Meester Sanders

Television
But something, something said “You’d better not”
And I fell
And I stood and walked out the arms of Venus de Milo

Venus, Television, Marquee Moon, 1977

https://m.youtube.com/watch?v=Ae1QhhK3oCI

48 jaar, 1 maand en 13 dagen geleden bespeurde mijn pa enige actie aan de achterdeur. Toch niet weer Zorro, fluisterde hij mijn ma toe die, het was het weer ervoor, een blikje groentenmacedoine aan het openen was voor het onvermijdelijke koedplaotje. Zorro was de legendarische Zerkegemse pastoor die alles wat in het Vatikaans Concilie afgesproken was hartsgrondig en in het latijn verwenste en die zich nooit uit zijn pastorhabijt, dat hem zijn bijnaam had opgeleverd, zou laten hijsen. Maar het bleek gelukkig Meester Sanders te zijn, de beste onderwijzer die Vlaanderen ooit kende. Niemand in Zerkegem was liever gezien dan die statige man met zijn warme bariton, die net zoals zijn beminde Koning diepgelovig en vervloekt was met kinderloosheid.

Meester Sanders gaf les én levensles. Je leerde bij hem van alles aan en van alles af. Bij mij was dat nagelbijten. Als je proeven af waren, mocht je lezen in de boekjes van de klasbibliotheek. Ik was er gek op. Dus haspelde ik mijn proeven af, pakte mijn boekje en ging aan het knabbelen. Toen ik weer eens met overgave aan het lezen was toonde de Meester me een afbeelding van de Venus van Milo. “Kijk, Frankie, dit is het resultaat als je jezelf opeet. Het begint met je nagels.”

Meester Sanders kwam mijn ouders vragen wat Frankietje volgend jaar zou doen. “Je gaat hem toch laten verderstuderen?, vroeg hij, vreemd genoeg hetzelfde wat Zorro had gevraagd. Maar bij Meester Sanders klonk het niet half zo dwingend als bij Zorro, die, het moet de warmte geweest zijn, bij Frankietje een roeping had opgemerkt. “Zeker”, antwoordde mijn pa, “hij mag naar de vakschool”. “Firmin”, zei Meester Sanders, zoals alle briljante leraren een geboren psycholoog, “het is bijzonder jammer dat jij die kans nooit hebt gehad. Want je bent een slimme vent. Maar je Frankietje is wreed slim. Je moet hem naar het middelbaar laten gaan”.

Mijn pa reageerde alsof hem een electrische schok was toegediend. “Maar Meester, alleen kinderen van boeren sturen hun kinderen naar het middelbaar. Ik ben maar een werkmens. Wat gaan ze wel van ons zeggen?” “Als je ooit van iemand hoort dat het een schande is dat je je kind laat studeren, kom het mij maar zeggen, dan praat ik wel eens met hem”. Zeven jaar later vertelde een Zerkegemse boerendochter, die ook in Gent studeerde, dat haar nonkel, die zich laten ontvallen dat die Firmin zijn plaats niet kende, de ongekoelde woede van Meester Sanders had ondergaan en er weken niet goed van was geweest.

En zo kwam het dat ik een paar dagen later, in mijn zondagskostuum met korte broek, in de Opel Record van Meester Sanders op weg was naar de Frères. Waar de Directeur stelde dat kinderen van de buiten beter het voorbereidende jaar, het zevende, volgen. Dan kon ik me beter inwerken in de sfeer van een grote stadsschool. Ijzig vroeg Meester Sanders welke plaats de beste Frères-leerling had gehaald in het Kantonaal Examen. “De vierde”, zei de directeur trots. “En moet hij het zevende doen?”, vroeg Meester Sanders. “Natuurlijk niet!”, riep de Directeur. “Wel, Frank was de beste”; zei een duidelijk gekrenkte Meester Sanders, “dus we zullen hem maar in dezelfde klas zetten als jullie beste zeker?”

Tijdens de terugreis liet Meester Sanders me beloven dat ik hem ieder jaar mijn rapport zou komen voorleggen. Als ik het op school wat moeilijker kreeg, deed ik beter mijn best omdat ik mijn papa en mama niet wilde ontgoochelen maar vooral omdat ik de Meester niet zou teleurstellen. Maar het rapport van mijn poésis (het vijfde jaar) heeft hij nooit gezien. Weer op een warme dag daalde er voor de eerste keer een helicopter neer in Zerkegem. De medische equipe kon Meester Sanders niet meer redden. Zijn warme hart had het begeven.

Meester Sanders was zeer bewust anti-elitair: hij voer uit tegen de notaris wiens kind dokter moest worden terwijl de jongen zo graag loodgieter wilde zijn. De man deed 12 jaar over zijn doktersstudies. Na zijn vaders dood verkocht hij zijn praktijk en startte een loodgietersbedrijf. Meester Sanders kende zijn kinderen.

Meester Sanders was, waarschijnlijk zonder het zelf te meten, een overtuigde meritocraat. Ieder kind moest alle kansen krijgen. Hij zou een virulent tegenstander zijn van het optrekken van het universitair inschrijvingsgeld. Voor de Vlaamse Frankietjes mocht er geen enkele barrière zijn om verder te studeren. Als een gemeenschap de kansen van zijn kinderen begint op te eten, eindigt hij als Venus van Milo.

Verschenen als column in De Tijd van 2 augustus 2014.
Deze versie is 173 woorden langer.

Meester Sanders zou, denk ik, dezelfde mening toegedaan zijn als Guy Tegenbos, die het volgende edito schreef in De Standaard van 12/08/2014
Guy Tegenbos

De regering Bourgois startte met een flater: besparingen vastleggen, op vakantie vertrekken en denken dat die geheim blijven.
Eo werkt dat niet meer.
De tijd van “zwijgen is goud” is voorbij. Vandaag geldt de regel: wie gehiemen zaait, zal lekken oogsten.

De Vlaamse bevolking blijkt echter rijper te zijn dan de geheimhouders dachten. Ze discussieert vandaag vrij volwassen over die ‘mogelijke maatregelen’.

Neem de verhoging van het studiegeld in het hoger onderwijs. Gezinnen en studenten protesteren, maar zien dat er voor de keuze van de regering ook wel argumenten zijn.

Haar keuze is hoe dan ook een ideologische keuze, al zijn er zowel linkse als rechtse denkers die ze verdedigen.

Die keuze ‘responsabiliseert’, luidt het. Wie studeert, zal meer verdienen en kan dus betalen. Gratis onderwijs leidt niet naar verantwoorde studiekeuzen, is een ander argument. En gratis onderwijs democratiseerde uiteindelijk weinig. Een prijs laten betalen aan wie kan betalen, en goede beurzen geven aan lage inkomens, democratiseert meer, luidt het.

(Verontrustend is echter dat men wel spreekt van hogere beurzen, maar daar nergens geld voor voorziet.)

De hoger geschetste keuze is het Angelsaksisch sociaal model, dat Nederland almaar meer blijkt te volgen. Aan de andere kant staat het Scandinavisch model met hoge belastingen en ruime sociale voorzieningen – gratis hoger onderwijs incluis – gecompenseerd met straffe controle op het verantwoord gebruik ervan. Als je Vlamingen laat kiezen, neigen ze almaar meer naar het tweede model: zie maar hun opvattingen over kinderopvang, werkloosheid, pensioenen. Voor het studiegeld zie je ze echter aarzelen. Dat maakt een openbaar debat mogelijk en nodig.

Opgemerkt moet worden dat de verhoging die de coalitiepartijen overwegen, al bij al beperkt blijft. 900 euro (in plaats van 600), dat is vele malen minder dan wat Britten en Nederlanders betalen.

Ook is niet duidelijk wat men wil aanrekenen in de hogescholen en aan beursstudenten en bijna-beursstudenten (die nu 100 resp. 400 euro betalen).

De echte bedoeling van universiteiten en regering lijkt intussen te zijn: véél meer kunnen aanrekenen voor de ManaMa’s, de specialisatieopleidingen na het eerste masterdiploma.

In Nederland is dat echte business geworden, waaraan de eigen maar ook buitenlandse universiteiten en commerciële firma’s vrolijk meedoen. Het zijn overwegend eenjarige opleidingen die de meesten combineren met werken. Dat is nog een ander verhaal.

Een goed debat is dus nodig.

Over Frank Van Massenhove

Ik ben wel Voorzitter FOD Sociale zekerheid maar de blog verbindt alleen mezelf. Volg mij op Twitter: @FVMas
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

4 reacties op Meester Sanders

  1. Pedro zegt:

    Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:
    Deze blog van Frank Van Massenhove gaat over de reden waarom ik zelf leerkracht wou worden. Zelf schreef ik ooit een minder sterk stuk waarin ik verschillende leerkrachten en proffen vermeld die mij gevormd hebben tegen de statistieken in. Het jammere was dat ik er toen een pak niet kon vernoemen. Het is ook de reden waarom ik na mijn lerarenopleiding pedagoog wou worden (geef toe, niet altijd het meest sexy beroep ter wereld), om mee te helpen leraren zoals deze te vormen. Het is een taak van onderwijs, nee het is het schone van onderwijs, dat misschien wel in tabellen te vinden is (we noemen het democratisering), maar minder in evaluaties van leraren. Het is wel echt “onderwijs”.

  2. Hoe mooi kunnen positieve verhalen als deze zijn, recht uit het hart. Ieder van ons kent wel een leerkracht die het verschil heeft gemaakt in zijn of haar leven. Die net dat duwtje in de rug wist te geven om die moeilijke sprong te durven wagen. Misschien moeten we eens wat meer de meesters en juffen Sanders’ van deze wereld bejubelen tijdens hun loopbaan. Een schouderklopje zo af en toe kan immers ook bij hen wonderen doen. Als pedagogisch begeleider zie ik dit als mijn missie: pluimen geven!
    Heb onlangs ook geprobeerd een onderwijsdiva in een blog eer te doen! http://wp.me/p4wpiV-3A
    Dank Frank voor dit ontroerende voorbeeld van positieve communicatie.

  3. Dit is m.i. één van de vurigste pleidooien voor gemotiveerde leerkrachten die willen excelleren, niet alleen in hun job, maar in een meer omvattend project dat de gemeenschap be-treft.
    Mijn echtgenote, die zelf leerkracht wiskunde-wetenschappen is, wordt – waarschijnlijk net als vele anderen (ook in andere sectoren dan het onderwijs) – gedemotiveerd door externe omstandigheden die haar intrinsieke motivatie ondergraven.
    Het toeval wil dat ik vorige week donderdag een bericht binnenkreeg via een “denktank” (“More Than Sound”) waar mensen deel van uitmaken zoals Daniel Goleman (de auteur van Emotionele Intelligentie” en “Groene Intelligentie” e.d.m.), Peter Senge (de auteur van “Lerende Organisaties”, “Lerende Scholen”, “De dans van verandering”, …) en Paul Ekman (psycholoog en pionier op het gebied van onderzoek naar emoties en gelaatsexpressies; volgens een recente studie een van de 100 meest prominente psychologen van de twintigste eeuw). Om nog maar te zwijgen van George Lucas (ja, die van Star Wars).
    Het bericht betrof de publicatie van een gloednieuw boek “The Triple Focus: A New Approach to Education” van de hand van voornoemde heren Goleman en Senge. Dit zou m.i. een standaardwerk moeten zijn voor al wie van min of meer nabij met onderwijs(veranderingsprojecten) te maken heeft. Dus zeker ook de nieuwe Minister van Onderwijs.
    Er werd in datzelfde bericht ook nog een link gelegd naar een luisterdocument (podcast) dat zeer nauw bij het door U aangesneden thema aansluit: “Empathy in Education – It’s not enough to learn about theories of empathy in school. It must be enacted. (Learn more in Daniel Goleman’s latest podcast.)”
    Misschien dat zulk boek nieuwe en oude leerkrachten kan inspireren meer te denken en werken zoals Meester Sanders … zodat de meest competente mensen kunnen doorstoten tot de hogere echelons … en op die manier ook echt het beste uit de andere medewerkers kan worden gehaald … waar dit op heden bijna nergens het geval is, enige uitzonderingen (zoals de FOD Sociale Zekerheid?!) niet te na gesproken.

  4. Weet U nog.
    In een vorige post raadde U me Peter Hinssen’s “The network always wins” aan dat zou uitkomen in september (ik heb me alvast aangemeld om op de hoogte te worden gehouden van de “release date”), waarop ik U vroeg of U me een ander boek zou kunnen aanraden om te lezen tijdens mijn reis in Finland begin juli.
    Dit weekend (2 augustus) in DeStandaard vond ik een zeer interessante verwijzing naar het boek “Het beslissende moment” van M. Gladwell.
    Spijtig genoeg was dit boek in de bib uitgeleend, maar ik heb dan maar twee andere boeken van diens hand ontleend: “What the dog saw” (het zichzelf verplaatsen in de schoenen (mindset) van een ander min of meer succesvol persoon) en “David en Goliath”.
    Vooral dit laatste boek is in het kader van “Meester Sanders” interessant omdat zich daar in hoofdstuk 2 een diepgaande discussie ontspint of kleine klassen nu echt een voordeel opleveren (incl. verwijzing naar wetenschappelijke studies die hierover geen uitsluitsel geven). Ik zal U de discussie besparen maar het komt in se hierop neer: als een klas jaar na jaar kleiner wordt, is het blijkbaar des mensen – en leraars vormen hierop geen uitzondering – dat er niet meer tijd wordt uitgetrokken om leerlingen beter te begeleiden, maar dat leraars deze vrijgekomen tijd gebruiken als “quality time” voor zichzelf.

    Bedankt nog voor die gouden tips. Ik zal de geleerde lessen zeker in de praktijk omzetten, zoals ik steeds pleeg te doen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s