Boter

Did you ever read about a frog

Who dreamed of bein’ a king?

Neil Diamond, ‘I Am… I Said’, Single, 1971

Carina Van Cauter is een bijzonder bedrijvige parlementair, die niet voor niets door de media verkozen werd als beste kamerlid. Geen toeval dus dat ze geregeld opduikt in actualiteitsprogramma’s. Het is maar de vraag of dat nog van harte doet want sedert de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire krijgt ze geheid, of ze het over sportersstatuten of over mensenhandel heeft, de onderwerpen waarvoor ze gecontacteerd is, de vraag hoe het zit met de gouverneurskeuze. Ieder keer verklaart ze duidelijk dat ze daar niets wil of kan over zeggen. Daar heeft de interviewer geen oren naar en blijft de vraag herhalen. Het is symptomatisch en onhoffelijk. Zelf heb ik meegemaakt dat voordien werd afgesproken dat over een specifiek onderwerp geen vragen zouden gesteld worden en men het tijdens de opname toch doet. Dat is smerig want de geïnterviewde weet dat niet antwoorden slecht overkomt bij kijker of luisteraar en dat de journalist daar listig van gebruik maakt. Zo moet de actrice Maria Schneider zich gevoeld hebben tijdens de beruchte boterscène in Bertolucci’s film ‘Last Tango in Paris’.

Van Cauter trok zich terug uit de gouverneursrace omdat iemand, zonder ook maar een seconde rekening te houden met haar gevoelens, haar assessmentdossier liet lekken. Dat in ons land namen en dossiers van mensen die kandidaat zijn voor een openbare functie op straat worden gegooid, is niet de uitzondering maar de regel. Het recentste slachtoffer is Anne Junion, die de krantenkop ‘Kabinetschef Marghem zakt voor topfunctie‘ moest incasseren.

Geen wonder dat privémanagers twee keer nadenken om voor de job van topambtenaar te gaan. Ze willen zich de beschamende situatie besparen hun baas te moeten uitleggen waarom ze weg willen.

Dat is niet de enige reden waarom zo weinig ex-privémanagers bij de overheid werken. Een pak privé-managers die de stap riskeerden zijn grandioos mislukt. De Oeso heeft het 11 jaar geleden al vastgesteld: de job van overheidsmanager is moeilijker dan het privé-equivalent. En de wijze waarop Johnny Thijs, iemand die wel een geslaagde overgang maakte, behandeld werd door zijn politieke meesters, is bij veel privémanagers niet onopgemerkt gebleven.

Als Selor-jurylid stelde ik meermaals vast hoe weinig privémanagers die kandideerden van het overheidsnetwerk afwisten. Die onwetendheid gaat niet zelden gepaard met een onwaarschijnlijke arrogantie, zelfs minachting, voor wat gebeurt bij de overheid. Sommigen zeggen niet meer of minder dan dat er geen innovatie is bij de overheid en dat men blij mag zijn met de interesse van iemand die in de privésector werkt. Sommigen reageerden zeer verbaasd toen de juryleden naar hun (gebrek aan) voorbereiding vroegen. ‘Lag de rode loper naar de overheidsfunctie nog niet klaar, dan?’

Nee dus, die rode loper is er alleen voor kabinetschefs. Dat is toch wat je in onze kranten kunt lezen. ‘Van de tien FOD-voorzitters moeten er zes vervangen worden. Die posten worden over de verschillende partijen verdeeld. Het is drummen, want ook veel kabinetsleden zoeken een uitweg nu de verkiezingen naderen‘, las je in deze krant. Die aanname – ‘de job is toch voor kabinetschefs’ – stoelt op de vaststelling dat de meerderheid van de huidige FOD-voorzitters in een vorig leven kabinetsmedewerker was.

Maar omdat vinken vogels zijn, zijn niet alle vogels vinken. Voor elke kabinetsmedewerker die in een assessment slaagt, zijn er tien die jammerlijk mislukken. Anders dan bij de NMBS, Proximus of de Nationale Bank, waar partijvoorzitters de vrije hand hebben, moeten ze kiezen tussen de FOD-kandidaten die een rapport ‘Zeer geschikt’ kregen op het Selor-assessment. Ik geef u op een blaadje dat, op een grote uitzondering na, niemand die nu op de voorkeurlijsten van de partijvoorzitters staat ooit FOD-voorzitter wordt.

De functie van kabinetschef kan dan wel de beste training zijn die je je kunt indenken voor leidinggevende functies in de administratie, zoals oud-journalist Guy Tegenbos poneert, dan nog moet je aantonen dat je een grote organisatie kunt aansturen, dat je meer dan theoretische noties hebt van personeelsbeleid, budgetdiscipline en technologie, dat je kan breken met het maken van beleid, en dat je beleid, ook dat waar je niet achter staat, correct kunt uitvoeren. Veel ‘politieke’ kabinetschefs rateren hun assessment omdat ze zich, in tegenstelling tot ‘manager- kabinetschefs’, daarin niet bekwaamd hebben.

Ik krijg constant de vraag of ik weet wie mij (en mijn collega’s) opvolgt. Eerlijk: ik weet het niet. De partijvoorzitters ook niet. Maar dat beseffen ze nog niet. Evenmin als Maria Schneider besefte wat haar te wachten stond in Bertolucci’s film.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 1 december 2018.

Video I Am… I Said: https://www.youtube.com/watch?v=NS76IGdnD3o

Kris Luckx vroeg via twitter: “Beweert Frank Van Massenhove nu dat Selor dit allemaal kan testen?” Mijn antwoord: “In alle Selor-jury’s waarin ik zetelde (over de andere kan ik niet oordelen) zat voldoende expertise om vast te kunnen stellen dat iemand NIET over die talenten beschikt. Als er twijfel over is, krijgt kandidaat een “geschikt”. Geen “zeer geschikt”, dat is weggelegd voor kandidaten waarover geen enkel jurylid twijfel heeft. Overigens heeft Anseel heeft gelijk wanneer hij het over de beperkte voorspelbaarheid van assessments heeft (https://tinyurl.com/yag4g5kk)”.

Frederik concludeert, op basis van 50 jaar onderzoek, dat een goed assessment ongeveer 20 procent van de toekomstige prestaties voorspelt. “Maar 20 procent? Dat is een terechte bemerking, maar dat is de realiteit van selectie en assessment. Voorspellen is moeilijk. Maak u geen illusies. De meeste andere methodes, zoals een ongestructureerd interview of een persoonlijkheidstest, scoren lager. De beste strategie is een combinatie van methodes, waarmee je dan uitzonderlijk aan ongeveer 40 procent voorspellende waarde kan komen. Consultants die iets anders beweren, liegen of weten niet waarover ze spreken. Vraag hen naar de predictiedata voor hun eigen methode.”

“Een bijkomende ronde interviews door de Vlaamse regering die de rangschikking bepaalt, is een bijzonder slecht idee dat net de voorspellende waarde van het assessment onderuithaalt. Doe dan geen assessment”, stelt Anseel verder. Hij had het over het circus rond de Oost-Vlaamse gouverneursaffaire, maar die analyse geldt ook voor mandaatfuncties bij de federale overheid. Selor zou de rangschikking moeten bepalen. De eerste krijgt de job. Daarmee zou alle politieke inmenging vermeden worden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aalmoezenpot bis

Démagogie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

L’hypocrisie dans la politique

Ce n’est pas bon ce n’est pas bon nous n’en voulons pas

Amadou & Mariam, Ce N’est Pas Bon, Single, 2009

Partijtucht zorgt ervoor dat zelfs uiterst intelligente mensen enormiteiten begaan. Volgens de Open VLD’er Karel De Gucht is de partijkaartloze gouverneurskandidaat Wim Leerman zonder twijfel een N-VA’er. Want hij is directeur van de stad Aalst, die zoals iedereen weet een N-VA-burgemeester heeft. En er zijn mensen in zijn familiekring die N-VA’er zijn. Ben ik dan Open VLD’er omdat mijn voogdijminister Maggie De Block is? Of ben ik N-VA’er omdat twee nichtjes van mij dat zijn?

De Guchts partijvoorzitter, Gwendolyn Rutten, vond dan weer dat Carina Van Cauter en niemand anders gouverneur van Oost-Vlaanderen moest worden. Want wie kon beter de talenten van alle kandidaten inschatten dan zij? Toch geen gespecialiseerd assessmentbureau, zeker?

Naar aloude gewoonte – vroeger stuurden de christendemocraten Miet Smet naar een debat over vrouwenrechten die ze net gekrenkt hadden – kwam niet de CD&V-partijvoorzitter in Terzake uitleggen waarom geen competente vrouw werd gevonden voor de Nationale Bank, maar werd Griet Smaers verzocht te argumenteren dat Steven Vanackere de juiste mens op de juiste plaats is. Terwijl zij nota bene het wetsvoorstel heeft ingediend dat een op de drie een vrouw moet zijn aan de top van de Nationale Bank. Natuurlijk weet Smaers dat iemand als Caroline Ven veel geschikter zou zijn. Maar zij zit al in de beheerraad van Bpost en kan daar niet weg, want dan dreigt een andere partij haar plaats in te palmen. De regeringspartijen zijn al meer dan een jaar aan het armworstelen over de drie te begeven beheerraadplaatsen aldaar.

Toch liet de CD&V-voorzitter zich niet onbetuigd. ‘CD&V heeft van niemand lessen te krijgen in vrouwvriendelijkheid.’ Van de andere partijen niet, dat is juist, want die zijn even schuldig en hypocriet. Maar misschien wel van de helft van de bevolking? En tel daarbij maar alle mannen die het verwerpelijk vinden dat de Oude Jongens de beste brokken voor zich houden en die al lang weten dat instellingen met goede genderverhoudingen beter functioneren. Maar het algemene belang en een goedwerkende overheid konden Wouter Beke gestolen worden. Doodgemoedereerd liet hij Vanackere aanstellen bij de Nationale Bank. Vanaf nu is 15 november de Dag der Dynastie van de Partijvoorzitters. 

Niet te tellen waren de politici die geen genderquota wensten bij de Nationale Bank. Want die zijn vernederend voor vrouwen. En je kweekt er excuustruzen mee. O ja? Sinds 2011 zijn er quota voor vrouwen in de raden van bestuur van overheidsbedrijven en beursgenoteerde bedrijven. Ze deden het aantal vrouwen in beheerraden vertienvoudigen. Ik daag politici die het excuustruusargument gebruiken uit er één vrouw uit te pikken die niet de juiste capaciteiten heeft. Niet de quota maar hun uitspraken zijn vernederend voor vrouwen.

Zelden hebben politici in zo’n korte tijd zoveel auto-imagoschade veroorzaakt. Professor publieke financiën Wim Moesen stelde in De Morgen dat politieke benoemingen “hand in hand gaan met een lamentabel begrotingsbeleid. Als je aan de top voorbeelden geeft van civiel gedrag, dan straalt dat af op de bevolking”. Als zelfs een rustige man als Wim Moesen uitspraken doet als ‘we hebben allesbehalve de leiders die we verdienen’ zou dat politici aan het denken moeten zetten. Dat is weinig waarschijnlijk. Ik schreef het hier vroeger al: ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel.’ Telkens een partijgetrouwe mag delen in de aalmoezen, klinkt het hondenfluitjessignaal – ‘er wordt voor jullie gezorgd’ – bij de brede politieke familie.

Dat heeft de immer sluwe Bart De Wever goed begrepen. Nooit liet hij zich betrappen op het wegzetten van strijdgenoten. In nogal wat partijen zou de partijvoorzitter mensen als ‘losse handjes’-Pol Van Den Driessche, mandatenkoning Koen Kennis, stuntel Siegfried Bracke en miscast Liesbeth Homans snel van het politieke toneel hebben verwijderd. Niet De Wever.

John Crombez daarentegen kuiste in recordtempo Hilde Claes weg uit Hasselt, Tom Balthazar uit Gent en wilde dat nog eens herhalen met Tom Meeuws in Antwerpen maar botste daar op een eensgezind Antwerps partijbestuur. In Gentse socialistische kringen wordt nu jaloers gekeken naar de Antwerpse vrienden. ‘Was het Gentse partijbestuur toen dapperder geweest, dan zag de situatie er nu helemaal anders uit’, hoorde ik een ervaren socialist zeggen. Extern maar ook intern zwelt de kritiek op het voorzitterschap van Crombez aan.

In de N-VA hoor je geen kwaad woord over De Wever. Terwijl je je toch kan afvragen of het Antwerpse burgemeesterschap de voorzitter niet heeft belet zich meer bezig te houden met de Gentse afdeling, zodat het ondermaatse electoraal resultaat daar had kunnen worden vermeden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column bij De Tijd van 17 november 2018.

Video Ce N’est Pas Bon: https://tinyurl.com/yd99z4jj

Johan Ackaert en Sofie Hennau: Drie drogredenen voor politieke benoemingen: https://tinyurl.com/yazyok6c

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hersttij

De Herfst Is Een Schijtseizoen, Steiger, Steiger-EP, 2016

Premier Charles Michel weet wat belangrijk is. De zomer/wintertijd bijvoorbeeld. Daarom moet de beslissing daarover afhangen van een volksraadpleging.

Welke nieuwe gevechtsvliegtuigen we moeten kopen is van secundair belang. Daar laat hij het parlement niet eens ernstig over discussiëren, laat staan beslissen. Er werd voor de F-35 gekozen op de ministerraad van 25 oktober. Mooie datum, want niet vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, waardoor men des kiezers toorn kon afwenden, maar toch snel genoeg om de Amerikaanse toorn te bedaren. Tot zover het geloof in een Europees leger.

Toch blijft de premier, luidens zijn optredens voor het Europees Parlement en de VN, een groot verdediger van de Europese idee. Raar toch dat een premier voor wie Europa en de zomer/wintertijd zo essentieel zijn, het niet de moeite vindt om iemand van de Belgische regering af te vaardigen naar de vergadering over de afschaffing van de urenwissel die Europees voorzitter Oostenrijk afgelopen weekend in Wenen hield.

Europese diplomaten kijken er niet van op. Zo hoog onze politici opgeven over de waarde van de Europese gedachte, zo laag is ons aanzien onder de lidstaten. Een universitair instituut uit Göteborg meet sedert 2009 bij de Europese diplomaten hoe hoog ze de standpunten van iedere lidstaat inschatten, hoeveel belang ze hechten aan samenwerking ermee en hoeveel gewicht ze de landen toekennen bij de totstandkoming van Europese regelgeving.

Sedert 2009 is ons netwerkkapitaal gehalveerd en bevinden we ons op de twintigste plaats (op 28). Landen zoals Tsjechië, Slovakije, Letland en Estland hebben een groter kapitaal opgebouwd dan ons koninkrijk. De grote landen staan helemaal bovenaan – Duitsland, Frankrijk en het VK bezetten de eerste plaatsen – maar dat houdt niet in dat de rangschikking door de landsgrootte bepaald wordt. Zweden staat op 4, Nederland op 5, Finland op 8 en Denemarken op 9.

De kleinere landen kunnen op de Europese beslissingen wegen omdat ze ‘Brussel’ begraven onder hun voorbereidende non-papers. Het aantal Belgische non-papers van de afgelopen jaren is op twee handen te tellen. ‘De Belgen reageren pas wanneer er een officiële paper van de Europese Commissie verschijnt en bijna alles al vastligt’, lachte een Nederlandse diplomaat (me net niet uit).

Het is niet dat de Permanente Vertegenwoordiging, onze ambassadeurs bij de EU, slecht werkt. Ze zijn de uitvoerders van een onbestaand beleid. De prioriteiten vastleggen is geen diplomatieke, maar een politieke zaak en in dit land zonder plannen is dat een heikel probleem. Sedert de dagen net voor de aanvang van het Parijse klimaatconferentie in 2015, toen onze ontelbare ministers bevoegd voor milieuzaken snel moesten samenkomen om te beslissen hoe ze het Kyotoprotocol van 2009 zouden uitvoeren, weten we hoe krakkemikkig onze regio’s en de federale component tot beslissingen komen. Dan kom je Europees altijd te laat. Dat is geen kenmerk van federale staten. Duitsland slaagt er, ondanks zijn 16 deelstaten, telkenmale in zijn prioriteiten torenhoog op de agenda te krijgen.

Duitsland is niet alleen goed georganiseerd, het investeert ook breed en diep in beleidsvoorbereiding. Door de aanhoudende besparingen sedert 2009 is het aantal beleidsraadgevers in de federale departementen drastisch gedaald. Daardoor wordt de Permanente Vertegenwoordiging onvoldoende gevoed. Daardoor stokt ook de omzetting van het Europees recht naar ons rechtssysteem. 1 procent vertraging wordt Europees aanvaard, maar dat halen we in de verste verte niet.

Europa is ver van onze deur, lijken onze beleidvoerders te denken. Maar ze vergissen zich. Liefst 62 procent van de EU-burgers beoordeelt het lidmaatschap van hun land als positief, het hoogste percentage in bijna dertig jaar, blijkt uit een recente peiling die het Europees Parlement iedere twee jaar uitvoert. Het is, zeer contra-intuïtief, lente in Europa. België verkeert al jaren in een Europese herfst.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 november 2018.

Steiger met een live-versie van De Herfst Is Een Schijtseizoen.

Steiger is een van de vele verfrissende Belgische jazzbands. Op het album Lefto presents Jazz Cats vind je een kransje ervan gecompileerd. “Een” en niet het kransje want er kan direct een volume 2 gemaakt worden met aanstormende bands die hier ontbreken, zo onwaarschijnlijk sterk zijn onze mooie jonge jazzgoden.

Mocht je de ogenopenende column van Pierre Therie op VRT NWS gemist hebben, dan kan je hier lezen waarom de keuze voor de F-35 onzinnig is en hoe onprofessioneel politieke keuzes gemaakt worden in ons land.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Carolineh

Thank you for the days

Those endless days, those sacred days you gave me

I’m thinking of the days

I won’t forget a single day, believe me

I bless the light

I bless the light, that lights on you believe me

And though you’re gone

You’re with me every single day, believe me. 

Days’, The Kinks, single, 1968

Vorige zaterdag stapte ik met mijn teergeliefde in de late voormiddag langs de drie Gentse torens, op wat een van de mooiste zomerdagen van het jaar moet zijn geweest. Sinds de dag dat ik in New York de plek zag waar ooit de Twin Towers stonden, zijn de Gentse torens me dierbaarder dan ooit. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn. Veel kans dat je op dit soort flaneerdagen Caroline met een pak vrienden op een zonovergoten terras aantreft bij een onvermijdelijke fles bubbels van een goed huis. Niet zo vandaag want mijn teergeliefde en ik stappen naar de ontwijde kerk waar we straks samen met honderden vrienden afscheid van haar nemen.

Weinig mensen hebben zo’n vriendenkring opgebouwd als Caroline. Hoe ze in een veel te kort leven met zoveel mensen uit de meest uiteenlopende werelden een warme vriendschap kon sluiten en vooral onderhouden, is voor elk van ons nog altijd een raadsel. Die zaterdag zaten er onder meer kunstenaars, journalisten, bankbedienden, sociaal werkers, politici, managers, platenhandelaars, onderwijsmensen, binnenhuisarchitecten, schrijvers, koks, fotografen, museumdirecteurs en therapeuten in de kerk. Veel Gents volk maar niet ‘le tout Gand’, want Caroline weefde geen mensen in haar vriendenweb vanwege hun bekendheid of hun rijkdom. Ze selecteerde vrienden intuïtief en toch gericht, zoals ze kleren kocht: op zachte tinten, vloeiende texturen en tijdloze elegantie. Ze vulde geen kleerkast met vrienden maar stelde een garderobe samen van soulmates.

De plaatsen en de omstandigheden van de eerste contacten waren, getuige de pakkende verhalen, telkens anders. De aanleiding was wel altijd dezelfde: haar oneindige interesse in de wereld. Waarom die eerste contacten steeds op diepe vriendschappen uitdraaiden, wisten we ook. Als Caroline weer iemand had ontdekt, wilde ze die zo snel mogelijk voorstellen aan zo veel mogelijk vrienden.

Caroline was een volleerde connector. Niets maakte haar gelukkiger dan mensen verbinden. Zelfs de kanker,die haar zes jaar geleden de verschrikkelijke boodschap van eindigheid bracht, kon haar queeste naar intrigerende mensen niet stoppen. Haar hele leven was een verbindend, positief project, maar bij haar ontbrak – anders dan bij de mensen op de lijsten waartussen we ’s anderendaags zouden moeten kiezen – de stuitende carrièreplanning en het voldragen narcisme.

Frederik Anseel poneerde hier enkele dagen geleden dat er niets mis is met de boodschap dat je burgemeester of schepen wil worden. ‘Er is niets verkeerd met macht. Macht geeft je de mogelijkheid je ideeën en dromen waar te maken.’ Point taken. Alleen: is Frederik zo zeker dat de post vooral wordt gewenst om die dromen te verwezenlijken? Moeten we geen vragen stellen bij iemand die er alles aan doet om burgemeester te worden en die als er geen meerderheid op rechts kan, dan maar met links in zee gaat?

Assita Kanko wees eergisteren in haar column in De Standaard de navelstaarderij en de persoonlijke ambities van haar partijgenoten aan als redenen voor de MR-verkiezingsnederlaagnederlaag in Brussel. ‘Mensen willen dat de politiek over hen gaat en niet over de postjes. Ze willen een beter leven of op zijn minst de kans daartoe.’

Mensen hebben dat verbindende positieve project nodig. Maar ze kunnen, daar heeft Frederik Anseel wel gelijk, al die politici die er maar blijven over emmeren missen als kiespijn. Ze hebben politici nodig die het doen. Ze hebben politici nodig die niet zeggen dat iets belangrijk is maar dingen doen die mensen belangrijk vinden.

Caroline stond er nooit bij stil dat ze mensen verbond. Ze deed het. ‘Ze was een betere burgemeester dan al die mensen tussen wie we morgen mogen kiezen’, zie iemand zaterdag. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn.

Naschrift

Deze tekst verscheen als blog in De Tijd van 20 oktober 2018 en is opgedragen aan het Team Caroline, die vrouwen die Caroline 24/7 maandenlang hebben bijgestaan en aan alle vrienden en vriendinnen van Ons Caroline die voor haar kookten, haar appartement onderhielden, taxichauffeur speelden, bijsliepen, kortom nagenoeg alles deden opdat Caroline’s verblijf in een ziekenhuis zo kort mogelijk was en haar laatste jaren zo aangenaam mogelijk.

Video Days van The Kinks: https://www.youtube.com/watch?v=bOk7khDGtSs

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boemboem

Well, talk that talk

And walk that walk

Boom, boom, boom, boom

‘Boom, boom’, John Lee Hooker, ‘Burnin’’, 1962

Opvallend veel kandidaten op assessments en sollicitatiegesprekken weten niet wat te antwoorden op die ene vraag die gegarandeerd wordt gesteld: waarom bent u kandidaat? Verder dan ‘ik ben toe aan een nieuwe uitdaging’ komen de meesten niet. Uit het gestamel dat volgt, valt met enige goodwill die ene boodschap te ontcijferen: ik wil daar de baas worden. Even zeker als de vraag is het gevolg: de kans dat je de job krijgt, is nihil.

Blijkbaar zetelen niet zoveel politici in examenjury’s of assessmentteams, wat op zich een goede zaak is. Maar daardoor hebben ze niet door dat ze in deze verkiezingstijden op nagenoeg elke vraag die hen wordt gesteld beter niet antwoorden met: ‘Ik wil burgemeester worden.’ In het Knack-dubbelinterview van deze week zegt Mathias De Clercq het zoveel dat Mieke Van Hecke diep zuchtend ‘dat weten we ondertussen, Mathias’ zegt, en het zelfs de titel van het stuk wordt.

In een tenenkrullend interview voor ‘Terzake’ antwoordt de Brusselse burgemeester Philippe Close, van wie blijkens de straatinterviews maar weinig Brusselaars weten dat hij hun burgemeester is, op de vraag wie de volgende burgemeester wordt vol onbegrip: ‘Ik, natuurlijk.’ Kris Peeters wil zelfs burgemeester worden met 5 procent, ‘want met die score kan je wel voor 100 procent van de inwoners burgemeester van de stad zijn’. Dat is buiten Philippe De Backer gerekend, die zichzelf een behoorlijke kans geeft om baas op het Schoon Verdiep te worden. Begrijpelijk als je volgens de peilingen op 5 procent afstevent.

Al die politici vinden het alarmerend dat de meerderheid van de jongeren die straks voor het eerst mogen stemmen geen interesse heeft in politiek. En ze begrijpen al helemaal niet dat meer dan de helft van de jongeren verkiezingen saai vindt. Zelfs onder de jongeren met interesse in de politiek blijft dat 30 procent.

Ik moet toegeven dat zelfs ik nu uitkijk naar het moment waarop de verkiezingsuitzendingen worden onderbroken voor een wedstrijd van Anderlecht. Zo inspirerend zijn de debatten. ‘Het is namelijk zo dat inderdaad de verkiezingen belangrijk zijn en dergelijke meer’, hoorde ik een partijtenor uitkramen om daarna over te gaan tot het voortreffelijk voorlezen van de gepaste partijfiche.

De partijdiscipline is dodelijk voor het kijkplezier, maar ook voor de democratie. Dat legde Ann Brusseel, die het parlement voor het onderwijs ruilde, al messcherp uit in De Tijd. ‘Wie te veel buiten de lijntjes kleurt, moet bij alle partijen oppassen. Bij de volgende verkiezingen worden trouwe partijsoldaten beloond bij de lijstvorming of bij de regeringsvorming. Dat is eigen aan de particratie, maar de vraag is of je zo altijd de capabelste politici kiest.’ Alleen jammer dat politici dat soort uitspraken doen nadat ze uit de politiek zijn gestapt of met pensioen zijn gegaan.

De VRT NWS-peiling bewees het gelijk van Brusseels stelling met de pijnlijke vaststelling dat een kwart van de jonge “nieuwe stemmers” een autoritaire leider boven democratie verkiest. Dat is niet zozeer een ideologische keuze zoals Schild En Vrienden die maken, maar vooral het gevolg van het gebrek aan daadkracht van ons politiek personeel. Jongeren vatten het treffend samen met uitspraken als “Er moet minder geroepen en meer gedaan worden.” en “Soms kijk ik naar de politiek en denk ik: voeren die een showke op? Moet er geen beleid meer gevoerd worden?”

Na de bevindingen van het Curieuzeneuzen-project reageerden ministers vooral met wat ze niet zouden doen. Volgens minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) zijn de oplossingen vooral lokaal te vinden. “Ik hoop dat veel steden en gemeenten een schepen voor Luchtkwaliteit krijgen.”

Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) spande de kroon. “We gaan De Lijn niet opnieuw oversubsidiëren” was zijn partijcorrecte reactie op de vraag van nagenoeg elke stedelijke burgemeester om meer kredieten voor De Lijn.

“Dat zijn partij de bedrijfswagens blijft oversubsidiëren, is natuurlijk geen probleem”, smaalden enkele jonge moeders op een feest van de Wilde Wijze Wijven, hartsvriendinnen van dezelfde leeftijd, onder wie onze dochter, die om de vijf jaar een groot feest geven. Dit jaar worden ze allemaal 35. Geen toeval dat de feestweide vol jonge kinderen liep. Hét onderwerp was schone lucht voor hun kinderen. Het kon de jonge ouders geen barst schelen of voor het model-Antwerpen of het model-Gent wordt gekozen. Als het maar gebeurt. ‘Politici moeten doen zoals wij,’ vond een moeder van drie, ‘geen blabla maar boemboem.’

Naschrift

Video ‘Boom, boom’: https://www.youtube.com/watch?v=rOyj4ciJk34

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Europaraat

Oh I used to be disgusted

And now I try to be amused.

(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes, Elvis Costello, My Aim Is True, 1977

Volgens een groepje MR-leden die, toegegeven, eerder tot de Reyndersclan behoren, is de kleine Charles ooit op een druilerige oktoberochtend lelijk op zijn bek gegaan na een uitschuiver op een hoop herfstbladeren die hij in alle donkerte niet had opgemerkt. Het voorval heeft hem duidelijk getekend en voorbestemd voor een bezigheid waar op je bek gaan en uitschuivers begaan als wenselijke skills worden omschreven. Toen de huilende kleine Charles in de armen van papa Louis troost zocht, kreeg hij te horen dat niet alleen het schandalige tramverkeer in steden maar ook het afgrijselijke winteruur ooit zal afgeschaft worden. Daar zou Europa wel voor zorgen. Zo groot was toen het vertrouwen in de Europese gemeenschap.

Nu Europa zo weinig vertrouwen in zichzelf heeft dat het de beslissing of we permanent in zomer- of wintertijd doorbrengen overlaat aan de natiestaten, kon de premier ultiem komaf maken met de wintertijd en zijn jeugdfrustratie. Maar blijkbaar behoort snel knopen doorhakken dan weer niet tot de gewenste skills van een premier. En dus laat hij, na het budget en het klimaat, ook de tijd aan ons, eenvoudige burgers, over.

Een referendum over zomer- of wintertijd hoeft voor mensen zoals ik, die over intelligente wekkers beschikken, niet echt, temeer daar er een paar zaken zijn waarover zo’n volksraadpleging een ietsje nuttiger kan zijn. En dan heb ik het niet eens over migratie, mobiliteit of stedelijk tramverkeer, maar eerder over de wenselijkheid van twee Europese parlementsteden en vooral van halfjarige voorzitterschappen van lidstaten.

Voor de meeste landen zijn die zes maanden voorzitterschap een periode van opperste verrukking. Of beter, voor hun naar photo opportunities snakkende politici want voor de Europese burger is dat roulerend voorzitterschap niet alleen een grote geldverspilling, het zorgt ook voor amechtig bestuur.

Twee maal heb ik een Belgisch Voorzitterschap meegemaakt en mocht ik met eigen, dikwijls ongelovige, ogen aanschouwen hoe verkwistend en absurd het ganse systeem is.

Ons voorzitterschap in 2001 werd voorafgegaan door een jaar waarin honderden hooggeplaatste en vetbetaalde mensen (zoals ik) zich beziggehielden met de vraag in welke steden de congressen en de events zouden doorgaan en of we nu vooral paraplus of eerder dassen en foulards als cadeautje zouden uitdelen aan de vele congresleden die ons land een half jaar lang zouden overspoelen.

Uren zijn gespendeerd aan de vraag welk geschenk we de staatsleiders zouden aanbieden. Eén voorwerp was bij voorbaat uitgesloten: de biljardkeu, het geschenk dat een glunderende premier Dehaene in 1993 bij een vorig Belgisch voorzitterschap had uitgedeeld. Die keuen worden tot op vandaag hoog gewaardeerd door de vrienden van de schoonmaakster die ze, nog steeds netjes verpakt, in een hoekje van de hotelsuite had aangetroffen

De eerlijkheid gebiedt om te erkennen dat premier Verhofstadt en vele van zijn ministers dat voorzitterschap inhoudelijk knap hadden voorbereid. Dat was enigzins anders toen België in de tweede helft van 2010 Europees voorzitter werd. Geen enkele politicus was na de moeder van alle verkiezingen en tijdens wat ’s lands langste coalitievorming ooit zou worden, geïnteresseerd in wat in normale politieke omstandigheden voor ieder land een Europese hoogmis is.

De meeste FOD-voorzitters kregen op hun vraag welke de prioriteiten waren van hun ministers iets te horen dat erg op “vind maar iets uit” leek. Hoe meer de regering van lopende zaken desintegreerde in een regering van slopende zaken, hoe groter de inbreng van topambtenaren en topdiplomaten werd.

Eén van de topmensen van de Belgische Permanente Vertegenwoordiging, het orgaan dat samen met de andere lidstaten het Europees beleid uitwerkt, sprak toen op een vergadering met FOD-voorzitters zijn ongerustheid uit over het feit dat politieke beslissingen genomen werden door technici en niet door de verkozenen des volks. Hij zegde er net niet bij dat de vorge keer dat dit gebeurde, in de tweede wereldoorlog, dat niet zo goed was afgelopen voor die topambtenaren.

Toch werd België na afloop door de Commisie gecomplimenteerd voor een schitterend voorzitterschap. Dat gebeurde formeel, wat niets wil zeggen want dat schrijft de Europese hoffelijkheid voor, maar vooral informeel, wat erg uitzonderlijk is.

Zonder enige twijfel wordt België in 2024, na afloop van haar Europees Voorzitterschap, weer formeel én informeel gecomplimenteerd. Want 2024 is een verkiezingsjaar en de kans is groot dat politici de Europese klus weer aan Europarate topambtenaren en topdiplomaten overlaten. Alleen weten we nog niet om het dan zomer- of winteruur zal zijn en of er dan nog trams in Gent rijden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 22 september 2018.

Clip (The Angels Wanna Wear My (Red Shoes)

Dank zij Wim Coumans staat nu niet meer in deze tekst dat Herman Van Rompuy premier was tijdens het Belgisch Voorzitterschap in 2010. Wim attendeerde me erop dat Yves Leterme toen opnieuw eerste minister was. Herman Van Rompuy was eerder al Voorzitter van de Europese Raad geworden. In die functie was hij in tegenstelling tot de regering Leterme II wel zeer begaan met het voorzitterschap, vandaar mijn verwarring.

Informatie over Belgisch Voorzitterschap 2010

“BV 2010 was succes”

Rapport over BV 2001

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Beyoncé

Everyday, everyday

See the world brand new

Circle of, circle of, circle of

My circle of friends

Circle Of Friendz, Gorillaz, ‘Humanz’, 2017

Bij mijn eerste ochtendlijke gezondheidswandeling door mijn geliefde Gent na de vakantie keek een passerende vrouw me bijzonder afkeurend aan. Even dacht ik per ongeluk het ‘Honk if you’re horny’-T-shirt te hebben aangetrokken. De reden van haar onvrede was echter niet het T-shirt, dat proper en onbeschreven was, maar de onbeschoftheid waarmee ik haar vrolijk goedemorgen had gewenst.

Ik heb blijkbaar vakantieafkickproblemen. Mocht ik tijdens de wandelingen in het zuiden van Frankrijk de mensen niet hebben begroet, dan pas was afkeuring mijn deel geweest. Welke persoon van Franse nationaliteit je ook ontmoet, of het nu de moeder met drie ontembare zoontjes is, een gehaaste wijnboer op de tractor of een dikbuikige Mont Ventouxbeklimmer, je wordt steeds begroet met een meer dan opgewekt bonjour-euh! Waarbij de klemtoon zo hard op de tweede lettergreep wordt gelegd dat je eigenlijk ‘kijk eens wie we hier hebben’ lijkt te horen. Het is niet aanstekelijk want van de drie Vlamingen met idiote rennerstruitjes – hen aangeleverd door Beenhouwer Eddy – die niet bevroedden dat ik hun taal machtig was, hoorde ik alleen niet te herhalen bemerkingen die iets te maken hadden met kaal en niet over een fiets beschikken.

Intussen ben ik weer wat kieskeuriger geworden met begroetingen in het ochtendlijke Gent. Soms is het zelfs onmogelijk oogcontact te maken.

Tot mijn verrassing kwam ik tot de vaststelling dat dit soort zombiegedrag zelfs tot in Zerkegem was doorgedrongen. Toen De Tijd me voor de vuurkorfreeks vroeg, wilde men het gesprek laten doorgaan in mijn geboorteplek. Dus ging ik op zoek naar een geschikte locatie. De drie mensen die ik ontmoette, negeerden mijn ‘hallo’ straal. Wat een verschil met de jaren zestig. Toen begonnen mensen op zondag rond zes uur ’s avonds traag naar het dorpscentrum te slenteren. Het duurde wel even voor ze De Mooie Molen, De Vette Os of Raman, de drie cafés aldaar, bereikten want wie nog niet aan het slenteren was, zat op een keukenstoel voor de voordeur en met iedereen moest een praatje worden geslagen. Later op de avond werden nog De Lijmpot en De Plakpot aangedaan, de twee cafés aan weerskanten van ‘de boane’, de – dachten we toen toch – drukke weg tussen Brugge en Oostende. Na middernacht was iedereen weer thuis en was Zerkegem weer een oord van vrede, want iedereen had iedereen ontmoet.

Mensen die iets van motivatietheorieën afweten, zouden dit vertalen als ‘strokes’. Eric Berne, de psychiater die de transactionele analyse uitvond, ging ervan uit dat de fundamenteelste menselijke behoefte de stroke was, de eenheid van erkenning tussen mensen. Een hoofdknik, mijn naam op een rapport waaraan ik keihard heb meegewerkt, feedback op mijn prestaties, dat zijn strokes. De voorbeelden zijn niet van mij, maar van Marc Buelens. In een van zijn schitterende columns in Trends schrijft hij: ‘Het liefst krijgen we positieve strokes: een compliment, een goed rapport, een promotie, een applaus. Het meest haten we niet de negatieve strokes: een terechtwijzing, een straf, een reprimande. Wat we bovenal verfoeien, is de afwezigheid van strokes: niet meetellen, niemand die je nog informeert, je zou evengoed niet kunnen bestaan.’

In dezelfde column veegt Buelens terecht de vloer aan met de in hr-kringen zo welig tierende ‘kleurentheorieën’. Roden zijn leiders, blauwen observatoren, groenen supporters, gelen inspiratoren. Blijkbaar is in de privésector anno 2018 de kleur belangrijker dan de mens, zoals dat in de vorige eeuw ook het geval was in de publieke sector. Dat de hr- kleurenleer een even grote wetenschappelijk grondslag heeft als de Flat Earth Theory is blijkbaar geen probleem.

Buelens raadt ons aan voor bedrijf en vaderland ‘een heel stroke-rijke omgeving’ te creëren. Komaan, Fons Van Dijck, lanceer een nieuwe versie van ‘Zeg maar goeiendag’ (zegmaar-goeiendag.be). Zelf ga ik vanaf morgen, tegen beter weten in, weer iedereen een leuke dag toewensen. Maar nu eerst de stad in. Op zoek naar dat ‘Beyoncé wasn’t built in a day’-T-shirt.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 25 augustus 2017.

Video Circle Of Friendz: https://www.youtube.com/watch?v=H3GjZPfhI6s

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen