dan steel ik van mijn ouders. Ook liegen valt me echt heel moeilijk. Van het allerergste dat ik in mijn leven heb moeten doen, is mijn ouders gaan opbiechten dat ik gelogen had — namelijk toen ik mijn vrouw aan het bedriegen was.»

Humo: Je hebt geen godsdienst nodig had om de tien geboden te omarmen.
Van Massenhove «Een van de grootste leugens van godsdiensten is dat zij die waarden uitgevonden hebben. Nee, het is bewezen dat die waarden er eerst waren en dat de godsdiensten ze nadien in hun leer geïntegreerd hebben. Hoe komt het dat wij mensen zijn blijven bestaan? Omdat we een heel sociale groep zijn, waarin solidariteit van belang is en morele waarden gehanteerd worden. Als we zonder enig probleem anderen zouden vermoorden en beroven, zouden we allang uitgestorven zijn. Waarden ontwikkel je dus sowieso voor anderen, al worden ze natuurlijk aangescherpt door je omgeving.

»’t Is geen toeval dat mijn vrouw moraal heeft gestudeerd: net als ik vindt Anneke waarden belangrijk. Ook om die reden kunnen wij het ook zo goed met elkaar vinden: het klinkt wat raar, maar wij vinden elkaar echt wel goeie mensen. Ik vind haar ook een schoon mens, wat van mij natuurlijk niet gezegd kan worden (lacht). Zij vindt dat ik dat niet mag zeggen, omdat ik haar en haar keuze voor mij daarmee affronteer.»

Humo: Geen speld tussen te krijgen.
Van Massenhoven «Ik zou nooit durven zeggen dat mijn vrouw ongelijk heeft. Dat heb ik van mijn mama geleerd — een goede raad, eerder dan een morele code (lacht).»

Humo: Ben je het eens met de oude Marx, die godsdienst ‘opium van het volk’ noemde?
Van Massenhove «Nee. Godsdienst bewijst voor mij vooral dat mensen geen rationele wezens zijn: 0,04% van onze beslissingen is rationeel, al de rest rationaliseren we achteraf door argumenten te bedenken voor wat we emotioneel al aannemen. En wat ons doet twijfelen, proberen we te vermijden. Ik probeer in mijn job natuurlijk net het tegenovergestelde te doen: voor verbetering te zorgen door open te staan voor precies datgene waaruit blijkt dat we het verkeerd voor hebben.
»Ik ben een zoon van Darwin, ik heb nooit geneigd naar welke godsdienst dan ook. Maar ik heb wel een enorm respect voor mensen die naar hun geloof leven en de anderen tolereren. Iedereen mag mij proberen te overtuigen, maar daar houdt het ook op. Gelovigen moeten mij niet komen vertellen dat zij juist zijn en de anderen verkeerd — vrijzinnigen evenmin trouwens: Etienne Vermeersch verkondigt veel te veel hoe ik moet denken, daar heb ik een bloedhekel aan.

»Ik ben wel heel gevoelig voor spiritualiteit. Gisteravond ben ik gaan spreken over Rothko, Rothko Chapel en de fantastische muziek van Morto Feldman. Die Chapel is er voor iedereen, van welk geloof ook: ’t is een soort oecumenisch trefpunt om te mediteren over het leven en te werken aan de vrede. Spiritualiteit zit voor mij in kunst, muziek, de vruchtbare samenwerking met een groep mensen ook. Dát is spiritualiteit voor mij, niet mijn relatie tot een opperwezen waar ik verder geen idee van kan hebben. Ik zeg niet dat hij niet bestaat, want dat zou wel zeer hovaardig zijn. Maar als ik geen enkele indicatie heb dat hij bestaat, waarom zou ik mijn leven er dan naar inrichten?»

Humo: Omdat het je een bevredigende omgang met de dood schenkt?
Van Massenhove «Al sinds mijn 24ste word ik bijna onafgebroken geconfronteerd met de dood: begin jaren tachtig heeft een vriendin zelfmoord gepleegd, in de loop van de jaren tachtig is drie vierden van de mannen die ik kende bij de homobeweging ‘De roze vlinder’ gestorven aan aids, een aantal maten zijn toen ze nauwelijks veertig waren gestorven aan een hartstilstand, kanker is een helaas zeer actieve sluipmoordenaar… En altijd weer moet ik naar dat crematorium van Lochristi, waardoor rampzalig genoeg telkens alle vorige begrafenissen daar opnieuw in me naar boven kwamen.

»Ik ben dus zeer veel me de dood bezig geweest, en daardoor dacht ik dat er klaar mee was: ik ben bang van zwaar ziek worden en ik wil niet lijden, maar ik ben niet bang voor de dood. Maar ik was er helemaal niet mee in het reine, zo bleek toen ik vorig jaar te horen kreeg dat ik nog een jaar te leven had. Dan was het echt totale paniek, er ging geen zinnige gedachte meer om in mijn hoofd, ik sliep niet meer. Een ramp, die me geleerd heeft dat je met de dood niet klaar kunt zijn. En dus heb ik het opgegeven: ik weet dat ik ooit sterf en ik kan er alleen maar bang voor zijn.»

Humo: Wil je een begrafenisdienst in een kerk?
Van Massenhove «Nee, maar liever toch ook niet in Lochristi. Jan Hoet noemde dat een fabriek en een slachthuis en wilde daarom in een kerk begraven worden. Met hem heb ik honderden keren over de dood gesproken. ‘Ik aanvaard de dood niet’, zei hij. Daarmee was hij in het goede gezelschap van Koen Raes, ook iemand van wie ik de dood nog altijd verschrikkelijk vind.
»Ik ben met mijn begrafenis eigenlijk nog niet bezig geweest, al had ik me dat wel had voorgenomen na die foute medische voorspelling. Zoals ik ook nog altijd geen euthanasieverklaring heb. Ik loop er, kortom, van weg (zucht). Ik hoop dat ik in de zomer sterf, want ik vind het nog triestiger om vrienden in de winter te begraven. Als het weer mooi is, geeft dat de nabestaanden nog enige rust.»

Humo: Je woont als heidense ketter wel in een begijnhof.
Van Massenhove «Natuurlijk is het spiritueel om daar te wonen. Alleen al de muren rond dat begijnhof maken dat je je wegdraait van de wereld. Totale stilte, in het centrum van de stad. Wij wonen in een klein kloostertje, waar 22 arme novices sliepen. We hebben alle muren weggebroken en zo een fantastische open ruimte gecreëerd, zo organisch als een architect ze nooit zou ontwerpen. In die woonkamer hebben we vijftien grote hoge vensters zoals je die alleen in kloosters en kerken vindt. Echt wel mooi hoe het licht ’s avonds binnenvalt en schaduwen op de vloer tekent.
»Voor de inrichting hebben we gemikt op het spirituele gevoel van Japanse huizen. Het zen-boeddhisme intrigeert me. Om de twee jaar maken we een reis naar Azië en dan ben ik telkens jaloers op het ongelofelijk gevoel daar, dat verder gaat dan solidariteit: ik ben geen persoon, ik ben deel van de groep. Dat ken ik niet, daar ben ik nog te veel ego voor.»

Humo: Als tijd en stilte het nieuwe geld zijn, zoals je weleens hebt geschreven, ben je zelf steenrijk.
Van Massenhove «Rijk is wie tijd heeft voor zichzelf en dus geen drie jobs moet combineren om een serieus inkomen over te houden, en daarbij genoeg geld heeft om stilte te betalen. Ik verdien veel en woon in opperste stilte in het hartje van de stad. Maar veel mensen die bij mij werken wonen langs de autostrade, omdat ze zich niks anders kunnen veroorloven.
»Ik probeer iets voor hen te doen. Ik ga veel spreken en laat mij daar zeer goed voor betalen, omdat ik geen oneerlijke concurrent wil zijn van mensen die daarvan moeten leven. Maar ik wil niet meer verdienen, dus gaat dat geld naar de Stiltehoeve Metanoia van de Bond Zonder Naam. Daar kunnen mensen die stilte niet kunnen betalen, ze alsnog ophalen.»

Humo: Heb je ‘Stil leven’ van Kristien Bonneure gelezen?
Van Massenhove (knikt) «Ik had haar boek graag dertig jaar geleden kunnen lezen, want ik heb lang moeten zoeken om te vinden hoe ik stilte in mijn hoofd kon creëren. Nu weet ik: volledige focus is de hoofdzaak. Iedereen denkt dat ik veel op Twitter zit, maar het gaat om hooguit elf minuten per dag — maar dan doe ik ook alleen dat. En als ik met jou aan het praten ben, staat mijn telefoon uit. Dat heeft ook met stilte te maken, dat heeft Bonneure goed gezien. Ik heb het ook in de kunst. Wat vind ik mooi? Kunst die me verstilt. Jan Hoet mocht me weleens kunst tonen waar ik razend van moest worden, maar daar had ik niet veel mee. Nee, dan liever het rood van Rothko: ik word erin gezogen en raak niet meer weg.»

De trein der graagheid

We zijn via een stuk of wat kaaien bij de Blaarmeersen beland, het sport- en recreatiedomein halverwege het vaste parcours van Van Massenhove. De zomerdag toont zich begeerlijk, een prettige drukte waaiert uit over het domein. Van Massenhove ziet zijn stelling bevestigd de dat de mens fundamenteel goed is: ‘Hier doen zich bijna nooit incidenten voor. Dat illustreert wat ik zei over onze waarden: doordat we elkaar intrinsiek kunnen vertrouwen, kunnen we hier zo harmonisch temidden van vreemden ontspannen.’ Hij aanschouwt met een brede glimlach en blinkende oogjes de passage van een klasje, veelkleurig van huid en zwempak, en vertelt dat hij in de winter de bewonderde Frank Beke, ijsbeer in het diepst zijner gedachten, weleens ziet zwemmen.

De Blaarmeersen etaleert velerlei bekoorlijk natuurschoon, maar daar is het ‘m niet om te doen: ‘Van dat beest met zijn witte bek daar kan ik weinig meer zeggen dan dat het me niet echt een nijlpaard lijkt te zijn (lacht). Ik zei het al: er is veel dat ik niet meer hoef te weten.’ Op de Groene Heuvel bezetten we een bankje, twee gestroomlijnde schedels glanzend in de middagzon. Een hond apporteert een frisbee en vergist zich van baasje. Het natuurlijke leiderschap van Van Massenhove. Hij vertelt dat hij vooral talent voor talent heeft: ‘Al heel mijn leven heb ik me weten te omringen met talent, ik kan mensen samenbrengen om eensgezind tot betere resultaten te komen.’ Zo heeft hij zijn administratie hervormd — met thuiswerk als speerpunt — tot een arbeidsmodel dat de tijdgeest vat, de werknemer centraal stelt en de efficiëntie dient.

Humo: Eigenlijk hebt u uw medewerkers meer zin in zen gegeven.
Van Massenhove «Ik wil mensen gelukkiger of toch zeker minder ongelukkig maken — allemaal, te beginnen met zij die voor mij werken. Om gelukkig te zijn hebben mensen een zinvolle job in een prettige omgeving nodig en moeten ze de tijd hebben om rustig met hun gezin en vrienden om te gaan. Dan schiet de oude aanpak tekort. Die opdeling tussen je professioneel en je persoonlijk leven is iets van honderdvijftig jaar geleden, ontwikkeld samen met de industrialisering. ’t is artificieel om die uit elkaar te halen. Wat wij hier nu zitten te doen, is dat professioneel of persoonlijk? Ik zou het niet weten.
»Mensen willen de regisseur van hun leven zijn. Dat maakt ze gelukkig en weerbaar, dat bewijzen de boeken van mijn goede vriend Mark Elchardus en anderen. Maar het leven is een script dat voortdurend wijzigt: het verandert alles of je een kind van vier, tien of veertien hebt. Daar kan je geen sluitend universeel systeem voor bedenken, dus laat ik al mijn mensen hun eigen systeem ontwikkelen. De enige afspraak is dat ze hun resultaten moeten halen. En zo beslist bij ons 92% wanneer en waar ze werken. Ik betaal mensen in tijd.»

Humo: Hoe heb je dat bedacht?
Van Massenhove «Ik ben een ongelofelijk gelukkige mens, al heel mijn leven. Omdat ik zelf zoveel te danken heb aan mijn familie en vrienden wist ik dat ik het als baas niet goed zou doen als ik mijn werknemers zou verhinderen om bij hun familie, vrienden en kinderen te zijn. Als je goede vriendin te horen krijgt dat ze borstkanker heeft, wil je meteen naar haar toe en niet pas om vijf uur. Bij ons kan dat.»

Humo: Weet je ook wat precies je al je leven lang zo gelukkig maakt?
Van Massenhove «Na die Rothko-avond van gisteren kon ik de slaap niet vatten, puur van geluk. Mijn grootste geluk is rond te lopen in mijn organisatie en mensen zien lachen en met elkaar dollen. Mijn natuurlijke staat is er een van geluk; ik sta op en ben gelukkig. Ik ben ook altijd goed gezind, behalve als ik veel te weinig geslapen en veel te veel gedronken heb —wat natuurlijk bijna nooit voorkomt (lacht). Er zijn intussen nogal wat studies die bevestigen dat je op de wereld wordt gezet met een bepaalde gelukslijn. De eerste keer las ik daarover bij David Lykken, die in ‘Happiness’ betoogt dat die gelukslijn in de loop van je leven hooguit een beetje naar boven of naar beneden kan afbuigen. ’t Is dus grotendeels aangeboren: zoals je wordt geboren met het talent om te voetballen word je geboren met het talent om gelukkig te zijn.

»Anneke is net zo. En Sara, haar dochter, heeft een ronduit onwaarschijnlijk talent voor geluk. Zij is van de door mij zo bewonderde Millenniumgeneratie, geboren na 1984. Voor hen zijn ecologie, gemeenschapszin en familie en vrienden cruciaal. Sara is van het schoonste dat me in mijn leven overkomen is. Ik heb zelf geen kinderen, ik heb me laten steriliseren op mijn 26ste.»

Humo: Nochtans blonken je ogen daarnet, toen die kinderen passeerden.
Van Massenhove «Ik zie graag kinderen, net daarom die sterilisatie. Ik dacht dat het opbod tussen Reagan en de klootzakken in het Kremlin de wereld zou doen ontploffen en ik wilde geen kind dat laten ondergaan. Ik dacht aan adoptie, in het vluchthuis zag ik genoeg kinderen zonder kansen. Maar toen begon ik zo hard te werken dat het er niet meer van gekomen is.»

Humo: Spijt?
Van Massenhove «Ik heb nooit spijt: als ik iets beslist heb, draag ik manmoedig de gevolgen. Maar nu vind ik die sterilisatie wel oerdom. Maar het geluk was aan mijn kant: toen Anneke in mijn leven kwam, bleek die een geweldige dochter van toen 14 te hebben.»

Humo: Heb je ook geen spijt dat je door dat foute medische doemscenario de NMBS niet hebt kunnen leiden?
Van Massenhove «Over de NMBS wil ik niet veel zeggen. Het was niet mijn droom, dat was zoals ik al eerder gezegd heb de VRT te leiden. Ik ga graag aan de slag in een omgeving waar de zeer aanwezige creativiteit toch niet aan de oppervlakte komt. In een industriële omgeving ben ik niet goed, daar blijf ik liever weg. En elders herhalen wat ik de afgelopen tien jaar hier gedaan heb, wil ik evenmin.»

Humo: Je moeder verklapte nochtans aan de regionale pers: ‘Hij had dit jaar al wel eens laten vallen dat hij toe was aan een nieuwe uitdaging.’
Van Massenhove «Dat klopt. Ik had voor mezelf beslist dat ik in juni iets anders zou doen. Maar het was niet mijn ambitie opnieuw ergens de nummer één te worden. Je moet weten dat ik, door alles wat ik vandaag naast mijn job doe, meer geld voor de Bond Zonder Naam verdien dan dat ik zelf als salaris uitbetaald krijg. Op het moment dat ik me op dat soort dingen zou toeleggen, zal ik dus amper minder verdienen.
»Ik was dus van plan zelfstandige te worden, om te doen waar ik in geloof: aan mensen uitleggen dat onze economie op een andere manier moet georganiseerd worden, en dat we daar beter en gelukkiger en trotser van zullen worden. Mensen inspireren en begeleiden, dàt is mijn toekomst. Daar wil ik mee bezig zijn tot ik dood val, ik ben niet van plan om over vijf jaar met pensioen te gaan.
»Dus hoefde ik de NMBS niet te gaan leiden. Maar de regering vroeg me dat en ik ben een civil servant. Ik ging dat absoluut doen, al dachten velen dat mijn ziekte een uitvlucht was om het niet te hoeven doen — ik had mijn team al samengezocht. Ik wist wel dat ik binnen de twee jaar weer buitengegooid zou worden, want ze beseften niet goed wie ze daar binnengehaald hadden (lacht).»

Humo: Zit je meta-denken nooit je geluk in de weg?
Van Massenhove «Net niet. Ik hou van alles wat contra-intuïtief is. Ik ben stikjaloers op zo’n François Englert, onze Nobelprijswinnaar: die kan uitvlooien dat iets niet juist is waarvan we vroeger intuïtief dachten dat het klopte. Ultiem is de waarheid zeer eenvoudig en elegant, zo zei Englert nog: de vorige theorie was hem niet elegant genoeg, dus kon die onmogelijk juist zijn. Zulke dingen horen maakt me onwezenlijk gelukkig. Veel mensen zijn bang van verandering, ik ben er verslaafd aan.»

Humo: Ligt daar de zin van je leven?
Van Massenhove «Ultiem is ‘The Meaning of Life’ een film van Monty Python, laat ons eerlijk zijn. Ook mijn leven is een film van Monty Python, zo onwaarschijnlijk als het allemaal gelopen is. Ik had net zo goed niks kunnen meemaken, mijn geluk is dat mijn moeder in haar lieftalligheid de raad van mijn leraars ter harte genomen heeft en me heeft laten studeren.
»Toen ik wist dat er geen god was en dus ook geen zingeving die inherent is aan het leven, begreep ik dat ik zelf een zin aan mijn leven moest geven. Die heb ik gevonden in de revolte, ik zal blijven rebelleren tot aan mijn dood. Dat heb ik ook aan Stéphane Hessel moeten beloven, toen ik ‘m een paar maanden voor zijn dood mocht ontmoeten. Een geweldige man: enkele dagen na ons gesprek stuurde mij een contract toe, waarmee ik me ertoe verbond te blijven vechten tegen onrechtvaardigheid (lacht).
»De woede over onrechtvaardigheid heb ik van mijn pa. Hij kon echt ziedend zijn. Zoals toen hij werkloos werd en zich bij veertien bedrijven in Brugge ging aandienen. Toen hij met zijn fiets thuiskwam, stond de pastoor aan de achterdeur: hij had dertien telefoons gekregen met de vraag wie die Van Massenhove was. Die avond heeft mijn vader bijna niks gegeten, puur van colère, en hij is bij dat veertiende bedrijf gaan werken. Die woede zit ook in mij. Ze heeft me naar het linkse pad geleid. En naar mijn verlangen om zoveel mogelijk mensen gelukkig maken.»

Op de terugweg kietel ik het zonovergoten zondagskind een beetje: ‘Ik ben wel een positivo, maar geen idioot. Ik heb ooit een week in The City doorgebracht. Dan begin je wel te twijfelen aan je optimisme. De hebzucht daar is echt verschrikkelijk. Dan word je ’s avonds mee uitgenodigd en ligt de cocaïne gewoon op tafel. Wie zo geluk moet vinden, heeft nog een lange weg te gaan.’ En wat met de klimaatopwarming? ‘Ik maak mij onwaarschijnlijk veel zorgen, ik vraag me soms af of we het einde van de eeuw halen. Ik wil best minder verdienen als het de ecologie ten goede zou komen.’ En de politiek? ‘Ik heb last met de huidige generatie politici, ik heb heimwee naar de tijd dat ik met kleppers als Dehaene rond de tafel mocht zitten. Dan voelde ik me klein en leerde ik veel. Nu ben ik nog zelden onder de indruk.’

Lang kan die donderwolk de zomerzon natuurlijk niet verduisteren, Van Massenhove ziet de tijdgeest minder geldgedreven en meer waardengedreven worden: ‘Het inzicht groeit dat het uiteindelijk gaat over hoe mensen met elkaar omgaan. Het gaat steeds minder om wat je hebt, en steeds meer om wat je meemaakt: beleving, netwerken, authenticiteit.’ De innovatie zal ook van die kant komen, de groei zal onvermijdelijk duurzaam zijn: ‘De toekomst is voor bedrijven en organisaties die ervoor zorgen dat de klant ongelofelijk gelukkig is en dat de wereld er ecologisch en moreel beter van wordt. Bedrijven die goedkope T-shirts maken waar Pakistanen het leven voor laten, gaan er na verloop van tijd uit. Dat is een leuk aspect van de grote transparantie van de wereld tegenwoordig: dat niets nog makkelijk weg te steken valt, impliceert dat bedrijven zich wel moeten bezighouden met het immateriële, in hun bedrijfsvoering maar ook in hun omgang met mensen.’ Het komt dus toch allemaal goed, een zondagskind houdt ook van maandagen.

De Spotify-playlist die Humo uit al mijn muziekjes koos vind je hier: http://www.humo.be/muziek/297157/zin-in-zen-de-soundtrack-van-frank-van-massenhove

Dit was het lijstje dat ik Bart opstuurde:

Arhegh Danagh – Tinariwen – Emmaar
Here Comes The Storm – Sunshine Underground – The Sunshine Underground
Johnny And Mary – Todd Terje – It’s Album Time (A sepulchral Bryan Ferry croaking a song of Robert Palmer)
Mother’s Favorite Hated Son – New Bums – Voices In A Rented Room (Sucker for titles)
The Last Mad Surge Of Youth – Henry Priestman – The Last Mad Surge Of Youth (Sucker for titles bis)
Column Of Streetlight – Milagres – Violent Light
Nino – Kreidler – ABC
When The Trail Goes Cold – Wooden Wand – Farmer’s Corner
The Ambassador – The Hold Steady – Teeth Dreams
How Are You Just A Dream? – Micah P. Hinson – Micah P. Hinson And The Nothing
Life In The Sky – Fanfarlo – Let’s Go Extinct
Feel Better (Frank) – Family Rain – Under The Volcano
When Walter Went Crazy – Drive-By Truckers – English Oceans
Glory, Sweat And Flow – Archie Bronson Outfit – Wild Crush
I Feel Like Ten Men, Nine Dead & One Dying – Band Of Skulls – Himalayan
Set That Baggage Down – David Crosby – Croz (Ouwe zak maakt perfecte eindsong)
Let Me Down Easy – Paolo Nutini – Caustic Love (Bettye LaVette’s hartbrekend nummer mooi verwerkt in nieuwe song)
Ka Moun Kè – Rokia Traoré – Beautiful Africa
Men Of Good Fortune – Joseph Arthur – Lou
Like A Mighty River – St. Paul & The Broken Bones – Half The City
Ain’t There Something That Money Can’t Buy – Nick Waterhouse – Holly
Gubaidulina – Sotto Voce (For Viola, Double Bass & Two Guitars) – Sofia Gubaidulina – Repentance (Deze religieuze hedendaags klassieke componiste maakte me al zo vele keren gelukkig, begrijpe wie kan)
Three Women – Jack White – Lazaretto
Moving To The Left – Woods – With Light And With Love
Curtains!? – Timber Timbre – Hot Dreams
Cherry Avenue – Pyramid Vritra – Indra (Ja, zelfs hip-hop)
Sacred Emblems – John Zorn – Psychomagia (Van Zorn verwacht je snoeihard. Zeker met dit soort titels. Dit is… lieflijk. Is bijna zo mooi als Ghost Of A Guilty Conscience van zijn Film Works XXIV – The Nobel Prize Winner)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

P(l)akkend

Robert Palmer
Work work work to make it work
Push it along
Work work work if you want to move it
Push it along
Work work work to make it work
Push it along
Work work work if you want to improve

Work To Make It work, Robert Palmer, Pressure Drop, 1975

Tientallen politici heb ik de dezelfde vraag al gesteld. En bijna altijd kreeg ik ook hetzelfde antwoord. De vraag: Welke ideeën slaan aan? Het antwoord bleek telkens weer te zijn: goede ideeën. Nagenoeg geen enkele politicus heeft dus Het Beslissende Moment van Malcolm Gladwell gelezen. Dat is raar want de man heeft vooral in Angelsaksische landen het aureool van een rockster, wordt wereldwijd voor lezingen gevraagd en verkoopt miljoenen boeken.

Gladwell is geen veelschrijver, in negen jaar verschenen slechts drie echte boeken van hem, maar elk van de drie, de andere zijn Blink (Nederlandse vertaling: Intuïtie) over hoe snel we wel beslissingen nemen en Outliers (Nederlandse vertaling: Uitblinkers) over waarom mensen slagen en vooral waarom niet, zijn zeer aan te bevelen. Omdat ze lezen als thrillers en omdat ze contra-intuïtief zijn. Op ieder pagina ruik je het genot van een auteur die weet dat hij zijn lezer weer op het verkeerde been heeft gezet.

Gladwell is geen wetenschapper maar een journalist. Voor hem is er geen hoge en lage cultuur. Waarom Hush Puppies in een paar maanden tijd vervellen van saaie nonkelschoenen tot hebbedingetjes van de New-Yorkse chic interesseert hem even zo goed als waarom de criminaliteit in diezelfde stad in een paar jaar tijd sterk daalt. Hij onderzoekt waarom Sesame Street aansloeg en doet dat met hetzelfde plezier als uitvinden waarom een stelletje ongeregeld de Amerikaanse Revolutie konden ontketenen tegen professionele Britse legers. En zo komt hij tot de bevinding dat het geen enkel belang heeft of een idee goed is om het te laten aanslaan. Dat hadden we natuurlijk al lang moeten weten want het nazisme en stalinisme zijn niet echt de beste ideeën die onze soort heeft voortgebracht maar ze zijn wel decennialang gekoesterd door miljoenen mensen.

Gladwell vertrekt vanuit een standpunt, dat we ook aantreffen in Jared Diamonds briljante Guns, Germs, and Steel: ideeën en producten en boodschappen en gedragsvormen verspreiden zich op dezelfde manier als virussen. Om een bepaalde hype te verklaren kun je ze daarom het beste beschouwen als epidemieën. Maar hoe kun je bewust een epidemie op gang brengen? Gladwell ziet drie wetmatigheden die écht belangrijk zijn om van een ideezaadje een epidemisch fenomeen te maken: de wet van de enkelingen, de beklijvende factor en de kracht van de context.

De enkelingen die aan de basis liggen van een nieuw idee dat zich razendsnel verspreidt noemt Gladwell Verbinders, Kenners en Verkopers. Ze zorgen met kleine veranderingen voor grote gevolgen. Ze doen een appel op onze emoties, niet onze ratio. En we aanvaarden hun boodschap omdat die van hen komt. Kenners delen met plezier informatie met anderen. Ze winnen daar niets bij, ze zijn al blij wanneer ze anderen helpen. Ze hebben een zesde zintuig voor wat vernieuwers aantrekkelijk vinden en zetten dat om in een verhaal die iedereen begrijpt.

Verbinders zijn mensen met een omvangrijk sociaal netwerk die letterlijk verschillende groepen mensen met elkaar verbindt. Zij weten precies wie ze waarvoor kunnen benaderen en waar ze deze persoon kunnen vinden. Zij verspreiden de boodschap van de Kenners. Verkopers tenslotte zijn in staat anderen te overtuigen van de boodschap. Geen epidemie zonder die drie. Fascinerend is dat Gladwell mensen van vlees en bloed beschrijft die, zonder het zelfs te bevroeden, Verbinders, Kenners en Verkopers zijn. Als hij onderzoekt hoe hij de meeste mensen in zijn eigen vriendenkring had leren kennen, kwam telkens zijn vriend Jacob in beeld, hét prototype van de Verbinder. Het rare was dat Jacob zich daar helemaal niet van bewust is. We denken dat vriendschappen circulair chaotisch ontstaan maar ze blijken eerder piramidaal, met mensen zoals Jacob, totaal onbewust, aan de top.

Op dezelfde manier beschrijft Gladwell Mark Alpert, een Kenner, die zelfs op een gezegende leeftijd, nachten kan doorbrengen om iets dat hem toevallig komt aanwaaien, totaal te doorgronden om dat ingewikkeld inzicht op een bijna kinderlijk naïeve educatieve wijze aan zijn ruime vriendenkring uit te leggen. Pedante Kenners stoppen de epidemie. Kennisdelende enthousiastelingen versnellen ze. De super verkopers blijken geen mensen te zijn die klanten van alles kunnen opsolferen maar die begrijpen waar de kopers echt naar op zoek zijn en hen helpen te vinden wat ze nodig hebben.

Politici, de betere dan nog, komen na dagen overleg met de Kenners voor de camera uitleggen hoe ze de zaken zullen aanpakken. Ze hebben niet door dat er na jarenlange lineaire besparingen geen enkele Verbinder, meer un administratie te bespeuren valt. Er zitten alleen nog experten die zoeken wat de beste oplossing is.

Een idee dat niet beklijvend (“sticky”) is, slaat nooit aan. Het hoofdstuk over Sesame Street zou verplichte lectuur moeten zijn voor politici, professoren en managers. Er werd uitgegaan van de toen heersende educatieve zekerheid dat kinderen niet kunnen volgen wanneer echte mensen en tekenfilmfiguren door elkaar lopen. De eerste probeersels waren daarop gebaseerd. Maar kinderen verloren bijna onmiddellijk hun aandacht bij de try-outs. De uiterste uitzenddatum naderde en er werd beslist, zeer tegen de zin van de educatieve staf die dus consequent buiten werd gepoeierd, om scenes op te nemen waarin harige monsters meesterlijk gecombineerd werden met ernstige volwassenen. Het was een mega succes. Iedere uitzending van Sesame Street, later ook van de Muffets werd voorafgegaan door meedogenloze try-outs. Not sticky? Out! Stel dat wetten op die manier geëvalueerd werden.

Het sluitstuk van Gladwells betoog voor effectieve verandering is de kracht van de context. Raar genoeg is het overtuigendste bewijs voor het belang van omgeving in een ander Gladwellboek te vinden. In Outliers legt hij zeer overtuigend uit dat Steve Jobs en Bill Gates, ondanks hun fenomenale persoonlijkheden, zich nooit tot de heersers van de wereldinformatica hadden kunnen kronen als ze niet in dat specifieke gedeelte van de USA hadden geleefd waar zich het voorgeborchte van de digitale wereld bevond. In Het Beslissende Moment schuift Gladwell de casus van de “Gebroken Raam”-theorie naar voren om uit te leggen dat door het aanpakken van stinkende, lelijke en chaotische omgevingen de criminaliteit in New York tot een ongekend laag niveau werd teruggebracht. Steven Levitt, bekend van Freakonomics, vocht dit sterk aan. Volgens hen had de criminaliteitsterugval vooral te maken met meer blauw op straat en met de daling van het aantal ongewenste kinderen. Levitt vond het voorbeeld slecht gekozen, maar hij steunde Gladwell in zijn thesis van de kracht van de context.

Politici die de context belangrijker vinden dan het vurig geloof in een ideologie die na anderhalve eeuw amper veranderd is, hebben de toekomst in handen. Die is niet eens zo moeilijk te vinden. Het heeft de vorm van een boek.

Deze tekst verscheen eerst in De Standaard van 26 juli 2014, in de zomerreeks Bladgoud, waarin iemand zijn favoriete boek voorstelt.

tippingpointmalcolm-gladwell-het-beslissende-moment

Malcolm Gladwell, The Tipping Point vertaald als Het Beslissende Moment (Atlas Contact).

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Meester Sanders

Television
But something, something said “You’d better not”
And I fell
And I stood and walked out the arms of Venus de Milo

Venus, Television, Marquee Moon, 1977

https://m.youtube.com/watch?v=Ae1QhhK3oCI

48 jaar, 1 maand en 13 dagen geleden bespeurde mijn pa enige actie aan de achterdeur. Toch niet weer Zorro, fluisterde hij mijn ma toe die, het was het weer ervoor, een blikje groentenmacedoine aan het openen was voor het onvermijdelijke koedplaotje. Zorro was de legendarische Zerkegemse pastoor die alles wat in het Vatikaans Concilie afgesproken was hartsgrondig en in het latijn verwenste en die zich nooit uit zijn pastorhabijt, dat hem zijn bijnaam had opgeleverd, zou laten hijsen. Maar het bleek gelukkig Meester Sanders te zijn, de beste onderwijzer die Vlaanderen ooit kende. Niemand in Zerkegem was liever gezien dan die statige man met zijn warme bariton, die net zoals zijn beminde Koning diepgelovig en vervloekt was met kinderloosheid.

Meester Sanders gaf les én levensles. Je leerde bij hem van alles aan en van alles af. Bij mij was dat nagelbijten. Als je proeven af waren, mocht je lezen in de boekjes van de klasbibliotheek. Ik was er gek op. Dus haspelde ik mijn proeven af, pakte mijn boekje en ging aan het knabbelen. Toen ik weer eens met overgave aan het lezen was toonde de Meester me een afbeelding van de Venus van Milo. “Kijk, Frankie, dit is het resultaat als je jezelf opeet. Het begint met je nagels.”

Meester Sanders kwam mijn ouders vragen wat Frankietje volgend jaar zou doen. “Je gaat hem toch laten verderstuderen?, vroeg hij, vreemd genoeg hetzelfde wat Zorro had gevraagd. Maar bij Meester Sanders klonk het niet half zo dwingend als bij Zorro, die, het moet de warmte geweest zijn, bij Frankietje een roeping had opgemerkt. “Zeker”, antwoordde mijn pa, “hij mag naar de vakschool”. “Firmin”, zei Meester Sanders, zoals alle briljante leraren een geboren psycholoog, “het is bijzonder jammer dat jij die kans nooit hebt gehad. Want je bent een slimme vent. Maar je Frankietje is wreed slim. Je moet hem naar het middelbaar laten gaan”.

Mijn pa reageerde alsof hem een electrische schok was toegediend. “Maar Meester, alleen kinderen van boeren sturen hun kinderen naar het middelbaar. Ik ben maar een werkmens. Wat gaan ze wel van ons zeggen?” “Als je ooit van iemand hoort dat het een schande is dat je je kind laat studeren, kom het mij maar zeggen, dan praat ik wel eens met hem”. Zeven jaar later vertelde een Zerkegemse boerendochter, die ook in Gent studeerde, dat haar nonkel, die zich laten ontvallen dat die Firmin zijn plaats niet kende, de ongekoelde woede van Meester Sanders had ondergaan en er weken niet goed van was geweest.

En zo kwam het dat ik een paar dagen later, in mijn zondagskostuum met korte broek, in de Opel Record van Meester Sanders op weg was naar de Frères. Waar de Directeur stelde dat kinderen van de buiten beter het voorbereidende jaar, het zevende, volgen. Dan kon ik me beter inwerken in de sfeer van een grote stadsschool. Ijzig vroeg Meester Sanders welke plaats de beste Frères-leerling had gehaald in het Kantonaal Examen. “De vierde”, zei de directeur trots. “En moet hij het zevende doen?”, vroeg Meester Sanders. “Natuurlijk niet!”, riep de Directeur. “Wel, Frank was de beste”; zei een duidelijk gekrenkte Meester Sanders, “dus we zullen hem maar in dezelfde klas zetten als jullie beste zeker?”

Tijdens de terugreis liet Meester Sanders me beloven dat ik hem ieder jaar mijn rapport zou komen voorleggen. Als ik het op school wat moeilijker kreeg, deed ik beter mijn best omdat ik mijn papa en mama niet wilde ontgoochelen maar vooral omdat ik de Meester niet zou teleurstellen. Maar het rapport van mijn poésis (het vijfde jaar) heeft hij nooit gezien. Weer op een warme dag daalde er voor de eerste keer een helicopter neer in Zerkegem. De medische equipe kon Meester Sanders niet meer redden. Zijn warme hart had het begeven.

Meester Sanders was zeer bewust anti-elitair: hij voer uit tegen de notaris wiens kind dokter moest worden terwijl de jongen zo graag loodgieter wilde zijn. De man deed 12 jaar over zijn doktersstudies. Na zijn vaders dood verkocht hij zijn praktijk en startte een loodgietersbedrijf. Meester Sanders kende zijn kinderen.

Meester Sanders was, waarschijnlijk zonder het zelf te meten, een overtuigde meritocraat. Ieder kind moest alle kansen krijgen. Hij zou een virulent tegenstander zijn van het optrekken van het universitair inschrijvingsgeld. Voor de Vlaamse Frankietjes mocht er geen enkele barrière zijn om verder te studeren. Als een gemeenschap de kansen van zijn kinderen begint op te eten, eindigt hij als Venus van Milo.

Verschenen als column in De Tijd van 2 augustus 2014.
Deze versie is 173 woorden langer.

Meester Sanders zou, denk ik, dezelfde mening toegedaan zijn als Guy Tegenbos, die het volgende edito schreef in De Standaard van 12/08/2014
Guy Tegenbos

De regering Bourgois startte met een flater: besparingen vastleggen, op vakantie vertrekken en denken dat die geheim blijven.
Eo werkt dat niet meer.
De tijd van “zwijgen is goud” is voorbij. Vandaag geldt de regel: wie gehiemen zaait, zal lekken oogsten.

De Vlaamse bevolking blijkt echter rijper te zijn dan de geheimhouders dachten. Ze discussieert vandaag vrij volwassen over die ‘mogelijke maatregelen’.

Neem de verhoging van het studiegeld in het hoger onderwijs. Gezinnen en studenten protesteren, maar zien dat er voor de keuze van de regering ook wel argumenten zijn.

Haar keuze is hoe dan ook een ideologische keuze, al zijn er zowel linkse als rechtse denkers die ze verdedigen.

Die keuze ‘responsabiliseert’, luidt het. Wie studeert, zal meer verdienen en kan dus betalen. Gratis onderwijs leidt niet naar verantwoorde studiekeuzen, is een ander argument. En gratis onderwijs democratiseerde uiteindelijk weinig. Een prijs laten betalen aan wie kan betalen, en goede beurzen geven aan lage inkomens, democratiseert meer, luidt het.

(Verontrustend is echter dat men wel spreekt van hogere beurzen, maar daar nergens geld voor voorziet.)

De hoger geschetste keuze is het Angelsaksisch sociaal model, dat Nederland almaar meer blijkt te volgen. Aan de andere kant staat het Scandinavisch model met hoge belastingen en ruime sociale voorzieningen – gratis hoger onderwijs incluis – gecompenseerd met straffe controle op het verantwoord gebruik ervan. Als je Vlamingen laat kiezen, neigen ze almaar meer naar het tweede model: zie maar hun opvattingen over kinderopvang, werkloosheid, pensioenen. Voor het studiegeld zie je ze echter aarzelen. Dat maakt een openbaar debat mogelijk en nodig.

Opgemerkt moet worden dat de verhoging die de coalitiepartijen overwegen, al bij al beperkt blijft. 900 euro (in plaats van 600), dat is vele malen minder dan wat Britten en Nederlanders betalen.

Ook is niet duidelijk wat men wil aanrekenen in de hogescholen en aan beursstudenten en bijna-beursstudenten (die nu 100 resp. 400 euro betalen).

De echte bedoeling van universiteiten en regering lijkt intussen te zijn: véél meer kunnen aanrekenen voor de ManaMa’s, de specialisatieopleidingen na het eerste masterdiploma.

In Nederland is dat echte business geworden, waaraan de eigen maar ook buitenlandse universiteiten en commerciële firma’s vrolijk meedoen. Het zijn overwegend eenjarige opleidingen die de meesten combineren met werken. Dat is nog een ander verhaal.

Een goed debat is dus nodig.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

We zouden tweelingsbroers kunnen zijn

rolling
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it
I said I know it’s only rock ‘n roll but I like it, like it, yes, I do
Oh, well, I like it, I like it. I like it…
It’s Only Rock ‘N Roll (But I Like It), the Rolling Stones, It’s Only Rock ‘N Roll, 1974

http://tinyurl.com/pwvl39h

Op vrijdag 18 juli 2014 verscheen in de Krant van West-Vlaanderen een dubbelinterview van Dominique Persoone en mezelf, gearrangeerd door Sandra Rosseel, die niet alleen een beregoede journaliste is maar ook een koppelaarster, zoals je hieronder kan lezen.

In PDF:
KWinterviewcover
KWinterview1
KWinterview2
KWinterview3

De topman van een federale overheidsdienst en een chocolatier ? Het lijkt een ongewone combinatie, maar niet als je Frank Van Massenhove en Dominique
Persoone samenzet. Creatieve geesten overgoten met een flinke scheut rock’n-roll en de drang om anderen gelukkig te maken. “We zouden tweelingbroers kunnen zijn”, merkt Frank op. Al is er wel een verschil. “Die rust die jij uitstraalt. Jij bent zo zen, de dalai lama van de overheid. Daar ben ik nog naar op zoek”, reageert Dominique. Een gesprek dat blijft nazinderen…

Ze kenden elkaar niet, de topman van de FOD Sociale Zekerheid en de shock-o-latier uit Brugge. Maar de passage van Dominiek Persoone (45) in het Radio 1-programma Touché op Paaszondag, was door Frank Van Massenhove (60), afkomstig uit Zerkegem, niet onopgemerkt gebleven. “Toen ik jou bezig hoorde, wist ik al dat het tussen ons zou klikken”, vertelt Frank tijdens het gesprek in restaurant Zeno in Brugge. “Ik kende jou niet en heb je gegoogeld. Ik moet bekennen, toen ik kreeg ik wel wat stress voor dit gesprek”, lacht Dominique.

Stress die absoluut niet nodig blijkt te zijn. “Ik leid een ongelofelijk interessant leven. Ik word enorm veel gevraagd door artiesten en kunstenaars die met een project bezig zijn, en dat klikt altijd onmiddellijk. Ik vind het enorm interessant om creatieve mensen te ontmoeten, daar haal ik mijn inspiratie. Zij zeggen dingen waar ik nog nooit aan gedacht heb, en dan denk ik er over hoe ik die ideeën in mijn organisatie kan verwerken. Mijn mensen zeggen heel vaak ‘my god, waar komt hij nu weer mee af’…”, lacht Frank. “Ik wil dan ook ontzettend graag weten waar jij je inspiratie vandaan haalt…”

Dominique : “Door met mensen uit verschillende werelden in contact te komen. Ik ga daar niet bewust naar op zoek, soms valt het zomaar in je schoot, maar het verruimt wel je blik. Mijn wereld is heel beperkt, alles draait rond food, het is freaky. Als ik ga shoppen in de stad en ik sta in een schoenwinkel, dan kijk ik niet naar de schoenen, maar naar de vormen. Overal zie ik dingen die ik kan gebruiken. Onlangs zag ik een eightiesclip met limbo, je weet wel, zo’n buis waar je onder danst. Dat vind ik tof, dat blijft hangen en plots kwam ik voor een event op de proppen met een kapstok op wielen. Daar hangen we allerlei lekkers aan, we rijden ermee over de tafel en de gasten kunnen happen naar wat ze willen eten… Echt alles kan me dus inspireren. Er ligt nu zelfs ’s nachts een boekje naast mijn bed, zodat ik ideeën kan opschrijven. ’s Nachts komen er goeie ideeën, maar ik onthou ze niet altijd.”

Frank : “Vroeger had ik een dictafoon naast mijn bed liggen, maar mijn vrouw was daar niet zo gelukkig mee. Daarna ben ik beginnen schrijven, maar nu doe ik het niet meer. Wat weg blijft, was misschien niet goed genoeg.”

TUNNELVISIE

Frank : “De meeste mensen hebben een tunnelvisie. Ze kijken naar hun houding en verbeteren het een beetje, terwijl je altijd moet zoeken naar iets totaal anders. Als je te lang hetzelfde doet, te weinig andere impulsen krijgt, dan ben je na 10 jaar dood. Daarbij komt iets wat mijn spitsbroeder Tom Auwers altijd zegt : als je een pijl afschiet, gaat hij altijd naar beneden, dus moet je zo hoog mogelijk schieten. Dit is iets wat jij doet, Dominique, maar wat de meesten niet durven. Ze denken na over wat anderen zullen zeggen, over de moeilijkheden en uiteindelijk schieten ze in hun eigen voet… Toen ik de FOD Sociale Zekerheid wou hervormen, dachten de meesten dat ik echt zot was geworden, terwijl ze mijn visie nu doodnormaal vinden.”

Toch geld je nog altijd als voorbeeld, zowel binnen de overheid als bij privébedrijven.

Frank : “Maar dat is omdat ik de eerste ben. Iemand anders kan het misschien veel beter doen, maar hij blijft altijd de tweede. Het was trouwens niet mijn bedoeling om dit te doen. Ik ben binnengekomen bij de FOD en heb eerst drie jaar werk gehad om alles goed te laten draaien, zonder grote veranderingen. Daarna wou ik weggaan om een eigen bedrijfje te beginnen, maar toen daagde Tom me uit. Hij vond dat het veel straffer zou zijn mocht ik mijn zot idee bij de FOD uitvoeren, in een omgeving waarin niemand het verwacht. En ik ben hem daar gevolgd. Ik dacht echt dat mijn kop eraf zou gaan, want de meeste ministers kunnen niet tegen verandering. Iedereen voorspelde het ook, maar straks ben ik wel de langstzittende voorzitter die er is… Veel tegenkanting heb ik trouwens niet gehad, ik ben gewoon onder de radar gestapt en op het moment dat ze het opmerkten, was het al gebeurd.”

Dominique : “Toen ik begon heb ik massa’s kritiek gekregen. Ik was die wacko, die kok die pralines maakte… Bam bam bam. Ik kreeg van iedereen tegen mijn kop. Ik combineerde chocolade met sigaren, met tomaten… Ze lachten mij keihard uit. Maar ik ben eigenlijk wel blij met de tegenkanting die ik toen kreeg, het heeft me sterker gemaakt. En ondertussen is er een nieuwe generatie chocolatiers opgestaan, met een nieuwe spirit. Eindelijk is chocolade weer hip en fun.”

Frank : “Mensen als Kobe en Sergio, die vormen een fantastisch cadeau voor de volgende generatie koks. Toen ik studeerde, waren koks trieste figuren. Dat werd op de Frères ook zo gezegd : wij waren de slimme, de rest was crapuul… Terwijl ik uit Zerkegem kom en al mijn vrienden heel eenvoudige mensen waren. Ik kan niet zo over mensen denken, ook niet in mijn organisatie. Wie koffie zet, is even belangrijk als ik. Ik heb een talent gekregen dat zeldzamer is en heb dat ook ontwikkeld, net zoals jij, Dominique, maar daarom ben ik niet belangrijker. Ik word alleen beter betaald. Daarom ook heb ik geen eigen bureau, ik zit gewoon tussen mijn mensen.”

ONDERNEMEN

Het gesprek concentreert zich op ondernemen. Frank uit zijn bewondering voor ondernemers van kleine kmo’s, die het volgens hem veel moeilijker hebben dat hijzelf, die een dienst van 1.200 man leidt. Dominique hekelt de overvloed aan wetten en regels in ons land, die het die kleine ondernemers vaak enorm moeilijk maken.

Dominique : “Ik heb het geluk dat ik een fantastisch team achter me heb, we werken nu met 39 mensen, wij kunnen nu al tegen een stootje, maar voor mensen die nu moeten beginnen, is het een drama. In mijn nieuwe fabriek in Brugge, The Factory, heb ik een computersysteem moeten installeren om de haccp (systeem dat de voedselveiligheid moet garanderen, red.) op te volgen. Dat kost me voor mijn atelier alleen al 48.000 euro en ik heb een parttimer in dienst die niets anders doet dan dat haccp-plan op te volgen. Een beginnend ondernemer kan dat gewoon niet… Een ander voorbeeld : ik heb bijenkasten op het dak van The Factory staan, ik wil de bijen redden, of daar toch mijn steentje toe bijdragen. Die honing wil ik verkopen in mijn winkel en dus kocht ik nieuwe, speciaal
voor voeding gemaakte bokalen. Blijkt nu dat ik die gloednieuwe bokalen eerst moet laten testen in een laboratorium… Onbegrijpelijk toch.”

Frank : “De regelneverij is verschrikkelijk. De administratie moet het doen, en vooral het woordje ‘moet’ is belangrijk in die zin. Er zijn regels die de meeste van onze ambtenaren belachelijk vinden, die ook niet bijdragen aan het doel dat we willen bereiken, maar het moet. Wij maken er trouwens een punt van om ons te concentreren op de grote fraudeurs, niet op de kleine ondernemingen. Als we een onregelmatigheid zien op een formulier, zullen we natuurlijk ook aan de kmo’s vragen of ze geen fout hebben gemaakt, en heel vaak is dat gewoon het geval en wordt die fout vlug rechtgezet. Weet je, wij geloven niet in een systeem, maar in mensen.”

‘Mensen’ is duidelijk een sleutelwoord in jullie manier van denken.

Frank : “Mijn doel in het leven is mensen gelukkig maken. Of je nu hier aan tafel zit, of op je werk bent, of thuis bij je familie… Je bent altijd dezelfde persoon. Het zijn dezelfde dingen die je gelukkig of ongelukkig maken. Als twee van mijn mensen staan te babbelen over het concert van Massive Attack op Cactus, dan vind ik dat niet erg, integendeel. Ik weet dat ze daarna met een goed gevoel terug aan het werk gaan. Bij ons primeert niet de tijd die je aan je bureau doorbrengt, wel het resultaat. Dus ik juich het toe als mijn mensen met elkaar spreken, leuke dingen doen…”

Dominique : “Amai, dat is heel zen. De dalai lama van de overheid. Respect.”

Frank : “Ik ben er ondertussen zestig, maar ik heb alle fouten van het boek gemaakt. Maar dan ook allemaal. Ik ben een arrogante etter geweest die zichzelf echt wel slim vond. Ik ‘was’ dat ook, want ik had diploma’s, maar eigenlijk was ik een idioot. Ik was niet bezig met mensen. Ik dacht dat ik het wist en vertelde hen wat te doen, maar zo werkt het niet. En toen heb ik beseft dat ik naar de mensen moest luisteren, dat ik moest toegeven dat ik het als baas niet verstond en hen uitleg moest vragen. In het begin gebeurde dat ook schoorvoetend, maar hoe meer vragen je stelt… Je mensen worden trots op wat ze doen en na verloop van tijd gaan ze al samenzitten en vinden ze oplossingen nog voor jij je vraag hebt gesteld. De creativiteit die zo ontstaat… Als baas moet je maar een ding doen : als het mislukt, dan moet je je mensen dekken, moet je je verantwoordelijkheid nemen.

Dominique : “Ik volg je volledig. Toen ik begon, waren chefs dictators. Zij waren de baas… Kwamen er zes soorten olijfolie binnen, dan besliste de chef op zijn eentje welke olijfolie het zou worden. Nu heb ik regelmatig teamvergaderingen met iedereen erbij, ook de poetsvrouw en de chauffeur. Ik zet de olijfolie op tafel en vraag welke zij zouden nemen. Ze moeten wel zeggen waarom, maar ik luister. En ik geef mijn team ook ‘huiswerk’. Ze krijgen een opdracht waar ze tijdens de werkuren in team aan mogen werken, een uurtje per week of zo. Ze filmen wat ze doen, wat er mislukt, wat er lukt… De motivatie en de creativiteit die je daarmee creëert…”

Frank : “Dat filmen moet je doen, want dat kan je gebruiken bij storytelling… Creatievelingen, kunstenaars, dat is de toekomst. Bijna alles wordt commodity, een wit product. Iedereen weet waar hij een bepaald product zo goedkoop mogelijk kan kopen, behalve als hij iets speciaals wilt. Messen kan je overal krijgen, maar het perfecte mes dat mooi is, dat fantastisch in de hand ligt en fantastisch snijdt. Daarvoor ga je naar een artiest in het messen maken. Door aan storytelling te doen, jouw verhaal te vertellen, zullen de mensen jou vinden.”

Dominique : “Dat is mijn probleem : ik heb enorm veel verhalen te vertellen, maar heb er de tijd niet voor. Zo kopen de meeste chocolatiers hun praliné aan, maar maak ik ze zelf. Dat kost meer, maar de smaak blaast je echt omver… Alleen weet niemand het dat ik zo werk.”

Frank : “En daar komt dat filmen dan te pas. Die stukjes film kun je gebruiken bij je storytelling, je kan de verandering filmen. Ik heb ooit aan Steven Van Belleghem (auteur van onder meer ‘the conversation manager’, red.) gevraagd wat ik nog in mijn organisatie kon veranderen. Hij zag twee werkpunten. Het eerste was : je houdt de informatie te veel vast. Ga weg van de paswoorden, gebruik YouTube. En ja, eens iets op YouTube staat heb je geen controle meer, maar controle is bullshit in deze tijden. Het tweede punt was storytelling. Vertel wat je doet.”

Dominique : “Ongelofelijk hoe wat jij vertelt, samenloopt met mijn wereld. Vroeger hielden alle chefs hun recepten voor zich, maar dankzij Ferran en Albert Adrià (de chefs van het ondertussen gesloten sterrenrestaurant El Bulli, red.) is dat helemaal veranderd. Zij zijn groot geworden omdat ze geen geheimen hadden, ze deelden hun informatie met iedereen. Als je dat doet, krijg je zoveel terug… Onlangs had ik een workshop in Italië en een cursist merkte op dat het ongewoon was dat ik zoveel geheimen met hen deelde. Maar ondertussen had ik van de deelnemers al ontelbare zaken vernomen die ik niet wist. Ik had plots het adres van de beste amandelboer van de streek…”

Gedeelde kennis is macht, daar zijn Frank en Dominique het over eens. “Het is de wet van de sociale reciprociteit: ik geef jou iets, zonder dat je het gevraagd hebt en maak je zo gelukkig. En als ik later iets van jou nodig heb, dan ga je het me niet weigeren”, legt Frank uit. “Als je dat toepast in je organisatie, dan zit je op rozen. Je creëert een band, een familiegevoel.”

Dominique : “Nu ik er over nadenk, dan doe ik dat onbewust ook. Mijn team kan voor een stuk zelf bepalen wanneer ze komen werken, want ik wil dat mijn mensen happy zijn. Het heeft geen zin om mensen gestresseerd pralines te laten maken… Zo is een van mijn werknemers een triatleet, als hij een wedstrijd heeft en extra wil trainen, dan kan dat. Omdat ik weet dat wanneer ik hem in een drukke periode vraag om extra bij te springen, hij dat onmiddellijk zal doen.”

Frank : “Ik vraag mijn mensen constant wat hen gelukkig of ongelukkig maakt, en probeer die factoren die hen ongelukkig maken weg te nemen. Daarom ook dat ik zo het thuiswerken heb gepromoot : ze krijgen extra tijd om bij familie en vrienden te zijn. Maar vergis je niet, we zijn daarom geen softe organisatie. Wij timen niet hoe lang iemand aan zijn bureau zit, maar kijken naar de resultaten. En zijn die resultaten niet wat ze moeten zijn, dan zwaait er wat. Het gaat om vertrouwen geven. Ik zeg niet wat mijn mensen moeten doen, wel wat ze moeten bereiken. Hoe ze het doen, bepalen ze zelf. En ik vertel ook aan iedereen dat het de prestatie is van het team, niet van mij.”

Dominique : “Boven mijn atelierruimte was er een loft, die we omgebouwd hebben tot testruimte. De sfeer die daar heerst… Het is gewoon fun om er te zijn.”

Frank : “Fun is altijd nodig. Verandering moet fun zijn. Als verandering hard werk is, dan werkt het niet. Vandaar ook dat ik geloof in spiritualiteit : als je er te hard over begint na te denken, wordt het een ramp.”

Dominique : “Ik ben nog altijd een kleine jongen, niet bang om op mijn bek te gaan. En ik volg mijn buikgevoel, mijn oerinstinct. Toen ik die snuifmachine voor The Rollings Stones ontwierp, verklaarde iedereen me gek. Zelfs mijn vrouw smeekte me om het niet te doen, maar ik had zoiets van, f*ck it, ik doe het toch.
En het werd een succes…”

Frank : “Dat vind ik prachtig : je was flabbergasted (stomverbaasd, red.) dat dat je overkwam, maar dan doe je toch iets wat in je gezicht zou kunnen ontploffen… Ik heb maar één keer mijn intuitie niet gevolgd, en dat was toen ik een depressie had, toen ik begin de veertig was. Die depressie had niets met werk te maken, wel met rock-’n-roll en vrouwen. Ik was niet eerlijk en als ik lieg, ga ik onderuit. Ik twijfelde enorm aan mezelf en begon alles rationeel te bekijken… Wel, ik heb nog nooit zulke domme dingen gedaan als toen. Nu weet ik dat liegen ongelukkig maakt. Wanneer je op je bek gaat, vertel dat dan, de mensen vinden het fantastisch. Een voorbeeld : toen onze server plat lag, hebben we dat op Twitter gezet met wat uitleg, en alleen maar positieve reacties gekregen.”

Was die depressie een kantelmoment ?

Frank : “Toch wel. Toen kreeg ik echt zo’n inzicht dat ik verkeerd bezig was. En dat inzicht was : stop met liegen. Als je liegt, bedrieg je jezelf. Achteraf bekeken was die depressie een van de grootste cadeaus die ik gekregen heb. Het moment zelf was het natuurlijk niet zo. Vijf vrienden hebben toen een week lang bij mijn bed gezeten. Ik was te laf om zelfmoord te plegen, maar ik wou toen wel dood zijn.”

Dominique : “Een depressie of een burn-out krijgen… Daar ben ik bang voor. Nu kom ik soms wakker, helemaal bezweet, denken aan de dingen die ik nog moet doen of die ik vergeten ben in mijn agenda te zetten…”

Frank : “Dat heb ik ook gehad in het eerste jaar dat ik bij de FOD zat. Ik heb toen tijdens een vakantie 36 uur aan een stuk geslapen. Maar daar kan je je op organiseren. Ik heb veel geleerd van Paul Loomans, de auteur van Ik heb de tijd. Een zenmonnik, die ook kampte met stress… Een van zijn adviezen is om je te focussen. Geen zakenlunches meer voor mij : als ik aan het werk ben, wil ik me daarop concentreren. En ga ik uit eten, dan wil ik me op die beleving focussen. Ik doe minder, maar doe het beter. Ook naar mijn agenda toe. Bij veel mensen is dat een parelsnoer, waarbij je het ene na het andere doet. Het geheim is om er ‘witjes’ tussen te steken. Tijd om eens te gaan wandelen, eens te zeveren met vrienden. Die witjes zijn heilig.”

OUDER WORDEN

Er volgt goede raad over hoe je agenda te bewaken – “één iemand heeft het laatste woord, en dat ben jij niet”, aldus Frank – en over hoe omgaan met stress. Dominique vertelt hoe hij wel merkt dat in tijden van stress zijn creativiteit omlaag duikt. “Maar nu de stress weg is, heb ik het omgekeerde probleem. Ik heb veel te veel ideeën… Soms vragen mensen me of ik niet bang ben dat de creativiteit plots zal wegblijven, maar dat denk ik niet…”

Frank : “Ik denk dat het juist het omgekeerde is. Ik ben een The Who-fan. I hope I die before I get old was echt mijn ding… Ik heb echt geleefd omdat ik dacht dat ik op mijn 40ste dood zou zijn… Maar jongen, er is niets leuker dan ouder worden. De dingen die er niet toe doen laat je weg, je kan achter je echte passie gaan. Ik heb nog nooit zoveel energie en creativiteit gehad als nu… De vraag is gewoon hoe je het verkocht krijgt, hoe je mensen kan inspireren.”

Het gesprek komt op sociale media – “een zegen” dixit Frank, al is hij blij dat die media er niet waren toen hij jong was en domme dingen verkondigde –, – en, opnieuw, op overvolle agenda’s.

Dominique : “Ik voel me snel schuldig. Vorig jaar heb ik acht verschillende dingen voor Kom op Tegen Kanker gedaan. Ik heb voor andere goede doelen gewerkt, en dan krijg je mails van mensen die je vragen waarom je altijd voor een ander en nooit voor hen iets doet. Maar dat is gewoon onmogelijk. Wij zijn geen sociale instelling…”

Frank : “Mijn eerste advies aan jonge mensen is : don’t eat the poison. Alle negatieve dingen, trek je die niet aan. Jij bent goed bezig, je bent sociaal bezig. Wie zijn zij om te zeggen dat het niet goed zou zijn ? Geloof me, never eat the poison.”

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ruimteruimen

sugar
How can I explain away something that I haven’t done
And if you can’t trust me now, you’ll never trust in anyone
With all the crazy doubts you’ve got, I love you even still
But if I can’t change your mind then no one will
If I can’t change your mind

If I can’t change your mind, Sugar, Copper Blue, 1992

http://tinyurl.com/p4de5fu

Het had moeite gekost. Maar de kogel was door de kerk. De administratie zou overgaan naar het nieuwe werken. Met alles erop en eraan. Niemand nog zijn eigen bureau. De gebruikelijke tegenstanders hadden zich al snel gemeld. Maar toen ze zagen hoe het er zou uitzien waren de meesten snel overtuigd: het zou geen zielloze witte open space worden maar een stille, kleurrijke en visueel rustige omgeving. En vooral: ze zouden er zelf veel over kunnen beslissen. De anderen gingen om na een bezoek bij onze FOD.

Het moeilijkst te overtuigen was het management. De argumenten waren ingenieuzer maar het kwam er eigenlijk op neer dat het bureau bij het arsenaal statussymbolen hoorde, zoals een eigen secretaresse, een bijna grenzeloze firmakredietkaart en een Duitse bedrijfswagen, op voorwaarde dat het type een cijfernaam had dat groter was dan 5. Maar toen het verplicht gebruiken van een hybride wagen met de pipetmatige zorgvuldigheid die je normaal associeert met het betere in vitro-fertilisatiewerk, uit het veranderingssschema was gelicht, bleken ook die geesten gerijpt.

De administratie ging gezwind over tot het opstellen van de aanbesteding voor kleurrijk meubilair, geluiddempende wanden en ziektendodende tapijten. Het werkstuk stootte op het virulent negatieve advies van de inspecteur van financiën. Als de argumenten van het hogere management al vindingrijk waren, dan waren die van de Yjef, zoals de persoon met die functie steevast wordt aangeduid in administratiemiddens, ronduit creatief. Het scheelt natuurlijk wel een slok op de borrel wanneer je adviezen kan geven waarvoor je nooit rekenschap moet geven, laat staan dat je, wanneer je je deerlijk vergist, je wel eens je job kunt verliezen, zoals bij mandaathouders.

Met de behoedzaamheid van de groenwerker die een egel uit een historische rozentuin moet verwijderen, werd Yjef benaderd. Dat geschiedde niet alleen met de meest steekhoudende inhoudelijke weerlegging van de argumenten maar ook door personen wier weinig verhullende persoonlijkheid niet ongemerkt aan de immer waakzame ogen van Yjef konden voorbijgaan. Natuurlijk was de echte reden van de weerstand een diepe weerzin om een riant kantoor mét uitzicht te moeten afstaan.

Ultiem, nadat nagenoeg alle argumenten waren weggesmolten verschool Yjef zich met de verbetenheid van de ijsbeer op een zwaar geërodeerde gletsjer, achter het laatste argument. “Ik moet met zeer belangrijke, vertrouwelijke documenten omgaan”, zei hij met een gebaar dat zijn belangrijkheid nog meer moest onderstrepen, tegen de Leidende Ambtenaar die tot zijn ontzetting voelde dat hij zijn steekvlamgewijs opstekende woede niet meer kon onderdrukken. “Maar je moet je toch uitspreken over de dossiers die ik je stuur? En ik heb daar geen bureau voor nodig!” , stootte hij uit, direct beseffend dat hij het zorgvuldig opgebouwde diplomatische discours van de laatste weken met één ademstoot zou opblazen.

En zo komt het dat niemand in die administratie nog zijn eigen bureau heeft, waardoor de uitgaven voor logistiek met 55% zijn verminderd. Niemand, buiten vanzelfsprekend de persoon die toeziet op het oordeelkundig uitgeven van de kredieten. Hij vertoeft als vanouds in het riante kantoor mét uitzicht.

Op het hoekje van het bureau van Yjef ligt een bibliofiel uitgegeven boek van Leo Tolstoi, dat hij cadeau kreeg van de Leidende Ambtenaar, nadat hij uiteindelijk, maar weliswaar na welbepaalde mondelinge afspraken, een gunstig advies over de aanbesteding had uitgebracht. Het boek echt lezen heeft hij nooit gedaan want anders was hem de met zacht potlood onderstreepte zin op pagina 189 opgevallen. “Iedereen wil de wereld veranderen, maar niemand denkt eraan zichzelf te veranderen.”

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 18 juli 2014, zij het hier en daar wat ingekort wegens zomerdunne editie. Wat je hier leest is de onverdunde versie.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen