Meisje van 18

The newspapers said

“She’s gone to his head

They look just like two Gurus in a drag”

Christ! You know it ain’t easy

You know how hard it can be

The way things are going

They’re going to crucify me

The Ballad Of John And Yoko, The Beatles, 1969

‘Wat doet een meisje van 18 wanneer ze praten wil met jou’, zongen Della Bosiers en Wim De Craene in 1977, het economische crisisjaar waarmee de jaren zestig abrupt eindigden.

Het toen breed gedragen gevoel van no future is dit meisje van 18, dat na de vakantie niet alleen aan de universiteit maar ook aan het echte leven zal beginnen, totaal vreemd. Of ik enige raad voor haar heb, vraagt ze. Nee, maar misschien wel een boek. Wat geef je een meisje van 18 dat uren zoet kan zijn met obscure sixties soulsingeltjes en ‘Magical Mystery Tour’ de beste film aller tijden vindt? ‘De jaren zestig’ van Geert Buelens, natuurlijk.

Het is een ronduit laffe daad. Want haar zomaar zeggen ‘it’s different for girls in a man’s man’s world’ en daarmee het stralende optimistische vuur in haar ogen blussen, durf ik niet. Misschien wordt ze via het briljante cultuurhistorische verhaal rustig naar dat besluit gevoerd.

Al kan de schok bijzonder groot zijn als ze pagina 800 bereikt en het ijzingwekkende verhaal van de blaming game leest dat Yoko Ono moest ondergaan na de split van The Beatles. Zij was ‘het kleine Japanse vrouwtje’ dat zich door te trouwen met John Lennon op perfide wijze op de kunstenkaart had gezet. Buelens wijst er fijntjes op dat vooraleer iemand iets had gehoord van The Beatles, Ono al samenwerkte met John Cage en Trisha Brown en een belangrijke figuur was in de beeldbepalende Fluxusbeweging.

Maar daar eindigde de blaming niet mee: toen Ono en Lennon hun haar kort knipten in 1970 heette het dat Ono haar meester volgde. Buelens: ‘Wanneer er iets spectaculairs of gaafs gebeurde, was het zijn idee en volgde zij hem. Wanneer er iets jammerlijks of belachelijks gebeurde, had zij het bedacht en volgde hij haar.’

Hopelijk las het meisje van 18 deze week niet het artikel van Geert Zagers over de zoveelste neergeknalde rapper xxxTencion in Knack Focus. In 2016 schopte en sloeg xxxTencion zijn zwangere vriendin tot ze niet meer kon zien. Haar getuigenis had het einde van zijn carrière moeten betekenen. Het werd een soort promocampagne. Zijn plaat belandde, te midden van alle controverse, op één in de Amerikaanse charts. Zijn ex-vriendin daarentegen werd permanent uitgescholden en bedreigd. Toen ze een crowdfundingactie opzette om haar beschadigde oog te laten opereren deden de fans van xxxTencion er alles aan om die te saboteren.

Het meisje van 18 leest De Tijd niet en dus is haar gelukkig de column ‘Wankelen op de glazen klif’ van Frederik Anseel niet onder ogen gekomen. ‘De glazen klif is de naam voor een psychologisch fenomeen waarbij een vrouw als leider naar voren wordt geschoven als de mannelijke leiders het allemaal niet meer weten. De situatie lijkt hopeloos. De gedoodverfde leiders houden zich angstvallig op in de schaduw of likken hun wonden in de wetenschap dat weinig eer te rapen valt in een verziekte situatie. De kans op falen en blijvende imagoschade is te groot’, schrijft Anseel en borstelt daarmee de toekomst van premier May.

Het meisje van 18 doorbladert Dag Allemaal alleen bij de kapper. Daar had ze deze week geen afspraak en dus is haar het interview van Ericsson-baas Saskia Van Uffelen ontgaan. De titel: ‘Het glazen plafond bestaat. Ook ik verdien minder dan mijn mannelijke collega’s.’ Saskia is een van de helden van het meisje van 18. Sinds deze week, toen ze haar hoorde in ‘De ochtend’, die een week lang topvrouwen opvoert, iets waar een aantal mannen grote problemen mee had. ‘Seksisme’, riepen ze.

Ik wens je een onbekommerde vakantie, meisje van 18!

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 juli 2018

Video The Ballad Of John And Yoko: https://www.youtube.com/watch?v=v-1OgNqBkVE

Video Joe Jackson – It’s Different For Girls: https://www.youtube.com/watch?v=KLDFG5vm5kA

Video James Brown – in a man’s man’s world: https://www.youtube.com/watch?v=juTeHsKPWhY

Frederik Anseel: https://www.tijd.be/opinie/column/wankelen-op-de-glazen-klif/10030381.html

Bloginterview van Raf Stevens met Saskia Van Uffelen: http://www.rafstevens.be/interview-met-saskia-van-uffelen-ceo-ericsson-belux/

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Taalslacht

Hypocrisy is the greatest luxury

Raise the double standard

‘Hypocrisy is the greatest luxury’, The Disposable Heroes Of Hiphoprisy, 1992

Een jaar gelden voerde de regering een verplicht taalexamen in voor alle leidinggevende federale ambtenaren. Tegen 1 november 2019 moet iedereen een goed taalrapport kunnen voorleggen. Voor niet-mandaathouders is het gevolg van een taalexamenbuis een verbod om hun personeelsleden te evalueren, wat de meesten veeleer als een cadeau dan als een sanctie zien. Voor de mandaathouders, directieleden die voor zes jaar worden aangesteld, is er de zwaarste sanctie: ontslag.

Achter de maatregel zit het correcte principe dat een leidinggevende functioneel moet kunnen communiceren met zijn medewerkers. Al bij de doorvoering van de Copernicushervorming in 2001 is de functionele tweetaligheid principieel opgelegd aan alle mandaathouders. Het is niet toevallig dat een Vlaams-nationalistische minister dit na 16 jaar een stringente regeling invoert. Het is ook niet toevallig dat zijn voorgangers dat niet nodig vonden. Er waren nooit klachten.
In de jaren zeventig, ik was beginnend en tijdelijk ambtenaar in de federale administratie, was dat wel even anders. Franstalige leidinggevenden die geen gebenedijd woord Nederlands begrepen, waren schering en inslag. De arrogantie en neerbuigendheid waarmee Nederlandstaligen werden behandeld, was stuitend. Ooit stond ik neus aan neus met een puur Franstalige baas nadat hij ons iets in de trant van ‘et pour les Flamands, la même chose’ had toegeroepen. Zijn eentaligheid had weliswaar voordelen. Had hij ‘gij vuurte stommekloot’ begrepen, dan was het gevolg iets zwaarder geweest dan een berisping.
In 2002 kwam ik aan het hoofd van de federale overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid en stelde ik vast dat de situatie totaal was veranderd. Toen ik stoutmoedig ordonneerde dat voortaan op de vergaderingen ‘chacun parle sa langue’ van toepassing zou zijn, werd ik net niet uitgelachen. Dat was al lang de praktijk in de meeste vergaderingen. En waar het niet gebeurde, sprak de Franstalige Nederlands en de Vlaming Frans. Uit collegialiteit.

Natuurlijk spreken ze niet het soort Frans en Nederlands waarmee je een taalexamen bij Selor passeert. Maar ze verstaan elkaar perfect. Bij evaluatiegesprekken was het niet anders. Tot nog toe moest daarbij een wettige tweetalige (sic) aanwezig zijn als de gesprekpartners niet tot dezelfde taalrol behoorden. Die zat er, op een uitzondering na, voor spek en bonen bij.

Omwille van het principe heeft minister Steven Vandeput dus een probleem opgelost dat er niet was. En heeft hij een echt probleem gecreëerd. Want wat blijkt? Van de zowat 500 leidinggevenden die de proeven al aflegden, zo’n 20 procent, slaagde niet de helft. Het eerste slachtoffer bij de mandaathouders viel al: een alom gerespecteerde en talentvolle mandaathouder bij de FOD Economie, over wiens Nederlands nooit een klacht is geweest. Met de huidige regeling dreigt de helft van de Vlaamse en 70 procent van de Franstalige mandaathouders zijn ontslag te krijgen. Na de totaal mislukte redesign van de federale overheid, een resem koninklijke besluiten die de administraties naar de papiertijd terugflitsen, volgt nu een slachtpartij onder topambtenaren. We zijn aardig op weg naar een efficiënte overheid.

Als het de regering menens is met het principe dat alleen kan worden geëvalueerd door een tweetalige, zullen we nog lachen. De voorzitters van de FOD’s worden geëvalueerd door hun ministers. Moet ik echt de namen opnoemen van ministers van wie je, zelfs als ze van een fonetisch opgemaakt spiekbriefje voorlezen, nog het raden hebt in welke taal ze spreken? Zullen we afspreken dat ministers die niet tweetalig zijn, ook meteen ontslag krijgen? Nee, natuurlijk, hypocrisie is de grootste luxe.

De Federale Auditdienst heeft net zijn eerste opdracht afgerond met een studie over de grootste risico’s bij de FOD’s. Daar staat taal niet tussen. De grootste risico’s zijn ondergefinancierde diensten, kennisverlies en onvoldoende stakeholdersbeleid. Hopelijk houdt een volgende regering zich bezig met de echte problemen in de overheid.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 29 juni 2018.

Video ‘Hypocrisy is the greatest luxury’: https://tinyurl.com/ydyh4g2u

In 2007 noemde ik de Raad van State staatsgevaarlijk omdat hij ongenuanceerd vier benoemingen van topambtenaren vernietigde wegens vormfouten. Welk bijvoeglijk naamwoord hoor je te gebruiken wanneer de helft van de topambtenaren gedecimeerd worden?

Simon Bekaert distilleerde uit onder andere mijn Raad van State-relletjes een mooie openingsrede: http://simonbekaert.be/wp-content/uploads/2012/07/Openingsrede-21-09-2012.pdf

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Wereldkampioen

Did you realize

That you were a champion in their eyes?

Kid Charlemagne, Steely Dan, The Royal Scam, 1976

Ieder jaar word ik geëvalueerd door mijn voogdijminister. Bij mijn aanstelling was dat om de drie jaar. Later om de twee jaar. Nu is het ieder jaar. Geen enkele mandaathouder vindt dat verstandig omdat van ons strategische resultaten verwacht worden, en dat krijg je niet in een jaar voor elkaar.

Het gevolg is niet alleen dat evaluaties een ritueel karakter kregen, maar ook dat dat de belastingbetaler geen beter bestuur maar vooral een dure factuur oplevert. Geen minister is geïnteresseerd in de evaluatie van zijn topmanager omdat die minister ook amper geïnteresseerd is in het gros van de activiteiten die zich in zijn ministerie afspelen. Die interesse is er alleen wanneer zijn eigen maatregelen uitgevoerd moeten worden of wanneer er in de pers klachten zijn over de werking.

Dus wordt de hele voorbereiding, uitvoering tot en met het schrijven van de eindconclusie overgelaten aan dure consultancybureaus. Vele leidinggevenden laten ook hun zelfevaluatie door gespecialiseerde bureaus schrijven. Evaluaties zijn dus much to pay about nothing.

In die zelfevaluatie moet de leidinggevende aantonen welke ‘inspanningen hij heeft geleverd voor het vergroten van zijn competenties’. Dat doe ik niet door naar congressen te gaan. Povere inhoud en veel te duur. Neen, het meest leer ik op de creative problem solving-sessies, die ik sedert 2009 drie keer per jaar bijwoon. Daar komen een tiental managers luisteren naar een reëel probleem of opportuniteit van een van de leden en worden er aanbevelingen geformuleerd. Natuurlijk is alles confidentieel.

Niet direct rocket science, zult u zeggen, maar het geniale zit hem in de formule en in de samenstelling van de groep. De deelnemers zijn Belgen en buitenlanders, komen uit alle mogelijke branches, van bijna aandoenlijk maatwerk tot duizelingwekkende artificiële intelligentie. Ze hebben de meest verschillende opleidingen, ervaringen en opdrachten. Alles is gericht op het uitwisselen van zo veel mogelijk ervaringen. Daarom mag na de ochtendlijke uitleg van de casus niet onmiddellijk overgegaan worden tot aanbevelingen. Dat gebeurt pas tussen 16 en 17 uur.

Eerst wordt nagegaan of de casuseigenaar wel de juiste probleemstelling formuleerde. Geheel terzijde, dat is bijna nooit het geval. Tunnelvisie, heb ook ik tijdens mijn casussessie mogen ervaren, is een zware beroepsmisvorming. Daarna vertelt elk van de deelnemers over zijn ervaringen in gelijkaardige situaties. Dat heeft me een onuitputtelijke schat aan kennis, vooral over wat je niet moet doen, en inzichten opgeleverd die onze federale overheidsdienst zeer ten goede is gekomen. Natuurlijk vergt dat alles een grote bereidheid om jezelf bloot te geven en om flink uitgedaagd te worden.

Met mijn komst deed ook de publieke sector zijn entree in de groep. Na negen jaar zijn we tot de verrassende conclusie gekomen dat er bijzonder weinig verschil is tussen het managen van privébedrijven en overheidsinstanties. Natuurlijk zijn systemen, processen en indicatoren belangrijk, maar niet half zo belangrijk als mensen laten samenwerken. Mensen kun je niet veranderen, hun gedrag wel, leerden we samen.

De verschillen tussen de privésector en de overheid zijn evenwel gigantisch als we het over visie, strategie en governance hebben. Eergisteren nog keek de hr-verantwoordelijke van een bedrijf met 16.000 werknemers me verbijsterd aan toen ze hoorde dat de leidinggevenden van onze ministeries nog nooit van enig premier of topminister gehoord hadden wat ze van hen verwachten, laat staan dat hen ooit gezegd was waar we met de overheidsadministratie binnen 10 jaar moesten staan. ‘Dat is alsof mijn CEO nooit met de voorzitter van de raad van bestuur zou spreken! Poor Belgium’, riep ze uit. En dan, om me enig soelaas te geven: ‘Misschien worden jullie wel wereldkampioen.’

 

Bijschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 16 juni 2018.

Video Kid Charlemagne: https://www.youtube.com/watch?v=jJ9Xk-VoGqo

Kanye West herbruikte de Steely Dan-song ingenieus in zijn song Champion (Graduation, 2007): https://www.youtube.com/watch?v=xfcPbkVjja4

Informatie over CPS-sessies: https://www.ubeon.com/nl/cocreate/intervisie/creative-problem-solving/cps-2030

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kleurendruk

God is busy! May I help you?

God is busy! May I help you?,‘We came to take your jobs away’, Kultur Shock, 2006

De jongste maanden overkwam het me niet meer – de dash, weet je wel, of beter het vervlieten ervan. Maar vooral in het eerste regeringsjaar is het wekelijks van dattum: een minister met opgetogen stem, een kabinetschef met sterretjes in de ogen of een kabinetsattaché met promotie in zicht die me mededeelt van een schitterend plan te zijn bevallen.

Uiterst zelden wordt gevraagd het kleinood aan het oordeel van mijn experts te onderwerpen, zo zeker is men van de genialiteit van het idee. Deze week leerde ik van Rik Torfs dat in de 148 jaar sinds de invoering ervan de onfeilbaarheid van de paus maar één keer is ingeroepen. Dit is wel anders op ministeriële kabinetten, waar ze zich meer verzekerd voelen van de correctheid van de ideologische dogma’s dan in het Vaticaan en waar het eigen gelijk pontificaler wordt uitgeschreeuwd dan een hedendaagse paus ooit zou durven.

Mochten onze experts echt worden bevraagd, dan zouden ze er in de meeste gevallen op wijzen dat het ideetje al vier keer is uitgeprobeerd en telkens een totale flop is gebleken. De reden: te vanzelfsprekend. Hun ervaring is dat logische oplossingen nagenoeg nooit werken, dat innovatie nooit de rechte weg tussen twee punten is maar een verrassende kronkelbaan.

Eén vraag werd de afgelopen 16 jaar nooit of te nimmer gesteld: zijn je mensen intens betrokken bij de federale overheidsdienst? Laat staan dat ooit zou zijn gepeild of mijn mensen wel bevlogen zijn.

James Baron, professor arbeidssociologie aan de Berkeleyuniversiteit, is ervan overtuigd dat dit soort vragen het best geschikt zijn om de kans op slagen te meten. Hij volgde acht jaar lang een paar honderd start-ups in Silicon Valley Hij was vooral geïnteresseerd in de oorspronkelijke organisatiemodelkeuzes, die hij blauwdrukken noemt. Hij ging na hoe en op basis waarvan mensen worden gerekruteerd, wat men (niet) deed om ze ook in dienst te houden en hoe men mensen (niet) aanstuurde om de bedrijfsdoelen te halen. Baron vond vijf soorten blauwdrukken.

Je zou denken dat ministeries bij het uitvoeren van de plannen van hun ministers vallen onder wat Baron de bureaucratische blauwdruk noemt. Maar bij nader inzien blijkt het de autocratische blauwdruk te zijn. Beide systemen huren mensen in voor hun skills en in beide systemen worden mensen top-down en zeer formeel aangestuurd. Het verschil zit in hoe werknemers worden aangetrokken. Bij de bureaucratische blauwdruk worden mensen aangetrokken met het vooruitzicht interessant werk te kunnen verrichten. Bij degenen die zweren bij de autocratische aanpak is dat simpelweg het loon. Baron beschrijft de cultuur treffend als ‘I pay. You work’.

Noch de bureaucratische noch de autocratische blauwdruk is succesvol. De meest succesvolle formule is die van de betrokkenheidsblauwdruk. Geen enkel bedrijf dat zich op die leest had geschoeid, ging overkop. Baron vond een grote schaduwzijde bij betrokkenheidsbedrijven. Na enkele jaren vlakt het succes af. De reden is groepsdenken waar stilaan stokkende geslotenheid insluipt, de schrik om de betrokkenheid te schaden door kritiek te geven. Onderliggend is het onvermogen om voldoende diversiteit (in persoonlijkheid, niet in skills) aan te trekken en te behouden.

Vanwege de vele regeltjes, de stringente diploma-eisen en de oneindige procedures, resultaat van het mechanisch denken over objectiviteit en neutraliteit, is diversiteitsrekrutering een bijna onbegonnen opdracht voor overheidsmanagers die de durf hebben een betrokkenheidscultuur te introduceren.

En natuurlijk staan kabinetschefs niet te springen voor mensen die in een onbedaarlijk lachen losbarsten als ze hen mededelen dat het de minister, in zijn oneindige wijsheid, behaagd heeft te beslissen dat…

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 2 juni 2018.

Video Kultur Shock https://www.youtube.com/watch?v=QDM1We21kwQ

Studie van James Baron : https://cmr.berkeley.edu/documents/sample_articles/2002_44_3_4776.pdf

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Eetlust

I don’t mean to brag
I don’t mean to boast
But we like hot butter
On your breakfast toast.
The Sugarhill Gang, Rappers Delight, Sugarhill Gang, 1980

Na dit weekend mogen onze eersteklassevoetballers op vakantie. Zo kalm als het wordt op de grasmat, zo hectisch wordt het in het clubmanagerkantoor. Er moeten spelers verkocht maar gekocht worden. De tijd dringt, de gegadigden zijn veelvoudig, het talent schaars.

“Met spijt in het hart zullen we moeten afscheid nemen van één van onze beste spelers”, zegt de ervaren manager die heimelijk hoopt op een overdreven transfersom. “Hij gaat een glorieuze toekomst tegemoet”, verkondigt hij alwetend, al is hij zich er perfect van bewust dat roemloos bankzitten statistisch gezien een vele keren grotere waarschijnlijkheid is.

Maar er moet vooral gekocht worden. De beep van de zoveelste aanbiedingsmail van een topmakelaar wordt even genegeerd, de onuitspreekbare namen van drie potentiële keepers gememoriseerd en de scoutingfiches nog eens doorgenomen.

De fiches van de potentiële aanwinsten bulken van voetbalslangtermen als wendbaarheid, snelheid, grinta, tweevoetigheid, kopsterkte en spelinzicht, waar de ExtraTime-vierschaar zo oeverloos maar heerlijk kan over dooremmeren.

Het zou me benieuwen mocht tussen alle excesssheets, die scouting officials meticuleus van cijfertjes tot ver achter de komma voorzien, ook een rigoreus antwoord schuilen op de vraag of de uitzonderlijk getalenteerde voetbalkunstenaar wel even goed kan excelleren in een andere team?

Daarom mag ik alle voetbalmanagers die ons land rijk is het boek “Chasing Stars, The Myth of Talent and the Portability of Performance” van Boris Groysberg aanbevelen. Groysberg zag dat bedrijven in een meedogenloze strijd verwikkeld zitten om de grootste talenten elders weg te plukken. Alleen dan kon de concurrentie verslagen worden. Het lijkt gezond verstand.

Groysberg wilde het toch eens onderzoeken. Hij bestudeerde meer dan duizend topanalisten bij de meest gerenommeerde investeringsbanken in Wall Street. Om zeker te zijn van zijn bevindingen interviewde hij er meer dan tweehonderd. Hij stelde vast dat topanalisten die van firma veranderen een onmiddellijke en blijvende prestatiedaling vertoonden. Hun vorige uitmuntendheid bleek veel meer dan van hun onmiskenbare talenten af te hangen van de bedrijfscultuur, bedrijfsnetwerken en collega’s. Sommige topanalisten behielden wel hun niveau. Nagenoeg steeds omdat samen met de ster ook een deel van het team was getransfereerd.

Groysberg bestudeerde ook investeringsbanken die niet op talentenjacht gingen maar kozen voor groei en ontwikkeling van eigen sterren. Het bleek pakken succesvoller.
Een gratis tip voor Mannaert, Louagie, Devroe en C°: in het laatste hoofdstuk van zijn boek legt Groysberg uit hoe je zijn bevindingen kunt toepassen op (American) football.

In het januarinummer van de Harvard Business Review bewijst diezelfde Goysberg dat cultuur niet alleen primordiaal is voor individuele prestaties maar ook voor de organisatieresultaten. Goede tot excellente resultaten komen er alleen wanneer bedrijfsstrategie en leiderschap perfect samengaan met de bedrijfscultuur. Goysberg definieert cultuurvormen die evolueren van orde, veiligheid, autoriteit en resultaatsgericht naar plezier, leren, hogere doelstelling en zorgzaamheid maar ziet vooral tussenvormen.

Het lijkt voor de hand te liggen dat verzekeringsmaatschappijen voor een cultuur zorgen die tussen orde en zorgzaamheid pendelt en voetbalclubs combinaties kiezen die tussen resultaatgericht en plezier liggen.

Het tekent Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert (voorzitter en manager van Club Brugge) dat ze doorhadden dat het niet volstond een krachtige strategie uit te bouwen, maar dat er een gedragen, allesdoordringende, blijvende en impliciete cultuur nodig is bij alles en iedereen die tot de club behoort. Hier en daar wordt er besmuikt lacherig gedaan over “No sweat, no glory” maar het is een onverkorte meesterzet. Niet zozeer omdat de slogan goed klinkt en perfect gedijt in West-Vlaamse grond maar vooral omdat het de vlag is die een doorleefde bedrijfscultuur dekt waar gedurfd gekozen wordt voor een nog niet gelauwerde trainer, waar onvermoeibare teamspelers als Timmy Simons en Ruud Vormer totemspelers zijn en waar fors geïnvesteerd wordt in de community.

“Culture eats strategy for breakfast” is waarschijnlijk apocrief toegeschreven aan managementgoeroe Peter Drucker maar het snijdt onmiskenbaar hout.

One last thing: de “glory” in de blauwzwarte slogan is de schaakmatzet. Het alludeert op meer dan titels en bekers. Er is een hoger doel. John O’Brien, auteur van The Power of Purpose, zou wel eens gelijk kunnen hebben wanneer hij stelt: “Culture eats strategy for breakfast but culture gets its appetite from purpose.”

Naschrift

Deze tekst is (verkort) verschenen in De Tijd van 19 mei 2018.

Video Rappers Delight: https://tinyurl.com/y9t6lbf8

Rappers Delight is het hiphop-oernummer.

De teksten zijn hilarisch. Luister alleen al hoe ze “derriere” uitspreken:
https://genius.com/Sugarhill-gang-rappers-delight-lyrics

Harvard Business Review: https://www.spencerstuart.com/~/media/pdf%20files/research%20and%20insight%20pdfs/the-leaders-guide-to-corporate-culture.pdf

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Killer robots

Things are going great, and they’re only getting better
I’m doing all right, getting good grades
The future’s so bright, I gotta wear shades

Timbuk 3 – The Future’s So Bright, I Gotta Wear Shades, single, 1986

‘België en Vlaanderen moeten eindelijk eens een onafhankelijk instituut oprichten voor toekomstverkenning, zoals in Nederland en Frankrijk. En dus een waarnaar geluisterd moet worden en dat thema’s op de politieke agenda kan plaatsen.’ Dat stelden Derrick Gosselin en Bruno Tindemans, de auteurs van prachtboeken als ‘Toekomstmakers’ en ‘Thinking Futures’ deze week in De Tijd. Dat instituut zou de impact van de klimaatverandering, de migratiestromen, de vergrijzing, de energietransitie, de waterschaarste en het gebrek aan zeldzame grondstoffen bestuderen. Samen met Peter De Keyzer (eveneens in De Tijd) stellen ze vast: dit land heeft geen plan.

Impliciet is dat ook de stelling van een groep briljante mensen rond Luc Steels die deze week hun advies over de mogelijke impact van artificiële intelligentie (AI) aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten voorstelden. Het document overstijgt met gemak de gemakzuchtige thema’s ‘killer robots’ en ‘volledige werkloosheid’ die in onze media overheersen als ze over de vierde industriële revolutie berichten.

In ‘Life 3.0’ beschrijft de Zweeds-Amerikaanse professor Max Tegmark (MIT) hoe de media de open brief die 8.000 AI-kenners ondertekenden, interpreteerden. De titels spreken boekdelen: ‘Elon Musk en Stephen Hawking willen robotopstand voorkomen’, ‘Hal 9000’ en ‘Terminator’. Uiteraard zijn de AI-vorsers zich bewust van de gevaren die zich kunnen voordoen, maar ze zien ook de enorme mogelijkheden. ‘Het ligt voor het eerst binnen onze mogelijkheden een technologie te ontwikkelen die krachtig genoeg is om voorgoed een einde aan eeuwige plagen zoals armoede, ziekte en oorlog, of aan de mensheid zelf te maken. We zouden samenlevingen kunnen creëren die een ongekende voorspoed doormaken, maar ook een kafkaiaanse mondiale politiestaat.’

Tegmark wil met zijn Future For Life-instituut de ethische grondslag voor een goedaardige AI-ontwikkeling vastleggen. Dat moet nu gebeuren, want bij het intreden van singulariteit (het moment dat niet-menselijke intelligentie de menselijke overtreft) zal daar geen tijd meer voor zijn als gevolg van de wet van Moore. Die stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke twee jaar verdubbelt. De rekenkracht die dan kan worden ontwikkeld laat niet-menselijke intelligentie in nanoseconden doen waar wij mensen nu een eeuw voor nodig hebben.

Nial Ferguson stelt in zijn ‘The 100-Year Life’ dat een Japans kind geboren in 2007 50 procent kans heeft te leven tot zijn 107de. En dat zelfs zonder superintelligentie, maar voortgaand op de trend waarbij de mensheid sedert 1840 statistisch haar levensverwachting ieder jaar met drie maanden ziet vooruitgaan en op de evoluties in de gezondheidszorg. Hij argumenteert dat we dringend moeten afstappen van onze huidige drietrapslevensopbouw met opleiding, werk en pensioen. Zouden de politici die nu al op een onwaarschijnlijk amateuristische wijze omgaan met het rapport van de pensioencommissie daar interesse voor hebben?

Zouden ze überhaupt rekening houden met de adviezen van een Instituut voor Toekomstverkenning. Zouden ze wel kunnen leven met een onafhankelijk instituut? Weinig waarschijnlijk als je ziet hoe zuur de verhoudingen zijn tussen regeringsleden en bestaande onafhankelijke overheidsinstituten en kenniscentra.

Je kunt je natuurlijk ook de vraag stellen of toekomstverkenning nog op het niveau van kleine natiestaten kan en moet worden georganiseerd. Gezien de voorsprong die de Verenigde Staten en Canada nu al op ons hebben inzake toekomstverkenning lijkt het voor de hand te liggen om een Europees Instituut voor Toekomstverkenning op te zetten.

China heeft al lang door hoe belangrijk toekomstscanning is en welke rol AI daarin zal spelen. Chinese studenten die tien jaar geleden afstudeerden bij Max Tegmark togen als vanzelfsprekend van Boston naar Silicon Valley. Nu gaan ze allemaal terug naar hun geboorteland.

Naschrift:

Video Timbuk 3 – The Future’s So Bright, I Gotta Wear Shades: https://www.youtube.com/watch?v=8qrriKcwvlY

Standpunt Derrick Gosselin en Bruno Tindemans: https://www.tijd.be/opinie/algemeen/maak-het-beleid-toekomstbestendig/10000863.html

Luc Steels & C° – Impact van artificiële intelligentie – Rapport aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten: http://www.kvab.be/nl/standpunten/artificiële-intelligentie

Peter De Keyzer – Dit land heeft geen plan https://www.tijd.be/opinie/column/dit-land-heeft-geen-plan/9997153.html

Mooi overzicht van de discussie over singulariteit: https://tinyurl.com/y8ott8s5

Twee jaar na de samenkomst in Puerto Rico vond een tweede A.I-topbijeenkomst plaats in Asilomar. Daar geraakte men het eens over 23 principes. https://tinyurl.com/y96klxte

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Marcel

Sei bemüht in dieser Zeit,
Seele, reichlich auszustreuen,
Soll die Ernte dich erfreuen
In der reichen Ewigkeit,
Wo, wer Gutes ausgesäet,
Fröhlich nach den Garben gehet
Johann Sebastian Bach – Sei Bemüht In Dieser Zeit (Barmherziges Herze Der Ewigen Liebe)

Op 17 juli 2017 viel een bijzonder mailbericht bij mij binnen. Niet zozeer omdat de afzender zich RNP0026737C70BF noemde, maar omdat het een handgeschreven brief bevatte van Marcel Storme, veertig jaar geleden mijn professor procesrecht. Hij vond mijn column Belziekske “voortreffelijk”.

Het kan verwonderen dat iemand die omschreven wordt als een Vlaamsvoelende Christendemocraat zich kon vinden in de aanklacht “dat niemand durfde te zeggen dat de opeenvolgende regionaliseringsgolven tot ingewikkelde en elkaar blokkerende overheidsstructuren hebben geleid, dat Vlaanderen zijn burgers even afstandelijk en bureaucratisch behandelt als het federale België dat doet, en dat zijn burgers opgezadeld zitten met een van de duurste bestuurssystemen in de wereld”.

Wie ooit les van hem kreeg zal er niet van opkijken. De professor had wel over meer dingen een verrassende opinie. In een van zijn colleges in het studentenjaar 1969-70 poneerde hij dat het rechtsbestel er niet in slaagde om de rechten van gewone mensen te garanderen. “Het is aan jullie om daar iets aan te doen”, zei hij. Twee jaar later was de Gentse Wetswinkel een feit en niet veel later hing boven de statige ingang van het justitiepaleis de slogan “Hier heerst klassenjustitie”. Het moet de waardige professor wel opgevallen zijn tijdens zijn dagelijkse tocht van de Coupure naar de Universiteitsstraat en hij heeft zonder twijfel goedkeurend gemonkeld.

Het was niet de eerste keer dat ik door hem geprezen werd. Dat deed hij iets meer dan veertig jaar geleden ook. Ik legde als laatste examen af bij hem. Er was dus nog tijd voor een kleine babbel. Hij feliciteerde me voor mijn inzet in de wetswinkel. “Rechtshulp is een mensenrecht”, zei hij gewichtig. “Daarom was ik zo ongelukkig met de beslissing van de Orde van Advocaten die alle leden van de Balie de medewerking met de Wetswinkel verbiedt”. Zijn onvrede was principieel maar ook ingegeven door de vrees dat “onrijpe” rechtenstudenten de “gewone mensen” die hen hun problemen voorlegden wel eens in nog grotere problemen konden brengen door onjuiste adviezen.

Ik kon hem geruststellen: iedere donderdagavond zaten de wetswinkeliers samen met “bevriende” advocaten om onze adviezen te bespreken. Hij keek even over zijn altijd laaghangende brillenglazen, “die langharige confraters die zoveel kritiek op ons hebben, zeker?” en schoot in een lach. “Humor is ook een mensenrecht”, schokschouderde hij. Marcel Storme had een magnifieke lach. En hij had altijd een citaat klaar. Toen was het “Criticism is not agreeable, but it is necessary”.

Het moet niet altijd Churchill zijn. In zijn briefje citeert hij Kapitein Haddock uit Kuifje om de huidige politieke wereld te schetsen (“bochi-boezoek”) en bovenaan op zijn briefpapier prijkt “Indignez-Vous” (Hessel) en “Wij moeten strijden tegen globalisering van de onverschilligheid” (Paus Franciscus s.J.).

Barmhartigheid moeiteloos met sociale verontwaardiging laten samengaan, het tekent de man ten voeten uit. Veel van mijn vrijzinnige vrienden verstaan mijn bewondering niet voor mensen zoals Marcel Storme, Johan Bonny of Mieke Van Hecke omdat er zovele zaken zijn, euthanasie en abortus om niet de minste te noemen, waar we helemaal anders over denken. Het is maar wat je echt belangrijk vindt: morele superioriteit of authenticiteit.

Afgelopen woensdag berichtte de krant dat Marcel Storme is overleden. Ik voelde me schuldig. Al maanden ligt hier een exemplaar van mijn recentste boek met een persoonlijke opdracht aan de man die trots was dat ik zijn oud-student was. Als ik nog eens langs de Coupure kwam zou ik het bij hem binnenschuiven. Keer op keer vergat ik het. En nu kan het niet meer.

Misschien doe ik het toch, met een opdracht voor zijn kleindochter Emma, die samen met haar “grootva” een aangrijpend interview gaf aan Tertio. “Wanneer mijn kleinkinderen examens hebben, bid ik voor de heilige Geest. Pinksteren is voor mij de belangrijkste zondag van het kerkelijke jaar; belangrijker dan Kerstmis en zelfs dan Pasen”, laat hij daar optekenen. Marcel Storme heeft Pinsteren niet gehaald. Emma zal dit jaar zonder de voorspraak van haar grootva door de examens moeten.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 7 april 2018.

Video Sei Bemüht In Dieser Zeit https://www.youtube.com/watch?v=0n1yjJhJQt0

Het dubbelinterview Marcel Storme en zijn kleindochter Emma in Tertio: http://www.tertio.be/magazines/863/artikels/“we%20zien%20pieter%20ooit%20terug”

Mijn column Belziekske: https://www.tijd.be/opinie/column/Belziekske/9914272

Brief Marcel Storme

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen