Hersttij

De Herfst Is Een Schijtseizoen, Steiger, Steiger-EP, 2016

Premier Charles Michel weet wat belangrijk is. De zomer/wintertijd bijvoorbeeld. Daarom moet de beslissing daarover afhangen van een volksraadpleging.

Welke nieuwe gevechtsvliegtuigen we moeten kopen is van secundair belang. Daar laat hij het parlement niet eens ernstig over discussiëren, laat staan beslissen. Er werd voor de F-35 gekozen op de ministerraad van 25 oktober. Mooie datum, want niet vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, waardoor men des kiezers toorn kon afwenden, maar toch snel genoeg om de Amerikaanse toorn te bedaren. Tot zover het geloof in een Europees leger.

Toch blijft de premier, luidens zijn optredens voor het Europees Parlement en de VN, een groot verdediger van de Europese idee. Raar toch dat een premier voor wie Europa en de zomer/wintertijd zo essentieel zijn, het niet de moeite vindt om iemand van de Belgische regering af te vaardigen naar de vergadering over de afschaffing van de urenwissel die Europees voorzitter Oostenrijk afgelopen weekend in Wenen hield.

Europese diplomaten kijken er niet van op. Zo hoog onze politici opgeven over de waarde van de Europese gedachte, zo laag is ons aanzien onder de lidstaten. Een universitair instituut uit Göteborg meet sedert 2009 bij de Europese diplomaten hoe hoog ze de standpunten van iedere lidstaat inschatten, hoeveel belang ze hechten aan samenwerking ermee en hoeveel gewicht ze de landen toekennen bij de totstandkoming van Europese regelgeving.

Sedert 2009 is ons netwerkkapitaal gehalveerd en bevinden we ons op de twintigste plaats (op 28). Landen zoals Tsjechië, Slovakije, Letland en Estland hebben een groter kapitaal opgebouwd dan ons koninkrijk. De grote landen staan helemaal bovenaan – Duitsland, Frankrijk en het VK bezetten de eerste plaatsen – maar dat houdt niet in dat de rangschikking door de landsgrootte bepaald wordt. Zweden staat op 4, Nederland op 5, Finland op 8 en Denemarken op 9.

De kleinere landen kunnen op de Europese beslissingen wegen omdat ze ‘Brussel’ begraven onder hun voorbereidende non-papers. Het aantal Belgische non-papers van de afgelopen jaren is op twee handen te tellen. ‘De Belgen reageren pas wanneer er een officiële paper van de Europese Commissie verschijnt en bijna alles al vastligt’, lachte een Nederlandse diplomaat (me net niet uit).

Het is niet dat de Permanente Vertegenwoordiging, onze ambassadeurs bij de EU, slecht werkt. Ze zijn de uitvoerders van een onbestaand beleid. De prioriteiten vastleggen is geen diplomatieke, maar een politieke zaak en in dit land zonder plannen is dat een heikel probleem. Sedert de dagen net voor de aanvang van het Parijse klimaatconferentie in 2015, toen onze ontelbare ministers bevoegd voor milieuzaken snel moesten samenkomen om te beslissen hoe ze het Kyotoprotocol van 2009 zouden uitvoeren, weten we hoe krakkemikkig onze regio’s en de federale component tot beslissingen komen. Dan kom je Europees altijd te laat. Dat is geen kenmerk van federale staten. Duitsland slaagt er, ondanks zijn 16 deelstaten, telkenmale in zijn prioriteiten torenhoog op de agenda te krijgen.

Duitsland is niet alleen goed georganiseerd, het investeert ook breed en diep in beleidsvoorbereiding. Door de aanhoudende besparingen sedert 2009 is het aantal beleidsraadgevers in de federale departementen drastisch gedaald. Daardoor wordt de Permanente Vertegenwoordiging onvoldoende gevoed. Daardoor stokt ook de omzetting van het Europees recht naar ons rechtssysteem. 1 procent vertraging wordt Europees aanvaard, maar dat halen we in de verste verte niet.

Europa is ver van onze deur, lijken onze beleidvoerders te denken. Maar ze vergissen zich. Liefst 62 procent van de EU-burgers beoordeelt het lidmaatschap van hun land als positief, het hoogste percentage in bijna dertig jaar, blijkt uit een recente peiling die het Europees Parlement iedere twee jaar uitvoert. Het is, zeer contra-intuïtief, lente in Europa. België verkeert al jaren in een Europese herfst.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 november 2018.

Steiger met een live-versie van De Herfst Is Een Schijtseizoen.

Steiger is een van de vele verfrissende Belgische jazzbands. Op het album Lefto presents Jazz Cats vind je een kransje ervan gecompileerd. “Een” en niet het kransje want er kan direct een volume 2 gemaakt worden met aanstormende bands die hier ontbreken, zo onwaarschijnlijk sterk zijn onze mooie jonge jazzgoden.

Mocht je de ogenopenende column van Pierre Therie op VRT NWS gemist hebben, dan kan je hier lezen waarom de keuze voor de F-35 onzinnig is en hoe onprofessioneel politieke keuzes gemaakt worden in ons land.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Carolineh

Thank you for the days

Those endless days, those sacred days you gave me

I’m thinking of the days

I won’t forget a single day, believe me

I bless the light

I bless the light, that lights on you believe me

And though you’re gone

You’re with me every single day, believe me. 

Days’, The Kinks, single, 1968

Vorige zaterdag stapte ik met mijn teergeliefde in de late voormiddag langs de drie Gentse torens, op wat een van de mooiste zomerdagen van het jaar moet zijn geweest. Sinds de dag dat ik in New York de plek zag waar ooit de Twin Towers stonden, zijn de Gentse torens me dierbaarder dan ooit. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn. Veel kans dat je op dit soort flaneerdagen Caroline met een pak vrienden op een zonovergoten terras aantreft bij een onvermijdelijke fles bubbels van een goed huis. Niet zo vandaag want mijn teergeliefde en ik stappen naar de ontwijde kerk waar we straks samen met honderden vrienden afscheid van haar nemen.

Weinig mensen hebben zo’n vriendenkring opgebouwd als Caroline. Hoe ze in een veel te kort leven met zoveel mensen uit de meest uiteenlopende werelden een warme vriendschap kon sluiten en vooral onderhouden, is voor elk van ons nog altijd een raadsel. Die zaterdag zaten er onder meer kunstenaars, journalisten, bankbedienden, sociaal werkers, politici, managers, platenhandelaars, onderwijsmensen, binnenhuisarchitecten, schrijvers, koks, fotografen, museumdirecteurs en therapeuten in de kerk. Veel Gents volk maar niet ‘le tout Gand’, want Caroline weefde geen mensen in haar vriendenweb vanwege hun bekendheid of hun rijkdom. Ze selecteerde vrienden intuïtief en toch gericht, zoals ze kleren kocht: op zachte tinten, vloeiende texturen en tijdloze elegantie. Ze vulde geen kleerkast met vrienden maar stelde een garderobe samen van soulmates.

De plaatsen en de omstandigheden van de eerste contacten waren, getuige de pakkende verhalen, telkens anders. De aanleiding was wel altijd dezelfde: haar oneindige interesse in de wereld. Waarom die eerste contacten steeds op diepe vriendschappen uitdraaiden, wisten we ook. Als Caroline weer iemand had ontdekt, wilde ze die zo snel mogelijk voorstellen aan zo veel mogelijk vrienden.

Caroline was een volleerde connector. Niets maakte haar gelukkiger dan mensen verbinden. Zelfs de kanker,die haar zes jaar geleden de verschrikkelijke boodschap van eindigheid bracht, kon haar queeste naar intrigerende mensen niet stoppen. Haar hele leven was een verbindend, positief project, maar bij haar ontbrak – anders dan bij de mensen op de lijsten waartussen we ’s anderendaags zouden moeten kiezen – de stuitende carrièreplanning en het voldragen narcisme.

Frederik Anseel poneerde hier enkele dagen geleden dat er niets mis is met de boodschap dat je burgemeester of schepen wil worden. ‘Er is niets verkeerd met macht. Macht geeft je de mogelijkheid je ideeën en dromen waar te maken.’ Point taken. Alleen: is Frederik zo zeker dat de post vooral wordt gewenst om die dromen te verwezenlijken? Moeten we geen vragen stellen bij iemand die er alles aan doet om burgemeester te worden en die als er geen meerderheid op rechts kan, dan maar met links in zee gaat?

Assita Kanko wees eergisteren in haar column in De Standaard de navelstaarderij en de persoonlijke ambities van haar partijgenoten aan als redenen voor de MR-verkiezingsnederlaagnederlaag in Brussel. ‘Mensen willen dat de politiek over hen gaat en niet over de postjes. Ze willen een beter leven of op zijn minst de kans daartoe.’

Mensen hebben dat verbindende positieve project nodig. Maar ze kunnen, daar heeft Frederik Anseel wel gelijk, al die politici die er maar blijven over emmeren missen als kiespijn. Ze hebben politici nodig die het doen. Ze hebben politici nodig die niet zeggen dat iets belangrijk is maar dingen doen die mensen belangrijk vinden.

Caroline stond er nooit bij stil dat ze mensen verbond. Ze deed het. ‘Ze was een betere burgemeester dan al die mensen tussen wie we morgen mogen kiezen’, zie iemand zaterdag. Monumenten mis je pas als ze er niet meer zijn.

Naschrift

Deze tekst verscheen als blog in De Tijd van 20 oktober 2018 en is opgedragen aan het Team Caroline, die vrouwen die Caroline 24/7 maandenlang hebben bijgestaan en aan alle vrienden en vriendinnen van Ons Caroline die voor haar kookten, haar appartement onderhielden, taxichauffeur speelden, bijsliepen, kortom nagenoeg alles deden opdat Caroline’s verblijf in een ziekenhuis zo kort mogelijk was en haar laatste jaren zo aangenaam mogelijk.

Video Days van The Kinks: https://www.youtube.com/watch?v=bOk7khDGtSs

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boemboem

Well, talk that talk

And walk that walk

Boom, boom, boom, boom

‘Boom, boom’, John Lee Hooker, ‘Burnin’’, 1962

Opvallend veel kandidaten op assessments en sollicitatiegesprekken weten niet wat te antwoorden op die ene vraag die gegarandeerd wordt gesteld: waarom bent u kandidaat? Verder dan ‘ik ben toe aan een nieuwe uitdaging’ komen de meesten niet. Uit het gestamel dat volgt, valt met enige goodwill die ene boodschap te ontcijferen: ik wil daar de baas worden. Even zeker als de vraag is het gevolg: de kans dat je de job krijgt, is nihil.

Blijkbaar zetelen niet zoveel politici in examenjury’s of assessmentteams, wat op zich een goede zaak is. Maar daardoor hebben ze niet door dat ze in deze verkiezingstijden op nagenoeg elke vraag die hen wordt gesteld beter niet antwoorden met: ‘Ik wil burgemeester worden.’ In het Knack-dubbelinterview van deze week zegt Mathias De Clercq het zoveel dat Mieke Van Hecke diep zuchtend ‘dat weten we ondertussen, Mathias’ zegt, en het zelfs de titel van het stuk wordt.

In een tenenkrullend interview voor ‘Terzake’ antwoordt de Brusselse burgemeester Philippe Close, van wie blijkens de straatinterviews maar weinig Brusselaars weten dat hij hun burgemeester is, op de vraag wie de volgende burgemeester wordt vol onbegrip: ‘Ik, natuurlijk.’ Kris Peeters wil zelfs burgemeester worden met 5 procent, ‘want met die score kan je wel voor 100 procent van de inwoners burgemeester van de stad zijn’. Dat is buiten Philippe De Backer gerekend, die zichzelf een behoorlijke kans geeft om baas op het Schoon Verdiep te worden. Begrijpelijk als je volgens de peilingen op 5 procent afstevent.

Al die politici vinden het alarmerend dat de meerderheid van de jongeren die straks voor het eerst mogen stemmen geen interesse heeft in politiek. En ze begrijpen al helemaal niet dat meer dan de helft van de jongeren verkiezingen saai vindt. Zelfs onder de jongeren met interesse in de politiek blijft dat 30 procent.

Ik moet toegeven dat zelfs ik nu uitkijk naar het moment waarop de verkiezingsuitzendingen worden onderbroken voor een wedstrijd van Anderlecht. Zo inspirerend zijn de debatten. ‘Het is namelijk zo dat inderdaad de verkiezingen belangrijk zijn en dergelijke meer’, hoorde ik een partijtenor uitkramen om daarna over te gaan tot het voortreffelijk voorlezen van de gepaste partijfiche.

De partijdiscipline is dodelijk voor het kijkplezier, maar ook voor de democratie. Dat legde Ann Brusseel, die het parlement voor het onderwijs ruilde, al messcherp uit in De Tijd. ‘Wie te veel buiten de lijntjes kleurt, moet bij alle partijen oppassen. Bij de volgende verkiezingen worden trouwe partijsoldaten beloond bij de lijstvorming of bij de regeringsvorming. Dat is eigen aan de particratie, maar de vraag is of je zo altijd de capabelste politici kiest.’ Alleen jammer dat politici dat soort uitspraken doen nadat ze uit de politiek zijn gestapt of met pensioen zijn gegaan.

De VRT NWS-peiling bewees het gelijk van Brusseels stelling met de pijnlijke vaststelling dat een kwart van de jonge “nieuwe stemmers” een autoritaire leider boven democratie verkiest. Dat is niet zozeer een ideologische keuze zoals Schild En Vrienden die maken, maar vooral het gevolg van het gebrek aan daadkracht van ons politiek personeel. Jongeren vatten het treffend samen met uitspraken als “Er moet minder geroepen en meer gedaan worden.” en “Soms kijk ik naar de politiek en denk ik: voeren die een showke op? Moet er geen beleid meer gevoerd worden?”

Na de bevindingen van het Curieuzeneuzen-project reageerden ministers vooral met wat ze niet zouden doen. Volgens minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) zijn de oplossingen vooral lokaal te vinden. “Ik hoop dat veel steden en gemeenten een schepen voor Luchtkwaliteit krijgen.”

Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) spande de kroon. “We gaan De Lijn niet opnieuw oversubsidiëren” was zijn partijcorrecte reactie op de vraag van nagenoeg elke stedelijke burgemeester om meer kredieten voor De Lijn.

“Dat zijn partij de bedrijfswagens blijft oversubsidiëren, is natuurlijk geen probleem”, smaalden enkele jonge moeders op een feest van de Wilde Wijze Wijven, hartsvriendinnen van dezelfde leeftijd, onder wie onze dochter, die om de vijf jaar een groot feest geven. Dit jaar worden ze allemaal 35. Geen toeval dat de feestweide vol jonge kinderen liep. Hét onderwerp was schone lucht voor hun kinderen. Het kon de jonge ouders geen barst schelen of voor het model-Antwerpen of het model-Gent wordt gekozen. Als het maar gebeurt. ‘Politici moeten doen zoals wij,’ vond een moeder van drie, ‘geen blabla maar boemboem.’

Naschrift

Video ‘Boom, boom’: https://www.youtube.com/watch?v=rOyj4ciJk34

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Europaraat

Oh I used to be disgusted

And now I try to be amused.

(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes, Elvis Costello, My Aim Is True, 1977

Volgens een groepje MR-leden die, toegegeven, eerder tot de Reyndersclan behoren, is de kleine Charles ooit op een druilerige oktoberochtend lelijk op zijn bek gegaan na een uitschuiver op een hoop herfstbladeren die hij in alle donkerte niet had opgemerkt. Het voorval heeft hem duidelijk getekend en voorbestemd voor een bezigheid waar op je bek gaan en uitschuivers begaan als wenselijke skills worden omschreven. Toen de huilende kleine Charles in de armen van papa Louis troost zocht, kreeg hij te horen dat niet alleen het schandalige tramverkeer in steden maar ook het afgrijselijke winteruur ooit zal afgeschaft worden. Daar zou Europa wel voor zorgen. Zo groot was toen het vertrouwen in de Europese gemeenschap.

Nu Europa zo weinig vertrouwen in zichzelf heeft dat het de beslissing of we permanent in zomer- of wintertijd doorbrengen overlaat aan de natiestaten, kon de premier ultiem komaf maken met de wintertijd en zijn jeugdfrustratie. Maar blijkbaar behoort snel knopen doorhakken dan weer niet tot de gewenste skills van een premier. En dus laat hij, na het budget en het klimaat, ook de tijd aan ons, eenvoudige burgers, over.

Een referendum over zomer- of wintertijd hoeft voor mensen zoals ik, die over intelligente wekkers beschikken, niet echt, temeer daar er een paar zaken zijn waarover zo’n volksraadpleging een ietsje nuttiger kan zijn. En dan heb ik het niet eens over migratie, mobiliteit of stedelijk tramverkeer, maar eerder over de wenselijkheid van twee Europese parlementsteden en vooral van halfjarige voorzitterschappen van lidstaten.

Voor de meeste landen zijn die zes maanden voorzitterschap een periode van opperste verrukking. Of beter, voor hun naar photo opportunities snakkende politici want voor de Europese burger is dat roulerend voorzitterschap niet alleen een grote geldverspilling, het zorgt ook voor amechtig bestuur.

Twee maal heb ik een Belgisch Voorzitterschap meegemaakt en mocht ik met eigen, dikwijls ongelovige, ogen aanschouwen hoe verkwistend en absurd het ganse systeem is.

Ons voorzitterschap in 2001 werd voorafgegaan door een jaar waarin honderden hooggeplaatste en vetbetaalde mensen (zoals ik) zich beziggehielden met de vraag in welke steden de congressen en de events zouden doorgaan en of we nu vooral paraplus of eerder dassen en foulards als cadeautje zouden uitdelen aan de vele congresleden die ons land een half jaar lang zouden overspoelen.

Uren zijn gespendeerd aan de vraag welk geschenk we de staatsleiders zouden aanbieden. Eén voorwerp was bij voorbaat uitgesloten: de biljardkeu, het geschenk dat een glunderende premier Dehaene in 1993 bij een vorig Belgisch voorzitterschap had uitgedeeld. Die keuen worden tot op vandaag hoog gewaardeerd door de vrienden van de schoonmaakster die ze, nog steeds netjes verpakt, in een hoekje van de hotelsuite had aangetroffen

De eerlijkheid gebiedt om te erkennen dat premier Verhofstadt en vele van zijn ministers dat voorzitterschap inhoudelijk knap hadden voorbereid. Dat was enigzins anders toen België in de tweede helft van 2010 Europees voorzitter werd. Geen enkele politicus was na de moeder van alle verkiezingen en tijdens wat ’s lands langste coalitievorming ooit zou worden, geïnteresseerd in wat in normale politieke omstandigheden voor ieder land een Europese hoogmis is.

De meeste FOD-voorzitters kregen op hun vraag welke de prioriteiten waren van hun ministers iets te horen dat erg op “vind maar iets uit” leek. Hoe meer de regering van lopende zaken desintegreerde in een regering van slopende zaken, hoe groter de inbreng van topambtenaren en topdiplomaten werd.

Eén van de topmensen van de Belgische Permanente Vertegenwoordiging, het orgaan dat samen met de andere lidstaten het Europees beleid uitwerkt, sprak toen op een vergadering met FOD-voorzitters zijn ongerustheid uit over het feit dat politieke beslissingen genomen werden door technici en niet door de verkozenen des volks. Hij zegde er net niet bij dat de vorge keer dat dit gebeurde, in de tweede wereldoorlog, dat niet zo goed was afgelopen voor die topambtenaren.

Toch werd België na afloop door de Commisie gecomplimenteerd voor een schitterend voorzitterschap. Dat gebeurde formeel, wat niets wil zeggen want dat schrijft de Europese hoffelijkheid voor, maar vooral informeel, wat erg uitzonderlijk is.

Zonder enige twijfel wordt België in 2024, na afloop van haar Europees Voorzitterschap, weer formeel én informeel gecomplimenteerd. Want 2024 is een verkiezingsjaar en de kans is groot dat politici de Europese klus weer aan Europarate topambtenaren en topdiplomaten overlaten. Alleen weten we nog niet om het dan zomer- of winteruur zal zijn en of er dan nog trams in Gent rijden.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 22 september 2018.

Clip (The Angels Wanna Wear My (Red Shoes)

Dank zij Wim Coumans staat nu niet meer in deze tekst dat Herman Van Rompuy premier was tijdens het Belgisch Voorzitterschap in 2010. Wim attendeerde me erop dat Yves Leterme toen opnieuw eerste minister was. Herman Van Rompuy was eerder al Voorzitter van de Europese Raad geworden. In die functie was hij in tegenstelling tot de regering Leterme II wel zeer begaan met het voorzitterschap, vandaar mijn verwarring.

Informatie over Belgisch Voorzitterschap 2010

“BV 2010 was succes”

Rapport over BV 2001

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Beyoncé

Everyday, everyday

See the world brand new

Circle of, circle of, circle of

My circle of friends

Circle Of Friendz, Gorillaz, ‘Humanz’, 2017

Bij mijn eerste ochtendlijke gezondheidswandeling door mijn geliefde Gent na de vakantie keek een passerende vrouw me bijzonder afkeurend aan. Even dacht ik per ongeluk het ‘Honk if you’re horny’-T-shirt te hebben aangetrokken. De reden van haar onvrede was echter niet het T-shirt, dat proper en onbeschreven was, maar de onbeschoftheid waarmee ik haar vrolijk goedemorgen had gewenst.

Ik heb blijkbaar vakantieafkickproblemen. Mocht ik tijdens de wandelingen in het zuiden van Frankrijk de mensen niet hebben begroet, dan pas was afkeuring mijn deel geweest. Welke persoon van Franse nationaliteit je ook ontmoet, of het nu de moeder met drie ontembare zoontjes is, een gehaaste wijnboer op de tractor of een dikbuikige Mont Ventouxbeklimmer, je wordt steeds begroet met een meer dan opgewekt bonjour-euh! Waarbij de klemtoon zo hard op de tweede lettergreep wordt gelegd dat je eigenlijk ‘kijk eens wie we hier hebben’ lijkt te horen. Het is niet aanstekelijk want van de drie Vlamingen met idiote rennerstruitjes – hen aangeleverd door Beenhouwer Eddy – die niet bevroedden dat ik hun taal machtig was, hoorde ik alleen niet te herhalen bemerkingen die iets te maken hadden met kaal en niet over een fiets beschikken.

Intussen ben ik weer wat kieskeuriger geworden met begroetingen in het ochtendlijke Gent. Soms is het zelfs onmogelijk oogcontact te maken.

Tot mijn verrassing kwam ik tot de vaststelling dat dit soort zombiegedrag zelfs tot in Zerkegem was doorgedrongen. Toen De Tijd me voor de vuurkorfreeks vroeg, wilde men het gesprek laten doorgaan in mijn geboorteplek. Dus ging ik op zoek naar een geschikte locatie. De drie mensen die ik ontmoette, negeerden mijn ‘hallo’ straal. Wat een verschil met de jaren zestig. Toen begonnen mensen op zondag rond zes uur ’s avonds traag naar het dorpscentrum te slenteren. Het duurde wel even voor ze De Mooie Molen, De Vette Os of Raman, de drie cafés aldaar, bereikten want wie nog niet aan het slenteren was, zat op een keukenstoel voor de voordeur en met iedereen moest een praatje worden geslagen. Later op de avond werden nog De Lijmpot en De Plakpot aangedaan, de twee cafés aan weerskanten van ‘de boane’, de – dachten we toen toch – drukke weg tussen Brugge en Oostende. Na middernacht was iedereen weer thuis en was Zerkegem weer een oord van vrede, want iedereen had iedereen ontmoet.

Mensen die iets van motivatietheorieën afweten, zouden dit vertalen als ‘strokes’. Eric Berne, de psychiater die de transactionele analyse uitvond, ging ervan uit dat de fundamenteelste menselijke behoefte de stroke was, de eenheid van erkenning tussen mensen. Een hoofdknik, mijn naam op een rapport waaraan ik keihard heb meegewerkt, feedback op mijn prestaties, dat zijn strokes. De voorbeelden zijn niet van mij, maar van Marc Buelens. In een van zijn schitterende columns in Trends schrijft hij: ‘Het liefst krijgen we positieve strokes: een compliment, een goed rapport, een promotie, een applaus. Het meest haten we niet de negatieve strokes: een terechtwijzing, een straf, een reprimande. Wat we bovenal verfoeien, is de afwezigheid van strokes: niet meetellen, niemand die je nog informeert, je zou evengoed niet kunnen bestaan.’

In dezelfde column veegt Buelens terecht de vloer aan met de in hr-kringen zo welig tierende ‘kleurentheorieën’. Roden zijn leiders, blauwen observatoren, groenen supporters, gelen inspiratoren. Blijkbaar is in de privésector anno 2018 de kleur belangrijker dan de mens, zoals dat in de vorige eeuw ook het geval was in de publieke sector. Dat de hr- kleurenleer een even grote wetenschappelijk grondslag heeft als de Flat Earth Theory is blijkbaar geen probleem.

Buelens raadt ons aan voor bedrijf en vaderland ‘een heel stroke-rijke omgeving’ te creëren. Komaan, Fons Van Dijck, lanceer een nieuwe versie van ‘Zeg maar goeiendag’ (zegmaar-goeiendag.be). Zelf ga ik vanaf morgen, tegen beter weten in, weer iedereen een leuke dag toewensen. Maar nu eerst de stad in. Op zoek naar dat ‘Beyoncé wasn’t built in a day’-T-shirt.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 25 augustus 2017.

Video Circle Of Friendz: https://www.youtube.com/watch?v=H3GjZPfhI6s

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Shit

What’s over is over and nothing between

Yesterday don’t mean shit

Because tomorrow is the day you will have to face

There’s no rewinding time

Yesterday don’t mean shit, Pantera, Reinventing The Steel, 2000

Een opvallende tweet deze week: “Debat (her)federaliseren is boeiend en nodig. Maar kunnen we eerst praten over WAT overheid nog moet doen en HOE ze dat doet vooraleer we gaan discussiëren over WIE het gaat doen?” De hashtags #kerntakendebat #slankeoverheid #minderlasten doen vermoeden dat de tweeteraar in de liberale hoek moet gezocht worden en waarschijnlijk zijn ideologisch licht in het laatste decennium van de vorige eeuw zag. En jawel, het blijkt mijn goede vriend Philippe De Backer te zijn. Ik ben het niet altijd eens met de staatssecretaris, maar toegegeven, deze keer heeft hij gelijk als hij stelt dat de vragen “wat moet gedaan worden” en “hoe het moet gebeuren” belangrijker zijn in de res publicae dan wie het uiteindelijk zal moeten doen. Alleen is enige scepsis verantwoord: dat kerntakendebat is nog nooit gevoerd. Niet bij staatshervormingen, niet bij administratieve hervormingen en niet bij besparingsmaatregelen.

Nog een puntje van kritiek: het woordje “nog” doet vragen rijzen over het wetenschappelijk serieux waarmee De Backer deze discussie wil voeren. Blijkbaar kan het alleen minder zijn. Minder taken dan die de overheid vandaag uitvoert.

Hopelijk heeft Peter Hinssens de discussie over (her)federaliseren niet opgemerkt want dan zou de Zwalmstreek door een ijselijke kreet opgeschrikt zijn. Al jaren probeert hij er iedereen van te overtuigen dat een uiterst disruptieve tijd aanbreekt vol artificiële intelligentie, het internet of things, blockchains, augmented en virtual reality en quantum computing. Evenveel jaren probeert hij er ons toe aan te zetten om The Day After Tomorrow (ook de titel van zijn recentste boek) voor te bereiden en dan zou hij politici over de SOY hebben horen bakkeleien.

SOY staat voor, pardon my french, de Shit Of Yesterday, de rotzooi uit het verleden waar we elke dag mee moeten afrekenen. Historische bedrijven zijn dikwijls zo hard bezig met hun SOY dat ze zelfs niet doorhebben dat disruptieve start-ups hen ondertussen met huid en haar aan het opeten zijn. Maar, stelt Hinssens, “politieke bijziendheid voor The Day After Tomorrow is nog veel moeilijker op te lossen dan de bedrijfsbijziendheid in grote organisaties, en dat is al zo’n grote uitdaging.”

En dat komt, volgens Hinssen omdat de meeste grote organisaties, bedrijven en overheidsdiensten, te veel bananenplantages zijn die constant bezig zijn met meer en lekkerder bananen te kweken terwijl ze net zoals de succesvolste start-ups beter regenwouden zouden worden. “Plantage-bedrijven zijn keien als het gaat om te groeien, winstgevendheid en productiviteit, maar ze zouden veel van het regenwoud leren als het gaat om diversiteit, densiteit, (…), en om een cultuur te creëren van experimenteren en mislukken om te leren op een niet-lineaire manier.”

Politieke discussies in ons land gaan over meer of minder bananen en of ze in Vlaanderen of in België moeten gekweekt worden. Politici zijn als de dood voor mislukkingen en mijden alle experimenten in hun diensten. Hun managers moeten dus plantages leidden en worden geselecteerd op bananenkennis. En mocht er ergens in het overheidslandschap nog een klein stukje regenwoud overschieten, dan moet dat zo snel als kan gerooid worden om plaats te maken voor een nieuwe plantage.

Het plantangedenken is natuurlijk niet alleen in België problematisch. Bij zijn troonsbestijging beloofde de zelfverklaarde Jupiteriaanse Franse president dat hij komaf zou maken met de hiërarische cultuur die in zijn overheidsdiensten heerst. Maar in Le Monde van 28 juli wordt door verschillende hooggeplaatste overheidsmanagers, naar aanleiding van de zaak Benalla, betreurd dat Macron niets veranderd heeft. Macron wilde dat zijn ministers meer met de overheidsdirecteurs zouden samenwerken. maar daar is nooit iets van gekomen. Integendeel, nu blijkt dat iemand die dicht bij de prins staat zich van alles kon veroorloven et qu’on demande des comptes aux lampistes (en dat de lagere ambtenaren als zondebok worden aangewezen). “De ambtenaar is er om de wet toe te passen, punt. Zelfs als de politiek het omgekeerde ordonneert”, zegt een topambtenaar. Anoniem, want de schrik zit erin nu Macron heeft aangekondigd dat hij, net zoals zijn Amerikaanse collega, zelf de mensen aan het hoofd van de administraties wil aanduiden. Wie zich niet beperkt tot de taken van plantagemeester vliegt eruit. De shit of yesterday ruikt vertrouwd.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 11 augustus 2018

Video Yesterday don’t mean shit:

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vanaf nu zou mijn generatie beter zwijgen

Goedlachs is hij nog steeds. Maar hoe meer de duisternis valt over de tuin van het Gentse begijnhof, hoe moeilijker topambtenaar Frank van Massenhove het krijgt om zijn verbittering te verbijten. ‘Vroeger geloofde ik dat alles steeds beter werd. Nu twijfel ik. Zeker als ik de jongste generatie politici bezig zie.’

Henk Dheedene

‘Bezeten door de glimlach’, staat er op de rugleuning van zijn klapstoel, die een verleden heeft bij een lokale scoutsgroep. Toepasselijker kan niet. Een gesprek met Frank Van Massenhove is als een handleiding door de wereld van de lach. Van de minzame glimlach waarmee hij vraagt hoe het op de krant gaat, over de goedlachse manier waarop hij een kort praatje maakt met de buurtbewoner die nieuwsgierig komt piepen wat die vuurkorf in de tuin van het begijnhof doet, tot de warme bulderlach waarmee hij anekdotes van op de werkvloer bovenhaalt.

Die werkvloer is de federale overheidsdienst sociale zekerheid, waar Van Massenhove volgend jaar in april definitief de deur achter zich dicht zal trekken. Hij wordt er dan 65 en gaat dus met pensioen, alhoewel hij dat woord niet in zijn mond wil nemen. ‘Het voelt alsof ik nog maar net afgestudeerd ben,’ zegt hij met alweer een andere lach, die verraadt dat zijn energie nog even groot is als toen hij zestien jaar geleden de administratie binnenstapte met het plan om de stoffige overheidsdienst radicaal te moderniseren. De muren tussen de kantoren gingen eruit, de prikklok werd afgeschaft, ambtenaren kregen plots de vrijheid om te werken waar en wanneer ze dat wilden, en Van Massenhove verscheen overal ten tonele als de pionier van een efficiënte en competitieve overheid, die zelfs als voorbeeld voor de privé-sector gezien werd.

We zitten rond het vuur op een klein grasveldje van het Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyen in Gent. Knal in het centrum, maar volledig afgesloten van het lawaai, de auto’s en de hectiek van de stad. ‘Dit is oudste begijnhof van Gent, wellicht uit de 13de eeuw,’ vertelt Van Massenhove. ‘Van de vier begijnhoven in de stad vind ik dit het mooiste.’ De topambtenaar woont hier, samen met bekende buren als politica Vera Dua, gewezen astronaut Dirk Frimout en VRT-presentator Lieven Vandenhaute.

‘Ik ben verliefd op deze stad,’ zegt Van Massenhove. ‘In feite ben ik geboren op mijn achttiende, toen ik uit West-Vlaanderen naar Gent verhuisde. Daarom zie ik er nog zo jong uit, zeg ik altijd voor de grap. Ik voelde mij hier onmiddellijk thuis. Gent is doorheen de geschiedenis altijd al rebels geweest. Tot ver in de negentiende eeuw was de grootste partij hier nog steeds orangistisch, terwijl gans België de Nederlanders de rug had toegekeerd. Het Gentse dialect is uniek, zelfs in vergelijking met de deelgemeentes. Dat komt door de industrie. De vettige è was nodig om boven de machines uit te kunnen komen, heb ik me laten vertellen.’

‘Voor ik naar hier verhuisde, dacht ik dat ik een gekke man was, letterlijk dan. In Zerkegem noemden ze me ‘t oar’, het haar, omdat ik als enige van het dorp mijn haar liet groeien. Ik luisterde naar rockmuziek en ging als enig arbeiderskind niet naar de vakschool. Hier in Gent stelde iedereen me gerust: het is helemaal normaal dat je dromen en ambities als die van jou hebt.’

‘Mijn moeder zei altijd dat Zerkegem bestond uit 1203 zielen en mezelf, de enige afvallige. Ze is op haar 84ste nog steeds de leukste madam van het rusthuis: altijd goedgezind, altijd positief. Veel mensen denken dat mijn optimisme een houding is, maar kijk naar mijn mama, en je ziet dat die houding gewoon in mijn genen zit.’

Armoede

De klok van de begijnhofkerk slaat acht keer. We gooien nog een blok op het vuur, terwijl Van Massenhove over de dood van zijn vader vertelt. ‘Hij is overleden aan een hartaanval. Eerst lag hij nog een paar dagen in een coma, maar toch heb ik nog afscheid kunnen nemen, omdat hij één keer wakker geworden is. Tom Boonen had toen net Parijs-Roubaix gewonnen, en dat heb ik hem nog kunnen vertellen. Hij was daar dolgelukkig mee. Dat was een mooi afscheid. Want met hem moest ik niet over de dingen des levens spreken. Arbeidersmensen deden dat niet, die toonden gewoon hoe ze in het leven stonden.’

Van Massenhove is enig kind, en legt uit waarom dat niet toevallig was. ‘In onze straat waren het bijna allemaal gezinnen met 1 kind. Uit armoede. Nu ook nog zie je dat in de statistieken: mensen die goed verdienen, hebben meer kinderen. En toch daalt het geboortecijfer, ook al zitten we in een periode van economische groei. Ik maak mij daar zorgen over. Want om onze sociale zekerheid in stand te houden, heb je gemiddeld iets meer dan 2 kinderen per gezin nodig.’

Hij maakt zich druk als hij begint over het gebrek aan visie in de sociale zekerheid. Net als in de jaren veertig zouden we het systeem radicaal moeten herdenken, zegt Van Massenhove. ‘Kijk naar de kinderbijslag. Hebben we de regionalisering aangewend om kinderarmoede terug te dringen? Neen, want ze stijgt nog steeds. Je moet zelfs nog een stap verder denken en de vraag durven stellen of kindergeld nog wel een rol te spelen heeft als sociale bescherming. Want kinderen maken je niet langer arm.’

‘Onze focus zou nu moeten liggen op mensen die geboren worden met zo weinig talent, dat ze nooit aan de bak zullen komen in de informatiemaatschappij. Je hebt een crisis nodig voor er echt iets verandert. Zie wat met Dutroux gebeurd is. En zo’n crisis zal er komen met de revolutie van de artificiële intelligentie. Alleen is geen enkele politicus daar grondig mee bezig.’

De spraakwaterval valt even stil, en plots klinkt er zelfs verbittering in de stem van de topambtenaar. ‘Ik wil niet in details treden, maar ik voel me steeds meer het slachtoffer van een niet-bewuste sabotagepoging, omdat politici denken dat ze onfeilbaar zijn en alles beter weten. Ik dacht al die jaren dat onze goede resultaten een waarborg waren om met rust gelaten te worden. Maar met een regeringsleden als Philippe De Backer is het alleen maar erger geworden.’

In die details treedt hij toch, en er volgt een technische uitleg over het samenvoegen van inspectiediensten. Het leidde tot een escalerend conflict. ‘Als je je woede wil koelen op mij, doe dat gerust, want ik ben weg op 1 april. Maar als dat ten koste van mijn mensen gaat, laat ik dat niet zomaar passeren.’

Die recente ruzie is slechts het topje van de ijsberg, zegt Van Massenhove. ‘De lineaire besparingen zijn dodelijk voor veel administraties. De redenering luidt: je moet vermageren, dus zagen we je been af. De staatshervorming is een totale ramp voor de sociale voorzieningen. Op voorhand had men mij gevraagd wat de beste oplossing was voor de gehandicaptenzorg. Mijn antwoord was: het systeem zit fout in elkaar. Nu betalen we die mensen als ze gehandicapt zijn. Maar dat is het laatste wat je moet doen: eerst moet je zorgen voor woningen, en werk. En die bevoegdheden zitten in Vlaanderen. Dus vroeg ik om alles over te hevelen.’

‘Maar slechts bepaalde beleidsdomeinen overzetten, zoals nu gebeurt, is dramatisch: het is veel duurder en een ramp voor de burger. Ik word woedend van die partijpolitieke spelletjes op de kap van de mensen. Terwijl het aantal gehandicapten met twintig procent groeit. Gewoon door de vergrijzing, omdat steeds meer mensen afhankelijk worden en hulp nodig hebben.’

Deuk

Van Massenhove ging altijd al door het leven als een eeuwige optimist, en net nu, vlak voor zijn pensioen, komt de bitterheid toch boven drijven. ‘Ja, dat is zo. Er zijn de jongste tijd zoveel verschrikkelijke dingen gebeurd. Ik had nooit een brexit verwacht, ik had gedacht dat iemand als Trump nooit verkozen zou kunnen worden. Ik heb altijd het idee gehad dat het steeds beter ging met de wereld. De muur viel, homo’s konden plots huwen, euthanasie en abortus werden legaal, de economie draaide steeds beter en de technologie maakte de relaties op het werk en tussen mensen makkelijker. De aanslag op Charlie Hebdo was het kantelpunt: dat was bijna even erg als zouden ze mijn papa vermoord hebben. Dat was een aanslag op de geest waarin ik altijd geleefd had: dat je met alles moet kunnen lachen, en dat je altijd kritisch moet zijn.’

Ideologie

Zit er nog een socialist in Frank van Massenhove? ‘Als je socialisme definieert als niet goed tegen onrecht kunnen, dan zit die er wel nog in, ja. Maar ik geloof niet dat die waarde een exclusieve eigenschap is van het socialisme. En ik zie geen heil in de huidige analyses van de socialisten, net zomin als ik geloof in de oplossing van de liberalen. De eenzijdige blik van de ideologie werkt gewoon niet meer.’

Maar tonen de groeiende politieke spanningen in de wereld niet net dat ideologie wel terug is? ‘Ik heb niet gezegd dat je er geen stemmen mee kan winnen. Maar om problemen op te lossen in deze wereld, moet je niet terugvallen op de grote ideologieën. Dan kan je evengoed de ingewanden van duiven gaan bestuderen. Als je de wereld nog op een 19de-eeuwse manier wil gaan bekijken om oplossingen te vinden voor de 21ste eeuw, dan ben je idioot bezig. Van alle goede beslissingen die de jongste jaren genomen zijn, kan je niet zeggen dat ze links of rechts waren.’

‘Het totale gebrek aan visie bij onze politici, vind ik rampzalig. Ze worden gemaakt door de media en leggen zich daar zomaar bij neer. Bij mij is dat besef gekomen toen ik op een bepaald moment op televisie Johan Vande Lanotte en Yves Leterme zag zitten met een nepbaard aan. Kan je je voorstellen dat een staatsman als Gaston Eyskens dat ooit gedaan zou hebben? Ik zie op dit ogenblik geen enkele politicus die durft een onderscheid maken tussen wat echt belangrijk is en wat het niet is. Iedereen loopt die kiezer en de waan van de dag achterna. En jonge mensen met veel visie hebben geen enkele zin meer om in dat circus mee te gaan spelen.’

Is dat geen defaitisme van een oude man die vond dat alles vroeger beter was? ‘Ergens heb je wel gelijk. Ik spreek daar de jongste tijd steeds minder over. Omdat ik vind dat mijn generatie stilaan moet beginnen zwijgen. Ook wij hebben veel verknoeid. Ik voel wel dat er daar bij jonge mensen een gevoel van kille woede over leeft. We hebben onze planeet naar de knoppen geholpen. We hadden vroeger een oplossing voor onze pensioenen mogen bedenken. We hebben nagelaten om het onderwijs aan te passen aan de wereld die op ons afkomt. En we slagen er niet in om genoeg voor onze grootouders te zorgen, die we wegstoppen in aftandse rusthuizen met te weinig personeel.’

‘Het enige wat we nog kunnen doen, is advies geven vanuit een nederige positie. Is het je niet opgevallen dat ik tijdens dit gesprek heel weinig met de grote oplossingen kom aandraven? Dat was tien jaar geleden wel anders geweest.’ Dus zelfs Frank Van Massenhove heeft leren zwijgen? ‘Dat zal mijn vrouw niet beamen’, lacht hij.

Verandering

Er passeert een buurvrouw die haar hondje uitlaat in de schemering van de vallende nacht. Van Massenhove maakt een praatje. De verbittering lijkt snel verbeten. Ook schrijven helpt hem daarbij, zegt de ambtenaar. Hij doet dat onder meer in columns voor deze krant. ‘Net als bij wandelen doet het je anders naar de wereld kijken. Ik sta in de file, kijk rond, zie dat iemand iets raars doet en plots heb ik een idee. Ik zoek in tegenstelling tot vroeger niet langer in extreme dingen.’

Wel is hij nog steeds verslaafd aan verandering, zegt hij. Maar zijn de radicale ideeën waarmee hij het mooie weer maakte in de administratie, zoals open landschapsbureaus en thuiswerken, intussen geen gemeengoed geworden? Meer zelfs: wordt er niet stilaan van teruggekomen? Of anders geponeerd: stelt Van Massenhove zichzelf wel nog in vraag? ‘Ik doe dat zelfs nog meer dan vroeger’, antwoord hij kordaat. ‘Neem nu de openlandschapsbureaus: ik ben daar intussen zelf ook tegen, omdat er teveel lawaai en afleiding is. Vroeger dacht ik dat dat niet zo’n probleem was. Om je te concentreren werk je thuis, en op het werk kom je om te vergaderen, was de redenering. Maar ik heb ontdekt dat er ook mensen naar kantoor komen omdat het bij hen thuis niet stil is. En vaak zijn dat de mensen die het minst verdienen. Ik kan mij hier een huis in dit muisstille Begijnhof veroorloven, maar mijn chauffeur of een lagere bediende misschien niet, hé. En dus hebben wij enorm geïnvesteerd in stilte op kantoor.’

Ook over leiderschap blijven zijn ideeën evolueren. ‘Ik stap uit alles waar ik geen meerwaarde in zie. En dat is zeer veel. Ik ga bijna niet meer naar operationele vergaderingen. Formeel gezien ben ik wellicht de meest afwezige manager ooit. Waarom zou één hoofd slimmer zijn dan honderden anderen? Ik geloof niet innovatie wanneer ze niet gedragen wordt door mensen. Daarom ben ik meestal niet nodig. En mijn medewerkers durven beslissingen nemen omdat ze zich veilig genoeg voelen. Omdat ze weten dat ik de verantwoordelijkheid neem als er iets fout loopt. Dat ik hen indien nodig zal beschermen tegen politici. Wat jammer genoeg steeds meer nodig is.’

‘Veel vergaderingen zijn bloedeloos. Vaak gaat het niet over de inhoud, maar over ego’s.

Mensen zijn vooral bang om status te verliezen. Ik maak tegenwoordig minder vrienden dan vroeger, omdat ik op zo’n vergadering nu rechtuit durf te zeggen: ‘Maar mens, waar heb jij het eigenlijk over?’

Daarom houdt hij meestal persoonlijke gesprekken met zijn medewerkers. ‘Een van de belangrijkste taken van een leider is waanzinnige vragen blijven stellen: ‘En waarom doe je dit? En waarom kan dit niet op een andere manier?’ Je moet uit je tunnelvisie kunnen geraken. Want de vraag die je stelt, is vaak niet de juiste vraag. Als je dieper graaft, kom je bijvoorbeeld uit bij een probleem in de cultuur van de organisatie.’

NMBS

Als Van Massenhove zo voor verandering predikt, Is het dan niet vreemd dat je al zestien jaar op dezelfde stoel zit? ‘Dat is de verkeerde aanname: het is niet omdat je dezelfde functie hebt, dat je ook hetzelfde blijft doen. In het eerste jaar dat ik aankwam, belandde ik in een van de slechtste organisaties van het westelijk halfrond. Op dat moment moest ik mij op een totale andere manier gedragen dan aan het hoofd van een machine die goed loopt. Maar het klopt wel dat ik vier jaar geleden had moeten stoppen. De jongste tijd is die evolutie er niet geweest.’

Vijf jaar geleden werd hij aangekondigd als nieuwe topman van de NMBS, maar door gezondheidsproblemen ging dat liedje niet door. Heeft hij daar spijt van? ‘Ik ga mijn leven niet verknoeien door erover te blijven denken. Trouwens, heb je het afscheidsinterview met Jo Cornu gelezen? Dat was mijn interview ook geweest: vol frustratie over het gebrek aan vrijheid om echt dingen te kunnen veranderen. Het is trouwens niet zeker dat ik het echt gedaan zou hebben. Ik wou eerst zeker weten dat ik het kon doen zoals Johnny Thijs BPost heeft kunnen aanpakken: met een externe investeerder, en zonder inmenging van de regering, zodat je bijvoorbeeld de vrijheid hebt om de prijs van de tickets te bepalen.’

Er is toen veel gespeculeerd over die gezondheidsproblemen die hem deden afhaken. Had dat niet met de stress van de job te maken? ‘Ik verloor toen een kilo per dag. Er werd toen even gedacht aan kanker. Die krijg je niet van de stress. Uiteindelijk bleek het een heel uitzonderlijk probleem met de darmflora te zijn. Maar op dat moment dacht ik dat ik nog maar een jaar te leven had.’

Had hij niet meer kunnen bereiken in zijn carrière? Een paar keer suggereerde Van Masssenhove zelf dat hij ook wel CEO van de VRT had willen worden. ‘Dat klopt. Bij de VRT vind je het tienvoudige aan talent dan in een overheidsadministratie. Als je dat kan mobiliseren en je gooit die ongelooflijke hiërarchie daar buiten, kan je ongelooflijke dingen bereiken. Voor zo’n job heb je maturiteit nodig. Je kunt dat niet als je 35 bent, want dan is je ego veel te groot. En intussen heeft de organisatie met Paul Lembrechts iemand aan het roer die dat op de juiste manier aanpakt, is mijn indruk.’

Pensioen

Wat gaat hij wel doen als hij volgend jaar met pensioen gaat? ‘Ik ga niet met pensioen’, zegt Van Massenhove kordaat. Hij heeft al plannen, maar wil er ook na enig aandringen weinig over kwijt. ‘Ik word vaak gevraagd voor advies in het buitenland. Het wordt wellicht iets in die richting. En dan ik het ook voor elkaar krijgen dat ik niet hier moet zijn tijdens de winter. Want ik haat die grijze kilte hier.’

Ooit beloofde hij persoonlijk aan de legendarische Franse verzetsheld Stéphane Hessel dat hij zijn hele leven zou blijven vechten voor rechtvaardigheid. Zal hij die belofte nakomen? ‘Ik ga veel vrijer zijn in wat ik zeg. Nu censureer ik mezelf heel vaak. Ook al vragen mensen zich af hoe ik kan blijven zitten op mijn post met alle openlijke kritiek die ik al gegeven heb op de politiek. Ik heb meer dan 49 ministers en staatssecretarissen overleefd. Maar dat is het net: mensen die plat op de vloer gaan liggen als de minister binnenkomt, zijn al lang verdwenen. Omdat je pas respect krijgt als je recht blijft staan.’

Zal hij zijn huidige job missen? ‘De mensen wel, de status niet.’ En omdat muziek zo belangrijk is in zijn leven, heeft hij al een liedje in gedachten dat de soundtrack van die dag moet worden. Maar hij wil nog niet zeggen welke. ‘Ik denk veel na over dit soort zaken. Ik heb ook al een tekst voor het moment dat ik kom te gaan. Mijn vriendin Anneke weet waar ze de tekst kan vinden, maar ook zij weet niet welke het is. Maar je mag er van op aan dat het zeker niet treurig is. Alles waar ik mee bezig geweest ben, was doordrenkt met humor. En verandering in je leven verwerk je best ook met humor. Je moet met jezelf kunnen blijven lachen.’

Ooit zei hij in een interview niet bang te zijn voor de dood, maar sinds zijn zware ziekte is hij op die mening moeten terugkomen. ‘Ik had altijd al tegen mijn vrienden gezegd dat ik klaar was om te sterven. Toen heb ik beseft dat ik al jarenlang aan het liegen was. Die drie weken waren een totale chaos, vol onzekerheid en paniek. Er kwam geen enkel zinnig idee meer in mij op. Terwijl ik al zoveel dood in mijn leven gezien had. Omdat ik vroeger actief was in een vereniging die opkwam voor de rechten van holebi’s, stond ik eind jaren tachtig bijna iedere zaterdag op een crematie van iemand die overleden was aan aids. Recent nog ben ik goede vrienden als Koen Raes en Brice De Ruyver kwijtgespeeld. En nu besef ik: je bent er nooit klaar voor.’

‘En toch: als ik morgen doodval, mag niemand zeggen dat het jammer is. Anneke is altijd kwaad als ik dat zeg, maar het klopt wel: ik heb zoveel leuke en interessante dingen beleefd in mijn leven en kende bijna geen tegenslagen. De meeste mensen hebben vier levens nodig om het geluk te beleven dat ik gekend heb.’

Op de vraag of hij spijt heeft van sommige zaken in zijn leven, valt het antwoord heel snel: neen. Ook niet van het feit dat hij zich liet steriliseren omdat hij geen kinderen wou in een wereld die er zo slecht aan toe was? ‘Ik geef toe: dat was een foute beslissing. Maar dat was iets typisch voor de mentaliteit van onze generatie. De doem was enorm: Reagan kwam eraan en iedereen was ervan overtuigd dat er een derde wereldoorlog op komst was.’ Klinken vandaag geen soortgelijke doemberichten nu Trump de wereld opnieuw dreigt te verdelen? Van Massenhove lacht: ‘Misschien wel, ja. Maar schrijf het alsjeblief in je stuk. ‘Jongeren: doe die niet zoiets stoms als ik. Ik zeg altijd dat we gemiddeld 2,1 kind per vrouw moeten hebben om onze sociale zekerheid te kunnen blijven betalen. En hoeveel heeft Van Massenhove er? Nul, hé!.’

De zwaarste periode in zijn leven was de breuk van zijn eerste vrouw. ‘Ik heb toen twee mensen belogen en valse hoop gegeven: mijn vrouw en mijn minnares. Uiteindelijk heb ik met beiden gebroken. Op zo’n moment wou ik van de aarde verdwijnen. Vrienden hebben toen weken lang rond mijn bed gestaan om mij te beschermen tegen zelfmoord.’

Heeft hij zich ooit afgevraagd waarom het zo gelopen is? ‘Natuurlijk, dat was pure hybris. Ik vond het ongelooflijk dat een mooie, veel jongere vrouw verliefd op me werd. Ik heb mezelf nooit een adonis gevonden, nog altijd niet trouwens, dus begon ik daardoor te zweven. Nu vind ik dat zo onbegrijpelijk. Het is zo anti-Frank.’

Of hij een groot ego heeft, vragen we terwijl we nog een laatste blok op het vuur gooien. ‘Ik had vroeger een waanzinnig ego. Tussen mijn 30ste en 39ste was ik iemand die ik echt niet zou willen tegenkomen nu: ik was een enorme betweter. Als er iets beslist werd waar ik het niet mee eens was, voelde ik me enorm gekrenkt en werd ik woedend. Nu weet ik dat ik even moet nadenken en niet mag ingaan op de reactie van mijn reptielenbrein. De jongste tien jaar begint me dat eindelijk wat te lukken: als ik nu kwaad word, is het om het onrecht dat anderen aangedaan wordt, niet om het feit dat ik persoonlijk geraakt word.’

In feite is Van Massenhove een heel onrustig persoon, geeft hij toe. ‘Dat zie je zelfs nu aan mijn lichaamstaal. Ik zit altijd heel onrustig op een stoel. Stappen en muziek helpen mij en ik ben gelukkig een goede slaper, maar het gewoel in mijn hoofd eindigt nooit. Dat is een verschrikking. Op mijn veertiende vroeg ik al aan mijn papa: ‘Kan je dat ooit afzetten? Ik ging daar onder gebukt. Ik wilde rust en vond die niet.’

Is onrust vaak ook niet een drijvende kracht om zaken te veranderen? ‘Jawel. In die zin heeft die onrust mij ook ongelooflijk gelukkig gemaakt. Ze lag aan de basis van mijn drang naar innovatie. Maar als persoon is het wel enorm belastend. Ik verlang voortdurend naar een momentje met een zondagochtendgevoel, maar ik vind dat bijna nooit. Ik word wakker, ik stap naar de lavabo en ik begin te denken. Bij momenten maakt me dat soms moedeloos. Het enige wat helpt, is het gezelschap van andere mensen. Zij kunnen dat gevoel weghalen.’

(Het vuurt dooft uit, de nacht is gevallen en ook Van Massenhove blijft even stil. En dan is er toch weer die kwinkslag. ‘Weet je wat het grootste probleem met die onrust is? Je wordt er dik van. Als ik denk, zit ik te veel. Kijk naar mij: er moet zeker tien kilo af. Schrijf dat maar in je stuk, dan word ik er elke dag aan herinnerd.’)

Bio

Frank Van Massenhove (64) is geboren in Zerkegem in West-Vlaanderen. Hij studeerde rechten in Gent. Tijdens zijn studies gaf hij samen met een schare extreemlinkse rakkers gratis juridisch advies in de wetswinkel. Daar ontmoette hij Johan Vande Lanotte. Luc van den Bossche trok enkele ‘wetswinkeliers’ in de sp.a-rangen. Van Massenhove werd kabinetschef van de Gentse burgemeester Frank Beke en van Frank Vandenbroucke. Sinds 2002 is hij voorzitter van federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. In 2007 werd hij Overheidsmanager van het Jaar.

Naschrift

Dit interview verscheen op 28 juli 2018 in De Tijd.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties