Het netwerk wint altijd, ook bij de inspectiediensten

mi0004032243

Your Hard Work is About to Pay Off. Keep On Keeping On, Bitchin Bajas & Bonnie Prince Billy, Epic Jammers And Fortunate Little Ditties, 2016

Maandag manifesteerden de sociale inspecteurs van de FOD Sociale Zekerheid voor de Financietoren. Ze waren ongerust over wat eerder uitlekte over de plannen van staatssecretaris De Backer voor de inspectiediensten. Als u opkijkt van de meervoudsvorm, dan zal u helemaal schrikken als ik zeg dat er – alleen al in het federale België – acht inspectiediensten zijn. En belastingbetaler, het wordt nog erger: ze zitten verspreid in andere Federale Overheidsdiensten en andere sociale parastatalen. De inspecties worden dus aangestuurd door acht verschillende leidende ambtenaren die elk hun eigen politiek voeren.

Toen ik In 2002 Voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid werd, heb ik me vanaf dag één ingezet voor de fusie van alle inspectiediensten. Maar ik moest vaststellen dat ik eenzaam roepende was in de administratieve woestijn vol leidende ambtenaren die mordicus vasthielden aan hun inspectiedienst.

Bij nogal wat topambtenaren leeft de illusie dat je belangrijker bent als je veel diensten en veel mensen hebt. Ze geloven niet dat je de burger en de bedrijven beter dient door diensten met dezelfde doelstellingen, hetzelfde doelpubliek en dezelfde noden aan datamining en digitale dataverzameling samen te brengen onder één krachtige topambtenaar. Een topambtenaar die  rechtstreeks aangestuurd wordt door het  regeringslid dat de strijd tegen sociale fraude, schijnzelfstandigheid, grensoverschrijdende sociale misdrijven en uitkeringsfraude mag coördineren.

Vroeger werd gedacht dat je via afspraken tussen de leidende ambtenaren van alle betrokken diensten eenheid kon creëren in de aansturing van de inspectiediensten. Maar verder dan het afplassen van de eigen weide, en dus het impliciete verbod voor andere inspectiediensten om daar te komen grazen, is men nooit gekomen. Het gevolg was dat werkgevers het ongecoördineerd bezoek kregen van inspecteurs van verschillende inspectiediensten.

De oplossing hiervoor is natuurlijk niet het terugbrengen van acht naar zeven inspectiediensten zoals in de eerste plannen voorzien was. Maar dat was niet eens het meest absurde: die eerste plannen voorzagen ook in het opdelen van onze sociale inspectie, die – daar zijn het Rekenhof, externe auditoren en alle arbeidsauditoren van dit land het erover eens – de beste werking en de beste resultaten kunnen voorleggen. Vooral daartegen kwamen onze mensen in opstand.

Welke ultieme hervorming van de inspectiediensten De Backer ook voor ogen heeft, het zal een maat voor niets zijn als er geen centraal aansturingspunt komt. Daarvoor is niet eens een fusie nodig. Sedert een aantal jaren bestaat een Sociale Inlichtings- en Opsporingsdienst (SIOD) waar de acties tegen sociale fraude zouden moeten gecoördineerd worden. SIOD is nu een reus op lemen voeten omdat hij wordt geleid door elkaar in een rotatiesysteem opvolgende Directeur-Generaals van de verschillende inspectiediensten.

Als de staatssecretaris een stevige topambtenaar (M/V) aan het hoofd zet met échte bevoegdheden die de inspectiediensten direct aanstuurt, dan kunnen de inspectiediensten perfect ingebed blijven in de huidige organisaties. Alleen hebben de leidende ambtenaren aldaar dan geen inspraak meer over de doelstellingen en hoe ze te bereiken. Ze hebben de mooie plicht ervoor te zorgen dat de inspecteurs in goede omstandigheden (informatica, logistiek, personeelszaken…) kunnen werken. Op deze manier komt ook de rust terug bij de inspecteurs die zich nu plastieken soldaatjes voelen in handen van politici die vrolijk leerling-tovenaar spelen.

Mocht staatssecretaris De Backer hierin slagen, dan is hij de architect van het eerste overheidsinitiatief in ons land dat zich niet meer op 20e-eeuwse wijze met structuren en verschuiven van mensjes bezighoudt, maar een overheid bouwt, die zijn burgers en bedrijven via een netwerkstructuur de 21e eeuw binnenloodst.

Ter inspiratie kan ik de staatssecretaris het wonderbaarlijke boek The Netwerk Always Wins van Peter Hinssen aanbevelen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als opinie in De Tijd van 28 september 2016

Video Your Hard Work is About to Pay Off. Keep On Keeping On: https://www.youtube.com/watch?v=30QY0ruzWyM

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Krisselijk

r-1631241-1300660356-jpeg

Maybe I should have saved those leftover dreams

Funny but here’s that rainy day

Here’s that rainy day, Oscar Peterson, Big 6 At Montreux, 1965

 

We waren maar wat blij, die donderdag 8 september, dat er airconditioning was in de Financietoren. De vergadering van het directiecomité ging door in één van de twee ruimtes met muren die onze FOD rijk is en hij is dan nog eens volledig uit glas opgetrokken. Die dag was Kris er ook, als vertegenwoordiger van onze informaticadienst. We weten nooit op voorhand wie er van de dienst I.T zal zijn want het is een zelfsturend team met zes verantwoordelijken. Wie het dichtst bij de dossiers op de agenda betrokken is, komt naar het directiecomité.

Kris is zoals altijd perfect voorbereid maar laat het over aan Joris, één van zijn teamgenoten, om het veranderingsproject voor te stellen. Niet om er zich vanaf te maken maar om Joris de eer te geven die hem toekomt. Het is een ongeschreven gedragsregel in onze FOD: wie het doet, stelt het voor, niet de baas van wie het doet. Voor Kris spreekt dat vanzelf, het hoeft geen regel te zijn. Daarom houdt iedereen in onze FOD, van hoog tot laag, van Kris. Superintelligente mensen die bescheiden zijn, het komt o zo zelden voor.

Vrijdag 9 september 19.22 uur. Op mijn iPhone verschijnt een bericht van Lies: Kris is overleden. Trillend over mijn ganse lijf bel ik Lies, die amper uit haar woorden komt. “Hartaderbreuk”, hoor ik,  “catamaran”, en “51 jaar”. Mijn gemoed schiet vol. Na het directiecomité vertelde Kris ons dat hij de dag erop vrij had genomen. Hij wilde met het indian summer-weer de zee op met zijn vriend Filip. Zijn guitige ogen blonken nog meer dan anders. Kris zeilde, surfte en fietste. Hij wilde het altijd winnen van de elementen. Van mensen winnen hoefde niet zo nodig.

Hoe verschrikkelijk moet het geweest zijn voor Filip om te doen wat een bootvaarder nooit wil doen: vastlopen. Maar nu kon hij niet anders dan, volledig tegen zijn natuur in en met de moed der wanhoop, de boot doen stranden omdat de natuur het hart van zijn vriend abrupt had doen stranden. Diep vanbinnen wist hij dat geen reanimatie kon helpen.

Op maandag was er een stiltemoment voor Kris. Het moest niet georganiseerd worden. Mensen uit alle diensten van onze FOD contacteerden elkaar spontaan, fysiek en digitaal (ook daarvoor dank, Kris), en hielpen de collega’s om het immense verdriet te delen. Op dat soort momenten ben je nog meer trots op je mensen dan anders. Iemand zei: “Kris heeft het weer gedaan: mensen samenbrengen zonder veel woorden”.

Dat deed hij ook met zijn gitaar. Ik zag hem Deacan Blues spelen, dat aartsmoeilijke Steely Dan-nummer. Ik, die geen instrument de baas kan, was stikjaloers. Hij kon de solo’s van Joe Pass op Oscar Peterson’s Big 6 At Montreux moeiteloos meespelen. Die plaat uit 1965, met een meesterlijke Toots Thielemans, had zijn muzikale leven bepaald. Dat het album nooit op CD is uitgekomen, vond hij doodjammer want zijn vinylplaat was letterlijk kapot gedraaid. Ik had nog een intact exemplaar en digitaliseerde het voor hem. Kris reageerde alsof hij de lotto had gewonnen.

De nacht voor de begrafenis heb ik geen oog dichtgedaan. Ik moet toegeven, beste Kris, dat het niets met jou te maken had. Er dreigde over onze FOD een beslissing te vallen die bijzonder hard zou aankomen bij onze mensen. Maar wat me echt uit mijn slaap hield was dat ik niet betrokken was bij de ganse zaak. Mijn ego was geschonden.

Tijdens de begrafenis herinnerde ik me ineens die grijze regendag waarop  je me ooit uitlegde hoe moeilijk je om kon met mensen die hun ego belangrijker vinden dan het zoeken naar de beste oplossing. “Ego + persoonlijkheid = constant”, poneerde ik en de wetenschapper in jou schoot in een luide lach. Daar, in die visserskerk van Oostduinkerke, realiseerde ik me dat om jouw wijsheid ook maar enigszins te benaderen, ik nog een pak harder zal moeten werken aan de omzetting van mijn ego in persoonlijkheid.

Dat is wat je deed met mensen, Kris, je maakte ze Krisselijker.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 24 september 2016.

Je hoeft, tenzij je een vinylfreak bent, geen dure platenmarkten af te lopen om het fabuleuze Big 6 At Montreux te zoeken. Een niet genoeg te prijzen enkeling zette het in zijn totaliteit op youtube: http://tinyurl.com/z4ozhvr

Steely Dan – Deacon Blues: http://tinyurl.com/ojjl548

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Spoiler

0000830226

With the thoughts that you’ll be thinkin’

You could be another Lincoln

If you only had a brain.

If I Only Had A Brain, Harry Connick, Jr., 20, 1988

In The New York Times formuleerde Andre Ross Sorbin deze week een merkwaardige stelling: de Amerikaanse presidentsverkiezingen zouden wel eens kunnen beslist worden door de politieke stellingname van vooraanstaande CEO’s. Wij, Europeanen, denken dan onmiddellijk aan de merkwaardige financiering van Amerikaanse presidentsverkiezingen die er op neer komt dat wie het meest geld bijeen haalt voor zijn campagne ook president wordt. Als je de aanhef van Sorbins stuk leest, dreig je al snel die indruk te krijgen.

Hij beschrijft een fundraising event ingericht door Tim Cook, CEO van Apple,  waarvoor je, als je aanwezig wilde zijn, tot 50.000 dollar moest neerleggen tot spijziging van Clintons oorlogskas. Sorbin poneert dat het met dit soort events niet essentieel gaat over fundraising, zelfs niet over goed staan bij de volgende president, maar vooral om hun medewerkers een niet mis te verstane wenk te geven tonen op wie ze (niet) moeten stemmen.

Dit lijkt vergezocht maar hij baseert zich voor deze boude stelling op universitair onderzoek van drie professoren van een Amerikaanse, een Italiaanse en Zwitserse universiteit, die tussen 1999 en 2014 het gedrag bestudeerden van CEO’s en hun werknemers tijdens verkiezingsperiodes. Daaruit bleek dat werknemers van een bedrijf drie keer meer doneerden aan de kandidaat die door de CEO naar voor werd geschoven dan aan de anderen.

Als je nu, net als ik, dacht dat de uitleg is dat management en werknemers misschien wel dezelfde waarden en belangen aanhangen, dan blijken we allemaal verkeerd te zitten. Wanneer een nieuwe CEO zijn voorkeur voor een andere kandidaat uitspreekt, verandert het gedrag van zijn werknemers namelijk navenant.

Natuurlijk kunnen werknemers ultiem op een kandidaat stemmen die ze geen donatie gunden, maar uit ander onderzoek blijkt dat maar uitzonderlijk te gebeuren. Robert Cialdini toonde in zijn boek “Invloed, de psychologie van de verleiding” overtuigend aan dat mensen, zelfs wanneer het niet kan gecontroleerd worden, zich blijvend houden aan voorafgaande stellingnames. Het onderzoek zorgt in de US voor nogal wat discussie over de vraag of CEO’s zich wel politiek mogen uitspreken. Het heeft er 150 topmanagers van technologische topbedrijven niet van weerhouden om zich in juni in een open brief uit te spreken tegen presidentskandidaat Trump. Opvallend was dat de lijst bol stond van Silicon Valleybedrijven maar dat de drie toonaangevende, Google, Apple en Facebook opvielen door hun afwezigheid. Volgens insiders is het genoegzaam bekend dat ook zij Trump een slechte keuze vinden, zij het minder om ethische dan wel om economische reden – deze bedrijven kunnen alleen maar verliezen bij een isolationistische politiek – maar dat de controverse hen iets voorzichtiger doet manoeuvreren.

Voor Europeanen is het raar dat er in dit soort polemiek met geen woord gerept wordt over overheidsmanagers. In ons land is de consensus dat ambtenaren en overheidsmanagers zich partijpolitiek neutraal moeten gedragen. In de USA vindt men het normaal dat het hoofd van een ministerie een partijaanhanger van het staatshoofd is. Hij wordt dan ook rechtstreeks door de president aangeduid.

Dat er rond hen geen controverse ontstaat is het gevolg van een opmerkelijk onthoudingsgedrag. De anders zo fel kant kiezende Secretaries letten erop om tijdens verkiezingsperiodes geen stellingen te  verkondigen of daden te stellen die door hun ambtenaren als vingerwijzing voor hun electorale keuze zouden kunnen geïnterpreteerd worden.

Tijdens de regeringsonderhandelingen voor de vorming van Michel I is er even gedacht aan het invoeren van een Spoils systeem zoals in de USA. Men zag al snel in dat een dergelijk systeem, los van de wenselijkheid ervan, enkel mogelijk is in een tweepartijenland. Stel dat er op mijn stoel een partijgenoot van de minister werd gepoot, dan zou zich al snel de vraag stellen: van welke minister? Ik heb er gemiddeld zeven.

Ook in de USA heeft men al lang ingezien dat het Spoils systeem zijn beperkingen heeft. Er is weinig continuïteit, lange termijnplanning is erg moeilijk en bedrijfscultuuropbouw onmogelijk. Daarom vind je nu naast de door de president aangeduide Secretary ook een leidende ambtenaar die daar zit op basis van niet-partijpolitieke verdiensten.

Het Spoils systeem heeft wel één groot voordeel: er is constant overleg en afstemming tussen de president en zijn ministers enerzijds en de Department Secretaries anderzijds in het Executive Office of the President. Zoals de geoefende lezer ondertussen weet heb ik in de afgelopen 14 jaar met het college van Voorzitters van de Federale Overheidsdiensten geen enkel vergadering met een premier meegemaakt.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 10 september 2016.

The Spoils lijkt een rare naam voor een overheidsstelsel. Het is een afgeleide van de zin “To the victor belong the spoils”, dat volgens de overlevering de eerste keer werd uitgesproken na de verkiezingsoverwinning van Andrew Jackson, die brak met de unionistische Democratic-Republican Party en zo zonder het zelf te weten de grondlegger van de Democratische Partij werd. Abba wist perfect wat met “To the victor belong the spoils” betekent: The winner takes all. Een Amerikaanse president krijgt niet alleen veel macht, hij kan zijn sympathisanten topplaatsen geven in administratie en diplomatie.

De opinie van Andrew Ross Sorkin: http://tinyurl.com/hofp9qn

De video If I Only Had A Brain van Harry Connick, Jr. – http://tinyurl.com/zen9vby

Het nummer dateert uit 1939 en was een song uit de musical Wizard Of Oz – http://tinyurl.com/hrfakse

Het aantal versies is ontelbaar, het werd opgenomen door poppoppers zoals Robbie Williams http://tinyurl.com/zdoxv7e en ruige punkrockers zoals MC 900ft Jesus http://tinyurl.com/kyz4zzb maar het is in vooral in jazzmiddens een vaste klassieker.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mythematose

R-565221-1132157558.jpeg

There’s one guy I’d like to thank

 He signs the checks and leaves them blank

 He’s the one

Banking On A Myth, Andrew Bird, The Mysterious Production Of Eggs, 2005

Je kunt de dagen waarop de collega’s van de FOD Economie de krant niet halen op de vingers van één hand tellen. Ze doen dat niet via smeuïge verhalen over corruptie, of via tenen krullende bekvechterij tussen de directieleden maar simpelweg door cijfers te publiceren. Of het nu gaat over huurprijzen, over de waarde van huizen en appartementen, over hypotheeknemingen, over het aantal zelfstandigen of over energieprijzen, telkens geven hun publicaties aanleiding tot de betere artikels in onze kranten en de betere items in De Ochtend. Onze collega’s flikken dat omdat ze zich niet beperken tot het bekendmaken van kerncijfers maar door ons  te verblijden met boeiende trendbeschrijvingen.

Afgelopen dinsdag kwamen de waardige opvolgers van het befaamde Nationale Instituut voor de Statistiek met cijfers over thuiswerken. In 2015 waren er in ons land 595.000 loontrekkenden die soms of meestal thuiswerken op een totaal van 3.723.000. Dat is een stijging met 21 procent in vergelijking met vijf jaar eerder. Vlaanderen telt het grootste aantal thuiswerkers, maar de stijging is het sterkst in Brussel: +31 procent. In Vlaanderen bedraagt de klim 25 procent. In Wallonië is er slechts een stijging met 8 procent. In Vlaanderen is de toename het grootst in Limburg (+50%). Thuiswerk komt vaker voor in de publieke sector dan in de privésector. In 2015 werkte 28,5 procent van de loontrekkenden in de publieke sector soms of geregeld thuis. In de privésector was dat amper 11,9 procent.

Met deze korte mededelingen slagen onze collega’s erin een pak mythes te ontkrachten.

De eerst mythe die er moet aan geloven is dat de privésector er al altijd sneller dan de overheid bij is om trends op te pikken. Jarenlang werd ons aangeleerd dat dit het onafwendbare gevolg is van moordende concurrentie. Daarom zoeken bedrijven naar alles wat kosten kan besparen, de overheid niet. Een veralgemeend systeem van thuiswerk vermindert de huisvestingkosten aanzienlijk en verhoogt de inzet van het personeel. Je zou dus verwachten dat banken en verzekeringsmaatschappijen de ministeries moeiteloos zoeken verslaan in de discipline “thuiswerken” maar, alhoewel de functieprofielen en de processen zeer vergelijkbaar zijn, bengelen ze hopeloos aan de staart. De inertie van het systeem, de topdowncultuur en de ego’s van het topmanagement blijken belangrijker dan de kostenbesparing die voor het grijpen ligt. Onbegrijpelijk dat de aandeelhouders dit pikken.

Natuurlijk is de verkramptheid tegenover thuiswerken niet beperkt tot de privésector. Het verschil tussen Vlaanderen en Brussel enerzijds en Wallonië anderzijds is opvallend. Wallonië, of het nu publiek of privé is, leunt qua organisatiecultuur dicht aan bij het jakobijnse Franse model. Brussel, en bijzonder opvallen ook steeds meer Parijs, volgen (door hun eerder cosmopolitaans karakter?), vaker de Angelsaksische en Scandinavische trends. Dat verklaart de grootste groei van het thuiswerk in Brussel.

Daarmee wordt een tweede mythe onderuitgehaald: mensen willen vooral thuiswerken omdat ze van het lange woon/werkverkeer af willen. Nagenoeg alle Brusselse thuiswerkers hebben hun hoofdkwartier in hun eigen stad en toch verkiezen ze thuis te werken. De echte reden is dat thuiswerken het mogelijk maakt een betere balans te maken tussen werk en privéleven. Dit inzicht is er nog niet bij de meeste steden in ons land. Die gaan er nog altijd van uit dat hun personeelsleden geen vragende partij zijn voor thuiswerken omdat ze toch in de nabijheid wonen.

Als afstand minder belangrijk is in de hoofden van de mensen, hoe is dan de grote toename van het aantal thuiswerkers in Limburg te verklaren? Het heeft, afgaand op het gedrag van “onze” Limburgers, te maken met het aantal verkeersmiddelen die je moet gebruiken om je werk te bereiken. Als je in Mopertingen woont en ’s morgens eerst een eind moet fietsen naar de bushalte, 10 minuten bussen, dan moet overstappen in een andere bus naar het treinstation van Hasselt, naar Brussel treint en dan nog een bus of metro naar je werk op moet, dan omhels je sneller het thuiswerken dan een Oostendenaar die de trein naar Brussel neemt.

Maar wie in Alvergem woont, zal zich in deze eerder Limburger dan West-Vlaming voelen. Al blijft hij picon vin blanc verkiezen boven een jenever.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 27 augustus 2016

Banking On A Myth van Andrew Bird, de video: https://www.youtube.com/watch?v=HQ9k6lO3NPQ

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Generatieonaliseren

R-916481-1177539291.jpeg

I belong to the blank generation and

I can take it or leave it each time

I belong to the ______ generation but

I can take it or leave it each time

Blank Generation, Richard Hell & The Voidoids, Blank Generation, 1977

Toen een generatie nog dertig jaar duurde en ik een hevige puber was, twijfelde ik niet aan het bestaan van grote verschillen tussen de generaties. Mijn papa’s huis stond amper 300 meter verder van dat van zijn vader, mijn peppee, maar hij woonde toch in een andere wereld. Een wereld waar er wel plaats was voor een weliswaar zwart-wit televisie, een monster voor peppee, een wonder der techniek voor mijn papa, een vanzelfsprekendheid voor mij.

Met de ganse familie keken we naar de maanlanding waar mijn grootvader doodsbang voor was. “Dan vergaat de wereld”, zei hij ons, “God zal zo’n hoogmoed nooit tolereren”. Ik geloofde hem want hij kon het weten. Hij stond immers dicht bij het opperwezen want hij was suisse in de Zerkegemse kerk, een functie die samen met zijn generatie teloorging en die erin bestond, getooid in Zwitserse Gardekostuum, de gelovigen tot stilte aan te manen. Die maanlanding heeft peppee niet moeten meemaken. Hij stierf drie jaar vroeger aan de ziekte die nog steeds geen generaties kent.

Op diezelfde zwart-wit televisie had ik een jaar eerder, tussen flitsen van bombardementen op Vietnam door, journaalbeelden uit Parijs gezien die mij in verwarring brachten. Ik zag spandoeken met “Sous les pavés, la plage!” en begreep niet dat je de wereld beter kon maken door wegen uit te breken, niet om op zoek te gaan naar het stand eronder, maar om brokken steen naar politiemensen te gooien.

Mijn vader was woedend. Hij was druk aan het sparen voor zijn eerste Opel Kadett en kon weinig begrip opbrengen voor rijkeluiskinderen die auto’s in brand staken. Ik voelde wel iets voor meer vrijheid, de zomer van liefde was me muzikaal niet ontgaan en dus probeerde ik iets positiefs te zeggen over de revolutionairen van Mei ’68. Zo begon de eerste ruzie over maatschappij en politiek ten huize Van Massenhove. Toen ik dat op school vertelde, bleek hetzelfde drama zich in vele huiskamers te hebben voorgedaan. De generatiekloof was een realiteit voor mijn generatie.

Maar nu de ganse wereld overtuigd is van de enorme verschillen tussen generaties – De Standaard wijdt er een wekenlange reeks aan en Knack Focus heeft een ganse vakantie-editie GeneratieNU – antwoord ik, wanneer ik gevraagd wordt naar de verschillen tussen de generaties op de werkvloer van de FOD Sociale Zekerheid, met een hoop slagen om de arm.

Dat heeft niet eens veel te maken met de vaststelling dat een generatie nu blijkbaar maar tien jaar meer duurt. Al bekruipt me wel een zekere twijfel wanneer gesteld wordt dat een dertiger zo verschillend zou zijn van een veertiger, want dan zou een dertiger van 38 helemaal anders zijn dan een veertiger van 42?

Ook de blijvende druk van vrienden zoals Jan Denys en Frederik Anseel, die me beloofden ooit  een boek uit te brengen dat de mythe van generaties voor eens en altijd uit de wereld zou helpen, is niet de oorzaak van mijn twijfel. Natuurlijk hebben ze een sterk punt als ze me erop wijzen dat de menselijke soort evolutionair amper gewijzigd is tijdens de laatste 10.000 jaar.

Maar dan leg ik mijn oor weer te luisteren bij mijn vrienden trendwatchers Tom Palmaerts en Herman Konings die me bezweren dat de omstandigheden waarin je je kinder- en jeugdtijd doorbracht van wezenlijk belang zijn voor hoe een generatie in het leven staat. “Zijn onze meest geliefde rocksongs ons niet ter ore gekomen toen we 16 waren?”, fluisteren ze me dan toe, mijn zwakheden kennende.

Mijn twijfel is er vooral gekomen omdat mijn verwachting over hoe onze mensen zouden reageren op de cultuurwijziging in onze FOD helemaal fout bleek. Toen we daar in 2005 aan begonnen, met het idee “we zeggen onze mensen niet meer zouden opleggen waar, wanneer en hoe ze moesten werken”, mikten we resoluut op de millennials, mensen die na 1986 geboren waren. Maar nu blijkt dat de oudere ambtenaren onder ons nog gelukkiger zijn met de veranderingen dan de jongere. De redenen die ze daarbij opgeven zijn perfect degene die in alle artikels over generaties aan dertigers worden toegeschreven.

Ik weet het echt niet meer, denk ik, en zie op de grote weide in het midden van het begijnhof waar ik woon, een jongen en een meisje aandoenlijk proberen hun onzekerheid weg te stoppen zoals ik dat deed bij mijn eerste liefde. Ik besluit nog eens Ball of Confusion (That’s What the World Is Today) van The Temptations op te zetten. Een hit in 1970.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen (in een kortere versie) als column in De Tijd van 13 augustus 2016. Wat al enkele keren eerder gebeurde, was nu ook het geval: sommige lezers lazen in de column hun zekerheid terwijl ik mijn twijfel etaleer. Ik eindig met “ik weet het echt niet meer” maar blijkbaar wordt dat niet ernstig genomen. Daarna kwam iets dat de geen-erationisten gelijk leek te geven (koppeltje) en iets dat welgeniationisten welgevallig zou zijn: een topnummer uit het jaar dat ik 16 werd. ik weet het echt niet, hoor.

Maar ik weet wel zeker dat Richard Hell een onderschatte rockster is. De video van zijn Blank Generation: http://tinyurl.com/phob4cv

Maar de liveversie zegt veel meer over de explosiviteit van het nummer en de punkscene in New York in de jaren zeventig: http://tinyurl.com/n74tjvt

Dit heeft de hedendaagse Richard Hell, niet de beste spreker aller tijden,  over die tijd te zeggen:

Part 1 : http://tinyurl.com/johwvvh (over de invloed van de Velvet Underground)

Part 2 http://tinyurl.com/jpahg3h (over The Modern Lovers, Sex Pistols, Television, hippies en het genie van Andy Warhol)

Part 3: http://tinyurl.com/z8nf3au (over dichter én rockmuzikant zijn, over New York City en over Beat Poets)

Part 4 : http://tinyurl.com/j4f698e (over The New York Dolls en hoe ze hem inspireerden)

Part 5: http://tinyurl.com/jg7b8ug (over Malcolm McLaren en hoe rock anders is in de USA dan in de UK)

Part 6: http://tinyurl.com/hc8o2xc (over The Neon Boys, Slade en David Bowie)

Part 7: http://tinyurl.com/he3hywn (over Richard Lloyd, het begin van Television, CBGB, Patti Smith en Lenny Kaye)

Part 8: http://tinyurl.com/zowga52 (over de achtergrond van songs als Blank Generation en I Don’t Care, over de numbness die ontstond na hippyism, Watergate en Vietnam)

Part 9 : http://tinyurl.com/j2xrram (over de respons van het CBGB-publiek en over hoe hij snel hij geïmiteerd werd)

Part 10 : http://tinyurl.com/hjpduw3 (over CBGB als community en hoe dat gevoel verdween)

Part 11: http://tinyurl.com/jkek5p4 (over volwassen rockjournalistiek, over hoe (on)belangrijk lyrics zijn en waarom The Ramones een intellectual art project waren)

Part 12: http://tinyurl.com/gr4ornz (waarom Television vooral Tom Verlaine was)

Part 13: http://tinyurl.com/goafhts (waarom hij niet bij Televison bleef)

Part 14: http://tinyurl.com/h3qgzrw (over heroine en de naïeve cultuur errond)

Part 15: http://tinyurl.com/hl4j4dt (over de Voidoids en over waarom Robert Quine de beste rockgitarist ever was)

Part 16: http://tinyurl.com/gp3xbf5 (over Sire Records en oude songs opnemen)

Part 17: http://tinyurl.com/hm9g4ta (over het belang van punk in UK en in US, over hoe moeilijk het is om niet in routine te vervallen en over de verveling van toeren)

Over Richard Hell

Richard Hell, geboren in Kentucky als Richard Meyers, was niet in de wieg gelegd om een country muzikant te worden. Hij was absoluut niet country en zelfs geen muzikant. Hij was een aankomende dichter maar na zijn aankomst in New York (samen met Tom Verlaine, né Tom Miller) werd hij snel een punk. Dat was nadat hij de New York Dolls zag optreden en doorhad dat je geen doorgestudeerde muzikant moest zijn om mensen te raken. Samen met Verlaine richtte hij The Neon Boys op, maar ze vonden geen tweede gitarist en traden dus nooit op. Later vonden ze met Richard Lloyd toch een tweede gitarist en een drummer (Billy Ficca) en veranderen hun naam in Television. Ze waren de eerste groep die in Hilly Kristal’s CBGB optraden, de wieg voor de Amerikaanse punk, en werden er al snel zo gewaardeerd dat ze iedere zondag konden optreden. Patti Smith, die zichzelf ook eerder dichteres dan muzikante voelde, schreef over hen in fanzines en werkte met Richard Hell aan een boek dat nooit gepubliceerd werd.

Het werd snel duidelijk dat Television het vehikel van Tom Verlaine was en er weinig ruimte was voor Hell’s composities. Hij verliet (met Quine) de groep, startte samen met Johnny Thunders en Jerry Nolan, die The New York Dolls verlieten, The Heartbreakers op, maar ging daar ook weg. Hij startte samen met Robert Quine, tweede gitarist Ivan Julian en drummer Marc Bell, The Voidoids. In 1977 verscheen Blank Generation, dat een cultalbum werd in punkmiddens vooral door het titelnummer en het magnifieke Loves Comes In Spurs.

Het leek het begin van een fantastische carrière maar Hell’s afkeer voor toeren en zijn affectie voor geestverruimende middelen nekken alle opportuniteiten. Er komt nog een goed tweede album, Destiny Street met het knappe The Kid With the Replaceable Head, maar het laatste dat het grote publiek van Hell herinnert is de rol van lief van Madonna in het nog steeds aankijkbare Desperately Seeking Susan.

Van dan af legde hij zich toe op poëzie. Hij schonk in 2000 de wereld nog een onverwacht nieuw Voidoidsnummer, Oh, op de door Wayne Kramer (van het legendarische MC5) samengestelde postpunkplaat Beyond Cyberpunk http://tinyurl.com/z5ubydt

In 2013 kwam Hell’s autobiografie uit: I Dreamed I Was a Very Clean Tramp, die dezelfde in-your-face attitude heeft als de songs op zijn eerste album.

De samenstelling van de beste American Punkplaat die er nooit was, had kunnen zijn:

MC5 – Kick Out The Jams http://tinyurl.com/hybwrxj

Velvet Underground – White Light White Heat http://tinyurl.com/zpalvu4

Stooges – I Wanna Be Your Dog http://tinyurl.com/mrlhdb3

Patti Smith – Gloria http://tinyurl.com/zlhgmrk

New York Dolls – Personality Crisis http://tinyurl.com/zp34vec

Ramones – Blitzkrieg Bop http://tinyurl.com/pk5n8f9

Heartbreakers – Born To Lose http://tinyurl.com/z893bn3

Richard Hell & The Voidoids – Loves Comes In Spurs http://tinyurl.com/hd3r348

Television – Marquee Moon http://tinyurl.com/o7tyuno

Talking Heads – Psycho Killer http://tinyurl.com/chzkhxb

Blondie – (I’m Always Touched By Your) Presence, Dear http://tinyurl.com/hqc75mz

 

En natuurlijk niet vergeten te kijken naar

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Prikje

R-1677317-1236275225.jpeg

Time means nothing,

One final final round cos

Time means nothing

After hours, We Are Scientists, Brain Thrust Mastery, 2008

In een vrije tribune van Trends (http://tinyurl.com/z9r93qn) pleit Peter s’Jongers, CEO van Protime, ervoor om de prikklok niet te snel naar het containerpark van de arbeidsgeschiedenis te verhuizen. Protime is een softwarebedrijf dat gespecialiseerd is in tijdsregistratie, dus zou je zijn oproep kunnen afdoen als een pleidooi pro domo. Maar dat zou te kort door de bocht zijn want s’Jongers weet heel goed wat er omgaat op de werkvloer. Ook hij heeft het gehad met de ouderwetse prikklok als controlesysteem  voor de werkgever die wil nagaan of zijn werknemers er het hoekje niet van aflopen. s’Jongers weet dat dit een vals gevoel van zekerheid teweegbrengt bij de werkgever.

Bij iedere presentatie krijg ik de lachers op mijn hand met de stelling dat de enige zekerheid die een werkgever heeft met een prikklok is dat iemand een stuk plastiek in een stuk metaal heeft gestopt en dat de kans dat diegene die de handeling uitvoerde op de werkvloer aanwezig groter dan dat hij er niet is. Ook s’Jongers vindt de klassieke prikklok passé: “De ouderwetse prikklok meet presenteïsme, that’s it. We kunnen ons afvragen of dat zoveel beter is dan absenteïsme”.

De nieuwe prikklok volgens de Protime-CEO is een controlemechanisme van de moderne werknemer die flexibel werkt. s’Jongers stelt een  paradox vast bij het verschijnsel van het nieuwe werken: “hoe groter de vrijheid aan werk, hoe groter de nood aan controle van de werknemer over het tijdsgebruik. “Niet registreren waar een werknemer is, maar wat hij doet. Werknemers krijgen dankzij de tijdregistratie, die meet met welke taken ze zich bezighouden, het gevoel dat ze hun tijd nuttig besteden. Ze plannen hun werk zelf en plukken ook de vruchten van die grotere autonomie. Een moderne prikklok zal uiteindelijk meer burn-outs voorkomen dan creëren.”

s’Jongers heeft overschot van gelijk wanneer hij wijst op de noodzaak van de werknemer om controle te hebben over hij doet, maar ik betwijfel of dat op te lossen valt door controle over zijn tijd.

Ik bezweer vakbonden die er beducht voor zijn dat werknemers overbevraagd worden er steeds voor om niet in de val te lopen van het uren tellen. Een achterbakse werkgever is daar maar wat gelukkig mee. Hij maakt geen afspraken over welke resultaten de werknemer moet voorleggen, geeft hem de indruk dat de werkdruk niet stijgt omdat hij niet meer uren laat werken maar verhoogt gluiperig iedere maand de werkstapel . Hij hoeft niet eens overuren te betalen.

Ik pleit voor duidelijke afspraken tussen werkgever en werknemer die  SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden) gedefinieerd zijn en voor werkgevers die niet meer aangeven wanneer mensen moeten werken. Je hebt dus de prikklok niet meer nodig want het is en blijft een bijzonder inefficiënt systeem om resultaten te meten.

Maar ik heb er niets op tegen om aan werknemers die dat willen een tijdsregistratiesysteem ter beschikking te stellen dat onzichtbaar is voor de werkgever. Sommigen mensen willen hun tijd inderdaad meten. Daarom laten we mensen in de FOF Sociale Zekerheid toe te kiezen tussen prikken en niet prikken. Toen het systeem in 2009 inging was de verdeling half om half. Nu prikt nog minder dan 10%.

Dat laatste is voorspelbaar, volgens Tamar Avnet (Yeshiva University NYC) en Anne-Laure Sellier (HEC Paris). De twee onderzoekers gingen na hoe mensen werktijd ervaren, en maakten een onderscheid tussen ‘kloktijd’ en ‘taaktijd’.

In het eerste geval verdelen mensen hun dag onder in uren en minuten. In het tweede geval maken mensen gewoon een lijstje, met taken die afgewerkt moeten worden.

Opvallend was dat mensen die vooral in kloktijd dachten, wel productiever, maar tegelijk minder gelukkig. Ze hadden veel minder het gevoel dat ze controle hadden over hun leven. De tweede groep was dan weer gelukkiger en creatiever, maar minder productief. Met andere woorden enkel voor zuivere routinejobs heeft de moderne prikklok nog zin. Maar vooral, de studie ontkracht overtuigend de stelling van s’Jongers dat een moderne prikklok uiteindelijk meer burn-outs zal voorkomen dan het flexibel werken zonder prikklok.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 30 juli 2016.

Anne-Laure Sellier licht haar haar onderzoek toe: http://tinyurl.com/j8akvk7

Video After hours: http://tinyurl.com/zyomq9f

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Middeldenken

R-66797-1252262559.jpeg

Wrong Decisions Wrong Decisions Wrong Decisions Wrong Decisions, Decisions

Wrong Decisions, Suicide, American Supreme, 2002

Toen Alexander De Croo voorzichtig voorstelde dat een aantal bevoegdheden die eerder naar de regio’s waren doorgeschoven beter geherfederaliseerd zouden worden, waren sneren als achterlijke en Belgicist zijn deel. De Croo ging met zijn uitspraak heftig tegen de nu al decennia durende tendens in dat het enige mogelijke bevoegdhedenbeweging  eenrichtingverkeer naar de deelstaten zou zijn. Nu zal menige lezer denken dat wat ik die éénzijdige tendens  in de vuilbak der geschiedenis wil kieperen en als federale overheidsmanager een onvoorwaardelijk Belgicistische voorkeur zou hebben. Toch niet, al vind ik dat eenrichtingsverkeer haaks staan op goed bestuur. De beste regel om bevoegdheden toe te kennen is het subsidiariteitsprincipe. En met deze zin maak ik me direct schuldig als iets wat absoluut moet opgeruimd worden: het middeldenken.

De mens in het algemeen en de politieke mens in het bijzonder heeft de onhebbelijke gewoonte wanneer hij geconfronteerd wordt met een probleem er onmiddellijk een oplossing voor heeft. Natuurlijk moet de burger in het algemeen en de journalist in het bijzonder hiervoor vele handen in de eigen boezem  steken. Want we verwachten van ministers en partijvoorzitters dat ze bij ieder misstand der dingen stande pede en liefst zonder enige twijfel in de stem aangeven wat er moet gebeuren. Je kunt het hen dus niet kwalijk nemen dat ze dan onmiddellijk in de gereedschapskist van hun ideologie duiken. Die puilt uit met alle mogelijke aftandse middelen maar verder uitblinkt in onwetenschappelijke veronderstellingen die dateren uit de tweede industriële revolutie en die nadien amper bijgesteld werden.

Iedere niet plagiërende aankomende academicus weet dat je bij probleemstellingen het best eerst alle data verzamelt, alle theoretische verklaringen doorneemt, de mogelijke oplossingen in kaart brengt, op zoek gaat naar voorbeelden in binnen-en vooral buitenland en dan een voorzichtige prognose maakt. Die wetenschappelijke methode zie je nagenoeg nooit toegepast in het werkelijke leven.

Dus grijpen politici die vaststellen dat het in ons land erg moeilijk is om gezamenlijk om de milieudoelstellingen te halen of om onze enorme mobiliteitsproblemen op te lossen onmiddellijk naar de voor hen ideologisch interessante oplossingen. Die gaan  altijd uit van de volheid van bevoegdheden, terwijl er nogal wat indicatoren zijn die aanduiden dat zoiets in een complexe wereld waarschijnlijk een mythisch verlangen is.

Je hoeft maar een krant te openen om voorbeelden te vinden van het steeds teruggrijpen naar oplossingen uit de tijd dat de wereld eenvoudig en klein was zonder herijking aan een omgeving die volatiel, onzeker, complex en ambigu is. Als er zich in een overheidsorganisatie of een sterk betoelaagd instituut problemen voordoen, vooral als die financieel zijn, hoor je heel snel de roep naar fusies. Ik maakte het mee met de Vlaamse Opera en het Vlaamse Ballet en het is nooit uit de lucht wanneer er over de redesign van de federale overheid gesproken wordt. “Want dan zijn er schaalvoordelen”, hoor je steevast. In een wereld die zich nog maar weinig gelegen laat aan instituten maar waar driftig gezocht wordt naar netwerkingen over alle mogelijke grenzen heen, is dat al lang niet meer het geval.

Toen de Vlaamse partijen de unieke gelegenheid kregen om fundamenteel over kindergeld na te denken dacht geen enkele partij eraan om voorbij het middel te denken. Je kreeg alleen de bekende kreten als “ieder kind is belangrijk” te horen. Kindergeld was in 1944 een middel om én de lasten van het hebben van ons kind te verlichten én de armoede te bestrijden. in 1944 betekende een kind krijgen, op een  kleine minderheid na, automatisch verarming . In de wereld van 2016 verarmen  de meeste gezinnen niet door het krijgen van kinderen en dus moet je als beleidsmaker kiezen tussen de twee doelstellingen. De Vlaamse Regering koos niet en wat moet gebeuren als je alleen over het middel en niet over de doelstellingen denkt, gebeurde: een halfslachtige keuze, die wanneer er wetenschappelijke kritiek op kwam, leidde tot het zwijgen opleggen van een rasacademica als Bea Cantillon.

Kris Peeters vond er in zijn speurtocht naar werkbaar werk niets beters op dan uren niet meer per week maar per jaar te tellen, terwijl de arbeidsresultaten voor het gros van de werknemers helemaal niet meer in uren en aanwezigheid moeten uitgedrukt worden. Er komt veel kritiek op het Plan Peeters maar niet op het feit dat het middel om resultaat te tellen in een overwegend industriële omgeving zonder veel nadenken wordt gebruikt in een kenniseconomie.

Laat ons vooral niet denken dat het voorbijgaan aan voorafgaande analyses beperkt is tot het politieke niveau. Het middeldenken scheert hoge toppen in menige organisatie en bedrijf.  Als er zich een probleem voordoet is de gebruikelijke reactie een vergadering bijeenroepen. Terwijl dat maar één van de middelen is, is de vergadering voor de meeste managers een doel.

Een bede aan iedereen die professioneel beslist: onderdruk de doener in je, neem de tijd om je te informeren, tik alle alternatieven op hun efficiëntie af, volg desnoods een cursus “wetenschappelijke methodes” en verlos de wereld van onnuttige maatregelen, onwerkbare wetten en frustrerende reglementen.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen in verkorte vorm in De Tijd van 27 juli 2016 onder de titel “Het middeldenken scheert hoge toppen” in de zomerreeks De Prullemand.

Voor Bart Derre was mijn stukje de reden om in zijn geïnspireerde pen te kruipen :

Professionele beslissingen nemen…

Wrong Decision’s video: http://tinyurl.com/he9wgah

Suicide is in België vooral bekend omdat hun muziek in 1978 voor een echte volksopstand zorgde in de Ancienne Belgique. De band stond er in het voorprogramma van Elvis Costello, die een tweede volksopstand ontketende door zijn weigering bisnummers te spelen. Hij was razend omwille van de reactie van het publiek op de muziek van Suicide.

Die 16 juni 1978 was de eerste keer dat ik echt bang was tijdens een rockoptreden. De sfeer was onvoorstelbaar agressief. De Costellofans wilde geen voorprogramma en gaven Suicide geen kans. Maar dat was niet de enige reden: de muziek van Suicide was ongekend in alle betekenissen van het woord.

Als je echt wil horen hoe het eraan toeging in de AB: http://tinyurl.com/h5yxxp3 en als je het wil lezen: http://tinyurl.com/js4fmj8

Zelfs nu klinkt hun eerste plaat http://tinyurl.com/mxnn6hb een beetje op Metal Machine Music van Lou Reed, maar het plaveide in realiteit de weg voor Jesus & Mary Chain, This Mortal Coil en andere feedbacklovers.

Later maakten vocalist Alan Vega en keyboardwonder Martin Rev meer toegankelijke muziek (al lijkt het nooit op mainstream). Hun “Suicide: Alan Vega · Martin Rev”-album uit 1982 op het legendarische ZE-label is een goudmijn voor zoekers naar sublieme elektronische rocksongs. Probeer zeker eens het majestueuze Diamonds, Fur Coat, Champagne http://tinyurl.com/jdmchp7

Beide Suicideleden maakten soloplaten die de moeite van het opzoeken zijn.

Op Martin Rev’s eerste (1980) staat Baby Oh Baby. Voor wie van de Young Marble Giants uit hun Colossal Youth-tijd houdt of van de eerste Kraftwerk: http://tinyurl.com/ju8myel

Uit Alan Vega’s eerste (1981), ook een baby, maar een gans andere, een kleindochter van Gene Vincent: Jukebox Baby: http://tinyurl.com/ktef5ey

Alan Vega stierf op 12 juni 2016.

Big Scott schreef een mooi in memoriam: http://tinyurl.com/z9pytyx

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie