Belziekske

Dans le royaume de Belgique

Y’a du temps qu’on a plus dansé 

Est-ce à cause de la drache

Qu’on a les quilles toutes rouillées? 

Mais la belle gigue, gigue

Gigue que l’on pourrait danser

Si les vieilles digues, digues

Diguedon les faisait tomber

André Bialek, La Belle Gigue,  Nord-Sud, 1981

Federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block en Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Jo Vandeurzen waren op dinsdag 4 juli te gast in het tv-programma ‘Terzake’. De Vlaamse minister was not amused met de plannen van zijn federale collega om minder geld uit te geven voor de dagopvang van psychisch kwetsbare jongeren.

In de studio ontspon zich een gesprek waarvan moderator Annelies Beck bij de afsluiting ruiterlijk toegaf dat ze er amper iets van had gesnapt. Troost u, Annelies, wij, kijkers ook niet. De twee ministers zeiden van elkaar dat ze het niet snapten. In de Kamer zei De Block tegen haar coalitiegenoten dat ze het niet snapten. Nu blijkt dat ze het zelf ook niet helemaal snapt, want ze gaat het dossier nog eens bekijken.

Zo ingewikkeld is ons land geworden. Zo slecht worden we geregeerd. Men etaleert het zelfs openlijk in ‘Terzake’. En dan gaat het nog over twee excellenties die liever dan elke dag een robbertje te vechten op de keien van de Wetstraat rustig en in overleg oplossingen willen zoeken.

Ministers die issues met elkaar hebben, horen die niet in ‘Terzake’ uit te vechten. Ze moeten ver weg van alle mediagewoel en samen met hun kabinetsleden – België heeft er 2.000, er moeten er toch een paar zijn die de zaak wél kennen? – tot een verstandige oplossing komen. Dat kan blijkbaar alleen maar als je in dezelfde regering zit.

Dat was ook de vaststelling van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, die dus tot een zevende staatshervorming opriep. Daarbij steunde hij op uit de context gerukte uitspraken van VDAB-Baas Fons Leroy en Erwin Devriendt, afgevaardigd bestuurder van Solidariteit van het Gezin, die verwonderd kennisnamen van hun recuperatie bij het doornemen van hun krant op 11 juli.

Ook Hilde Crevits deelde ons mee dat ‘meer Vlaanderen’ nodig was. De argumentatie? ‘Het is een logische, historische evolutie die onomkeerbaar is.’ Voorwaar, een nieuwe natuurwet zag het licht, zij het met een parfum van creationisme.

Niemand durft blijkbaar te zeggen dat de opeenvolgende regionaliseringsgolven tot ingewikkelde en elkaar blokkerende overheidsstructuren hebben geleid, dat Vlaanderen zijn burgers even afstandelijk en bureaucratisch behandelt als het federale België dat doet, en dat zijn burgers opgezadeld zitten met een van de duurste bestuurssystemen in de wereld.

Vlaanderen doet wat het zelf doet echt niet beter. Toen ik ambtenaar was in de prille Vlaamse administratie was er onmiskenbaar een wil om het anders te doen, maar nu ik als federaal niet-ambtenaar kijk hoe men te werk gaat in Vlaanderen, zie ik amper verschil met mijn omgeving: dezelfde logge structuren, dezelfde greep van de kabinetten op de administraties, dezelfde regelneverij en dezelfde politisering van de administratie.

Bij veel overheidsmanagers, regionaal en federaal, leeft de overtuiging dat in plaats van nooit eindigende reeksen loodgieterijhervormingen beter een fundamentele keuze was gemaakt tussen de basisopties: dit land in twee knippen of bij een federale staat met eng bepaalde cultuurgemeenschappen blijven.

Elk modern land dat op zoek gaat naar een moderne staatsinrichting die de burger waar voor zijn belastinggeld geeft, komt uit bij twee lagen: een landelijke en een stedelijke. Daarbij fungeert het landelijke niveau als backoffice dat de burger een digitaal platform aanbiedt voor het gros van zijn noden en besognes. De steden zorgen voor het persoonlijk contact.

Het zal de burger worst wezen of er een federale dan wel een Vlaamse ambtenaar voor zijn digitale loket heeft gezorgd waar hij zijn belastingaangifte of zijn subsidieaanvraag kan indienen. Maar hij wil wel een mens ontmoeten als hij onzeker of emotioneel is over iets dat hem of de zijnen overkomt.

Dit wensmodel staat heel ver weg van ons land met een federale overheid, een Vlaamse overheid, tien provincies, honderden intercommunales en veel te kleine gemeenten. Politici die onze toekomst echt willen voorbereiden, hebben een pak werk voor de boeg. Maar we moeten hen wel verkiezen, natuurlijk. De denktank Itinera meldde ons een tijdje geleden dat uit zijn studies blijkt dat politici geen stemmen halen met langetermijndenken.

Naschrift

André Bialek, La Belle Gigue vido: http://tinyurl.com/y9f4exh4

Terzake uitzending: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/terzake/2017/terzake-d20170704/

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Renumeratie

You can fool some people some time
But you can’t fool all the people all the time
Get Up, Stand Up, The Wailers, Single, 1973

Stel dat ons koninkrijk een naamloze vennootschap was, dan zou de nv België wellicht over een remuneratiecomité en een deontologische commissie beschikken. Elk handboek over deugdelijk bestuur schrijft voor dat die twee bevolkt moeten worden door verschillende mensen. Beslissen over hoeveel iemand kan verdienen is namelijk totaal iets anders dan vastleggen hoe iemand zich moet gedragen.

Menige onderneming installeerde die twee comités pas nadat ze in opspraak was gekomen door onzinnige managementvergoedingen, absurde bonussen en ander gegraai. Dan gaat men verwoed op zoek naar mensen boven elke verdenking die voordien niets met het bedrijf te maken hadden. Het is de snelste weg om zich uit de mediastorm te werken en om niet alleen de shareholders, maar alle stakeholders duidelijk te maken dat men het beste voor heeft met het bedrijf.

Dat is niet wat de nv België deed. Als haar politiek toppersoneel het erg bont bleek te maken door zichzelf langs alle mogelijke kanten geld toe te schuiven, vroeg men geen alom gewaardeerde buitenstaanders maar werd snel een Werkgroep Politieke Vernieuwing samengesteld. Niemand verwacht dat die meer dan een muis gaat baren. Erger, maar weinig burgers geloven echt dat de leden van die werkgroep bezig zijn met wat goed is voor de burger en het algemeen belang.

De werkgroep kreeg de opdracht als een soort remuneratiecomité te bepalen wie hoeveel kon verdienen, maar is van armoe tot een soort deontologische commissie verveld. Wat ze voorstelt, zal aan geen van al de uitwassen die we met trillende woede in onze kranten moeten lezen, een einde stellen.

Alle liberale partijen, zij die zo heten en zij die het ook zijn, uitgebreid met de Franstalige christendemocraten, weigeren zich achter een cumulverbod te scharen. Ze schreeuwen moord en brand als blijkt dat Yvan Mayeur (PS) naast zijn burgemeesterswedde nog eens 294.000 euro opstreek als afscheidspremie. Het is inderdaad wraakroepend. Maar het is minstens even walgelijk als parlementsleden die hun parlementaire loon incasseren terwijl ze er zich amper vertonen omdat ze hun handen vol hebben met de uitoefening van een ander politiek mandaat.

Bart De Wever (N-VA) legt met verve uit dat decumul de burger veel geld zal kosten en stelt voor het maximale inkomen te beperken tot 150 procent van het parlementair loon. Ik was kabinetschef van de burgemeester van Gent en van een federale minister en kon met eigen ogen vaststellen dat het ambt van burgemeester van een grote stad een pak veeleisender is dan dat van een minister. Hoe je zoiets met een parlementair mandaat kan combineren, gaat mijn petje te boven. Het cumuleren van twee zware ambten kan niet anders dan neerkomen op het amper uitvoeren van een van de twee, of op het halftijds uitvoeren van de twee. Daarvoor 150 procent betalen is pas een hoge democratische prijs.

Al is dit voorbeeld van cumul slecht gekozen. Mocht de Werkgroep Politieke Vernieuwing echt een remuneratieopdracht hebben uitgevoerd en de zwaarte, de verantwoordelijkheid en de impact van opdrachten hebben vergeleken, dan was ze wellicht tot de conclusie gekomen dat een burgemeester van een grote stad net iets minder dan een premier mag verdienen. Zonder twijfel was dan ook vastgesteld dat het belachelijk is de voorzitter van de Kamer meer te betalen dan een premier, gezien zijn in vergelijking povere opdrachten.

Als men dan toch op de centen wil kijken die men voor democratie over heeft, kan best zo snel mogelijk worden overgegaan tot het herfuseren van gemeenten. Niet op basis van goodwill zoals nu, maar uitgaande van alle objectieve voordelen van het hergroeperen van aanpalende gemeenten tot beleidskrachtige steden. Dan zou het aantal gemeentelijk politieke ambten sterk verminderen. Zelfs met het beter betalen van burgemeesters en schepenen van grotere entiteiten zou dat de burger een pak minder kosten en een veel betere dienstverlening opleveren.

Naschrift

Video Get Up, Stand Up: https://www.youtube.com/watch?v=UubfH-1S43k

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Watte

De toutes les manières
C’est la ouate qu’elle préfère
Passive, elle est pensive
En négligé de soie

C’est la ouate, Caroline Loeb, single, 1986.

Weinig emoties snijden zo diep in je ziel als het plotse besef dat je stellige geloof in de integriteit van mensen met wie je intens hebt gewerkt op niets gestoeld blijkt.

Het overkwam me toen ik las dat Laurette Onkelinx haar dochter een jaar fictief heeft laten werken bij Samusocial, waar haar opdracht volgens ex-werknemers vooral bestond uit het drinken van champagne met directieleden, allen vrienden van haar ma. Laurette was jaren mijn voogdijminister. We hadden een respectvolle, zelfs warme relatie. Nooit vroeg ze me ook maar iets onoorbaars. En dan komt dat beeld van dat glas champagne. Tu quoque, Laurette?

Anders dan zovelen van haar partijgenoten die ik moest ontmoeten en die me hautain, bijna misprijzend, opdrachten oplegden, met een niet te vatten fictieve zelfimportantie, legde zij haar wensen of problemen uit en vroeg je, oprecht geïnteresseerd, hoe jij dacht ze te kunnen oplossen. Ze had het volste vertrouwen in de gedurfde veranderingen die onze mensen in de federale overheidsdienst doorvoerden en verdedigde ons tegenover haar partijgenoten en bevriende vakbondsmensen. En dan komt dat beeld van dat glas champagne. Het verdict: medeplichtig bij verrijking ten koste van daklozen.

Dat ik al jaren geen partijkaart meer heb, heeft mede te maken met mijn groeiende walging van de normvervaging die ik bij alle partijen vaststelde, maar vooral bij de PS. De parvenu’s in die partij zijn niet die paar rotte appels. Ze zijn het gevolg van een systeem dat van sociaal verontruste politieke talenten immorele parvenu’s maakt. Het gebeurt met kleine stapjes, bijna zoals in sektes, en met het stilletjes laten insijpelen van superioriteitsgevoelens tegenover steeds wisselende vijanden.

De hoogste morele regel is de trouw aan de beginselen en aan de kameraden. Bij elke stap word je beloond. Met een job in de studiedienst, een promotie naar een kabinet, een niet-betaald mandaat in een spraakmakende culturele vereniging, een betaald mandaat in een intercommunale of een vzw. Men blijft in het systeem zoals kikkers in een bokaal met steeds warmer wordend water. Gestaag groeit de gewenning aan de vanzelfsprekendheid van de macht. De toutes les matières, c’est la ouate du pouvoir et des mandats qu’ils préfèrent.

De parvenu’s in de PS zijn niet die paar rotte appels. Ze zijn het gevolg van een systeem.

Zo worden Mayeurs gecreëerd. Wezens die de high moral ground bewonen en weerzinwekkend gedrag vertonen. In zo’n systeem is een Publifin geen toeval maar noodzaak. Het maakt douceurtjes mogelijk die de leden ervan weerhouden aan de partijkleuren te twijfelen. Maar het systeem is vooral nodig om medestanders die een (hoger) politiek mandaat wensen en niet krijgen, hapjes toe te gooien die hun status vergroten of hun portefeuille dikker maken.

Dat laatste is geen prerogatief van de PS. Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten in ondoorzichtige nevenorganisaties van reguliere overheidsorganen. Hij stut de voorzitterszetel.

Daarom zijn ze geen voorstander van het principe ‘één politicus één loon’, de enige mogelijkheid om de burger te overtuigen van het sérieux van de politieke mandataris. Daarom durven ze ook niet te denken aan het verminderen van het aantal mandaten en overheidsniveaus. Daarom durven ze ook niet te denken aan het fuseren van gemeenten tot beleidskrachtige eenheden. Dan is er te weinig weg te geven.

Dus worden sluipwegen gezocht. Decumul, bijvoorbeeld, een moreel wenselijke maatregel maar geen oplossing want het hakt niet in op de wildgroei van zitjes in schimmige vzw’s. Al is zelfs dat voor sommige partijvoorzitters een te hoge prijs. Di Rupo wilde wel, zij het schoorvoetend: pas in 2024. Weggestemd door walgende militanten kon hij alleen hautain uitbrengen: ‘Ze hebben het niet begrepen.’ Nu zal het in recordtempo door een congres worden gejaagd.

Voor Open VLD is het mandatenkadaster de sluipweg en de wonderwall waarachter ze hun krampachtig vasthouden aan een dikker Brussels schepenambt in een stadsbestuur onder leiding van een mandatenverslaafde systeem-PS’er willen verstoppen. Zoals Wouter Vanparijs deze week twitterde: ‘Het kan me geen fuck schelen wie waar hoeveel verdiende. Schaf dat systeem af en doe iets nuttig. Er zijn genoeg issues’. Ze hebben het nog steeds niet door, Wouter.

Naschrift

Video Ouate: http://tinyurl.com/zjurjcx

De maxi-versie is nóg beter: http://tinyurl.com/yd4mlpkm

Er zijn prachtige remixen van het heerlijk stoute nummer:

Dean Anderson remix http://tinyurl.com/ycwbnazl

De DreamTime mix: http://tinyurl.com/y7zmgm82

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Zelfreiniging

Oh Lord, down in the CongressThey’re passing all kinds of bills

From down Capitol Hill

Money’s too tight to mention

Money’s too tight (to mention), – The Valentine Brothers, single, 1982.

De te verkrampte reactie van de judobond op het grensoverschrijdend gedrag in die sport lijdt aan hetzelfde euvel als de werkgroep politieke vernieuwing in de Kamer’, schreef filosoof Ignaas Devisch eergisteren in zijn column in de krant De Standaard.

En alsof er nog geen kop genoeg aan die nagel zat, vond Kamervoorzitter Siegfried Bracke het deze week nodig de werkgroep politieke vernieuwing, die er nota bene is gekomen na zijn zelf georganiseerde Gentse defenestratie, vakkundig de nek om te draaien door te stellen dat het toch niet verkeerd kan zijn als de politicus met de best betaalde job in België hier en daar nog wat kan schnabbelen.

Zijn partijgenoot, Brecht Vermeulen, voorzitter van de werkgroep, stond erbij en keek er verbijsterd naar. ‘Ongelukkig’, stamelde hij en hij sprak de hoop uit dat niet alles wat in de werkgroep bereikt was, verloren was. Het zou toch erg zijn, mocht de verplichte mandaataangifte voor kabinetsmedewerkers verloren gaan. Want daar zouden de volksmassa’s spontaan en in groten getale de vogeltjesdans voor opvoeren, hoor je hem denken.

Zelfs de judobond zag na enkele dagen in dat drastisch moest worden opgetreden om nog enige kans op rehabilitatie te maken. Politici zijn daar nog niet aan toe. Ze hebben nog altijd niet door hoe verwoestend hun totale gebrek aan zelfreinigend vermogen voor het aanzien van hun stiel is.

Dat de onderliggende systemen die naar de graaizolders leiden ongemoeid worden gelaten, is zelfs niet het ergste. Vanuit politieke kringen wordt niet eens meer gereageerd op een artikel over de riante vergoedingen die Europarlementsleden krijgen voor onkosten waarvan niemand weet of ze wel zijn gemaakt.

‘We hebben niet onwettigs gedaan’, is het enige wat op te vangen was. Politici denken blijkbaar dat ze ermee wegkomen als ze regels maken die moeiteloos zelfverrijking mogelijk maken en daarna verklaren niet onwettigs te hebben gedaan.

Dezelfde doodse stilte viel nadat Hendrik Vuye had aangeklaagd dat grote brokken partijfinanciering werden gebruikt voor beleggingen. Het werd afgedaan als een uitspraak van een rancuneuze nestbevuiler, terwijl het toch opmerkelijk is dat ons land daar 70 miljoen euro voor over heeft terwijl Nederland het met 16 miljoen kan stellen. In feite herhaalde Vuye wat Jef Smulders en Bart Maddens al in tal van publicaties hebben bovengespit. Nooit leidde het tot zelfs maar een aan-zet tot wetswijziging.

Ik vrees dat zelfs het gewoonweg gore nieuws dat bestuursleden van Samusocial zichzelf zitpenningen toeschuiven uit het fonds van giften en subsidies bestemd voor daklozen, in mensentaal: stelen van wie op straat moet leven, het gedeelte van de politieke hersenen die schaamtereacties veroorzaken amper zal beroeren.

Volgens politicoloog Carl Devos (Humo, 23 mei) heeft dat alles te maken met het feit dat elke partij boter op het hoofd heeft en dat de situatie niet bedreigend is omdat geen enkele partij ermee kan scoren. Dat partijbelang altijd voorrang krijgt op het algemene belang is een Wetstratese wetmatigheid. Dus zit een decumul van de politieke lonen – ‘Elke politicus krijgt één loon. Wil hij meer mandaten uitoefenen? Dat kan, zonder extra vergoeding.’ – die de communicatieadviseur Noel Slangen in dezelfde Humo voorstelde, er niet meteen aan te komen.

Over zelfbediening is één bevolkingsgroep nog woedender dan de gemiddelde Belg: de ambtenaar. Bij elke begrotingsopmaak of -controle ervaart die dat er met steeds minder collega’s steeds meer moet worden gedaan, terwijl de kabinetten niets inleveren.

Dit jaar besliste de regering dat alle diensten van de federale regering samen 500 miljoen euro minder mogen gebruiken dan toegezegd. Voor de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid betekent dat een vermindering van 4,5 miljoen euro. De drie kabinetten die onze FOD moet ondersteunen, zitten mee in het pakket. Ze moeten samen 800.000 euro besparen. De kabinetten van De Backer en Bacquelaine weigeren dat en het kabinet-De Block wil een armzalige 20.000 inleveren.

Alle drie zijn ze grote voorstanders van ‘meer met minder’, maar dat geldt blijkbaar alleen voor anderen. Dus mag onze FOD nog eens 780.000 euro extra snijden. Mijn ambtenaren die instaan voor mensen met een beperking zijn daar niet gelukkig mee. Ze hoopten op enkele aanwervingen. Terecht want hun aantal werd door lineaire besparingen en de zesde staatshervorming – waarbij mensen vertrokken maar het werk bij ons bleef – tot de helft gereduceerd.  Het zullen populisten zijn, zeker?

Naschrift

Muziek

Het briljante Money’s too tight (to mention) is geen oorspronkelijk nummer van Simply Red maar van een jazz-soul-funkgroup uit de vroege jaren tachtig,  The Valentine Brothers. Hier hoor de 12″-versie met een adembenemende saxofoonsolo:  https://www.youtube.com/watch?v=5W-2AK2zLZE

Andere songs sie perfect passen bij dit thema:

The Stranglers – Something Better Change https://www.youtube.com/watch?v=oSEOzimKnEY

Paul Kelly – Stealing In The Name Of The Lord https://www.youtube.com/watch?v=YCSnzW3l530

Tekst

Eerder verschenen over graaicultuur: https://frankvanmassenhove.org/2017/02/27/voor-de-zot/

Ivan De Vadder maakte er me attent op dat de 16 miljoen die Nederlandse partijen het bedrag aan overheidssubsidies is. Daar zijn (hogere) giften nog toegestaan. De Nederlandse SP haalt daardoor 20 miljoen euro per jaar op (in vergelijking: de N-VA krijgt 16 miljoen overheidsgeld per jaar). Dank voor het perspectief, Ivan!

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Recbaar

Hey bartender, what you say
I’m gonna get drunk on election day!
Want one glass of bourbon, one glass rye
Come on, set me up, Joe, don’t pas me by
My money’s alright, but my feets got sore
See, I’ve been tryin’ to vote, now ‘bout an hour or more
I tried, but I didn’t get nowhere
Joe, you know I just don’t think they are doing this voting fair and square

Better make it one cat, one vote, and one beer
Bartender, one cat, one vote, and one beer

Ry Cooder, One Cat, One Vote And One Beer, My Name Is Buddy, 2007

Ontelbaar zijn ze, de liters inkt die vloeiden over de rectorverkiezingen aan twee universiteiten in dat brokje wereld dat zich Vlaanderen laat noemen en dat meer universiteiten heeft dan enig ander brokje wereld zich kan veroorloven. Stel dat de raad van bestuur van de Universiteit Gent, na de allesbehalve nette manier waarop de vorige rectorverkiezingen zich ontrolden, aan enkele gewezen rectoren van Vlaamse en Nederlandse universiteiten had gevraagd een procedure uit te denken die minimaal schadelijk zou zijn voor de universiteit en iedereen die ze liefheeft. Dan was het zielige spektakel van de afgelopen weken de Vlaamse belastingbetaler bespaard gebleven.

 Misschien had die schare slimme studaxen de UGent voorgesteld om simpelweg de procedure van de KU Leuven over te nemen. Dan waren er wel enkele onsmakelijke episodes geweest zoals we die helaas ook mochten meemaken in het duel Torfs-Sels, maar dan waren die de dag na de bekendmaking van de uitslag al vergeten. Rik Torfs zal kapot geweest zijn van de uitslag, zelden zag ik iemand zo gelukzalig zijn job uitvoeren. Maar hij was niet te beroerd om direct na de bekendmaking van de uitslag een warme boodschap uit te sturen. Sels trapte niet na maar deed onmiddellijk het aanbod om zich weer te verenigen achter de waarden van ‘onze’ universiteit.

Dat soort waardig gedrag is Guido Van Huylenbroeck aan de UGent niet gegeven. Een echte democraat gooit de handdoek als hij tot vijf maal toe om en bij 36 procent van de stemmen haalt en zijn tegenstander steeds weer boven 57 procent ziet stijgen. De formeel katholieke Van Huylenbroeck plooit zich constant terug op het formele reglement, dat er gekomen is op verzoek van het formeel vrijzinnige kamp, dat zich op formele gronden wilde verzekeren van een volgende overwinning.

Waaruit blijkt dat democratie wel een superieur model mag zijn, maar dat zich in dat model meer en minder superieure varianten voordoen.

 Let wel: ik ken geen enkele van de vier kandidaten persoonlijk en heb me niet verdiept in hun programma’s. Ik zou hetzelfde hebben geschreven mocht Van de Walle zich in een electoraal hopeloze situatie bevinden. Een universiteit hoort zich niet alleen wetenschappelijk foutloos te gedragen, zijn mensen moeten ook een voorbeeld zijn van waardig en waardenvol gedrag.

Dat uitgangspunt vond ik in de zelfevaluaties van de Vlaamse universiteiten, die ik als lid van de reviewcommissie die Vlaamse Universiteiten doorlichten, mocht lezen. En, Vlaamse belastingsbetaler, mocht u na de pijnlijke artikels over onze academische instellingen die u de leeste weken moest doorstaan, denken dat we voor dat vele geld maar weinig terugkrijgen, dan kan ik u geruststellen: we kunnen best trots zijn op onze universiteiten. Het was een genot zoveel enthousiaste, geëngageerde, deskundige en maatschappijbetrokken mensen, van rectoren en hun omgeving, over professoren en  docenten, niet-academisch personeel (wat klinkt dat schandalig lullig) naar studenten (wat een inzet, niet te vergelijken met wat wij, de zogezegde politieke generatie, maar deden voor het goed van het algemeen) te ontmoeten.

Twee keer mocht ik in het kader van de reviewcommissie samenwerken met Frank van der Duyn Schouten, een eminente prof die van twee Nederlandse universiteiten rector is geweest: van de Katholieke Universiteit Tilburg en van de – reformatorische – Vrije Universiteit van Amsterdam. In België is dat zoiets als rector zijn van de VUB en daarna van de KU Leuven.In Nederland worden rectoren niet verkozen, maar gevraagd door de raad van bestuur. Na zorgvuldige navraag bij alle belanghebbenden en rekening houdend met alle uitdagingen en gevaren van het moment maakt die een profiel op van de meest geschikte persoon om de universiteit te leiden. De rector krijgt autoriteit, niet formeel door verkiezingen maar door de manier waarop hij zijn mandaat uitvoert. Hij moet verenigen, overtuigen, go-between spelen en inspireren. Gewezen Vlaamse rectoren wijzen ook die elementen aan voor een geslaagde rectorbeurt.

 Waarom blijven we dan vasthangen aan universitaire verkiezingen die tot jarenlange wederzijdse obstructiepolitiek leiden. De zittende vicerector van de UGent, Freddy Mortier, is nu ook overtuigd voorstander van een gekozen rector. Tegenstanders stellen dat zoiets niet democratisch is. Zijn ze dan ook voor politiechefverkiezingen en rechtersverkiezingen zoals in de Verenigde Staten?  Ondertussen weten we toch tot welke onwenselijke resultaten dit kan leiden? Gelukkig hebben we in ons land niet de gewoonte om mensen met uitvoerende opdrachten te verkiezen maar om ze te kiezen op basis van de nodige competenties. Dat systeem is superieur, al zijn ook hier betere en mindere varianten. Zo is politieke inmenging bij het aanstellen van overheidsmanagers is nog steeds een onverkwikkelijke gewoonte in ons land.

Democratie blijft een rekbaar begrip, een discussie tussen niet-rekkelijken die uitgaan van het formele verkiezen en rekkelijken die streven naar het gemene belang.

Ook bij de rectorverkiezingen stelt zich de vraag wat het meest democratisch is: een met luttel verschil verkozen rector die vervolgens zijn programma doordrukt tegen een grote minderheid in, of een gekozen rector die de opdracht krijgt iedereen achter een aanvaardbaar programma te scharen?

Dat is wat Frank van der Duyn Schouten twee keer in totaal verschillende universiteiten met schitterende resultaten voor elkaar kreeg.

Ik heb zijn telefoonnummer, beste bestuurders van UGent.

 

Naschrift

 Deze tekst verscheen verkort (een column mag maximaal 650 woorden tellen)  in De Tijd van zaterdag 22 mei 2017.

Video Ry Cooder, One Cat, One Vote And One Beer http://tinyurl.com/km9crw5

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De Nieuwe Verworpenen

It can’t be fair when the millionaire

Never has to give them a cent,

Sad to say we’ve lost the way

This isn’t what the govern-meant…

This isn’t what the govern-meant, Bread ,  Baby I’m-A Want You, 1971

Een boekenhandel voorbijlopen, het lukt me zelden. Toen ik een paar weken geleden in New York was,  vond ik mezelf meermaals terug tussen stapels boeken. Telkens weer viel me op dat er zich in de afdeling “management” een stille revolutie had voorgedaan. Van de stijlvolle Fifth Avenue bookshops tot in de minuscule boekenstalletjes in de luchthavens waren de boeken met titels als “Hoe wordt je een topmanager?”, “Vijftig redenen om succesvol te zijn” en “Hoe lean is je organisatie”, die je er vroeger bij bosjes vond, geruisloos vervangen zijn door boeken die leiders leren hoe ze zich van hun ego kunnen ontdoen, hoe ze hun teams kunnen coachen en waarom het team belangrijker is dan de leider.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een Linked-In-bericht van één van de beste HR-consulenten van ons land: ik hoor zoveel managers spreken over nieuw leiderschap maar ik zie o zo weinigen het ook doen.  Het is een al jaren knagende vraagstelling. Onder overtuigden leeft de stelling dat men nog steeds de verkeerde managers kiest: alleswetende en allesbeslissende zelfverzekerde ego’s die nooit fouten maken. Een manager die de headhunter zegt te zweren bij Leadership Without Ego maakt geen schijn van kans.

Waarom kiezen we telkens de topdown-manager? Misschien heeft Daniel Dennett zonder het te weten die vraag wel beantwoord in zijn boek From Bacteria To Bach And Back. Daarin poneert hij dat de mens bijzonder moeilijk kan omgaan met de idee van competence without comprehension. We blijven hardnekkig denken dat creatieve dingen het product van inzicht moeten zijn (in de vorm van intentie, doelstelling en intelligentie) terwijl wij, allemaal mensen met een wetenschappelijke geest en dus darwinist, perfect weten dat de wereld niet begon met een denkende geest, maar dat het denken zich ontwikkelde na toevallige, hersenloze processen.

Dennett stelt dat dit niet alleen voor godsdienstige mensen moeilijk aanvaardbaar maar dat we allemaal de neiging hebben om uit te gaan van een intelligent design.  Dus is het normaal dat we ons bij problemen eerder wenden tot iemand die zegt inzicht en een oplossing te hebben dan in groep en via trial and error, met andere woorden zonder vooropgesteld pad, naar oplossingen te zoeken.

Misschien is dit ook de reden waarom miljoenen Amerikanen voor een man stemmen die overduidelijk een beleid zal voeren die objectief tegen hun belangen ingaat, door bijvoorbeeld in een beweging de superrijken een belastingverlaging te geven door de gezondheidszorg voor vele miljoenen te schrappen.

Branko Milanovic, voormalig econoom van de Wereldbank, zal dit niet tegenspreken. Hij wees al lang vóór Trump, Brexit, Wilders en Le Pen op de mogelijkheid dat een zwaar gefrustreerde gewezen middenklasse electoraal wraak zou kunnen nemen op het establishment. Met zijn beroemde olifantencurve toonde hij aan dat het inkomen van iedereen sedert de jaren tachtig steeg, behalve voor de westerse middenklasse. Dat zullen alle traditionele partijen geweten hebben.

Niet dat ze het ook inzien. In een tragische Terzake-aflevering vleiden alle partijvoorzitters zich gelukzalig tegen Macron aan om daarmee hun bestaansreden te bewijzen.  Daarbij even vergetend dat diezelfde Macron net alle traditionele partijen naar het kerkhof van de geschiedenis had verwezen. Onkelinx bestond het zelfs in de Knack van deze week Macron, iemand die ze een jaar geleden nog als vuige neo-liberaal zou hebben weggezet,  een voorbeeld voor België te noemen.

Misschien hebben ze toch iets gemeen met Macron: de miskenning van de olifantencurve. Dat zegt Christophe Guilluy, schrijver van «La France périphérique,  comment on a sacrifié les classes populaires waarin hij de theorie van Milanovic niet alleen onderbouwt maar ook voorspelt dat er in Frankrijk potentieel 60 procent anti-establishmentstemmers zijn. Macron liet zich door hem adviseren maar Guilluy kwam tot de jammerlijke vaststelling dat de gedoodverfde president een politiek blijft voorstaan die de winnaars van de globalisatie nog meer laat winnen en van de verliezers ervan de nieuwe verworpenen der aarde maakt.

Macron’s aanpak is een combinatie van de trickledown-theorie, de traditionele liberale doctrine die ervan uitgaat dat iedereen wint bij groei door globalisering en de uitkeringsoplossing, die sociaaldemocraten voorstaan. Daarmee gaat hij, net als Hilary Clinton en alle partijen in ons land die ooit in een regering zaten, voorbij aan de vaststelling dat de gedegradeerde middenklasse minstens even kwaad is omwille van het statusverlies als over het inkomensverlies.

Joseph Stiglitz, en vele anderen vrezen dat als de winnaars de verliezers niet compenseren, in geld én in eergevoel, de verliezers geen enkele reden zien om de globalisering en een marktvriendelijk beleid te steunen. “Ze hebben er dan alle belang bij om politici te verkiezen die zich tegen de verandering verzetten”(De Standaard 3 mei).

Dus zullen we morgenavond allemaal samen zeer blij zijn als blijkt dat Macron en niet Le Pen president van Frankrijk wordt. Maar we kunnen we ons wel tegelijktijdig ook best voorbereiden op het presidentschap van Marion Maréchal-Le Pen in 2022.

Naschrift

Deze tekst verscheen eerst als column in De Tijd van 6 mei 2017, op de vooravond van de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen.

Video This isn’t what the govern-meant: https://www.youtube.com/watch?v=qKfT17cCkwI

Wie had er ook bevroed, inclusief mezelf, dat ik een nummer van het braafste duo van de vroege jaren zeventig zou citeren. Maar zie hoe de tijden veranderen: de gesuikerden van toen blijken nu revolutionair te zijn.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Knoopvast

You’ve got to accentuate the positive

Eliminate the negative

Latch on to the affirmative

Don’t mess with Mister In-Between

Ac-Cent-Tchu-Ate The Positive, Johnny Mercer And The Pied Pipers, Single, 1944

https://www.youtube.com/watch?v=IBNMJwr1mzM

Als u binnen twee jaar in het colonnetje links onderaan op pagina 21 van uw krant leest dat Alona Lyubayeva gelijk kreeg van de Raad van State, zal u dan nog weten wie ze is? Weet u het eigenlijk vandaag nog? Even influisteren: “diversiteitsambtenaar?” Bij sommigen zal een lichtje opgaan: oh ja, die vrouw die ruzie kreeg met Minister Homans en daarom de laan werd uitgestuurd.

Zo vanzelfsprekend vinden we het dus in ons land dat een overheidsmanager de bons krijgt omdat zijn of haar minister haar te kritisch vond.

Verleden week kreeg ik bakken kritiek over mij, toen ik als reactie op het “Homans stuurt topambtenaar de laan uit wegens te kritisch”-artikel in Het Nieuwsblad , “Als je niet kunt winnen met argumenten, je macht ge/mis?bruiken” tweette.  Ik hoorde te zwijgen want ik kende immers het dossier niet.

Dat hoefde ook niet. De minister had een eerlijke evaluatie al onmogelijk gemaakt door “Barbertje moet hangen”-uitspraken te doen vooraleer de Vlaamse regering zich over het dossier kon uitspreken. Zoiets is gevonden eten voor media die hun lezers kunnen laten smullen van een robbertje  moddervechten tussen een ministeriële brokkenpiloot met te veel vliegtuigen en een niet om straffe uitspraken verlegen zittende topambtenaar.

Diezelfde media laten spijtig genoeg na te wijzen op het feit dat overheidsmanagers geëvalueerd moeten worden op basis van het behalen van de afgesproken resultaten, en niet op grond van hun meningen. Natuurlijk kan een topambtenaar zich sommige uitspraken niet veroorloven. Maar dan geldt de tuchtregeling. Als een minister een topambtenaar een negatieve evaluatie geeft omdat die onwelkome meningen verkondigt, bezondigt hij zich aan wat administratief rechterlijk “machtsafwending” wordt genoemd. Dat is, in mensentaal, je macht gebruiken voor iets anders dan waar het is voor bedoeld.

Even deze mijmering: stel dat mevrouw Lyubayeva zich nooit had geprofileerd in de media, zich steeds moeiteloos achter de stellingen van haar minister had gesteld en stel dat ze haar resultaten amper haalde. Denkt u dat de minister haar ontslag zou gevraagd hebben?

Ik durf met grote stelligheid zeggen: no way. Laat ons wel wezen, deze stelling heeft niets met mevrouw Homans te maken, maar met de vaststelling dat als er al eens een topmanager afgeserveerd wordt dit nooit is omdat hij zijn resultaten niet haalde. Topmanagers sneuvelen omdat ze geen genade vinden in de ogen van de voogdijminister. Sluwe ministers bekritiseren de topambtenaar die hen op de zenuwen werkt niet publiekelijk maar speuren het rapport van het gespecialiseerd bureau die de evaluatie voorbereidt  af op elementen die een negatieve beslissing mogelijk maken.

Ook in de zaak Lyubayeva werd op dezelfde wijze gespind. Zo  zouden er een paar ambtenaren naar de vertrouwenspersoon gestapt zijn met klachten. So what? Toon me één dienst waar dit niet gebeurt. Persoonlijk kreeg ik twee keer een klacht van pesten aan mijn broek van ambtenaren die ik nog nooit had ontmoet. Achteraf bleek dat ze  misnoegd waren omdat ze een promotie misliepen.

Dat brengt me moeiteloos bij het tweede gedeelte van mijn druk becommentarieerde tweet van verleden week: “Evaluaties zouden nooit door ministers mogen gebeuren.” Evaluaties  gebeuren op basis van een bestuursovereenkomst die de overheidsmanager met zijn minister afsluit. Zowel minister als overheidsmanager zijn dus partij. Maar de minister is ook rechter want hij kan beslissen of de topambtenaar de afspraak nakwam. Zou u het correct vinden als u een bouwcontract tekent met uw aannemer en dat u bij betwisting geconfronteerd wordt met diezelfde aannemer als rechter? Ik dacht het niet.

Het vele geld dat nu gespendeerd wordt aan bureaus die de ministers bijstaan in het maken van evaluaties kan beter geïnvesteerd worden in een team van professionele evaluatoren die op basis van objectieve gegevens vaststelt of overheidsmanagers de opgelegde doelstellingen halen. Natuurlijk mogen dat geen (gewezen) overheidsmanagers zijn, want dan verzeilt men in een even verwerpelijk spiegelbeeld van de huidige situatie. Maar er lopen op de Vlerick Businessschool, de Antwerp School of Management, het Leuvense Instituut van de Overheid en bij de in evaluatie gespecialiseerde bureaus genoeg topspecialisten rond die deze klus eerlijker, beter en goedkoper kunnen uitvoeren.

De meeste ministers zouden dit toejuichen want ze haten de tijdrovende evaluatieprocedures, die ze terecht als niet essentieel voor hun opdracht ervaren. Een klein aantal ministers zullen met tegenzin vaststellen dat ze met objectieve evaluaties  het beste drukkingsmiddel verliezen om topmanagers te disciplineren en minder koosjere dingen voor zichzelf en hun kabinet af te dwingen.

Niet alle overheidsmanagers zullen staan springen van geluk bij de invoering van objectieve  evaluaties.  Zij die ondermaats presteren zullen heftig tegen zijn omdat ze dan hun hachje niet meer kunnen redden door onderdanig alle wensen van de minister in te willigen.

Maar de meeste topambtenaren zouden zich bevrijd voelen. Met iedere overheidsmanager of ambtenaar die voor de bijl gaat na een procedure waar de schijn van partijdigheid en het vermoeden van partijwraak van afdruipen, stijgt de onrust over de verlenging van het eigen mandaat en wordt de aandrang om moedig mondig te zijn kleiner. Erger nog, goede ambtenaren denken nu twee maal na vooraleer ze zich kandidaat stellen voor een risicovolle mandaatfunctie en gedreven privé-managers zijn nog minder geneigd zijn om naar de overheid over te stappen. Het gevaar van kwaliteitsverlies bij het toppersoneel van onze overheidsorganisaties is verre van denkbeeldig.  Zo wordt het ingewikkeld netwerk van checks and balances waarmee de kwaliteit  van de rechtstaat  wordt gemeten, weer een beetje minder knoopvast.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 9 april 2017.

Video Ac-Cent-Tchu-Ate The Positive, Johnny Mercer And The Pied Pipers: https://www.youtube.com/watch?v=IBNMJwr1mzM

Mercer schreef de tekst, de muziek was van Harold Arlen, ook verantwoordelijk voor juweeltjes als Get Happy, I Gotta Right To Sing The Blues, Happiness Is A Thing Called Joe, For Every Man There’s A Woman (het was duidelijk een pre-LGBT-tijd), Don’t Like Goodbyes,  Between The Devil And The Deep Blue Sea, Blues in The Night, As Long As I Live en het wonderbaarlijke Come Rain Or Shine, waar John Coltrane een geheel eigen weerprogramma van maakte http://tinyurl.com/ltd3dgx

Het nummer is geschreven voor de musical Here Come The Waves met Bing Crosby in de hoofdrol. Bing nam het nummer hetzelfde jaar al op, samen met de The Andrews Sisters en had er een enorme hit mee: https://www.youtube.com/watch?v=5Qk9o_ZeR7s

Hij was niet de enige. In 1945 volgden al versies van Kay Kaiser http://tinyurl.com/lcf8ecd , Dinah Washington en Artie Shaw http://tinyurl.com/l7vuqa2

De stroom is nooit gestopt:

Aretha Franklin http://tinyurl.com/mly9lvm

Roy Hamilton http://tinyurl.com/mn9ewgb

Perry Como http://tinyurl.com/mok7ayb

Dave Van Ronk http://tinyurl.com/kp296zf

Al Jarreau http://tinyurl.com/n352qfl

The Puppini Sisters doen alsof ze in 1925 geboren zijn, maar hun versie dateert uit 2016 http://tinyurl.com/lcxnryb

Voor Oscar Peterson werd het een signatuursong http://tinyurl.com/mre7fvb

Songs worden evergreens wanneer je ze in alle mogelijke genres terugvindt. Je zou zweren dat het oorspronkelijk  een countrynummer was als je Willie Nelson’s versie hoort http://tinyurl.com/nxuf8mt

En het kan zelfs in punkkledij: The Vindictives http://tinyurl.com/mon34d6

Jools Holland overtuigde Rumer om het nummer uptempo op te nemen met zijn big band: http://tinyurl.com/kdcr3lv

Maar de briljantste uitvoering is natuurlijk van grootmeester Dr. Johnhttp://tinyurl.com/m5x3wgh

Al moet ik wel toegeven dat Paul McCartney een bijzonder eervolle versie neerzette (met Diana Krall) http://tinyurl.com/mvln7o8

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen