Zinkgat

I’m a fool to do your dirty work, Oh yeah
I don’t want to do your dirty work no more
Dirty Work, Steely Dan, Can’t Buy A Thrill, 1972

Ik ben er na een lange, verkwikkende vakantie terug, lieve lezer. Zo verkwikkend dat ik me zelfs mijn paswoorden niet meer herinnerde. Dat is blijkbaar ook het geval voor onze regeringsleden, die zich hun pensioenbeslissingen niet meer voor de geest konden halen.

Dinsdag kwam het college van de voorzitters van de federale ministeries samen en zij konden zich niet meer herinneren dat hun advies gevraagd was over de elfde verandering van het mandatenstatuut die de regering op de laatste werkdag voor de vakantie beslist had. Dat had niets met de vakantiezon te maken. Het was hun gewoon niet gevraagd.

Raar, want de minister van Ambtenarenzaken heeft de gewoonte om zelfs over pietluttigheden het advies van de belangrijkste ambtenaren van het land te vragen, maar als het gaat over de selectie en de evaluatie van die overheidsmanagers blijkt hij ineens lak te hebben aan hun mening.

Nu zou je kunnen zeggen dat de voorzitters te vooringenomen zouden kunnen zijn in een materie die op hen van toepassing is. Maar dan moeten politici wel consequent zijn: dan horen ze zelf ook niet te beslissen over hun statuut en hun directe en vooral zeer indirecte inkomsten.

Maar dat kan niet de echte reden zijn voor het negeren van de voorzitters, want de minister van Ambtenarenzaken vroeg wel het advies van het College van de Administrateurs-generaal van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid. Niet dat hij echt geïnteresseerd was in hun mening, want hij wachtte hun advies niet eens af om de regering zijn voorstel te laten goedkeuren. Ondertussen is dat advies er. Het is vernietigend.

Toch was het niet louter kommer en kwel op de vergadering van de voorzitters. We hebben minutenlang gegierd toen iemand de vergadering erop attendeerde dat de regering met de verandering de depolitisering van de administratie wilde bevorderen en meer privésectormanagers wilde aantrekken.

Over politisering kunnen we kort zijn: zolang managers door politici worden aangeduid en geëvalueerd – en daar verandert met de nieuwe regeling niets aan – zal dat meerkoppige monster een rustig bestaan kennen.

De politisering bij de rechters heeft pas een einde genomen toen niet de regering maar de benoemings- en aanwijzingscommissie kon bepalen wie rechter werd en welke rechters bevorderd hoorden te worden. De eenvoudige regel dat tien van de veertien leden zich akkoord moeten verklaren over wie het meest geschikt is, heeft de ziekelijke situatie in een paar jaar gesaneerd. Zo’n eenvoudige oplossing stond de regering niet voor ogen. Ook de oppositie niet, want ze had niet het begin van kritiek op de regeringsbeslissing.

De vaststelling dat bedroevend weinig managers uit de privésector zich aangesproken voelen om hun talenten bot te vieren in de publieke sector is correct. Ik heb daar in mijn lange loopbaan veel collega’s uit de privésectorcollega’s proberen toe aan te zetten. Sommigen overwogen even de overstap, maar haakten af na verhalen van politieke inmenging, druk en chantage en van tot evaluaties omgebouwde disciplineringsmachines.

Voor mensen uit de privésector staat de ijselijke manier waarop opeenvolgende regeringen een einde maakten aan de opdrachten van mensen zoals Johnny Thijs bij De Post, Karel Vinck bij de NMBS en Didier Bellens bij Belgacom, nog helder voor de geest.

Het nieuwe besluit van de regering zal daar niets aan veranderen. Integendeel, vanaf nu kan een overheidsmanager zijn job maximaal twee mandaten van zes jaar uitoefenen. Na twaalf jaar krijg je een oprotpremie en loopbaanbegeleiding. Tenzij je ambtenaar bent. Dan krijg je een hoge benoeming – een joekel van discriminatie die de Raad van State, die zich nog over die beslissing moet uitspreken, toch moeilijk kan ontgaan.

Als er al mensen uit de privésector de overstap naar de overheid durven te wagen, dan is het dus weinig waarschijnlijk dat ze jonger zullen zijn dan 53 jaar. Iemand van 45 weet dat hij misschien op zijn 51ste na een evaluatie, maar zeker op zijn 57ste op zoek moet gaan naar een nieuwe uitdaging. Met de beperking van het aantal mandaten wil de regering meer mobiliteit creëren en dat is een goede doelstelling. Alleen doe je dat niet door mensen na twaalf jaar de professionele afgrond in te kegelen.

De hele regeling is een rommeltje.

Mocht u denken, Frank voelt zich geviseerd, weet dan dat ik, op anderhalf jaar van het einde van mijn mandaat, niet geïmpacteerd ben door de regeringsbeslissing. Wat wel wringt, is de vaststelling dat het oorspronkelijke Copernicusidee van een efficiënte overheid met verantwoordelijke overheidsmanagers sedert 2003 steeds verder afgebroken wordt. Straks rest enkel een reusachtig zinkgat.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van 9 september 2017.

Natuurlijk moest er een tekst (en muziek) van Steely Dan bij deze column, na het verscheiden van Walter Becker, die samen met zijn bloedsbroeder Donald Fagen die de duistere jaren zeventig van een bijzonder gepersonaliseerd licht voorzagen. Alles, gewoon alles, wat die twee schreven en opnamen moet je minstens tien keer gehoord hebben vooraleer je iets zinnigs over muziek en bij uitbreiding over de wereld kunt zeggen.

Misschien beginnen met de video van Dirty Work: https://www.youtube.com/watch?v=ghcsrblhn7A

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Belziekske

Dans le royaume de Belgique

Y’a du temps qu’on a plus dansé 

Est-ce à cause de la drache

Qu’on a les quilles toutes rouillées? 

Mais la belle gigue, gigue

Gigue que l’on pourrait danser

Si les vieilles digues, digues

Diguedon les faisait tomber

André Bialek, La Belle Gigue,  Nord-Sud, 1981

Federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block en Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Jo Vandeurzen waren op dinsdag 4 juli te gast in het tv-programma ‘Terzake’. De Vlaamse minister was not amused met de plannen van zijn federale collega om minder geld uit te geven voor de dagopvang van psychisch kwetsbare jongeren.

In de studio ontspon zich een gesprek waarvan moderator Annelies Beck bij de afsluiting ruiterlijk toegaf dat ze er amper iets van had gesnapt. Troost u, Annelies, wij, kijkers ook niet. De twee ministers zeiden van elkaar dat ze het niet snapten. In de Kamer zei De Block tegen haar coalitiegenoten dat ze het niet snapten. Nu blijkt dat ze het zelf ook niet helemaal snapt, want ze gaat het dossier nog eens bekijken.

Zo ingewikkeld is ons land geworden. Zo slecht worden we geregeerd. Men etaleert het zelfs openlijk in ‘Terzake’. En dan gaat het nog over twee excellenties die liever dan elke dag een robbertje te vechten op de keien van de Wetstraat rustig en in overleg oplossingen willen zoeken.

Ministers die issues met elkaar hebben, horen die niet in ‘Terzake’ uit te vechten. Ze moeten ver weg van alle mediagewoel en samen met hun kabinetsleden – België heeft er 2.000, er moeten er toch een paar zijn die de zaak wél kennen? – tot een verstandige oplossing komen. Dat kan blijkbaar alleen maar als je in dezelfde regering zit.

Dat was ook de vaststelling van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, die dus tot een zevende staatshervorming opriep. Daarbij steunde hij op uit de context gerukte uitspraken van VDAB-Baas Fons Leroy en Erwin Devriendt, afgevaardigd bestuurder van Solidariteit van het Gezin, die verwonderd kennisnamen van hun recuperatie bij het doornemen van hun krant op 11 juli.

Ook Hilde Crevits deelde ons mee dat ‘meer Vlaanderen’ nodig was. De argumentatie? ‘Het is een logische, historische evolutie die onomkeerbaar is.’ Voorwaar, een nieuwe natuurwet zag het licht, zij het met een parfum van creationisme.

Niemand durft blijkbaar te zeggen dat de opeenvolgende regionaliseringsgolven tot ingewikkelde en elkaar blokkerende overheidsstructuren hebben geleid, dat Vlaanderen zijn burgers even afstandelijk en bureaucratisch behandelt als het federale België dat doet, en dat zijn burgers opgezadeld zitten met een van de duurste bestuurssystemen in de wereld.

Vlaanderen doet wat het zelf doet echt niet beter. Toen ik ambtenaar was in de prille Vlaamse administratie was er onmiskenbaar een wil om het anders te doen, maar nu ik als federaal niet-ambtenaar kijk hoe men te werk gaat in Vlaanderen, zie ik amper verschil met mijn omgeving: dezelfde logge structuren, dezelfde greep van de kabinetten op de administraties, dezelfde regelneverij en dezelfde politisering van de administratie.

Bij veel overheidsmanagers, regionaal en federaal, leeft de overtuiging dat in plaats van nooit eindigende reeksen loodgieterijhervormingen beter een fundamentele keuze was gemaakt tussen de basisopties: dit land in twee knippen of bij een federale staat met eng bepaalde cultuurgemeenschappen blijven.

Elk modern land dat op zoek gaat naar een moderne staatsinrichting die de burger waar voor zijn belastinggeld geeft, komt uit bij twee lagen: een landelijke en een stedelijke. Daarbij fungeert het landelijke niveau als backoffice dat de burger een digitaal platform aanbiedt voor het gros van zijn noden en besognes. De steden zorgen voor het persoonlijk contact.

Het zal de burger worst wezen of er een federale dan wel een Vlaamse ambtenaar voor zijn digitale loket heeft gezorgd waar hij zijn belastingaangifte of zijn subsidieaanvraag kan indienen. Maar hij wil wel een mens ontmoeten als hij onzeker of emotioneel is over iets dat hem of de zijnen overkomt.

Dit wensmodel staat heel ver weg van ons land met een federale overheid, een Vlaamse overheid, tien provincies, honderden intercommunales en veel te kleine gemeenten. Politici die onze toekomst echt willen voorbereiden, hebben een pak werk voor de boeg. Maar we moeten hen wel verkiezen, natuurlijk. De denktank Itinera meldde ons een tijdje geleden dat uit zijn studies blijkt dat politici geen stemmen halen met langetermijndenken.

Naschrift

André Bialek, La Belle Gigue vido: http://tinyurl.com/y9f4exh4

Terzake uitzending: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/terzake/2017/terzake-d20170704/

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Renumeratie

You can fool some people some time
But you can’t fool all the people all the time
Get Up, Stand Up, The Wailers, Single, 1973

Stel dat ons koninkrijk een naamloze vennootschap was, dan zou de nv België wellicht over een remuneratiecomité en een deontologische commissie beschikken. Elk handboek over deugdelijk bestuur schrijft voor dat die twee bevolkt moeten worden door verschillende mensen. Beslissen over hoeveel iemand kan verdienen is namelijk totaal iets anders dan vastleggen hoe iemand zich moet gedragen.

Menige onderneming installeerde die twee comités pas nadat ze in opspraak was gekomen door onzinnige managementvergoedingen, absurde bonussen en ander gegraai. Dan gaat men verwoed op zoek naar mensen boven elke verdenking die voordien niets met het bedrijf te maken hadden. Het is de snelste weg om zich uit de mediastorm te werken en om niet alleen de shareholders, maar alle stakeholders duidelijk te maken dat men het beste voor heeft met het bedrijf.

Dat is niet wat de nv België deed. Als haar politiek toppersoneel het erg bont bleek te maken door zichzelf langs alle mogelijke kanten geld toe te schuiven, vroeg men geen alom gewaardeerde buitenstaanders maar werd snel een Werkgroep Politieke Vernieuwing samengesteld. Niemand verwacht dat die meer dan een muis gaat baren. Erger, maar weinig burgers geloven echt dat de leden van die werkgroep bezig zijn met wat goed is voor de burger en het algemeen belang.

De werkgroep kreeg de opdracht als een soort remuneratiecomité te bepalen wie hoeveel kon verdienen, maar is van armoe tot een soort deontologische commissie verveld. Wat ze voorstelt, zal aan geen van al de uitwassen die we met trillende woede in onze kranten moeten lezen, een einde stellen.

Alle liberale partijen, zij die zo heten en zij die het ook zijn, uitgebreid met de Franstalige christendemocraten, weigeren zich achter een cumulverbod te scharen. Ze schreeuwen moord en brand als blijkt dat Yvan Mayeur (PS) naast zijn burgemeesterswedde nog eens 294.000 euro opstreek als afscheidspremie. Het is inderdaad wraakroepend. Maar het is minstens even walgelijk als parlementsleden die hun parlementaire loon incasseren terwijl ze er zich amper vertonen omdat ze hun handen vol hebben met de uitoefening van een ander politiek mandaat.

Bart De Wever (N-VA) legt met verve uit dat decumul de burger veel geld zal kosten en stelt voor het maximale inkomen te beperken tot 150 procent van het parlementair loon. Ik was kabinetschef van de burgemeester van Gent en van een federale minister en kon met eigen ogen vaststellen dat het ambt van burgemeester van een grote stad een pak veeleisender is dan dat van een minister. Hoe je zoiets met een parlementair mandaat kan combineren, gaat mijn petje te boven. Het cumuleren van twee zware ambten kan niet anders dan neerkomen op het amper uitvoeren van een van de twee, of op het halftijds uitvoeren van de twee. Daarvoor 150 procent betalen is pas een hoge democratische prijs.

Al is dit voorbeeld van cumul slecht gekozen. Mocht de Werkgroep Politieke Vernieuwing echt een remuneratieopdracht hebben uitgevoerd en de zwaarte, de verantwoordelijkheid en de impact van opdrachten hebben vergeleken, dan was ze wellicht tot de conclusie gekomen dat een burgemeester van een grote stad net iets minder dan een premier mag verdienen. Zonder twijfel was dan ook vastgesteld dat het belachelijk is de voorzitter van de Kamer meer te betalen dan een premier, gezien zijn in vergelijking povere opdrachten.

Als men dan toch op de centen wil kijken die men voor democratie over heeft, kan best zo snel mogelijk worden overgegaan tot het herfuseren van gemeenten. Niet op basis van goodwill zoals nu, maar uitgaande van alle objectieve voordelen van het hergroeperen van aanpalende gemeenten tot beleidskrachtige steden. Dan zou het aantal gemeentelijk politieke ambten sterk verminderen. Zelfs met het beter betalen van burgemeesters en schepenen van grotere entiteiten zou dat de burger een pak minder kosten en een veel betere dienstverlening opleveren.

Naschrift

Video Get Up, Stand Up: https://www.youtube.com/watch?v=UubfH-1S43k

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Watte

De toutes les manières
C’est la ouate qu’elle préfère
Passive, elle est pensive
En négligé de soie

C’est la ouate, Caroline Loeb, single, 1986.

Weinig emoties snijden zo diep in je ziel als het plotse besef dat je stellige geloof in de integriteit van mensen met wie je intens hebt gewerkt op niets gestoeld blijkt.

Het overkwam me toen ik las dat Laurette Onkelinx haar dochter een jaar fictief heeft laten werken bij Samusocial, waar haar opdracht volgens ex-werknemers vooral bestond uit het drinken van champagne met directieleden, allen vrienden van haar ma. Laurette was jaren mijn voogdijminister. We hadden een respectvolle, zelfs warme relatie. Nooit vroeg ze me ook maar iets onoorbaars. En dan komt dat beeld van dat glas champagne. Tu quoque, Laurette?

Anders dan zovelen van haar partijgenoten die ik moest ontmoeten en die me hautain, bijna misprijzend, opdrachten oplegden, met een niet te vatten fictieve zelfimportantie, legde zij haar wensen of problemen uit en vroeg je, oprecht geïnteresseerd, hoe jij dacht ze te kunnen oplossen. Ze had het volste vertrouwen in de gedurfde veranderingen die onze mensen in de federale overheidsdienst doorvoerden en verdedigde ons tegenover haar partijgenoten en bevriende vakbondsmensen. En dan komt dat beeld van dat glas champagne. Het verdict: medeplichtig bij verrijking ten koste van daklozen.

Dat ik al jaren geen partijkaart meer heb, heeft mede te maken met mijn groeiende walging van de normvervaging die ik bij alle partijen vaststelde, maar vooral bij de PS. De parvenu’s in die partij zijn niet die paar rotte appels. Ze zijn het gevolg van een systeem dat van sociaal verontruste politieke talenten immorele parvenu’s maakt. Het gebeurt met kleine stapjes, bijna zoals in sektes, en met het stilletjes laten insijpelen van superioriteitsgevoelens tegenover steeds wisselende vijanden.

De hoogste morele regel is de trouw aan de beginselen en aan de kameraden. Bij elke stap word je beloond. Met een job in de studiedienst, een promotie naar een kabinet, een niet-betaald mandaat in een spraakmakende culturele vereniging, een betaald mandaat in een intercommunale of een vzw. Men blijft in het systeem zoals kikkers in een bokaal met steeds warmer wordend water. Gestaag groeit de gewenning aan de vanzelfsprekendheid van de macht. De toutes les matières, c’est la ouate du pouvoir et des mandats qu’ils préfèrent.

De parvenu’s in de PS zijn niet die paar rotte appels. Ze zijn het gevolg van een systeem.

Zo worden Mayeurs gecreëerd. Wezens die de high moral ground bewonen en weerzinwekkend gedrag vertonen. In zo’n systeem is een Publifin geen toeval maar noodzaak. Het maakt douceurtjes mogelijk die de leden ervan weerhouden aan de partijkleuren te twijfelen. Maar het systeem is vooral nodig om medestanders die een (hoger) politiek mandaat wensen en niet krijgen, hapjes toe te gooien die hun status vergroten of hun portefeuille dikker maken.

Dat laatste is geen prerogatief van de PS. Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten in ondoorzichtige nevenorganisaties van reguliere overheidsorganen. Hij stut de voorzitterszetel.

Daarom zijn ze geen voorstander van het principe ‘één politicus één loon’, de enige mogelijkheid om de burger te overtuigen van het sérieux van de politieke mandataris. Daarom durven ze ook niet te denken aan het verminderen van het aantal mandaten en overheidsniveaus. Daarom durven ze ook niet te denken aan het fuseren van gemeenten tot beleidskrachtige eenheden. Dan is er te weinig weg te geven.

Dus worden sluipwegen gezocht. Decumul, bijvoorbeeld, een moreel wenselijke maatregel maar geen oplossing want het hakt niet in op de wildgroei van zitjes in schimmige vzw’s. Al is zelfs dat voor sommige partijvoorzitters een te hoge prijs. Di Rupo wilde wel, zij het schoorvoetend: pas in 2024. Weggestemd door walgende militanten kon hij alleen hautain uitbrengen: ‘Ze hebben het niet begrepen.’ Nu zal het in recordtempo door een congres worden gejaagd.

Voor Open VLD is het mandatenkadaster de sluipweg en de wonderwall waarachter ze hun krampachtig vasthouden aan een dikker Brussels schepenambt in een stadsbestuur onder leiding van een mandatenverslaafde systeem-PS’er willen verstoppen. Zoals Wouter Vanparijs deze week twitterde: ‘Het kan me geen fuck schelen wie waar hoeveel verdiende. Schaf dat systeem af en doe iets nuttig. Er zijn genoeg issues’. Ze hebben het nog steeds niet door, Wouter.

Naschrift

Video Ouate: http://tinyurl.com/zjurjcx

De maxi-versie is nóg beter: http://tinyurl.com/yd4mlpkm

Er zijn prachtige remixen van het heerlijk stoute nummer:

Dean Anderson remix http://tinyurl.com/ycwbnazl

De DreamTime mix: http://tinyurl.com/y7zmgm82

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Zelfreiniging

Oh Lord, down in the CongressThey’re passing all kinds of bills

From down Capitol Hill

Money’s too tight to mention

Money’s too tight (to mention), – The Valentine Brothers, single, 1982.

De te verkrampte reactie van de judobond op het grensoverschrijdend gedrag in die sport lijdt aan hetzelfde euvel als de werkgroep politieke vernieuwing in de Kamer’, schreef filosoof Ignaas Devisch eergisteren in zijn column in de krant De Standaard.

En alsof er nog geen kop genoeg aan die nagel zat, vond Kamervoorzitter Siegfried Bracke het deze week nodig de werkgroep politieke vernieuwing, die er nota bene is gekomen na zijn zelf georganiseerde Gentse defenestratie, vakkundig de nek om te draaien door te stellen dat het toch niet verkeerd kan zijn als de politicus met de best betaalde job in België hier en daar nog wat kan schnabbelen.

Zijn partijgenoot, Brecht Vermeulen, voorzitter van de werkgroep, stond erbij en keek er verbijsterd naar. ‘Ongelukkig’, stamelde hij en hij sprak de hoop uit dat niet alles wat in de werkgroep bereikt was, verloren was. Het zou toch erg zijn, mocht de verplichte mandaataangifte voor kabinetsmedewerkers verloren gaan. Want daar zouden de volksmassa’s spontaan en in groten getale de vogeltjesdans voor opvoeren, hoor je hem denken.

Zelfs de judobond zag na enkele dagen in dat drastisch moest worden opgetreden om nog enige kans op rehabilitatie te maken. Politici zijn daar nog niet aan toe. Ze hebben nog altijd niet door hoe verwoestend hun totale gebrek aan zelfreinigend vermogen voor het aanzien van hun stiel is.

Dat de onderliggende systemen die naar de graaizolders leiden ongemoeid worden gelaten, is zelfs niet het ergste. Vanuit politieke kringen wordt niet eens meer gereageerd op een artikel over de riante vergoedingen die Europarlementsleden krijgen voor onkosten waarvan niemand weet of ze wel zijn gemaakt.

‘We hebben niet onwettigs gedaan’, is het enige wat op te vangen was. Politici denken blijkbaar dat ze ermee wegkomen als ze regels maken die moeiteloos zelfverrijking mogelijk maken en daarna verklaren niet onwettigs te hebben gedaan.

Dezelfde doodse stilte viel nadat Hendrik Vuye had aangeklaagd dat grote brokken partijfinanciering werden gebruikt voor beleggingen. Het werd afgedaan als een uitspraak van een rancuneuze nestbevuiler, terwijl het toch opmerkelijk is dat ons land daar 70 miljoen euro voor over heeft terwijl Nederland het met 16 miljoen kan stellen. In feite herhaalde Vuye wat Jef Smulders en Bart Maddens al in tal van publicaties hebben bovengespit. Nooit leidde het tot zelfs maar een aan-zet tot wetswijziging.

Ik vrees dat zelfs het gewoonweg gore nieuws dat bestuursleden van Samusocial zichzelf zitpenningen toeschuiven uit het fonds van giften en subsidies bestemd voor daklozen, in mensentaal: stelen van wie op straat moet leven, het gedeelte van de politieke hersenen die schaamtereacties veroorzaken amper zal beroeren.

Volgens politicoloog Carl Devos (Humo, 23 mei) heeft dat alles te maken met het feit dat elke partij boter op het hoofd heeft en dat de situatie niet bedreigend is omdat geen enkele partij ermee kan scoren. Dat partijbelang altijd voorrang krijgt op het algemene belang is een Wetstratese wetmatigheid. Dus zit een decumul van de politieke lonen – ‘Elke politicus krijgt één loon. Wil hij meer mandaten uitoefenen? Dat kan, zonder extra vergoeding.’ – die de communicatieadviseur Noel Slangen in dezelfde Humo voorstelde, er niet meteen aan te komen.

Over zelfbediening is één bevolkingsgroep nog woedender dan de gemiddelde Belg: de ambtenaar. Bij elke begrotingsopmaak of -controle ervaart die dat er met steeds minder collega’s steeds meer moet worden gedaan, terwijl de kabinetten niets inleveren.

Dit jaar besliste de regering dat alle diensten van de federale regering samen 500 miljoen euro minder mogen gebruiken dan toegezegd. Voor de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid betekent dat een vermindering van 4,5 miljoen euro. De drie kabinetten die onze FOD moet ondersteunen, zitten mee in het pakket. Ze moeten samen 800.000 euro besparen. De kabinetten van De Backer en Bacquelaine weigeren dat en het kabinet-De Block wil een armzalige 20.000 inleveren.

Alle drie zijn ze grote voorstanders van ‘meer met minder’, maar dat geldt blijkbaar alleen voor anderen. Dus mag onze FOD nog eens 780.000 euro extra snijden. Mijn ambtenaren die instaan voor mensen met een beperking zijn daar niet gelukkig mee. Ze hoopten op enkele aanwervingen. Terecht want hun aantal werd door lineaire besparingen en de zesde staatshervorming – waarbij mensen vertrokken maar het werk bij ons bleef – tot de helft gereduceerd.  Het zullen populisten zijn, zeker?

Naschrift

Muziek

Het briljante Money’s too tight (to mention) is geen oorspronkelijk nummer van Simply Red maar van een jazz-soul-funkgroup uit de vroege jaren tachtig,  The Valentine Brothers. Hier hoor de 12″-versie met een adembenemende saxofoonsolo:  https://www.youtube.com/watch?v=5W-2AK2zLZE

Andere songs sie perfect passen bij dit thema:

The Stranglers – Something Better Change https://www.youtube.com/watch?v=oSEOzimKnEY

Paul Kelly – Stealing In The Name Of The Lord https://www.youtube.com/watch?v=YCSnzW3l530

Tekst

Eerder verschenen over graaicultuur: https://frankvanmassenhove.org/2017/02/27/voor-de-zot/

Ivan De Vadder maakte er me attent op dat de 16 miljoen die Nederlandse partijen het bedrag aan overheidssubsidies is. Daar zijn (hogere) giften nog toegestaan. De Nederlandse SP haalt daardoor 20 miljoen euro per jaar op (in vergelijking: de N-VA krijgt 16 miljoen overheidsgeld per jaar). Dank voor het perspectief, Ivan!

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Recbaar

Hey bartender, what you say
I’m gonna get drunk on election day!
Want one glass of bourbon, one glass rye
Come on, set me up, Joe, don’t pas me by
My money’s alright, but my feets got sore
See, I’ve been tryin’ to vote, now ‘bout an hour or more
I tried, but I didn’t get nowhere
Joe, you know I just don’t think they are doing this voting fair and square

Better make it one cat, one vote, and one beer
Bartender, one cat, one vote, and one beer

Ry Cooder, One Cat, One Vote And One Beer, My Name Is Buddy, 2007

Ontelbaar zijn ze, de liters inkt die vloeiden over de rectorverkiezingen aan twee universiteiten in dat brokje wereld dat zich Vlaanderen laat noemen en dat meer universiteiten heeft dan enig ander brokje wereld zich kan veroorloven. Stel dat de raad van bestuur van de Universiteit Gent, na de allesbehalve nette manier waarop de vorige rectorverkiezingen zich ontrolden, aan enkele gewezen rectoren van Vlaamse en Nederlandse universiteiten had gevraagd een procedure uit te denken die minimaal schadelijk zou zijn voor de universiteit en iedereen die ze liefheeft. Dan was het zielige spektakel van de afgelopen weken de Vlaamse belastingbetaler bespaard gebleven.

 Misschien had die schare slimme studaxen de UGent voorgesteld om simpelweg de procedure van de KU Leuven over te nemen. Dan waren er wel enkele onsmakelijke episodes geweest zoals we die helaas ook mochten meemaken in het duel Torfs-Sels, maar dan waren die de dag na de bekendmaking van de uitslag al vergeten. Rik Torfs zal kapot geweest zijn van de uitslag, zelden zag ik iemand zo gelukzalig zijn job uitvoeren. Maar hij was niet te beroerd om direct na de bekendmaking van de uitslag een warme boodschap uit te sturen. Sels trapte niet na maar deed onmiddellijk het aanbod om zich weer te verenigen achter de waarden van ‘onze’ universiteit.

Dat soort waardig gedrag is Guido Van Huylenbroeck aan de UGent niet gegeven. Een echte democraat gooit de handdoek als hij tot vijf maal toe om en bij 36 procent van de stemmen haalt en zijn tegenstander steeds weer boven 57 procent ziet stijgen. De formeel katholieke Van Huylenbroeck plooit zich constant terug op het formele reglement, dat er gekomen is op verzoek van het formeel vrijzinnige kamp, dat zich op formele gronden wilde verzekeren van een volgende overwinning.

Waaruit blijkt dat democratie wel een superieur model mag zijn, maar dat zich in dat model meer en minder superieure varianten voordoen.

 Let wel: ik ken geen enkele van de vier kandidaten persoonlijk en heb me niet verdiept in hun programma’s. Ik zou hetzelfde hebben geschreven mocht Van de Walle zich in een electoraal hopeloze situatie bevinden. Een universiteit hoort zich niet alleen wetenschappelijk foutloos te gedragen, zijn mensen moeten ook een voorbeeld zijn van waardig en waardenvol gedrag.

Dat uitgangspunt vond ik in de zelfevaluaties van de Vlaamse universiteiten, die ik als lid van de reviewcommissie die Vlaamse Universiteiten doorlichten, mocht lezen. En, Vlaamse belastingsbetaler, mocht u na de pijnlijke artikels over onze academische instellingen die u de leeste weken moest doorstaan, denken dat we voor dat vele geld maar weinig terugkrijgen, dan kan ik u geruststellen: we kunnen best trots zijn op onze universiteiten. Het was een genot zoveel enthousiaste, geëngageerde, deskundige en maatschappijbetrokken mensen, van rectoren en hun omgeving, over professoren en  docenten, niet-academisch personeel (wat klinkt dat schandalig lullig) naar studenten (wat een inzet, niet te vergelijken met wat wij, de zogezegde politieke generatie, maar deden voor het goed van het algemeen) te ontmoeten.

Twee keer mocht ik in het kader van de reviewcommissie samenwerken met Frank van der Duyn Schouten, een eminente prof die van twee Nederlandse universiteiten rector is geweest: van de Katholieke Universiteit Tilburg en van de – reformatorische – Vrije Universiteit van Amsterdam. In België is dat zoiets als rector zijn van de VUB en daarna van de KU Leuven.In Nederland worden rectoren niet verkozen, maar gevraagd door de raad van bestuur. Na zorgvuldige navraag bij alle belanghebbenden en rekening houdend met alle uitdagingen en gevaren van het moment maakt die een profiel op van de meest geschikte persoon om de universiteit te leiden. De rector krijgt autoriteit, niet formeel door verkiezingen maar door de manier waarop hij zijn mandaat uitvoert. Hij moet verenigen, overtuigen, go-between spelen en inspireren. Gewezen Vlaamse rectoren wijzen ook die elementen aan voor een geslaagde rectorbeurt.

 Waarom blijven we dan vasthangen aan universitaire verkiezingen die tot jarenlange wederzijdse obstructiepolitiek leiden. De zittende vicerector van de UGent, Freddy Mortier, is nu ook overtuigd voorstander van een gekozen rector. Tegenstanders stellen dat zoiets niet democratisch is. Zijn ze dan ook voor politiechefverkiezingen en rechtersverkiezingen zoals in de Verenigde Staten?  Ondertussen weten we toch tot welke onwenselijke resultaten dit kan leiden? Gelukkig hebben we in ons land niet de gewoonte om mensen met uitvoerende opdrachten te verkiezen maar om ze te kiezen op basis van de nodige competenties. Dat systeem is superieur, al zijn ook hier betere en mindere varianten. Zo is politieke inmenging bij het aanstellen van overheidsmanagers is nog steeds een onverkwikkelijke gewoonte in ons land.

Democratie blijft een rekbaar begrip, een discussie tussen niet-rekkelijken die uitgaan van het formele verkiezen en rekkelijken die streven naar het gemene belang.

Ook bij de rectorverkiezingen stelt zich de vraag wat het meest democratisch is: een met luttel verschil verkozen rector die vervolgens zijn programma doordrukt tegen een grote minderheid in, of een gekozen rector die de opdracht krijgt iedereen achter een aanvaardbaar programma te scharen?

Dat is wat Frank van der Duyn Schouten twee keer in totaal verschillende universiteiten met schitterende resultaten voor elkaar kreeg.

Ik heb zijn telefoonnummer, beste bestuurders van UGent.

 

Naschrift

 Deze tekst verscheen verkort (een column mag maximaal 650 woorden tellen)  in De Tijd van zaterdag 22 mei 2017.

Video Ry Cooder, One Cat, One Vote And One Beer http://tinyurl.com/km9crw5

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De Nieuwe Verworpenen

It can’t be fair when the millionaire

Never has to give them a cent,

Sad to say we’ve lost the way

This isn’t what the govern-meant…

This isn’t what the govern-meant, Bread ,  Baby I’m-A Want You, 1971

Een boekenhandel voorbijlopen, het lukt me zelden. Toen ik een paar weken geleden in New York was,  vond ik mezelf meermaals terug tussen stapels boeken. Telkens weer viel me op dat er zich in de afdeling “management” een stille revolutie had voorgedaan. Van de stijlvolle Fifth Avenue bookshops tot in de minuscule boekenstalletjes in de luchthavens waren de boeken met titels als “Hoe wordt je een topmanager?”, “Vijftig redenen om succesvol te zijn” en “Hoe lean is je organisatie”, die je er vroeger bij bosjes vond, geruisloos vervangen zijn door boeken die leiders leren hoe ze zich van hun ego kunnen ontdoen, hoe ze hun teams kunnen coachen en waarom het team belangrijker is dan de leider.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een Linked-In-bericht van één van de beste HR-consulenten van ons land: ik hoor zoveel managers spreken over nieuw leiderschap maar ik zie o zo weinigen het ook doen.  Het is een al jaren knagende vraagstelling. Onder overtuigden leeft de stelling dat men nog steeds de verkeerde managers kiest: alleswetende en allesbeslissende zelfverzekerde ego’s die nooit fouten maken. Een manager die de headhunter zegt te zweren bij Leadership Without Ego maakt geen schijn van kans.

Waarom kiezen we telkens de topdown-manager? Misschien heeft Daniel Dennett zonder het te weten die vraag wel beantwoord in zijn boek From Bacteria To Bach And Back. Daarin poneert hij dat de mens bijzonder moeilijk kan omgaan met de idee van competence without comprehension. We blijven hardnekkig denken dat creatieve dingen het product van inzicht moeten zijn (in de vorm van intentie, doelstelling en intelligentie) terwijl wij, allemaal mensen met een wetenschappelijke geest en dus darwinist, perfect weten dat de wereld niet begon met een denkende geest, maar dat het denken zich ontwikkelde na toevallige, hersenloze processen.

Dennett stelt dat dit niet alleen voor godsdienstige mensen moeilijk aanvaardbaar maar dat we allemaal de neiging hebben om uit te gaan van een intelligent design.  Dus is het normaal dat we ons bij problemen eerder wenden tot iemand die zegt inzicht en een oplossing te hebben dan in groep en via trial and error, met andere woorden zonder vooropgesteld pad, naar oplossingen te zoeken.

Misschien is dit ook de reden waarom miljoenen Amerikanen voor een man stemmen die overduidelijk een beleid zal voeren die objectief tegen hun belangen ingaat, door bijvoorbeeld in een beweging de superrijken een belastingverlaging te geven door de gezondheidszorg voor vele miljoenen te schrappen.

Branko Milanovic, voormalig econoom van de Wereldbank, zal dit niet tegenspreken. Hij wees al lang vóór Trump, Brexit, Wilders en Le Pen op de mogelijkheid dat een zwaar gefrustreerde gewezen middenklasse electoraal wraak zou kunnen nemen op het establishment. Met zijn beroemde olifantencurve toonde hij aan dat het inkomen van iedereen sedert de jaren tachtig steeg, behalve voor de westerse middenklasse. Dat zullen alle traditionele partijen geweten hebben.

Niet dat ze het ook inzien. In een tragische Terzake-aflevering vleiden alle partijvoorzitters zich gelukzalig tegen Macron aan om daarmee hun bestaansreden te bewijzen.  Daarbij even vergetend dat diezelfde Macron net alle traditionele partijen naar het kerkhof van de geschiedenis had verwezen. Onkelinx bestond het zelfs in de Knack van deze week Macron, iemand die ze een jaar geleden nog als vuige neo-liberaal zou hebben weggezet,  een voorbeeld voor België te noemen.

Misschien hebben ze toch iets gemeen met Macron: de miskenning van de olifantencurve. Dat zegt Christophe Guilluy, schrijver van «La France périphérique,  comment on a sacrifié les classes populaires waarin hij de theorie van Milanovic niet alleen onderbouwt maar ook voorspelt dat er in Frankrijk potentieel 60 procent anti-establishmentstemmers zijn. Macron liet zich door hem adviseren maar Guilluy kwam tot de jammerlijke vaststelling dat de gedoodverfde president een politiek blijft voorstaan die de winnaars van de globalisatie nog meer laat winnen en van de verliezers ervan de nieuwe verworpenen der aarde maakt.

Macron’s aanpak is een combinatie van de trickledown-theorie, de traditionele liberale doctrine die ervan uitgaat dat iedereen wint bij groei door globalisering en de uitkeringsoplossing, die sociaaldemocraten voorstaan. Daarmee gaat hij, net als Hilary Clinton en alle partijen in ons land die ooit in een regering zaten, voorbij aan de vaststelling dat de gedegradeerde middenklasse minstens even kwaad is omwille van het statusverlies als over het inkomensverlies.

Joseph Stiglitz, en vele anderen vrezen dat als de winnaars de verliezers niet compenseren, in geld én in eergevoel, de verliezers geen enkele reden zien om de globalisering en een marktvriendelijk beleid te steunen. “Ze hebben er dan alle belang bij om politici te verkiezen die zich tegen de verandering verzetten”(De Standaard 3 mei).

Dus zullen we morgenavond allemaal samen zeer blij zijn als blijkt dat Macron en niet Le Pen president van Frankrijk wordt. Maar we kunnen we ons wel tegelijktijdig ook best voorbereiden op het presidentschap van Marion Maréchal-Le Pen in 2022.

Naschrift

Deze tekst verscheen eerst als column in De Tijd van 6 mei 2017, op de vooravond van de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen.

Video This isn’t what the govern-meant: https://www.youtube.com/watch?v=qKfT17cCkwI

Wie had er ook bevroed, inclusief mezelf, dat ik een nummer van het braafste duo van de vroege jaren zeventig zou citeren. Maar zie hoe de tijden veranderen: de gesuikerden van toen blijken nu revolutionair te zijn.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen