Gesneden

Mijn leven is totaal ontwricht,

ik voel me overboord gegooid

vandaag las ik dit nieuwsbericht:

de bom … valt … nooit.

Herman Van Veen, De Bom Valt Nooit, single, 1984

Christophe Van Landeghem, vader van twee kinderen van 19 en 17, getuigde in ‘Bij Debecker’ op Radio 1 dat, mocht hij toen geweten hebben wat hij nu weet, hij geen kinderen had genomen. Bij ‘Touché’ zei Anuna De Wever op haar onbevangen manier dat ze geen kinderen wilde. Vanwege van de ecologische voetafdruk, maar ook omdat ze op haar vrijheid staat. ‘Als ik op 38 naar IJsland wil gaan wonen, dan wil ik dat kunnen doen zonder te moeten nadenken over kinderen.’

Het zijn bijzonder moedige uitspraken. Hoon zal hun deel zijn. Het vriendelijkste wat Christophe en Anuna te horen zullen krijgen is dat ze dikke egoïsten zijn. Ik kan het weten, I’ve been there. Deze week precies 38 jaar geleden liet ik een vasectomie uitvoeren. Op zijn 26ste werd Christophe vader. Op mijn 26ste werd ik nooit vader.

In 1981 dacht ik zoals Christophe: in deze wereld zet ik geen kind. Christophe had het over een Amerikaanse president die het nucleair wapenverdrag met Rusland opzegde en vroeg zich af wanneer het Westen weer met oorlog geconfronteerd wordt. In 1981 kwam Ronald – ‘Let’s nuke them’ – Reagan aan de macht en het No Future dat de punks in de Londense straten uitkreten, leek werkelijkheid. Dat gevoel was niet beperkt tot het groepje radicale studenten waarvan ik toen deel uitmaakte. Twee jaar later betoogden 400.000 mensen tegen de plaatsing van Amerikaanse en Russische kernraketten in West- en Centraal-Europa.

Het aanvoelen dat ons geen of toch minstens een zeer duistere toekomst wachtte, had ook te maken met de aanhoudende economische crisis die het Westen teisterde en waar vallende, ruziënde en kwakkelende regeringen geen antwoord op leken te vinden. Toen premier Mark Eyskens in 1981 zijn fameuze quote ‘Het is 21 september, de eerste dag van de herfst, het vallen van de bladeren, de regering is ook gevallen’, de wereld instuurde, vond ik dat niet grappig. Het toonde aan hoe onbekommerd politici in hun ivoren toren met ons lot omgingen.

We kregen les van Etienne Vermeersch, die ons wees op de rampzalige evolutie van de wereldbevolking, en van Jaap Kruithof en Rudolf Boehm, die ons confronteerden met de bevrijdende, speelse mens maar ook met het evolutionaire wezen dat zijn planeet vernietigde.

Sommigen onder ons hadden zich ingezet voor het eerste vluchthuis. We hadden niet alleen geslagen vrouwen gezien, maar ook hun kinderen. Daar waren we niet goed van. Waarom eigen kinderen als we konden zorgen voor kinderen die enorme nood hadden aan hechting, warmte en rust?

Met meer dan twintig waren we, mannen en vrouwen die in de periode 1980-1983 voor vasectomie of sterilisatie kozen. Het was zeker geen sekteachtige reactie op de postmoderne tijden. We waren niet eens een hechte groep. Iedereen had zijn eigen redenen om kinderloos te blijven. Er waren mensen die dol waren op kinderen. Er waren mensen die geen kinderwens hadden.

Wat zouden de meesten nu denken, als ze dezelfde oefening maken als Christophe, maar dan in spiegelbeeld? De helft zou het niet meer doen. Velen van hen hebben nog op tijd de ingreep ongedaan gemaakt en kregen toch kinderen. Sommigen van hen zijn al grootouder.

Niet dat ik er spijt van heb, maar mijn vasectomie is het domste wat ik ooit heb gedaan. In dezelfde uitzending van ‘Bij Debecker’ veegde professor Patrick Deboosere (VUB) redenen als de bevolkingsevolutie (in de jaren 70 was het wereldgeboortecijfer 4 kinderen per vrouw, nu nog 2,4) en crisissen (die zijn van alle tijden) van tafel. Ik geef hem volkomen gelijk.

Maar dat houdt niet in dat we mensen die geen kinderen willen met de vinger mogen wijzen. En het impliceert zeker niet dat kinderen krijgen een vanzelfsprekendheid is. Je moet er goed over nadenken. Maar aan alle jonge mensen, vooral aan zij die er zeker van zijn dat ze nooit kinderen willen, toch deze raad: stel vasectomie en sterilisatie uit tot de leeftijd waarop je beter geen kinderen meer krijgt. Alleen idioten veranderen nooit van mening.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 9 fevbruari 2019.

Video Herman Van Veen’s De Bom Valt Nooit: https://www.youtube.com/watch?v=CTClBuPesxo

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De Wever Wint

Que sera, sera

Whatever will be, will be

Que sera, sera, Sly & The Family Stone, Fresh, 1973

Op de stilaan onmisbare VRT NWS-site voorspelde politiek journalist Ivan De Vadder op 17 januari: ‘Ik vrees dat dit aan Theo Francken blijft kleven.’ Die analyse maakten ook de kranten. Meer zelfs, de ‘ik vrees’ werd vervangen door de aan zekerheid grenzende overtuiging dat de kiezer dit niet zal laten passeren. En het beleefde ‘kleven’ werd vervangen door het vieze ‘plakken’. Volgens De Vadder leefde de plakvrees ook bij Franckens partij. ‘Je hoort ook bij de N-VA in de wandelgangen van het parlement: ‘Laten we hopen dat het gerecht snel zijn werk doet, anders blijft dit kleven en is dat heel vervelend’.’

De dagen daarna moest je weinig verbeeldingskracht hebben om een grote gelijkenis te zien tussen de weinige N-VA’ers die zich voor camera’s of achter microfoons waagden en de klagerige stripfiguur met de reusachtige eierschaal.

Dus moest Bart De Wever worden opgevoerd. Die ontkende: ‘Wij zijn geen Calimero.’ En hij vervolgde: ‘Het is het uitdrukkelijke doel van andere partijen om ons uit evenwicht te brengen, om Theo Francken electoraal een kopje kleiner te maken. De wellust druipt er gewoon af. Sinds Marrakech is het duidelijk: de N-VA moet eraan.’ Lovenswaardig, maar niet geloofwaardig, vooral omdat zijn stemgeluid verdacht veel leek op dat van Corry van der Linden, de legendarische stem achter Calimero.

Dat de aanval van de gewezen regeringsgenoten op Franckens visapolitiek nog virulenter was dan die van de (oude) oppositie, was treffend. Maar anders dan wat De Wever insinueerde, is dat niet zozeer ingegeven door strategie, maar door woede. Vier jaar lang de arrogantie, neerbuigendheid en vernedering van de staatssecretaris, die zich verzekerd wist van de onvoorwaardelijke steun van zijn partijvoorzitter, moeten verduren kruipt niet in je koude kleren.

Mocht de N-VA nog in de regering zitten, dan zou Francken ontslag hebben moeten nemen, lees je overal. O ja, toen hij, in de Soedanaffaire, overduidelijk gelogen had in het parlement en tegen zijn premier, had hij ook moeten opstappen. Maar De Wever ging pal achter zijn copain staan en dreigde met de val van de regering waarop de voor de alweer vernederde premier, de kokhalzende Alexander De Croo en de misprijzende Wouter Beke prompt inbonden. Wie zegt dat De Wever die scène niet zou hebben herhaald?

Het moet sneu zijn voor de meesterstrateeg De Wever, die iedereen op het verkeerde been had gezet door zijn abdicatie van de Antwerpse burgemeesterssjerp, om zijn verkiezingsscenario zo snel doorkruist te zien door de onvoorziene visacrisis, een in Antwerpen niet onbekend begrip nochtans.

De Wevers totale miskenning van de 76.702 Antwerpenaren die hem hun naamstem gaven en Franckens visacrisis komen de N-VA electoraal duur te staan. Dat is de algemene teneur. Ik durf dat zwaar te betwijfelen.

De professoren Michael Barber en Jeremy Pope vroegen zich af of de Trump-supporters hem steunen om zijn ideologie of omdat hij Trump is. Ze deden een experiment met 1.300 Republikeinen, die ze in drie groepen opdeelden. Twee groepen moesten zich uitspreken over suggesties van ‘linkse’ beslissingen, zoals ‘wat als we het minimumloon met 10 procent verhogen?’. Aan de ene groep werd gezegd dat Trump er voorstander van was, aan de andere niet. De derde groep moest zich uitspreken over zogezegde beslissingen van Trump, maar over conservatieve onderwerpen. Het experiment leerde dat er 15 procent meer kans was dat Republikeinen Trump zouden steunen voor linkse beslissingen. De conclusie van de proffen: de gemiddelde Republikein zal Trump niet afvallen, wat hij ook doet.

Zij die nu al denken in te zetten op verlies voor de grootste partij van Vlaanderen, zijn verwittigd: het gaat over leiders, niet over wat ze doen of zeggen. De Wever zal winnen in mei, daar ben ik zeker van. Maar welke De Wever? Bart of Anuna?

Naschrift

Video Sly Stone://www.youtube.com/watch?v=_Son_p6sPeI

Wat een fantastische zangeres is onze Selah Sue: https://www.youtube.com/watch?v=Dmw8hzcspWQ

Daar moest je Marcus Miller, die nog in dienst was bij Miles Davis en dus niet de eerste de beste, blijkbaar niet van overtuigen. Hij vroeg haar om het beroemde Doris Daynummer met hem op te nemen. Maar als je goed luistert naar de versie van Sly Stone uit 1973, dan is het wel duidelijk dat Marcus en Selah hun inpiratie niet bij Doris Day maar bij die oerfunker haalden.  Selahs frasering schuift lepeltjesgewijs tegen die van Sly aan en Marcus slaat zijn bas zoals hij het geleerd heeft van Larry Graham, de uitvinder van de slapping-techniek én bassist bij Sly Stone. Ontroerend mooie video, trouwens. https://www.youtube.com/watch?v=KVMuparhtks

Nog niet genoeg van slappen? Marcus prachtige eulogie aan Bob Bobbitt die de door Norman Whitfield bedachte basslijn wél kon spelen (de legendarische  James Jamerson kreeg hem niet onder de knie!): https://www.youtube.com/watch?v=-Ab4IQwLMTQ en hier bij Miles Davis:  https://www.youtube.com/watch?v=Onj1_BgQzI8 Hier is Marcus de bas aan het slappen en Miles zijn ex Betty Davis, waar onlangs een intrigerende documentaire mee/over werd gemaakt. Haar ode aan alle funkhelden van de sixties: https://www.youtube.com/watch?v=mQILEYw66Rg

Politiek journalist Ivan De Vadder: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/01/17/herbekijk-ivan-de-vadder-over-de-humanitaire-visa-affaire-en-de/

Onderzoek Michael Barber en Jeremy Pope: https://www.dropbox.com/s/ofh5bzwnt4ixwdj/Does_Party_Trump_Ideology%3F%20Non-Anonnomyzed.pdf?dl=0

Ik vond de verwijzing naar de studie in dit zeer aan te bevelen Vox-artikel: https://www.vox.com/science-and-health/2017/10/11/16288690/trump-political-science-psychology-follow-the-leader

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Broedermoord,

Cain slew Abel, Seth knew not why

For if the children of Israel were to multiply

Why must any of the children die?

God’s Song (That’s Why I Love Mankind), Randy Newman, Sail Away, 1972

Nu mijn mandaat als FOD-voorzitter naar het einde neigt, krijg ik nog meer dan vroeger de vraag of ik in de politiek ga. Mijn antwoord is al 35 jaar hetzelfde: geen sprake van. De reden daarvoor is met de jaren sterk veranderd. Maar nog steeds is het begin van mijn antwoord steeds een ode aan zij die zich willen inzetten voor de publieke zaak door zich verkiesbaar te stellen. Dat ik die stap nooit zelf zal zetten, heeft te maken met wat er gebeurt met mensen die dat wel doen. Tenzij je zoon of dochter van een toppoliticus bent, word je door een partij gevraagd omdat je persoonlijkheid hebt en interessante inzichten tentoonspreidt. Daarna moet je die de rest van je politieke leven inruilen voor de standpunten van je partij.

Hoe schrijnend dat kan zijn, zagen we de afgelopen week in Antwerpen. De drie SP.a-gekozenen in de gemeenteraad stemden weliswaar tegen het bestuursakkoord, maar legden zich daarna neer bij de partijmeerderheid. De volgende zes jaar zullen ze dus met een stralende glimlach alle beslissingen van het college verdedigen, terwijl hun lichaam en geest zich compleet verzetten tegen een akkoord met mensen die hen gedurende jaren de schuld gaven van alles wat misging met de stad en de wereld. De drie weten dat het beleid in de stad niet zal veranderen omdat voor ieder zelfstandig naamwoord in het bestuursakkoord “verbindend” is ingetikt.

Misschien herinneren ze zich nog de wanhoop van Agalev bij de desastreuse verkiezingen in 2003 nadat ze in 1999 met grote overgave in een regering waren gestapt, waarin iedere zelfstandig naamwoord in de regeringsverklaring werd voorafgegaan door het woord “duurzaam”.

Hoe schrijnend ook moet het zijn voor mensen die in de Antwerpse NVA zijn gestapt omdat ze echt geloofden dat alle malheur in de sinjorenstad door de socialisten is veroorzaakt? Ook zij hebben zich, en dan nog zonder misbaar, voor de nieuwe coalitie uitgesproken. Enig verzet, zij het beperkt in tijd en impact, wordt enkel getolereerd in een gewezen machtspartij.

Voor geen (partij-)geld ter wereld wil ik ooit in Terzake gaan uitleggen dat iets waar iedere vezel in mijn lichaam zich tegen verzet, een goede zaak is omdat mijn partij dat vindt.

Maar dat dit soort ervaringen kinderspel is, vergeleken met wat je overkomt in de slangenkuil van je eigen partij, mocht blijken uit wat Christophe Peeters in Gent moest ondergaan. Samen met Tom Balthazar was Peeters, daar zijn vriend en vijand het over eens, de beste schepenen van het voorbije stadsbestuur. Maar nu wordt hij aan de kant geschoven na een naargeestig manoeuvre, waarin alleen de naaste bondgenoten van Matthias De Clercq en zijn partijvoorzitter, niet de hand van de nieuwe burgemeester vermoeden.

Nu jong-VLD maar vooral alle liberale oud-schepenen hem afschilderen als broedermoordenaar in bewoordingen die Theo Francken niet eens zou durven tweeten, dreigt zijn entree als eerste liberale burgemeester in zestig jaar niet het triomfantelijk spektakelstuk te zullen worden die hij voor ogen had maar eerder een remake van het Hollywoodspektakel “What if You Threw a Party and Nobody Came?”.

Sedert de verkiezingen deed hij bijna alles verkeerd wat je verkeerd kan doen. De man die het verraad van 1976, toen bompa Willy ondanks zijn monsterscore naar de oppositie werd verwezen door de tjeven, eens ging rechtzetten, stichtte een postelectoraal kartel met de… CD&V. Dat was knarsetanden voor de van oudsher sterk humanistische Gentse liberalen, die daarna echt gingen balen wanneer bleek dat ze daar ook nog eens met een schepenzetel voor moesten betalen.

De man die uitschreeuwde dat zijn karrevracht voorkeurstemmen hem alle recht op de burgemeesterssjerp verschafte, vond het concept voorkeurstemmen ineens onbelangrijk voor een schepenmandaat. De man die zal zorgen voor een verbindend Gent is begonnen met de versplintering van zijn eigen partij. De man die van Gent een positief verhaal zal maken kan zelfs bij zijn grootste politieke zege de grootmoedigheid niet opbrengen om aan zijn vroegere rivaal voor de titel Eerste Liberaal Van Gent, een bijrol te geven in wat zijn grootste theaterstuk moet worden.

Het is niet alleen klein. Het is ook dom. De Clercq zal met zijn zelfgekozen mini-fractie in het college alles uit de kast moeten halen om de voorspelling van Siegfried Bracke (“Ofwel krijgt Gent een blauwe burgemeester met een zeer groen programma, ofwel komt er een groene burgemeester met een gematigd programma”) niet te laten uitkomen. Dan kan je beter zuinig zijn op sterk personeel. Als je echt een burgemeester wil zijn voor alle Gentenaars, dan stel je toch de sterkste spelers op?

“Dit is een onaanvaardbare strategische blunder die niets met politiek te maken heeft, maar alles met eigenbelang”. Wat Erwin Devriendt, oud-OCMW-voorzitter in Gent, zegde is wat vele Gentenaars denken.

De Clercq wil de zaak nu oplossen door voor Peeters een plek in een van onze parlementen te bepleiten. Blijkbaar heeft hij niet door dat een passieve rol voor de doener Peeters insult after injury is en dat dit bij de modale Gentenaar zal overkomen als wegpromoveren.

Als De Clercq dit soort fouten blijft maken, wacht ook hem een gewisse broedermoord. En neen, ze zullen niet zijn ruiten inslaan of zijn benen breken, zoals ontslagnemend Gents Open VLD-voorzitter Mick Daman smalend meende te moeten opmerken in De Ochtend, als antwoord op de zin ‘Indien hij dat niet inziet, wordt hem dat inzicht bijgebracht’ uit de brief van de Gentse oud-schepenen en OCMW-voorzitters aan voorzitter Gwendolyn Rutten. Politici gaan subtieler te werk. De dolk zie je niet aankomen. Vraagt het maar aan Christophe Peeters.

Of ik ooit politicus word? Wie wil er nu werken in een slangenkuil?

Naschrift

Deze tekst verscheen als column, zij het in verkorte vorm, in De Tijd van 29 december 2018.

Video God’s Song (That’s Why I Love Mankind): https://www.youtube.com/watch?v=C0TvfqmWf4M

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Visegrádcoalitie

There’s been some hard feelings here
About some words that were said
Paul Simon,
‘One Man’s Ceiling Is Another Man’s Floor’, 1973

Federale overheidsdiensten zijn rare beestjes. Raar in de zin van zeldzaam. Vind maar eens plaatsen waar evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen samenwerken, waar Vlamingen, Walen en Brusselaars elkaar dagelijks ontmoeten en waar taken voor het hele land worden uitgevoerd. We trouwen niet meer met elkaar, we bellen elkaar nagenoeg niet meer heeft Proximus al vastgesteld en we weten niet meer wie popheld, topauteur of sportjournalist is aan de andere kant van de taalgrens. Dat de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen door iedereen op de werkvloer van onze federale overheidsdienst duchtig werden besproken, zal u niet verwonderen. Maar misschien wel dat door Nederlandstaligen én Franstaligen met evenveel belangstelling werd uitgekeken naar de coalities in Gent, Oostende, Charleroi en Liège. Liège inderdaad, want in een federale overheidsdienst spreekt ieder zijn eigen taal/chacun parle sa langue.

Mocht Charles Michel zich zo nu en dan eens vertoond hebben op federale administraties, dan had hij gewis geweten wie Frank Deboosere was.

Federale ambtenaren, en bij uitstek de beleidsvoorbereiders,  zitten op een berg informatie. Ze hebben contacten met alle mogelijke positiebepalende mensen in de Europese Commissie en de Oeso, in studiediensten van partijen en sociale partners en in alle kabinetten die ons land rijk is.

Daarom zijn federale overheidsdiensten ook raar in de zin van anders. Tot mijn grote verbazing heb ik vastgesteld dat het inzicht in waar we politiek in ons land naartoe gaan veel groter is bij de federale ambtenaren dan bij de regionale ambtenaren, privéwerknemers of Wetstraatjournalisten. Op woensdag 31 oktober liep ik door ons vergadereiland en hoorde ik een Nederlandstalige zeggen dat Oostenrijk zich uit het VN-migratiepact had teruggetrokken. ‘Oh la la,’ repliceerde een Franstalige stem, ‘dat zal niet zonder gevolgen voor ons land blijven. De N-VA heeft te veel stemmen aan het Vlaams Belang verloren bij de (gemeenteraads)verkiezingen. Ik zie hen hier ook problemen over maken.’

Enkele weken later, toen de spanningen in onze regering een feit waren, kreeg ik van enkele ambtenaren het voorstel om een noodplan uit te werken voor het geval de regering vroegtijdig zou vallen. Lopende zaken zou de overgang van onze dienst Zelfstandigen naar de Sociale Zekerheid Zelfstandige Ondernemers en de verlenging van de contracten bij onze geteisterde Dienst Tegemoetkomingen aan Mensen met een Beperking in gevaar kunnen brengen.

Nu al wordt bij ons druk becommentarieerd wat de toekomst brengt. Dat ons land politiek tot stilstand komt en 2019 (weer) een jaar van (s)lopende zaken wordt, daar is iedereen het over eens. Hoe lang de regeringsonderhandelingen zullen duren, daar durft men zich niet over uitspreken, maar men is er wel van overtuigd dat de duur ervan zal afhangen van de verkiezingsuitslag van de N-VA. Als ze federaal incontournable worden, dan komt het vorige record regeringsvormen in gevaar. Maar als men zonder hen kan, zal het zonder hen zijn want bij de MR is de ervaring van de onbetrouwbare Vlaams-nationalistische partij te wrang, is de meest gehoorde stelling.

In de week voor het Marrakeshevent was iedereen bij ons ervan overtuigd dat de N-VA de regering zou verlaten, dat Michel met een minderheidsregering zou verdergaan, maar ook dat die een zeer kort leven zou zijn beschoren en we dus naar vervroegde verkiezingen gaan. De linkse oppositie zou, een halfjaar voor verkiezingen, wel gek moeten zijn om een centrumrechtse regering te depanneren, luidde het, en de N-VA zal vanuit de politiek comfortabele oppositiezetels alleen willen steunen wat hen honderd procent zint. “Als de premier dan niet snel de handdoek gooit, zal hij zo hard naar de pijpen van zijn gewezen regeringspartner moeten dansen dat hij een gevaarlijke concurrent dreigt te worden voor zijn Engelse confrater in de eindejaarslijstjes “krampachtig dansen”, lachtte onze meest ironische medewerker.

Onderliggend bij deze gesprekken is de al jaren durende discussie over de ware aard van het beestje dat N-VA heet. Toen de Zweedse coalitie tot stand kwam, was er veel consternatie. Vooral bij Franstaligen – maar niet alleen bij hen – heerste een ‘de extreemrechtse Vandalen staan voor de stadsmuren’-gevoel. Het moet een erg moeilijke tijd geweest zijn voor ambtenaren met een N-VA-affiniteit. Een medewerker die voor zijn N-VA-lidmaatschap uitkwam, werd gepest. Ik kon ingrijpen nadat zijn collega’s me op de hoogte hadden gebracht, waarvoor hulde. In de wintermaanden van 2014 liet ik aan iedereen blijken, in woord en daad, dat de N-VA voor mij een democratische en een nietracistische partij was. Niet iedereen heeft me dat in dank afgenomen. Er werd met angst in het hart afgewacht hoe de samenwerking met een N-VA-staatssecretaris voor Mensen met een Beperking zou verlopen. Maar Elke Sleurs behandelde ons correct, was de eerste ervaring. En toen haar opvolgster Zuhal Demir blijk gaf van grote interesse en inzet voor de dienst, kwam er zelfs waardering.

De recente gebeurtenissen hebben het beeld van de N-VA geen goed gedaan in de federale overheidsdiensten. Veel van het traag opgebouwde vertrouwen ging met de weliswaar snel geaborteerde maar evengoed beangstigende anti-Marrakeshcommunicatiecampagne teloor. ‘Ik begon te geloven dat de partij niet extreemrechts is. Maar hoe noem je een partij die over migratie hetzelfde denkt als de Visegrádcoalitie van Jarosław Kaczynski, Viktor Orban, Marine Le Pen of Filip Dewinter?’, kreeg ik deze week te horen van een (Vlaamse) medewerker.

Naschrift

Deze tekst verscheen als (sterk verkorte) column in De Tijd van 15 december 2018.

Video One Man’s Ceiling Is Another Man’s Floor: https://www.youtube.com/watch?v=2GdegC2p8ek

Paul Simon nam dit nummer dit jaar opnieuw op voor In The Blue Light, een album waarop hij nummers die hij zelf zeer geslaagd vindt maar weinig bekend zijn, opnieuw onder handen nam.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boter

Did you ever read about a frog

Who dreamed of bein’ a king?

Neil Diamond, ‘I Am… I Said’, Single, 1971

Carina Van Cauter is een bijzonder bedrijvige parlementair, die niet voor niets door de media verkozen werd als beste kamerlid. Geen toeval dus dat ze geregeld opduikt in actualiteitsprogramma’s. Het is maar de vraag of Carina dat nog van harte doet want sedert de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire krijgt ze geheid, of ze het over sportersstatuten of over mensenhandel heeft, de onderwerpen waarvoor ze gecontacteerd is, de vraag hoe het zit met de gouverneurskeuze. Ieder keer verklaart ze duidelijk dat ze daar niets wil of kan over zeggen. Daar heeft de interviewer geen oren naar en blijft de vraag herhalen. Het is symptomatisch en onhoffelijk. Zelf heb ik meegemaakt dat voordien werd afgesproken dat over een specifiek onderwerp geen vragen zouden gesteld worden en men het tijdens de opname toch doet. Dat is smerig want de geïnterviewde weet dat niet antwoorden slecht overkomt bij kijker of luisteraar en dat de journalist daar listig van gebruik maakt. Zo moet de actrice Maria Schneider zich gevoeld hebben tijdens de beruchte boterscène in Bertolucci’s film ‘Last Tango in Paris’.

Van Cauter trok zich terug uit de gouverneursrace omdat iemand, zonder ook maar een seconde rekening te houden met haar gevoelens, haar assessmentdossier liet lekken. Dat in ons land namen en dossiers van mensen die kandidaat zijn voor een openbare functie op straat worden gegooid, is niet de uitzondering maar de regel. Het recentste slachtoffer is Anne Junion, die de krantenkop ‘Kabinetschef Marghem zakt voor topfunctie‘ moest incasseren.

Geen wonder dat privémanagers twee keer nadenken om voor de job van topambtenaar te gaan. Ze willen zich de beschamende situatie besparen hun baas te moeten uitleggen waarom ze weg willen.

Dat is niet de enige reden waarom zo weinig ex-privémanagers bij de overheid werken. Een pak privé-managers die de stap riskeerden zijn grandioos mislukt. De Oeso heeft het 11 jaar geleden al vastgesteld: de job van overheidsmanager is moeilijker dan het privé-equivalent. En de wijze waarop Johnny Thijs, iemand die wel een geslaagde overgang maakte, behandeld werd door zijn politieke meesters, is bij veel privémanagers niet onopgemerkt gebleven.

Als Selor-jurylid stelde ik meermaals vast hoe weinig privémanagers die kandideerden van het overheidsnetwerk afwisten. Die onwetendheid gaat niet zelden gepaard met een onwaarschijnlijke arrogantie, zelfs minachting, voor wat gebeurt bij de overheid. Sommigen zeggen niet meer of minder dan dat er geen innovatie is bij de overheid en dat men blij mag zijn met de interesse van iemand die in de privésector werkt. Sommigen reageerden zeer verbaasd toen de juryleden naar hun (gebrek aan) voorbereiding vroegen. ‘Lag de rode loper naar de overheidsfunctie nog niet klaar, dan?’

Nee dus, die rode loper is er alleen voor kabinetschefs. Dat is toch wat je in onze kranten kunt lezen. ‘Van de tien FOD-voorzitters moeten er zes vervangen worden. Die posten worden over de verschillende partijen verdeeld. Het is drummen, want ook veel kabinetsleden zoeken een uitweg nu de verkiezingen naderen‘, las je in deze krant. Die aanname – ‘de job is toch voor kabinetschefs’ – stoelt op de vaststelling dat de meerderheid van de huidige FOD-voorzitters in een vorig leven kabinetsmedewerker was.

Maar omdat vinken vogels zijn, zijn niet alle vogels vinken. Voor elke kabinetsmedewerker die in een assessment slaagt, zijn er tien die jammerlijk mislukken. Anders dan bij de NMBS, Proximus of de Nationale Bank, waar partijvoorzitters de vrije hand hebben, moeten ze kiezen tussen de FOD-kandidaten die een rapport ‘Zeer geschikt’ kregen op het Selor-assessment. Ik geef u op een blaadje dat, op een grote uitzondering na, niemand die nu op de voorkeurlijsten van de partijvoorzitters staat ooit FOD-voorzitter wordt.

De functie van kabinetschef kan dan wel de beste training zijn die je je kunt indenken voor leidinggevende functies in de administratie, zoals oud-journalist Guy Tegenbos poneert, dan nog moet je aantonen dat je een grote organisatie kunt aansturen, dat je meer dan theoretische noties hebt van personeelsbeleid, budgetdiscipline en technologie, dat je kan breken met het maken van beleid, en dat je beleid, ook dat waar je niet achter staat, correct kunt uitvoeren. Veel ‘politieke’ kabinetschefs rateren hun assessment omdat ze zich, in tegenstelling tot ‘manager- kabinetschefs’, daarin niet bekwaamd hebben.

Ik krijg constant de vraag of ik weet wie mij (en mijn collega’s) opvolgt. Eerlijk: ik weet het niet. De partijvoorzitters ook niet. Maar dat beseffen ze nog niet. Evenmin als Maria Schneider besefte wat haar te wachten stond in Bertolucci’s film.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 1 december 2018.

Video I Am… I Said: https://www.youtube.com/watch?v=NS76IGdnD3o

Kris Luckx vroeg via twitter: “Beweert Frank Van Massenhove nu dat Selor dit allemaal kan testen?” Mijn antwoord: “In alle Selor-jury’s waarin ik zetelde (over de andere kan ik niet oordelen) zat voldoende expertise om vast te kunnen stellen dat iemand NIET over die talenten beschikt. Als er twijfel over is, krijgt kandidaat een “geschikt”. Geen “zeer geschikt”, dat is weggelegd voor kandidaten waarover geen enkel jurylid twijfel heeft. Overigens heeft Anseel heeft gelijk wanneer hij het over de beperkte voorspelbaarheid van assessments heeft (https://tinyurl.com/yag4g5kk)”.

Frederik concludeert, op basis van 50 jaar onderzoek, dat een goed assessment ongeveer 20 procent van de toekomstige prestaties voorspelt. “Maar 20 procent? Dat is een terechte bemerking, maar dat is de realiteit van selectie en assessment. Voorspellen is moeilijk. Maak u geen illusies. De meeste andere methodes, zoals een ongestructureerd interview of een persoonlijkheidstest, scoren lager. De beste strategie is een combinatie van methodes, waarmee je dan uitzonderlijk aan ongeveer 40 procent voorspellende waarde kan komen. Consultants die iets anders beweren, liegen of weten niet waarover ze spreken. Vraag hen naar de predictiedata voor hun eigen methode.”

“Een bijkomende ronde interviews door de Vlaamse regering die de rangschikking bepaalt, is een bijzonder slecht idee dat net de voorspellende waarde van het assessment onderuithaalt. Doe dan geen assessment”, stelt Anseel verder. Hij had het over het circus rond de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire, maar die analyse geldt ook voor mandaatfuncties bij de federale overheid. Selor zou de rangschikking moeten bepalen. De eerste krijgt de job. Daarmee zou alle politieke inmenging vermeden worden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aalmoezenpot bis

Démagogie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

L’hypocrisie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

Amadou & Mariam, Ce N’est Pas Bon, Single, 2009

Partijtucht zorgt ervoor dat zelfs uiterst intelligente mensen enormiteiten begaan. Volgens de Open VLD’er Karel De Gucht is de partijkaartloze gouverneurskandidaat Wim Leerman zonder twijfel een N-VA’er. Want hij is directeur van de stad Aalst, die zoals iedereen weet een N-VA-burgemeester heeft. En er zijn mensen in zijn familiekring die N-VA’er zijn. Ben ik dan Open VLD’er omdat mijn voogdijminister Maggie De Block is? Of ben ik N-VA’er omdat twee nichtjes van mij dat zijn?

De Guchts partijvoorzitter, Gwendolyn Rutten, vond dan weer dat Carina Van Cauter en niemand anders gouverneur van Oost-Vlaanderen moest worden. Want wie kon beter de talenten van alle kandidaten inschatten dan zij? Toch geen gespecialiseerd assessmentbureau, zeker?

Naar aloude gewoonte – vroeger stuurden de christendemocraten Miet Smet naar een debat over vrouwenrechten die ze net gekrenkt hadden – kwam niet de CD&V-partijvoorzitter in Terzake uitleggen waarom geen competente vrouw werd gevonden voor de Nationale Bank, maar werd Griet Smaers verzocht te argumenteren dat Steven Vanackere de juiste mens op de juiste plaats is. Terwijl zij nota bene het wetsvoorstel heeft ingediend dat een op de drie een vrouw moet zijn aan de top van de Nationale Bank. Natuurlijk weet Smaers dat iemand als Caroline Ven veel geschikter zou zijn. Maar zij zit al in de beheerraad van Bpost en kan daar niet weg, want dan dreigt een andere partij haar plaats in te palmen. De regeringspartijen zijn al meer dan een jaar aan het armworstelen over de drie te begeven beheerraadplaatsen aldaar.

Toch liet de CD&V-voorzitter zich niet onbetuigd. ‘CD&V heeft van niemand lessen te krijgen in vrouwvriendelijkheid.’ Van de andere partijen niet, dat is juist, want die zijn even schuldig en hypocriet. Maar misschien wel van de helft van de bevolking? En tel daarbij maar alle mannen die het verwerpelijk vinden dat de Oude Jongens de beste brokken voor zich houden en die al lang weten dat instellingen met goede genderverhoudingen beter functioneren. Maar het algemene belang en een goedwerkende overheid konden Wouter Beke gestolen worden. Doodgemoedereerd liet hij Vanackere aanstellen bij de Nationale Bank. Vanaf nu is 15 november de Dag der Dynastie van de Partijvoorzitters. 

Niet te tellen waren de politici die geen genderquota wensten bij de Nationale Bank. Want die zijn vernederend voor vrouwen. En je kweekt er excuustruzen mee. O ja? Sinds 2011 zijn er quota voor vrouwen in de raden van bestuur van overheidsbedrijven en beursgenoteerde bedrijven. Ze deden het aantal vrouwen in beheerraden vertienvoudigen. Ik daag politici die het excuustruusargument gebruiken uit er één vrouw uit te pikken die niet de juiste capaciteiten heeft. Niet de quota maar hun uitspraken zijn vernederend voor vrouwen.

Zelden hebben politici in zo’n korte tijd zoveel auto-imagoschade veroorzaakt. Professor publieke financiën Wim Moesen stelde in De Morgen dat politieke benoemingen “hand in hand gaan met een lamentabel begrotingsbeleid. Als je aan de top voorbeelden geeft van civiel gedrag, dan straalt dat af op de bevolking”. Als zelfs een rustige man als Wim Moesen uitspraken doet als ‘we hebben allesbehalve de leiders die we verdienen’ zou dat politici aan het denken moeten zetten. Dat is weinig waarschijnlijk. Ik schreef het hier vroeger al: ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel.’ Telkens een partijgetrouwe mag delen in de aalmoezen, klinkt het hondenfluitjessignaal – ‘er wordt voor jullie gezorgd’ – bij de brede politieke familie.

Dat heeft de immer sluwe Bart De Wever goed begrepen. Nooit liet hij zich betrappen op het wegzetten van strijdgenoten. In nogal wat partijen zou de partijvoorzitter mensen als ‘losse handjes’-Pol Van Den Driessche, mandatenkoning Koen Kennis, stuntel Siegfried Bracke en miscast Liesbeth Homans snel van het politieke toneel hebben verwijderd. Niet De Wever.

John Crombez daarentegen kuiste in recordtempo Hilde Claes weg uit Hasselt, Tom Balthazar uit Gent en wilde dat nog eens herhalen met Tom Meeuws in Antwerpen maar botste daar op een eensgezind Antwerps partijbestuur. In Gentse socialistische kringen wordt nu jaloers gekeken naar de Antwerpse vrienden. ‘Was het Gentse partijbestuur toen dapperder geweest, dan zag de situatie er nu helemaal anders uit’, hoorde ik een ervaren socialist zeggen. Extern maar ook intern zwelt de kritiek op het voorzitterschap van Crombez aan.

In de N-VA hoor je geen kwaad woord over De Wever. Terwijl je je toch kan afvragen of het Antwerpse burgemeesterschap de voorzitter niet heeft belet zich meer bezig te houden met de Gentse afdeling, zodat het ondermaatse electoraal resultaat daar had kunnen worden vermeden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column bij De Tijd van 17 november 2018.

Video Ce N’est Pas Bon: https://tinyurl.com/yd99z4jj

Johan Ackaert en Sofie Hennau: Drie drogredenen voor politieke benoemingen: https://tinyurl.com/yazyok6c

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Hersttij

De Herfst Is Een Schijtseizoen, Steiger, Steiger-EP, 2016

Premier Charles Michel weet wat belangrijk is. De zomer/wintertijd bijvoorbeeld. Daarom moet de beslissing daarover afhangen van een volksraadpleging.

Welke nieuwe gevechtsvliegtuigen we moeten kopen is van secundair belang. Daar laat hij het parlement niet eens ernstig over discussiëren, laat staan beslissen. Er werd voor de F-35 gekozen op de ministerraad van 25 oktober. Mooie datum, want niet vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, waardoor men des kiezers toorn kon afwenden, maar toch snel genoeg om de Amerikaanse toorn te bedaren. Tot zover het geloof in een Europees leger.

Toch blijft de premier, luidens zijn optredens voor het Europees Parlement en de VN, een groot verdediger van de Europese idee. Raar toch dat een premier voor wie Europa en de zomer/wintertijd zo essentieel zijn, het niet de moeite vindt om iemand van de Belgische regering af te vaardigen naar de vergadering over de afschaffing van de urenwissel die Europees voorzitter Oostenrijk afgelopen weekend in Wenen hield.

Europese diplomaten kijken er niet van op. Zo hoog onze politici opgeven over de waarde van de Europese gedachte, zo laag is ons aanzien onder de lidstaten. Een universitair instituut uit Göteborg meet sedert 2009 bij de Europese diplomaten hoe hoog ze de standpunten van iedere lidstaat inschatten, hoeveel belang ze hechten aan samenwerking ermee en hoeveel gewicht ze de landen toekennen bij de totstandkoming van Europese regelgeving.

Sedert 2009 is ons netwerkkapitaal gehalveerd en bevinden we ons op de twintigste plaats (op 28). Landen zoals Tsjechië, Slovakije, Letland en Estland hebben een groter kapitaal opgebouwd dan ons koninkrijk. De grote landen staan helemaal bovenaan – Duitsland, Frankrijk en het VK bezetten de eerste plaatsen – maar dat houdt niet in dat de rangschikking door de landsgrootte bepaald wordt. Zweden staat op 4, Nederland op 5, Finland op 8 en Denemarken op 9.

De kleinere landen kunnen op de Europese beslissingen wegen omdat ze ‘Brussel’ begraven onder hun voorbereidende non-papers. Het aantal Belgische non-papers van de afgelopen jaren is op twee handen te tellen. ‘De Belgen reageren pas wanneer er een officiële paper van de Europese Commissie verschijnt en bijna alles al vastligt’, lachte een Nederlandse diplomaat (me net niet uit).

Het is niet dat de Permanente Vertegenwoordiging, onze ambassadeurs bij de EU, slecht werkt. Ze zijn de uitvoerders van een onbestaand beleid. De prioriteiten vastleggen is geen diplomatieke, maar een politieke zaak en in dit land zonder plannen is dat een heikel probleem. Sedert de dagen net voor de aanvang van het Parijse klimaatconferentie in 2015, toen onze ontelbare ministers bevoegd voor milieuzaken snel moesten samenkomen om te beslissen hoe ze het Kyotoprotocol van 2009 zouden uitvoeren, weten we hoe krakkemikkig onze regio’s en de federale component tot beslissingen komen. Dan kom je Europees altijd te laat. Dat is geen kenmerk van federale staten. Duitsland slaagt er, ondanks zijn 16 deelstaten, telkenmale in zijn prioriteiten torenhoog op de agenda te krijgen.

Duitsland is niet alleen goed georganiseerd, het investeert ook breed en diep in beleidsvoorbereiding. Door de aanhoudende besparingen sedert 2009 is het aantal beleidsraadgevers in de federale departementen drastisch gedaald. Daardoor wordt de Permanente Vertegenwoordiging onvoldoende gevoed. Daardoor stokt ook de omzetting van het Europees recht naar ons rechtssysteem. 1 procent vertraging wordt Europees aanvaard, maar dat halen we in de verste verte niet.

Europa is ver van onze deur, lijken onze beleidvoerders te denken. Maar ze vergissen zich. Liefst 62 procent van de EU-burgers beoordeelt het lidmaatschap van hun land als positief, het hoogste percentage in bijna dertig jaar, blijkt uit een recente peiling die het Europees Parlement iedere twee jaar uitvoert. Het is, zeer contra-intuïtief, lente in Europa. België verkeert al jaren in een Europese herfst.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 november 2018.

Steiger met een live-versie van De Herfst Is Een Schijtseizoen.

Steiger is een van de vele verfrissende Belgische jazzbands. Op het album Lefto presents Jazz Cats vind je een kransje ervan gecompileerd. “Een” en niet het kransje want er kan direct een volume 2 gemaakt worden met aanstormende bands die hier ontbreken, zo onwaarschijnlijk sterk zijn onze mooie jonge jazzgoden.

Mocht je de ogenopenende column van Pierre Therie op VRT NWS gemist hebben, dan kan je hier lezen waarom de keuze voor de F-35 onzinnig is en hoe onprofessioneel politieke keuzes gemaakt worden in ons land.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen