Zuidlanden

I was born with a trust

That didn’t survive the white noise of the lies

White Noise White Heat, Elbow, Giants Of All Sizes, 2019

In november gaf ik op vraag van de OESO een webinar over thuiswerken voor wat ze aldaar de Zuidlanden noemen. Dat zijn Tunesië, Marokko, Egypte, Libanon, Jordanië en de Palestijnse gebieden. De Zuidlanden hebben, net zoals bij ons, wegens corona het verplichte thuiswerken ingevoerd, zij het soms alleen voor ambtenaren. In die landen was men niet echt vertrouwd met een bedrijfsorganisatie die de werknemers plaats- en tijdonafhankelijk laat werken. Dus vroeg men mij om raad. Om hen zo accuraat mogelijk te adviseren moest ik natuurlijk eerst hun specifieke problemen kennen. Die kreeg ik te horen bij een digitale voorbereiding met leidende ambtenaren. En wat bleek: ze hadden dezelfde problemen als onze (overheids)-managers.

De meeste directeurs waren ervan overtuigd dat ze er enkel zeker van konden zijn dat je echt werkt als je iedere dag braaf achter je kantoorcomputer zit. Dus verstopten ze zich achter alle mogelijke excuses om hun personeel toch naar het administratief centrum of het hoofdbureau te krijgen. Dat is slecht nieuws in de strijd tegen corona. ‘Het lijkt waarschijnlijker dat de recente stijging of stagnering van de cijfers te maken heeft met coronamoeheid en met een verhoogde mobiliteit’, liet Tom Wenseleers, biostatisticus aan de KU Leuven, optekenen in De Standaard. ‘Gegevens van Google Mobility en workplace mobility suggereren lage niveaus van telewerken.’

Net zoals in de Zuidlanden is het in ons land heel moeilijk om de werkgever te bestraffen voor het niet (steeds) toepassen van het thuiswerkprincipe. Geert De Poorter, de voorzitter van het directiecomité van de FOD Werkgelegenheid, legde op Radio 1 uit dat het zeer moeilijk is voor zijn sociale inspecteurs om de naleving van de thuiswerkregel te controleren. ‘Elk bedrijf dient een basisdocument te hebben waarin zijn strategie rond telewerk is vastgelegd. Wij controleren of bedrijven zo’n protocol daadwerkelijk hebben en of die interne spelregels redelijk zijn, maar ook of een bedrijf zijn eigen spelregels wel toepast. We gaan niet zelf de discussie aan met een werkgever of een bepaalde werknemer al dan niet essentieel is.

Bij gebrek aan een wettelijke definitie van thuiswerk kunnen managers dus de facto beslissen wie thuis mag werken en wie niet. Thuiswerken is een gunst. Het wordt verleend aan wie tegemoetkomt aan het criterium ‘wie is er te vertrouwen?’. Het gevolg laat zich raden. Het management en de universitairen kunnen thuiswerken. De rest is niet te vertrouwen. In de feiten weten die bazen in de verste verte niet wie zijn resultaten haalt, want die worden niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel Realistisch en Tijdsgebonden) vastgelegd, laat staan objectief gemeten. Het is zuivere perceptie, een ander woord voor willekeur. Het objectieve criterium ligt voor de hand: welke functies komen niet in aanmerking om thuis uit te voeren? Onaangepaste processen zijn geen reden. Echt digitale processen – dat is iets anders dan papieren processen scannen –  waren in alle lagen van onze economie al in pre-coronatijden noodzakelijk om de concurrentie aan te kunnen.

Zowel in de Zuidlanden als in ons land wordt bij ouderwetse managers het ‘creativiteitsargument’ bovengehaald. ‘Creativiteit krijg je alleen als mensen elkaar ontmoeten’. Dat is juist. Maar dan is er wel een bedrijfscultuur nodig die toelaat dat mensen vrij kunnen bepalen wanneer ze elkaar ontmoeten en moet de werkgever de ontmoeting faciliteren. Dus moet de omgeving er helemaal anders uitzien. Alles moet uitnodigen om met elkaar te spreken, niet alleen de koffiehoek. Waar mensen elkaar vrij ontmoeten ontstaat echte innovatie. Daar knelt het schoentje. Ouderwetse managers gaan ervan uit dat er twee soorten mensen werken in hun organisatie: zij die denken, dat zijn zijzelf, en de anderen, die uitvoeren. Innovatieve managers weten dat in organisaties drie soorten mensen werken: zij die dingen doen, zij die uitzoeken hoe ze dingen beter kunnen doen en zij die uitzoeken hoe ze dingen helemaal anders kunnen doen. Je hebt ze alle drie nodig, maar zonder de laatste groep heeft je bedrijf of organisatie geen toekomst. Dat soort mensen laat zich niet samendrijven in een openspacekantoor, waarin iedereen om de 12 minuten gestoord wordt en waarvan de ingang steevast bewaakt wordt door een prikklok.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 26 december 2020.

Video White Noise White Heat

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Voor Johan


It’s a sad, sad feeling,

When your best friends all drift apart,

Some of them are dead and gone,

But they still live on in my heart

Blues For The Lost Days, John Mayall, 1997, Blues For The Lost Days

Een kleine acht jaar geleden sprak ik deze laudatio uit voor Johan Verstraeten die tot 2011 administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) was en daarvoor een Lifetime Achievement Award kreeg:

‘Beste Johan,

Bij je pensionering als overheidsmanager citeerde je Arnold Toynbee. ‘Civilizations die from suicide, not from murder. The same is true for organizations.’

Die constitutionele zelfmoord voltrekt zich even traag als de dood in de opera. Of het pluche nu van de bonboniére- of van de directiezaal is: iedereen voorvoelt dat het einde nabij komt omdat de voorspellende elementen ruimschoots voorhanden zijn. Bij de opera zijn klagerige muziek en baritons de voorspellende elementen. Voor organisaties zijn er drie voorspellers.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, houden niet van fouten. Alles en iedereen in de organisatie wordt geëvalueerd op het niet maken van fouten. En dus gaat iedereen vrolijk door met wat al jaren gedaan wordt en waarvoor geen sancties vielen. Zo’n organisatie draait in 2012 amper anders dan in 1992. Toch spijtig dat de wereld verandert. Organisaties die de creativiteit in elk van hun beslissingen inbouwen, tolereren fouten omdat men weet: dat is de tol van vernieuwing. Jij, Johan, maakte niet de fout om geen fouten te durven maken. In een tijd dat governance voor de meeste managers nog een synoniem was voor au pair, was jij al bezig met interne controle en audit.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, plooien op zichzelf terug. Naar buiten treden is te risicovol. Wat valt er ook te communiceren? We doen toch al jaren hetzelfde? En zoveel klachten zijn er nu ook weer niet. Bovendien, de media zijn niet te vertrouwen en houden zich alleen met negatieve berichtgeving bezig. En sociale media zijn er alleen voor puber gebleven, egogedreven, pseudoleidende ambtenaren die hun stiel niet kennen. Jij, Johan, was altijd een rustige communicator. Zonder ze Nutella-gewijs dik uit te smeren, kwamen bij je publieke optredens steevast de waarden van de sociale zekerheid mooi verweven tevoorschijn, zelfs bij de meest technische uitleg. ‘RKW moderniseert voor sociaal zwakkeren’, kopte de Tijd in februari 1999. Zo’n communicatie zegt meer dan 100 laudatio’s.

Organisaties die ongewild naar de dood smachten, zijn ervan overtuigd dat ze uniek zijn. Alleen bij hen komen die specifieke processen voor. Natuurlijk is geen enkele Belgische organisatie met hen te vergelijken, laat staan een buitenlandse. Eigenlijk is van niemand iets te leren. Je kan maar beter naar weer een expertenvergadering gaan om artikel 3, 2°alinea, sub f niet te veranderen. Wie zich engageert in internationale organisaties doet dat niet om nederig te leren maar voor de snoepreisjes.

Het is allemaal, dat weet je beter dan wie ook, niet zonder gevaar. Wie zijn organisatie levenskrachtig houdt, moet moedig zijn, klare taal spreken, ook tegen anderen dan ondergeschikten, en je moet spiegels voorhouden. Dan creëer je vijanden. Geen nood als die met open vizier de strijd aangaan, maar er zijn jammer genoeg ook de Anonieme Achterbaksen, aan wie door traditionele en sociale media moeiteloos de steekvlam aangereikt wordt in een doormalende dramademocratie.

Johan, ik mag je vooral prijzen voor het uitdragen van het belang van de openbare functie. Jij weet dat dit niets, maar dan ook niets, met ideologie te maken heeft, maar met beschaving. Civil Servants zijn dienaren van de beschaving. De openbare functie gaat niet ten onder aan aanvallen van buiten uit maar omdat we haar onvoldoende uitdragen.’

Johan Verstraeten stierf dit jaar op paaszondag. Een van de meer dan 17.000 coronadoden in ons land. Een van de 1,57 miljoen coronadoden wereldwijd. Altijd iemands ouder, altijd iemands kind. Altijd iemands vriend, altijd iemands collega. Dat is een parafrase op Willem Vermandere. ‘Elke mens die sterft, is als een museum dat afbrandt.’ Dat is een citaat van Joseph Conrad. Soms gaan de belendende bibliotheek en de concertzaal mee in de fik. Dat is het beeld van het coronajaar 2020: een dystopische wereld vol halfuitgebrande steden met wezenloos voor zich uitkijkende burgers. Nu nog een 21ste-eeuwse Jeroen Bosch vinden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 12 december 2020.

Video Blues For The Lost Days

Blues For The Lost Days is zeker niet John Mayalls beste album (dat is Turning Point uit 1969), maar het concept past wonderwel bij deze tekst. Hij mijmert een album lang over al de vrienden, familie, helden, liefdes en plaatsen die hij liefhad en verloor. The elder statesman of the blues is nu 87 maar still going strong: corona moet voor hem een totale ramp zijn, verslaafd als hij is aan optreden.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Montesquieu

Yes you, Mr. Politician

We’re not blind, we seeing you 

You use the people’s misery for your prey.

Politician, Barry Brown, Single, 1979

Donald Trump wil zichzelf gratie verlenen. Charles de Montesquieu moet zich een breuk gelachen hebben in zijn graf. Een potsierlijker verkrachting van de scheiding der machten kan men zich moeilijk voorstellen. De presidentiële gotspe is niet eens trumpiaans: Republikeinen zoals Gerald Ford, die Richard Nixon uit de wind zette, en George Bush sr., die de mannen achter de Iran-contra-affaire de vrije loop liet, gingen hem voor. Het is zelfs geen Republikeinse ziekte: Bill Clinton gaf zijn cocaïneverslaafde broer gratie.

Het is ook geen louter Amerikaanse aberratie. Onze minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) laat via een simpele rondzendbrief het ‘opportuniteitssepot’ verdwijnen bij geweld op politiemensen. Die flagrante inbreuk op de trias politica werd heftig aangeklaagd door rechter Luc Hennart in ‘De Afspraak‘ deze week. Weinigen zullen de betweterige verwaandheid van de man geapprecieerd hebben, maar hij had wel gelijk. Seponeren is het recht van het openbaar ministerie dat niet zomaar door een lage rechtsnorm kan worden weggeveegd. Dat een en ander beslist werd in overleg met de procureurs-generaals maakt de zaak extra bitter. Let wel, ook ik vind geweld tegen politie, en bij uitbreiding, van iedereen die de overheid vertegenwoordigt, onaanvaardbaar. Toen ik nog voorzitter was, legde onze federale overheidsdienst bij iedere geweldpleging of bedreiging tegen iemand van onze sociale inspectie een klacht neer. Maar je zet iets verkeerd niet recht met een verkeerde reactie. Het tweede argument van Hennart sneed al evenveel hout: waarom zou het seponeringsrecht alleen ingedijkt worden bij politiegeweld? ‘Waarom ook niet bij geweld in de familie?’, stelde hij. Ultiem eindig je bij een totale schrapping van het seponeringsrecht uit ons strafwetboek.

Montesquieu werd er in de 265 jaar dat hij in zijn graf ligt al vele keren aan herinnerd hoe belangrijk zijn theorie van de scheiding der machten wel was, al besteedde de filosoof slechts een paar bladzijden van zijn ‘De L’Esprit des Lois’ aan de scheiding der machten, zoals Hendrik Vuye opmerkte in een nog steeds relevant opiniestuk, dat in De Morgen verscheen, enkele dagen na de val van de regering-Leterme wegens vermoedens van druk op rechters vanuit het kabinet van de premier. Vuye wees er fijntjes op dat er in België al eerder sprake was van een vermenging der machten. ‘Magistraten worden gedetacheerd naar ministeriële kabinetten of zetelen in allerhande werkgroepen opgericht door de uitvoerende macht. Cabinetards schoppen het weleens tot in de Raad van State of worden rechter in het Grondwettelijk Hof.’

Tot voor enkele decennia besliste de minister van Justitie over benoemingen en bevorderingen van magistraten. Natuurlijk ging daaraan een langdurige machtsstrijd tussen de regeringspartijen vooraf en was er een vermoeden van partijdigheid bij iedere uitspraak van een rechter met een gekend politiek kleurtje. Na de affaire-Dutroux kwam er gelukkig de Hoge Raad voor de Justitie en werden rechters op een objectieve basis benoemd en bevorderd.

Dat mooie principe van de scheiding der machten geldt echter niet voor de aanstelling voor de staatsraden van de Raad van State en voor de rechters van het Grondwettelijk Hof. Door de potsierlijke vertoning rond de (niet)aanstelling van Zakia Khattabi (Ecolo) in de Senaat ging men te snel voorbij aan de vraag waarom dat soort aanstellingen niet op een objectieve manier kan gebeuren, zoals het een fatsoenlijke rechtstaat betaamt.  Ons Grondwettelijk Hof kan je bezwaarlijk een ‘gouvernement des juges’ noemen, zoals zijn Amerikaanse tegenvoeter, die het beleid inzake gelijke kansen, abortus of vrije wapendracht kan bepalen, maar de manier waarop u grondwettelijk rechter wordt, is in beide landen in wezen identiek, en mag juridisch en maatschappelijk als onwenselijk worden omschreven. Nu Ecolo zich verzet tegen de benoeming van Danny Pieters (N-VA) bij het Grondwettelijk Hof, zonder twijfel pasmunt voor de niet aanstelling van Khattabi, wordt de partijpolitieke benoeming van onze hoogste rechters hopelijk (weer) in vraag gesteld.

Jammer genoeg geeft Europa ons niet het goede voorbeeld. Europa dreigt Polen en Hongarije te straffen voor hun inbreuken op fundamentele rechtswaarden. In ‘Nieuwe Feiten‘ betreurde oud-Europees commissaris Karel De Gucht dat die sancties door politici worden bepaald. ‘Het hoort het Europees Hof Van Justitie toe om vast te stellen dat een land de uitvoering van het Europees recht niet respecteert. En pas na zo’n arrest kan ook een politieke sanctie volgen’, poneert hij terecht. In de Parijse Saint-Sulpicekerk draait iemand zich onbehaaglijk om in zijn nederige graf.

Naschrift

Deze tekst verscheen in de tijd van 28 november 2020.

Video Politician

Over de flamboyante rechter Luc Hennart

Artikel De tijd over seponeringsverbod.

Persbericht openbaar ministerie.

Over seponeren.

“Rechtscolleges en politiek kunnen maar behoorlijk functioneren als ze geloofwaardig zijn” – Vuye & Wouters

Warning: als je allergisch bent voor juridische zaken, lees onderstaande niet!

Edward Landtsheere, “Spokesman Minister of Justice” tweette als reactiue op deze column: “De Grondwet zelf (art. 151) bepaalt dat de minister van Justitie in samenspraak met de parketten de richtlijnen vastlegt voor de strafvervolging. Dit is exact wat we met deze omzendbrief nu doen. Als er onvoldoende bewijs is, zal een sepot uiteraard nog steeds kunnen”.

Art. 151 §1 luidt:  “De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen”.

Ik stelde niet dat de onzendbrief onwettelijk is maar wel dat het een flragrante inbreuk is  op het principe van de scheiding der machten. Net soals het positief injunctierecht (het recht van de minister van Justitie om aan de procureur de opdracht te geven een individueel dossier te onderzoeken en/of te vervolgen), stelt de rechtsleer dat de minister van Justitie zeer zich terughoudend moet opstellen om van dit recht, vervat in Art. 151 §1,  gebruik te maken. Een seponeringsverbod instellen voor één welbepaalde soort overtreding is daarom een heikele zaak. In de omzendbrief wordt het seponeringsverbod overigens gemotiveerd door de noodzaak om de coronamaatregelen te laten naleven. Terwijl het seponeringsverbod geldt voor alles wat als geweld tegen politie, dus ook iedere vorm van weerspannigheid, kan worden gedefinieerd.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Partijvoorzittervertegenwoordiger

Le noir où s’engloutissent notre foi, nos lois.

Cette inquiétude sourde qui coule en nos veines.

Qui nous saisit même après les plus grandes joies.

Veiller tard, Jean-Jacques Goldman, Jean-Jacques Goldman, 1982

‘Met Jessika Soors en Jan Bertels vertrekken twee inhoudelijk sterke Kamerleden naar een Vivaldi-kabinet’, schreef deze krant terecht 14 dagen geleden. Jessika Soors (Groen) wordt politiek directeur van Sarah Schlitz (Ecolo). Jan Bertels (sp.a) wordt kabinetschef van Frank Vandenbroucke (sp.a). ‘Sommigen vinden dat hun vertrek de tanende rol van het parlement onderstreept’, vervolgde De Tijd en werd daar door alle Vlaamse media gretig in gevolgd. Ook Soors en Bertels lieten geen andere geluiden horen. ‘Als parlementslid kan je steentjes verleggen in de rivier, maar in een kabinet zijn dat wel wat grotere stenen’, stelde Bertels.

In het naoorlogse België degradeerde het parlement ieder jaar weer een beetje meer en moet het nu als vierde provincialer spelen tegen een regering met Champions League-middelen. De reden is bekend: de volksvertegenwoordiger is een partijvoorzittervertegenwoordiger geworden. Die bepaalt of het parlementslid bij de volgende verkiezingen een verkiesbare plaats gegund wordt. Na een sturm-und-dranginloopperiode verandert een nieuwbakken verkozene dra in het gewenste makke schaap. Divertissement, indien niet te frequent en niet te afwijkend, wordt aanvaard bij oppositiepartijen maar meedogenloos afgestraft bij de regeringspartijen. Het gevolg is de totale negatie van de grondwettelijke taak om de regering te controleren.

Eén Pano-uitzending heeft meer effect op een regering dan een jaar parlementaire zittingen. Pano legt de pijnpunten van het afstandsleren bloot en een dag later roept onderwijsminister Ben Weyts (N-VA): ‘Op termijn moet iedere leerling een laptop krijgen.’ Pano stelt vast dat nog steeds miljoenen liters afvalwater ongezuiverd de natuur in stromen. En zie daar verschijnt milieuminister Zuhal Demir (N-VA) als een duiveltje in het wijwatervat met de nodige middelen en acties. Misschien moeten de politieke partijen hun parlementsleden echt wapenen door hun door de belastingbetaler bekostigde middelen niet in vastgoed maar in een onderzoeksploeg te stoppen.

Toch kan de sprong naar het kabinet niet alleen door de gedevalueerde parlementswaarde worden uitgelegd. De opvallendste sprong naar een kabinet gebeurde niet van de wetgevende macht naar de uitvoerende maar van de uitvoerende macht naar de uitvoerende macht. Peter Moors, die nog maar tien maanden voorzitter van de FOD Buitenlandse Zaken was, wordt opnieuw kabinetschef bij premier Alexander De Croo (Open VLD). Heel snel is bij hem de tragische vaststelling gekomen dat je als FOD-Voorzitter enkel steentjes en geen stenen kan verleggen. Ons bestel investeert niet in administraties maar in kabinetten. Alleen al federaal zijn er 838 kabinetsleden. De meeste FOD’s hebben amper zoveel personeelsleden. Dat besef was er zes jaar geleden ook bij Bertels. In de 11 voorgaande jaren zag hij als directeur-generaal Sociaal Beleid op de FOD Sociale Zekerheid zijn personeel ieder jaar afkalven door opeenvolgende hersenloze kaasschaafoperaties terwijl de kabinetten rustig verder uitbreidden.

Toch ben ik ervan overtuigd dat de affiniteit en het wederzijdse respect tussen Bertels en Vandenbroucke, tussen Moors en De Croo en ook tussen Soors en Schlitz bepalender voor hun keuze is geweest dan de zuivere machtskwestie. Bertels zou niet voor om het even welke sp.a-er werken en al helemaal niet voor een minister met andere bevoegdheden dan de sociale zekerheid. Moors vindt op de 16 een vriend weer en belandt op de uitgesproken plek om het toppunt van diplomatieke vaardigheid in eigen land te bereiken. Soors, die racismebestrijding en deradicalisering uitademt, kan weer hands-on zijn in de nabijheid van een hartsvriendin.

Van Bertels en Moors weet ik het, van Soors vermoed ik het: de drang om deelnemer en bevoorrechte toeschouwer te zijn bij het tot stand komen van politieke beslissingen is onweerstaanbaar.

De aandachtige lezer weet dat ik een overtuigd tegenstander ben geworden van kabinetten, maar nu ze er toch zijn, ben ik gelukkig met deze mensen, die de ambtenarij en vele ambtenaren kennen en die die door de meeste ambtenaren ook gewaardeerd worden omdat ze correct zijn, hen als gelijkwaardigen behandelen en (meestal) het algemeen belang voorstaan.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 november 2020.

Video Veiller tard

Er zijn nog interessante transfers naar de post van kabinetchef. De Standaard lijst ze op.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Trump en Taiwan

China, China Calling out to history 
Is that the way it will always be? 

China, Red Rockers, Good As Gold, 1983

Op 9 november 2016 kreeg ik om 16.17 uur plaatselijke tijd een dringend sms-berichtje van een hoge ambtenaar van het Taiwanese ministerie van Binnenlandse Zaken met de vraag om bij mijn terugkeer naar de hoofdstad Taipei van gedachten te wisselen over de veranderde wereldsituatie. Ik moest het bericht drie keer lezen voor het tot me doordrong. Twee uur eerder had ik verbijsterd de boodschap ‘Donald John Trump wordt de 45ste president van de Verenigde Staten’ gelezen op het CNN-scherm in een hotelkamer in het hartje van Taiwan en ik was nog altijd overstuur.

Daar, in het wondermooie Chungyang Shan-gebergte, breide ik, samen met Teergeliefde, een weekje vakantie aan mijn professioneel verblijf in Taiwan, wier regering me had uitnodigd om presentaties te geven over de meest verschillende onderwerpen.

Taiwan was al jaren verscheurd door het pensioenvraagstuk. Hoge pensioenen waren enkel weggelegd voor ambtenaren en militairen. Ze wilden alles weten over de hervorming die de Belgische pensioencommissie voorstelde.  Had ik toen geweten hoe de regering Michel daarmee zou aangaan, had ik mijn toon geen klein beetje getemperd.

Ze wilden weten hoe ze een betere gender-efficiëntie konden bereiken. Ik ben daarover zeer nederig geweest: de helft van hun topambtenaren bleken vrouwen te zijn, we hadden/hebben amper 1 vrouwelijke FOD-voorzitter.

Maar vooral wilden ze te weten komen hoe de efficiëntie van hun administraties kon worden opgekrikt.

Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was. Mijn begeleiders hadden me uitgelegd dat ik niet op vele vragen moest rekenen. Vragen stellen is om te beginnen een beetje onbeleefd – het lijkt alsof je het slecht had uitgelegd – maar vooral, zeiden ze me, het leeft niet zo fel in ambtenarenkringen.Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was.

Maar na mijn verhaal over tijd- en plaatsonafhankelijk werken, het afschaffen van de prikklok, het geven van vertrouwen aan werknemers en het resultaatwerken werd ik overstelpt met vragen van vooral jonge ambtenaren. Ik bleef enthousiast antwoorden en lette onvoldoende op de steeds nerveuzer wordende armbewegingen van mijn begeleiders. Ik wist niet dat een tafel vol ministers, rectoren en topambtenaren al een uur op mij aan het wachten was voor de lunch.

Maar die hadden zich blijkbaar niet verveeld. Ik kwam terecht in een heftige discussie over de Amerikaanse verkiezingen. Iedereen hield wel degelijk rekening met een overwinning van Trump. Diens America First-policy, en vooral zijn uitgesproken terughoudendheid om landen zomaar militair bij te springen, was niemand ontgaan. Het wakkerde de schrik voor een Chinese invasie fel aan. Toen mijn mening gevraagd werd, gaf ik zo correct mogelijk de briefing weer die ik gekregen had van de deskundige mensen van onze federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Blijkbaar was men daar rond de tafel danig van onder de indruk. Vandaar het sms-berichtje.

Nu, 4 jaar later en dus enkele dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, is de de visie van de Taiwanezen op de Amerikaanse president merkwaardig gekanteld. Anders dan Aziatische landen als Maleisië, Singapore, Indonesië, de Filipijnen en Thailand, waar de overweldigende meerderheid van de bevolking hoopt op Biden als de 46ste president van de VS, zou een kleine meerderheid van de Taiwanezen liever een herverkiezing van Trump zien.

Die totale ommekeer kwam er na het legendarische telefoongesprek dat de Taiwanese presidente Tsai Ing-wen op 2 december 2016 had met Trump. Hij nam tot haar totale verbazing de telefoon op en was zo verheugd met haar gelukwensen dat hij niet doorhad dat het gesprek de woede van China zou opwekken. Op 4 december tweette Trump dat hij niet begreep waarom hij China permissie zou moeten vragen om met een staatshoofd van een democratisch land te bellen. Ze vroegen de Amerikanen toch ook nooit om toestemming?

In Taipei waren de high fives niet te tellen. Trump is op dat elan doorgegaan. De contacten tussen de U.S.A. en Taiwan werden steeds warmer. Dit jaar bezochten twee Amerikaanse topambtenaren Taiwan. De ene kwam de pandemie-aanpak bespreken, de andere om een begrafenis bij te wonen. Je kan het niet echt hoogdiplomatieke manoeuvres noemen, maar in Peking was het een en al tandengeknars en machteloze woede. Het was van 1979 geleden, toen Washington de diplomatieke relaties met Taiwan verbrak en het communistische China erkende, dat er nog zo’n hooggerankte U.S.A.-ambtenaren Taiwan aandeden.

Enkele dagen geleden besliste Trump voor 4,2 miljard dollar wapens te leveren aan Taiwan. China heeft zich altijd al fel verzet tegen wapenleveringen en moet nu met lede ogen aanzien hoe de VS Taiwans Hedgehogstrategie – Taiwanese egels tegen Chinesese overmacht – opgezet om een Chinese invasie tegen te gaan, versterken.

42 percent van de Taiwanezen denken blijkbaar met Trump veiliger te zijn dan met Biden als president. 30 percent hebben meer vertrouwen in Biden, die beloofde de banden met bevriende staten nauwer aan te trekken. 28 percent van de Taiwanezen hebben ofwel (nog) geen opinie of willen liever terug naar de situatie met lossere banden met de Verenigde Staten. Niet zozeer om toenadering te zoeken met Communistisch China maar omdat ze bang zijn voor het slechtevriendensyndroom: Goed willen doen voor een vriend maar deze precies daardoor in een moeilijke situatie duwen.

Naschrift

Deze tekst verscheen, weliswaar in kortere versie, als column in De Tijd van 31 oktober 2020, vier dagen voor de Amerikaanse verkiezingen.

Video China

Vooraleer de trollen weer uit hun mollengraven komen: Taiwan betaalde mijn reis maar ik betaalde die voor Teergeliefde met eigen penningen. De vakantieweek natuurlijk ook.

Dat de Chinese machtshebbers niet kunnen lachen met contacten tussen ambtenaren (en politici) van Uno-lidstaten met Taiwan mocht mijn toenmalige collega van de FOD Buitenlandse Zaken, Dirk Achten, snel ondervinden. Ik was nog maar een paar dagen in Taipei of hij kreeg al bezoek van de Chinese ambassadeur, die hem zijn diepe ontgoocheling over het onrecht dat zijn land was aangedaan door het bezoek van een secretaris-generaal overbracht. Niet dat ze daar op Buitenlandse Zaken van wakker liggen. Het behoort stilaan tot de diplomatieke rituelen.

Het is merkwaardig dat de eerste Amerikaanse topambtenaar die Taiwan na 41 jaar aandeed, over Covid-19 kwam spreken. Taiwan telt amper coronadoden omdat het uiterst goed voorbereid was op een pandemie. Het rapport van de ambtenaar in kwestie – Health and Human Services Secretary Alex Azar – heeft, afgaande op de wijze waarop de Trump-administratie met de pandemie omgaat, naar alle waarschijnlijkheid het Witte Huis niet bereikt.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De Zucht Van Levinas

A sigh from the deepest well

You can tell a lot without saying a thing

A Sigh, Crowded House, Time on Earth, 2007

Toen procureur Ine Van Wymersch nog woordvoerder van het Brusselse parket was, kreeg ze op een vrijdagavond een telefoontje van iemand die haar vroeg naar haar jeugdhulpdossier. Van Wymersch dacht er eerst aan haar door te sturen naar de bevoegde dienst, maar hoorde toen een zucht. Een zucht van iemand die haar hele leven al doorgestuurd was. Ze besloot Elvire te helpen en kwam in een verhaal terecht van jeugdinstellingen, seksueel misbruik en volledige vervreemding van haar kinderen. Ze wil euthanasie maar wil ze niet vooral contact met haar kinderen?

‘Die zucht,’ zei Manu Keirse in ‘De wereld van Sofie‘, ‘is de zucht die de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas beschreef. Je hoort een appel van een ander zonder woorden en je neemt de ander als uitgangspunt bij het zoeken naar je eigen welzijn. Zulke woorden roepen gewoonlijk een ergerlijke patchoeligeur op bij mij maar niet als Manu die uitspreekt. Manu meent alles wat hij zegt. Toen ik tijdens de paars-groene coalitie kabinetschef was bij Frank Vandenbroucke, toen minister van Sociale Zaken voor de sp.a, had Manu dezelfde functie bij Magda Aelvoet, toen minister van Volksgezondheid voor Agalev. Al decennia maakten mensen met die twee ministerportefeuilles gegarandeerd en zeer publiekelijk ruzie. Dat wilden Frank en Magda absoluut vermijden. Ze vroegen hun kabinetschefs elke potentiële plooi onmiddellijk glad te strijken. Dat hebben we amper moeten doen, niet omdat de dossiers kreukelvrij waren, maar omdat Manu me lang voor ergens plooien konden gemaakt worden, had gecontacteerd. Manu kende toen al alle registers van de zucht van Levinas.Regeringsleden die voor ze een mogelijk probleem eerst deugdelijk doorspitten al met een half doordachte oplossing naar de media snellen, dat zal weer het lot zijn van alle federale ambtenaren de volgende maanden.Deel op Twitter

Mij was toen vooral de oh-my-Godzucht bij irriterend gedrag van een ander bekend. Die OMG-zucht is ook de Vlaamse Ombudsman Bart Weekers niet vreemd. Het overkwam hem toen hij de nieuwbakken staatssecretaris voor Consumentenbescherming, Eva De Bleeker (Open VLD), hoorde zeggen dat ze geschrokken was van de vele mails die ze tijdens haar eerste week in functie had ontvangen van mensen met klachten over garagepoorten en vliegtickets, en ze daarvoor direct een oplossing had: één webpagina die een overzicht biedt van alle ­instanties waar je met een probleem terechtkunt. Regeringsleden die voor ze een mogelijk probleem eerst deugdelijk doorspitten al met een half doordachte oplossing naar de media snellen, dat zal weer het lot zijn van alle federale ambtenaren de volgende maanden.

Zonder twijfel zijn tienduizenden OMG-zuchten aan ambtelijke monden ontsnapt toen kijkers hun ongeloof uitschreeuwden na de Pano-uitzending over de strategische voorraad mondkapjes die gewezen minister Maggie De Block (Open VLD) liet verbranden. Die langer opslaan vond ze te duur en bovendien had ze geen geld veil om een nieuwe voorraad aan te leggen. Ambtenaren weten dat bijna elke ministeriële beslissing – tenzij de uitrusting en de lonen van de eigen kabinetten – sinds 2008 met dezelfde bekrompen mentaliteit en miskenning van toekomstige gevaren werd genomen. Ambtenaren wisten al jaren dat elke regering sinds 2008 daardoor naliet de burgers te beschermen tegen misdadigers, natuurrampen, aanslagen, epidemieën, fijnstof, zelfdodingen, geestelijk lijden, armoede en verkeersongevallen, om maar enkele te noemen.

‘Het is wat het is’, zei De Block, die geen ontslag als minister kon nemen omdat ze het al niet meer is. Het zal haar hoedanook blijven achtervolgen. Maar natuurlijk nam ze die beslissingen niet zelf. Het werd haar ingefluisterd door haar kabinetschef. Een van de honderden ‘souffleurs van de Wetstraat’, zoals de politieke wetenschapper Pieter Moens (UGent) ze noemt.

Aan De Blocks voormalige kabinetschef zal niets blijven kleven. Misschien zit hij alweer op een ander kabinet. Daarvoor moet je immers niet slagen in een assessment. Gelukkig voor hem, want hij mislukte keer op keer in zijn poging directeur-generaal van de afdeling gezondheidszorg bij het Riziv te worden. Een post, die tot in 2018 ingevuld werd door Ri De Ridder. Die – de geschiedenis kan ironisch zijn – onderbrak zijn pensioen om kabinetschef van Vandenbroucke, nu minister van Volksgezondheid, te worden. Het zal alle ambtenaren die bij Volksgezondheid werken als muziek in de oren klinken. Ri is net als zijn baas geen man van halfbakken ideetjes, gaat respectvol om met administraties en hoeft niets meer te bewijzen.

En mocht je nu denken, Van Massenhove is natuurlijk uiterst lief voor zijn vroegere baas: Frank Vandenbroucke spreekt al jaren niet meer met mij. Misschien moet ik op een vrijdagavond eens een met veel zuchten doorspekt telefoontje naar Ine Van Wymersch doen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 17 oktober 2020.

Video A Sigh

Jan Keij schreef een intrigerend boek over Levinas.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nieuwe bezems

We need a new broom

To sweep it all clean

We need a beat boom

We need a new scheme

‘New Broom’, Mr. Partridge (Andy Partridge, XTC), Take Away/The Lure Of Salvage, 1980

Stavros Kelepouris, de Wetstraatspecialist van De Morgen, tweette deze week dat ik het wel zal appreciëren dat het woord redesign geen enkele keer in het regeerakkoord voorkomt. Meer zelfs, beste Stavros, ik mocht met plezier vaststellen dat voor de eerste keer in twintig jaar geen wens voor een efficiënte overheid wordt uitgesproken.

En met Petra De Sutter (Groen) als minister van Ambtenarenzaken wordt naar alle waarschijnlijkheid gekozen voor een rustige en intelligente aanpak, voor een decent overleg met overheidsmanagers en voor een langeretermijnvisie. Dat zouden top- en andere ambtenaren na jaren van top-downbesluitvorming en misprijzen zonder twijfel erg smaken.

De Sutter heeft, blijkt na een vluchtige lezing van het regeerakkoord, zeer veel manoeuvreerruimte bij het bepalen van haar doelstellingen. Buiten dooddoeners als ‘de overheidsdiensten worden gemoderniseerd, gedigitaliseerd, gediversifieerd en vervrouwelijkt’ is het met een vergrootglas zoeken naar enige visie op hoe een ambtenarenapparaat er zou moeten uitzien in 2030.In het regeerakkoord is het met een vergrootglas zoeken naar enige visie op hoe een ambtenaren- apparaat er zou moeten uitzien in 2030.Deel op Twitter

‘De huidige crisis heeft ons geleerd dat een performant functionerende overheid van cruciaal belang is’, luidt de beloftevolle intro van het hoofdstuk ‘Overheid en ambtenarenzaken’. Daarna zou je een beschrijving van de toekomstige rol van de federale ambtenarij verwachten, of minstens een aanzet tot een oefening om die te verwoorden. Maar wat volgt, is ‘Daarom is de afbouw van de administratieve lasten voor de burger en de ondernemingen van primordiaal belang, o.a. door de digitale dienstverlening te verbeteren, het ontsluiten en het verder ontwikkelen van e-governmenttoepassingen, en het implementeren van snellere vergunningsprocedures en smart contracts met respect voor de wetgeving inzake overheidsopdrachten’. Natuurlijk moeten die dingen gebeuren, maar je kan het bezwaarlijk een visionair project noemen.

Anekdoten

Het werkstuk staat bol van goede ideetjes die jammer genoeg tot anekdoten van de res publica moeten worden gerekend. Ik ben opgetogen dat de regering de toekenning van de uitkeringen voor personen met een handicap zal moderniseren en het is goed dat de regering de functie en voorwaarden van de artsen in de federale overheidsdiensten zal evalueren en harmoniseren, maar moet dat echt in een regeerakkoord?

De Sutter wordt dus niet gehinderd door het regeerakkoord bij het uitwerken van een visie op het ambtelijk bestel, maar ze is natuurlijk alleen bevoegd voor ambtenarenzaken. Ze is geen minister met volheid van bevoegdheden voor de overheid. Ze zal, net als haar voorgangers, elk jaar opnieuw moeten smeken bij de staatssecretaris voor Begroting om de middelen voor haar verbeterplannen, om ze bij de eerste begrotingscontrole alweer geschrapt te zien.

Ze zal weken moeten onderhandelen met de staatssecretaris voor Digitalisering om een plan Administratie 3.0 erdoor te krijgen. Om dan met volle moed de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen te overtuigen van de afbouw van kantoorruimte van de overheidsdiensten waar thuiswerken de norm is geworden.Hopelijk begint Petra De Sutter niet aan een chasse-patateredesign van de overheid.Deel op Twitter

Het is niet echt bemoedigend voor een nieuwe minister, maar als ze het vertrouwen wint van het college van topambtenaren kan ze ondanks die hinderpalen een mooi parcours uitbouwen. Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.

Hopelijk begint De Sutter niet aan een chasse-patateredesign. Het woord mag dan wel niet opduiken in het document, het ruikt er erg naar wanneer het gewag maakt van ‘een vereenvoudigde structuur, met een rationalisering van onder meer het aantal instellingen’. Het gevaar dat er weer, zonder rekening te houden met bedrijfsprocessen en -culturen, fusies worden uitgedacht die voorspelbaar tot mindere prestaties en hogere staatsuitgaven leiden, is niet denkbeeldig. Voor je het weet, goochelt men weer met de term ‘schaalvoordelen’.

Ik raad minister De Sutter aan de hoofdstukken over fusies in Geert Noels’ boek ‘Gigantisme’ te (her)lezen. Spoiler alert: als er al schaalvoordelen zijn, dan wegen ze niet op tegen alle nadelen en kosten die fusies veroorzaken.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 oktober 2020.

Video New Broom

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kabinetskost


When it comes down to the facts

I laugh and walk away

Laugh and walk away

The Shirts ‎– Laugh And Walk Away, Single, 1979

‘Als je verkiezingen wint, krijg je veel geld per stem. Dat gaat naar partijpolitiek personeel, terwijl men dat geld zou moeten investeren in een neutrale studiedienst van het parlement. Onze leerprocessen zijn ontspoord. Daarom moeten kabinetten volgens mij drastisch afslanken’, zegt Marc Buelens, organisatie-expert van de Vlerick Management School. Daarmee sluit hij perfect aan bij de stelling van Guy Tegenbos. ‘Die (traditionele) partijen hebben alleen oude oplossingen voor de nieuwe uitdagingen, maar geven zichzelf zoveel geld en mankracht in partijsecretariaten en kabinetten, dat ze de stabiele krachten – de administraties, de overlegorganen en de langetermijndenkers – kunnen opzijzetten en zichzelf macht toe-eigenen. Ze zijn uitgeleefd, maar fokken hun tegenstellingen bovenmatig op om zichzelf in leven te houden’.

Zulke kritische geluiden over kabinetten hoor je wel meer bij mensen zoals Buelens en Tegenbos, die de overheidsadministraties vanbinnen en vanbuiten kennen. Je leest ze evenwel sporadisch in onze kranten. De huidige generatie Wetstraatjournalisten heeft nog amper contact met kabinetsmedewerkers, topambtenaren en ambtenaren op studiediensten, zoals Tegenbos die decennialang onderhield. Daardoor hebben ze weinig inzicht in welke rol kabinetten (niet) spelen. Daarom ontbreken in de lijst van te schrappen overheidsinstellingen waarin van oudsher de Senaat, de provincies en de ambtenaren prijken meestal de kabinetten.

Nochtans zijn kabinetten een prachtvoorbeeld van hoe verkeerd geïnvesteerd wordt in onze overheid. De meerderheid van de cabinetards zijn geen ambtenaren. Ze worden goed betaald. Een kabinetschef krijgt hetzelfde loon als een FOD-voorzitter, zonder assessment of proef vanzelfsprekend. Kabinetsattachés krijgen een loon waar ambtenaren alleen van kunnen dromen. In cabinetards wordt dus een aantal jaar zwaar geïnvesteerd, maar die investering komt bij andere werkgevers dan de overheid terecht. Uiterst zelden voegen cabinetards zich bij de rangen van de ambtenarij. Sommigen worden door de privésector opgevist, maar je vindt ze meestal terug in aanverwante of zuilorganisaties. De beteren kunnen aan de slag op de partijstudiedienst. Overheidsgelden die konden dienen voor het aantrekken van experts die levenslang hun opleiding, kennis en netwerken ten dienste stellen van de burger, gaan zo verloren.

In de cursussen politologie wordt ‘beleid’ de opdracht voor de kabinetten genoemd en ‘beheer’ een taak voor de administratie, maar dat is louter theorie. Er is een reden dat in ons land voor niets een plan is. Ministers en hun kabinetten doen niet aan langetermijnbeleid. Als er bij het aanvaarden van de functie al een voornemen van beleidsplanning was, wordt dat al snel door de waan van de dag en profileringsdrang naar de achtergrond verschoven.

Het is begrijpelijk dat kabinetsmedewerkers die al te goed weten dat hun kabinetscarrière mogelijk heel kort is zich niet te veel inlaten met dossiers die pas over tien jaar resultaten opleveren. Dus houden ze zich bezig met beheer en laten ze zich in met het werk van ambtenaren. Vijf jaar geleden schreef Tegenbos al: ‘Als men de managers van de overheidsdiensten niet meer betuttelt maar verantwoordelijkheid geeft, zullen zij nog wel efficiëntiewinsten vinden.’

Op de kabinetten werkt ook een aantal gedetacheerde ambtenaren, maar hun aandeel wordt met de jaren kleiner. Dat komt omdat ambtenaren almaar minder met politieke partijen willen geassocieerd worden, maar ook omdat hun promotiekansen bij terugkeer drastisch verminderd zijn. De tijd dat Herman De Croo zijn chauffeur als directeur op een ministerie benoemde, ligt al decennia achter ons. Promotie krijg je nu na een grondige selectie.

Niet dat alle kabinetschefs daar al van op de hoogte zijn. Ooit had ik te maken met een kabinetschef die een personeelsdossier blokkeerde. Daar bleken bij nader inzicht niet direct grote problemen mee te zijn. Dat was dus snel opgelost. Maar de man had, ‘natuurlijk totaal losstaand van dit dossier’, toch nog een vraagje voor mij. Of ik de twee mensen van mijn administratie die naar zijn kabinet waren gedetacheerd een promotie kon geven na afloop van hun opdracht. Ik was zo verbijsterd dat ik even niet wist wat gezegd. ‘Ach, ik zie dat je daar morele problemen mee hebt’, zei hij laatdunkend.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 19 september 2020.

Video Laugh And Walk Away

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Overheid 2.0

Sinan, And His Never Ending War Against the Bureaucracy Robots

Shalosh ‎– Onwards And Upwards, 2019

Natuurlijk moest u zich de jongste dagen verveeld, verbijsterd of geërgerd door alle corona- en Chovanec-artikelen werken. Daarom valt de berichtgeving in kleine letters nog amper op. Tenzij u een fervent volger bent van de website van Open VLD zal het pleidooi van de Antwerpse liberalen Christian Leysen, Marianne Verhaert en Willem-Frederik Schiltz voor een Overheid 2.0 u volledig ontgaan zijn. Jammer, want de meeste fouten tijdens de corona- en Chovanec-drama’s hebben naast de klaarblijkelijke incompetentie en criminele onzorgvuldigheid van sommige politici, ook het frequente falen van de overheid blootgelegd.

Niet dat het werkstuk zoveel nieuws bevat. Leysen & co. willen een overheid die er is voor de burger, niet voor zichzelf. Dat was in 1999 precies het onderschrift van het door premier Guy Verhofstadt (Open VLD) en ambtenarenminister Luc Van den Bossche (sp.a) opgezette Copernicusplan. Bij grondige lezing blijkt dat de drie liberalen ‘een moderne, innovatieve en klantgerichte overheid’ willen. Dus zouden ze ook wel instemmend knikken bij een zin als ‘Daartoe vereenvoudigt de federale overheid haar structuren, innoveert ze voortdurend, trekt ze de beste talenten aan en waakt ze over kostenefficiëntie en een kleiner overheidsbeslag.’ Het zijn flarden uit de regeringsverklaring van Michel I. Gelijkaardige voornemens kon je ook al lezen bij het aantreden van Di Rupo I en Bourgeois I.

Toch mag de voorzet van Leysen & co. niet bij de oude vormen en gedachten weggezet worden. Ze hebben duidelijk lering gehaald uit alle gefaalde overheidsredesigns van het verleden. Terecht hechten ze een groot belang aan ‘een autonoom en een sterk geresponsabiliseerd team van topambtenaren, met een duidelijke opdracht van de volgende regering, in het kader van een langetermijnplan’.

 

1. Langetermijnplan. Zoek de landen op die een min of meer geslaagde overheidsomslag hebben verwezenlijkt en je vindt een langetermijnplan dat door opeenvolgende regeringen is uitgevoerd. Het typevoorbeeld is Finland, dat met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie niet alleen de helft van zijn economie zag verdampen, maar ook tot de pijnlijke vaststelling kwam dat het overheidsapparaat geen antwoord had op de belangrijkste maatschappelijke noden. Over de partijgrenzen heen kwam een akkoord over een tienjarenplan tot stand dat scrupuleus uitgevoerd werd.  Een te volgen voorbeeld.

2. Een duidelijke opdracht van de volgende regering. In de 17 jaar dat ik voorzitter was, is geen enkele premier aan het college van topambtenaren zijn plan komen uitleggen. De reden: er was geen plan, er waren enkel intenties. In september 2014, midden in de onderhandelingen voor een nieuwe regering, stuurden de federale topmanagers een memorandum aan de onderhandelaars met de dringende vraag voor een langetermijnplan en de aanstelling van een minister voor de Overheid, die niet alleen minister van Ambtenarenzaken was, maar ook bevoegd voor het budget, de logistiek, de huisvesting en de informatietechnologie van de overheidsdiensten. De noodzaak om alle aspecten die bepalend zijn voor de efficiëntie van de overheid samen te brengen in één enveloppe is blijkbaar bij een paar fris kijkende politici doorgedrongen.

3. Autonome en geresponsabiliseerde topambtenaren. Met de Copernicusomwenteling werd de (top)ambtenaren ‘een ruimere autonomie’ beloofd. Van de beloofde controle na de beslissingen is nooit iets gekomen. Vooraleer een overheidsmanager iets kan uitvoeren, moet hij de goedkeuring krijgen van zijn minister, zijn inspecteur van Financiën, zijn vastlegger van kredieten en de minister van Begroting. De drogreden voor zoveel Kafka is de schrik dat budgetten overschreden zouden worden.

Er bestaat een veel eenvoudiger systeem om dat te vermijden. Stem een wet waarin staat dat overheidsmanagers die hun budget overschrijden om dringende reden en van ambtswege ontslagen worden. Topambtenaren zullen op de eerste rij staan om te applaudisseren. Want ze willen hun verantwoordelijkheid opnemen en ze willen daarop ook serieus geëvalueerd worden. Niet door ministers die mistevreden zijn over hun kabinetsmeubelen of die de zwartepiet voor hun eigen fouten aan ambtenaren willen doorschuiven, maar door een team van experts. En oh ja, schaf die kabinetten af. Ik weet het: dat kan niet, want het Copernicusplan deed dat al.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 5 september 2020.

Video Shalosh ‎– Onwards And Upwards, 2019

Topambtenaar in het land van slopende zaken. Uit 2011!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Tegen de dag

Friend, isn’t it so strange?

How the only things that change

Are the ones upon the surface

The restless moss upon the grave

Against the Day, Wolf Parade, Thin Mind, 2020

Tijdens de recente hittegolf zijn er 400 rusthuisbewoners meer overleden dan normaal voor die tijd van het jaar. Hebt u Wouter Beke, naar verluidt verantwoordelijk voor Welzijn in Vlaanderen, daar iets over horen zeggen? Niet dat we dat verwachten van iemand in wie zijn moeder beweert deugden te vinden die voor oplettende burgers niet meteen duidelijk zijn. De Vlaamse contacttracingdienst zou vanaf 11 mei zijn hoogstnodige werk doen. Gisteren zei hij vol trots dat zeker de helft van de te bellen mensen bereikt wordt. Ziedaar een man die een verkeerde afslag heeft genomen in het labyrint van de tijd en die nu zijn weg naar het moment waarop hij nog adequaat reageerde niet kan terugvinden. Het schetst een politicus van de vorige eeuw die heilig gelooft dat dingen altijd geleidelijk genoeg gebeuren om je de tijd te geven rustig af te wegen wat je moet doen.

De wetenschappelijke zekerheid dat we door de klimaatopwarming met steeds meer, langere en hetere hittegolven af te rekenen krijgen, en dat die – blijkt uit de niet coronagerelateerde sterftecijfers in woon-zorgcentra – zonder aangepast beleid kunnen leiden tot massale sterfte bij bejaarden, zet Beke er blijkbaar niet toe aan om een evaluatie te vragen van het warmteplan dat werd opgemaakt na de rampzalige zomer van 2003. Toen kostte een hittegolf 1.230 slachtoffers het leven. Er moet blijkbaar niet onderzocht worden of woon-zorgcentra erin slagen de kamers van de bewoners fris te houden. Dat is toch geen onbelangrijk element in een tijd dat de coronamaatregelen onze ouders en grootouders in kamers houden waar bijna nooit airconditioning of luchtventilatie is. Als die er wel zijn, werden ze uitgezet uit angst voor besmetting door de lucht. Verfrissing in de grote ruimtes met airconditioning kunnen bewoners van woon-zorgcentra niet vinden, want die zijn ‘ruimtevretend’ ingericht voor het familiebezoek. Een vriendin vertelde me dat ze een mondmasker ging halen op de kamer van haar vergeetachtige moeder en zag dat het er 32 graden was.

Beke vindt het ook niet nodig te onderzoeken of de beperkte bezoekregeling in woon-zorgcentra geleid kan hebben tot die hoge dodentol door de warmte. Jos De Smedt, coördinerend en raadgevend arts in woon-zorgcentra in de regio Heist-op-den-Berg liet in een artikel in De Standaard noteren dat ‘de vereenzaming niet onderschat mag worden. Dat weegt op de vitaliteit en levensdrang.’ Daar moet ik niet van overtuigd worden.

Gisteren in het woon-zorgcentrum, wachtend op mijn mama, die door de niet genoeg te prijzen verzorgers naar een plekje in de schaduw werd geëscorteerd, zag ik een oude man uit de lift stappen die bij het zien van zijn twee dochters uitriep: ‘Kapot! Kapot wil ik! Dit is geen leven. Ik wil geen eten meer. Ik wil geen pillen meer. Ik wil alleen koffie.’ Ik zag in de ogen van de hoofdverpleegkundige, ook getuige van het trieste schouwspel, een oneindige droefenis verschijnen die alleen het gevolg kan zijn van maandenlange blootstelling aan onpeilbare ellende. ‘We zien het vooral bij de meest levenslustige van onze bewoners’, zei ze toen ik haar bij mijn vertrek ging groeten.

Ik heb haar deze keer niet gevraagd wat ze dacht van de politici die er maar niet in slagen een regering samen te stellen. Hoogstwaarschijnlijk zouden ze – mocht er ooit een moment komen waarbij publiek gerouwd wordt voor iedereen die ons door corona ontviel – met de hoed in de hand even een moment van stilte in acht nemen, om dan als vanouds verder te kibbelen over iets dat aanzienlijk minder belangrijk is dan het leven en de dood.

In het zwijgen wordt Beke ruim overklast door zijn minister-president, de meest afwezige Vlaamse regeringsleider aller tijden. Jan Jambon zegt niet veel, en als hij spreekt, weet niemand wat hij bedoelt. Zeker de cultuursector niet, waarvoor hij naar verluidt bevoegd is. Dat in zijn achtertuin de Roma sluit, zal hem worst wezen. Natuurlijk weet hij dat de sociologische en maatschappelijke waarde van de Roma nog belangrijker is dan het culturele aanbod, maar het is net daarom zeker geen onderdeel van zijn ideologische canon. Hij stak geen poot uit om op de culturele plekken, de enige waar je nog soelaas kan vinden tegen alle corona-ellende, komaf te maken met de idiote 100-personenregel zonder onderscheid van zaalgrootte. De culturo’s die de meest sluitende coronaprotocollen opstelden, kregen daarvoor alleen de karakteristiek misprijzende grijnslach in ruil.  Daarop vertrok Jambon op vakantie met een signaal van Bengaals vuur, waarbij ironie misschien niet helemaal afwezig was. Tegen de dag dat we een slagvaardige Vlaamse en een volwaardige federale regering hebben, is van cultuur alleen nog brakke grond over.

Naschrift

Deze tekst verscheen op 22 augustus als column in De Tijd.

Video Against the Day

Mocht u me na lezing dezer verdenken van literaire talenten, dan moet ik u erop wijzen dat ik voor dit stukje tekstueel zeer vrijelijk heb gestolen uit Against The Day, een even magistrale als waanzinnige roman – hij schreef geen andere –  van de raadselachtige Thomas Pynchon.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen