Knoopvast

You’ve got to accentuate the positive

Eliminate the negative

Latch on to the affirmative

Don’t mess with Mister In-Between

Ac-Cent-Tchu-Ate The Positive, Johnny Mercer And The Pied Pipers, Single, 1944

https://www.youtube.com/watch?v=IBNMJwr1mzM

Als u binnen twee jaar in het colonnetje links onderaan op pagina 21 van uw krant leest dat Alona Lyubayeva gelijk kreeg van de Raad van State, zal u dan nog weten wie ze is? Weet u het eigenlijk vandaag nog? Even influisteren: “diversiteitsambtenaar?” Bij sommigen zal een lichtje opgaan: oh ja, die vrouw die ruzie kreeg met Minister Homans en daarom de laan werd uitgestuurd.

Zo vanzelfsprekend vinden we het dus in ons land dat een overheidsmanager de bons krijgt omdat zijn of haar minister haar te kritisch vond.

Verleden week kreeg ik bakken kritiek over mij, toen ik als reactie op het “Homans stuurt topambtenaar de laan uit wegens te kritisch”-artikel in Het Nieuwsblad , “Als je niet kunt winnen met argumenten, je macht ge/mis?bruiken” tweette.  Ik hoorde te zwijgen want ik kende immers het dossier niet.

Dat hoefde ook niet. De minister had een eerlijke evaluatie al onmogelijk gemaakt door “Barbertje moet hangen”-uitspraken te doen vooraleer de Vlaamse regering zich over het dossier kon uitspreken. Zoiets is gevonden eten voor media die hun lezers kunnen laten smullen van een robbertje  moddervechten tussen een ministeriële brokkenpiloot met te veel vliegtuigen en een niet om straffe uitspraken verlegen zittende topambtenaar.

Diezelfde media laten spijtig genoeg na te wijzen op het feit dat overheidsmanagers geëvalueerd moeten worden op basis van het behalen van de afgesproken resultaten, en niet op grond van hun meningen. Natuurlijk kan een topambtenaar zich sommige uitspraken niet veroorloven. Maar dan geldt de tuchtregeling. Als een minister een topambtenaar een negatieve evaluatie geeft omdat die onwelkome meningen verkondigt, bezondigt hij zich aan wat administratief rechterlijk “machtsafwending” wordt genoemd. Dat is, in mensentaal, je macht gebruiken voor iets anders dan waar het is voor bedoeld.

Even deze mijmering: stel dat mevrouw Lyubayeva zich nooit had geprofileerd in de media, zich steeds moeiteloos achter de stellingen van haar minister had gesteld en stel dat ze haar resultaten amper haalde. Denkt u dat de minister haar ontslag zou gevraagd hebben?

Ik durf met grote stelligheid zeggen: no way. Laat ons wel wezen, deze stelling heeft niets met mevrouw Homans te maken, maar met de vaststelling dat als er al eens een topmanager afgeserveerd wordt dit nooit is omdat hij zijn resultaten niet haalde. Topmanagers sneuvelen omdat ze geen genade vinden in de ogen van de voogdijminister. Sluwe ministers bekritiseren de topambtenaar die hen op de zenuwen werkt niet publiekelijk maar speuren het rapport van het gespecialiseerd bureau die de evaluatie voorbereidt  af op elementen die een negatieve beslissing mogelijk maken.

Ook in de zaak Lyubayeva werd op dezelfde wijze gespind. Zo  zouden er een paar ambtenaren naar de vertrouwenspersoon gestapt zijn met klachten. So what? Toon me één dienst waar dit niet gebeurt. Persoonlijk kreeg ik twee keer een klacht van pesten aan mijn broek van ambtenaren die ik nog nooit had ontmoet. Achteraf bleek dat ze  misnoegd waren omdat ze een promotie misliepen.

Dat brengt me moeiteloos bij het tweede gedeelte van mijn druk becommentarieerde tweet van verleden week: “Evaluaties zouden nooit door ministers mogen gebeuren.” Evaluaties  gebeuren op basis van een bestuursovereenkomst die de overheidsmanager met zijn minister afsluit. Zowel minister als minister zijn dus partij. Maar de minister is ook rechter want hij kan beslissen of de topambtenaar de afspraak nakwam. Zou u het correct vinden als u een bouwcontract tekent met uw aannemer en dat u bij betwisting geconfronteerd wordt met diezelfde aannemer als rechter? Ik dacht het niet.

Het vele geld dat nu gespendeerd wordt aan bureaus die de ministers bijstaan in het maken van evaluaties kan beter geïnvesteerd worden in een team van professionele evaluatoren die op basis van objectieve gegevens vaststelt of overheidsmanagers de opgelegde doelstellingen halen. Natuurlijk mogen dat geen (gewezen) overheidsmanagers zijn, want dan verzeilt men in een even verwerpelijk spiegelbeeld van de huidige situatie. Maar er lopen op de Vlerick Businessschool, de Antwerp School of Management, het Leuvense Instituut van de Overheid en bij de in evaluatie gespecialiseerde bureaus genoeg topspecialisten rond die deze klus eerlijker, beter en goedkoper kunnen uitvoeren.

De meeste ministers zouden dit toejuichen want ze haten de tijdrovende evaluatieprocedures, die ze terecht als niet essentieel voor hun opdracht ervaren. Een klein aantal ministers zullen met tegenzin vaststellen dat ze met objectieve evaluaties  het beste drukkingsmiddel verliezen om topmanagers te disciplineren en minder koosjere dingen voor zichzelf en hun kabinet af te dwingen.

Niet alle overheidsmanagers zullen staan springen van geluk bij de invoering van objectieve  evaluaties.  Zij die ondermaats presteren zullen heftig tegen zijn omdat ze dan hun hachje niet meer kunnen redden door onderdanig alle wensen van de minister in te willigen.

Maar de meeste topambtenaren zouden zich bevrijd voelen. Met iedere overheidsmanager of ambtenaar die voor de bijl gaat na een procedure waar de schijn van partijdigheid en het vermoeden van partijwraak van afdruipen, stijgt de onrust over de verlenging van het eigen mandaat en wordt de aandrang om moedig mondig te zijn kleiner. Erger nog, goede ambtenaren denken nu twee maal na vooraleer ze zich kandidaat stellen voor een risicovolle mandaatfunctie en gedreven privé-managers zijn nog minder geneigd zijn om naar de overheid over te stappen. Het gevaar van kwaliteitsverlies bij het toppersoneel van onze overheidsorganisaties is verre van denkbeeldig.  Zo wordt het ingewikkeld netwerk van checks and balances waarmee de kwaliteit  van de rechtstaat  wordt gemeten, weer een beetje minder knoopvast.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 9 april 2017.

Video Ac-Cent-Tchu-Ate The Positive, Johnny Mercer And The Pied Pipers: https://www.youtube.com/watch?v=IBNMJwr1mzM

Mercer schreef de tekst, de muziek was van Harold Arlen, ook verantwoordelijk voor juweeltjes als Get Happy, I Gotta Right To Sing The Blues, Happiness Is A Thing Called Joe, For Every Man There’s A Woman (het was duidelijk een pre-LGBT-tijd), Don’t Like Goodbyes,  Between The Devil And The Deep Blue Sea, Blues in The Night, As Long As I Live en het wonderbaarlijke Come Rain Or Shine, waar John Coltrane een geheel eigen weerprogramma van maakte http://tinyurl.com/ltd3dgx

Het nummer is geschreven voor de musical Here Come The Waves met Bing Crosby in de hoofdrol. Bing nam het nummer hetzelfde jaar al op, samen met de The Andrews Sisters en had er een enorme hit mee: https://www.youtube.com/watch?v=5Qk9o_ZeR7s

Hij was niet de enige. In 1945 volgden al versies van Kay Kaiser http://tinyurl.com/lcf8ecd , Dinah Washington en Artie Shaw http://tinyurl.com/l7vuqa2

De stroom is nooit gestopt:

Aretha Franklin http://tinyurl.com/mly9lvm

Roy Hamilton http://tinyurl.com/mn9ewgb

Perry Como http://tinyurl.com/mok7ayb

Dave Van Ronk http://tinyurl.com/kp296zf

Al Jarreau http://tinyurl.com/n352qfl

The Puppini Sisters doen alsof ze in 1925 geboren zijn, maar hun versie dateert uit 2016 http://tinyurl.com/lcxnryb

Voor Oscar Peterson werd het een signatuursong http://tinyurl.com/mre7fvb

Songs worden evergreens wanneer je ze in alle mogelijke genres terugvindt. Je zou zweren dat het oorspronkelijk  een countrynummer was als je Willie Nelson’s versie hoort http://tinyurl.com/nxuf8mt

En het kan zelfs in punkkledij: The Vindictives http://tinyurl.com/mon34d6

Jools Holland overtuigde Rumer om het nummer uptempo op te nemen met zijn big band: http://tinyurl.com/kdcr3lv

Maar de briljantste uitvoering is natuurlijk van grootmeester Dr. Johnhttp://tinyurl.com/m5x3wgh

Al moet ik wel toegeven dat Paul McCartney een bijzonder eervolle versie neerzette (met Diana Krall) http://tinyurl.com/mvln7o8

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Briefworstelling

The Department Of Dead Letters, David Sylvian, Manafon, 2009

Toen Serge Kubla een paar weken geleden voor de Kazachgate-commissie moest verschijnen, was hij bijzonder verwonderd vragen te krijgen over zijn brief aan de voorzitter van de commissie Naturalisaties. Daarin had hij aangedrongen om het verzoek tot naturalisatie van Chodiev ‘met welwillendheid’ te benaderen. “Mijn vrouw en ik waren bij Chodiev op de koffie geweest, zoals dat gaat tussen buren. Hij had me gezegd dat hij de Belgische nationaliteit wilde, omdat hij door zijn afkomst voor elke reis een visum moest aanvragen. Ik heb hem gezegd dat ik een brief zou schrijven naar Eerdekens. Zoals ik in die tijd honderden brieven schreef voor mensen die werk of een sociale woning zochten. De commissie Naturalisaties kreeg tientallen zulke brieven, en die zijn allemaal verticaal geklasseerd” (De Standaard 9 maart).

Als hij zo’n veelschrijver was, dan zal ik indertijd ook van Kubla wel eens een aanbevelingsbrief gekregen hebben om iemand aan werk te helpen in onze Federale Overheidsdienst. Iedere maand vielen er tientallen zulke smeekbedes in onze brievenbus. In alle formaten, in alle kleuren, van alle partijkleuren ook, en steeds werd mijn “welwillendheid” gevraagd. Ik werd er pisnijdig van. Dachten die briefschrijvers nu echt dat ik zo’n corrupte vent was die wel oren had naar politieke of andere voorspraak, mogelijk met de idee dat er ooit wel iets terug zou vloeien? Dachten die mensen werkelijk dat er ambtenaren louter willekeurig gerekruteerd werden?

Neen, bleek na een aantal telefoontjes die ik pleegde met een paar van die briefschrijvers. Net als Kubla, gingen ze er van uit dat de brieven verticaal geklasseerd zouden worden. Maar ze verwachtten wel een vriendelijk antwoord, liefst iets in de trant van “de kandidatuur van uw beschermeling zal met de grote zorg behandeld worden”. Dan konden ze een kopie van de brief naar hun beschermeling opsturen. De ganse brievencarrousel werd dus opgezet zonder enige hoop op tewerkstelling maar met grote hoop op een stem bij de volgende verkiezingen.

Toen ik een kleine Zerkegemnaar was hoorde ik geregeld dat iemand die vergeefs op de goedkeuring van zijn pensioen wachtte de raad kreeg de burgemeester op te zoeken want die kende wel iemand in Brussel die hem kon helpen. Volgens de overlevering hield een pensioenambtenaar het pensioendossier on hold tot hij een signaal van de burgemeester kreeg. Deze laatste werd overladen met warme bedankjes bij de eerste storting van het pensioen en wist zich verzekerd van de stem, niet alleen van de pensioengerechtigde, maar van de uitgebreide familie. De Brusselse ambtenaar wist zich verzekerd van een maandelijkse kist sigaren en wijn. Iedereen tevreden. Ik ben er nooit achter gekomen of het verhaal echt of apocrief was, maar met de jaren borg ik die verhalen op in de map “Zerkegemse stadsverhalen”.

Toen ik, vele decennia later, als baas van een overheidsdienst, kennis maakte met de brievencarrousel rond tewerkstelling, bekroop me de vraag of ik de kwestie niet te snel verticaal geklasseerd had.

Om een einde te maken aan de brievenfarce, kreeg de politicus een antwoordbrief met een nette uitleg over de objectiviteit en neutraliteit van onze aanwervingspolitiek. Maar dat was zonder de waard gerekend. Ook die brief werd netjes doorgestuurd naar de beschermeling als bewijs dat de politicus zich hard voor hem of haar had ingezet.

Onze snode tegenzet werkte wel. We stuurden de beschermeling een kopie van de brief aan de politicus met de bede het geld van de belastingbetaler niet meer te verkwisten met het nodeloos over en weer sturen van brieven die alleen maar de indruk wekten dat we in een corrupt land leefden.

De beschermeling kreeg de aanbeveling geen tijd meer te verliezen op het sociale dienstbetoon van een politicus maar die tijd eerder te besteden aan een goed doorwrochte kandidatuur bij Selor. De brievenstroom stokte onmiddellijk maar mijn telefoon stond roodgloeiend. Ergens moet er nog een klein notitieboekje liggen met de meest voorkomende verwensingen en bedreigingen. Een literair bevlogen oud-politicus bedacht me met het epitheton “lafhartige drekhond”. Zalige tijd.

Een paar maanden geleden liep ik hem tegen het lijf in een goed restaurant. Toen ik hem aan zijn uitspraak herinnerde, keek hij eerst zorgelijk en begon daarna stilaan te glimlachen.  “Echt?” vroeg hij en toen ik knikte, begonnen we alle twee onbedaarlijk te lachen. Ouder worden is minder erg dan ik vroeger dacht.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 25 maart 2017.

The Department Of Dead Letters: https://www.youtube.com/watch?v=Ztiruk9E4Wo

David Sylvian, you love his voice or hates it. Maar iedere échte muziekliefhebber moet vallen voor zijn (instrumentale) muziek. Daarom (en natuurlijk vooral voor de heerlijke titel) koos ik dit nummer. Als is het is, zelfs voor Sylvian’s doen, erg experimenteel en daarom misschien te lastig voor menig oor.

Misschien eens luisteren naar Ride: http://tinyurl.com/mmwuxmf

Dit is een outtake van zijn album “Secrets of the Beehive”. Iemand die zich kan veroorloven zo’n diamant weg te laten, moet beschikken over een fenomenale muzikale schat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Halisme

Space is the place,

In your face

Space is the place

Space Is The Place, Sun Ra, Space Is The Place, 1973

https://www.youtube.com/watch?v=dokLwszdUgY

 

Het is allemaal begonnen, of beter geëindigd, op 11 januari 2016. Die grijze maandag, de snoozende wereld moest nog wennen aan het nieuwe jaartal, sloeg het ochtendnieuws in als een splinterbom. David Bowie was dood. De man die de soundtrack bij mijn leven schreef was niet meer. Vanaf dan werd de rest van mijn leven een stille film. Het eerste wat ik ooit van hem hoorde was een singletje in 1967. “Will You Love Me Till Tuesday?”, zong hij en ik zei onmiddellijk “Yes!”. Ik was dertien en bereid van alle muziek en van iedereen te houden.

Niet omdat het de flower-powertijd was – ondanks mijn veelkleurige sjaaltjes had ik geen idee wat dit eigenlijk voorstelde – maar omdat ik een dromerige puber was. Alles en iedereen sloot ik onvoorwaardelijk in de armen en dus ook Bowie. Maar ik hield ook, naast de onvermijdelijke Beatles & Stones,  van The Bee Gees, The Kinks, Jimi Hendrix, Otis Redding, Engelbert Humperdinck en, toen nog zonder enige gêne, van Will Tura.

Toen in 1968 het kinderachtige Laughing Gnome uitkwam, had ik Bowie bijna uit de lijst gewist maar het jaar daarop blies hij alles en iedereen weg met zijn Space Oddity. Wonderbaarlijke muziek in een tijd dat the sky the limit was, economisch (de sixties waren tot 1972 golden), cultureel (Hugo Claus werd veroordeeld tot vier maanden cel omdat hij de Heilige Drievuldigheid in de vorm van drie naakte mensen op de scene zette), politiek (onder de kasseien lag het strand) maar vooral letterlijk: bijna iedere dag ging er wel een raket de lucht in, zo voelden we het toch aan.

Toen we met open mond naar de maanlanding keken, was het algemene gevoel “First we take the moon, then we take the universe”. “Space Oddity” en “Space Odissey”, de film van Stanley Kubrick gaven de toon aan en die toon was ook verrassend positief. Raar want noch de hit noch de film loopt goed af. Er komt geen antwoord meer op de vraag “Can you hear me, Major Tom?” en in de film vermoordt Hal-9000, een bijna menselijke computer, vier van de vijf ruimtereizigers. Dave, de enige overlevende ruimtereiziger, ontmantelt Hal, in één van de meest prangende moordscenes uit de filmgeschiedenis. Ik herinner mijn diepe ontroering als Hal, net voor hij de doodsteek krijgt, haperend en steeds trager het kinderliedje Daisy Bell zingt.

Nick Bostrom zal dit zonder twijfel als idiote sentimentaliteit afdoen. Hij is de directeur van het Future of Humanity-instituut, een van de vele wonderbaarlijke onderdelen van de universiteit van Oxford. In zijn boek Superintelligence voorspelt hij vele Hal’s. Voor hem is het een uitgemaakte zaak dat machines komaf zullen maken met het menselijk ras wanneer singulariteit toeslaat, het moment waarop de intellectuele mogelijkheden van robotten die van de mens zullen overstijgen.

De mens vormt met zijn nood aan slaap en voedsel immers de grootste belemmering voor totale efficiëntie. Bostrom beschrijft met bijna sadistisch genoegen de vele methodes die robotten kunnen gebruiken om de menselijke soort uit te roeien.

Al is de man een briljante filosoof aan een werelduniversiteit, toch ben je geneigd zijn voorspellingen als tweederangse sciencefiction af te doen. Maar hij staat zeker niet alleen met die ideeën. James Barrat interviewde tientallen artificiële-intelligentieonderzoekers voor het boek met de onheilspellende titel “Our Final Invention – Artificial Intelligence and the End of the Human Era” en komt tot dezelfde slotsom.

De beroemdste wetenschapper van onze tijd, Stephen Hawking, en, zeer verrassend Elon Musk, de Tesla-man en toeristische ruimtevaartentrepreneur, noemen artificiële intelligentie een gevaarlijker bedreiging dan nucleaire wapens of de opwarming van de aarde. Maar oef, The Economist, altijd voor op alle anderen, bestudeerde de dreiging van singulariteit grondig en kwam tot de rustgevende conclusie dat de mens slim genoeg zal zijn om een rode noodknop te ontwikkelen die de Hal’s van de toekomst op tijd afremt.

Die zekerheid heeft Yuval Noah Harari met een magistraal boek stukgeslagen. In zijn Homo Deus legt hij haarfijn uit hoe de mens stapje voor stapje de richting singulariteit ingaat. De voordelen van de volgende stap zijn te groot om er van af te zien. Ze leiden ons immers eerst uit het lijden en voeren ons vervolgens naar de onsterfelijkheid.

Net zoals we voor de zegeningen van de sociale media onze privacy, onze meest gênante foto’s en onze diepste zielenroerselen gedachteloos weggeven, zo verlaten we zonder het goed te beseffen ons homocentrisch wereldbeeld voor wat Harari het datacentrisme noemt, een wereld waarin niet het menselijk gen maar het zelflerende informatiesysteem de survival of the fittest wint.

Tot een jaar geleden had ik dit allemaal als klinkklare onzin afgedaan. Maar ondertussen werd een Russia-lover die niet in de vrije markt gelooft president van de Verenigde Staten, katapulteerde het Verenigd Koninkrijk zich terug naar een niet bestaand verleden, rijden we steeds meer met de auto dan met de fiets en maken we ons meer zorgen over gluten in ons eten dan over mensen in oorlogsgebieden.

Natuurlijk weet ik, via Rutger Bregman en Steve Pinker, dat er wereldwijd minder mensen honger lijden, dat we langer leven, dat er minder misdaad, geweld en oorlog is.

Maar toch is veel van de vooruitgangsgelover in mij, samen met David Bowie, doodgegaan.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd va 11 maart 2017.

Video Space Is The Place https://www.youtube.com/watch?v=dokLwszdUgY

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Voor de zot

r-7701724-1447020698-8492-jpeg

I want the money and the power

I want the money and the power

Vado – Money And Power, Slime Flu 5, 2015

“Hoeveel verdien je nu echt?“ Er gaat geen dag voorbij of ik stel die vraag. Het geeft je, heb ik geleerd, meer inzicht in hoe de wereld draait dan veel longitudinale studies. Gewone mensen – werknemers, kleine zelfstandigen of ambtenaren, het soort wezens die volgens Louis Michel  een ‘salaire de misère’ verdienen – vertellen het je zonder veel problemen. En zelfs na honderden hoeveel-verdien-je- nu-echts, blijf ik erover verwonderd met hoe weinig de gemiddelde Belg moet rondkomen.

Natuurlijk weet ik als baas van de FOD Sociale Zekerheid dat het mediaan netto maandinkomen in België 1.750 euro bedraagt maar als ik het hoor van een alleenstaande moeder met twee kinderen, voel ik mij, die behoor tot de 1% topverdieners van dit land, telkens weer pijnlijk op mijn ivorentorenplaats gezet.

Bij managers uit de privésector komt het antwoord moeilijker, maar als het ijs voldoende gebroken is, krijg je toch een bedrag te horen. En dat is in de meeste gevallen een stuk lager dan dat van een minister, parlementslid, burgemeester en zelfs schepen van een grote stad. Ik krijg dus de slappe lach als ik voor de zoveelste keer een politicus hoor zeggen dat ze het niet voor het geld doen “want anders had ik wel een job in de privésector genomen.” ‘(Geert Versnick was topvoetballer geworden).

Natuurlijk is er een klein kransje privémanagers die onwezenlijk veel geld verdienen maar hoeveel van onze politici zouden zo’n job aankunnen? Het gros van de politici die ik ontmoet heb zouden nooit door een assessment voor een job als overheidsmanager geraken. Een laffe want anonieme bron uit de regeringstop zal wel weer misnoegd zijn over deze bewering maar ik daag iedere Wetstraatpoliticus uit om zich door Selor te laten testen en de uitslag bekend te maken (transparantie was toch het buzzword deze week?).

De waarheid is dat de meeste mensen die onze parlementen en regeringen bevolken nooit zo’n hoge inkomsten zouden hebben als ze in de privésector zouden werken. Weinigen gaan in de politiek voor het geld. Maar velen blijven erin voor het geld. En te veel goede mensen gaan weg uit de politiek omdat ze walgen van hun graaiende partijgenoten.

Sommigen hebben blijkbaar tijd om naast hun eigenlijke opdracht, ook nog tientallen mandaten op te nemen. Eentje kan zelfs moeiteloos het ambt van schepen van de grootste stad van het land combineren met 42 mandaten. Stel dat de man 12 uur per weekdag werkt, dan heeft hij voor elk van zijn 43 opdrachten telkens 84 minuten vrij en dan moet zich nog supersonisch verplaatsen van de ene vergadering naar de andere en alleen broodjes eten.

Laat ons aannemen dat het schepenambt in een grote stad toch minstens een achturendag noodzaakt, dan heeft hij voor elk van zijn 42 mandaten wekelijks 28 minuten vrij, inclusief verplaatsing, voorbereiding, nabespreking en occasioneel etentje. Durven zeggen dat zo iemand elk van die opdrachten behoorlijk uitvoert is niet alleen getuigen van meer koenkennis dan mensenkennis (dat was briljant, Kaaiman) maar ook en vooral de mensen voor de zot houden.

“Politici moeten zoveel verdienen omdat ze zo hard werken”. So what? De mensen die bij ons de dossiers voor mensen met een beperking behandelen werken ook hard, de meeste politiemensen werken ook hard, de mensen die ons wijkkrantenwinkeltje open houden, slapen amper. In vergelijking met de inkomens van de politici die de afgelopen klaagden over de kritiek op hun hoge inkomsten, doen deze mensen het voor een habbekrats.

Natuurlijk “draaien” politici veel uren maar is dat altijd voor het algemeen belang? Winkels openen, eindtoespraken houden op congressen waar ze een verveeld publiek onderhouden met een door verveelde kabinetsmedewerkers geschrevenen en van clichés bolstaande speech en ontelbare vergaderingen bijwonen waar ze geen spat meerwaarde leveren maar er zijn omdat ze belangrijk zijn, kan je bezwaarlijk onderbrengen bij “het algemeen belang dienen”.

Overigens, mijnheer Michel, je komt er niet van af met gratuite excuses voor mensen in het onderwijs. Ga er eens een kwartaal gratis lesgeven voor je absolutie, beste Louis, dan zal je zien dat leerkrachten veel beter voorbereid het leslokaal binnenkomen dan parlementairen het parlement.

De meesten hebben, getuige de inhoud van hun parlementaire vragen, genoeg aan de lectuur van de krant van de dag om over de wereld na te denken. De mensen die op onze FOD de antwoorden voor die parlementaire vragen moeten opstellen, kunnen, op basis van ons krantenoverzicht, moeiteloos voorspellen welke vragen zullen gesteld worden. Ze wachten zelfs niet meer op de vraag om een antwoord te formuleren.

Maar men mag de verantwoordelijkheid van politici niet onderschatten, is de volgende tegenwerping. Et alors? Zou de verantwoordelijkheid van de treinleiders die deze week de catastrofale situatie in Leuven moesten managen niet even groot zijn? Zij deden het voor een derde van een parlementsgage (en zullen moeten werken tot hun 67ste voor een veel lager pensioen).

Een laffe want anonieme bron uit de regeringstop zal ook over deze beweringen misnoegd zijn maar ik daag iedere Wetstraatpoliticus uit om zijn agenda publiek te maken opdat de kiezer zou kunnen nagaan hoeveel tijd hij bezig is met de res publica en hoeveel met de rest (transparantie was toch het buzzword deze week?).

Het zal de burger ontgaan zijn dat niet Leonardo Da Vinci maar onze gemeentepolitici met de vele mandaten de uomini universali zijn van deze planeet. Zij weten namelijk alles van energieproductie en distributie, weten hoe het programma van de Vlaamse Opera er moet uitzien, kennen de laatste IT-ontwikkelingen, weten hoe de bulkhandel in havens moet verlopen en kunnen je feilloos uitleggen welke spin-offs onze universiteiten moeten exploreren want ze zitten in de beheerraden van de organisaties die hiervoor moeten instaan. Ze controleren er zogezegd de belangen van de gemeente, maar eigenlijk weten ze amper wat er omgaat en stemmen ze zonder enige navraag voor een belegging in fosforbommen.

Voor de goedbetaalde mandaten wordt stevig gevochten bij de coalitievorming. Ooit was ik verbijsterd getuige van een hallucinante discussie over wie van de twee kandidaten schepen zou worden en wie met een mooie boodschappentas mandaten naar huis mocht. De man die schepen werd, voelde zich fors bekocht.

Veel van die mandaten zijn niet of amper betaald, hoor je dan vergoelijken. Maar het is niet omdat er niet betaald wordt dat er niet veel gegeven wordt. Het jaarlijkse reisje naar een Europese stad (in alle citytripgidsen als the place to be aangeprezen), de etentjes in sterrenrestaurants en een Bose Soundlink of Sennheiser-koptelefoon als eindejaarcadeautje doen het verdriet voor het gemis aan zitpenningengemis snel vergeten.

Sommige mandaten zijn bijzonder gegeerd zelfs als er niets betaald of gegeven wordt. Ze stralen veel status uit. Veel politici zijn money-driven maar ze zijn nagenoeg allemaal status-driven. Als je het politieke landschap goed wil lezen, kan ik je aanraden om met Statusangst van Alain de Botton als stratengids door de Wetstraat en belendende parken te stappen.

Zoals steeds terecht, stelde Guy Tegenbos deze week dat je met politici  zelden goede raden van bestuur krijgt en pleitte hij voor raden van bestuur met niet-partijgebonden professionelen, en voor politici die professionals te laten controleren vanuit de gemeenteraden en schepencolleges. Dat we daar nog ver van staan bleek deze week weer uit een oproep van De Lijn, die 4 onafhankelijke bestuurders in zijn raad van beheer wil. Die zullen aangesteld worden door de Vlaamse Regering. Ook dit is de mensen voor de zot houden.

Een aantal politici pleiten voor het verder uitoefenen van hun beroep omdat ze toch voeling moeten houden met de wereld. Die wereld bestaat grotendeels uit lederen fauteuils rond met rozenhout ingelegde tafels, blijkt na lezing van de mandatenlijsten die politici ieder jaar bij het Rekenhof moeten neerleggen. Tussen onze politici zijn er niet veel die vaste vrijwilliger zijn in achtergestelde wijken. Meestal zijn ze advocaat (maar hoeveel keer staan ze in de rechtbank?) of professor (en hoeveel onderzoekswerk doen ze?).

Politici zorgen niet voor goed bestuur door in de wereld te staan maar goed over de wereld geïnformeerd te zijn. We moeten van politici niet verwachten dat ze in de prostitutie gaan om er de enorme menselijke problemen op te lossen maar wel dat ze hun oor te luisteren leggen bij wijkpolitiemensen, onderzoekers en hulverleners.

Dat bijklussen zorgt niet voor inzicht in de problemen waar ons land mee worstelt, laat staan voor het vinden van oplossingen ervoor. Anders was het fileprobleem al lang opgelost, want daar zijn nogal wat politici goed mee vertrouwd, al was het maar omdat dat stilstaan het rijden van de ene mandaatvergadering naar de andere zitpenningvergadering sterk bemoeilijkt.

Als je de jaarlijkse rapporten in onze kranten leest over onze parlementsleden, kun je alleen maar concluderen dat de politici met bijberoep die roepen dat ze niet wereldvreemd willen zijn minder goede punten krijgen dan hun collega’s die ze met dedain ambtenaar-politicus of beroepspoliticus noemen.

Het laatste argument om bij te klussen is dat het de politicus onafhankelijker maakt van zijn partij. Daar merkt je op donderdagavond anders niets van. Parlementairen stemmen braafjes wat hun partijleiding voorschrijft.

Mijn respect voor politici die hun loon en activiteiten beperken tot de opdracht die ze van de kiezer kregen en die zich bovendien bij het uitvoeren van die taak niet laten leiden door partij- of eigenbelang, is niet te meten. En neen, ik ben geen voorstander van een race to the bottom.  Zij mogen goed verdienen. Al is de 10.000 euro netto per maand die een Brussels minister, die toch maar een veredelde schepen is, toegeschoven wordt, er ver over. Ook dat is de mensen voor de zot houden.

Maar ik kreeg de groep niet-graaiende politici – een goede parlementair meldde me dat hun aandeel zo ongeveer 5% bedroeg – amper te horen de laatste weken. Ik hoorde vooral politici die ofwel pleitten voor het bijklussen of het fenomeen goedpraatten. Dat ondermijnt het vertrouwen in ons politiek personeel nog meer dan de graaischandalen zelf.

Naschrift

Deze tekst verscheen, teruggebracht tot 800 woorden, in De Tijd van zaterdag 25 februari 2017.

Dank aan Hans Caron die me tweette dat het meervoud van ‘uomo universale’ ‘uomini universali is. Ja, ik heb moderne humaniora gedaan.

Video van Vado’s Money And Power: https://www.youtube.com/watch?v=dOkyJs8lYBM

Fusie

Ik had het in deze blog ook over de problematiek van de te kleine gemeenten kunnen hebben. Burgemeesters of schepenen in gemeente van 15.000 inwoners verdienen erg weinig. De burgemeester van zo’n gemeente krijgt jaarlijks € 60 422 bruto maar toch moet hij de ganse dag in de weer zijn voor zijn inwoners. Een “gewone” job erbij combineren is dus moeilijk. Natuurlijk gaat zo iemand op zoek naar mandaten. Vroeger was dit ook het geval voor burgemeesters en schepenen van de grote steden. In de jaren negentig verdienden nogal wat burgemeesters van grote steden meer met hun mandaat in het Gemeentekrediet dan wat ze ontvingen voor het enorme werk dat ze verrichten als burgemeester. Je kunt je afvragen of in deze omstandigheden het belang van het gemeentekrediet niet meer behartigd werd dat dat van de eigen stad. Dat kan nu ook het geval zijn voor burgemeesters en schepenen van kleinere gemeenten. In vorige blogs heb ik de noodzaak van gemeentefusies naar voor geschoven. Nogal wat studies tonen aan dat er entiteiten van 100.000 inwoners nodig zijn om een draagkrachtige overheid mogelijk maken. Dat zou het probleem van “noodzakelijke mandaten” oplossen. Bijkomend voordeel zou zijn dat het aantal uitvoerende politici sterk verminderd wordt. Dat is toch wat onze premier wil? Schaf dan ook maar ineens overbodige structuren als Senaat en provincies af. Daar is politieke moed voor nodig. Maar er zijn maar weinig tekenen van moed aan de einder te bespeuren.

Media

Een aantal journalisten, daarentegen, voelden de essentie van de vertrouwenscrisis rond de graaicultuur aan. Een overzicht:

Wie leeft er hier boven zijn stand?

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170221_02744323?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67ede163f6dc20b31aaba606ad131414b9845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

http://www.tijd.be/tablet/newspaper_opinie/De_onverwachte_revolutionair.9864722-7316.art

http://www.tijd.be/tablet/newspaper_opinie/De_grijze_zone_tussen_publiek_en_privaat_heeft_flink_wat_zonlicht_nodig.9864721-7316.art

Even niet kijken en je belegt in fosforbommen

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170216_02735471?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67392d392087963cd288a995e6c7289922845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Pak het probleem bij de wortel aan

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170216_02735430?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea672feb80271935ffb503542ef6b1b2f344845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Hardleers en regentesk

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170215_02733664?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea6793c6fa7b5aa6f1e435e8eebab1e46081845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

 

De Bomen En Het Bos

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170214_02731628?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67bf5be99b10350c6be936bd425e47d418845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Gezwets in de Wetstraat, een j’accuse

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170223_02746588?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67e17159388f92c54209faa5b3c9cd8201845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Ben jij wel maagdelijk, mijn beste Frank?

Na deze j’accuse ligt het voor de hand dat ook mijn financiële situatie onder de loep wordt genomen. No need, het overzicht:

Maandelijks ontvang ik, als overheidsmanager, het enorme bedrag van 7.172,73 euro op mijn rekening. Dat is mijn enig inkomen. Ik zetel ook in de Stichting P&V (strijd tegen uitsluiting van jongeren), de vzw Egov (overheidsconstructie voor aanwerving IT-mensen), de vzw Beursschouwburg, het Festival van Vlaanderen (Gent) en Het Kunsthuis (Opera en Ballet Vlaanderen) maar ik weiger iedere betaling. Een paar keer per jaar ben ik aanwezig op de adviesgroep P&V. Daar worden zitpenningen betaald die omwille van rare fiscale redenen wel rechtstreeks moeten worden uitbetaald maar die stort ik onmiddellijk door aan een goed doel (dat wisselt van jaar tot jaar). Aan hetzelfde doel wordt de vergoeding voor mijn columns in De Tijd en de opbrengst van mijn eerste boek doorgestort. De opbrengst van mijn tweede boek is voor de ghostwriter, voor wie mijn dankbaarheid onmeetbaar is. Via Read My Lips doe ik presentaties die betalend zijn. De eerste jaren werd het geld rechtstreeks aan De Stiltehoeve gestort. Nu laat ik alle betalingen bij Read My Lips in een soort spaarrekening opstapelen die het mogelijk moet maken om bij het einde van mijn mandaat bij de FOD een stichting of andere constructie op te zetten, die de ideeën rond geluk op de arbeidsmarkt, die ik de laatste jaren heb ontwikkeld, moet ondersteunen.

Onafhankelijk

Ik ben kandidaat onafhankelijke bestuurder van De Lijn. Men zoekt iemand die expertise heeft inzake veranderingsmanagement in grotere ondernemingen. Ik kan ter zake wel één en ander voorleggen. De Vlaamse Regering, die over onafhankelijke beheerders zal beslissen, zou er zeker financieel goed aan doen om mij te kiezen want ik doe afstand van alle vergoedingen. De Vlaamse burger moet voor mij geen belasting betalen om me een vast jaarbedrag van 2929,13 euro, verhoogd met een zitpenning van 292,91 euro per bijgewoonde vergadering en terugbetaling van de verplaatsingskosten te gunnen. Ik ben curieus of de Vlaamse ministers me wel onafhankelijk genoeg vinden.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

AIgnost

mi0003347169

There’s heaven, then there’s somewhere else

And those that fall between the cracks and land upon their feet

Don’t Need You , Alejandro Escovedo, A Man Under the Influence, 2001

Déjà vu, maar vooral déjà entendu en déjà lu. De jongste maanden zijn dat de meest beklijvende gevoelens na gesprekken die iets langer duren dan een vluchtige ontmoeting. Al snel nadat het thema – dat een jaar geleden amper leefde – is aangesneden, worden de gesprekspartners believers of non-believers. En nee, het thema is niet Trump, maar de vraag of er nog werk is na de robotisering.

Het doet me denken aan 2006. Toen gebeurde net hetzelfde, maar ging het over ‘The Inconvenient Truth’.

Je geloofde in de boodschap van Al Gore of je verwierp ze met weerzin. Zelfs weerman Frank Deboosere, in wie ik een onwankelbaar vertrouwen heb, neigde naar een positie die dichter bij ‘ik moet het nog zien’ zat dan zijn huidige ‘je moet gek zijn of de president van de Verenigde Staten om daaraan te twijfelen’.

Mensen die twijfelden, waren zeldzaam, net zoals nu over de economische gevolgen van de robotisering. Dat had te maken met de conclusies van het ecologische geloof. Als de opwarming van de aarde echt zo acuut en menselijk aangedreven was, moest de wereld intens veranderen. Anders konden we vrolijk doorgaan.

Dat is de opvallendste déjà entendu als iemand het thema van de vierde industriële revolutie durft aan te snijden. Het gaat vliegensvlug over de gevolgen en opnieuw splitst de groep zich nog sneller dan de Rode Zee hen dat een paar eeuwen voor onze tijdrekening voordeed. ‘We moeten de causaliteit tussen inkomen en werk loslaten’, poneren de believers na luttele minuten, en al snel valt het woord ‘basisinkomen’.

‘Helemaal niet’, zuchten de non-believers. ‘Er zullen genoeg jobs gecreëerd worden, alleen weten we nog niet welke dat zullen zijn, zoals we tien jaar geleden nooit hadden gedacht dat er een groot tekort aan app-ontwikkelaars zou ontstaan.’ En voor je er erg in hebt, roept iemand ‘Keynes’.

Toen John Maynard Keynes in 1946 stierf, zal hij niet verwacht hebben dat zijn inzichten de wereld meer dan één keer zouden opsplitsen. In 1980 begon de oorlog tussen de keynesianen en de neoliberalen en die is zelfs na de bankencrisis nog steeds niet uitgewoed.

Op dit moment ontketent hij de vete over wel of geen werk in de toekomst.

In 1930, in volle depressie, gaf Keynes een lezing in Madrid waarin hij tot de totale verbijstering van alle aanwezigen verkondigde dat de grootste uitdaging van de mensheid er binnen een eeuw in zou bestaan dat we niet zouden weten wat te doen met onze vrije tijd. In 2030 werken we nog gemiddeld 15 uur, voorspelde hij.

Met dat inzicht is altijd de spot gedreven. Zeker toen bleek dat met elke industriële revolutie meer jobs vacant kwamen. Maar toen de berichtenstroom over massaal jobverval bij de ene bank na de andere verzekeraar niet leek te stoppen, begonnen de believers zich weer te roeren.

Het bericht dat de zakenbank Goldman Sachs haar aandelenhandelaars door computeralgoritmes vervangt, zal hun in hun geloof sterken. Je kan je afvragen of dat niet eerder het gevolg is van de derde industriële revolutie, de ‘gewone’ digitalisering waarbij machines perfecter en sneller werken dan een mens, dan wel van de vierde industriële revolutie, waarbij computers zichzelf zaken leren die niet door mensen zijn voorgeprogrammeerd.

Non-believers wijzen met pretoogjes naar de cover van het weekblad Knack van twee weken geleden: ‘Ze zijn er: jobs, jobs, jobs’, met ‘De oorlog om talent is begonnen’ als ondertitel. Maar ook daar kan je de vraag stellen of dat niet eerder het gevolg is van demografische factoren en van onze onvolmaaktheid om alle talent te ontginnen dan dat het een voorbode is van een Nieuwe Economische Wereld. Het kan non-believers toch niet ontgaan dat in de eerste jaren nadat James Watt de stoommachine had uitgevonden de mensen niet massaal de weg naar de fabrieken vonden? Integendeel, het aantal mensen dat thuis op traditionele manier de laatmiddeleeuwse versie van de maakeconomie bedreef, steeg aanzienlijk.

 

Zowel de believers als de non-believers begaan de fout in de tekenen van deze tijd al de zekerheid voor de toekomst te lezen.

Rond 2010 twijfelde ik niet meer aan de opwarming van de aarde. Wetenschappelijk onderzoek had me over de streep getrokken. Over de toekomst van werk in tijden van voortschrijdende artificiële intelligentie (AI) heb ik dat stadium nog niet bereikt. De argumenten voor en tegen zijn nog steeds punten van geloof. In AI ben ik (nog) agnost.

Maar van één iets is deze AIgnost wel zeker: de overheid zal weer te traag zijn, zoals ze dat ook was voor de vergrijzing en de opwarming van de aarde. Politici zijn soms goed in het oplossen van steekvlamproblemen, maar hopeloos in zaken die ze kunnen uitstellen.

Het wordt er natuurlijk niet beter op met het soort politici, variërend tussen onbetrouwbaar en gevaarlijk, dat verkozen wordt door mensen uit de lage en middenklasse die vroeger progressief stemden, maar nu intuïtief en electoraal de groep van de niet-werk- of slechter-werk-believers hebben vervoegd.

Misschien krijgt Keynes gelijk en nemen niet politici, maar betrouwbare robots de juiste beslissingen in 2030.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 11 februari 2017.

Video “Don’t Need You” van de schadelijk onbekende Alejandro Escovedo: http://tinyurl.com/jy8onpj

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Omzeepbrief

mi0004077673

Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth, Charlie Hunter, Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth, 2016

Het is weer zover. Onze kredieten worden nog eens met 4.479.000 euro verminderd. De ministerraad vindt namelijk dat de alle federale overheidsdiensten samen nog eens 500 miljoen moeten besparen. Natuurlijk noemt de regering dit geen besparing. Het heet, in tijden dat orwelliaanse newspeak overgaat in alternatieve feiten, “blokkering”. De kredieten voor de overheidsdiensten worden immers door het parlement vastgelegd.

Bruutweg stellen dat de uitvoerende macht lak heeft aan de scheiding van de machten, durft geen enkele regering. Dus werden overheidsdiensten al anderhalf decennium geconfronteerd met ankersprincipes, bevriezingen, onderbenuttingen en andere blokkeringen. Niet dat het onze parlementsleden veel gelegen is aan de checks en balances in onze rechtstaat. Ze laten de regering gewoon begaan.

Een goed jaar geleden toog een delegatie van FOD-voorzitters naar de premier met een simpele vraag: zeg ons gewoon over welke kredieten we écht zullen kunnen beschikken de volgende jaren. Ze werden vriendelijk ontvangen.

Van overheidsmanagers wordt verwacht dat ze een langetermijnvisie hebben maar dan moet je wel weten wat je middelen zullen zijn. Nu worden we om de zoveel maanden, en steevast na iedere begrotingscontrole en na de kleinste kritiek vanuit één of ander gezichtsloos Europees bureau, op de hoogte gesteld van iets waarvan de naam kan veranderen maar de aard niet: lineaire besparingen.

Klokvast volgt daarop, een paar maanden later, een ander ritueel: iedere FOD-voorzitter wordt door zijn minister (in mijn geval door 7 regeringsleden) gesommeerd met de vraag waarom er achterstand is in de dossiers, waarom mensen minutenlang een bezettoon horen als ze de FOD bellen en waarom een beleidsonderzoek nog niet is afgerond. Het antwoord “we hebben daar het geld niet (meer) voor” – wordt steeds op grote verbazing onthaald.

Want ook ministers zijn maar mensen en dus onderhevig aan magisch denken. Op het ogenblik dat het kernkabinet met een glimlach die geen enkele breedsmoelkikker gegeven is, zijn nieuwe begroting voorstelt, staat er niemand van dat eminente groepje stil bij de nuchtere vaststelling dat de beslissing de openbare dienstverlening zal aantasten. Het sluitstuk van de nachtelijke arbeid is immers altijd een bijkomende besparing bij de administraties.

Bij sommigen is het geen magisch denken. Het is denken dat die ambtenaren toch maar een bende luie zwanzers zijn. Dus kan de vijs maar beter aangedraaid worden door minder geld te voorzien voor ambtenaren en werkingskosten. De productiviteit moet gewoon omhoog, mijnheer. Juist, alleen zijn die ambtenaren niet lui maar werken ze soms nog met systemen uit de tweede IT-ijstijd.

Tot voor vorige week werkten de ambtenaren op onze FOD die instaan voor de dienstverlening aan mensen met een beperking, met het Tetra-systeem dat in 1987 ontworpen is en draait op Cobol. Als we een vaste brief aan 700.000 gerechtigden moesten sturen, werd die in machineschrift geschreven door een paar al lang gepensioneerde mensen die nog “Cobol spraken”. Jarenlang moesten we wachten op investeringskredieten voor nieuwe software en die kregen we dan nog onvoldoende. De rest werd gevonden door (nog meer) te besparen op onze werkingskosten.

Nieuwe technologieën kunnen ervoor zorgen dat je minder mensen en middelen nodig hebt, maar dan zijn er wel investeringskredieten nodig. Alleen, ook die verminderden constant. En geen klein beetje, in onze FOD zijn ze met 83% verminderd.

En toegegeven, vroeger werd door overheidsmanagers te snel geroepen dat het niet met minder personeel en middelen kon terwijl er in sommige diensten echt sprake was van een te lage productiviteit. Maar na 9 jaar genadeloze lineaire besparingen gaat het besparingsmes niet meer door het vet maar recht door vlees en bot en kunnen de kredietverminderingen niet meer door productiviteitsverhogingen opgevangen worden. Eén voorbeeldje: In 2010 behandelde een gemiddelde medewerker 653 dossiers van mensen met een beperking. In 2016 zijn dat er 1053, een productiviteitsstijging van 61%. In diezelfde periode ging het aantal mensen op die dienst met 38% naar beneden. Het aantal dossiers steeg ook nog eens met 12%. Denk je nu echt dat je die mensen nog een inspanning meer kan vragen. Neen, want dat is vragen naar ziekteuitval en burn-outs.

Onze mensen worden moedeloos. Ze zien dat hun laptops amper vervangen worden. Sedert 2010 is er 41 % bespaard op de werkings- en investeringskredieten van onze FOD.

Maar zelfs in deze regering die bemand wordt door vele partijen die om de haverklap roepen dat er te veel ambtenaren zijn, weet het gros van de ministers dat verdere lineaire besparingen nonsens zijn. Het wordt ons ook letterlijk gezegd. Maar de cijfers moeten gehaald worden. Dus wordt er verder blindelings bespaard en krijgen we om de zoveel maanden weer een omzendbrief van de staatssecretaris van begroting, door ons liefdevol “omzeepbrief” genoemd. Dat is de openlijke variant van besparen.

De staatssecretaris met die niet te benijden enveloppe heeft ook venijnige manieren om het doel te bereiken. Lang wachten met toestemmingen voor uitgaven tot het jaar voorbij is, bijvoorbeeld. De ironische vaststelling van dit alles is dat één lid van de regering (die van begroting) de andere leden (de vakministers) in feite saboteert.

Maar de belangrijkste vaststelling is een dieptriestige: geen enkele regering ziet in dat met de middelen die voorhanden zijn niet alles meer kan gebeuren wat vroeger is beslist. Een regering met visie en moed kiest om maatregelen te schrappen. Dat gebeurt niet en het gevolg is een oorlogstoestand tussen regering en administraties, terwijl de burger verdient gediend te worden door een eensgezinde overheid.

Naschrift

Video Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth: https://www.youtube.com/watch?v=GxpC3A0eIhc

De oorspronkelijke auteur van deze heerlijke zin is Mike Tsyson, die nooit verlegen zat om een gevatte one-liner te verzinnen. Voorbeelden: https://www.youtube.com/watch?v=bysjFqxI1Mc en https://www.youtube.com/watch?v=rzfKnpg1bp0

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Magisch denken

r-8475147-1462331690-5533-jpeg

The Pauper And The Magician, Ari Hoenig, The Pauper And The Magician, 2016

In De Standaard van 19 januari (‘Overheid stuurt mensen met handicap van kastje naar muur’) wordt aangeklaagd dat mensen met een beperking telefonisch vaak niet terecht kunnen bij de FOD Sociale Zekerheid.

Dat is juist.

De slechte bereikbaarheid wordt gelinkt aan de manier waarop onze ambtenaren werken. “Zo werkt het personeel van de FOD sinds 2014 niet alleen op kantoor, maar ook thuis en op verplaatsing. Op die manier wou Van Massenhove de FOD Sociale Zekerheid ‘transformeren tot een moderne, efficiënte organisatie’ (…). Voortaan kunnen medewerkers kiezen wanneer en waar ze werken. Als de resultaten er maar zijn. Maar die resultaten zijn er niet” staat te lezen.

Dat is onjuist.

In 2010 behandelde een gemiddelde medewerker 653 dossiers. In 2016 zijn dat er 1053. Een cultuurwijziging die leidt tot een productiviteitsstijging van 61% kan je bezwaarlijk een mislukking noemen.

Hoe komt het dan dat de telefoon voor mensen met een beperking vaak niet wordt opgenomen? De reden is zeer prozaïsch: we hebben er de mensen niet (meer) voor. Bekijk de evolutie van het aantal personeelsleden bij de dienst die instaat voor alle dossiers van mensen met een beperking:

 

Eind 2009 Eind

2010

Eind 2011 Eind 2012 Eind 2013 Eind 2014 Eind

2015

11/

2016

01/

2017

489 473 443 432 416 400 377 336 297

Het aantal mensen ging in acht jaar tijd niet alleen met 38% naar beneden, het aantal dossiers steeg ook nog eens met 12%

De jammerlijke vaststelling is dat je met 38% minder mensen onmogelijk dezelfde dienstverlening kunt leveren. Door de sterke productiviteitsverhoging konden we nog behoorlijk lang én de meeste dossiers afwerken én nagenoeg alle inkomende telefonische oproepen beantwoorden. Maar nu is het plafond bereikt. De productiviteit nog verder opdrijven zou onvermijdelijk zorgen voor uitval wegens oververmoeidheid of burn-out. De eerste symptomen hiervan duiken al op.

Als manager moet je in zulke omstandigheden prioriteiten stellen: meer mensen aan de telefoon of vasthouden aan tijdige dossierafwerking.

De iets ouderen onder ons zullen zich herinneren dat de grote kritiek op onze dienst voor mensen met een beperking jarenlang over de duur van dossierbehandeling ging. In 2002 moesten mensen met een beperking 20 maanden op een beslissing wachten, in 2007 was dat teruggebracht tot 10 maanden. Dit werd indertijd terecht onaanvaardbaar genoemd. De huidige gemiddelde termijn van dossierafwerking is 4 maanden. We willen niet terug naar langere wachtperiodes en dus wordt de telefoon vaak niet opgenomen. Vroeger hadden we een callcenter, nu moeten onze dossierafhandelaars occasioneel de telefoon opnemen. Dat doen ze even zo goed thuis als op kantoor. Maar de dossiers gaan voor.

Bij dit soort vaststellingen worden doorgaans de verantwoordelijke regeringsleden en de zittende regering gewezen. Dit zou in dit geval niet correct zijn. Alle partijen die sedert 2008 de federale regeringen bemanden zijn voor de huidige toestand verantwoordelijk want ze kozen onafgebroken voor lineaire besparingen. Natuurlijk moest bespaard worden maar van politici mag verwacht worden dat ze prioriteiten stellen.

Moedige politici zouden bijvoorbeeld kunnen beslissen te besparen door de telefonische bijstand aan mensen met een beperking op te doeken. Nu wordt ononderbroken lineair bespaard waardoor die bijstand de facto wegvalt en de administratie de schuld krijgt voor een slechte werking. In die val is de krant getuind.

Ze wijst er wel  terecht op dat de terugval in het aantal personeelsleden door een ondoordachte en veel te snel uitgevoerde regionalisering van een aantal opdrachten onze dienst parten speelt. De werklast en het aantal telefoonoproepen zijn immers niet verminderd. Het is een reëel probleem maar niet de essentie.

De dienstverlening zal de volgende maanden nog om een andere reden een dipje krijgen: we schakelen over van een systeem dat dateert uit 1987 en nog op cobol draait, een taal die alleen nog bij IT-mensen met een respectabele leeftijd gekend is, naar een gloednieuw systeem. Dit impliceert een totaal andere manier van werken, vergt veel opleiding en veroorzaakt veel kinderziekten. Maar achteraf zal de dienstverlening nog professioneler zijn.

Onze mensen worden hierin sterk gesteund door de staatssecretaris maar zij moet, zoals alle vakministers, de wet van het magisch denken ondergaan: tijdens de begrotingsopmaak wordt door de kernregering met grote zwier een rode lijn door een pak kredieten getrokken. Bij terugkomst op het kabinet wordt met verbazing gereageerd op berichten over onuitvoerbare taken die hen vanuit alle administraties bereiken.

De enige oplossing voor onze problemen is meer personeelsleden. Maar dat zit er niet aan te komen. Deze week kregen we te horen dat onze kredieten nog eens met 4,5 miljoen euro worden verminderd.

Naschrift

Dit stuk verscheen als opinie in De Standaard van 27 januari 2017.

De video van The Pauper And The Magician: http://tinyurl.com/juuagyd

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen