Verbinding

The Minus Five

Dear employer, you commanded me

Your commendations now don’t mean as much

Cause I’m a lost cause, causing a problem

And I promise to be way out of touch

Dear Employer, The Minus Five, Down With Wilco, 2003

De werkgevers zijn al wekenlang bezig met een kruistocht voor de versoepeling van het thuiswerken. Zelfs als vastgesteld wordt dat 40% van de besmettingen tot de werkvloer kunnen teruggebracht worden, blijven VBO en Voka bij hun pleidooi. Premier Decroo stuurde hen wandelen. Thuiswerken blijft broodnodig in de strijd tegen corona, zei hij, na een fysieke vergadering weliswaar. Toch blijven werkgevers klagen dat “de verbinding tussen werknemers en bedrijf afbreekt” en dat “hun mensen mentaal op hun tandvlees zitten”.

Het opgelegde thuiswerken, dat juridisch geen mogelijkheid laat om tussendoor op het kantoor te verschijnen, heeft zonder twijfel negatieve gevolgen voor het geestelijke welzijn. Zoomvergaderingen kunnen fysieke vergaderingen niet vervangen. Maar vooral het gebrek aan menselijke warmte en groepscreativiteit knaagt. Werknemers missen hun collega’s die ook kennissen en soms vrienden zijn.

Het is opmerkelijk dat vakbonden de smeekbede van de werkgevers niet overnemen. Kan het zijn dat vakbonden er niet van overtuigd zijn dat werknemers het hebben gehad met het thuiswerken? Nogal wat vakbondscentrales, waarvan niet weinig voor corona rabiaat anti-thuiswerken waren, stelden bij hun werknemers weinig animo vast om weer iedere dag naar Brussel te komen en worden nu geconfronteerd met de eis van hun interne vakbond voor hybride systemen in het post-coronatijdperk.

In menige digitale vakbondsvergadering zal er dezer dagen smalend gelachen worden met de grote bekommernis van werkgevers over het tekort aan verbinding. Je kunt haar geen ongelijk geven. HR Square berichte in 2015 over een studie van Steelcase die aantoonde dat Belgische bedrijven, op Frankrijk na, het laagste aantal betrokken werknemers van de Oeso-landen telden. Slechts 6 procent beschouwt zichzelf als sterk betrokken bij zijn werkgever. 37 procent is niet onder de indruk van het management. Bovendien vindt slechts 50 procent van de Belgen dat hun organisatie het beste in hen naar boven brengt en slechts 41 procent meent dat die hen erkent en naar waarde schat.

Dat was geen momentopname. SD Works, dat sedert 2009, ieder jaar een onderzoek doet naar werknemersbetrokkenheid, stelt een stelselmatige achteruitgang vast. Raar toch, als blijkt dat bedrijven met betrokken medewerkers 2,5 keer meer omzet creëren. Organisaties met gelukkige en betrokken medewerkers laten een productiviteitstoename van 31% zien. Werkgevers zouden dus beter moeten weten, maar de Command & Controlcultuur is bij vele van onze bedrijven belangrijker dan een wetenschappelijk onderbouwde HR-politiek.

Werkgevers zweren blijkbaar bij uitspraken als «De zingeving van werk zit onder andere in het inkomen», terwijl iedere serieuze studie hierover stelt dat, tenzij bij onderbetaling, het loon, loonsverhoging of zelfs bonussen, slechts gedurende enkele weken het engagement bij werknemers stimuleert. In de Vlerick White Paper hierover wordt dit de grootste mythe van werkverbinding genoemd. Mensen worden pas echt gemotiveerd door intrinsieke beloningen zoals uitdagingen, het vooruitzicht de doelstellingen te halen en grotere verantwoordelijkheden.

Dat is ook de stelling van Bart Derre en Matthieu Weggeman die verder adviseren fel te investeren in de team flow. Leidinggevenden moeten een hitteschild zijn voor de teams tegen de bureaucratische regelneverij en de teamdynamiek laten werken. “Dat betekent dat teams beslissen wie wel of niet toetreedt tot het team”. Dat heeft de regering Decroo nog niet begrepen. Straks krijgen beheerraden van een pak overheidsbedrijven mensen binnen die ze niet alleen niet kozen. Ze weten zelfs niet wie het zal zijn. Ze kennen enkel de partijkleur. Die is door de federale regering vastgelegd. Zonder twijfel zorgt dit voor grote verbondenheid tussen Team 11 miljoen en zijn politieke leiders

Naschrift

Deze tekst verscheen (verkort) als column in De Tijd van 20 maart 2021.

Het was de 220ste en laatste column voor De Tijd.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zoom-boomers

His excited eyes, from within the dark interior glazed,

watered in appreciation of his throughout preparation.

Old Fart At Play, Captain Beefheart, 1969

Het Eén-programma ‘Iedereen beroemd’ toonde deze week opa Boulet en zijn kleindochter Annabelle. Ze zaten bij de vuurkorf op die prachtige Limburgse heuvel. De liefde spatte eraf. Opa Boulet was beretrots op zijn pa en op zijn dochter, die destijds voor tandarts ging studeren toen ze al twee kindjes had. ‘Eigenlijk ben ik tot mijn zesde bij opa geweest’, vertelde Annabelle met twinkelende ogen. De camera kon nog net registreren hoe ze bij het weggaan fluisterde: ‘Het was wondermooi, opa.’

Ik kon het net drooghouden. En ik zal wel niet de enige grootouder zijn geweest. Net als Opa Boulet vinden we onze kleinkinderen kleine wonderen.

Vorig jaar vierden we op 5 maart nog samen het eerste levensjaar van Romy. Een week later ging het land in lockdown. Romy’s mama en papa waren vertederend bang dat ze oma of opa aan corona zouden verliezen. Ze durfden alleen buitenshuis contact aan. En dus stonden we meters van elkaar met een vertwijfelde Romy, die vergeefs haar armpjes uitstak. Naar oma, in wiens armen ze altijd de nodige vertroosting vond na een ongelukkige val. En naar opa, dat ideale verplaatsingsmiddel om bij de duizenden voorwerpen te komen die voor een kruipende 1-jarige onbereikbaar zijn. Die onbegrijpende ogen, die een overgevoelige opa alleen maar als onnoemelijke pijn bij liefdeloze afwijzing kan interpreteren, vergeet ik van mijn leven niet.

Toch prees ik me gelukkig dat ik Romy nog kon ontmoeten zonder digitaal hulpmiddel. Diep medelijden past een grootouder die een jaar Zoom-boomer moet zijn. De vader van The Economist– journalist Mark O’Connell maakt dat mee. ‘Het is vergelijkbaar met doodgaan’, schrijft O’Connell, die ontsteld is dat zijn pa hem amper mist. ‘Als ik jou over een jaar terugzie,’ zegt zijn pa, ‘ben je nog altijd dezelfde. Maar als ik mijn kleinzoon over een jaar terugzie, is dat een andere persoon.’

Die verwondering van een grootouder die zijn kleinkind constant ziet evolueren van kruipend naar lopend, van dierengeluiden naar drieletterzinnen en van baby naar persoontje, ik zou het bij een jaar afstand allemaal hebben gemist. We lieten het niet zover komen. Na de eerste lockdown beslisten we samen dat Romy haar maandagen weer bij ons zou doorbrengen. Ze lijkt er evenveel van te genieten als wij.

Ik ben maar wat blij dat het moedige, intelligente en doortastende duo Alexander De Croo-Frank Vandenbroucke ferm aan de coronamaatregelen vasthoudt. Maar het belet niet dat ik elke dag twijfel aan de doelmatigheid. Ook virologen lijken blinden die naar eieren slaan. Na een jaar crisis kan niemand van hen uitleggen waar de bron van besmetting ligt. Dan is het ook moeilijk uit te maken of deze of gene maatregel echt helpt om massale besmettingen tegen te gaan, laat staan om de afweging tussen maatregel en mentaal welzijn te maken.

Vrienden die hun leven aan de studie van de ontwikkeling bij kinderen hebben gewijd, houden hun hart vast voor de gevolgen van de coronamaatregelen in de opbouw van emotionele banden. Dat een goede bondingattitude, toch een voorwaarde voor een gelukkig leven, alleen via de ouders zou worden doorgegeven, is een misvatting. Dat prentten ze me lang geleden al in, voor we wisten wat een pandemie was.

Kinderen moeten in alle omstandigheden veiligheid en warmte kunnen ervaren. Het afgelopen jaar hebben ze zoveel bondingmogelijkheden moeten ontberen. Vaccin, vaccin, vaccin, wat hunkeren we net als Dolly Parton naar de bevrijding. Ook onze kleinsten, al weten ze het nog niet.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 6 maart 2021.

Video Old Fart At Play

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ontkleuring

I’ve been losing way too long

I wish things could come undone

Expectations, Portland, Your Colours Will Stain, 2019

Rita ging deze maand met pensioen. Decennialang was ze een vertrouwde verschijning in de federale overheidsdienst Sociale Zaken, waar ik voor mijn pensioen lang voorzitter was. Toen ik haar een felicitatieberichtje stuurde, kreeg ik een reusachtige zucht terug. Thuis met pensioen gaan was al nooit de droom, maar nu was het de echt gebeurde nachtmerrie. Natuurlijk kon er geen feestje zijn. Het is erg om zomaar uit een groep mensen te worden weggegomd. ‘Maar wat erger is,’ whatsappte Rita me, ‘ik zag in een jaar geen enkele collega’.

Niet alleen voor sociale veelvraten als Rita zijn de sociale disfuncties die de nodige coronamaatregelen met zich brengen een gesel. Ik vrees dat dit belevingsloze tijdsgewricht, als over een paar jaar alle sociale barometers wetenschappelijk worden gecheckt, een blijvende ramp zal blijken voor menselijke betrekkingen. Rita’s getuigenis, de zoveelste zucht van Levinas die ik de jongste weken kon horen, was de aanleiding om door mijn adresboekje te gaan. Wat ik vermoedde, bleek waar. Sinds maart 2020 heb ik geen enkele nieuwe relatie aangeknoopt: geen zakelijke relaties, maar ook geen nieuwe kennissen en vooral geen nieuwe vrienden.

2020 is het eerste jaar na 1961 dat dit me is overkomen. Niet dat ik in andere omstandigheden iedereen constant zie, hoor of lees, maar zelfs met de oudste kennissen sprak ik pre-corona nu en dan af of ik belde er hartelijk mee met de verwachting dat we elkaar wel weer eens zouden zien. Soms gebeurde dat vervolgens niet, maar het behoorde tot de mogelijkheden, en dat telde. De gang door het adresboekje werd een wandelingetje door Memory Lane, waar ik mensen tegenkwam als Jan en Marc (die ik leerde kennen bij Mannen Tegen Seksisme), Ivan en Sofie (in een hotel in Egypte), Mark en Jan II (bij een drankje na een presentatie), een dozijn Wetswinkeliers, medestudenten, medescholieren, werkcollega’s en teamgenoten van voetbalploeg Red Star Sluizeken.

Hoeveel van die warme mensen zijn dit jaar stilletjes maar tegen mijn wil en wens uit mijn gezichtsveld verdwenen? En met hoeveel heb ik de volgende jaren nog echt contact, nu de anders vanzelfsprekende massages van vriendschappen zijn weggevallen?

Een van die vrienden vroeg me of ik nog inspiratie had. Toeval bestaat niet, net daarvoor hoorde ik Jente Pironet van de Belgische band Portland op de radio met spijt in het hart zeggen dat ze alle songs die ze het afgelopen jaar schreven door de papierversnipperaar hadden gejaagd. Die hele week hoorde je Belpoppers klagen over gebrek aan inspiratie, omdat in hun levens niets meer gebeurde.

Ik ontkom er ook niet aan. Vroeger schreef ik elke dag een columnkarkasje, waarvan ik er net voor de deadline één uitwerkte. Nu moet ik mijn hersenen pijnigen om iets op papier te krijgen dat aan de coronaclichés voorbijgaat. Alles wat je leest in de krant en op het internet, alles wat je hoort op de radio en ziet op televisie, gaat over corona en heb je al honderden keren gehoord. Je ondergaat het. Tot die clichés behoort nu ook de buitensporige manier waarop de politie tegen jonge mensen optreedt. Het blijft niet beperkt tot een Antwerpse procureur, bij wie het licht opeens uitging.

Nooit heb ik meer vrienden gemaakt en meer inspiratie opgedaan dan tussen mijn 15de en mijn 25ste. De gulzigheid naar vriendschappen en inzichten is in die jaren onverzadigbaar. Nooit is het ‘er is geen tijd te verliezen’-gevoel dwingender. Ik weet echt niet wat ik zou doen als ik nu 19 was en moest vaststellen dat ik geen vier vrienden mag zien, terwijl voetbalploegen mogen dollen in bubbels van vijftig. Commercie en tv-rechten zijn heiliger dan jongerenrechten. Ondertussen ontkleuren jeugddromen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 20 februari 2021.

Video Expectations

Hoe moeilijk het moet zijn voor Jente Pironet om nieuwe songs te maken: “‘Ik ben in tegenstelling tot pakweg Lou Reed geen goeie verhalenverteller. ‘Scene setting is niet mijn ding. Ik zing over wat ik zelf heb meegemaakt. Zo wordt muziek tegelijk therapie. Ik kan mijn demonen verjagen tijdens een concert terwijl ik er misschien nog applaus voor krijg ook.’

Gelieve bij de laatste alinea zo luid als mogelijk te zingen: “I never knew me a better time, and I guess I never will“.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Club35

Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything
That’s how the light gets in

We asked for signs
The signs were sent

Anthem, Leonard Cohen, ‘The Future’, 1992

Bedaardheid. In geen honderd jaar was het woord bij me opgekomen. Maar toen ik wat bekomen was van het alles wegblazende optreden van dichteres Amanda Gorman bij de inauguratie van Joe Biden, kwam het woord bovendrijven. Ze stond er met de gratie en sterrenklasse die we ons herinneren van Prince, David Bowie en Aretha Franklin. Leonard Cohen zal minzaam hebben geknikt bij de passage ‘want er zal altijd licht zijn als je maar moedig genoeg bent om het te zien’. En natuurlijk is tv-presentatrice Oprah Winfrey volgeschoten toen ze haar beschermelinge, die ze het gele Prada-jasje cadeau deed, hoorde zeggen: ‘We komen uit een land en een tijd waarin een mager zwart meisje, een kind van slaven dat door een alleenstaande moeder werd grootgebracht, ervan mag dromen president te worden.’ Of ze ooit Camanda-in-chief wordt? Meestal is het pad naar het presidentschap met meer lijken dan sterrengoud bezaaid.

Nog meer dan van Amanda werd ik warm van een 78 jaar oude man die net president van de Verenigde Staten was geworden, helemaal alleen, in een zaal vol schermen met daarop de gezichten van de mensen die even later digitaal de eed zouden afleggen als staflid van het Witte Huis. Hij had het natuurlijk over het voorrecht om het volk te dienen. Maar meer nog dan over wat ze moesten doen, had hij het over hoe ze het moesten doen. ‘Als je mensen neerbuigend en onwaardig behandelt, word je op staande voet ontslagen’, zei Biden. Het klonk niet bedreigend maar… bedaard. Veel meer dan de honderd kanonschoten sloot dat eresaluut aan de waardigheid het tijdperk Trump af.

Biden heeft zijn presidentschap goed voorbereid. Hij weet dat hij na de eerste honderd dagen zal worden beoordeeld op zijn aanpak van de coronacrisis en de economische relance, en na vier jaar op de totaliteit van zijn beleid. De ervaren staatsman ziet de opportuniteit om in de mediamieke luwte buiten de coronabubbel aan zijn andere prioriteiten te werken.

Zou dat ook aan het gebeuren zijn bij De Croo-I en Jambon-I? Sporen alle premiers die ons land kent, hun vakministers aan om nu toch niemand in hen is geïnteresseerd en we enkel Covid-19-gerelateerde ministers en virologen in onze nieuws- en actualiteitenprogramma’s zien, hard aan structurele maatregelen te werken die ons verlossen van files, armoede, belastings- en pensioenongelijkheid? Drukken ze hun ministers op het hart eindelijk met een degelijk beleid voor migratie, leefmilieu, klimaat, arbeidsmarkt, geestelijke gezondheidszorg en justitie op de proppen te kommen?

En beklemtonen ze ook dat hoe je het doet even belangrijk is als wat je doet? Zouden de vakministers overtuigd zijn dat beleidsvoorbereiding best niet alleen gebeurt in de ivoren torens van steeds uitdijende kabinetten maar misschien wel met ervaren ambtenaren, of zelfs niet-ervaren ambtenaren?

Thomas De Spiegelaere, nu woordvoerder van de federale overheidsdienst Mobiliteit, beschrijft in een beklijvend artikel op apoliticol.co, hoe hij zich tien jaar geleden verloren voelde in een bureaucratische omgeving waar amper interesse was voor zijn talenten. ‘Had ik geen uitlaat gevonden, dan was ik waarschijnlijk weggezogen in een armzalig cynisme over werken voor de overheid.’ Die uitlaat was groep35, een groep jonge ambtenaren uit alle administraties van ons land, die van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid een fysiek en digitaal platform aangeboden kregen om samen na te denken over hervormingen in de publieke sector.

Tien jaar geleden zag ik vanuit de coulissen van de ShaShaShaSession – Shaking minds, Sharing ideas, Shaping the future – een enthousiaste groep het ene frisse idee na het andere verzinnen.

Sommige Club35-ers hebben bij terugkomst in hun dienst een zware prijs betaald en hebben intussen hun heil buiten de overheid gezocht en gevonden. Anderen hebben nu leidende rollen in de overheid. ‘Ik zou het allemaal opnieuw doen, in een oogwenk’, schrijft De Spiegelaere. Zij waren een fanfare van honger en dorst, die – zoals Lieven Tavernier treffend beschrijft – telkens weer opstaat. In de vele administratie dat ons land rijk is, lopen er even zotte, naïeve als creatieve, optimistische en hoopvolle ambtenaren rond. Ze hoeven geen mosselen bij Leentje of frieten bij Helga, maar een platform en een simpele waardige erkenning.

Naschrift

Deze tekst verscheen (verkort) als column in De Tijd van 5 februari 2021.

Video Anthem. Ik koos bewust voor het live-optreden in London omwille van de beklijvende intro van de nederige grootmeester.

De officiële Club35 bestaat niet meer maar de meesten onder hen onderhouden nog steeds de warmste contacten, steunen elkaar bij hun vele projecten en zijn een warme schouder wanneer het iemand minder goed gaat. Ik wens iedereen zo’n fanfare van honger en dorst.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Gidsland

Nothing else will stop them now

It’s time for an iron hand

We have gone softly for too long

Now Is The Time For An Iron Hand, McCarty, Banking, Violence And The Inner Life Today, 1990

“De goeden onder de kwaden zullen lijden.’  Dat zei de Nederlandse staatssecretaris voor Financiën Frans Weekers toen beide kamers de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit eenparig goedkeurden. Dat deden ze als een reactie op het nieuws dat 805 Bulgaren tussen 2007 en 2013 met nepadressen en valse huurcontracten 4 miljoen euro aan de Nederlandse staat hadden ontfutseld.

Weekers’ uitspraak wordt als bijna visionair voorgesteld, nu Nederland met verbijstering vaststelt dat met de allesvermalende antifraudemachinerie duizenden gezinnen in armoede, depressie en totale wanhoop zijn gestort. Zelf ontdeed Weekers zijn uitspraak van dat profetische gehalte, toen hij tijdens zijn verhoor voor de parlementaire commissie toegaf niet bedoeld te hebben dat onschuldige ouders onterecht als fraudeurs zouden worden behandeld. Hij wilde duidelijk maken dat ouders vaker zelf met bewijzen moeten komen en soms langer moeten wachten op antwoorden van de Belastingdienst.

Politiek Nederland lijkt dezer dagen wel een Theo Franckenland: iedereen had het volste vertrouwen in mensen die het niet waard waren. Hen mag dan wel kritiek treffen inzake naïviteit. Maar schuld? Nee, hoor. Het kabinet-Rutte III viel, maar op een kussen van handgeplukte eendendons. Het beeld dat van de hele affaire zal overblijven, is een fietsende premier op weg naar de koning en naar het wenkende kabinet-Rutte IV.

Maar dat de politieke klasse niet ernstig en duidelijk gewaarschuwd was voor de gevaren van een tomeloze antifraudeaanpak is een grove leugen. ‘Naar het oordeel van de Nederlandse Ombudsman heeft de Belastingdienst gehandeld in strijd met het vereiste van goede organisatie. Hierdoor hebben de goeden geleden onder de kwaden en zijn veel goedwillende burgers en ondernemers onnodig in financiële problemen gebracht’, is het niet mis te interpreteren besluit van de Nederlandse Ombudsman in januari 2014. Toen ging het over de voortvarendheid waarmee de Belastingdienst de éénbankrekeningnummermaatregel had ingevoerd. De brandbrief van de ombudsman leidde tot het ontslag van staatssecretaris Weekers, maar niet tot een serieus onderzoek van het hele antifraudebeleid.

Op dezelfde manier negeerde de Vlaamse regering de negatieve adviezen van de Raad van State en de energieregulator VREG, en voerde fluks de digitale meter voor zonnepanelenbezitters in. Nadat het Grondwettelijk Hof het decreet had vernietigd, riepen Bart Tommelein en Lydia Peeters, die hem in 2019 opvolgde als minister van Energie, dat ze de uitspraak van het Grondwettelijk Hof betreurden. Dat deden ze zonder merkbaar spoor van schaamrood op de wangen.

De oppositie maakt nu stennis. Maar de boter op de hoofden begint wel hard te smelten. Net zoals hun Nederlandse collega’s in de fraudewetkwestie heeft geen enkele Vlaamse volksvertegenwoordiger tegen de zonnepanelenwet gestemd. En wel om dezelfde reden: angst voor de kiezer. De Nederlandse kiezer wilde bloed aan de paal na de Bulgarijefraude. 60 procent van de Nederlanders vond en vindt dat de belangrijkste opdracht van de socialezekerheidsinstellingen, niet sociale bescherming of armoedebestrijding is maar fraudebestrijding. De Vlaamse kiezer wilde dan weer boter bij de zonnepanelenvis.

In beide landen was het (goede) doel heilig en waren alle middelen goed. In beide landen wordt ‘beleid vanuit de departementen (bij ons: kabinetten) over de schutting gegooid naar uitvoeringsorganisaties die bij de totstandkoming niet of nauwelijks zijn betrokken’, zoals Menno Spaan, de directeur van het organisatiebureau Haagse Beek, het plastisch mooi beschrijft.

Spaan wijst terecht op het grote gevaar dat uitgaat van een scherpe scheiding tussen ‘denkers’ (beleid) en ‘doeners’ (uitvoering). ‘Hoe meer je die uit elkaar trekt, des te meer kans op disfuncties van het systeem.’ Had Theo Francken echt contact gehad met migratieambtenaren op het terrein, dan had hij niet op een Pano-uitzending moeten wachten om kennis te nemen van Melikan Kucams bloedgeldsysteem. Of had hij die informatie ook hooghartig naast zich neergelegd, zoals hij deed met de tips van partijgenoten met toch enige renommee?

Daar merk je toch nog een verschil met onze noordelijke buur. Iemand die zo nonchalant met zijn ministeriële opdracht omspringt, erover liegt in de Kamer en een klacht indient tegen een journalist die dat bovenspit, mag in Nederland een finale streep onder zijn politieke carrière trekken. Net als Francken was voormalig minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher in de oppositie verzeild, maar hij zag wel in dat na het vernietigende rapport van de Onderzoekscommissie Toelagenfraude, zijn politieke dagen geteld waren. Hij verzaakte aan het lijsttrekkerschap van de PvdA.

Het beeld van ‘Nederland gidsland’ is veel van zijn goudverf verloren. Maar van Den Haags visie op en vooral praxis van politiek fatsoen en ministeriële verantwoordelijkheid kan Vlaanderen/België nog veel opsteken.

Naschrift

Deze tekst verscheen, in verkorte vorm, als column in De Tijd van 21 januari 2021

Video Now Is The Time For An Iron Hand

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zuidlanden

I was born with a trust

That didn’t survive the white noise of the lies

White Noise White Heat, Elbow, Giants Of All Sizes, 2019

In november gaf ik op vraag van de OESO een webinar over thuiswerken voor wat ze aldaar de Zuidlanden noemen. Dat zijn Tunesië, Marokko, Egypte, Libanon, Jordanië en de Palestijnse gebieden. De Zuidlanden hebben, net zoals bij ons, wegens corona het verplichte thuiswerken ingevoerd, zij het soms alleen voor ambtenaren. In die landen was men niet echt vertrouwd met een bedrijfsorganisatie die de werknemers plaats- en tijdonafhankelijk laat werken. Dus vroeg men mij om raad. Om hen zo accuraat mogelijk te adviseren moest ik natuurlijk eerst hun specifieke problemen kennen. Die kreeg ik te horen bij een digitale voorbereiding met leidende ambtenaren. En wat bleek: ze hadden dezelfde problemen als onze (overheids)-managers.

De meeste directeurs waren ervan overtuigd dat ze er enkel zeker van konden zijn dat je echt werkt als je iedere dag braaf achter je kantoorcomputer zit. Dus verstopten ze zich achter alle mogelijke excuses om hun personeel toch naar het administratief centrum of het hoofdbureau te krijgen. Dat is slecht nieuws in de strijd tegen corona. ‘Het lijkt waarschijnlijker dat de recente stijging of stagnering van de cijfers te maken heeft met coronamoeheid en met een verhoogde mobiliteit’, liet Tom Wenseleers, biostatisticus aan de KU Leuven, optekenen in De Standaard. ‘Gegevens van Google Mobility en workplace mobility suggereren lage niveaus van telewerken.’

Net zoals in de Zuidlanden is het in ons land heel moeilijk om de werkgever te bestraffen voor het niet (steeds) toepassen van het thuiswerkprincipe. Geert De Poorter, de voorzitter van het directiecomité van de FOD Werkgelegenheid, legde op Radio 1 uit dat het zeer moeilijk is voor zijn sociale inspecteurs om de naleving van de thuiswerkregel te controleren. ‘Elk bedrijf dient een basisdocument te hebben waarin zijn strategie rond telewerk is vastgelegd. Wij controleren of bedrijven zo’n protocol daadwerkelijk hebben en of die interne spelregels redelijk zijn, maar ook of een bedrijf zijn eigen spelregels wel toepast. We gaan niet zelf de discussie aan met een werkgever of een bepaalde werknemer al dan niet essentieel is.

Bij gebrek aan een wettelijke definitie van thuiswerk kunnen managers dus de facto beslissen wie thuis mag werken en wie niet. Thuiswerken is een gunst. Het wordt verleend aan wie tegemoetkomt aan het criterium ‘wie is er te vertrouwen?’. Het gevolg laat zich raden. Het management en de universitairen kunnen thuiswerken. De rest is niet te vertrouwen. In de feiten weten die bazen in de verste verte niet wie zijn resultaten haalt, want die worden niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel Realistisch en Tijdsgebonden) vastgelegd, laat staan objectief gemeten. Het is zuivere perceptie, een ander woord voor willekeur. Het objectieve criterium ligt voor de hand: welke functies komen niet in aanmerking om thuis uit te voeren? Onaangepaste processen zijn geen reden. Echt digitale processen – dat is iets anders dan papieren processen scannen –  waren in alle lagen van onze economie al in pre-coronatijden noodzakelijk om de concurrentie aan te kunnen.

Zowel in de Zuidlanden als in ons land wordt bij ouderwetse managers het ‘creativiteitsargument’ bovengehaald. ‘Creativiteit krijg je alleen als mensen elkaar ontmoeten’. Dat is juist. Maar dan is er wel een bedrijfscultuur nodig die toelaat dat mensen vrij kunnen bepalen wanneer ze elkaar ontmoeten en moet de werkgever de ontmoeting faciliteren. Dus moet de omgeving er helemaal anders uitzien. Alles moet uitnodigen om met elkaar te spreken, niet alleen de koffiehoek. Waar mensen elkaar vrij ontmoeten ontstaat echte innovatie. Daar knelt het schoentje. Ouderwetse managers gaan ervan uit dat er twee soorten mensen werken in hun organisatie: zij die denken, dat zijn zijzelf, en de anderen, die uitvoeren. Innovatieve managers weten dat in organisaties drie soorten mensen werken: zij die dingen doen, zij die uitzoeken hoe ze dingen beter kunnen doen en zij die uitzoeken hoe ze dingen helemaal anders kunnen doen. Je hebt ze alle drie nodig, maar zonder de laatste groep heeft je bedrijf of organisatie geen toekomst. Dat soort mensen laat zich niet samendrijven in een openspacekantoor, waarin iedereen om de 12 minuten gestoord wordt en waarvan de ingang steevast bewaakt wordt door een prikklok.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 26 december 2020.

Video White Noise White Heat

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Voor Johan


It’s a sad, sad feeling,

When your best friends all drift apart,

Some of them are dead and gone,

But they still live on in my heart

Blues For The Lost Days, John Mayall, 1997, Blues For The Lost Days

Een kleine acht jaar geleden sprak ik deze laudatio uit voor Johan Verstraeten die tot 2011 administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) was en daarvoor een Lifetime Achievement Award kreeg:

‘Beste Johan,

Bij je pensionering als overheidsmanager citeerde je Arnold Toynbee. ‘Civilizations die from suicide, not from murder. The same is true for organizations.’

Die constitutionele zelfmoord voltrekt zich even traag als de dood in de opera. Of het pluche nu van de bonboniére- of van de directiezaal is: iedereen voorvoelt dat het einde nabij komt omdat de voorspellende elementen ruimschoots voorhanden zijn. Bij de opera zijn klagerige muziek en baritons de voorspellende elementen. Voor organisaties zijn er drie voorspellers.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, houden niet van fouten. Alles en iedereen in de organisatie wordt geëvalueerd op het niet maken van fouten. En dus gaat iedereen vrolijk door met wat al jaren gedaan wordt en waarvoor geen sancties vielen. Zo’n organisatie draait in 2012 amper anders dan in 1992. Toch spijtig dat de wereld verandert. Organisaties die de creativiteit in elk van hun beslissingen inbouwen, tolereren fouten omdat men weet: dat is de tol van vernieuwing. Jij, Johan, maakte niet de fout om geen fouten te durven maken. In een tijd dat governance voor de meeste managers nog een synoniem was voor au pair, was jij al bezig met interne controle en audit.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, plooien op zichzelf terug. Naar buiten treden is te risicovol. Wat valt er ook te communiceren? We doen toch al jaren hetzelfde? En zoveel klachten zijn er nu ook weer niet. Bovendien, de media zijn niet te vertrouwen en houden zich alleen met negatieve berichtgeving bezig. En sociale media zijn er alleen voor puber gebleven, egogedreven, pseudoleidende ambtenaren die hun stiel niet kennen. Jij, Johan, was altijd een rustige communicator. Zonder ze Nutella-gewijs dik uit te smeren, kwamen bij je publieke optredens steevast de waarden van de sociale zekerheid mooi verweven tevoorschijn, zelfs bij de meest technische uitleg. ‘RKW moderniseert voor sociaal zwakkeren’, kopte de Tijd in februari 1999. Zo’n communicatie zegt meer dan 100 laudatio’s.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, zijn ervan overtuigd dat ze uniek zijn. Alleen bij hen komen die specifieke processen voor. Natuurlijk is geen enkele Belgische organisatie met hen te vergelijken, laat staan een buitenlandse. Eigenlijk is van niemand iets te leren. Je kan maar beter naar weer een expertenvergadering gaan om artikel 3, 2°alinea, sub f niet te veranderen. Wie zich engageert in internationale organisaties doet dat niet om nederig te leren maar voor de snoepreisjes.

Het is allemaal, dat weet je beter dan wie ook, niet zonder gevaar. Wie zijn organisatie levenskrachtig houdt, moet moedig zijn, klare taal spreken, ook tegen anderen dan ondergeschikten, en je moet spiegels voorhouden. Dan creëer je vijanden. Geen nood als die met open vizier de strijd aangaan, maar er zijn jammer genoeg ook de Anonieme Achterbaksen, aan wie door traditionele en sociale media moeiteloos de steekvlam aangereikt wordt in een doormalende dramademocratie.

Johan, ik mag je vooral prijzen voor het uitdragen van het belang van de openbare functie. Jij weet dat dit niets, maar dan ook niets, met ideologie te maken heeft, maar met beschaving. Civil Servants zijn dienaren van de beschaving. De openbare functie gaat niet ten onder aan aanvallen van buiten uit maar omdat we haar onvoldoende uitdragen.’

Johan Verstraeten stierf dit jaar op paaszondag. Een van de meer dan 17.000 coronadoden in ons land. Een van de 1,57 miljoen coronadoden wereldwijd. Altijd iemands ouder, altijd iemands kind. Altijd iemands vriend, altijd iemands collega. Dat is een parafrase op Willem Vermandere. ‘Elke mens die sterft, is als een museum dat afbrandt.’ Dat is een citaat van Joseph Conrad. Soms gaan de belendende bibliotheek en de concertzaal mee in de fik. Dat is het beeld van het coronajaar 2020: een dystopische wereld vol halfuitgebrande steden met wezenloos voor zich uitkijkende burgers. Nu nog een 21ste-eeuwse Jeroen Bosch vinden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 12 december 2020.

Video Blues For The Lost Days

Blues For The Lost Days is zeker niet John Mayalls beste album (dat is Turning Point uit 1969), maar het concept past wonderwel bij deze tekst. Hij mijmert een album lang over al de vrienden, familie, helden, liefdes en plaatsen die hij liefhad en verloor. The elder statesman of the blues is nu 87 maar still going strong: corona moet voor hem een totale ramp zijn, verslaafd als hij is aan optreden.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Montesquieu

Yes you, Mr. Politician

We’re not blind, we seeing you 

You use the people’s misery for your prey.

Politician, Barry Brown, Single, 1979

Donald Trump wil zichzelf gratie verlenen. Charles de Montesquieu moet zich een breuk gelachen hebben in zijn graf. Een potsierlijker verkrachting van de scheiding der machten kan men zich moeilijk voorstellen. De presidentiële gotspe is niet eens trumpiaans: Republikeinen zoals Gerald Ford, die Richard Nixon uit de wind zette, en George Bush sr., die de mannen achter de Iran-contra-affaire de vrije loop liet, gingen hem voor. Het is zelfs geen Republikeinse ziekte: Bill Clinton gaf zijn cocaïneverslaafde broer gratie.

Het is ook geen louter Amerikaanse aberratie. Onze minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) laat via een simpele rondzendbrief het ‘opportuniteitssepot’ verdwijnen bij geweld op politiemensen. Die flagrante inbreuk op de trias politica werd heftig aangeklaagd door rechter Luc Hennart in ‘De Afspraak‘ deze week. Weinigen zullen de betweterige verwaandheid van de man geapprecieerd hebben, maar hij had wel gelijk. Seponeren is het recht van het openbaar ministerie dat niet zomaar door een lage rechtsnorm kan worden weggeveegd. Dat een en ander beslist werd in overleg met de procureurs-generaals maakt de zaak extra bitter. Let wel, ook ik vind geweld tegen politie, en bij uitbreiding, van iedereen die de overheid vertegenwoordigt, onaanvaardbaar. Toen ik nog voorzitter was, legde onze federale overheidsdienst bij iedere geweldpleging of bedreiging tegen iemand van onze sociale inspectie een klacht neer. Maar je zet iets verkeerd niet recht met een verkeerde reactie. Het tweede argument van Hennart sneed al evenveel hout: waarom zou het seponeringsrecht alleen ingedijkt worden bij politiegeweld? ‘Waarom ook niet bij geweld in de familie?’, stelde hij. Ultiem eindig je bij een totale schrapping van het seponeringsrecht uit ons strafwetboek.

Montesquieu werd er in de 265 jaar dat hij in zijn graf ligt al vele keren aan herinnerd hoe belangrijk zijn theorie van de scheiding der machten wel was, al besteedde de filosoof slechts een paar bladzijden van zijn ‘De L’Esprit des Lois’ aan de scheiding der machten, zoals Hendrik Vuye opmerkte in een nog steeds relevant opiniestuk, dat in De Morgen verscheen, enkele dagen na de val van de regering-Leterme wegens vermoedens van druk op rechters vanuit het kabinet van de premier. Vuye wees er fijntjes op dat er in België al eerder sprake was van een vermenging der machten. ‘Magistraten worden gedetacheerd naar ministeriële kabinetten of zetelen in allerhande werkgroepen opgericht door de uitvoerende macht. Cabinetards schoppen het weleens tot in de Raad van State of worden rechter in het Grondwettelijk Hof.’

Tot voor enkele decennia besliste de minister van Justitie over benoemingen en bevorderingen van magistraten. Natuurlijk ging daaraan een langdurige machtsstrijd tussen de regeringspartijen vooraf en was er een vermoeden van partijdigheid bij iedere uitspraak van een rechter met een gekend politiek kleurtje. Na de affaire-Dutroux kwam er gelukkig de Hoge Raad voor de Justitie en werden rechters op een objectieve basis benoemd en bevorderd.

Dat mooie principe van de scheiding der machten geldt echter niet voor de aanstelling voor de staatsraden van de Raad van State en voor de rechters van het Grondwettelijk Hof. Door de potsierlijke vertoning rond de (niet)aanstelling van Zakia Khattabi (Ecolo) in de Senaat ging men te snel voorbij aan de vraag waarom dat soort aanstellingen niet op een objectieve manier kan gebeuren, zoals het een fatsoenlijke rechtstaat betaamt.  Ons Grondwettelijk Hof kan je bezwaarlijk een ‘gouvernement des juges’ noemen, zoals zijn Amerikaanse tegenvoeter, die het beleid inzake gelijke kansen, abortus of vrije wapendracht kan bepalen, maar de manier waarop u grondwettelijk rechter wordt, is in beide landen in wezen identiek, en mag juridisch en maatschappelijk als onwenselijk worden omschreven. Nu Ecolo zich verzet tegen de benoeming van Danny Pieters (N-VA) bij het Grondwettelijk Hof, zonder twijfel pasmunt voor de niet aanstelling van Khattabi, wordt de partijpolitieke benoeming van onze hoogste rechters hopelijk (weer) in vraag gesteld.

Jammer genoeg geeft Europa ons niet het goede voorbeeld. Europa dreigt Polen en Hongarije te straffen voor hun inbreuken op fundamentele rechtswaarden. In ‘Nieuwe Feiten‘ betreurde oud-Europees commissaris Karel De Gucht dat die sancties door politici worden bepaald. ‘Het hoort het Europees Hof Van Justitie toe om vast te stellen dat een land de uitvoering van het Europees recht niet respecteert. En pas na zo’n arrest kan ook een politieke sanctie volgen’, poneert hij terecht. In de Parijse Saint-Sulpicekerk draait iemand zich onbehaaglijk om in zijn nederige graf.

Naschrift

Deze tekst verscheen in de tijd van 28 november 2020.

Video Politician

Over de flamboyante rechter Luc Hennart

Artikel De tijd over seponeringsverbod.

Persbericht openbaar ministerie.

Over seponeren.

“Rechtscolleges en politiek kunnen maar behoorlijk functioneren als ze geloofwaardig zijn” – Vuye & Wouters

Warning: als je allergisch bent voor juridische zaken, lees onderstaande niet!

Edward Landtsheere, “Spokesman Minister of Justice” tweette als reactiue op deze column: “De Grondwet zelf (art. 151) bepaalt dat de minister van Justitie in samenspraak met de parketten de richtlijnen vastlegt voor de strafvervolging. Dit is exact wat we met deze omzendbrief nu doen. Als er onvoldoende bewijs is, zal een sepot uiteraard nog steeds kunnen”.

Art. 151 §1 luidt:  “De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen”.

Ik stelde niet dat de onzendbrief onwettelijk is maar wel dat het een flragrante inbreuk is  op het principe van de scheiding der machten. Net soals het positief injunctierecht (het recht van de minister van Justitie om aan de procureur de opdracht te geven een individueel dossier te onderzoeken en/of te vervolgen), stelt de rechtsleer dat de minister van Justitie zeer zich terughoudend moet opstellen om van dit recht, vervat in Art. 151 §1,  gebruik te maken. Een seponeringsverbod instellen voor één welbepaalde soort overtreding is daarom een heikele zaak. In de omzendbrief wordt het seponeringsverbod overigens gemotiveerd door de noodzaak om de coronamaatregelen te laten naleven. Terwijl het seponeringsverbod geldt voor alles wat als geweld tegen politie, dus ook iedere vorm van weerspannigheid, kan worden gedefinieerd.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Partijvoorzittervertegenwoordiger

Le noir où s’engloutissent notre foi, nos lois.

Cette inquiétude sourde qui coule en nos veines.

Qui nous saisit même après les plus grandes joies.

Veiller tard, Jean-Jacques Goldman, Jean-Jacques Goldman, 1982

‘Met Jessika Soors en Jan Bertels vertrekken twee inhoudelijk sterke Kamerleden naar een Vivaldi-kabinet’, schreef deze krant terecht 14 dagen geleden. Jessika Soors (Groen) wordt politiek directeur van Sarah Schlitz (Ecolo). Jan Bertels (sp.a) wordt kabinetschef van Frank Vandenbroucke (sp.a). ‘Sommigen vinden dat hun vertrek de tanende rol van het parlement onderstreept’, vervolgde De Tijd en werd daar door alle Vlaamse media gretig in gevolgd. Ook Soors en Bertels lieten geen andere geluiden horen. ‘Als parlementslid kan je steentjes verleggen in de rivier, maar in een kabinet zijn dat wel wat grotere stenen’, stelde Bertels.

In het naoorlogse België degradeerde het parlement ieder jaar weer een beetje meer en moet het nu als vierde provincialer spelen tegen een regering met Champions League-middelen. De reden is bekend: de volksvertegenwoordiger is een partijvoorzittervertegenwoordiger geworden. Die bepaalt of het parlementslid bij de volgende verkiezingen een verkiesbare plaats gegund wordt. Na een sturm-und-dranginloopperiode verandert een nieuwbakken verkozene dra in het gewenste makke schaap. Divertissement, indien niet te frequent en niet te afwijkend, wordt aanvaard bij oppositiepartijen maar meedogenloos afgestraft bij de regeringspartijen. Het gevolg is de totale negatie van de grondwettelijke taak om de regering te controleren.

Eén Pano-uitzending heeft meer effect op een regering dan een jaar parlementaire zittingen. Pano legt de pijnpunten van het afstandsleren bloot en een dag later roept onderwijsminister Ben Weyts (N-VA): ‘Op termijn moet iedere leerling een laptop krijgen.’ Pano stelt vast dat nog steeds miljoenen liters afvalwater ongezuiverd de natuur in stromen. En zie daar verschijnt milieuminister Zuhal Demir (N-VA) als een duiveltje in het wijwatervat met de nodige middelen en acties. Misschien moeten de politieke partijen hun parlementsleden echt wapenen door hun door de belastingbetaler bekostigde middelen niet in vastgoed maar in een onderzoeksploeg te stoppen.

Toch kan de sprong naar het kabinet niet alleen door de gedevalueerde parlementswaarde worden uitgelegd. De opvallendste sprong naar een kabinet gebeurde niet van de wetgevende macht naar de uitvoerende maar van de uitvoerende macht naar de uitvoerende macht. Peter Moors, die nog maar tien maanden voorzitter van de FOD Buitenlandse Zaken was, wordt opnieuw kabinetschef bij premier Alexander De Croo (Open VLD). Heel snel is bij hem de tragische vaststelling gekomen dat je als FOD-Voorzitter enkel steentjes en geen stenen kan verleggen. Ons bestel investeert niet in administraties maar in kabinetten. Alleen al federaal zijn er 838 kabinetsleden. De meeste FOD’s hebben amper zoveel personeelsleden. Dat besef was er zes jaar geleden ook bij Bertels. In de 11 voorgaande jaren zag hij als directeur-generaal Sociaal Beleid op de FOD Sociale Zekerheid zijn personeel ieder jaar afkalven door opeenvolgende hersenloze kaasschaafoperaties terwijl de kabinetten rustig verder uitbreidden.

Toch ben ik ervan overtuigd dat de affiniteit en het wederzijdse respect tussen Bertels en Vandenbroucke, tussen Moors en De Croo en ook tussen Soors en Schlitz bepalender voor hun keuze is geweest dan de zuivere machtskwestie. Bertels zou niet voor om het even welke sp.a-er werken en al helemaal niet voor een minister met andere bevoegdheden dan de sociale zekerheid. Moors vindt op de 16 een vriend weer en belandt op de uitgesproken plek om het toppunt van diplomatieke vaardigheid in eigen land te bereiken. Soors, die racismebestrijding en deradicalisering uitademt, kan weer hands-on zijn in de nabijheid van een hartsvriendin.

Van Bertels en Moors weet ik het, van Soors vermoed ik het: de drang om deelnemer en bevoorrechte toeschouwer te zijn bij het tot stand komen van politieke beslissingen is onweerstaanbaar.

De aandachtige lezer weet dat ik een overtuigd tegenstander ben geworden van kabinetten, maar nu ze er toch zijn, ben ik gelukkig met deze mensen, die de ambtenarij en vele ambtenaren kennen en die die door de meeste ambtenaren ook gewaardeerd worden omdat ze correct zijn, hen als gelijkwaardigen behandelen en (meestal) het algemeen belang voorstaan.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 november 2020.

Video Veiller tard

Er zijn nog interessante transfers naar de post van kabinetchef. De Standaard lijst ze op.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Trump en Taiwan

China, China Calling out to history 
Is that the way it will always be? 

China, Red Rockers, Good As Gold, 1983

Op 9 november 2016 kreeg ik om 16.17 uur plaatselijke tijd een dringend sms-berichtje van een hoge ambtenaar van het Taiwanese ministerie van Binnenlandse Zaken met de vraag om bij mijn terugkeer naar de hoofdstad Taipei van gedachten te wisselen over de veranderde wereldsituatie. Ik moest het bericht drie keer lezen voor het tot me doordrong. Twee uur eerder had ik verbijsterd de boodschap ‘Donald John Trump wordt de 45ste president van de Verenigde Staten’ gelezen op het CNN-scherm in een hotelkamer in het hartje van Taiwan en ik was nog altijd overstuur.

Daar, in het wondermooie Chungyang Shan-gebergte, breide ik, samen met Teergeliefde, een weekje vakantie aan mijn professioneel verblijf in Taiwan, wier regering me had uitnodigd om presentaties te geven over de meest verschillende onderwerpen.

Taiwan was al jaren verscheurd door het pensioenvraagstuk. Hoge pensioenen waren enkel weggelegd voor ambtenaren en militairen. Ze wilden alles weten over de hervorming die de Belgische pensioencommissie voorstelde.  Had ik toen geweten hoe de regering Michel daarmee zou aangaan, had ik mijn toon geen klein beetje getemperd.

Ze wilden weten hoe ze een betere gender-efficiëntie konden bereiken. Ik ben daarover zeer nederig geweest: de helft van hun topambtenaren bleken vrouwen te zijn, we hadden/hebben amper 1 vrouwelijke FOD-voorzitter.

Maar vooral wilden ze te weten komen hoe de efficiëntie van hun administraties kon worden opgekrikt.

Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was. Mijn begeleiders hadden me uitgelegd dat ik niet op vele vragen moest rekenen. Vragen stellen is om te beginnen een beetje onbeleefd – het lijkt alsof je het slecht had uitgelegd – maar vooral, zeiden ze me, het leeft niet zo fel in ambtenarenkringen.Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was.

Maar na mijn verhaal over tijd- en plaatsonafhankelijk werken, het afschaffen van de prikklok, het geven van vertrouwen aan werknemers en het resultaatwerken werd ik overstelpt met vragen van vooral jonge ambtenaren. Ik bleef enthousiast antwoorden en lette onvoldoende op de steeds nerveuzer wordende armbewegingen van mijn begeleiders. Ik wist niet dat een tafel vol ministers, rectoren en topambtenaren al een uur op mij aan het wachten was voor de lunch.

Maar die hadden zich blijkbaar niet verveeld. Ik kwam terecht in een heftige discussie over de Amerikaanse verkiezingen. Iedereen hield wel degelijk rekening met een overwinning van Trump. Diens America First-policy, en vooral zijn uitgesproken terughoudendheid om landen zomaar militair bij te springen, was niemand ontgaan. Het wakkerde de schrik voor een Chinese invasie fel aan. Toen mijn mening gevraagd werd, gaf ik zo correct mogelijk de briefing weer die ik gekregen had van de deskundige mensen van onze federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Blijkbaar was men daar rond de tafel danig van onder de indruk. Vandaar het sms-berichtje.

Nu, 4 jaar later en dus enkele dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, is de de visie van de Taiwanezen op de Amerikaanse president merkwaardig gekanteld. Anders dan Aziatische landen als Maleisië, Singapore, Indonesië, de Filipijnen en Thailand, waar de overweldigende meerderheid van de bevolking hoopt op Biden als de 46ste president van de VS, zou een kleine meerderheid van de Taiwanezen liever een herverkiezing van Trump zien.

Die totale ommekeer kwam er na het legendarische telefoongesprek dat de Taiwanese presidente Tsai Ing-wen op 2 december 2016 had met Trump. Hij nam tot haar totale verbazing de telefoon op en was zo verheugd met haar gelukwensen dat hij niet doorhad dat het gesprek de woede van China zou opwekken. Op 4 december tweette Trump dat hij niet begreep waarom hij China permissie zou moeten vragen om met een staatshoofd van een democratisch land te bellen. Ze vroegen de Amerikanen toch ook nooit om toestemming?

In Taipei waren de high fives niet te tellen. Trump is op dat elan doorgegaan. De contacten tussen de U.S.A. en Taiwan werden steeds warmer. Dit jaar bezochten twee Amerikaanse topambtenaren Taiwan. De ene kwam de pandemie-aanpak bespreken, de andere om een begrafenis bij te wonen. Je kan het niet echt hoogdiplomatieke manoeuvres noemen, maar in Peking was het een en al tandengeknars en machteloze woede. Het was van 1979 geleden, toen Washington de diplomatieke relaties met Taiwan verbrak en het communistische China erkende, dat er nog zo’n hooggerankte U.S.A.-ambtenaren Taiwan aandeden.

Enkele dagen geleden besliste Trump voor 4,2 miljard dollar wapens te leveren aan Taiwan. China heeft zich altijd al fel verzet tegen wapenleveringen en moet nu met lede ogen aanzien hoe de VS Taiwans Hedgehogstrategie – Taiwanese egels tegen Chinesese overmacht – opgezet om een Chinese invasie tegen te gaan, versterken.

42 percent van de Taiwanezen denken blijkbaar met Trump veiliger te zijn dan met Biden als president. 30 percent hebben meer vertrouwen in Biden, die beloofde de banden met bevriende staten nauwer aan te trekken. 28 percent van de Taiwanezen hebben ofwel (nog) geen opinie of willen liever terug naar de situatie met lossere banden met de Verenigde Staten. Niet zozeer om toenadering te zoeken met Communistisch China maar omdat ze bang zijn voor het slechtevriendensyndroom: Goed willen doen voor een vriend maar deze precies daardoor in een moeilijke situatie duwen.

Naschrift

Deze tekst verscheen, weliswaar in kortere versie, als column in De Tijd van 31 oktober 2020, vier dagen voor de Amerikaanse verkiezingen.

Video China

Vooraleer de trollen weer uit hun mollengraven komen: Taiwan betaalde mijn reis maar ik betaalde die voor Teergeliefde met eigen penningen. De vakantieweek natuurlijk ook.

Dat de Chinese machtshebbers niet kunnen lachen met contacten tussen ambtenaren (en politici) van Uno-lidstaten met Taiwan mocht mijn toenmalige collega van de FOD Buitenlandse Zaken, Dirk Achten, snel ondervinden. Ik was nog maar een paar dagen in Taipei of hij kreeg al bezoek van de Chinese ambassadeur, die hem zijn diepe ontgoocheling over het onrecht dat zijn land was aangedaan door het bezoek van een secretaris-generaal overbracht. Niet dat ze daar op Buitenlandse Zaken van wakker liggen. Het behoort stilaan tot de diplomatieke rituelen.

Het is merkwaardig dat de eerste Amerikaanse topambtenaar die Taiwan na 41 jaar aandeed, over Covid-19 kwam spreken. Taiwan telt amper coronadoden omdat het uiterst goed voorbereid was op een pandemie. Het rapport van de ambtenaar in kwestie – Health and Human Services Secretary Alex Azar – heeft, afgaande op de wijze waarop de Trump-administratie met de pandemie omgaat, naar alle waarschijnlijkheid het Witte Huis niet bereikt.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen