Broedermoord,

Cain slew Abel, Seth knew not why

For if the children of Israel were to multiply

Why must any of the children die?

God’s Song (That’s Why I Love Mankind), Randy Newman, Sail Away, 1972

Nu mijn mandaat als FOD-voorzitter naar het einde neigt, krijg ik nog meer dan vroeger de vraag of ik in de politiek ga. Mijn antwoord is al 35 jaar hetzelfde: geen sprake van. De reden daarvoor is met de jaren sterk veranderd. Maar nog steeds is het begin van mijn antwoord steeds een ode aan zij die zich willen inzetten voor de publieke zaak door zich verkiesbaar te stellen. Dat ik die stap nooit zelf zal zetten, heeft te maken met wat er gebeurt met mensen die dat wel doen. Tenzij je zoon of dochter van een toppoliticus bent, word je door een partij gevraagd omdat je persoonlijkheid hebt en interessante inzichten tentoonspreidt. Daarna moet je die de rest van je politieke leven inruilen voor de standpunten van je partij.

Hoe schrijnend dat kan zijn, zagen we de afgelopen week in Antwerpen. De drie SP.a-gekozenen in de gemeenteraad stemden weliswaar tegen het bestuursakkoord, maar legden zich daarna neer bij de partijmeerderheid. De volgende zes jaar zullen ze dus met een stralende glimlach alle beslissingen van het college verdedigen, terwijl hun lichaam en geest zich compleet verzetten tegen een akkoord met mensen die hen gedurende jaren de schuld gaven van alles wat misging met de stad en de wereld. De drie weten dat het beleid in de stad niet zal veranderen omdat voor ieder zelfstandig naamwoord in het bestuursakkoord “verbindend” is ingetikt.

Misschien herinneren ze zich nog de wanhoop van Agalev bij de desastreuse verkiezingen in 2003 nadat ze in 1999 met grote overgave in een regering waren gestapt, waarin iedere zelfstandig naamwoord in de regeringsverklaring werd voorafgegaan door het woord “duurzaam”.

Hoe schrijnend ook moet het zijn voor mensen die in de Antwerpse NVA zijn gestapt omdat ze echt geloofden dat alle malheur in de sinjorenstad door de socialisten is veroorzaakt? Ook zij hebben zich, en dan nog zonder misbaar, voor de nieuwe coalitie uitgesproken. Enig verzet, zij het beperkt in tijd en impact, wordt enkel getolereerd in een gewezen machtspartij.

Voor geen (partij-)geld ter wereld wil ik ooit in Terzake gaan uitleggen dat iets waar iedere vezel in mijn lichaam zich tegen verzet, een goede zaak is omdat mijn partij dat vindt.

Maar dat dit soort ervaringen kinderspel is, vergeleken met wat je overkomt in de slangenkuil van je eigen partij, mocht blijken uit wat Christophe Peeters in Gent moest ondergaan. Samen met Tom Balthazar was Peeters, daar zijn vriend en vijand het over eens, de beste schepenen van het voorbije stadsbestuur. Maar nu wordt hij aan de kant geschoven na een naargeestig manoeuvre, waarin alleen de naaste bondgenoten van Matthias De Clercq en zijn partijvoorzitter, niet de hand van de nieuwe burgemeester vermoeden.

Nu jong-VLD maar vooral alle liberale oud-schepenen hem afschilderen als broedermoordenaar in bewoordingen die Theo Francken niet eens zou durven tweeten, dreigt zijn entree als eerste liberale burgemeester in zestig jaar niet het triomfantelijk spektakelstuk te zullen worden die hij voor ogen had maar eerder een remake van het Hollywoodspektakel “What if You Threw a Party and Nobody Came?”.

Sedert de verkiezingen deed hij bijna alles verkeerd wat je verkeerd kan doen. De man die het verraad van 1976, toen bompa Willy ondanks zijn monsterscore naar de oppositie werd verwezen door de tjeven, eens ging rechtzetten, stichtte een postelectoraal kartel met de… CD&V. Dat was knarsetanden voor de van oudsher sterk humanistische Gentse liberalen, die daarna echt gingen balen wanneer bleek dat ze daar ook nog eens met een schepenzetel voor moesten betalen.

De man die uitschreeuwde dat zijn karrevracht voorkeurstemmen hem alle recht op de burgemeesterssjerp verschafte, vond het concept voorkeurstemmen ineens onbelangrijk voor een schepenmandaat. De man die zal zorgen voor een verbindend Gent is begonnen met de versplintering van zijn eigen partij. De man die van Gent een positief verhaal zal maken kan zelfs bij zijn grootste politieke zege de grootmoedigheid niet opbrengen om aan zijn vroegere rivaal voor de titel Eerste Liberaal Van Gent, een bijrol te geven in wat zijn grootste theaterstuk moet worden.

Het is niet alleen klein. Het is ook dom. De Clercq zal met zijn zelfgekozen mini-fractie in het college alles uit de kast moeten halen om de voorspelling van Siegfried Bracke (“Ofwel krijgt Gent een blauwe burgemeester met een zeer groen programma, ofwel komt er een groene burgemeester met een gematigd programma”) niet te laten uitkomen. Dan kan je beter zuinig zijn op sterk personeel. Als je echt een burgemeester wil zijn voor alle Gentenaars, dan stel je toch de sterkste spelers op?

“Dit is een onaanvaardbare strategische blunder die niets met politiek te maken heeft, maar alles met eigenbelang”. Wat Erwin Devriendt, oud-OCMW-voorzitter in Gent, zegde is wat vele Gentenaars denken.

De Clercq wil de zaak nu oplossen door voor Peeters een plek in een van onze parlementen te bepleiten. Blijkbaar heeft hij niet door dat een passieve rol voor de doener Peeters insult after injury is en dat dit bij de modale Gentenaar zal overkomen als wegpromoveren.

Als De Clercq dit soort fouten blijft maken, wacht ook hem een gewisse broedermoord. En neen, ze zullen niet zijn ruiten inslaan of zijn benen breken, zoals ontslagnemend Gents Open VLD-voorzitter Mick Daman smalend meende te moeten opmerken in De Ochtend, als antwoord op de zin ‘Indien hij dat niet inziet, wordt hem dat inzicht bijgebracht’ uit de brief van de Gentse oud-schepenen en OCMW-voorzitters aan voorzitter Gwendolyn Rutten. Politici gaan subtieler te werk. De dolk zie je niet aankomen. Vraagt het maar aan Christophe Peeters.

Of ik ooit politicus word? Wie wil er nu werken in een slangenkuil?

Naschrift

Deze tekst verscheen als column, zij het in verkorte vorm, in De Tijd van 29 december 2018.

Video God’s Song (That’s Why I Love Mankind): https://www.youtube.com/watch?v=C0TvfqmWf4M

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Visegrádcoalitie

There’s been some hard feelings here
About some words that were said
Paul Simon,
‘One Man’s Ceiling Is Another Man’s Floor’, 1973

Federale overheidsdiensten zijn rare beestjes. Raar in de zin van zeldzaam. Vind maar eens plaatsen waar evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen samenwerken, waar Vlamingen, Walen en Brusselaars elkaar dagelijks ontmoeten en waar taken voor het hele land worden uitgevoerd. We trouwen niet meer met elkaar, we bellen elkaar nagenoeg niet meer heeft Proximus al vastgesteld en we weten niet meer wie popheld, topauteur of sportjournalist is aan de andere kant van de taalgrens. Dat de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen door iedereen op de werkvloer van onze federale overheidsdienst duchtig werden besproken, zal u niet verwonderen. Maar misschien wel dat door Nederlandstaligen én Franstaligen met evenveel belangstelling werd uitgekeken naar de coalities in Gent, Oostende, Charleroi en Liège. Liège inderdaad, want in een federale overheidsdienst spreekt ieder zijn eigen taal/chacun parle sa langue.

Mocht Charles Michel zich zo nu en dan eens vertoond hebben op federale administraties, dan had hij gewis geweten wie Frank Deboosere was.

Federale ambtenaren, en bij uitstek de beleidsvoorbereiders,  zitten op een berg informatie. Ze hebben contacten met alle mogelijke positiebepalende mensen in de Europese Commissie en de Oeso, in studiediensten van partijen en sociale partners en in alle kabinetten die ons land rijk is.

Daarom zijn federale overheidsdiensten ook raar in de zin van anders. Tot mijn grote verbazing heb ik vastgesteld dat het inzicht in waar we politiek in ons land naartoe gaan veel groter is bij de federale ambtenaren dan bij de regionale ambtenaren, privéwerknemers of Wetstraatjournalisten. Op woensdag 31 oktober liep ik door ons vergadereiland en hoorde ik een Nederlandstalige zeggen dat Oostenrijk zich uit het VN-migratiepact had teruggetrokken. ‘Oh la la,’ repliceerde een Franstalige stem, ‘dat zal niet zonder gevolgen voor ons land blijven. De N-VA heeft te veel stemmen aan het Vlaams Belang verloren bij de (gemeenteraads)verkiezingen. Ik zie hen hier ook problemen over maken.’

Enkele weken later, toen de spanningen in onze regering een feit waren, kreeg ik van enkele ambtenaren het voorstel om een noodplan uit te werken voor het geval de regering vroegtijdig zou vallen. Lopende zaken zou de overgang van onze dienst Zelfstandigen naar de Sociale Zekerheid Zelfstandige Ondernemers en de verlenging van de contracten bij onze geteisterde Dienst Tegemoetkomingen aan Mensen met een Beperking in gevaar kunnen brengen.

Nu al wordt bij ons druk becommentarieerd wat de toekomst brengt. Dat ons land politiek tot stilstand komt en 2019 (weer) een jaar van (s)lopende zaken wordt, daar is iedereen het over eens. Hoe lang de regeringsonderhandelingen zullen duren, daar durft men zich niet over uitspreken, maar men is er wel van overtuigd dat de duur ervan zal afhangen van de verkiezingsuitslag van de N-VA. Als ze federaal incontournable worden, dan komt het vorige record regeringsvormen in gevaar. Maar als men zonder hen kan, zal het zonder hen zijn want bij de MR is de ervaring van de onbetrouwbare Vlaams-nationalistische partij te wrang, is de meest gehoorde stelling.

In de week voor het Marrakeshevent was iedereen bij ons ervan overtuigd dat de N-VA de regering zou verlaten, dat Michel met een minderheidsregering zou verdergaan, maar ook dat die een zeer kort leven zou zijn beschoren en we dus naar vervroegde verkiezingen gaan. De linkse oppositie zou, een halfjaar voor verkiezingen, wel gek moeten zijn om een centrumrechtse regering te depanneren, luidde het, en de N-VA zal vanuit de politiek comfortabele oppositiezetels alleen willen steunen wat hen honderd procent zint. “Als de premier dan niet snel de handdoek gooit, zal hij zo hard naar de pijpen van zijn gewezen regeringspartner moeten dansen dat hij een gevaarlijke concurrent dreigt te worden voor zijn Engelse confrater in de eindejaarslijstjes “krampachtig dansen”, lachtte onze meest ironische medewerker.

Onderliggend bij deze gesprekken is de al jaren durende discussie over de ware aard van het beestje dat N-VA heet. Toen de Zweedse coalitie tot stand kwam, was er veel consternatie. Vooral bij Franstaligen – maar niet alleen bij hen – heerste een ‘de extreemrechtse Vandalen staan voor de stadsmuren’-gevoel. Het moet een erg moeilijke tijd geweest zijn voor ambtenaren met een N-VA-affiniteit. Een medewerker die voor zijn N-VA-lidmaatschap uitkwam, werd gepest. Ik kon ingrijpen nadat zijn collega’s me op de hoogte hadden gebracht, waarvoor hulde. In de wintermaanden van 2014 liet ik aan iedereen blijken, in woord en daad, dat de N-VA voor mij een democratische en een nietracistische partij was. Niet iedereen heeft me dat in dank afgenomen. Er werd met angst in het hart afgewacht hoe de samenwerking met een N-VA-staatssecretaris voor Mensen met een Beperking zou verlopen. Maar Elke Sleurs behandelde ons correct, was de eerste ervaring. En toen haar opvolgster Zuhal Demir blijk gaf van grote interesse en inzet voor de dienst, kwam er zelfs waardering.

De recente gebeurtenissen hebben het beeld van de N-VA geen goed gedaan in de federale overheidsdiensten. Veel van het traag opgebouwde vertrouwen ging met de weliswaar snel geaborteerde maar evengoed beangstigende anti-Marrakeshcommunicatiecampagne teloor. ‘Ik begon te geloven dat de partij niet extreemrechts is. Maar hoe noem je een partij die over migratie hetzelfde denkt als de Visegrádcoalitie van Jarosław Kaczynski, Viktor Orban, Marine Le Pen of Filip Dewinter?’, kreeg ik deze week te horen van een (Vlaamse) medewerker.

Naschrift

Deze tekst verscheen als (sterk verkorte) column in De Tijd van 15 december 2018.

Video One Man’s Ceiling Is Another Man’s Floor: https://www.youtube.com/watch?v=2GdegC2p8ek

Paul Simon nam dit nummer dit jaar opnieuw op voor In The Blue Light, een album waarop hij nummers die hij zelf zeer geslaagd vindt maar weinig bekend zijn, opnieuw onder handen nam.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boter

Did you ever read about a frog

Who dreamed of bein’ a king?

Neil Diamond, ‘I Am… I Said’, Single, 1971

Carina Van Cauter is een bijzonder bedrijvige parlementair, die niet voor niets door de media verkozen werd als beste kamerlid. Geen toeval dus dat ze geregeld opduikt in actualiteitsprogramma’s. Het is maar de vraag of Carina dat nog van harte doet want sedert de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire krijgt ze geheid, of ze het over sportersstatuten of over mensenhandel heeft, de onderwerpen waarvoor ze gecontacteerd is, de vraag hoe het zit met de gouverneurskeuze. Ieder keer verklaart ze duidelijk dat ze daar niets wil of kan over zeggen. Daar heeft de interviewer geen oren naar en blijft de vraag herhalen. Het is symptomatisch en onhoffelijk. Zelf heb ik meegemaakt dat voordien werd afgesproken dat over een specifiek onderwerp geen vragen zouden gesteld worden en men het tijdens de opname toch doet. Dat is smerig want de geïnterviewde weet dat niet antwoorden slecht overkomt bij kijker of luisteraar en dat de journalist daar listig van gebruik maakt. Zo moet de actrice Maria Schneider zich gevoeld hebben tijdens de beruchte boterscène in Bertolucci’s film ‘Last Tango in Paris’.

Van Cauter trok zich terug uit de gouverneursrace omdat iemand, zonder ook maar een seconde rekening te houden met haar gevoelens, haar assessmentdossier liet lekken. Dat in ons land namen en dossiers van mensen die kandidaat zijn voor een openbare functie op straat worden gegooid, is niet de uitzondering maar de regel. Het recentste slachtoffer is Anne Junion, die de krantenkop ‘Kabinetschef Marghem zakt voor topfunctie‘ moest incasseren.

Geen wonder dat privémanagers twee keer nadenken om voor de job van topambtenaar te gaan. Ze willen zich de beschamende situatie besparen hun baas te moeten uitleggen waarom ze weg willen.

Dat is niet de enige reden waarom zo weinig ex-privémanagers bij de overheid werken. Een pak privé-managers die de stap riskeerden zijn grandioos mislukt. De Oeso heeft het 11 jaar geleden al vastgesteld: de job van overheidsmanager is moeilijker dan het privé-equivalent. En de wijze waarop Johnny Thijs, iemand die wel een geslaagde overgang maakte, behandeld werd door zijn politieke meesters, is bij veel privémanagers niet onopgemerkt gebleven.

Als Selor-jurylid stelde ik meermaals vast hoe weinig privémanagers die kandideerden van het overheidsnetwerk afwisten. Die onwetendheid gaat niet zelden gepaard met een onwaarschijnlijke arrogantie, zelfs minachting, voor wat gebeurt bij de overheid. Sommigen zeggen niet meer of minder dan dat er geen innovatie is bij de overheid en dat men blij mag zijn met de interesse van iemand die in de privésector werkt. Sommigen reageerden zeer verbaasd toen de juryleden naar hun (gebrek aan) voorbereiding vroegen. ‘Lag de rode loper naar de overheidsfunctie nog niet klaar, dan?’

Nee dus, die rode loper is er alleen voor kabinetschefs. Dat is toch wat je in onze kranten kunt lezen. ‘Van de tien FOD-voorzitters moeten er zes vervangen worden. Die posten worden over de verschillende partijen verdeeld. Het is drummen, want ook veel kabinetsleden zoeken een uitweg nu de verkiezingen naderen‘, las je in deze krant. Die aanname – ‘de job is toch voor kabinetschefs’ – stoelt op de vaststelling dat de meerderheid van de huidige FOD-voorzitters in een vorig leven kabinetsmedewerker was.

Maar omdat vinken vogels zijn, zijn niet alle vogels vinken. Voor elke kabinetsmedewerker die in een assessment slaagt, zijn er tien die jammerlijk mislukken. Anders dan bij de NMBS, Proximus of de Nationale Bank, waar partijvoorzitters de vrije hand hebben, moeten ze kiezen tussen de FOD-kandidaten die een rapport ‘Zeer geschikt’ kregen op het Selor-assessment. Ik geef u op een blaadje dat, op een grote uitzondering na, niemand die nu op de voorkeurlijsten van de partijvoorzitters staat ooit FOD-voorzitter wordt.

De functie van kabinetschef kan dan wel de beste training zijn die je je kunt indenken voor leidinggevende functies in de administratie, zoals oud-journalist Guy Tegenbos poneert, dan nog moet je aantonen dat je een grote organisatie kunt aansturen, dat je meer dan theoretische noties hebt van personeelsbeleid, budgetdiscipline en technologie, dat je kan breken met het maken van beleid, en dat je beleid, ook dat waar je niet achter staat, correct kunt uitvoeren. Veel ‘politieke’ kabinetschefs rateren hun assessment omdat ze zich, in tegenstelling tot ‘manager- kabinetschefs’, daarin niet bekwaamd hebben.

Ik krijg constant de vraag of ik weet wie mij (en mijn collega’s) opvolgt. Eerlijk: ik weet het niet. De partijvoorzitters ook niet. Maar dat beseffen ze nog niet. Evenmin als Maria Schneider besefte wat haar te wachten stond in Bertolucci’s film.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 1 december 2018.

Video I Am… I Said: https://www.youtube.com/watch?v=NS76IGdnD3o

Kris Luckx vroeg via twitter: “Beweert Frank Van Massenhove nu dat Selor dit allemaal kan testen?” Mijn antwoord: “In alle Selor-jury’s waarin ik zetelde (over de andere kan ik niet oordelen) zat voldoende expertise om vast te kunnen stellen dat iemand NIET over die talenten beschikt. Als er twijfel over is, krijgt kandidaat een “geschikt”. Geen “zeer geschikt”, dat is weggelegd voor kandidaten waarover geen enkel jurylid twijfel heeft. Overigens heeft Anseel heeft gelijk wanneer hij het over de beperkte voorspelbaarheid van assessments heeft (https://tinyurl.com/yag4g5kk)”.

Frederik concludeert, op basis van 50 jaar onderzoek, dat een goed assessment ongeveer 20 procent van de toekomstige prestaties voorspelt. “Maar 20 procent? Dat is een terechte bemerking, maar dat is de realiteit van selectie en assessment. Voorspellen is moeilijk. Maak u geen illusies. De meeste andere methodes, zoals een ongestructureerd interview of een persoonlijkheidstest, scoren lager. De beste strategie is een combinatie van methodes, waarmee je dan uitzonderlijk aan ongeveer 40 procent voorspellende waarde kan komen. Consultants die iets anders beweren, liegen of weten niet waarover ze spreken. Vraag hen naar de predictiedata voor hun eigen methode.”

“Een bijkomende ronde interviews door de Vlaamse regering die de rangschikking bepaalt, is een bijzonder slecht idee dat net de voorspellende waarde van het assessment onderuithaalt. Doe dan geen assessment”, stelt Anseel verder. Hij had het over het circus rond de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire, maar die analyse geldt ook voor mandaatfuncties bij de federale overheid. Selor zou de rangschikking moeten bepalen. De eerste krijgt de job. Daarmee zou alle politieke inmenging vermeden worden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aalmoezenpot bis

Démagogie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

L’hypocrisie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

Amadou & Mariam, Ce N’est Pas Bon, Single, 2009

Partijtucht zorgt ervoor dat zelfs uiterst intelligente mensen enormiteiten begaan. Volgens de Open VLD’er Karel De Gucht is de partijkaartloze gouverneurskandidaat Wim Leerman zonder twijfel een N-VA’er. Want hij is directeur van de stad Aalst, die zoals iedereen weet een N-VA-burgemeester heeft. En er zijn mensen in zijn familiekring die N-VA’er zijn. Ben ik dan Open VLD’er omdat mijn voogdijminister Maggie De Block is? Of ben ik N-VA’er omdat twee nichtjes van mij dat zijn?

De Guchts partijvoorzitter, Gwendolyn Rutten, vond dan weer dat Carina Van Cauter en niemand anders gouverneur van Oost-Vlaanderen moest worden. Want wie kon beter de talenten van alle kandidaten inschatten dan zij? Toch geen gespecialiseerd assessmentbureau, zeker?

Naar aloude gewoonte – vroeger stuurden de christendemocraten Miet Smet naar een debat over vrouwenrechten die ze net gekrenkt hadden – kwam niet de CD&V-partijvoorzitter in Terzake uitleggen waarom geen competente vrouw werd gevonden voor de Nationale Bank, maar werd Griet Smaers verzocht te argumenteren dat Steven Vanackere de juiste mens op de juiste plaats is. Terwijl zij nota bene het wetsvoorstel heeft ingediend dat een op de drie een vrouw moet zijn aan de top van de Nationale Bank. Natuurlijk weet Smaers dat iemand als Caroline Ven veel geschikter zou zijn. Maar zij zit al in de beheerraad van Bpost en kan daar niet weg, want dan dreigt een andere partij haar plaats in te palmen. De regeringspartijen zijn al meer dan een jaar aan het armworstelen over de drie te begeven beheerraadplaatsen aldaar.

Toch liet de CD&V-voorzitter zich niet onbetuigd. ‘CD&V heeft van niemand lessen te krijgen in vrouwvriendelijkheid.’ Van de andere partijen niet, dat is juist, want die zijn even schuldig en hypocriet. Maar misschien wel van de helft van de bevolking? En tel daarbij maar alle mannen die het verwerpelijk vinden dat de Oude Jongens de beste brokken voor zich houden en die al lang weten dat instellingen met goede genderverhoudingen beter functioneren. Maar het algemene belang en een goedwerkende overheid konden Wouter Beke gestolen worden. Doodgemoedereerd liet hij Vanackere aanstellen bij de Nationale Bank. Vanaf nu is 15 november de Dag der Dynastie van de Partijvoorzitters. 

Niet te tellen waren de politici die geen genderquota wensten bij de Nationale Bank. Want die zijn vernederend voor vrouwen. En je kweekt er excuustruzen mee. O ja? Sinds 2011 zijn er quota voor vrouwen in de raden van bestuur van overheidsbedrijven en beursgenoteerde bedrijven. Ze deden het aantal vrouwen in beheerraden vertienvoudigen. Ik daag politici die het excuustruusargument gebruiken uit er één vrouw uit te pikken die niet de juiste capaciteiten heeft. Niet de quota maar hun uitspraken zijn vernederend voor vrouwen.

Zelden hebben politici in zo’n korte tijd zoveel auto-imagoschade veroorzaakt. Professor publieke financiën Wim Moesen stelde in De Morgen dat politieke benoemingen “hand in hand gaan met een lamentabel begrotingsbeleid. Als je aan de top voorbeelden geeft van civiel gedrag, dan straalt dat af op de bevolking”. Als zelfs een rustige man als Wim Moesen uitspraken doet als ‘we hebben allesbehalve de leiders die we verdienen’ zou dat politici aan het denken moeten zetten. Dat is weinig waarschijnlijk. Ik schreef het hier vroeger al: ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel.’ Telkens een partijgetrouwe mag delen in de aalmoezen, klinkt het hondenfluitjessignaal – ‘er wordt voor jullie gezorgd’ – bij de brede politieke familie.

Dat heeft de immer sluwe Bart De Wever goed begrepen. Nooit liet hij zich betrappen op het wegzetten van strijdgenoten. In nogal wat partijen zou de partijvoorzitter mensen als ‘losse handjes’-Pol Van Den Driessche, mandatenkoning Koen Kennis, stuntel Siegfried Bracke en miscast Liesbeth Homans snel van het politieke toneel hebben verwijderd. Niet De Wever.

John Crombez daarentegen kuiste in recordtempo Hilde Claes weg uit Hasselt, Tom Balthazar uit Gent en wilde dat nog eens herhalen met Tom Meeuws in Antwerpen maar botste daar op een eensgezind Antwerps partijbestuur. In Gentse socialistische kringen wordt nu jaloers gekeken naar de Antwerpse vrienden. ‘Was het Gentse partijbestuur toen dapperder geweest, dan zag de situatie er nu helemaal anders uit’, hoorde ik een ervaren socialist zeggen. Extern maar ook intern zwelt de kritiek op het voorzitterschap van Crombez aan.

In de N-VA hoor je geen kwaad woord over De Wever. Terwijl je je toch kan afvragen of het Antwerpse burgemeesterschap de voorzitter niet heeft belet zich meer bezig te houden met de Gentse afdeling, zodat het ondermaatse electoraal resultaat daar had kunnen worden vermeden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column bij De Tijd van 17 november 2018.

Video Ce N’est Pas Bon: https://tinyurl.com/yd99z4jj

Johan Ackaert en Sofie Hennau: Drie drogredenen voor politieke benoemingen: https://tinyurl.com/yazyok6c

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Hersttij

De Herfst Is Een Schijtseizoen, Steiger, Steiger-EP, 2016

Premier Charles Michel weet wat belangrijk is. De zomer/wintertijd bijvoorbeeld. Daarom moet de beslissing daarover afhangen van een volksraadpleging.

Welke nieuwe gevechtsvliegtuigen we moeten kopen is van secundair belang. Daar laat hij het parlement niet eens ernstig over discussiëren, laat staan beslissen. Er werd voor de F-35 gekozen op de ministerraad van 25 oktober. Mooie datum, want niet vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, waardoor men des kiezers toorn kon afwenden, maar toch snel genoeg om de Amerikaanse toorn te bedaren. Tot zover het geloof in een Europees leger.

Toch blijft de premier, luidens zijn optredens voor het Europees Parlement en de VN, een groot verdediger van de Europese idee. Raar toch dat een premier voor wie Europa en de zomer/wintertijd zo essentieel zijn, het niet de moeite vindt om iemand van de Belgische regering af te vaardigen naar de vergadering over de afschaffing van de urenwissel die Europees voorzitter Oostenrijk afgelopen weekend in Wenen hield.

Europese diplomaten kijken er niet van op. Zo hoog onze politici opgeven over de waarde van de Europese gedachte, zo laag is ons aanzien onder de lidstaten. Een universitair instituut uit Göteborg meet sedert 2009 bij de Europese diplomaten hoe hoog ze de standpunten van iedere lidstaat inschatten, hoeveel belang ze hechten aan samenwerking ermee en hoeveel gewicht ze de landen toekennen bij de totstandkoming van Europese regelgeving.

Sedert 2009 is ons netwerkkapitaal gehalveerd en bevinden we ons op de twintigste plaats (op 28). Landen zoals Tsjechië, Slovakije, Letland en Estland hebben een groter kapitaal opgebouwd dan ons koninkrijk. De grote landen staan helemaal bovenaan – Duitsland, Frankrijk en het VK bezetten de eerste plaatsen – maar dat houdt niet in dat de rangschikking door de landsgrootte bepaald wordt. Zweden staat op 4, Nederland op 5, Finland op 8 en Denemarken op 9.

De kleinere landen kunnen op de Europese beslissingen wegen omdat ze ‘Brussel’ begraven onder hun voorbereidende non-papers. Het aantal Belgische non-papers van de afgelopen jaren is op twee handen te tellen. ‘De Belgen reageren pas wanneer er een officiële paper van de Europese Commissie verschijnt en bijna alles al vastligt’, lachte een Nederlandse diplomaat (me net niet uit).

Het is niet dat de Permanente Vertegenwoordiging, onze ambassadeurs bij de EU, slecht werkt. Ze zijn de uitvoerders van een onbestaand beleid. De prioriteiten vastleggen is geen diplomatieke, maar een politieke zaak en in dit land zonder plannen is dat een heikel probleem. Sedert de dagen net voor de aanvang van het Parijse klimaatconferentie in 2015, toen onze ontelbare ministers bevoegd voor milieuzaken snel moesten samenkomen om te beslissen hoe ze het Kyotoprotocol van 2009 zouden uitvoeren, weten we hoe krakkemikkig onze regio’s en de federale component tot beslissingen komen. Dan kom je Europees altijd te laat. Dat is geen kenmerk van federale staten. Duitsland slaagt er, ondanks zijn 16 deelstaten, telkenmale in zijn prioriteiten torenhoog op de agenda te krijgen.

Duitsland is niet alleen goed georganiseerd, het investeert ook breed en diep in beleidsvoorbereiding. Door de aanhoudende besparingen sedert 2009 is het aantal beleidsraadgevers in de federale departementen drastisch gedaald. Daardoor wordt de Permanente Vertegenwoordiging onvoldoende gevoed. Daardoor stokt ook de omzetting van het Europees recht naar ons rechtssysteem. 1 procent vertraging wordt Europees aanvaard, maar dat halen we in de verste verte niet.

Europa is ver van onze deur, lijken onze beleidvoerders te denken. Maar ze vergissen zich. Liefst 62 procent van de EU-burgers beoordeelt het lidmaatschap van hun land als positief, het hoogste percentage in bijna dertig jaar, blijkt uit een recente peiling die het Europees Parlement iedere twee jaar uitvoert. Het is, zeer contra-intuïtief, lente in Europa. België verkeert al jaren in een Europese herfst.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 november 2018.

Steiger met een live-versie van De Herfst Is Een Schijtseizoen.

Steiger is een van de vele verfrissende Belgische jazzbands. Op het album Lefto presents Jazz Cats vind je een kransje ervan gecompileerd. “Een” en niet het kransje want er kan direct een volume 2 gemaakt worden met aanstormende bands die hier ontbreken, zo onwaarschijnlijk sterk zijn onze mooie jonge jazzgoden.

Mocht je de ogenopenende column van Pierre Therie op VRT NWS gemist hebben, dan kan je hier lezen waarom de keuze voor de F-35 onzinnig is en hoe onprofessioneel politieke keuzes gemaakt worden in ons land.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Carolineh

Thank you for the days

Those endless days, those sacred days you gave me

I’m thinking of the days

I won’t forget a single day, believe me

I bless the light

I bless the light, that lights on you believe me

And though you’re gone

You’re with me every single day, believe me. 

Days’, The Kinks, single, 1968

Vorige zaterdag stapte ik met mijn teergeliefde in de late voormiddag langs de drie Gentse torens, op wat een van de mooiste zomerdagen van het jaar moet zijn geweest. Sinds de dag dat ik in New York de plek zag waar ooit de Twin Towers stonden, zijn de Gentse torens me dierbaarder dan ooit. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn. Veel kans dat je op dit soort flaneerdagen Caroline met een pak vrienden op een zonovergoten terras aantreft bij een onvermijdelijke fles bubbels van een goed huis. Niet zo vandaag want mijn teergeliefde en ik stappen naar de ontwijde kerk waar we straks samen met honderden vrienden afscheid van haar nemen.

Weinig mensen hebben zo’n vriendenkring opgebouwd als Caroline. Hoe ze in een veel te kort leven met zoveel mensen uit de meest uiteenlopende werelden een warme vriendschap kon sluiten en vooral onderhouden, is voor elk van ons nog altijd een raadsel. Die zaterdag zaten er onder meer kunstenaars, journalisten, bankbedienden, sociaal werkers, politici, managers, platenhandelaars, onderwijsmensen, binnenhuisarchitecten, schrijvers, koks, fotografen, museumdirecteurs en therapeuten in de kerk. Veel Gents volk maar niet ‘le tout Gand’, want Caroline weefde geen mensen in haar vriendenweb vanwege hun bekendheid of hun rijkdom. Ze selecteerde vrienden intuïtief en toch gericht, zoals ze kleren kocht: op zachte tinten, vloeiende texturen en tijdloze elegantie. Ze vulde geen kleerkast met vrienden maar stelde een garderobe samen van soulmates.

De plaatsen en de omstandigheden van de eerste contacten waren, getuige de pakkende verhalen, telkens anders. De aanleiding was wel altijd dezelfde: haar oneindige interesse in de wereld. Waarom die eerste contacten steeds op diepe vriendschappen uitdraaiden, wisten we ook. Als Caroline weer iemand had ontdekt, wilde ze die zo snel mogelijk voorstellen aan zo veel mogelijk vrienden.

Caroline was een volleerde connector. Niets maakte haar gelukkiger dan mensen verbinden. Zelfs de kanker,die haar zes jaar geleden de verschrikkelijke boodschap van eindigheid bracht, kon haar queeste naar intrigerende mensen niet stoppen. Haar hele leven was een verbindend, positief project, maar bij haar ontbrak – anders dan bij de mensen op de lijsten waartussen we ’s anderendaags zouden moeten kiezen – de stuitende carrièreplanning en het voldragen narcisme.

Frederik Anseel poneerde hier enkele dagen geleden dat er niets mis is met de boodschap dat je burgemeester of schepen wil worden. ‘Er is niets verkeerd met macht. Macht geeft je de mogelijkheid je ideeën en dromen waar te maken.’ Point taken. Alleen: is Frederik zo zeker dat de post vooral wordt gewenst om die dromen te verwezenlijken? Moeten we geen vragen stellen bij iemand die er alles aan doet om burgemeester te worden en die als er geen meerderheid op rechts kan, dan maar met links in zee gaat?

Assita Kanko wees eergisteren in haar column in De Standaard de navelstaarderij en de persoonlijke ambities van haar partijgenoten aan als redenen voor de MR-verkiezingsnederlaagnederlaag in Brussel. ‘Mensen willen dat de politiek over hen gaat en niet over de postjes. Ze willen een beter leven of op zijn minst de kans daartoe.’

Mensen hebben dat verbindende positieve project nodig. Maar ze kunnen, daar heeft Frederik Anseel wel gelijk, al die politici die er maar blijven over emmeren missen als kiespijn. Ze hebben politici nodig die het doen. Ze hebben politici nodig die niet zeggen dat iets belangrijk is maar dingen doen die mensen belangrijk vinden.

Caroline stond er nooit bij stil dat ze mensen verbond. Ze deed het. ‘Ze was een betere burgemeester dan al die mensen tussen wie we morgen mogen kiezen’, zie iemand zaterdag. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn.

Naschrift

Deze tekst verscheen als blog in De Tijd van 20 oktober 2018 en is opgedragen aan het Team Caroline, die vrouwen die Caroline 24/7 maandenlang hebben bijgestaan en aan alle vrienden en vriendinnen van Ons Caroline die voor haar kookten, haar appartement onderhielden, taxichauffeur speelden, bijsliepen, kortom nagenoeg alles deden opdat Caroline’s verblijf in een ziekenhuis zo kort mogelijk was en haar laatste jaren zo aangenaam mogelijk.

Video Days van The Kinks: https://www.youtube.com/watch?v=bOk7khDGtSs

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boemboem

Well, talk that talk

And walk that walk

Boom, boom, boom, boom

‘Boom, boom’, John Lee Hooker, ‘Burnin’’, 1962

Opvallend veel kandidaten op assessments en sollicitatiegesprekken weten niet wat te antwoorden op die ene vraag die gegarandeerd wordt gesteld: waarom bent u kandidaat? Verder dan ‘ik ben toe aan een nieuwe uitdaging’ komen de meesten niet. Uit het gestamel dat volgt, valt met enige goodwill die ene boodschap te ontcijferen: ik wil daar de baas worden. Even zeker als de vraag is het gevolg: de kans dat je de job krijgt, is nihil.

Blijkbaar zetelen niet zoveel politici in examenjury’s of assessmentteams, wat op zich een goede zaak is. Maar daardoor hebben ze niet door dat ze in deze verkiezingstijden op nagenoeg elke vraag die hen wordt gesteld beter niet antwoorden met: ‘Ik wil burgemeester worden.’ In het Knack-dubbelinterview van deze week zegt Mathias De Clercq het zoveel dat Mieke Van Hecke diep zuchtend ‘dat weten we ondertussen, Mathias’ zegt, en het zelfs de titel van het stuk wordt.

In een tenenkrullend interview voor ‘Terzake’ antwoordt de Brusselse burgemeester Philippe Close, van wie blijkens de straatinterviews maar weinig Brusselaars weten dat hij hun burgemeester is, op de vraag wie de volgende burgemeester wordt vol onbegrip: ‘Ik, natuurlijk.’ Kris Peeters wil zelfs burgemeester worden met 5 procent, ‘want met die score kan je wel voor 100 procent van de inwoners burgemeester van de stad zijn’. Dat is buiten Philippe De Backer gerekend, die zichzelf een behoorlijke kans geeft om baas op het Schoon Verdiep te worden. Begrijpelijk als je volgens de peilingen op 5 procent afstevent.

Al die politici vinden het alarmerend dat de meerderheid van de jongeren die straks voor het eerst mogen stemmen geen interesse heeft in politiek. En ze begrijpen al helemaal niet dat meer dan de helft van de jongeren verkiezingen saai vindt. Zelfs onder de jongeren met interesse in de politiek blijft dat 30 procent.

Ik moet toegeven dat zelfs ik nu uitkijk naar het moment waarop de verkiezingsuitzendingen worden onderbroken voor een wedstrijd van Anderlecht. Zo inspirerend zijn de debatten. ‘Het is namelijk zo dat inderdaad de verkiezingen belangrijk zijn en dergelijke meer’, hoorde ik een partijtenor uitkramen om daarna over te gaan tot het voortreffelijk voorlezen van de gepaste partijfiche.

De partijdiscipline is dodelijk voor het kijkplezier, maar ook voor de democratie. Dat legde Ann Brusseel, die het parlement voor het onderwijs ruilde, al messcherp uit in De Tijd. ‘Wie te veel buiten de lijntjes kleurt, moet bij alle partijen oppassen. Bij de volgende verkiezingen worden trouwe partijsoldaten beloond bij de lijstvorming of bij de regeringsvorming. Dat is eigen aan de particratie, maar de vraag is of je zo altijd de capabelste politici kiest.’ Alleen jammer dat politici dat soort uitspraken doen nadat ze uit de politiek zijn gestapt of met pensioen zijn gegaan.

De VRT NWS-peiling bewees het gelijk van Brusseels stelling met de pijnlijke vaststelling dat een kwart van de jonge “nieuwe stemmers” een autoritaire leider boven democratie verkiest. Dat is niet zozeer een ideologische keuze zoals Schild En Vrienden die maken, maar vooral het gevolg van het gebrek aan daadkracht van ons politiek personeel. Jongeren vatten het treffend samen met uitspraken als “Er moet minder geroepen en meer gedaan worden.” en “Soms kijk ik naar de politiek en denk ik: voeren die een showke op? Moet er geen beleid meer gevoerd worden?”

Na de bevindingen van het Curieuzeneuzen-project reageerden ministers vooral met wat ze niet zouden doen. Volgens minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) zijn de oplossingen vooral lokaal te vinden. “Ik hoop dat veel steden en gemeenten een schepen voor Luchtkwaliteit krijgen.”

Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) spande de kroon. “We gaan De Lijn niet opnieuw oversubsidiëren” was zijn partijcorrecte reactie op de vraag van nagenoeg elke stedelijke burgemeester om meer kredieten voor De Lijn.

“Dat zijn partij de bedrijfswagens blijft oversubsidiëren, is natuurlijk geen probleem”, smaalden enkele jonge moeders op een feest van de Wilde Wijze Wijven, hartsvriendinnen van dezelfde leeftijd, onder wie onze dochter, die om de vijf jaar een groot feest geven. Dit jaar worden ze allemaal 35. Geen toeval dat de feestweide vol jonge kinderen liep. Hét onderwerp was schone lucht voor hun kinderen. Het kon de jonge ouders geen barst schelen of voor het model-Antwerpen of het model-Gent wordt gekozen. Als het maar gebeurt. ‘Politici moeten doen zoals wij,’ vond een moeder van drie, ‘geen blabla maar boemboem.’

Naschrift

Video ‘Boom, boom’: https://www.youtube.com/watch?v=rOyj4ciJk34

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen