Moed

r-6884933-1428747039-5192-jpeg

Took a little time to get where I wanted
It took a little time to get free
It took a little time to be honest
It took a little time to be me

Courage
It’s a feeling like no other
Let me tell you, yeah
Courage
In harmony with something other than your ego
Courage
The sweet relief of knowing nothing comes for free

Read more: Villagers – Courage Lyrics | MetroLyrics

Courage, Villagers, Darling Arithmetic, 2015

Na mijn vorige column vroegen een aantal mensen me waarom ik zo hard uithaalde. Dit is wat ik hun vertelde.

Toen Christina Van Geel me een paar jaar geleden kwam vragen of ik wilde meewerken aan een boek waarin bekende Vlamingen hun kinderdromen blootleggen en uitleggen wat ze ermee aanvingen, heb ik lang moeten nadenken. Ik had het gevoel geen jeugddromen te hebben gehad. Natuurlijk wilde ik wel graag een Raoul Lambert of een Mick Jagger zijn, het liefst alle twee tegelijk. Maar zijn dat echt kinderdromen? Christina’s vraag leidde tot heel wat soul searching. Ze had een stemmetje diep vanbinnen opgewekt dat niet te vermurwen was met het afhaspelen van je cv. Het wilde een eerlijk antwoord op de vragen: ‘Wie wilde je worden’ en ‘Vind je dat je iets van je leven hebt gemaakt?’

Uiteindelijk daagde het. Ik wilde de zoon zijn van mijn ouders. Mijn mama zei me altijd dat als ik gelukkig wilde worden, ik andere mensen gelukkig moest maken. Nu, ik weet niet zeker of ze het echt zei, ze toonde het vooral. En mijn papa bezwoer me steeds dat ik moedig moest zijn. Maar dan wel moedig voor anderen. Op zijn werk had hij te maken met ploegbazen die niet durfden tussenbeide te komen wanneer iemand gepest werd of die altijd hun mensen de schuld gaven wanneer iets verkeerd ging.

Zonder er echt bewust van te zijn, zijn die twee ouderlijke raadgevingen het kompas van mijn leven geweest. Het is dus geen toeval dat ik uiteindelijk topambtenaar werd van een organisatie die haar medewerkers zo veel mogelijk autonomie geeft bij het uitvoeren van hun taken, die hen betrekt bij de ‘hogere’ beslissingen en die hen toelaat zo veel mogelijk tijd door te brengen bij hun familie en vrienden. Dat maakt hen gelukkiger én het leidt tot betere resultaten.

In zo’n organisatie moeten leidinggevenden zo weinig mogelijk beslissingen nemen, maar zorgen ze ervoor dat de beste beslissingen genomen worden. Om het systeem te laten werken moeten ze altijd onvoorwaardelijk de verantwoordelijkheid nemen voor de beslissingen, ook en vooral als ze die niet zelf namen. Anders kan er geen klimaat van vertrouwen groeien.

In een overheidsdienst dreigt natuurlijk altijd het gevaar dat je te maken krijgt met een regeringslid dat zo’n cultuur totale flauwekul vindt en dat beslissingen oplegt op de ouwe getrouwe command & control-manier, absoluut zeker van het eigen gelijk. Dat is het uur waarop de echte overheidsmanager moet opstaan. Ben je moedig genoeg om ertegen in te gaan met het gevaar dat je je goedbetaalde job verliest of laat je je mensen in de steek?

Ik stond een paar keer in mijn carrière op dat kruispunt. Dat is normaal als je 14 jaar voorzitter bent van een federale overheidsdienst, zeven regeringen meemaakte met telkens zes à acht te dienen regeringsleden.

In nagenoeg alle gevallen kon ik mijn ministers of staatssecretarissen ervan overtuigen dat overlegde beslissingen grotere kans op slagen hebben. Natuurlijk heeft een regeringslid het laatste woord. Zo hoort dat in een democratie. Het hoort ook dat beslissingen in alle transparantie en met respect voor de uitvoerders genomen worden.

Een paar keer hebben ministers gedreigd. Ze dachten dat ik snel zou terugkrabbelen en dat ik me aan mijn inkomen zou vastklampen. Natuurlijk valt het niet mee als je riante loon dreigt weg te vallen. Maar als je er zo aan vasthangt, ben je chanteerbaar. Dan is het einde zoek. Dan word je gevraagd een partijgenoot in dienst te nemen (wat me ooit gevraagd werd),  iemand van je organisatie die op het kabinet werkt een promotie te geven (wat me ooit gevraagd werd) of een bevriende organisatie van een vette subsidie te voorzien (wat mij nooit gevraagd is). Met de steun van mijn teergeliefde, niet voor niets een moralist, nam ik mezelf voor nooit toe te geven aan dat soort druk.

Je moet immers moedig zijn voor je mensen. Ik moet ook moedig zijn voor mijn pa.

Naschrift

Deze tekst verscheen eerst op de website van De Tijd op 21 november 2016 en is een vervolgcolumn op straathond.

Video villagers: http://tinyurl.com/zdpuu52

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Straathond

bobby

I wouldn’t treat a dog, no, no

I wouldn’t do it to you

I wouldn’t treat a dog, no, Lord

The way you treated me

I Wouldn’t Treat A Dog (The Way You Treated Me), Bobby Bland, Dreamer, 1974

Deze week Panorama gezien over werkbaar werk? Nagenoeg iedereen was er over eens dat als je mensen wilt overtuigen om tot hun 67e te werken, je de relatie tussen werkgever en werknemers drastisch moet wijzigen: beslissingen worden niet meer van bovenuit opgelegd, iedereen wordt bij alles betrokken, mensen kunnen hun job zo veel mogelijk invullen… Ook Chris is een believer geworden. Hij is CEO van één van de bedrijven die zo uit de Panorama-uitzending geplukt kon worden. Na een presentatie van Lies, één van onze vurigste supporters van het Anders Werken, heeft hij zijn bedrijf resoluut op nieuwe sporen gezet. Geregeld loopt hij bij ons binnen om met onze mensen van gedachten te wisselen.

Deze week was hij er ook. Hij kwam, duidelijk bezorgd, naar me toe en vroeg “Frank, wat is er hier gebeurd? Vroeger zag je hier alleen blijde gezichten, hoorde je gelach, was iedereen energiek bezig en nu zie ik alleen bedrukte gezichten en hoor ik alleen gezucht. En vooral het is zo akelig stil. Het lijkt wel alsof er een catastrofe is gebeurd.”

“Er is ons ook een catastrofe overkomen, Chris.” Zonder ons bij iets te betrekken heeft staatssecretaris De Backer beslist dat onze sociale inspectie, een derde van onze mensen, overgeheveld wordt naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Dat is ingeslagen als een bom.”

“Maar het zijn niet alleen de inspectiemensen die er zo verslagen uitzien. Iedereen is aangeslagen. Die fantastische Isabelle die ons zo goed heeft geholpen bij de waardenoefening, kreeg bijna geen woord uit de keel.”

“De beslissing was erg maar de wijze waarop beslist werd is nog veel erger. Iedereen was ervan overtuigd dat een staatssecretaris in 2016 niet meer kon beslissen zoals PS-ministers, die meer wijn- dan mensenkennis hadden, dat in 1978 deden: vanuit een ivoren toren, zonder enig overleg en met een totaal dedain voor de inzet van onze mensen.“

“Is het zo erg, Frank?”

“Kijk, ik heb De Backer één keer gezien na de zomervakantie, toen ik via via moest vernemen dat hij op het onvoorstelbare idee was gekomen om onze inspectiemensen te verdelen over de andere inspectiediensten. Toen vroeg ik hem rekening te houden met de gevoelens van mensen, die hun dienst van scratch tot één van de beste inspectiediensten in Europa opbouwden. Hij keek me aan alsof ik gek was geworden. De man heeft een flagrant gebrek aan empathie. Hij wil zijn plannetje uitvoeren. De rest is bijzaak.”

“Maar hij moet toch weten dat zoiets faliekant afloopt?”

“Dat dacht ik ook. Vooral nadat hij me bezweerde hij dat hij vanaf nu volkomen transparant zou zijn en dat ik zeker niet moest denken dat hij geen respect had voor wat we verwezenlijkt hadden in onze dienst. Alleen, achteraf heb ik niets meer van hem vernomen. Tot we verleden week donderdag een mail kregen dat de ministerraad had beslist dat onze sociale inspectie zou opgedoekt worden”.

“Maar in het parlement zei hij dat alles in samenspraak met alle diensten gebeurde.”

“Ja, hij zei daar ook dat niemand wilde veranderen. Terwijl ik hem een echt ambitieus hervormingsplan had voorgelegd met vier verschillende scenario’s. Ik was de enige leidende ambtenaar die niet vasthield aan het behoud van zijn inspectiedienst in de eigen organisatie. Als dank werd beslist dat de mensen in onze inspectiedienst verdeeld worden over de andere. Hij is een volbloed post-truth politicus”.

“Nu begrijp ik waarom één van je je mensen me zegde dat je behandeld bent als een schurftige straathond.”

“Het gaat niet om mij, Chris. Ik red me wel, maar mijn mensen zijn midscheeps geraakt.”

“Maar Frank, jullie hebben jaren gewerkt om een vertrouwensband te creëren met jullie mensen, en ik weet hoe moeilijk dat is, iedere misstap zet je terug op je beginpunt, en dan komt er een arrogante pipo die alles wat je geduldig hebt opgebouwd in een paar dagen wegschiet.”

“Ja, wat kan ik zeggen? Onze mensen voelden zich veilig. Ze waren overtuigd dat ik hen kon beschermen tegen de big bad politicians. Maar ik ben schromelijk te kort geschoten. Iedereen voelt zich nu opgejaagd wild. Niemand wil nog horen van nieuwe initiatieven, laat staan dat ze zich nog willen engageren.”

“Maar Frank, ik was op het Open-VLD-vernieuwingscongres, waarop je op vraag van Gwendolyn Rutten en Alexander Decroo als gastspreker was gevraagd. Toen had iedereen de mond vol van die efficiënte overheidsdienst met zijn totaal vernieuwde cultuur. Is dat allemaal vergeten?”

“Dat heeft niets met die partij te maken, Chris, dit is profilering van een ambitieus alfamannetje, dat zich in de markt wil zetten voor de Antwerpse titanenstrijd van 2018.”

“Is er dan geen enkele kans dat dit rechtgezet wordt?”

“Er komen hoorzittingen in het parlement over de toekomst van de sociale inspectiediensten. Daar had ik mijn hoop op gesteld. Maar De Backer heeft snel zijn beslissing doorgedrukt. Die hoorzittingen worden dus een maat voor niets.”

“Hij heeft dus evenveel respect voor het parlement als voor zijn administratie?”

“Maar parlementsleden laten dat ook toe, hè. Parlementairen van meerderheidspartijen gedragen zich als schoothondjes van de regering en naar die van de oppositie wordt niet geluisterd.”

“Eigenlijk zou je dit gesprek gewoon als column moeten laten verschijnen, Frank. De Belg zou moeten weten hoe lichtzinnig politici met de res publicae en het belastinggeld omgaan.”

“Dat kan ik toch niet maken, Chris, de mensen zullen denken dat het een scenario is voor een tweede reeks van De16.”

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 19 november 2016.

Dit is het soort tekst waarvan ik hoopte dat ik hem nooit zou moeten schrijven.

Video I Wouldn’t Treat a Dog:  http://tinyurl.com/gq8c7wm

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Inspectie!

r-9077079-1474365091-3071-jpeg

Inspection!

Get ever’ting ship-shape an’ shine

Check. Check one.

 

Inspection Check One, Leftfield, Leftism, 1995

 

Mijn welgemeende excuses aan de opinieschrijver die onlangs in één van onze kranten schreef dat de Belgische belastingbetaler veel te weinig terugkrijgt in de vorm van diverse dienstverlening als je dat uitzet tegen de forse bijdrage aan administratiekosten die hij ieder jaar aan de Federale Overheidsdienst Financiën moet storten: ik vergat je naam te noteren. Maar je had volkomen gelijk, opinieschrijver, ook met je nuancering dat het niet aan de ambtenaar ligt. Die is helemaal niet lui, maar hij moet dikwijls twee keer hetzelfde werk moeten doen, merkte je scherp op.

Wel, beste opinieschrijver, ik zou zelfs meer zeggen, soms doen we wel acht keer hetzelfde. Al decennia lang veroorlooft de federale overheid zich de luxe er acht sociale inspecties op na te houden. Ze maken deel uit van twee Federale overheidsdiensten, waaronder onze FOD Sociale Zekerheid, en zes sociale parastalen, waarvan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en het Riziv de bekendste zijn. Die acht inspectiediensten werken onvoldoende samen, er is versnippering van middelen, competenties en slagkracht op het terrein. Er zijn dubbele controles, er wordt te weinig ingezet op datamining en er gaan  gegevens verloren.

Dat zeg ik niet maar  Staatssecretaris De Backer, sedert vijf maanden bevoegd voor de Bestrijding van de Sociale Fraude. De Staatssecretaris heeft een gedurfd plan om aan al die negatieve gevolgen van de versnipperde sociale inspecties een eind te stellen: hij brengt het aantal inspectiediensten van acht naar zeven. Ik ben zeker dat dit voor de Belgische belastingbetaler een enorme opluchting moet zijn, vooral als hij doorkrijgt dat er nergens in zijn plannen enig spoor is van een centrale aansturing van de zeven inspectiekorpsen.

Eerst wilde hij de inspecteurs van de dienst die instaat voor de meeste inkomsten in de strijd tegen sociale fraude, de sociale inspectie van onze FOD, verdelen over de andere inspectiediensten. Toen ik hem erop wees dat als gevolg daarvan alle expertise in die dienst, inbegrepen een dataminingsysteem dat ons in gans Europa benijd wordt, zou verloren gaan, zag hij in dat hij eerder de bestrijding van de sociale fraude aan het bestrijden was dan de fraude zelf. Maar toch moet de sociale inspectie van onze FOD verdwijnen, vind hij, en overgaan in de inspectiedienst van het RSZ.

Blijkbaar is het doel van de ganse operatie niet dat de strijd tegen sociale fraude geprofessionaliseerd wordt maar dat onze dienst opgedoekt wordt. Is het dan zo vreemd dat mijn inspectiemensen de plannen van hun Staatssecretaris als een wraakoefening ervaren? Dat we van de plannen enkel afweten als er een lek is of als er ons iemand een verkeerd geadresseerde mail stuurt, helpt natuurlijk ook niet. Anders dan wat de staatssecretaris in de Commissie Sociale Zaken van de Kamer beweerde, worden we op geen enkele manier bij zijn plannen betrokken, laat staan ingelicht.

Nu zal u, lezer, me voor de voeten gooien dat ik vecht voor het status quo en dat ik gewoon die inspectiedienst in onze FOD wil houden. Dat is ten andere wat de staatssecretaris in de Commissie Sociale Zaken insinueerde. “Iedereen ziet dat er veranderd moet worden, iedereen wil dan verandering maar niemand wil zelf veranderen”. Ik voel me hierdoor persoonlijk aangesproken.  Op alle vergaderingen van de taskforce met de staatssecretaris en de andere inspectiediensten, heb ik klaar en duidelijk gezegd, zoals ik al veertien jaar doe, dat ik voorstander ben van een strategische herpositionering van alle inspectiediensten in een federaal agentschap tegen de sociale fraude. Dan zou voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land een eenduidige strategie tegen de sociale fraude kunnen geformuleerd worden onder leiding van één topambtenaar in plaats van de bric-à-brac-organisatie die steunt op de goodwill van acht leidende ambtenaren zoals we die op de dag van vandaag kennen.

Ik ben niet de enige die dit vindt. “Het samenbrengen van de verschillende inspectiediensten in een enkel federaal agentschap tegen de sociale fraude voordelen zou inhouden voor alle actoren, zijnde de gecontroleerde werkgevers, de controlediensten en de overheidsfinanciën. Met dergelijke structuur kunnen de informatie-uitwisseling en de controles immers worden geoptimaliseerd. Hierdoor kan eenzelfde werkgever een opeenvolging van controles door verschillende diensten bespaard worden (vaak voelt de werkgever deze controles immers aan als een vorm van pesterij) en kan de alzo uitgespaarde controlecapaciteit besteed worden aan doelwitten, waaraan tot nu toe weinig aandacht is besteed en die zich in een sfeer van straffeloosheid wanen. Doeltreffend controleren, op de juiste plaats en op het juiste moment. Bovendien maakt het samenbrengen van de verschillende inspecties in een federaal agentschap voor de strijd tegen de sociale fraude de toestand ook duidelijk voor de gebruikers: een enkel contactpunt voor de arbeidsauditoren, de werkgevers en de werknemers”.

Je zou verwachten dat dit een tekst is van het VBO of van Unizo. Niet zo, het is het standpunt van de ACOD-ABVV, dat zich in dit dossier van zijn voor velen verrassend positieve en innovatieve kant laat zien. Hopelijk scharen alle sociale partners van de Groep van Tien zich achter dit initiatief. Dan zou iedereen zich nog eens kunnen verheugen in een historisch sociaal akkoord.

Naschrift

Deze tekst verscheen als opinie in De Tijd van 1 november maar was bedoeld als column in De Tijd van 5 november 2016. Omdat mijn brief aan de premier en de betrokken ministers uitlekte, werd beslist de tekst vroeger te publiceren.

Video Inspection Check One – http://tinyurl.com/zjwvjfl

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Chimpansee

r-9231878-1477072723-4698-jpeg

It sounded like the truth

It seemed the better way

It sounded like the truth

But it’s not the truth today

Seemed The Better Way, Leonard Cohen, You Want It Darker, 2016

Verleden week mocht ik bij de Belgo-Finse Businessassociatie een presentatie geven. Bij de walkingdinner vroeg een hooggeplaatste Finse diplomaat me of ik nog een ideologie aanhield. Hij had me zonder twijfel gegoogeld, want diplomaten stellen nooit zomaar een vraag. Ze geven zich ook niet snel bloot.

Maar deze charmante veertiger was anders. Hij riposteerde op mijn antwoord met ontwapenende openheid: “Ik ook niet. Ik hing vroeger een centrumrechtse partij aan maar nu ben ik er zeker van dat je met negentiende-eeuwse aannames de wereld alleen maar verkeerd kan interpreteren, laat staan dat je er iets kunt mee veranderen. Toen ik je bezig hoorde, dacht ik dat jij ook tot die conclusie moet zijn gekomen want je vertelt dingen die ideologisch rechts én dingen die gewoonlijk links genoemd worden.”

Een Vlaamse entrepreneur van een bliksemsnel groeiende start-up volgde het gesprek met stijgend plezier. “Ja, maar hij vertelt ook zaken waar noch een socialist, noch een liberaal zich raad mee weet”, schoof hij de Fin voor. “Jouw verhaal moet toch lastig zijn voor politici” vroeg hij me “Want die gaan toch bij elk idee direct na of het past bij hun ideologie om het vervolgens te omarmen of af te branden.”

Zonder te wachten op een antwoord ging hij door op zijn elan. “Dat is toch en reuzenprobleem in ons land. We hebben een regering nodig die én een dual income tax én een drastische loonlastenverlaging doorvoert, die én het overheidsbeslag naar beneden haalt én een armoedepolitiek voert. Maar we hebben ofwel een centrumlinkse regering die dwars gaat liggen als ze “loonlastenverlaging” hoort of ofwel een centrumrechtse regering die misselijk wordt van vermogensbelastingen. We hebben ministers die de waan van de dag een beetje proberen te managen. Maar politieke leiders zijn in geen velden te bekennen!” De diplomaat kuchte even en vroeg bedaard wat we vonden van de zalm.

Misschien gaat de uitbarsting zoals die van de start-up-entrepreneur een veertige diplomaat te ver maar voor jonge mensen is het inzicht dat ideologieën passé zijn een vanzelfsprekendheid. Waar breng je mensen onder op de schaal van rechts naar links die vinden dat vakbonden minder macht moeten krijgen, dat immigratie een cultuur verrijkt, dat politici corrupt zijn, dat de kloof tussen arm en rijk alsmaar groter wordt, dat geld en bankende wereld regeren, dat er te veel belastingen zijn, dat er te veel ambtenaren zijn, dat er te veel onrechtvaardigheid is, dat trouw zijn in een relatie essentieel is, dat ze geen probleem hebben met meisjes met hoofddoek en vooral dat ze auto’s, alcohol en drugs niet belangrijk vinden maar niet zonder muziek kunnen leven?

Deze resultaten uit de Generation What?-enquête geven duidelijk aan dat jongeren niet ideologisch zijn maar zeer uitgesproken. Politici regeren over een voor jonge mensen onbekend land. Het is dan ook niet te verwonderen dat hun vertrouwen in politici volstrekt zoek is.

Dat mocht ik nog eens ervaren toen deze week een groep hogeschoolstudenten onze FOD bezocht. Hun afkeer voor hoe politiek in ons land werkt was niet echt weggewerkt door de recente gebeurtenissen. Ik probeerde hen uit te leggen dat politiek een verschrikkelijk moeilijke stiel was. “Moeten we dan begrip opbrengen voor mensen die beslissen dat ze niet gaan beslissen?”, vroeg Steve me.

“Ik zeker niet”, riep Nathalie, “Je moet toch een stomme macho zijn om te denken dat je dagen en nachten aan een stuk kunt zitten vergaderen en dan nog een verstandige beslissing kan nemen? Iedere student die een nacht doorstak voor zijn examen weet hoe toch idioot zo’n gedrag is?” Ik vroeg me af of Nathalie die morgen het standpunt van Theo Compernolle in De Morgen had gelezen. “Honderden onderzoeken tonen aan dat gebrek aan slaap, zelfs al één te korte nacht, een duidelijke vermindering van intelligentie veroorzaakt: cognitieve, zowel als emotionele en sociale intelligentie”, stelt hij daar.

Geen idee ook of Steve die dag Rutger Bregman in De Correspondent had gelezen toen hij schamperde dat politici beslissingen nemen die ervan uitgaan dat mensen én lui zijn en vooral uit op geld. Bregman poneert dat zowel links als rechts van zo’n mensbeeld uitgaan: om mensen in beweging te krijgen heb je de wortel en de stok nodig. Dat de mens zich als een Homo Economicus gedraagt die extrinsiek moet gemotiveerd worden, is door de wetenschap al lang als een falsificatie achterhaald. Mensen zijn vooral sociaal en intrinsiek gemotiveerd, stelde Joseph Henrich van de Harvard-universiteit vast. Henrich bleef zoeken naar de Homo Economicus. Hij vond hem. Het bleek een chimpansee te zijn.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 22 oktober 2016

De video van Leonard Cohen’s Seemed The Better Way: http://tinyurl.com/z2vowgw

Weg met controle. Leve de intrinsiek gemotiveerde mens van Rutger Bregman in De Correspondent http://tinyurl.com/jpwkf2a

“We hebben weer eens meegemaakt hoe politici functioneren met slaapgebrek” van Theo Compernolle in De Morgen http://tinyurl.com/hdekl6w

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Happinesswashing

r-5989343-1408207035-6626-jpeg

The old fart inside was now breathin’ freely

From his perfume bottle atomizer air bulb invention

His excited eyes from within the dark interior glazed;

Watered in appreciation of his thoughtful preparation.

Old Fart At Play, Captain Beefheart & His Magic Band, Trout Mask Replica, 1969

http://tinyurl.com/h4fv2bb

Op de papieren binnenhoesjes van mijn oudste vinylalbums is een steeds geler wordend stukje Humo geplakt: een elpee-bespreking van Karel De Knagger. Als hij iets goed vond, kocht ik het. Zelden was ik teleurgesteld, al kostte het me wel een paar maanden om me te verzoenen met Trout Mask Replica, het meesterwerk dat Captain Beefheart in 1969 op een onvoorbereide wereld losliet. Eén keer voelde ik me echt bekocht en dat was toen Humo liet weten dat Karel De Knagger niet bestond maar een prettig gestoord rockschrijverscollectief was met weliswaar exquise smaak. Die ontgoocheling is nog steeds niet helemaal weggeveegd, maar ik troost me met de gedachte dat Marc Didden driekwart van het collectief moet uitgemaakt hebben.

Hetzelfde gevoel maakte zich van mij meester toen deze week een idioot die zich voor onderzoeksjournalist uitgeeft de echte identiteit van de onvolprezen Napolitaanse schrijfster Elena Ferrante meende te moeten onthullen en wat nog erger is, ze als Romeinse ontmaskerde.

Er rest me nog één illustere onbekende wiens gezicht me onbekend is en waarvan ik hoop het nooit te kennen. Hij voert de Monty Pythoniaanse naam Schumpeter en schrijft iedere week met een in salpeter gedrenkte pen in mijn lijfblad The Economist. Het is niet toevallig dat Schumpeter zijn naam gemeen heeft met Joseph Schumpeter, de uitvinder van het begrip “creatieve destructie”.

Een aantal vrienden die van mijn Schumpeterverslaving afweten attendeerden me, alsof dat nodig is, op een stukje van hem waarin hij de grond aanveegt met organisaties die bezig zijn met het geluk van hun werknemers. Het was deze ondertussen gewezen vrienden ontgaan dat waar Schumpeter het over heeft ook mij een doorn in het oog is. Als je ooit ontbeet in een Pret A Manger, wat ik je niet aanraad –  je kunt nu eenmaal geen zaak vertrouwen die helemaal Brits is en zich een Franse naam aanmeet – dan zal het je ook opgevallen zijn dat het humeur van het personeel veel beter is dan de kwaliteit van hun broodjes. Nu kan je zoiets, zij het enkel als je een slecht karakter hebt, ook zeggen van de schoenen bij Torfs en de opgewektheid van de verkopers aldaar. Met dat verschil dat de mensen bij Torfs authentiek vriendelijk zijn.

Bij Pret A Manger en volgens Schumpeter ook bij Torfsconcurrent Zappos horen de werknemers zich constant in een bijna oncontroleerbare staat van delirium te bevinden als ze zich ’s anderendaags nog van een baan verzekerd willen weten. Zappos heeft een Spin-off ontwikkeld dat veelbetekenend Delivering Happiness heet. Hun diensten worden ingehuurd door CEO’s die gelezen hebben dat gelukkige mensen zich meer inzetten voor het bedrijf en productiever zijn en er dus van uitgaan dat je zoiets kan inkopen zoals je dat doet met een nieuw boekhoudsysteem. “Doe mijn mensen maar een paar uren yoga gecombineerd met drie minuten mindfullness, welke resultaten kan ik verwachten?” Zoals managers vroeger een ecologisch karakter inkochten, kopen ze nu geluk. Greenwashing is out. Happinesswashing is in.

Zelf kreeg ik meer dan eens te horen dat een werkgever zich niet moet inlaten met het geluk van de mensen. Straks moet een werkgever nog instaan voor een goed lief, werd me nog onlangs voor de voeten geworpen. Van die opdracht hoort het management niet wakker te liggen maar misschien wel van de vraag of de relatie van zijn werknemer met zijn goed lief niet onderuit gehaald wordt door de onnodige flexibiliteit die het bedrijf of de organisatie van hem of haar vraagt.

De universiteitsbibliotheken puilen uit van de studies waaruit blijkt dat mensen gelukkiger en gezonder zijn wanneer ze op de gelukkigste én de ongelukkigste momenten bij vrienden en familie kunnen zijn en tegelijktijdig trots zijn op wat ze op het werk presteren. Uit dezelfde studies blijkt ook dat werknemers zich meer inzetten als ze betrokken worden bij de manier waarop het werk georganiseerd wordt en als ze erkend worden voor hun aandeel in de resultaten. Werknemers die aanvoelen dat er tegenover de flexibiliteit die van hen gevraagd wordt er ook een grotere flexibiliteit voor de wijze waarop ze hun leven inrichten, staat, zijn aantoonbaar authentiek gelukkiger dan anderen.

Authentiek gelukkige mensen zijn per definitie klantvriendelijker. Het lijkt vanzelf te spreken maar er zijn nog steeds managers die er zeker van zijn dat ze hun mensen op bulderende wijze kunnen verplichten vriendelijk te zijn voor de klanten. Ik durf te wedden dat ze hun schoenen niet bij Zappos maar toch stiekem bij Torfs kopen.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van 8 oktober 2016.

De video van Old Fart At Play: http://tinyurl.com/h4fv2bb

Lees alles over, luister naar alles van en bekijk alle schilderijen van Captain Beefheart.

Mocht dit alles een beetje te veel van het goede lijken, laat dan Unconditionally guaranteed (1974) en Bluejeans & Moonbeams (1974) links liggen. Maar een leven zonder Electricity (uit 1966 met Ry Cooder) http://tinyurl.com/nqlvc5m en Tropical Hot Dog Night (uit 1978) http://tinyurl.com/glh8tam kan onder geen beding zinvol genoemd worden.

Schumpeter en Against Happiness: http://tinyurl.com/hdyjhzm

Frederik De Vrieze, die over een fenomenaal geheugen voor de meest bevreemdende dingen beschikt, liet me weten dat Karel De Knagger helemaal geen rockcollectief was maar een pseudoniem van Hans Muys.

Een google zoektocht ter verificatie bracht me bij Ronny De Schepper en zijn hilarische Tijdsbalk https://ronnydeschepper.com/tijdsbalk/

Bij 1970 staat: “In Humo start de rubriek platenrecensies, die ondertekend wordt door Karel De Knagger. Eigenlijk een drukfout want Guy Mortier bedoelde Karel De Knager. Dit laatste is al een verwijzing naar wie er achter dit pseudoniem schuilgaat, namelijk de Hagenaar Hans Muys, die als chef buitenland bij De Standaard moeilijk onder zijn eigen naam kon schrijven. Om de verwarring nog groter te maken werd er gedaan alsof  “Karel De Knagger” een pseudoniem was waarachter een hele werkgroep schuilging”.

Ik ben er dus 46 jaar lang in gelopen. Allah is groot maar Guy Mortier mag er ook zijn.

Hans Muys, wherever you are, u weze duizendvoudig bedankt om zo voorbeeldig mijn muzikale opvoeding te hebben verzorgd.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het netwerk wint altijd, ook bij de inspectiediensten

mi0004032243

Your Hard Work is About to Pay Off. Keep On Keeping On, Bitchin Bajas & Bonnie Prince Billy, Epic Jammers And Fortunate Little Ditties, 2016

Maandag manifesteerden de sociale inspecteurs van de FOD Sociale Zekerheid voor de Financietoren. Ze waren ongerust over wat eerder uitlekte over de plannen van staatssecretaris De Backer voor de inspectiediensten. Als u opkijkt van de meervoudsvorm, dan zal u helemaal schrikken als ik zeg dat er – alleen al in het federale België – acht inspectiediensten zijn. En belastingbetaler, het wordt nog erger: ze zitten verspreid in andere Federale Overheidsdiensten en andere sociale parastatalen. De inspecties worden dus aangestuurd door acht verschillende leidende ambtenaren die elk hun eigen politiek voeren.

Toen ik In 2002 Voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid werd, heb ik me vanaf dag één ingezet voor de fusie van alle inspectiediensten. Maar ik moest vaststellen dat ik eenzaam roepende was in de administratieve woestijn vol leidende ambtenaren die mordicus vasthielden aan hun inspectiedienst.

Bij nogal wat topambtenaren leeft de illusie dat je belangrijker bent als je veel diensten en veel mensen hebt. Ze geloven niet dat je de burger en de bedrijven beter dient door diensten met dezelfde doelstellingen, hetzelfde doelpubliek en dezelfde noden aan datamining en digitale dataverzameling samen te brengen onder één krachtige topambtenaar. Een topambtenaar die  rechtstreeks aangestuurd wordt door het  regeringslid dat de strijd tegen sociale fraude, schijnzelfstandigheid, grensoverschrijdende sociale misdrijven en uitkeringsfraude mag coördineren.

Vroeger werd gedacht dat je via afspraken tussen de leidende ambtenaren van alle betrokken diensten eenheid kon creëren in de aansturing van de inspectiediensten. Maar verder dan het afplassen van de eigen weide, en dus het impliciete verbod voor andere inspectiediensten om daar te komen grazen, is men nooit gekomen. Het gevolg was dat werkgevers het ongecoördineerd bezoek kregen van inspecteurs van verschillende inspectiediensten.

De oplossing hiervoor is natuurlijk niet het terugbrengen van acht naar zeven inspectiediensten zoals in de eerste plannen voorzien was. Maar dat was niet eens het meest absurde: die eerste plannen voorzagen ook in het opdelen van onze sociale inspectie, die – daar zijn het Rekenhof, externe auditoren en alle arbeidsauditoren van dit land het erover eens – de beste werking en de beste resultaten kunnen voorleggen. Vooral daartegen kwamen onze mensen in opstand.

Welke ultieme hervorming van de inspectiediensten De Backer ook voor ogen heeft, het zal een maat voor niets zijn als er geen centraal aansturingspunt komt. Daarvoor is niet eens een fusie nodig. Sedert een aantal jaren bestaat een Sociale Inlichtings- en Opsporingsdienst (SIOD) waar de acties tegen sociale fraude zouden moeten gecoördineerd worden. SIOD is nu een reus op lemen voeten omdat hij wordt geleid door elkaar in een rotatiesysteem opvolgende Directeur-Generaals van de verschillende inspectiediensten.

Als de staatssecretaris een stevige topambtenaar (M/V) aan het hoofd zet met échte bevoegdheden die de inspectiediensten direct aanstuurt, dan kunnen de inspectiediensten perfect ingebed blijven in de huidige organisaties. Alleen hebben de leidende ambtenaren aldaar dan geen inspraak meer over de doelstellingen en hoe ze te bereiken. Ze hebben de mooie plicht ervoor te zorgen dat de inspecteurs in goede omstandigheden (informatica, logistiek, personeelszaken…) kunnen werken. Op deze manier komt ook de rust terug bij de inspecteurs die zich nu plastieken soldaatjes voelen in handen van politici die vrolijk leerling-tovenaar spelen.

Mocht staatssecretaris De Backer hierin slagen, dan is hij de architect van het eerste overheidsinitiatief in ons land dat zich niet meer op 20e-eeuwse wijze met structuren en verschuiven van mensjes bezighoudt, maar een overheid bouwt, die zijn burgers en bedrijven via een netwerkstructuur de 21e eeuw binnenloodst.

Ter inspiratie kan ik de staatssecretaris het wonderbaarlijke boek The Network Always Wins van Peter Hinssen aanbevelen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als opinie in De Tijd van 28 september 2016

Video Your Hard Work is About to Pay Off. Keep On Keeping On: https://www.youtube.com/watch?v=30QY0ruzWyM

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Krisselijk

r-1631241-1300660356-jpeg

Maybe I should have saved those leftover dreams

Funny but here’s that rainy day

Here’s that rainy day, Oscar Peterson, Big 6 At Montreux, 1965

 

We waren maar wat blij, die donderdag 8 september, dat er airconditioning was in de Financietoren. De vergadering van het directiecomité ging door in één van de twee ruimtes met muren die onze FOD rijk is en hij is dan nog eens volledig uit glas opgetrokken. Die dag was Kris er ook, als vertegenwoordiger van onze informaticadienst. We weten nooit op voorhand wie er van de dienst I.T zal zijn want het is een zelfsturend team met zes verantwoordelijken. Wie het dichtst bij de dossiers op de agenda betrokken is, komt naar het directiecomité.

Kris is zoals altijd perfect voorbereid maar laat het over aan Joris, één van zijn teamgenoten, om het veranderingsproject voor te stellen. Niet om er zich vanaf te maken maar om Joris de eer te geven die hem toekomt. Het is een ongeschreven gedragsregel in onze FOD: wie het doet, stelt het voor, niet de baas van wie het doet. Voor Kris spreekt dat vanzelf, het hoeft geen regel te zijn. Daarom houdt iedereen in onze FOD, van hoog tot laag, van Kris. Superintelligente mensen die bescheiden zijn, het komt o zo zelden voor.

Vrijdag 9 september 19.22 uur. Op mijn iPhone verschijnt een bericht van Lies: Kris is overleden. Trillend over mijn ganse lijf bel ik Lies, die amper uit haar woorden komt. “Hartaderbreuk”, hoor ik,  “catamaran”, en “51 jaar”. Mijn gemoed schiet vol. Na het directiecomité vertelde Kris ons dat hij de dag erop vrij had genomen. Hij wilde met het indian summer-weer de zee op met zijn vriend Filip. Zijn guitige ogen blonken nog meer dan anders. Kris zeilde, surfte en fietste. Hij wilde het altijd winnen van de elementen. Van mensen winnen hoefde niet zo nodig.

Hoe verschrikkelijk moet het geweest zijn voor Filip om te doen wat een bootvaarder nooit wil doen: vastlopen. Maar nu kon hij niet anders dan, volledig tegen zijn natuur in en met de moed der wanhoop, de boot doen stranden omdat de natuur het hart van zijn vriend abrupt had doen stranden. Diep vanbinnen wist hij dat geen reanimatie kon helpen.

Op maandag was er een stiltemoment voor Kris. Het moest niet georganiseerd worden. Mensen uit alle diensten van onze FOD contacteerden elkaar spontaan, fysiek en digitaal (ook daarvoor dank, Kris), en hielpen de collega’s om het immense verdriet te delen. Op dat soort momenten ben je nog meer trots op je mensen dan anders. Iemand zei: “Kris heeft het weer gedaan: mensen samenbrengen zonder veel woorden”.

Dat deed hij ook met zijn gitaar. Ik zag hem Deacan Blues spelen, dat aartsmoeilijke Steely Dan-nummer. Ik, die geen instrument de baas kan, was stikjaloers. Hij kon de solo’s van Joe Pass op Oscar Peterson’s Big 6 At Montreux moeiteloos meespelen. Die plaat uit 1965, met een meesterlijke Toots Thielemans, had zijn muzikale leven bepaald. Dat het album nooit op CD is uitgekomen, vond hij doodjammer want zijn vinylplaat was letterlijk kapot gedraaid. Ik had nog een intact exemplaar en digitaliseerde het voor hem. Kris reageerde alsof hij de lotto had gewonnen.

De nacht voor de begrafenis heb ik geen oog dichtgedaan. Ik moet toegeven, beste Kris, dat het niets met jou te maken had. Er dreigde over onze FOD een beslissing te vallen die bijzonder hard zou aankomen bij onze mensen. Maar wat me echt uit mijn slaap hield was dat ik niet betrokken was bij de ganse zaak. Mijn ego was geschonden.

Tijdens de begrafenis herinnerde ik me ineens die grijze regendag waarop  je me ooit uitlegde hoe moeilijk je om kon met mensen die hun ego belangrijker vinden dan het zoeken naar de beste oplossing. “Ego + persoonlijkheid = constant”, poneerde ik en de wetenschapper in jou schoot in een luide lach. Daar, in die visserskerk van Oostduinkerke, realiseerde ik me dat om jouw wijsheid ook maar enigszins te benaderen, ik nog een pak harder zal moeten werken aan de omzetting van mijn ego in persoonlijkheid.

Dat is wat je deed met mensen, Kris, je maakte ze Krisselijker.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 24 september 2016.

Je hoeft, tenzij je een vinylfreak bent, geen dure platenmarkten af te lopen om het fabuleuze Big 6 At Montreux te zoeken. Een niet genoeg te prijzen enkeling zette het in zijn totaliteit op youtube: http://tinyurl.com/z4ozhvr

Steely Dan – Deacon Blues: http://tinyurl.com/ojjl548

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie