Killer robots

Things are going great, and they’re only getting better
I’m doing all right, getting good grades
The future’s so bright, I gotta wear shades

Timbuk 3 – The Future’s So Bright, I Gotta Wear Shades, single, 1986

‘België en Vlaanderen moeten eindelijk eens een onafhankelijk instituut oprichten voor toekomstverkenning, zoals in Nederland en Frankrijk. En dus een waarnaar geluisterd moet worden en dat thema’s op de politieke agenda kan plaatsen.’ Dat stelden Derrick Gosselin en Bruno Tindemans, de auteurs van prachtboeken als ‘Toekomstmakers’ en ‘Thinking Futures’ deze week in De Tijd. Dat instituut zou de impact van de klimaatverandering, de migratiestromen, de vergrijzing, de energietransitie, de waterschaarste en het gebrek aan zeldzame grondstoffen bestuderen. Samen met Peter De Keyzer (eveneens in De Tijd) stellen ze vast: dit land heeft geen plan.

Impliciet is dat ook de stelling van een groep briljante mensen rond Luc Steels die deze week hun advies over de mogelijke impact van artificiële intelligentie (AI) aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten voorstelden. Het document overstijgt met gemak de gemakzuchtige thema’s ‘killer robots’ en ‘volledige werkloosheid’ die in onze media overheersen als ze over de vierde industriële revolutie berichten.

In ‘Life 3.0’ beschrijft de Zweeds-Amerikaanse professor Max Tegmark (MIT) hoe de media de open brief die 8.000 AI-kenners ondertekenden, interpreteerden. De titels spreken boekdelen: ‘Elon Musk en Stephen Hawking willen robotopstand voorkomen’, ‘Hal 9000’ en ‘Terminator’. Uiteraard zijn de AI-vorsers zich bewust van de gevaren die zich kunnen voordoen, maar ze zien ook de enorme mogelijkheden. ‘Het ligt voor het eerst binnen onze mogelijkheden een technologie te ontwikkelen die krachtig genoeg is om voorgoed een einde aan eeuwige plagen zoals armoede, ziekte en oorlog, of aan de mensheid zelf te maken. We zouden samenlevingen kunnen creëren die een ongekende voorspoed doormaken, maar ook een kafkaiaanse mondiale politiestaat.’

Tegmark wil met zijn Future For Life-instituut de ethische grondslag voor een goedaardige AI-ontwikkeling vastleggen. Dat moet nu gebeuren, want bij het intreden van singulariteit (het moment dat niet-menselijke intelligentie de menselijke overtreft) zal daar geen tijd meer voor zijn als gevolg van de wet van Moore. Die stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke twee jaar verdubbelt. De rekenkracht die dan kan worden ontwikkeld laat niet-menselijke intelligentie in nanoseconden doen waar wij mensen nu een eeuw voor nodig hebben.

Nial Ferguson stelt in zijn ‘The 100-Year Life’ dat een Japans kind geboren in 2007 50 procent kans heeft te leven tot zijn 107de. En dat zelfs zonder superintelligentie, maar voortgaand op de trend waarbij de mensheid sedert 1840 statistisch haar levensverwachting ieder jaar met drie maanden ziet vooruitgaan en op de evoluties in de gezondheidszorg. Hij argumenteert dat we dringend moeten afstappen van onze huidige drietrapslevensopbouw met opleiding, werk en pensioen. Zouden de politici die nu al op een onwaarschijnlijk amateuristische wijze omgaan met het rapport van de pensioencommissie daar interesse voor hebben?

Zouden ze überhaupt rekening houden met de adviezen van een Instituut voor Toekomstverkenning. Zouden ze wel kunnen leven met een onafhankelijk instituut? Weinig waarschijnlijk als je ziet hoe zuur de verhoudingen zijn tussen regeringsleden en bestaande onafhankelijke overheidsinstituten en kenniscentra.

Je kunt je natuurlijk ook de vraag stellen of toekomstverkenning nog op het niveau van kleine natiestaten kan en moet worden georganiseerd. Gezien de voorsprong die de Verenigde Staten en Canada nu al op ons hebben inzake toekomstverkenning lijkt het voor de hand te liggen om een Europees Instituut voor Toekomstverkenning op te zetten.

China heeft al lang door hoe belangrijk toekomstscanning is en welke rol AI daarin zal spelen. Chinese studenten die tien jaar geleden afstudeerden bij Max Tegmark togen als vanzelfsprekend van Boston naar Silicon Valley. Nu gaan ze allemaal terug naar hun geboorteland.

Naschrift:

Video Timbuk 3 – The Future’s So Bright, I Gotta Wear Shades: https://www.youtube.com/watch?v=8qrriKcwvlY

Standpunt Derrick Gosselin en Bruno Tindemans: https://www.tijd.be/opinie/algemeen/maak-het-beleid-toekomstbestendig/10000863.html

Luc Steels & C° – Impact van artificiële intelligentie – Rapport aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten: http://www.kvab.be/nl/standpunten/artificiële-intelligentie

Peter De Keyzer – Dit land heeft geen plan https://www.tijd.be/opinie/column/dit-land-heeft-geen-plan/9997153.html

Mooi overzicht van de discussie over singulariteit: https://tinyurl.com/y8ott8s5

Twee jaar na de samenkomst in Puerto Rico vond een tweede A.I-topbijeenkomst plaats in Asilomar. Daar geraakte men het eens over 23 principes. https://tinyurl.com/y96klxte

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Marcel

Sei bemüht in dieser Zeit,
Seele, reichlich auszustreuen,
Soll die Ernte dich erfreuen
In der reichen Ewigkeit,
Wo, wer Gutes ausgesäet,
Fröhlich nach den Garben gehet
Johann Sebastian Bach – Sei Bemüht In Dieser Zeit (Barmherziges Herze Der Ewigen Liebe)

Op 17 juli 2017 viel een bijzonder mailbericht bij mij binnen. Niet zozeer omdat de afzender zich RNP0026737C70BF noemde, maar omdat het een handgeschreven brief bevatte van Marcel Storme, veertig jaar geleden mijn professor procesrecht. Hij vond mijn column Belziekske “voortreffelijk”.

Het kan verwonderen dat iemand die omschreven wordt als een Vlaamsvoelende Christendemocraat zich kon vinden in de aanklacht “dat niemand durfde te zeggen dat de opeenvolgende regionaliseringsgolven tot ingewikkelde en elkaar blokkerende overheidsstructuren hebben geleid, dat Vlaanderen zijn burgers even afstandelijk en bureaucratisch behandelt als het federale België dat doet, en dat zijn burgers opgezadeld zitten met een van de duurste bestuurssystemen in de wereld”.

Wie ooit les van hem kreeg zal er niet van opkijken. De professor had wel over meer dingen een verrassende opinie. In een van zijn colleges in het studentenjaar 1969-70 poneerde hij dat het rechtsbestel er niet in slaagde om de rechten van gewone mensen te garanderen. “Het is aan jullie om daar iets aan te doen”, zei hij. Twee jaar later was de Gentse Wetswinkel een feit en niet veel later hing boven de statige ingang van het justitiepaleis de slogan “Hier heerst klassenjustitie”. Het moet de waardige professor wel opgevallen zijn tijdens zijn dagelijkse tocht van de Coupure naar de Universiteitsstraat en hij heeft zonder twijfel goedkeurend gemonkeld.

Het was niet de eerste keer dat ik door hem geprezen werd. Dat deed hij iets meer dan veertig jaar geleden ook. Ik legde als laatste examen af bij hem. Er was dus nog tijd voor een kleine babbel. Hij feliciteerde me voor mijn inzet in de wetswinkel. “Rechtshulp is een mensenrecht”, zei hij gewichtig. “Daarom was ik zo ongelukkig met de beslissing van de Orde van Advocaten die alle leden van de Balie de medewerking met de Wetswinkel verbiedt”. Zijn onvrede was principieel maar ook ingegeven door de vrees dat “onrijpe” rechtenstudenten de “gewone mensen” die hen hun problemen voorlegden wel eens in nog grotere problemen konden brengen door onjuiste adviezen.

Ik kon hem geruststellen: iedere donderdagavond zaten de wetswinkeliers samen met “bevriende” advocaten om onze adviezen te bespreken. Hij keek even over zijn altijd laaghangende brillenglazen, “die langharige confraters die zoveel kritiek op ons hebben, zeker?” en schoot in een lach. “Humor is ook een mensenrecht”, schokschouderde hij. Marcel Storme had een magnifieke lach. En hij had altijd een citaat klaar. Toen was het “Criticism is not agreeable, but it is necessary”.

Het moet niet altijd Churchill zijn. In zijn briefje citeert hij Kapitein Haddock uit Kuifje om de huidige politieke wereld te schetsen (“bochi-boezoek”) en bovenaan op zijn briefpapier prijkt “Indignez-Vous” (Hessel) en “Wij moeten strijden tegen globalisering van de onverschilligheid” (Paus Franciscus s.J.).

Barmhartigheid moeiteloos met sociale verontwaardiging laten samengaan, het tekent de man ten voeten uit. Veel van mijn vrijzinnige vrienden verstaan mijn bewondering niet voor mensen zoals Marcel Storme, Johan Bonny of Mieke Van Hecke omdat er zovele zaken zijn, euthanasie en abortus om niet de minste te noemen, waar we helemaal anders over denken. Het is maar wat je echt belangrijk vindt: morele superioriteit of authenticiteit.

Afgelopen woensdag berichtte de krant dat Marcel Storme is overleden. Ik voelde me schuldig. Al maanden ligt hier een exemplaar van mijn recentste boek met een persoonlijke opdracht aan de man die trots was dat ik zijn oud-student was. Als ik nog eens langs de Coupure kwam zou ik het bij hem binnenschuiven. Keer op keer vergat ik het. En nu kan het niet meer.

Misschien doe ik het toch, met een opdracht voor zijn kleindochter Emma, die samen met haar “grootva” een aangrijpend interview gaf aan Tertio. “Wanneer mijn kleinkinderen examens hebben, bid ik voor de heilige Geest. Pinksteren is voor mij de belangrijkste zondag van het kerkelijke jaar; belangrijker dan Kerstmis en zelfs dan Pasen”, laat hij daar optekenen. Marcel Storme heeft Pinsteren niet gehaald. Emma zal dit jaar zonder de voorspraak van haar grootva door de examens moeten.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 7 april 2018.

Video Sei Bemüht In Dieser Zeit https://www.youtube.com/watch?v=0n1yjJhJQt0

Het dubbelinterview Marcel Storme en zijn kleindochter Emma in Tertio: http://www.tertio.be/magazines/863/artikels/“we%20zien%20pieter%20ooit%20terug”

Mijn column Belziekske: https://www.tijd.be/opinie/column/Belziekske/9914272

Brief Marcel Storme

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kringloopwinkel

Want uit het duister duikt hij op en wie het meemaakt schrikt zich rot

Hij doet het zacht en onverwacht hij doet het meestal wijl hij lacht

‘De onverbiddelijke zoener’, Lamp, Lazerus en Kris, 1971

Ooit liet de nieuwe voorzitter van een culturele vereniging me telefonisch weten dat er geen plaats meer voor mij was in de raad van beheer. Er moesten enkele structurele partners in de raad worden geschoven. Sponsors, dus. Ik was te verbouwereerd om de woorden ‘deugdelijk bestuur’ uit te speken. Maar daar was al de balsem op de wonde: ‘Voor mensen met een kritische geest zoals jij wordt een adviescommissie samengesteld.’ Lees: we zetten je bij het huisvuil, maar straks word je wel het meest gewilde artikel in de kringloopwinkel.

Dat moet de afgelopen weken ook het overheersende gevoel geweest zijn bij Jos Delbeke. Hij werd bij het huisvuil gezet in een carrousel die Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker opzette om zijn eigen kabinetschef in negen minuten tijd via de tussenstations ‘adjunct-secretaris- generaal’ en ‘ogenblikkelijk ontslag van de zittende secretaris-generaal’ naar de hoogste plaats in de Europese administratie te loodsen. Mocht Juncker voorzitter zijn van de UEFA, dan zou de Champions League niet via een vervelende groepsfase, achtste, vierde en halve finales naar de finale strompelen. Hem lukt het gewis in enkele minuten. Juncker kent de voetbalwetten: ultiem winnen de Duitsers.

De Commissie liet lijdzaam begaan. Juncker, zoals bekend een onverbiddelijke zoener, heeft het geflikt om zijn Commissie in slaap te kussen. De mediacommotie deed de leden verdwaasd uit hun winterslaap ontwaken. Snel prevelden ze dat alles volgens de regels is verlopen, zich niet bewust van het aanwassende bos middelvingers richting Europa dat ze veroorzaken.

Delbeke wordt adviseur buitendienst bij de interne denktank van de Commissie. Met een beminnelijkheid die weinigen gegeven is, noemt hij dat een interessante opdracht. Op zijn plaats komt de Italiaan Mauro Petriccione. Onze pers zag vooral dat er geen Belgen meer in het kransje Europese topambtenaren zitten. Maar de pijnlijkste vaststelling is uiteraard dat Europa het zich kan veroorloven een toponderhandelaar – ‘zonder hem was het Klimaatakkoord van Parijs er niet gekomen’, vertelde een insider me in tempore non suspecto – en wereldexpert in klimaatzaken aan de kant te zetten voor een novice.

Europa heeft miljoenen veil om kandidaat-lidstaten te overtuigen hun overheidsapparaat te professionaliseren en (top)promoties enkel te laten afhangen van verdienste en talent. Maar het verwijst een Delbeke, die zijn verkiezing tot Overheidsmanager van het Jaar 2015 natuurlijk te danken heeft aan zijn werk voor de klimaatdoelstellingen maar ook aan zijn voortreffelijk intern leiderschap, naar de kringloopwinkel.

Een interview met hem in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement van april 2017 toont het beeld van een briljante overheidsmanager.

Alleen, politici hebben maling aan dat soort managers. Als moet worden gekozen, zijn politieke kleur en onderdanigheid belangrijker. Ook onze regeringstop is volop bezig met het optuigen van een benoemingstrein voor topfuncties waarvoor geen neutrale selecties worden gehouden. In dit rare land zijn dat ook de best betaalde. Maar de regering geraakt er niet uit.

Het valt dus mee dat de helft van de voorzitters van de federale overheidsdiensten binnenkort verplicht met pensioen wordt gezet. Niet op 67 maar op 65, van consequentie kan je deze regering niet verdenken. Een langere te benoemen-lijst maakt het beslissen gemakkelijker.

Deze regering lijkt te vergeten dat je voorzitters van een federale overheidsdienst via een assessment moet aanstellen. Het is blijkbaar niet meer de bedoeling komaf te maken met politieke benoemingen en mensen aan het hoofd van de administraties te plaatsen die het naar verdienste en talent verdienen. Neutraliteit is alleen belangrijk als het ambtelijk hoofd getooid is met een hoofddoek en niet met een belangrijke titel.

De federale auditdienst en de integriteitscommissie kunnen zich nu al naar de Wetstraat 16 begeven om benoemingsfraude vast te stellen. Ze hoeven niet te wachten, zoals hun Vlaamse tegenvoeters, tot de feiten zijn vastgesteld. De federale regering heeft haar voornemen om massale benoemingsfraude te plegen al plechtig aangekondigd.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 24 maart 2018

Video De onverbiddelijke zoener: https://tinyurl.com/y8d65w6h

Het interview met Jos Delbeke in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement vind je hier: http://www.vtom.be/pdf_file/dieKeure_minisquare_PDF_bestanden/VTOM_2017_4-B.pdf.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Vakministerschap

Mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm, mm-mm
(I can’t believe what you say, because I see what you do!)
Uh, uh-uh, uh-uh-uh, uh, uh-uh
(I can’t believe what you say, because I see what you do!)

I Can’t Believe What You Say, Ike & Tina Turner, Single, 1964

 

Op deze pagina’s probeert Kaaiman er ons al jaren van te overtuigen dat begrotingen in wezen literaire oefeningen zijn in onrealistische wensdromen, en dat de werkelijke financiële toestand van een land zich pas in zijn triestige realiteit laat lezen na afloop van het begrotingsjaar in wat niet voor niets onheilspellend Rekeningen wordt genoemd. Als het weer eens tijd is voor een begrotingsopmaak staan journalisten dagen en nachten te ijsberen voor de ambtswoning van de premier en worden we vergast op avondlange en paginabrede analyses maar enige informatie over de Rekeningen moet je zoeken in de benepen ruimtes tussen de overlijdensberichten.

Tot mijn niet-geringe verbazing gaven studenten bestuurskunde, aan wie ik deze week een gastcollege mocht geven, meer blijk van een no-nonsensekijk op dit soort zaken dan menige Wetstraatwatcher. ‘We zijn niet geïnteresseerd in welke minister het begrotingsduel heeft gewonnen’, zei een studente me. ‘We willen weten of we goed worden bestuurd.’

Zoals steeds bij dat soort ontmoetingen trof de maturiteit van die jonge mensen me midscheeps. Als studenten bestuurskunde in hun derde jaar al doorhebben dat de beleidsbrieven van vakministers even weinig waarde hebben als begrotingsopmaken, maar dat de kwantiteit en de kwaliteit van het reële beleid slechts kunnen worden gemeten na de regeerperiode, hoeven we ons geen zorgen te maken over de kwaliteit van de overheidsmanagers van de toekomst.

Als je in het beleid van een vakminister – van welke partij dan ook – terugpeddelt, zie je telkens dezelfde bronnen van beleid terugkeren. Het zal niemand verwonderen dat je punten van het partijprogramma terugvindt. Maar opvallend is hoe mager ze uitvallen. Nogal wat cabinetards, zelfs zij die zijn overgekomen uit de partijstudiedienst, blijken hun partijbijbels amper te kennen. Ik deed ooit eens een kabinetschef zijn eigen partijprogramma cadeau, nadat hij me een ontwerpbeleidsnota had gestuurd waarin wetgevend werk werd aangekondigd dat dwars stond op wat de partij tijdens de verkiezingen had beloofd.

Blijkbaar had zijn partijvoorzitter, waarmee hij iedere donderdag met zijn minister samenzit om de ministerraad voor te bereiden, het ook niet had opgemerkt. Wat enigszins normaal is aangezien het op die vergaderingen vooral gaat over hoe men kan dwarsliggen over de B-punten van de andere regeringspartijen en over welke beslissingen men zegebulletins kan uitzenden.

Zelfde verhaal over het regeerakkoord. Je verwacht punten ervan in de beleidspraktijk van een vakminister, maar ook daar maken ze er niet de hoofdmoot van uit. Je moet met een vergrootglas zoeken naar realisaties van voorgenomen beleidspunten die tijdens de regeringsonderhandelingen belangrijk waren voor de andere regeringspartijen. Ze werden graag vergeten. Pas als er grote druk komt of als met een boycot van de eigen beleidspunten wordt gedreigd, worden ze aangepakt, zij het met forse tegenzin en meestal onder leiding van een junior kabinetslid. De stokpaardjes die de minister al bereed toen hij nog een backbencher was daarentegen, vind je ongeacht hun graad van urgentie of belangrijkheid zonder fout terug in de beleidsrealisaties.

Elke vakminister is verwonderd over de hoeveelheid Europees beleid dat moet worden uitgevoerd. Hij wordt er daarbij pijnlijk aan herinnerd hoe beperkt de actieruimte voor een minister van een natiestaat is geworden na decennia Europese integratie. Engelse vakministers zullen daar nu misschien al anders over denken en stiekem hunkeren naar zoveel rustige vastheid.

Het gros van het beleidswerk van een vakminister bestaat uit het tackelen van de waan van de dag. Onmiddellijk moet worden gereageerd op aantijgingen. Onmiddellijk moet een oplossing worden voorgesteld voor het minste probleem. Onmiddellijk moet gereageerd worden op aantijgingen. Onmiddellijk moet een oplossing voorgesteld worden voor het minste probleem dat door de media wordt aangekaart. Menig ambtenaar hoopt vurig op vakministers die hierop reageren met “Et alors. Er zijn belangrijkere dingen dan dit” want ze weten dit soort mediastormpjes de voorbode zijn van haast- en vliegwerk die culmineren in bedenkelijke wetgeving, waarvan de Raad van State moet vaststellen, zoals ook deze week weer, dat “men kennelijk een regeling heeft aangenomen goed wetende dat de tekst nog niet helemaal gereed is. Deze werkwijze brengt de rechtszekerheid in het gedrang.”

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 10 maart 2018
De video van I Can’t Believe What You Say: https://www.youtube.com/watch?v=UHGkCJUDZpQ
De Raad van State en onvoldragen wetgeving: http://www.standaard.be/cnt/dmf20180307_03396942

Op de vrijdagse ministerraad komen er A-punten en B-punten. B-punten zijn items waarover in de interkabinettenwerkgroepen (IKW’s) en in het kernkabinet (premier en vicepremiers) geen overeenstemming werd gevonden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hippopotomonstrosesquippedaliofobie

I can’t read shit anymore
I just sit back and ignore
Cause I just can’t get it right, can’t get it right
I can’t read shit I can’t read shit
Tin Machine, I Can’t Read, Tin Machine 1, 1989

Bij de FOD Mobiliteit worden scenario’s ontwikkeld die een einde kunnen maken aan het al jaren aanslepend probleem van de geluidsoverlast rond Zaventem. In één van die scenario’s is er sprake van vluchten boven Brussel. Het werd onmiddellijk een nieuwsitems, niet omwille van de (on)gegrondheid van de bevindingen maar omdat het scenario impliceerde dat er ook over het Koninklijk Domein zou worden gevlogen.

“Er bestaat inderdaad een tekst die in die richting gaat, maar wij zijn geen vragende partij. We wachten op meer uitleg van de administratie over dit initiatief, maar we houden geen rekening met de tekst”, liet François Bellot, de bevoegde minister, weten. (Bruzz, 15/2).

Misschien had Bellot een plotse opwelling van Hippopotomonstrosesquippedaliofobie, angst voor lange woorden, een verplicht onderdeel van administratieve teksten. Maar het is waarschijnlijker dat de ministeriële leesblindheid ingegeven is door de schrik voor de reactie van Brusselse MR-burgemeesters die zeker in een verkiezingsjaar eerder zullen kiezen voor kniezende kiespijn dan voor vliegtuigen boven hun gemeente.

Je kunt je afvragen of het wel koosjer is dat een minister een scenario niet wil lezen omdat hij liever het partijbelang dan het algemene belang wil dienen maar laat ons wel wezen: het komt hem en niet de administratie toe om over de zaak te beslissen. En hij mag ook beslissen hoe hij tot zijn beslissing komt. Als dat met miskenning van zijn administratie gebeurt, is dat niet slim. Maar het mag.

De immer beminnelijke Bellot liet niet bij die ene opmerking. Hij vond het nodig om onkarakteristiek hard uit te halen naar zijn administratie, die “zegt dat het onvoldoende middelen krijgt om zijn taken uit te voeren. Maar ondertussen heeft het wel de tijd om zich te buigen over dossiers waarover we zijn inbreng niet hebben gevraagd.” (De Morgen, 16/2).

Blijkbaar vindt Bellot, en met hem zonder twijfel een pak andere (ex-)regeringsleden dat administraties alleen studies moeten uitvoeren die hun minister tot welwillend geknor bewegen. Vermoedelijk denkt ook een groot deel van onze bevolking dat. De baas mag toch bepalen wat de ondergeschikten horen te doen? Uit gesprekken met collega’s uit de privésector blijkt dat ook de meesten onder hen zo’n gang van zaken normaal vinden.

Geen wonder dat ze pijnlijk uitschuiven bij een overstap naar de overheid. Onder meer omdat ze het direct verknoeien bij een nieuwe minister van een andere kleur die tot zijn ontzetting moet vaststellen dat de administratie de vorige vier jaar studies maakten die meer op partijprogramma’s lijken dan op doorwrochte analyses van alle mogelijke oplossingen.

Nooit vergeet ik het gezicht van Vincent van Quickenborne, die me, net na zijn eedaflegging als minister van pensioenen ontbood om mee te delen welke studies hij van ons verwachtte, waarna ik zei dat we dat niet zouden doen. “Waarom?”, zei hij verbouwereerd. “Omdat we die al hebben”, was het antwoord dat hem nog meer verbaasde. “Hebben jullie die gemaakt onder Michel Daerden?”

Natuurlijk hadden we dat gedaan. En sommigen daarvan heeft Daerden nooit gelezen, wat weinigen onder u zal verwonderen. Maar ook zijn medewerkers vonden het niet de moeite om ze open te slaan. De inhoud beviel hen niet. Maar we werden tenminste niet beschimpt omdat we de scenario’s hadden uitgewerkt.

Administraties behoren tot de uitvoerende macht maar dat houdt niet in dat ze enkel beleidsvoorbereiding mogen produceren die hun minister hen oplegt. Administraties moeten neutraal zijn. Neutraliteit begint en eindigt niet met de hoofddoek maar houdt ook in dat alle mogelijke scenario’s moeten uitgevlooid worden. Administraties zijn uitvoerende macht voor de wetgever en het algemeen belang, niet voor hun toevallige voogdijminister.

Het venijn van de uitval van Bellot zit hem in de verwijzing naar de middelen van zijn administratie. Tien jaar geleden zegde een collega me bij zijn oppensioenstelling: “De meeste ministers durven ons niet verbieden om sommige studies te maken. Maar er is een vernuftiger manier om ervoor te zorgen dat we dat niet doen: onze middelen zo fel beperken dat we alleen de opdrachten die we van het kabinet krijgen kunnen uitvoeren. De besparingen die er de volgende jaren zitten aan te komen, voorspellen niets goeds.”

Ik deed het af als complotdenken van een oude man. Nu denk ik er genuanceerder over. Ben ik wijzer of word ik gewoon oud?

Naschrift

De tekst verscheen als column in De Tijd van 24 februari onder de titel langewoordenfobie.

Video van Tin Machine’s I Can’t Read, Tin Machine https://www.youtube.com/watch?v=O-EcEH31Y2o

https://www.bruzz.be/mobiliteit/luchtvaart-wil-over-koninklijk-paleis-kunnen-vliegen-2018-02-15

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Digitale lucht


Korai Öröm,- Úszós (Drijvend), Korai Öröm 2009

De SP.a heeft een plan. Dat is niet verrassend. Alle partijen komen straks met plannen want er komen verkiezingen aan. Het SP.a-plan gaat over sociale zekerheid. Ook dat is niet verrassend. Het is hun raison d’être. Iedere partij zal proberen zijn thema zo hoog mogelijk in de top-tien van de kiezer te krijgen want alleen dan wacht er electoraal succes. De N-VA vond 80% van de voorstellen interessant. Dat kan verrassend klinken. Maar dat is het niet.

Rechtse partijen proberen linkse partijen links voorbij te steken. Daar is het Vlaams Belang aan jaren mee bezig. De N-VA lijkt nu ook die beweging in te zetten. Met zijn veelbesproken mening in De Morgen liet Bart De Wever ons weten bezorgd te zijn over de toekomst, niet van Vlaanderen, maar van de sociale zekerheid.

De linkse partijen proberen op hun beurt rechtse partijen rechts voorbij te steken. Dat SP.a-voorzitter Crombez tussen twee (te lange) zinnen door fijntjes opmerkt dat geen politicus ooit meer vluchtelingen heeft erkend dan Theo Francken, is daar een mooi voorbeeld van. Het zal ook wel geen toeval zijn dat het SP.a-plan de naam “Onze Toekomstbegroting” kreeg, een opgestoken middenvinger naar mensen die theatraal uitriepen “show us the money” en beloofden dat een volgende regering de staatsschuld onder de 100% zou duwen.

Maar het meest verrassende van het SP.a-plan is dat al dat moois dat qua sociale zekerheid in de rekken wordt gezet, zal betaald worden met het verminderen van het aantal ambtenaren. Traditioneel was links voor een grotere overheid. Hoe linkser de partij hoe groter de staat mocht zijn, voor de rechtse partijen gold en geldt nog steeds het omgekeerde. Verrassend dus.

Waarom het aantal ambtenaren zal verminderen wordt in het 21 pagina’s lange document snel in een paar zinnen uitgelegd. “We halen mensen weg van overtollige administratie – een werk dat in deze nieuwe tijden door computers kan (…)” en “Onze overheidsdiensten kunnen ook veel digitaler en eenvoudiger werken (…)”. Hoe dat plan er zal uitzien wordt niet uitgelegd.

Het doet terugdenken aan de Dominogroep, een groep van jonge socialisten met onder meer Johan Vande Lanotte, Anne Van Lancker, Renaat Landuyt, Steve Stevaert, Philippe De Coene en Dany Vandenbossche die in 1993 het imminente einde van de functie van notaris aankondigden. Het leek wel een natuurwet. Zoals het nu blijkbaar newtoniaans vaststaat dat de administratie kleiner zal worden door “computers”.

Net als alle andere partijen overschat de SP.a de financiële effecten van een dalend aantal ambtenaren. De afgelopen zes jaar is het aantal federale en Vlaamse ambtenaren sterk verminderd maar de kost van de administratie is nagenoeg dezelfde gebleven. Er zijn weliswaar veel minder lager geschoolden ambtenaren maar ze werden vervangen door hoger geschoolden, in aantal veel kleiner maar met een veel hogere loonkost.

Er is natuurlijk meer dat de kost van onze administraties omhoog duwt. Weinig landen willen zich vier overheidslagen permitteren omdat zo’n administratiestructuur te duur en niet efficiënt is. België is blijkbaar trots op zijn federale administratie, zijn gewest- en gemeenschapsadministraties, zijn provincieadministraties en zijn stads- en gemeenteadministraties.

De kost van administraties kan maar serieus gedrukt worden door ons te beperken tot twee administratieniveaus: een hogere overheidslaag (dat de vorm van een netwerk van federaal en regionale diensten kan aannemen) en een lagere overheidslaag van gemeenten die meer dan 80.000 inwoners tellen.

Dat vooral de opdeling van taken tussen het federale niveau en dat van de gemeenschappen en gewesten veel onnodig overheidsgeld opslokt toonde Rik Daems al aan in zijn doctoraatsscriptie. Zelf ben ik er getuige van hoe duur de zesde staatshervorming blijkt te zijn in bijkomende mensen en bijkomende middelen. En op de toch essentiële vraag of de mensen nu beter gediend zijn en bediend worden, daar durf ik zeker niet overtuigend ja op te antwoorden.

Dat met digitalisering duizenden ambtenarenjobs kunnen geschrapt worden zal bij mensen die de digitale evolutie in de Belgische administraties van de afgelopen drie decennia meemaakten veel scepsis opwekken. Dertig jaar geleden begon de derde industriële revolutie met de komst van de PC op de werkvloer. Dat heeft niet geleid tot een afbouw van het aantal ambtenaren. Nooit waren er meer ambtenaren in België dan in 2011.

De meest verontrustende vaststelling is dat er wel computers zijn gekomen maar dat de digitalisering in heel wat diensten niet verder is gegaan dan het scannen van papieren processen. Er zijn zelfs diensten, en niet alleen in Justitie, waar zelfs dat niet is gebeurd. Belgische administraties drijven nog altijd op de digitale golven van de vorige eeuw. Dat krijg je in een land waar overheidsmanagers worden geëvalueerd op het vermijden van problemen en niet op het doorvoeren van innovatie.

Zo’n land tolereert overheidsmanagers die niet begaan zijn met het goed en efficiënt bedienen van burgers, organisaties en ondernemingen maar die de godganse dag bezig zijn met het vergroten van hun (aantal) diensten, hun personeelsaantallen en hun werkingskredieten, liefst ten koste van andere overheidsdiensten.

Het is niet omdat een blockchain de potentie heeft om één op de vijf ambtenarenjobs te decimeren, dat het aantal ambtenaren binnen 20 jaar met een vijfde zal zijn ingekrompen. Besparen op het overheidsapparaat zal niet uit de digitale lucht vallen. Daar zijn moedige politici, échte overheidsmanagers en doordachte plannen voor nodig.

Naschrift

Deze tekst verscheen (verkort) als column in De Tijd van 10 februari 2018.

De video van Korai Öröm’s Úszós: https://www.youtube.com/watch?v=RIE9mjlrOy8
Korai Öröm is een Hongaarse psychedelische rock band, opgericht in 1990 zegt Discogs en doet daar mee de groep erg mee tekort. “Into The Great Open” is correcter: Deze Hongaren maken een bijzonder allegaartje van ambient, wereldmuziek, punkfunk, dub en dance en voegt dit samen tot een opzwepende en hypnotiserende muzikale ontdekkingstocht. Referenties zijn onmogelijk te vinden: het geluid van Korai Öröm is volstrekt uniek.
Korai Öröm maken het de luisteraar niet gemakkelijk om over hen te spreken: (bijna) al hun albums kregen de groepsnaam als titel en de nummers zijn meestal cijfers of untitled. You-tube hen en ofwel ben je in de ban ofwel haat je hen.

Het SP.a-plan “Onze Toekomstbegroting” https://tinyurl.com/y8exwugj

Een columnlezer vond dat ik erg denigrerend deed over de Dominogroep en hen terugbracht tot dat ene idee over notarissen. Het was helemaal niet mijn bedoeling om een globaal oordeel over de groep en zijn werkzaamheden te brengen. Het zou ook veel opzoekwerk kosten om dat te doen want digitaal is er niets van terug te vinden. Als je “sp.a” en “domino” googelt kom je uit bij “Feesten met Els”. Als je digitaal niet bestaat, besta je niet.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

On(h)oorbaar

Mark Guiliana Jazz Quartet – “Where Are We Now?” (David Bowie), Jersey, 2017

Toen de Soedansaga ‘Thuis’ in lengte dreigde te overtreffen vond premier Michel het welletjes. Hij zette de puntjes, zijn punten, op de i in een Facebook-bericht. Dat werd niet gesmaakt door de klassieke pers. Hij hoorde dat te doen op radio, op tv en in de krant, en niet op de sociale media, waar fake news welig tiert. De econoom Geert Noels plaatste in een opiniestuk in De Morgen terecht vraagtekens bij die kritiek. Hij werd erover geïnterviewd in ‘De ochtend’. De vragen die hij kreeg, waren tekenend voor wat gebeurt als je je kritisch uitlaat over de media: de journalist houdt op journalist te zijn en kruipt in de rol van aangevallene. Sommige radiomakers spelen het spel slimmer en zeggen lacherig: ‘Ach, het is weer de schuld van de media, zeker?’ Exit vraagstelling over de rol van de klassieke media.

Ook nu verscheen na Noels’ opiniestuk niet één artikel dat dieper inging op de rol van de klassieke media in een wereld die wordt overrompeld door sociale media. Wel werd er, op een manier die sterk deed denken aan de wijze waarop de BRT reageerde op de komst van een commerciële zender, vooral op de nagel getimmerd: klassieke media plaatsen feiten in een context, internetmedia niet. Een Michel zonder filter is ongezond voor de bevolking.

Volgens Noels moeten de klassieke media zich meer concentreren op het checken van feiten en het garanderen van de volledigheid van de feiten. Weinig journalisten zullen dat tegenspreken. Het probleem is dat dezelfde journalisten ervan overtuigd zijn dat ze dat voldoende doen. Dan zou je verwachten dat het bericht over de onthoofding van de Franse priester in 2016 – die te voorkomen was geweest als de politie niet had geblunderd – voor hen een wake-upcall zou zijn. Het nieuws werd namelijk niet ontrafeld door Le Monde, maar door de onderzoekssite Mediapart.

Dan zou je toch verwachten dat de klassieke media de vraag stellen of het wel oorbaar is dat een politica op voorstel van haar partijvoorzitter de Europese begroting gaat controleren. Ik hoorde, las of zag ze niet. Ook politici die moord en brand en schreeuwen over een gebrek aan neutraliteit als ze een ambtenaar met hoofddoek ontwaren, hebben er geen enkel probleem mee dat iemand die openlijk een politieke kleur aankleeft een controlefunctie krijgt in een overheidsfunctie.

Blijkbaar vindt men het ook normaal dat een zware en belangrijke job niet wordt toegekend aan iemand die blijk geeft van de grootste expertise na een algemene oproep, maar aan iemand die geen examen of assessment aflegde.

Hetzelfde kan worden gezegd over Fientje Moerman, die door dezelfde partijvoorzitter in het Grondwettelijk Hof wordt gezet. Voor beide dames – voor wie ik verder de grootste waardering heb en die ik de functies van harte gun – is dat cadeau van hun partijvoorzitter een vorm van gutmachung, na de kille manier waarop ze door hun partij politiek kaltgestellt zijn. Hoe jammer toch dat ze niet via de grote poort kunnen binnenkomen als een reële erkenning van hun talenten in een open strijd na het publiekelijk openstellen van de functie. Hoe schandalig ook dat overheidsgeld wordt gebruikt om problemen in een politieke partij op te lossen.

Enkele maanden geleden schreef ik hier dat het politiek graaien geen uitwas is van dat soort praktijken, maar een logisch gevolg. ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel’, schreef ik toen. Blijkbaar zit de term ‘politieke benoeming’ niet in het bakje ‘politiek graaien’ van de klassieke journalist.

In de artikels over de aanstelling van Turtelboom kreeg je nog eens, voor de zoveelste keer, de verhalen over de Turteltaks en de politieke gevolgen. Gemakkelijke journalistiek op basis van archiefknipsels, zoals je die ook vindt in commentaren op Twitter en Facebook.
Van journalisten in de klassieke media mag je prangende vragen over neutraliteit, oorbaarheid en wenselijkheid verwachten. En natuurlijk ook vragen over hun rol. ‘Where are we now?’, dus.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 13 januari 2017

Over de aanstelling van Turtelboom:
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180103_03278960
https://www.tijd.be/nieuws/archief/Turtelboom-controleert-Europese-begroting/9968724

De opinie van Geert Noels:
https://www.demorgen.be/opinie/sociale-media-zijn-geen-vloek-maar-een-zegen-voor-de-democratie-b6ae6069/

De Ochtend: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/01/03/geert-noels-/

De video van Mark Guiliana’s versie van David Bowie’s Where Are We Now:
https://tinyurl.com/y837d64u

Mark Guiliana is één van meest gegeerde jazzdrummers van de laatste jaren. Hij speelde met bassist Avishai Cohen, Meshell Ndegeocello, Gretchen Parlato, Jason Lindner, Dave Douglas, Lionel Loueke, Dhafer Youssef, Tigran Hamasyan, Matisyahu en het pianotrio Phronesis.
Niemand minder dan Brad Mehldau vroeg hem voor een avantgardische project waarin jazz en elektronica zich glunderend verstrengelen tot een nieuw genre. Mehliana (heb je hem?) heet het project. In 2014 verscheen het album Taming the Dragon. Hier zie je ze live aan het werk in “Just Call Me Nige”: https://www.youtube.com/watch?v=cnH27mxW0KM
en in Hungry Ghost: https://www.youtube.com/watch?v=tn6gjoMUEY4

David Bowie vroeg Guiliana voor zijn allerlaatste album Blackstar. Guiliana‘s versie van “Where Are We Now” kan gehoord worden als een warme hoofdbuiging voor meester Bowie. Vandaar de idee om een mixcloud in elkaar te boksen met jazzmensen die hun petje afzetten voor grote rock- en soulhelden die niet meer onder ons zijn.

Je vindt die hier: https://www.mixcloud.com/frankVM/jazz-hats-off-to-rock-soul-heroes/

De tracklist:

1. Stanton Moore – Riverboat (Allen Toussaint Song)
Toussaint schreef het nummer in 1970 voor Lee Dorsey https://tinyurl.com/ydbtuy8b
Van Dyke Parks maakte er heel snel een eigenaardige cover van : https://tinyurl.com/ya345692 De apart zuiderse potentie was ook Robert Palmer niet ontgaan en met Little Feat als begeleidingsgroep kon het niet mislukken: https://tinyurl.com/yd3dguxs
Toussaint nam het nummer zelf pas in 2005 op voor de verzamelaar I Believe To My Soul. Hier zie je hem live aan het werk: https://tinyurl.com/yb7bvzbe

2. Charles Lloyd – What’s Goin’ On (Marvin Gaye Song)
Het nummer van het gelijknamige album dat Motown bijna niet uitbracht wegens te politiek en te weinig lovers soul. https://tinyurl.com/ptn8jrf

3. Francesco Bearzatti – Criss Cross/Walk On The Wild Side (Lou Reed Song)
De klassieke basdrumsound waaraan menig hiphopper zich laafde. Lou’s beste lyric: https://tinyurl.com/krqzx9s
Bearzatti vermengt Reed’s song met een Thelonious Monknummer.

4. Herbie Hancock – Thieves In The Temple – (Prince Song)
Herbie vond Prince’s song al direct een classic. De originele video https://tinyurl.com/y89sghts

5. Jack DeJohnette – Serpentine Fire (Maurice White Song)
De Earth, Wind & Fire-voorman begon als jazzman. DeJohnette herkent het jazzritme en elaboreert keurig https://tinyurl.com/y736f8gg

6. Bugge Wesseltoft – Many Rivers To Cross (Jimmy Cliff Song)
Tot voor de komst van Bob Marley was Jimmy Cliff de koning van de reggae. Ook in reggae triomfeert melodie en dramatiek https://tinyurl.com/y7569scc

7. Joe Lovano – I’m A Fool To Want You (Frank Sinatra Song)
Sinatra schreef heel weinig songs maar dit is signature Frank: https://tinyurl.com/yax4kleq

8. Bad Plus – We Are The Champions (Freddie Mercury/Queen Song)
Zelfs wie niet van voetbal houdt, zal het kennen: https://tinyurl.com/94jrjvo
De Bad Plus maken er een Jeff Buckleysong van.

9. Dominick Farinacci – Sunshine Of Your Love (Jack Bruce Song)
Meesterwerk van Cream, de eerste supergroep https://tinyurl.com/ome72w4

10. Bill Frisell & Thomas Morgan – What A Party (Fats Domino Song)
Een hit in 1961. https://tinyurl.com/ydeqbf2m

11. Yaron Herman – Hallelujah (Leonard Cohen Song)
Eén van de meest gecoverde songs aller tijden. Velen denken dat het een Jeff Buckley of een John Cale original is. “But you don’t care for music, do you?” Neen zeker? https://tinyurl.com/lflwbpp

12. Mark Guiliana – Where Are We Now? (David Bowie Song)
Wonderlijke video. Meesterlijke song. Thank you Mister Bowie https://tinyurl.com/b7ylm8d

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen