Champetterbeleid

They will never call you friend
But I just might
Even though you always let me down
Pretty Police, See Through Dresses, Horse Of The Other World, 2017

In 1975 kwam ik in aanraking met de gewapende arm van de Zerkegemse politie. Zerkegem telde toen twee gewapende armen en ze behoorden allebei toe aan Eduard Vandewalle. Iedereen had met de man te doen, want in 1976 zou hij een van de eerste slachtoffers worden van de zonder twijfel heilloze fusie met het arrogante Jabbeke. Met de gemeenten werden ook hun politiekorpsen, de veldwachters van Zerkegem, Snellegem, Varsenare en Jabbeke, gefuseerd. De Zerkegemnaren vreesden het einde van hun unieke politiebeleid: niemand werd ooit bekeurd. Eduard spoorde elke wetbreker met zijn karakteristieke warme stem aan het nooit meer te doen en ontpopte zich tot early adopter van het vandaag zo bejubelde nudging.

Ook ik heb kunnen profiteren van Eduards grootmoedigheid. Hij had van de Gentse onderzoeksrechter de opdracht gekregen mij te overhoren wegens woningbreuk en deed dat met zichtbare tegenzin en nieuwsgierigheid. Samen met een paar kompanen uit de toen jonge Wetswinkel had ik – voor één dag en vooral één luidruchtige, niet-alcoholvrije nacht – een al lang leegstaand huis gekraakt om het trieste lot aan te klagen van enkele Turkse gezinnen die door een projectontwikkelaar uit hun beluikhuisjes in de Rodelijvekensstraat dreigden te worden gezet.

Voor Eduard, die niet wist dat er Turken in Gent woonden, was alles wat hij hoorde een bijkomend bewijs dat steden onleefbaar waren. ‘Ze denken dat alles beter wordt als het groter is’, gromde hij. ‘Straks worden we Jabbeekse politie. Als we niet opletten, worden we nog opgegeten door de rijkswacht.’ Ik knikte begripvol. De beloning was een eduardiaans pv, waarin mijn misdaad tot menslievendheid werd verheven. Toen ik hem bedankte, zei hij: ‘Ik heb nog gevoetbald met je papa.’

Bij het buitengaan liep ik toenmalig burgemeester Fons Cooleman tegen het lijf. ‘Volgend jaar kom je daar niet meer zo gemakkelijk mee weg’, zei het zandboertje die tot zijn verbijstering de opvolger werd van de grote Alidoor De Keyser, die 25 jaar burgemeester was en in 1972 met de noorderzon verdween. Iedereen in Zerkegem wist dat Fons tegen de fusie was maar er ook zeer naar uitkeek. Dan zou een einde komen aan de vierjarige beproeving om als amper geletterde burgervader totaal af te hangen van de gewiekste gemeentesecretaris.

Vanwaar deze nostalgie? Omdat de geest van Eduard en Fons nog springlevend blijkt te zijn. Tijdens de nieuwsuitzendingen van vorig weekend begon ik zelfs stilletjes in reïncarnatie te geloven. Net als Eduard had de Brusselse politiecommissaris toegezien hoe een losgeslagen groepje krapuul de binnenstad, al zwaar toegetakeld door gedachteloze dorpspolitici, nog verder in de vernieling hielp. Een houding die perfect spoort met het Zerkegemse ‘je moet dat niet meer doen, hè’.

We zagen een Brusselse burgemeester die zich van geen fout bewust is, de politie feliciteert en geen heil ziet in een Brusselse politiefusie. ‘Dat is toch maar un slogan, hè? Een fusie is toch geen wondermiddel?’, zei Close. Hij vond daarmee ter plekke het Brusselse equivalent uit voor het Zerkegemse ‘het wordt helemaal niet beter als het groter wordt’.
Natuurlijk niet, maar het kan – samen met een coherente visie op onderwijs, preventiebeleid en arbeidsmarkt – een onderdeel zijn van een stedelijk veiligheidsbeleid, een Europese hoofdstad waardig. Zo’n visie kan je niet verwachten van een man die op zaterdag zweert bij laisser-faire en op woensdag alles inzet op zero tolerance.

De voetbalrellen en de rapperskaalslag waren voor een moderne politiedienst die met sociale media weet om te gaan perfect voorspelbaar. Hoe dat moet, beschreef Steven De Smet al in 2012 in ‘De nieuwe politie’. Maar natuurlijk hebben Close en zijn collega-burgemeesters van het Brussels Gewest dat niet gelezen. Ze gebruiken hun handen niet om boeken te openen maar om zich vast te klampen aan hun vazallenpostjes in hun minigemeenten. Hopelijk zijn de Brusselaars moegetergd genoeg om hen volgend jaar electoraal de rekening te presenteren voor hun champetterbeleid.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 18 november 2017.

De video Pretty Police van de shoegazeband See Through Dresses: http://tinyurl.com/yb2a9rdv

Geïnteresseerd in shoegaze? Zeer goede inleiding vind je op https://nl.wikipedia.org/wiki/Shoegaze

Ik schreef de bovenstaande tekst vooraleer de Algemene (Politie)Inspectie zijn rapport over de Brusselse rellen neerlegde. Anders was mijn analyse nog dodelijker geweest zijn.

Michel Goovaerts, korpschef van de politie Brussel Hoofdstad Elsene, zei al eerder dat een eengemaakte politiezone geen goede zaak zou zijn omdat een aansturing door een politieraad vol burgemeesters niet werkbaar is. Daar heeft hij gelijk in. Natuurlijk dringt er zich een fusie van alle 19 gemeenten van het Brussels Gewest op. Een Europese hoofdstad moet een eenduidige aansturing krijgen voor alle beleidsdomeinen, niet alleen voor  veiligheid maar ook voor, niet beperkend te begrijpen, mobiliteit, arbeidsmarkt, talenbeleid, onderwijs en, ik weet het zeer gevaarlijk terrein, cultuur.

Nu laten de (vooral Franstalige) partijen het beleid over aan de minder talentvolle politici, waarvan vele sjerp en schepenzetel erven van een familielid. Het argument dat ze dichter bij hun gemeentegenoten staan, is totale onzin. En is het nu zoveel slechter in Groot Antwerpen en Groot Gent dan voor de fusie. We Antwerpen toch ook niet opdelen in 6 gemeenten?

Donderdag ging de anti-kraakwet  in voege. Misschien denk je dat iemand die ooit een huis kraakte, daar niet gelukkig mee is. Het omgekeerde is waar: mensen die politiek kraken breken de deur open van gebouwen van speculanten, niet van mensen die op vakantie zijn of voor hun job het land uit zijn. In Gent is er ten andere een gewone bandietenbende aan de slag die huizen openbreken en dan “verhuren” aan Romagezinnen. Daar moet paal en perk aan gesteld worden. Dat kan met deze wet.

Overigens, de wetswinkel stond altijd voor correct woonrecht. Het “commercieel” kraken kan daar geen deel van uitmaken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

WBA

I’m working on a building of love
Gonna build it in the name of everyone
Working On A Building Of Love, Chairmen of the Board, Bittersweet, 1972.

Enkele jaren geleden was ik op een internationaal congres over de werkplek van de toekomst. Die moet stimuleren, inspireren en het gemeenschapsgevoel vergroten, daar waren alle sprekers het over eens. Plots werd het een congresganger te veel. ‘Als jullie dat allemaal zo vinden, waarom zijn onze werkplaatsen dan zo lelijk, lawaaierig en beige?’, sneerde ze. Het panel was even door de bliksem getroffen. Jim brak de ongemakkelijke stilte en mompelde: ‘WBA. Wereldberoemde architecten’.

Zo’n WBA is Richard ‘Centre Pompidou’ Rogers. Hij ontwierp het gerechtsgebouw van Antwerpen, alias het Vlinderpaleis. En toegegeven, hij creëerde een magnifieke knik in de Antwerpse skyline. Alleen, je mag er niets aan veranderen, vertelden mensen me die een 21-eeuwse werking wilden installeren en op het nagelvaste contract botsten dat Rogers Inc. met de Belgische staat had afgesloten. Zelfs voor het opbreken van een hemeltergend lawaaierige tegelvloer is de toestemming van het architecturale godenkind nodig. De Antwerpse justitiedienaars zitten voor eeuwig en een dag gevangen in hun weinig begeesterende kantoortjes.

De Jim in ons panel wist waarover hij sprak toen hij het over WBA’s had. Hij is logistiek directeur bij een topbedrijf dat kantoor houdt in The Gherkin, een van de iconische torens in de Londense City, ontworpen door Sir Norman Foster. De Augurk werd geopend in 2004 en is meermaals bekroond voor zijn architecturale en ecologische spitsvondigheid. Maar na de bouw was er blijkbaar geen geld meer voor een even revolutionaire werkomgeving. Het werden landschapsbureaus die veel weg hebben van (on)menselijke legbatterijen.

In het Eén-programma ‘The Secret Life of Buildings’ confronteerde Tom Dyckhoff Foster afgelopen maandag met enkele werknemers die in zijn fabuleuze gebouw werken. Je ziet de man, die in de jaren zeventig de Willis Tower bouwde – met zijn restaurant en zwembad voor iedereen jarenlang het toonbeeld van een stimulerende, inspirerende en gemeenschapsbevorderende werkomgeving – ineenkrimpen en ultiem toegeven dat zijn ideeën ‘verkeerd zijn gebruikt’.

De scène waarin Dyckhoff een paar tegels uit de vloer van de Willis Tower haalt en de restanten blootlegt van het zwembad dat moest verdwijnen om meer werkruimte te creëren voor werknemers die stelselmatig minder werkruimte kregen, is symptomatisch voor hoe de kostprijs allesbepalend is in de werkplekbenadering.

Steeds meer wordt pijnlijk duidelijk dat de hersenloze landschapskantoren met hun eindeloze variatie aan visuele en auditieve afleidingen mensen niet alleen ongelukkig maar ook een pak minder productief maken. Dat gebrek aan geluk was de managers van de Londense Deloitte Headquarters ontgaan, maar de terugval van de productiviteit was hen wel opgevallen. Dus beslisten ze dat er planten zouden komen, die – ‘wat zijn we genereus , zie je hen denken’ – de mensen zelf konden kiezen. ‘Bent u als bedrijf dan bereid meer macht aan de werknemers te geven?’, vraagt Dyckhoff aan de manager. ‘Oh, ja!’, knikt hij. ‘Echt?’, vraagt Dyckhoff. ‘Wel, er is een grens. We moeten professioneel zijn, we zijn hier niet bezig met creatief zijn.’

Dat soort reacties heb ik al honderden keren gehoord. Van politici, privémanagers, topambtenaren en veel gewone Belgen. Een stimulerende omgeving is iets voor publiciteitsbedrijven. Bij serieuze ondernemingen en bij de overheid is het weggegooid geld.

Natuurlijk is de toekomst van de werkplek niet de terugkeer naar de muur. Begrijpelijk dat mensen die hoorndol worden in landschapsbureaus hunkeren naar hun eigen bureautje maar wie ooit werkte in een mooie, rustige, open omgeving wil nooit meer terug naar het privé-gevangenisje.

Het inzicht dat Tom Dyckhoff verwoordt op het einde van het programma, niet toevallig na een bezoek aan het Nederlandse Interpolis, was meer dan ooit ook onze overtuiging na een bezoek aan die pioniers in 2004: je moet de hele structuur van een organisatie veranderen, je moet macht overdragen, anders verandert er niets.

Creatieve organisaties beslissen eerst hoe plat de organisatie moet zijn, over welke punten de teams niet kunnen beslissen en hoe maximaal plaats- en tijdonafhankelijk kan worden gewerkt. Daarna laten ze de mensen de werkomgeving creëren. Pas dan bouwen ze een gebouw rond de organisatiecultuur. Als dat gebouw een architecturaal wonder is, zoveel te beter. Ieder ding van schoonheid is een eindeloze bron van vreugde en de mensen zullen trots zijn erin te mogen werken. Maar ze zullen bovenal gelukkig zijn, omdat vooral in hen is geïnvesteerd.

Het lijkt een ingetrapte deur, en toch moet het gezegd want blijkbaar is het veel politici, privémanagers en topambtenaren ontgaan. Gelukkige mensen zijn veel minder ziek en een pak productiever.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 4 november 2017

Video Working On A Building Of Love: https://www.youtube.com/watch?v=urp6M6sXrII

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Jorge & Jordi

I never did believe we were friends forever
All more resasons to enjoy this time together
Friends Forever, Wooden Wand, Toth’s Law, 2017

In mijn tijd bij de toenmalige Gentse burgemeester Frank Beke mocht ik de congressen van de Europese Veiligheidssteden meemaken. Tijdens samenkomsten in Porto, Palermo en vele andere steden die met reële veiligheidsproblemen te maken hadden, leerde ik tal van mensen kennen die in hun stad bezig waren met drugsproblemen, kleine en grote criminaliteit en straathoekwerk.

Er was Tim uit Edinburg, bijgenaamd Braveheart, een beer van een man die in een hut ergens in de Highlands woonde en perfect kon uitleggen waarom een film als ‘Trainspotting’ zo adequaat de jeugdcultuur van Edinburg weergaf.

Er was Michael uit Liverpool, de go-between tussen het stadsbestuur en de toen al tientallen etnische groepen in de stad. Hij bracht ons in contact met trotse sikhs die dachten dat we met een karrenvracht Europees geld kwamen en ons danig intimideerden toen dat niet het geval bleek. ’s Avonds gaf Michael een feestje bij hem thuis, waar we opnieuw de oppersikh ontmoetten, die onder het nuttigen van aardig wat whisky’s niet bijkwam van het lachen omdat we in zijn spelletje waren getuind.

Er was ook Georgina uit Venetië, die we enkel zagen bij het begin van de conferenties en na afloop op de luchthaven, beladen met pakjes, en die van haar Engelse taalonderricht alleen het woord ‘shopping’ had onthouden. Ook Elena, een statige Romeinse, verstond amper Engels maar was altijd present.

De Spanjaarden Jorge en Jordi spraken goed Engels. Dat verwonderde me want in de jaren negentig kregen mijn Teergeliefde en ik bij Spaanse toeristische diensten op de vraag “Spreek je Engels?” steevast het hilarische “Haliddel” te horen waarna een zonder twijfel fantastische uitleg in het Ratelspaans volgde.

Jorge, geboren en getogen in Andalusië en zoon van arme boeren, had zich in arren moede – eigenlijk was hij antimilitarist – voor een legeropleiding ingeschreven, was bij de Nationale Politie terechtgekomen, en ter beschikking gesteld van het Madrileense stadsbestuur omdat hij een taalwonder was. Hij sprak Engels, Frans, Italiaans, Spaans, Baskisch en Catalaans.

Hij kon het erg goed vinden met Jordi, een chauvinistische Barcelonees, al bleef zijn chauvinisme beperkt tot het culturele. Madrid moest zijn taal en zijn cultuur respecteren maar voor hem mocht, nee moest, Catalonië een deel van Spanje blijven. Hij geloofde in economische solidariteit. Dat kon Jorge, die zich altijd Andalusiër voelde, zeer appreciëren.

De afgelopen weken is de vriendschap tussen Jorge en Jordi danig op de proef gesteld. Jorge, die intussen in de hoogste echelons van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verzeild was, had vergaderingen meegemaakt met zijn minister, de hoogste politiechefs en zijn secretaris-generaal waarop beslist werd 13 Catalaanse topambtenaren te arresteren.

Jorge wist zich geen raad. Zou hij Jordi, secretaris van een van de te arresteren overheidsmanagers, bellen om hem te waarschuwen of moest hij zich aan zijn deontologische code houden? Hij belde niet. Dat heeft Jordi niet echt geapprecieerd. Hij was al niet zijn opgewekte zelf, de jongste dagen, want hij was medeverantwoordelijk voor de praktische uitwerking van het referendum, dat hij een complete farce vond. Eergisteren liet Jordi via een giftige mail aan Jorge weten dat hij, na het brutale politieoptreden, waarover Jorge hem ook niet had verwittigd en waarin zijn geliefde kleinzoon gewond was geraakt, een vurige aanhanger van El Independentismo Catalán was geworden.

Dat laatste, beste lezer, is verzonnen. Ik hoorde na 1999 niets meer van Jordi en Jorge. Maar het feit dat mensen uit de federale regering samenzitten om hun collega’s in een autonome regio te arresteren, liet me de voorbije weken niet los. Ik zie mezelf al samenzitten met mijn collega op Binnenlandse Zaken Isabelle Mazzara en de federale politiebaas Catherine De Bolle en een planning uitwerken om de Vlaamse secretaris-generaal van Welzijn Karine Moykens, de Vlaamse secretaris-generaal van Financiën Koen Algoed of de Secrétaire général du Service public de Wallonie Claude Delbeuck te arresteren.

Ik vrees dus voor de vriendschap tussen Jordi en Jorge. Maar ook voor de vriendschap tussen Tim, overtuigd Schots nationalist, en Michael, voorstander van de brexit. En voor de vriendschap tussen de streng unitaire Elena en de vurige Georgina, die op 22 oktober mogelijks Si stemt tijdens het Referendum consultivo dell’autonomia in Veneto.

Maar op 22 oktober is het ook koopzondag in Rome. Misschien vinden Georgina en Elena dat belangrijker en gaan ze gewoon hun geliefde maritozzo eten, zoete broodjes met slagroom. De moeilijkste keuze is dan die tussen een frisse Frascati di Lazio of een Spumante Veneto.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Lambrisering

So we keep waiting
Waiting on the world to change
We keep on waiting
Waiting on the world to change
Waiting on the world to change, Taj Mahal & Keb’ Mo’, TajMo, 2017

‘Als je ‘lambriseringsdenken’ googelt, komt jouw jongste boek als eerste zoekresultaat tevoorschijn’, vertelde Raf “storyteller” Stevens me deze week, toen hij een van zijn befaamde podcasts bij mij thuis opnam. ‘Je hebt wel iets met nieuwe woorden verzinnen, hè?’ Dat is waar, al moest ik eerlijk opbiechten dat dit geen vondst van mij was, maar van Hans Housen, de in-en-in creatieve man die mijn boeken op basis van urenlange gesprekken écht schrijft.

Het heerlijke woord viel hem te binnen toen we het hadden over hoeveel mensen op de veranderende wereld met haar ambiguïteit en inherente disruptie die tot wendbaarheid of verdwijning leidt, reageren met: ‘Het zal wel zo’n vaart niet lopen.’ De voorspelbare drogredenen zijn het onverwoestbare ‘bij ons is het anders’ of ‘we zijn al een beetje bezig met digitalisering’. Ik vertelde Hans dat ik dat denken vooral tegenkom bij mensen die veel van hun professionele tijd doorbrengen in salons waarvan het patina van de met decennia oude eiken muurbekleding de blik op de toekomst fel bemoeilijkt.

Als ik bij serviceclubs ga spreken, wordt duchtig met de ogen geknipperd als ik het hoge gehalte aan lambriseringsdenken in ons land aan de kaak stel. ‘Overdrijf je niet een beetje,’ wordt dan gevraagd, ‘zoals met je thuiswerken?’ Natuurlijk is zo’n vraagstelling mogelijk terug te voeren tot het alcoholistische denken dat met de uitgebreide diners in serviceclubs gepaard gaat. Maar dat kan het niet aan liggen: het economisch negationisme – het wegkijken van het wegkijken – blijkt ook een constante bij ochtendpresentaties.

Het lambriseringsdenken is even wijdverbreid in de publieke sector. Als ik stel dat systemen als blockchains de helft van de taken van administraties, rechters en notarissen zullen overnemen, wordt met pretoogjes geschokschouderd. Sciencefiction, zie je ze denken.

Zo denkt de KBC er niet over. Zeventig van hun slimste mensen zijn op blockchainprojecten gezet. KBC is tweeoog in een land der blinden.

Dat blijkt duidelijk uit de studie van het softwarebedrijf Teamleader, die tot de vaststelling komt dat 43 procent van de ondernemers vooral zijn positie wil vasthouden en er niet van droomt groter te worden. Daarom is de reactie van Voka-topman Hans Maertens zo moedig. Hij durft te zeggen dat er een cultureel probleem is bij veel ondernemers in ons land. ‘We zijn de mentaliteit van het winnen verloren’, zegt hij in De Standaard.

Dat het lambriseringsdenken welig tiert bij ondernemers en topambtenaren mag onrust baren. Maar dat het totaal overheerst bij politici, het soort mensen dat we verkiezen en betalen om te regeren en dus vooruit te kijken, is ronduit angstaanjagend.

In het Canvas-programma ‘De afspraak’ stelde Jonathan Berte, de CEO van het AI-bedrijf Robovision, maandag: ‘Artificiële intelligentie komt als een tsunami over ons heen, maar we beseffen het nog niet.’ Hij wenst een overheid die proactief optreedt en een wettelijk kader maakt. Sp.a-parlementslid Meryame Kitir, die ook aan tafel zat voor het lambriseringsthema ‘staken’, gaf toe dat in het parlement nog nooit over artificiële intelligentie is gesproken. ‘Tot voor kort had ik daar nog nooit zoveel over gehoord. Nu denk ik: wow, dat is wel heavy wat op ons afkomt. Hoe bereid ik mensen daarop voor en welke garantie heb ik dat ik me daar geen zorgen over moet maken?’

Hoe is het mogelijk dat de discussie over artificiële intelligentie politici is ontgaan? Samen met andere prominente figuren uit de wetenschappelijke en de technologische wereld, zoals Microsoft-oprichter Bill Gates en fysicus Stephen Hawking, wijst Tesla-baas Elon Musk al jaren op de gevaren van kunstmatige intelligentie.
Bijna de helft van de mensheid heeft Yuval Noah Harari’s ‘Homo Deus’ gelezen. Onze politici niet. Natuurlijk hebben ze veel belangwekkende taken. Maar als iemand als Barack Obama, met de drukste politieke baan ter wereld, de tijd nam om Harari’s boeken te lezen – en erdoor van zijn sokken geblazen te worden – dan is het toch niet te veel gevraagd dat onze politici zich even vergewissen van de toekomstige toestand van de wereld.

Misschien vergis ik me en hebben ze er alles over gelezen en zijn ze tot de slotsom gekomen dat de natiestaat, in een wereld die wordt heringericht door transnationale economische machten op basis van algoritmes en bigdata-analyses, sowieso ten dode is opgeschreven en dat elke weerstand futiel is?

Maar het moet gezegd, de lambrisering van ons parlementaire halfrond is absoluut een omweg waard. Ga er op monumentendag zeker eens langs.

Naschrift

Video van Waiting on the world to change: http://tinyurl.com/yclckylo

Helft ondernemers heeft geen ambitie: http://www.standaard.be/cnt/dmf20170912_03068594

Raf Stevens: http://www.rafstevens.be/

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Zinkgat

I’m a fool to do your dirty work, Oh yeah
I don’t want to do your dirty work no more
Dirty Work, Steely Dan, Can’t Buy A Thrill, 1972

Ik ben er na een lange, verkwikkende vakantie terug, lieve lezer. Zo verkwikkend dat ik me zelfs mijn paswoorden niet meer herinnerde. Dat is blijkbaar ook het geval voor onze regeringsleden, die zich hun pensioenbeslissingen niet meer voor de geest konden halen.

Dinsdag kwam het college van de voorzitters van de federale ministeries samen en zij konden zich niet meer herinneren dat hun advies gevraagd was over de elfde verandering van het mandatenstatuut die de regering op de laatste werkdag voor de vakantie beslist had. Dat had niets met de vakantiezon te maken. Het was hun gewoon niet gevraagd.

Raar, want de minister van Ambtenarenzaken heeft de gewoonte om zelfs over pietluttigheden het advies van de belangrijkste ambtenaren van het land te vragen, maar als het gaat over de selectie en de evaluatie van die overheidsmanagers blijkt hij ineens lak te hebben aan hun mening.

Nu zou je kunnen zeggen dat de voorzitters te vooringenomen zouden kunnen zijn in een materie die op hen van toepassing is. Maar dan moeten politici wel consequent zijn: dan horen ze zelf ook niet te beslissen over hun statuut en hun directe en vooral zeer indirecte inkomsten.

Maar dat kan niet de echte reden zijn voor het negeren van de voorzitters, want de minister van Ambtenarenzaken vroeg wel het advies van het College van de Administrateurs-generaal van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid. Niet dat hij echt geïnteresseerd was in hun mening, want hij wachtte hun advies niet eens af om de regering zijn voorstel te laten goedkeuren. Ondertussen is dat advies er. Het is vernietigend.

Toch was het niet louter kommer en kwel op de vergadering van de voorzitters. We hebben minutenlang gegierd toen iemand de vergadering erop attendeerde dat de regering met de verandering de depolitisering van de administratie wilde bevorderen en meer privésectormanagers wilde aantrekken.

Over politisering kunnen we kort zijn: zolang managers door politici worden aangeduid en geëvalueerd – en daar verandert met de nieuwe regeling niets aan – zal dat meerkoppige monster een rustig bestaan kennen.

De politisering bij de rechters heeft pas een einde genomen toen niet de regering maar de benoemings- en aanwijzingscommissie kon bepalen wie rechter werd en welke rechters bevorderd hoorden te worden. De eenvoudige regel dat tien van de veertien leden zich akkoord moeten verklaren over wie het meest geschikt is, heeft de ziekelijke situatie in een paar jaar gesaneerd. Zo’n eenvoudige oplossing stond de regering niet voor ogen. Ook de oppositie niet, want ze had niet het begin van kritiek op de regeringsbeslissing.

De vaststelling dat bedroevend weinig managers uit de privésector zich aangesproken voelen om hun talenten bot te vieren in de publieke sector is correct. Ik heb daar in mijn lange loopbaan veel collega’s uit de privésectorcollega’s proberen toe aan te zetten. Sommigen overwogen even de overstap, maar haakten af na verhalen van politieke inmenging, druk en chantage en van tot evaluaties omgebouwde disciplineringsmachines.

Voor mensen uit de privésector staat de ijselijke manier waarop opeenvolgende regeringen een einde maakten aan de opdrachten van mensen zoals Johnny Thijs bij De Post, Karel Vinck bij de NMBS en Didier Bellens bij Belgacom, nog helder voor de geest.

Het nieuwe besluit van de regering zal daar niets aan veranderen. Integendeel, vanaf nu kan een overheidsmanager zijn job maximaal twee mandaten van zes jaar uitoefenen. Na twaalf jaar krijg je een oprotpremie en loopbaanbegeleiding. Tenzij je ambtenaar bent. Dan krijg je een hoge benoeming – een joekel van discriminatie die de Raad van State, die zich nog over die beslissing moet uitspreken, toch moeilijk kan ontgaan.

Als er al mensen uit de privésector de overstap naar de overheid durven te wagen, dan is het dus weinig waarschijnlijk dat ze jonger zullen zijn dan 53 jaar. Iemand van 45 weet dat hij misschien op zijn 51ste na een evaluatie, maar zeker op zijn 57ste op zoek moet gaan naar een nieuwe uitdaging. Met de beperking van het aantal mandaten wil de regering meer mobiliteit creëren en dat is een goede doelstelling. Alleen doe je dat niet door mensen na twaalf jaar de professionele afgrond in te kegelen.

De hele regeling is een rommeltje.

Mocht u denken, Frank voelt zich geviseerd, weet dan dat ik, op anderhalf jaar van het einde van mijn mandaat, niet geïmpacteerd ben door de regeringsbeslissing. Wat wel wringt, is de vaststelling dat het oorspronkelijke Copernicusidee van een efficiënte overheid met verantwoordelijke overheidsmanagers sedert 2003 steeds verder afgebroken wordt. Straks rest enkel een reusachtig zinkgat.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van 9 september 2017.

Natuurlijk moest er een tekst (en muziek) van Steely Dan bij deze column, na het verscheiden van Walter Becker, die samen met zijn bloedsbroeder Donald Fagen die de duistere jaren zeventig van een bijzonder gepersonaliseerd licht voorzagen. Alles, gewoon alles, wat die twee schreven en opnamen moet je minstens tien keer gehoord hebben vooraleer je iets zinnigs over muziek en bij uitbreiding over de wereld kunt zeggen.

Misschien beginnen met de video van Dirty Work: https://www.youtube.com/watch?v=ghcsrblhn7A

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Belziekske

Dans le royaume de Belgique

Y’a du temps qu’on a plus dansé 

Est-ce à cause de la drache

Qu’on a les quilles toutes rouillées? 

Mais la belle gigue, gigue

Gigue que l’on pourrait danser

Si les vieilles digues, digues

Diguedon les faisait tomber

André Bialek, La Belle Gigue,  Nord-Sud, 1981

Federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block en Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Jo Vandeurzen waren op dinsdag 4 juli te gast in het tv-programma ‘Terzake’. De Vlaamse minister was not amused met de plannen van zijn federale collega om minder geld uit te geven voor de dagopvang van psychisch kwetsbare jongeren.

In de studio ontspon zich een gesprek waarvan moderator Annelies Beck bij de afsluiting ruiterlijk toegaf dat ze er amper iets van had gesnapt. Troost u, Annelies, wij, kijkers ook niet. De twee ministers zeiden van elkaar dat ze het niet snapten. In de Kamer zei De Block tegen haar coalitiegenoten dat ze het niet snapten. Nu blijkt dat ze het zelf ook niet helemaal snapt, want ze gaat het dossier nog eens bekijken.

Zo ingewikkeld is ons land geworden. Zo slecht worden we geregeerd. Men etaleert het zelfs openlijk in ‘Terzake’. En dan gaat het nog over twee excellenties die liever dan elke dag een robbertje te vechten op de keien van de Wetstraat rustig en in overleg oplossingen willen zoeken.

Ministers die issues met elkaar hebben, horen die niet in ‘Terzake’ uit te vechten. Ze moeten ver weg van alle mediagewoel en samen met hun kabinetsleden – België heeft er 2.000, er moeten er toch een paar zijn die de zaak wél kennen? – tot een verstandige oplossing komen. Dat kan blijkbaar alleen maar als je in dezelfde regering zit.

Dat was ook de vaststelling van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, die dus tot een zevende staatshervorming opriep. Daarbij steunde hij op uit de context gerukte uitspraken van VDAB-Baas Fons Leroy en Erwin Devriendt, afgevaardigd bestuurder van Solidariteit van het Gezin, die verwonderd kennisnamen van hun recuperatie bij het doornemen van hun krant op 11 juli.

Ook Hilde Crevits deelde ons mee dat ‘meer Vlaanderen’ nodig was. De argumentatie? ‘Het is een logische, historische evolutie die onomkeerbaar is.’ Voorwaar, een nieuwe natuurwet zag het licht, zij het met een parfum van creationisme.

Niemand durft blijkbaar te zeggen dat de opeenvolgende regionaliseringsgolven tot ingewikkelde en elkaar blokkerende overheidsstructuren hebben geleid, dat Vlaanderen zijn burgers even afstandelijk en bureaucratisch behandelt als het federale België dat doet, en dat zijn burgers opgezadeld zitten met een van de duurste bestuurssystemen in de wereld.

Vlaanderen doet wat het zelf doet echt niet beter. Toen ik ambtenaar was in de prille Vlaamse administratie was er onmiskenbaar een wil om het anders te doen, maar nu ik als federaal niet-ambtenaar kijk hoe men te werk gaat in Vlaanderen, zie ik amper verschil met mijn omgeving: dezelfde logge structuren, dezelfde greep van de kabinetten op de administraties, dezelfde regelneverij en dezelfde politisering van de administratie.

Bij veel overheidsmanagers, regionaal en federaal, leeft de overtuiging dat in plaats van nooit eindigende reeksen loodgieterijhervormingen beter een fundamentele keuze was gemaakt tussen de basisopties: dit land in twee knippen of bij een federale staat met eng bepaalde cultuurgemeenschappen blijven.

Elk modern land dat op zoek gaat naar een moderne staatsinrichting die de burger waar voor zijn belastinggeld geeft, komt uit bij twee lagen: een landelijke en een stedelijke. Daarbij fungeert het landelijke niveau als backoffice dat de burger een digitaal platform aanbiedt voor het gros van zijn noden en besognes. De steden zorgen voor het persoonlijk contact.

Het zal de burger worst wezen of er een federale dan wel een Vlaamse ambtenaar voor zijn digitale loket heeft gezorgd waar hij zijn belastingaangifte of zijn subsidieaanvraag kan indienen. Maar hij wil wel een mens ontmoeten als hij onzeker of emotioneel is over iets dat hem of de zijnen overkomt.

Dit wensmodel staat heel ver weg van ons land met een federale overheid, een Vlaamse overheid, tien provincies, honderden intercommunales en veel te kleine gemeenten. Politici die onze toekomst echt willen voorbereiden, hebben een pak werk voor de boeg. Maar we moeten hen wel verkiezen, natuurlijk. De denktank Itinera meldde ons een tijdje geleden dat uit zijn studies blijkt dat politici geen stemmen halen met langetermijndenken.

Naschrift

André Bialek, La Belle Gigue vido: http://tinyurl.com/y9f4exh4

Terzake uitzending: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/terzake/2017/terzake-d20170704/

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Renumeratie

You can fool some people some time
But you can’t fool all the people all the time
Get Up, Stand Up, The Wailers, Single, 1973

Stel dat ons koninkrijk een naamloze vennootschap was, dan zou de nv België wellicht over een remuneratiecomité en een deontologische commissie beschikken. Elk handboek over deugdelijk bestuur schrijft voor dat die twee bevolkt moeten worden door verschillende mensen. Beslissen over hoeveel iemand kan verdienen is namelijk totaal iets anders dan vastleggen hoe iemand zich moet gedragen.

Menige onderneming installeerde die twee comités pas nadat ze in opspraak was gekomen door onzinnige managementvergoedingen, absurde bonussen en ander gegraai. Dan gaat men verwoed op zoek naar mensen boven elke verdenking die voordien niets met het bedrijf te maken hadden. Het is de snelste weg om zich uit de mediastorm te werken en om niet alleen de shareholders, maar alle stakeholders duidelijk te maken dat men het beste voor heeft met het bedrijf.

Dat is niet wat de nv België deed. Als haar politiek toppersoneel het erg bont bleek te maken door zichzelf langs alle mogelijke kanten geld toe te schuiven, vroeg men geen alom gewaardeerde buitenstaanders maar werd snel een Werkgroep Politieke Vernieuwing samengesteld. Niemand verwacht dat die meer dan een muis gaat baren. Erger, maar weinig burgers geloven echt dat de leden van die werkgroep bezig zijn met wat goed is voor de burger en het algemeen belang.

De werkgroep kreeg de opdracht als een soort remuneratiecomité te bepalen wie hoeveel kon verdienen, maar is van armoe tot een soort deontologische commissie verveld. Wat ze voorstelt, zal aan geen van al de uitwassen die we met trillende woede in onze kranten moeten lezen, een einde stellen.

Alle liberale partijen, zij die zo heten en zij die het ook zijn, uitgebreid met de Franstalige christendemocraten, weigeren zich achter een cumulverbod te scharen. Ze schreeuwen moord en brand als blijkt dat Yvan Mayeur (PS) naast zijn burgemeesterswedde nog eens 294.000 euro opstreek als afscheidspremie. Het is inderdaad wraakroepend. Maar het is minstens even walgelijk als parlementsleden die hun parlementaire loon incasseren terwijl ze er zich amper vertonen omdat ze hun handen vol hebben met de uitoefening van een ander politiek mandaat.

Bart De Wever (N-VA) legt met verve uit dat decumul de burger veel geld zal kosten en stelt voor het maximale inkomen te beperken tot 150 procent van het parlementair loon. Ik was kabinetschef van de burgemeester van Gent en van een federale minister en kon met eigen ogen vaststellen dat het ambt van burgemeester van een grote stad een pak veeleisender is dan dat van een minister. Hoe je zoiets met een parlementair mandaat kan combineren, gaat mijn petje te boven. Het cumuleren van twee zware ambten kan niet anders dan neerkomen op het amper uitvoeren van een van de twee, of op het halftijds uitvoeren van de twee. Daarvoor 150 procent betalen is pas een hoge democratische prijs.

Al is dit voorbeeld van cumul slecht gekozen. Mocht de Werkgroep Politieke Vernieuwing echt een remuneratieopdracht hebben uitgevoerd en de zwaarte, de verantwoordelijkheid en de impact van opdrachten hebben vergeleken, dan was ze wellicht tot de conclusie gekomen dat een burgemeester van een grote stad net iets minder dan een premier mag verdienen. Zonder twijfel was dan ook vastgesteld dat het belachelijk is de voorzitter van de Kamer meer te betalen dan een premier, gezien zijn in vergelijking povere opdrachten.

Als men dan toch op de centen wil kijken die men voor democratie over heeft, kan best zo snel mogelijk worden overgegaan tot het herfuseren van gemeenten. Niet op basis van goodwill zoals nu, maar uitgaande van alle objectieve voordelen van het hergroeperen van aanpalende gemeenten tot beleidskrachtige steden. Dan zou het aantal gemeentelijk politieke ambten sterk verminderen. Zelfs met het beter betalen van burgemeesters en schepenen van grotere entiteiten zou dat de burger een pak minder kosten en een veel betere dienstverlening opleveren.

Naschrift

Video Get Up, Stand Up: https://www.youtube.com/watch?v=UubfH-1S43k

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen