(Geen) Dotjes

Veuillez rester poli ou j’appelle la police

On est trop comme ça, on est trop comme ça

Appelez La Police, Maître Gims feat. MHD, Ceinture Noire, 2018

Vier inspecteurs van het Antwerpse Drugsondersteuningsteam (DOT) stapten eind augustus naar de korpschef omdat ze geen vertrouwen meer hadden in hun leiding. Serge Muyters kreeg verhalen te horen over vriendjespolitiek, autoritair leiderschap en het niet ernstig nemen van klokkenluiders. Hij trad krachtdadig op: begin oktober verpatste hij de vier inspecteurs aan een andere dienst. Tussenliggend had de korpschef een halfhartig bemiddelingstraject ingesteld dat niet door de ervaren interne preventiedienst werd uitgevoerd maar door enkele getrouwen. De boodschap voor het hele korps was duidelijk: de leiding is een grote voorstander van vriendjespolitiek en autoritair leiderschap. En wie een toekomst als klokkenluider ambieert, weet wat hem te wachten staat.

Ondertussen lieten nog zes inspecteurs weten niet meer voor het DOT te willen werken. Van de 15 drugsdealerjagers blijven er vijf over. Voor de War On Drugs, een hoge prioriteit van burgemeester Bart De Wever waarvan eminente drugsbestrijdingsdeskundigen bij voorbaat al de zekere mislukking voorspelden – ze krijgen nu gelijk, maar niet op een verwachte manier – blijft alleen nog een Comedy Capers-legertje over.

De hand boven het hoofd houden van leidinggevenden die het bij hun mensen hebben verknoeid, is funest voor elke organisatie. Er is maar een goede oplossing: de leidinggevende moet weg. Alleen, je ziet het zelden gebeuren. Steeds weer is de ondergeschikte de sigaar.

Ooit was ik vanop afstand getuige van een verhaal dat begon met een affaire tussen een baas en een vrouw uit zijn dienst. De twee deden er alles aan hun relatie te verstoppen maar iedereen wist ervan, al was het maar omdat de doorgaans norse baas opeens een goedlachse, geïnteresseerde man bleek te zijn. Maar op een dag sloeg de liefdesrelatie om in een haatsituatie en werd iedereen op de dienst door de ex-geliefden getrakteerd op smeuïge en vernietigende verhalen over de andere. De dienst werd uiteengespeeld in twee kampen. Toen het oorlogsgekletter de hogere managementniveaus bereikte, vond de grote chef het welletjes en verplaatste de vrouw naar een andere dienst. Zoals steeds was de ondergeschikte de sigaar.

Maar de zet van de grote chef kreeg een merkwaardig staartje: iedereen op de dienst keerde zich tegen de eigen baas. Over de grote baas, die tot dan geen slecht parcours had gereden, ontsponnen zich in de koffiehoeken verdachtmakende verhalen over vriendjespolitiek en autoritair leiderschap. Een paar jaar later mocht hij vertrekken. De resultaten lieten te wensen over vanwege de ijskoude bedrijfscultuur.

Tijdens een walkingdinner had ik het met enkele managers over de zaak-DOT. Een ervaren leidinggevende vertelde dat de moeilijkste beslissing in zijn carrière ging over het opzijzetten van een bijzonder capabele baas die het op een lullige manier bij zijn team had verkorven. Alles begon met een stomme mop waarmee hij ongewild enkele mensen zwaar schoffeerde, maar waarvoor hij zich niet wilde verontschuldigen. Het eindigde met een eenzame baas die zich opsloot in zijn kantoortje.

Een opmerkelijk moment tijdens de walkingdinner: toen enkelen opperden dat het DOT-incident misschien niet zulke grote gevolgen zou hebben voor het korps ‘omdat bij politiemensen een hogere acceptatie voor command and control bestaat’, kregen ze prompt weerwerk van een hogere politie- en brandweerofficier. ‘Dat is enkel het geval bij een serieuze interventie waar de levens van onze mensen in gevaar zijn. En zelfs dan wordt het alleen geaccepteerd van een door iedereen hoog aangeslagen teambaas. Als die zonder aanwijsbare redenen van afgesproken procedures zou afwijken, is zijn reputatie er ook aan, hoor! Nee, de politie is een organisatie zoals een andere: zonder participatie en vertrouwen bereik je niets.’

Die wijsheid heeft de Oudaan en ’t Schoon Verdiep nog niet bereikt.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 19 oktober 2019.

Video Appelez La Police

Artikelen over de situatie bij het Antwerpse Drugsondersteuningsteam:

https://www.gva.be/cnt/dmf20191009_04654445/politievakbond-nspv-dient-stakingsaanzegging-in

https://www.standaard.be/cnt/dmf20191008_04652796

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/10/08/10-speurders-verlaten-antwerps-drugsteam/

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

AliëNatie

I’m waiting for

Another language

To speak the story of my soul

Another Language, Lamb, 5, 2011

Volgens de nieuwe Vlaamse regering moet ik bij het ochtendgloren met de borst vooruit ‘Ik ben Vlaming en daar ben ik trots op’ roepen tegen het ongeschoren gezicht dat me in de spiegel aankijkt. Wat een fasciNatie is voor de een, is een aliëNatie voor een ander: ik ben er helemaal niet trots op dat ik Vlaming ben. Ik ben er ook niet rouwig om. Het is me volkomen vreemd om trots te zijn op iets waar ik geen aandeel in heb.

Zo ben ik ook niet trots om Gentenaar te zijn. Ik woon er bijzonder graag. Ik vind het een mooie, leefbare, cultureel interessante, culinair heerlijk vernieuwende stad, maar ik ben er niet trots op. Ik kan me niet op de borst kloppen dat ik er veel voor heb gedaan. Zelfs toen ik er kabinetschef was van de beste Vlaamse burgemeester ooit was mijn aandeel in wat de stad geworden is te miniem om over te spreken.

Ik ben Vlaming omdat ik geboren ben in een Vlaams gat, Zerkegem. Daar heerste een uitgesproken West-Vlaamse trots, maar er was verder geen spoor van Vlaamsigheid. Als die er al was, dan werd die heel vroeg in mij gedoofd door toedoen van mijn papa’s vader. Peetje was als 19-jarige diep Vlaamsgezind uit de Eerste Wereldoorlog gekomen. De wijze waarop Vlamingen door Nederlandsonkundige officieren behandeld werden, maar vooral dat zijn beste maat het leven liet wegens een niet-begrepen order, liet hem zijn hele leven niet meer los.

Nog meer dan Vlaams was hij tegen alles wat geweld was. Nooit meer oorlog was zijn grootste wens. Dus trok hij ieder jaar welgemoed naar de IJzerbedevaart, waar hij zijn oude WO I-vrienden ontmoette. Daar kwam abrupt een einde aan toen de weide overstroomd werd door mensen in militaire uniformen die haat en racisme predikten. ‘Ze zullen het nooit leren, die Vlaamsgezinden’, zou hij gezegd hebben in 1942 toen hij kinderen van zijn oude gezellen naar het Oostfront zag vertrekken. Dat vertelde mijn meetje me toen ik haar meldde dat ik gewetensbezwaarde zou worden. Ze was trots op me. Ik was een waardig kleinkind.

Ook met die West-Vlaamse trots heb ik niets. Zeker niet toen ik als 18-jarige in Gent arriveerde. Ik ergerde me blauw aan West-Vlaamse studenten die zich enkel inlieten met gouwgenoten en alleen op het examen een poging deden om iets te praten dat op Nederlands leek.

Ik hou enorm van mijn taal, die Vlaams en niet West-Vlaams is. Die prachtige stemmen met het heerlijk correcte Nederlands van de BRT-radiojournalisten die ‘Actueel’ inspraken en me een niet te schatten inzicht in de wereld gaven, ik kreeg er nooit genoeg van. De taalvirtuositeit van Koot & Bie, van Guy Mortier, en de Jannen Hautekiet en Wauters!

Dat leren smullen van taal is waarschijnlijk begonnen in 1963 op de scooter van mijn pa met een grote doos ‘Vlaamse Filmkes’, ‘Ricardo’s’ en ‘A. Hans Kinderbibliotheek’-boekjes tussen ons in geklemd. Mijn papa’s jongste broer had die boekjes, die de drie broers lazen wanneer ze zo oud waren als ik toen, al die jaren zorgvuldig bewaard. Ik vrat die verhalen. Een half jaar later kwam meester Duhamil mijn papa vragen wat er met mij gebeurd was. Van een leerling met modale resultaten was ik ineens primus geworden. Dat ik in mijn opstellen werkwoorden gebruikte die hij niet eens kende, verbijsterde hem.

Die paar keer dat ik me Vlaming voelde, was toen mijn taal gekrenkt werd. Als beginnende ambtenaar – ik moest het plan-Spitaels uitvoeren – werd ik door zijn cabinetards alleen in het Frans toegesproken. Toen ik daar mijn beklag over maakte, was ik ei zo na mijn (tijdelijke) job kwijt.

Nog maar een paar jaar geleden gaf ik een presentatie in een non-profitorganisatie waar zowel Vlamingen als Franstaligen werken. Voor mij deed een personeelshoofd de reorganisatieplannen uit de doeken in prachtig Voltaire-Frans. Tien minuten ver in mijn lezing zie ik de directeur driftig voor mij dansen, met op een stuk karton ‘En français s.v.p.’ Ik legde uit dat afgesproken was dat ik in het Nederlands zou praten en dat niemand misbaar maakte toen mijn voorganger enkel Frans sprak, maar ik was voor de helft van de zaal van dan af aan een Vlaams Belanger (en voor de andere helft een held).

De laatste keer dat ik me in mijn taal gekrenkt voelde, was na lezing van het schabouwelijk woordgegeven Vlaams regeerakkoord. De Tael is toch gansch het Volk? Ik mag hopen van niet.

Toch ben ik niet trots op mijn taal. Ik heb haar cadeau gekregen. Wie wel trots mag zijn op zijn kennis van het Nederlands zijn volwassen migranten, want ze hebben zich grote inspanningen getroost om een moeilijke taal te leren. Maar in plaats van respect krijgen ze de rekening.

Naschrift

Another Language

Voor wie alleen maar zwart/wit of Vlaams/Belgisch kan denken: ik ben er helemaal niet trots op dat ik Belg ben. Ik ben er ook niet rouwig om. Het is me volkomen vreemd om trots te zijn op iets waar ik geen aandeel in heb.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Autist

Hello to you out there in Normal Land

You may not comprehend my tale or understand.

‘I’m Spasticus Autisticus’, Ian Dury, ‘Lord Upminster’, 1981

De bliksem sloeg in toen ik in de Knack van vorige week een artikel las over de verscheurende ervaringen van autistische mensen op de werkvloer. Het bracht herinneringen naar boven. Toen we in 2005 aan de hervorming van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid begonnen, waren we er zeker van dat een resultaatgerichte organisatie zonder verplichte, vaste werkplekken iedereen gelukkiger zou maken. Of op zijn minst minder ongelukkig. Toen we onze mensen in 2011 enquêteerden, leek dat ook te kloppen. Dat je in voor- en tegenspoed bij je familie en vrienden kon zijn zonder de toestemming van je baas, dat je thuis kon werken wanneer je wilde, en dat je kon werken waar je wilde als je op het ministerie was, vonden mensen een grote verbetering. Nu lijkt zo’n aanpak normaal – eergisteren, op de telewerkdag, raakte bekend dat 22 procent van de werknemers nu en dan thuis kan werken en dat 90 procent van hen daar uiterst tevreden over is – maar destijds waren onze ingrepen gewaagd. De opluchting dat de overgrote meerderheid van onze ambtenaren ze apprecieerde, was dus groot.

Maar op een dag sprak Philippe* me aan. Of ik eens met hem wilde spreken op een plek buiten het ministerie? Ik verwachtte een verhaal over fraude of intimidatie. Maar Philippe zei: ‘Ik ben autistisch en word gek van alles wat je in ons ministerie hebt veranderd.’ Ik was compleet verrast. Al van in 2005 waren we ervan overtuigd dat het simplistisch installeren van open space een ramp zou zijn. In een omgeving waar je bewust of onbewust elke beweging van je collega’s registreert en waar je een professionele koptelefoon moet hebben om je af te sluiten van alle geluiden die op je af komen als je je werkplek met zeventig mensen moet delen, kan je geen kwalitatief werk leveren en ga je afgepeigerd naar huis. We hebben dus veel geld gestopt in alle mogelijke middelen om mensen in alle rust te laten werken, gaande van anti-allergisch tapijt over geluiddempende panelen – die ook voorbijlopende collega’s uit je gezichtsveld houden – tot antigolfzenders.

Maar geen van die technische hoogstandjes hadden Philippe gemoedsrust gegeven. Hij kon er niet mee om dat we het systeem van vaste plaatsen hadden afgeschaft. ‘Ik word al nerveus als ik in de trein stap, omdat ik vrees dat ik niet op ‘mijn’ plek kan zitten’, vertelde hij me. ‘Ik weet dat jij het fantastisch vindt dat je niet meer opgesloten zit in je grote bestuurskamer, maar mijn wereld stortte in op de dag dat ik mijn bureautje moest achterlaten.’

Het is zo’n verhaal in het Knack-artikel dat me beroerde. Iemand waarvan niemand vermoedde dat hij autist was, kreeg promotie en het bijbehorende grote kantoor met prachtig uitzicht. Hij werd prompt doodongelukkig. Gelukkig toonde zijn baas begrip en mocht hij weer naar zijn vertrouwde plekje verkassen.

‘Ken je bij ons nog mensen met hetzelfde probleem?’, vroeg ik Philippe. Enkele dagen later zat ik samen met vier ambtenaren van wie ik nooit had vermoed dat ze autistisch waren. Ze hadden het ook nooit aan iemand verteld, uit angst voor de reacties.

‘Innerlijk krimp ik in elkaar als iemand van iemand anders zegt dat hij ‘een echte autist’ is’, zei Danielle*. ‘Als je zulke dingen hoort, denk je er niet aan het aan de grote klok te hangen.’

‘Waar zou je het gelukkigst mee zijn?’, vroeg ik. Twee van hen wilden het liefst altijd thuis werken, al wisten ze dat de wet maar drie dagen thuiswerk toelaat. Natuurlijk volg ik altijd de wet, tenzij het een idiote is. Ik liet ze dus thuiswerken. Met de twee anderen sprak ik af dat ze van nu af aan een zeer pijnlijke rugaandoening lijden die een speciale, in de grond verankerde stoel noodzakelijk maakte.

Ik hoop ooit de dag te beleven waarop we autisme even normaal vinden als een rugaandoening.

* Philippe en Danielle zijn fictieve namen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 21 sptember 2019.

Video I’m Spasticus Autisticus

Artikel Ann Peuteman in de Knack

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bemoeienissen

If I am to stay

I want you to pray

Not for me

For the souls who have stayed like me before

A Day For The Hunter, A Day For The Prey’ Leyla McCalla, 2016

Dominique Leroy is een topmanager. Alleen een topmanager kan een bedrijf dat al tien jaar kromp omturnen tot een groeimachine, een unicum in de Europese telecomsector. En alleen een topmanager kan een bedrijf waar angst en controledrift heerste omvormen tot een plek met een voorbeeldige bedrijfscultuur.

Maar Dominique Leroy is ook een topmens. Iedereen die haar al eens ontmoette, zal dat bevestigen. Zelf bevestigde ze het door niet na te trappen toen ze haar vertrek bij Proximus aankondigde. Dat ze de vakbonden niet op de korrel nam, valt als voorzichtig te omschrijven: ze blijft tot 1 december en voor die datum wil ze een akkoord sluiten over het transformatieplan.

Maar voor de politiek hoefde ze niet voorzichtig te zijn. Toch sprak ze er goedmoedig over, terwijl ze nochtans geregeld publiekelijk is aan- of afgevallen door haar voogdijminister. Alexander De Croo moedigde de Proximus-klanten aan een andere operator te kiezen toen ze de tarieven verhoogde, had kritiek op haar strategisch personeelsplan en was woedend over haar weerstand tegen de komst van een vierde telecomspelerAls Leroy zegt dat de staat nooit in de dagelijkse werking van Proximus is tussengekomen, is ze dus iets te galant.

Niet de enige

Leroy is niet de enige die door De Croo werd aan- of afgevallen. Bpost-topman Koen Van Gerven, nog een vertrekkende overheidsmanager, kreeg kritiek op zijn idee voor duurdere postzegels op snelle brieven. Sophie Dutordoir kreeg de wind van voren toen ze aankondigde dat de NMBS geen wifi op de treinen zal aanbieden. Het toont aan dat geen enkele premier en geen enkele minister zich kan onthouden van inmenging in overheidsbedrijven en -diensten. Ze noemen zich voorstanders van governance, maar niemand – zelfs niet de donkerblauwste – houdt zich aan de gouden regels van behoorlijk bestuur.

Wat je over inbreuken op governance in de media leest, is het topje van de ijsberg. Inmenging van ministers en hun kabinetsleden is legio. Het is een van de grootste frustraties van overheidsmanagers. Als ze weggaan, is het niet vanwege het geplafonneerde loon maar uit onvrede met de constante bemoeienissen van de kabinetten en de onmogelijkheid een structureel beleid te voeren.

Leroy en Van Gerven zijn opvallende vertrekkers. Maar er vertrekken bij de (federale) overheid wel meer topmensen dan diegenen die de krantenpagina’s halen. Net voor de zomer koos Isabelle Mazzara, de voorzitter van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken, voor een job als directeur-generaal bij de ULB. Het toptalent dat door haar collega’s onmiddellijk na haar aanstelling werd verkozen tot voorzitter van de FOD-voorzitters, deed niet eens haar eerste mandaat uit. Geregeld vragen directeurs-generaal, personeelschefs of IT-topmensen me of ik weet heb van vacante plaatsen buiten de (federale) overheid. Telkens is de onderliggende reden: ‘Ik heb het gehad met de bemoeienissen van onbevoegde en vaak hautaine mensen op de kabinetten.’

Vertrouwen

Die werkelijkheid ontgaat potentiële kandidaten voor topjobs bij de overheid niet. Mensen bij Selor vertellen me dat het aantal echt goede kandidaten sterk is gedaald. Bij het assessment voor mijn opvolger is niemand geslaagd. Het vergde twee selecties om een voorzitter van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg te vinden. Voor de topman van de FOD Financiën moest de selectie zelfs drie keer worden uitgeschreven.

Misschien moeten mijn ex-collega’s, mocht er ooit nog een federale regering komen, hun nieuwe minister het interview van AB InBev-baas Carlos Brito in The Wall Street Journal sturen waarin hij vertelt dat hij niet meer aan micromanagement doet. ‘Ik ben gestopt vragen te stellen over resultaten die toevallig mijn interesse prikkelen, maar waar ik het eigenlijk nooit over had moeten hebben. Ik hou van details, maar nu denk ik: ‘Ik heb geweldige mensen en een team dat ik kan vertrouwen.’ Brito houdt zich nu minder bezig met vergaderen en meer met de toekomst, luidt het (De Tijd 22/4). Zou geen slecht idee zijn voor een regering, lijkt me.

Naschrift

Deze tekst verscheen digitaal in De Tijd van 7 september 2019. Voor één keer kwam mijn column niet in de papieren krant omdat Isabel Albers nagenoeg eenzelfde stuk schreef.

Ik heb lang nagedacht om deze mening te verkondigen, niet omdat ik twijfelde aan de inhoud maar omdat ik hier Alexander Decroo zwaar aanpak terwijl hij niet de grootste zondaar is en hij bij zijn aantreden de wet zo aanpaste dat het moeilijker werd voor ministers om tussen te komen. Hij mag dan één van de beste ministers in de aflopende regering zijn, hij zou moeten weten dat een overheidsmanager in een volwassen governancemodel geen artikelen hoort te moeten lezen met zinnen als “De Croo fluit spoorbaas Dutordoir terug over wifi”,  “Nadat BPost-baas Koen Van Gerven had gezegd dat hij aan de postzegeltarieven wil morrelen, roept bevoegd minister Alexander De Croo (Open VLD) hem op het matje” en “De Croo pikt prijsverhoging Proximus niet”. Als een (voogdij)minister behoorlijk bestuur serieus neemt, doet hij geen publieke uitspraken maar vraagt zijn vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur om de CEO over zijn besluit aan te spreken.

Het bericht dat de Beurswaakhond de aandelenverkoop van Dominique Leroy (op 1 augustus) onderzoekt krijgt veel reacties maar het is toch niet onbelangrijk dat het onderzoek gemeld werd op 6 augustus, toen niemand (waarschijnlijk ook Leroy niet) wist dat ze zou opstappen. Laten we de resultaten van het onderzoek afwachten om beschuldingen te uiten. Wat ook de uikomst is, het minimaliseert in gene dele haar verdiensten.

Video A Day For The Hunter, A Day For The Prey. Leyla McCalla is een nobele onbekende in ons land, zeer ten onrechte.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Race Justice

This is what I tell my youth
When they come to me
Askin’ about race and equality.

Race And Equality, Eric Bibb, Global Griot, 2018

Rock-’n-roll is niet gecreëerd door Elvis Presley, maar door een radio-dj. Alan Freed ‘coinde’ de naam op 21 maart 1952, twee jaar voor Bil Haley een megahit scoorde met ‘Rock Around the Clock’ Die dag kwamen 25.000 hepcats naar de Cleveland Arena, waar maar plaats was voor 10.000 toeschouwers. Ze wilden voor geen geld ter wereld het door Freed georganiseerde Moondog Coronation Ball missen. Cleveland had nog nooit zoveel zwarte mensen in zijn straten gezien? Het in de city hall verschanste stadsbestuur freakte en gaf brandweer en politie de opdracht het concert asap stop te zetten.

Tot Freed zijn geliefkoosde muziek rock-’n-roll noemde, werd het race music genoemd. Vóór Freed werd zwarte muziek, rhythm-and-blues, alleen beluisterd door zwarten. De blanke Freed bereikte met zijn r&b-playlist een gemengd publiek en na het stadsbestuur van Cleveland freakte de hele Amerikaanse blanke goegemeente. Rock-’n-roll werd in de meeste city halls verboden omdat het de jeugd zou corrumperen. De Alabama White Citizens Council noemde rock-’n-roll ‘a plot to mogrelise America’, een vroege voorloper van de grote vervangingstheorie, ons bekend van massamoordenaars uit Christchurch en El Paso.

De ‘powers that be’ hebben Freed kleingekregen. Hij werd veroordeeld wegens ‘payola’, het aanvaarden van geld van platenmaatschappijen om hun platen te draaien. ‘Iedereen deed het, maar de overheid pakte alleen Freed omdat hij zwarte muziek voor witte jongeren draaide’, kloeg zanger Lou Rawls later. Collega’s als Dick Clark, die een eerder wit repertoire hadden, werden ontzien. De overheid bleef Freed achtervolgen en dreef hem de alcohol en later de dood in. Race justice heeft vele facetten.

De voorbije weken liet de Franse overheid weten dat van alle snelheidsduivels op hun zomerse wegen de Belgen de dapperste waren. De Vlaamse overheid meldde dat nergens in Europa zo snel langs wegenwerken wordt gereden als bij ons. En Brusselse onderzoekers verbijsterden ons met de vaststelling dat in hun gewest snelheden worden gemeten die het drievoud zijn van de maximale snelheid.

De straat waar ik woon, is nu al een halfjaar doorsneden door een fietsstraat waar fietsers voorrang krijgen. Telkens als ik erlangs moet, slaat de schrik me om het hart. Een derde van de auto’s negeert de fietsstraat, het stopteken en de verkeersdrempel straal en racet het kruispunt over met een snelheid die minstens het dubbele is van de 30 kilometer per uur die in het Gentse stadscentrum moet worden aangehouden.

Tijdens de vele barbecues die ik de jongste maanden mocht bijwonen, deed ik een volkomen onwetenschappelijk onderzoek naar de frequentie van alcoholcontroles. De grote meerderheid had, net als ik, nog nooit in zijn leven moeten blazen. De meerderheid zei nu en dan dronken te rijden, wat ze daarna ook bewezen. De meesten gaven grif toe dat ze zich amper aan verkeerslimieten houden.

U weet net zo goed als ik: de pakkans is microscopisch klein. En u weet ook dat de snelheidsmaniakken en de dronken smeerlappen amper worden gestraft. Het is helaas waar wat Rosanne Hertsberger deze week in De Standaard schreef: ‘Terwijl de familie van het slachtoffer moet bedenken welke muziek op de crematie moet spelen, kan zijn moordenaar alweer lekker een biertje gaan drinken in de stad.’

Als het van Jan Jambon – de burgemeester van de gemeente met het hoogste aantal op dronken rijden betrapte schepenen van het land en lid van een partij die vindt dat een parlementsvoorzitter die met 1,8 promille in het bloed met de auto rijdt niet hoeft af te treden – afhangt, zal de pakkans en de uitvoeringskans voor wie mislukt in een inburgeringsexamen honderd procent zijn. Race justice heeft vele facetten.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 24 augustus 2019.

Video Race And Equality

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Komkommertijd

Almost cut my hair

It happened just the other day

Almost Cut My Hair, Crosby, Stills, Nash & Young, Déjà Vu, 1970

Al heel mijn leven vertoon ik ontwijkingsgedrag voor kapperszaken. En dat enkel en alleen vanwege de zouteloze praatjes die je er, vastgebonden in een martelzetel, moet ondergaan. Daarom liet ik als jongeling haar en baard tot voorbij de knieën doorgroeien. Ik kon poedelnaakt over straat lopen zonder enige wet op de openbare zedelijkheid te overtreden. Al flink kalend koos ik later niet voor een paterskapsel omdat het een kappersbezoek noodzaakte. Ook wilde ik het lot van mijn lieve pa niet ondergaan die zijn haar links liet uitgroeien, het over zijn kruin plakte waarna het zelfs bij een vederlichte zeebries op zijn linkerschouder verzeilde. Dus koos ik voor een zelf te scheren Kojak-kapsel. Dat was toen nog zo ongewoon dat mensen me onbeschroomd vroegen welke kanker ik wel had.

Nu begin ik ontwijkingsgedrag voor actualiteitsprogramma’s te vertonen. De jongste weken lijken onze audiovisuele media wel kapperszaken met als barbiers verklede journalisten die maar over één vraag beschikken: wie maakt straks deel uit van de Vlaamse regering? De partijvoorzitters van de drie traditionele partijen houden de kaken op elkaar omdat het zenuwachtige tandengeklapper anders te veel opvalt. Zo hard hakt de vrees voor het mislopen van een ministersstoel erin.

Dus werden mindere politici naar de studio gelokt voor een onbenullig nieuwsfeit. Maar vooraleer ze ook maar iets kunnen zeggen over het voorgewende onderwerp, werden ze al onderbroken met de vraag ‘Doet de N-VA het met CD&V of met de sp.a?’ Zodra het reservoir actieve politici opgebruikt was, werden oude coryfeeën zoals Freddy Willockx (sp.a) en Yves Leterme (CD&V) opgevoerd, die respectievelijk en volkomen terecht Bruno Tobback (sp.a) en de eigen partij fileerden, maar ook niet wisten hoe de Vlaamse regering eruit zou zien. Veertien lange dagen werden we vergast op variaties op ‘Goh, ik denk dat het wel belangrijk is dat we stappen vooruitzetten.’ Een mens zou zelfs gaan uitzien naar een kappersbezoek.

Nog maar net de radio ontvlucht voor een cappuccino op een rustig terras of een vaag bekende manspersoon ploft zich naast me neer en vraagt me wie voorzitter van Open VLD wordt. ‘Goh, ik denk dat het wel belangrijk is dat het geen kapper is’, verzucht ik gemaakt diepzinnig.

‘Ja, die Francesco Vanderjeugd lijkt me niet de geknipte kandidaat’, repliceert de man wiens naam me blijft ontglippen. ‘Die Francesco heeft anders wel leuke ideeën’, probeer ik. ‘In een interview op Focus Radio zegt hij drie waarden te hebben: dromen, leven en springen. ‘Ik wil de politiek bij de mensen brengen. Je moet ernaar leven en stappen zetten. En je moet springen.’ Mooi toch?’ Scepsis aan de overkant.

Met ‘Het lijkt me ook niet aangewezen iemand te kiezen die in meer partijen dan kapperszaken heeft gezeten’, probeer ik het gesprek weer op een onnozel radioniveau te krijgen maar de man – heette hij geen Bert? – is niet in komkommerstemming. ‘Ja, neen, enfin, Vincent is ook geen goede keuze. Eerst noemt hij Gwendolyn een mirakelvoorzitter en nu is ze een ramp.’

‘Hm, een mirakelvoorzitter die Open VLD in een Vlaamse regering kreeg waarvan de regeerverklaring al geschreven was, die vervolgens Sven Gatz vroeg minister zonder budget te zijn om een N-VA/CD&V-programma uit te voeren en die hem uiteindelijk alle bevoegdheden afpakte omdat hij te weinig liberale punten in het Brussels regeerakkoord had gekregen?’, dacht ik te weerleggen. Maar ik wilde de toon rustig houden met een lacherig ‘Als het maar geen West-Vlaming wordt.’ ‘Ja, Tommelein is een beetje te gretig aan het worden’, meesmuilt mijn niet-gekozen metgezel, ‘misschien toch beter een Gentenaar die de mensen wil verenigen. Nog een cappuccino?’

Snel liep ik mijn Twitter-tijdlijn af en zag dat we eindelijk verlost zijn van die ‘Wie zit straks in de Vlaamse regering?’-vraag. The Guardian tipte Oostende als fantastische kuststad. John Crombez twitterde: schuld van de sossen. Theo Francken likete de tweet. Het is zonneklaar: het wordt Bourgondisch.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 10 augustus 2019.

Jaja, ik weet dat het Zweeds wordt. Ironie-ie! Overigens werd de inhoud van de actualiteitsprogramma’s er na de bekendmaking van het Zweeds offensief niet beter op. Ik weet dat de VRT in de zomermaanden alleen herhalingen uitzendt, maar dat het principe nu ook op nieuwsprogramma’s toegepast wordt,  is toch opmerkelijk (to say the least).

Video Almost Cut My Hair

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Verkeerd signaal

Poly- poly- poly politician

Can you make a right decision

For all of us

You can talk the talk

But will you walk the walk?

Will you bring us comfort?

Politician, Kora,  ‎Volume-EP, 2004

Het had de voorbije week op de voorpagina van alle Belgische kranten moeten staan: ‘Sorry, we hadden het verkeerd voor.’

Een team onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel, de Université Libre de Bruxelles en de Katholieke Universiteit Leuven is tot de bevinding gekomen dat het allerbelangrijkste signaal van de kiezer op 26 mei een hoog opgestoken middenvinger was. De kiezer verwacht beleid maar krijgt gekibbel, veto’s, aanvallen, machtsspelletjes en postjespakkerij. Het geloof in politici en politieke instellingen is de afgelopen regeringsperiode nog meer gedaald.

Met die vaststelling tonen de academici impliciet aan dat bijna alle besprekingen, analyses en gevolgtrekkingen die u de jongste twee maanden hebt gelezen of gehoord er totaal naast zaten.

Maar die voorpagina’s met een grote sorry die hebt u niet gezien. Natuurlijk heeft geen enkele journalist de bedoeling gehad u te bedriegen. Maar het had van enige sérieux getuigd toe te geven dat ze de verkiezingsuitslag 20ste-eeuws en dus verkeerd hadden geïnterpreteerd.

‘Vlaanderen heeft rechts gestemd en Wallonië links.’ Hoeveel keer hebt u dat moeten lezen? Juister was het volgende geweest. In Vlaanderen is vooral op extreemrechtse partijen gestemd, in Wallonië vooral op extreemlinkse partijen. Maar het signaal was niet: ‘We willen naar rechts of links.’ Het signaal was: ‘We willen oplossingen, we willen goed bestuurd worden.’

Een ziedend electoraat haalde snoeihard uit naar alle traditionele partijen – en daar hoort de N-VA na jarenlange regeringsdeelnames ook bij – door te stemmen op partijen die de trado’s smalend treiteren. Bij nieuwe Vlaams Belang-kiezers en nieuwe PTB-kiezers maten de onderzoekers amper ideologische aspiraties maar wel dezelfde woede, bezorgdheid, frustratie en angst.

Bart De Wever (N-VA) en Elio Di Rupo (PS) hebben briljant ingespeeld op de beeldvorming ‘Vlaanderen rechts, Wallonië links’. De historicus-journalist Walter Pauli toonde in het weekblad Knack met sprekende cijfers aan dat geen enkele Vlaamse regeringspartij ooit zo’n verkiezingsnederlaag heeft geleden als de N-VA op 26 mei. 290.000 kiezers, een op de vier, draaiden de partij van De Wever de rug toe.

De Wever wist zich op de verkiezingsochtend nog zeker van 30 procent, maar strandde tot zijn verbijstering – zijn gezicht in ‘Jambers in de politiek’ spreekt boekdelen – op 25 procent. Maar door het handige ‘nog nooit hebben zoveel Vlamingen voor het Vlaams-nationalisme gestemd’-narratief en zijn wekenlange onderhandelingen met een partij die hij voordien in uitwerpseltermen definieerde, spinde hij de nederlaag om tot een overwinning. De Vlaamse journalisten liepen blindelings in de val. Behalve Pauli schreef niemand over de fenomenale klap die Vlaanderens grootste partij incasseerde.

Di Rupo bezorgde zijn partij op 26 mei de slechtste verkiezingsuitslag ooit, maar camoufleerde dat met een staalhard ‘nooit stemde Wallonië zo links’-betoog en ging samenzitten met de PTB. Die PTB is even panisch voor regeringsverantwoordelijkheid als het Vlaams Belang en dus zochten Peter Mertens en Raoul Hedebouw verwoed naar de ‘het is niet links genoeg’-knop om snel weg te kunnen lopen. (Tom Van Grieken is leper, hij laat zich wegsturen zonder breukpunten te noemen).

 

De politieke hoofdrolspelers zijn nu al twee maanden bezig met de strategospelletjes die hen met een historische verkiezingsnederlaag opleverden en schuiven thema’s naar voren waar de kiezer lak aan heeft. Serieuze politici zwijgen beter over confederalisme als blijkt dat van de tien thema’s die de onderzoekers aan de kiezers voorlegden alleen ‘defensie’ het nog slechter doet dan ‘staatshervorming’. Serieuze politici zwijgen beter over retour-au-coeur-cadeaus als duidelijk is dat de volgende regering er een zal zijn van drastische besparingsoperaties.

Serieuze politici moeten de volgende vijf jaar tonen dat ze het vertrouwen waard zijn door te doen waarvoor ze zijn verkozen: behoorlijk besturen. Anders blijven er na de parlementsverkiezingen van 2024 geen serieuze politici meer over.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 27 juli 2019.

Video Politician

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen