Partijvoorzittervertegenwoordiger

Le noir où s’engloutissent notre foi, nos lois.

Cette inquiétude sourde qui coule en nos veines.

Qui nous saisit même après les plus grandes joies.

Veiller tard, Jean-Jacques Goldman, Jean-Jacques Goldman, 1982

‘Met Jessika Soors en Jan Bertels vertrekken twee inhoudelijk sterke Kamerleden naar een Vivaldi-kabinet’, schreef deze krant terecht 14 dagen geleden. Jessika Soors (Groen) wordt politiek directeur van Sarah Schlitz (Ecolo). Jan Bertels (sp.a) wordt kabinetschef van Frank Vandenbroucke (sp.a). ‘Sommigen vinden dat hun vertrek de tanende rol van het parlement onderstreept’, vervolgde De Tijd en werd daar door alle Vlaamse media gretig in gevolgd. Ook Soors en Bertels lieten geen andere geluiden horen. ‘Als parlementslid kan je steentjes verleggen in de rivier, maar in een kabinet zijn dat wel wat grotere stenen’, stelde Bertels.

In het naoorlogse België degradeerde het parlement ieder jaar weer een beetje meer en moet het nu als vierde provincialer spelen tegen een regering met Champions League-middelen. De reden is bekend: de volksvertegenwoordiger is een partijvoorzittervertegenwoordiger geworden. Die bepaalt of het parlementslid bij de volgende verkiezingen een verkiesbare plaats gegund wordt. Na een sturm-und-dranginloopperiode verandert een nieuwbakken verkozene dra in het gewenste makke schaap. Divertissement, indien niet te frequent en niet te afwijkend, wordt aanvaard bij oppositiepartijen maar meedogenloos afgestraft bij de regeringspartijen. Het gevolg is de totale negatie van de grondwettelijke taak om de regering te controleren.

Eén Pano-uitzending heeft meer effect op een regering dan een jaar parlementaire zittingen. Pano legt de pijnpunten van het afstandsleren bloot en een dag later roept onderwijsminister Ben Weyts (N-VA): ‘Op termijn moet iedere leerling een laptop krijgen.’ Pano stelt vast dat nog steeds miljoenen liters afvalwater ongezuiverd de natuur in stromen. En zie daar verschijnt milieuminister Zuhal Demir (N-VA) als een duiveltje in het wijwatervat met de nodige middelen en acties. Misschien moeten de politieke partijen hun parlementsleden echt wapenen door hun door de belastingbetaler bekostigde middelen niet in vastgoed maar in een onderzoeksploeg te stoppen.

Toch kan de sprong naar het kabinet niet alleen door de gedevalueerde parlementswaarde worden uitgelegd. De opvallendste sprong naar een kabinet gebeurde niet van de wetgevende macht naar de uitvoerende maar van de uitvoerende macht naar de uitvoerende macht. Peter Moors, die nog maar tien maanden voorzitter van de FOD Buitenlandse Zaken was, wordt opnieuw kabinetschef bij premier Alexander De Croo (Open VLD). Heel snel is bij hem de tragische vaststelling gekomen dat je als FOD-Voorzitter enkel steentjes en geen stenen kan verleggen. Ons bestel investeert niet in administraties maar in kabinetten. Alleen al federaal zijn er 838 kabinetsleden. De meeste FOD’s hebben amper zoveel personeelsleden. Dat besef was er zes jaar geleden ook bij Bertels. In de 11 voorgaande jaren zag hij als directeur-generaal Sociaal Beleid op de FOD Sociale Zekerheid zijn personeel ieder jaar afkalven door opeenvolgende hersenloze kaasschaafoperaties terwijl de kabinetten rustig verder uitbreidden.

Toch ben ik ervan overtuigd dat de affiniteit en het wederzijdse respect tussen Bertels en Vandenbroucke, tussen Moors en De Croo en ook tussen Soors en Schlitz bepalender voor hun keuze is geweest dan de zuivere machtskwestie. Bertels zou niet voor om het even welke sp.a-er werken en al helemaal niet voor een minister met andere bevoegdheden dan de sociale zekerheid. Moors vindt op de 16 een vriend weer en belandt op de uitgesproken plek om het toppunt van diplomatieke vaardigheid in eigen land te bereiken. Soors, die racismebestrijding en deradicalisering uitademt, kan weer hands-on zijn in de nabijheid van een hartsvriendin.

Van Bertels en Moors weet ik het, van Soors vermoed ik het: de drang om deelnemer en bevoorrechte toeschouwer te zijn bij het tot stand komen van politieke beslissingen is onweerstaanbaar.

De aandachtige lezer weet dat ik een overtuigd tegenstander ben geworden van kabinetten, maar nu ze er toch zijn, ben ik gelukkig met deze mensen, die de ambtenarij en vele ambtenaren kennen en die die door de meeste ambtenaren ook gewaardeerd worden omdat ze correct zijn, hen als gelijkwaardigen behandelen en (meestal) het algemeen belang voorstaan.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 november 2020.

Video Veiller tard

Er zijn nog interessante transfers naar de post van kabinetchef. De Standaard lijst ze op.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Trump en Taiwan

China, China Calling out to history 
Is that the way it will always be? 

China, Red Rockers, Good As Gold, 1983

Op 9 november 2016 kreeg ik om 16.17 uur plaatselijke tijd een dringend sms-berichtje van een hoge ambtenaar van het Taiwanese ministerie van Binnenlandse Zaken met de vraag om bij mijn terugkeer naar de hoofdstad Taipei van gedachten te wisselen over de veranderde wereldsituatie. Ik moest het bericht drie keer lezen voor het tot me doordrong. Twee uur eerder had ik verbijsterd de boodschap ‘Donald John Trump wordt de 45ste president van de Verenigde Staten’ gelezen op het CNN-scherm in een hotelkamer in het hartje van Taiwan en ik was nog altijd overstuur.

Daar, in het wondermooie Chungyang Shan-gebergte, breide ik, samen met Teergeliefde, een weekje vakantie aan mijn professioneel verblijf in Taiwan, wier regering me had uitnodigd om presentaties te geven over de meest verschillende onderwerpen.

Taiwan was al jaren verscheurd door het pensioenvraagstuk. Hoge pensioenen waren enkel weggelegd voor ambtenaren en militairen. Ze wilden alles weten over de hervorming die de Belgische pensioencommissie voorstelde.  Had ik toen geweten hoe de regering Michel daarmee zou aangaan, had ik mijn toon geen klein beetje getemperd.

Ze wilden weten hoe ze een betere gender-efficiëntie konden bereiken. Ik ben daarover zeer nederig geweest: de helft van hun topambtenaren bleken vrouwen te zijn, we hadden/hebben amper 1 vrouwelijke FOD-voorzitter.

Maar vooral wilden ze te weten komen hoe de efficiëntie van hun administraties kon worden opgekrikt.

Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was. Mijn begeleiders hadden me uitgelegd dat ik niet op vele vragen moest rekenen. Vragen stellen is om te beginnen een beetje onbeleefd – het lijkt alsof je het slecht had uitgelegd – maar vooral, zeiden ze me, het leeft niet zo fel in ambtenarenkringen.Nine to five is in vele Aziatische landen even heilig als het bij ons in de vorige eeuw was.

Maar na mijn verhaal over tijd- en plaatsonafhankelijk werken, het afschaffen van de prikklok, het geven van vertrouwen aan werknemers en het resultaatwerken werd ik overstelpt met vragen van vooral jonge ambtenaren. Ik bleef enthousiast antwoorden en lette onvoldoende op de steeds nerveuzer wordende armbewegingen van mijn begeleiders. Ik wist niet dat een tafel vol ministers, rectoren en topambtenaren al een uur op mij aan het wachten was voor de lunch.

Maar die hadden zich blijkbaar niet verveeld. Ik kwam terecht in een heftige discussie over de Amerikaanse verkiezingen. Iedereen hield wel degelijk rekening met een overwinning van Trump. Diens America First-policy, en vooral zijn uitgesproken terughoudendheid om landen zomaar militair bij te springen, was niemand ontgaan. Het wakkerde de schrik voor een Chinese invasie fel aan. Toen mijn mening gevraagd werd, gaf ik zo correct mogelijk de briefing weer die ik gekregen had van de deskundige mensen van onze federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Blijkbaar was men daar rond de tafel danig van onder de indruk. Vandaar het sms-berichtje.

Nu, 4 jaar later en dus enkele dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, is de de visie van de Taiwanezen op de Amerikaanse president merkwaardig gekanteld. Anders dan Aziatische landen als Maleisië, Singapore, Indonesië, de Filipijnen en Thailand, waar de overweldigende meerderheid van de bevolking hoopt op Biden als de 46ste president van de VS, zou een kleine meerderheid van de Taiwanezen liever een herverkiezing van Trump zien.

Die totale ommekeer kwam er na het legendarische telefoongesprek dat de Taiwanese presidente Tsai Ing-wen op 2 december 2016 had met Trump. Hij nam tot haar totale verbazing de telefoon op en was zo verheugd met haar gelukwensen dat hij niet doorhad dat het gesprek de woede van China zou opwekken. Op 4 december tweette Trump dat hij niet begreep waarom hij China permissie zou moeten vragen om met een staatshoofd van een democratisch land te bellen. Ze vroegen de Amerikanen toch ook nooit om toestemming?

In Taipei waren de high fives niet te tellen. Trump is op dat elan doorgegaan. De contacten tussen de U.S.A. en Taiwan werden steeds warmer. Dit jaar bezochten twee Amerikaanse topambtenaren Taiwan. De ene kwam de pandemie-aanpak bespreken, de andere om een begrafenis bij te wonen. Je kan het niet echt hoogdiplomatieke manoeuvres noemen, maar in Peking was het een en al tandengeknars en machteloze woede. Het was van 1979 geleden, toen Washington de diplomatieke relaties met Taiwan verbrak en het communistische China erkende, dat er nog zo’n hooggerankte U.S.A.-ambtenaren Taiwan aandeden.

Enkele dagen geleden besliste Trump voor 4,2 miljard dollar wapens te leveren aan Taiwan. China heeft zich altijd al fel verzet tegen wapenleveringen en moet nu met lede ogen aanzien hoe de VS Taiwans Hedgehogstrategie – Taiwanese egels tegen Chinesese overmacht – opgezet om een Chinese invasie tegen te gaan, versterken.

42 percent van de Taiwanezen denken blijkbaar met Trump veiliger te zijn dan met Biden als president. 30 percent hebben meer vertrouwen in Biden, die beloofde de banden met bevriende staten nauwer aan te trekken. 28 percent van de Taiwanezen hebben ofwel (nog) geen opinie of willen liever terug naar de situatie met lossere banden met de Verenigde Staten. Niet zozeer om toenadering te zoeken met Communistisch China maar omdat ze bang zijn voor het slechtevriendensyndroom: Goed willen doen voor een vriend maar deze precies daardoor in een moeilijke situatie duwen.

Naschrift

Deze tekst verscheen, weliswaar in kortere versie, als column in De Tijd van 31 oktober 2020, vier dagen voor de Amerikaanse verkiezingen.

Video China

Vooraleer de trollen weer uit hun mollengraven komen: Taiwan betaalde mijn reis maar ik betaalde die voor Teergeliefde met eigen penningen. De vakantieweek natuurlijk ook.

Dat de Chinese machtshebbers niet kunnen lachen met contacten tussen ambtenaren (en politici) van Uno-lidstaten met Taiwan mocht mijn toenmalige collega van de FOD Buitenlandse Zaken, Dirk Achten, snel ondervinden. Ik was nog maar een paar dagen in Taipei of hij kreeg al bezoek van de Chinese ambassadeur, die hem zijn diepe ontgoocheling over het onrecht dat zijn land was aangedaan door het bezoek van een secretaris-generaal overbracht. Niet dat ze daar op Buitenlandse Zaken van wakker liggen. Het behoort stilaan tot de diplomatieke rituelen.

Het is merkwaardig dat de eerste Amerikaanse topambtenaar die Taiwan na 41 jaar aandeed, over Covid-19 kwam spreken. Taiwan telt amper coronadoden omdat het uiterst goed voorbereid was op een pandemie. Het rapport van de ambtenaar in kwestie – Health and Human Services Secretary Alex Azar – heeft, afgaande op de wijze waarop de Trump-administratie met de pandemie omgaat, naar alle waarschijnlijkheid het Witte Huis niet bereikt.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De Zucht Van Levinas

A sigh from the deepest well

You can tell a lot without saying a thing

A Sigh, Crowded House, Time on Earth, 2007

Toen procureur Ine Van Wymersch nog woordvoerder van het Brusselse parket was, kreeg ze op een vrijdagavond een telefoontje van iemand die haar vroeg naar haar jeugdhulpdossier. Van Wymersch dacht er eerst aan haar door te sturen naar de bevoegde dienst, maar hoorde toen een zucht. Een zucht van iemand die haar hele leven al doorgestuurd was. Ze besloot Elvire te helpen en kwam in een verhaal terecht van jeugdinstellingen, seksueel misbruik en volledige vervreemding van haar kinderen. Ze wil euthanasie maar wil ze niet vooral contact met haar kinderen?

‘Die zucht,’ zei Manu Keirse in ‘De wereld van Sofie‘, ‘is de zucht die de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas beschreef. Je hoort een appel van een ander zonder woorden en je neemt de ander als uitgangspunt bij het zoeken naar je eigen welzijn. Zulke woorden roepen gewoonlijk een ergerlijke patchoeligeur op bij mij maar niet als Manu die uitspreekt. Manu meent alles wat hij zegt. Toen ik tijdens de paars-groene coalitie kabinetschef was bij Frank Vandenbroucke, toen minister van Sociale Zaken voor de sp.a, had Manu dezelfde functie bij Magda Aelvoet, toen minister van Volksgezondheid voor Agalev. Al decennia maakten mensen met die twee ministerportefeuilles gegarandeerd en zeer publiekelijk ruzie. Dat wilden Frank en Magda absoluut vermijden. Ze vroegen hun kabinetschefs elke potentiële plooi onmiddellijk glad te strijken. Dat hebben we amper moeten doen, niet omdat de dossiers kreukelvrij waren, maar omdat Manu me lang voor ergens plooien konden gemaakt worden, had gecontacteerd. Manu kende toen al alle registers van de zucht van Levinas.Regeringsleden die voor ze een mogelijk probleem eerst deugdelijk doorspitten al met een half doordachte oplossing naar de media snellen, dat zal weer het lot zijn van alle federale ambtenaren de volgende maanden.Deel op Twitter

Mij was toen vooral de oh-my-Godzucht bij irriterend gedrag van een ander bekend. Die OMG-zucht is ook de Vlaamse Ombudsman Bart Weekers niet vreemd. Het overkwam hem toen hij de nieuwbakken staatssecretaris voor Consumentenbescherming, Eva De Bleeker (Open VLD), hoorde zeggen dat ze geschrokken was van de vele mails die ze tijdens haar eerste week in functie had ontvangen van mensen met klachten over garagepoorten en vliegtickets, en ze daarvoor direct een oplossing had: één webpagina die een overzicht biedt van alle ­instanties waar je met een probleem terechtkunt. Regeringsleden die voor ze een mogelijk probleem eerst deugdelijk doorspitten al met een half doordachte oplossing naar de media snellen, dat zal weer het lot zijn van alle federale ambtenaren de volgende maanden.

Zonder twijfel zijn tienduizenden OMG-zuchten aan ambtelijke monden ontsnapt toen kijkers hun ongeloof uitschreeuwden na de Pano-uitzending over de strategische voorraad mondkapjes die gewezen minister Maggie De Block (Open VLD) liet verbranden. Die langer opslaan vond ze te duur en bovendien had ze geen geld veil om een nieuwe voorraad aan te leggen. Ambtenaren weten dat bijna elke ministeriële beslissing – tenzij de uitrusting en de lonen van de eigen kabinetten – sinds 2008 met dezelfde bekrompen mentaliteit en miskenning van toekomstige gevaren werd genomen. Ambtenaren wisten al jaren dat elke regering sinds 2008 daardoor naliet de burgers te beschermen tegen misdadigers, natuurrampen, aanslagen, epidemieën, fijnstof, zelfdodingen, geestelijk lijden, armoede en verkeersongevallen, om maar enkele te noemen.

‘Het is wat het is’, zei De Block, die geen ontslag als minister kon nemen omdat ze het al niet meer is. Het zal haar hoedanook blijven achtervolgen. Maar natuurlijk nam ze die beslissingen niet zelf. Het werd haar ingefluisterd door haar kabinetschef. Een van de honderden ‘souffleurs van de Wetstraat’, zoals de politieke wetenschapper Pieter Moens (UGent) ze noemt.

Aan De Blocks voormalige kabinetschef zal niets blijven kleven. Misschien zit hij alweer op een ander kabinet. Daarvoor moet je immers niet slagen in een assessment. Gelukkig voor hem, want hij mislukte keer op keer in zijn poging directeur-generaal van de afdeling gezondheidszorg bij het Riziv te worden. Een post, die tot in 2018 ingevuld werd door Ri De Ridder. Die – de geschiedenis kan ironisch zijn – onderbrak zijn pensioen om kabinetschef van Vandenbroucke, nu minister van Volksgezondheid, te worden. Het zal alle ambtenaren die bij Volksgezondheid werken als muziek in de oren klinken. Ri is net als zijn baas geen man van halfbakken ideetjes, gaat respectvol om met administraties en hoeft niets meer te bewijzen.

En mocht je nu denken, Van Massenhove is natuurlijk uiterst lief voor zijn vroegere baas: Frank Vandenbroucke spreekt al jaren niet meer met mij. Misschien moet ik op een vrijdagavond eens een met veel zuchten doorspekt telefoontje naar Ine Van Wymersch doen.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 17 oktober 2020.

Video A Sigh

Jan Keij schreef een intrigerend boek over Levinas.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nieuwe bezems

We need a new broom

To sweep it all clean

We need a beat boom

We need a new scheme

‘New Broom’, Mr. Partridge (Andy Partridge, XTC), Take Away/The Lure Of Salvage, 1980

Stavros Kelepouris, de Wetstraatspecialist van De Morgen, tweette deze week dat ik het wel zal appreciëren dat het woord redesign geen enkele keer in het regeerakkoord voorkomt. Meer zelfs, beste Stavros, ik mocht met plezier vaststellen dat voor de eerste keer in twintig jaar geen wens voor een efficiënte overheid wordt uitgesproken.

En met Petra De Sutter (Groen) als minister van Ambtenarenzaken wordt naar alle waarschijnlijkheid gekozen voor een rustige en intelligente aanpak, voor een decent overleg met overheidsmanagers en voor een langeretermijnvisie. Dat zouden top- en andere ambtenaren na jaren van top-downbesluitvorming en misprijzen zonder twijfel erg smaken.

De Sutter heeft, blijkt na een vluchtige lezing van het regeerakkoord, zeer veel manoeuvreerruimte bij het bepalen van haar doelstellingen. Buiten dooddoeners als ‘de overheidsdiensten worden gemoderniseerd, gedigitaliseerd, gediversifieerd en vervrouwelijkt’ is het met een vergrootglas zoeken naar enige visie op hoe een ambtenarenapparaat er zou moeten uitzien in 2030.In het regeerakkoord is het met een vergrootglas zoeken naar enige visie op hoe een ambtenaren- apparaat er zou moeten uitzien in 2030.Deel op Twitter

‘De huidige crisis heeft ons geleerd dat een performant functionerende overheid van cruciaal belang is’, luidt de beloftevolle intro van het hoofdstuk ‘Overheid en ambtenarenzaken’. Daarna zou je een beschrijving van de toekomstige rol van de federale ambtenarij verwachten, of minstens een aanzet tot een oefening om die te verwoorden. Maar wat volgt, is ‘Daarom is de afbouw van de administratieve lasten voor de burger en de ondernemingen van primordiaal belang, o.a. door de digitale dienstverlening te verbeteren, het ontsluiten en het verder ontwikkelen van e-governmenttoepassingen, en het implementeren van snellere vergunningsprocedures en smart contracts met respect voor de wetgeving inzake overheidsopdrachten’. Natuurlijk moeten die dingen gebeuren, maar je kan het bezwaarlijk een visionair project noemen.

Anekdoten

Het werkstuk staat bol van goede ideetjes die jammer genoeg tot anekdoten van de res publica moeten worden gerekend. Ik ben opgetogen dat de regering de toekenning van de uitkeringen voor personen met een handicap zal moderniseren en het is goed dat de regering de functie en voorwaarden van de artsen in de federale overheidsdiensten zal evalueren en harmoniseren, maar moet dat echt in een regeerakkoord?

De Sutter wordt dus niet gehinderd door het regeerakkoord bij het uitwerken van een visie op het ambtelijk bestel, maar ze is natuurlijk alleen bevoegd voor ambtenarenzaken. Ze is geen minister met volheid van bevoegdheden voor de overheid. Ze zal, net als haar voorgangers, elk jaar opnieuw moeten smeken bij de staatssecretaris voor Begroting om de middelen voor haar verbeterplannen, om ze bij de eerste begrotingscontrole alweer geschrapt te zien.

Ze zal weken moeten onderhandelen met de staatssecretaris voor Digitalisering om een plan Administratie 3.0 erdoor te krijgen. Om dan met volle moed de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen te overtuigen van de afbouw van kantoorruimte van de overheidsdiensten waar thuiswerken de norm is geworden.Hopelijk begint Petra De Sutter niet aan een chasse-patateredesign van de overheid.Deel op Twitter

Het is niet echt bemoedigend voor een nieuwe minister, maar als ze het vertrouwen wint van het college van topambtenaren kan ze ondanks die hinderpalen een mooi parcours uitbouwen. Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.

Hopelijk begint De Sutter niet aan een chasse-patateredesign. Het woord mag dan wel niet opduiken in het document, het ruikt er erg naar wanneer het gewag maakt van ‘een vereenvoudigde structuur, met een rationalisering van onder meer het aantal instellingen’. Het gevaar dat er weer, zonder rekening te houden met bedrijfsprocessen en -culturen, fusies worden uitgedacht die voorspelbaar tot mindere prestaties en hogere staatsuitgaven leiden, is niet denkbeeldig. Voor je het weet, goochelt men weer met de term ‘schaalvoordelen’.

Ik raad minister De Sutter aan de hoofdstukken over fusies in Geert Noels’ boek ‘Gigantisme’ te (her)lezen. Spoiler alert: als er al schaalvoordelen zijn, dan wegen ze niet op tegen alle nadelen en kosten die fusies veroorzaken.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 3 oktober 2020.

Video New Broom

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kabinetskost


When it comes down to the facts

I laugh and walk away

Laugh and walk away

The Shirts ‎– Laugh And Walk Away, Single, 1979

‘Als je verkiezingen wint, krijg je veel geld per stem. Dat gaat naar partijpolitiek personeel, terwijl men dat geld zou moeten investeren in een neutrale studiedienst van het parlement. Onze leerprocessen zijn ontspoord. Daarom moeten kabinetten volgens mij drastisch afslanken’, zegt Marc Buelens, organisatie-expert van de Vlerick Management School. Daarmee sluit hij perfect aan bij de stelling van Guy Tegenbos. ‘Die (traditionele) partijen hebben alleen oude oplossingen voor de nieuwe uitdagingen, maar geven zichzelf zoveel geld en mankracht in partijsecretariaten en kabinetten, dat ze de stabiele krachten – de administraties, de overlegorganen en de langetermijndenkers – kunnen opzijzetten en zichzelf macht toe-eigenen. Ze zijn uitgeleefd, maar fokken hun tegenstellingen bovenmatig op om zichzelf in leven te houden’.

Zulke kritische geluiden over kabinetten hoor je wel meer bij mensen zoals Buelens en Tegenbos, die de overheidsadministraties vanbinnen en vanbuiten kennen. Je leest ze evenwel sporadisch in onze kranten. De huidige generatie Wetstraatjournalisten heeft nog amper contact met kabinetsmedewerkers, topambtenaren en ambtenaren op studiediensten, zoals Tegenbos die decennialang onderhield. Daardoor hebben ze weinig inzicht in welke rol kabinetten (niet) spelen. Daarom ontbreken in de lijst van te schrappen overheidsinstellingen waarin van oudsher de Senaat, de provincies en de ambtenaren prijken meestal de kabinetten.

Nochtans zijn kabinetten een prachtvoorbeeld van hoe verkeerd geïnvesteerd wordt in onze overheid. De meerderheid van de cabinetards zijn geen ambtenaren. Ze worden goed betaald. Een kabinetschef krijgt hetzelfde loon als een FOD-voorzitter, zonder assessment of proef vanzelfsprekend. Kabinetsattachés krijgen een loon waar ambtenaren alleen van kunnen dromen. In cabinetards wordt dus een aantal jaar zwaar geïnvesteerd, maar die investering komt bij andere werkgevers dan de overheid terecht. Uiterst zelden voegen cabinetards zich bij de rangen van de ambtenarij. Sommigen worden door de privésector opgevist, maar je vindt ze meestal terug in aanverwante of zuilorganisaties. De beteren kunnen aan de slag op de partijstudiedienst. Overheidsgelden die konden dienen voor het aantrekken van experts die levenslang hun opleiding, kennis en netwerken ten dienste stellen van de burger, gaan zo verloren.

In de cursussen politologie wordt ‘beleid’ de opdracht voor de kabinetten genoemd en ‘beheer’ een taak voor de administratie, maar dat is louter theorie. Er is een reden dat in ons land voor niets een plan is. Ministers en hun kabinetten doen niet aan langetermijnbeleid. Als er bij het aanvaarden van de functie al een voornemen van beleidsplanning was, wordt dat al snel door de waan van de dag en profileringsdrang naar de achtergrond verschoven.

Het is begrijpelijk dat kabinetsmedewerkers die al te goed weten dat hun kabinetscarrière mogelijk heel kort is zich niet te veel inlaten met dossiers die pas over tien jaar resultaten opleveren. Dus houden ze zich bezig met beheer en laten ze zich in met het werk van ambtenaren. Vijf jaar geleden schreef Tegenbos al: ‘Als men de managers van de overheidsdiensten niet meer betuttelt maar verantwoordelijkheid geeft, zullen zij nog wel efficiëntiewinsten vinden.’

Op de kabinetten werkt ook een aantal gedetacheerde ambtenaren, maar hun aandeel wordt met de jaren kleiner. Dat komt omdat ambtenaren almaar minder met politieke partijen willen geassocieerd worden, maar ook omdat hun promotiekansen bij terugkeer drastisch verminderd zijn. De tijd dat Herman De Croo zijn chauffeur als directeur op een ministerie benoemde, ligt al decennia achter ons. Promotie krijg je nu na een grondige selectie.

Niet dat alle kabinetschefs daar al van op de hoogte zijn. Ooit had ik te maken met een kabinetschef die een personeelsdossier blokkeerde. Daar bleken bij nader inzicht niet direct grote problemen mee te zijn. Dat was dus snel opgelost. Maar de man had, ‘natuurlijk totaal losstaand van dit dossier’, toch nog een vraagje voor mij. Of ik de twee mensen van mijn administratie die naar zijn kabinet waren gedetacheerd een promotie kon geven na afloop van hun opdracht. Ik was zo verbijsterd dat ik even niet wist wat gezegd. ‘Ach, ik zie dat je daar morele problemen mee hebt’, zei hij laatdunkend.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 19 september 2020.

Video Laugh And Walk Away

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Overheid 2.0

Sinan, And His Never Ending War Against the Bureaucracy Robots

Shalosh ‎– Onwards And Upwards, 2019

Natuurlijk moest u zich de jongste dagen verveeld, verbijsterd of geërgerd door alle corona- en Chovanec-artikelen werken. Daarom valt de berichtgeving in kleine letters nog amper op. Tenzij u een fervent volger bent van de website van Open VLD zal het pleidooi van de Antwerpse liberalen Christian Leysen, Marianne Verhaert en Willem-Frederik Schiltz voor een Overheid 2.0 u volledig ontgaan zijn. Jammer, want de meeste fouten tijdens de corona- en Chovanec-drama’s hebben naast de klaarblijkelijke incompetentie en criminele onzorgvuldigheid van sommige politici, ook het frequente falen van de overheid blootgelegd.

Niet dat het werkstuk zoveel nieuws bevat. Leysen & co. willen een overheid die er is voor de burger, niet voor zichzelf. Dat was in 1999 precies het onderschrift van het door premier Guy Verhofstadt (Open VLD) en ambtenarenminister Luc Van den Bossche (sp.a) opgezette Copernicusplan. Bij grondige lezing blijkt dat de drie liberalen ‘een moderne, innovatieve en klantgerichte overheid’ willen. Dus zouden ze ook wel instemmend knikken bij een zin als ‘Daartoe vereenvoudigt de federale overheid haar structuren, innoveert ze voortdurend, trekt ze de beste talenten aan en waakt ze over kostenefficiëntie en een kleiner overheidsbeslag.’ Het zijn flarden uit de regeringsverklaring van Michel I. Gelijkaardige voornemens kon je ook al lezen bij het aantreden van Di Rupo I en Bourgeois I.

Toch mag de voorzet van Leysen & co. niet bij de oude vormen en gedachten weggezet worden. Ze hebben duidelijk lering gehaald uit alle gefaalde overheidsredesigns van het verleden. Terecht hechten ze een groot belang aan ‘een autonoom en een sterk geresponsabiliseerd team van topambtenaren, met een duidelijke opdracht van de volgende regering, in het kader van een langetermijnplan’.

 

1. Langetermijnplan. Zoek de landen op die een min of meer geslaagde overheidsomslag hebben verwezenlijkt en je vindt een langetermijnplan dat door opeenvolgende regeringen is uitgevoerd. Het typevoorbeeld is Finland, dat met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie niet alleen de helft van zijn economie zag verdampen, maar ook tot de pijnlijke vaststelling kwam dat het overheidsapparaat geen antwoord had op de belangrijkste maatschappelijke noden. Over de partijgrenzen heen kwam een akkoord over een tienjarenplan tot stand dat scrupuleus uitgevoerd werd.  Een te volgen voorbeeld.

2. Een duidelijke opdracht van de volgende regering. In de 17 jaar dat ik voorzitter was, is geen enkele premier aan het college van topambtenaren zijn plan komen uitleggen. De reden: er was geen plan, er waren enkel intenties. In september 2014, midden in de onderhandelingen voor een nieuwe regering, stuurden de federale topmanagers een memorandum aan de onderhandelaars met de dringende vraag voor een langetermijnplan en de aanstelling van een minister voor de Overheid, die niet alleen minister van Ambtenarenzaken was, maar ook bevoegd voor het budget, de logistiek, de huisvesting en de informatietechnologie van de overheidsdiensten. De noodzaak om alle aspecten die bepalend zijn voor de efficiëntie van de overheid samen te brengen in één enveloppe is blijkbaar bij een paar fris kijkende politici doorgedrongen.

3. Autonome en geresponsabiliseerde topambtenaren. Met de Copernicusomwenteling werd de (top)ambtenaren ‘een ruimere autonomie’ beloofd. Van de beloofde controle na de beslissingen is nooit iets gekomen. Vooraleer een overheidsmanager iets kan uitvoeren, moet hij de goedkeuring krijgen van zijn minister, zijn inspecteur van Financiën, zijn vastlegger van kredieten en de minister van Begroting. De drogreden voor zoveel Kafka is de schrik dat budgetten overschreden zouden worden.

Er bestaat een veel eenvoudiger systeem om dat te vermijden. Stem een wet waarin staat dat overheidsmanagers die hun budget overschrijden om dringende reden en van ambtswege ontslagen worden. Topambtenaren zullen op de eerste rij staan om te applaudisseren. Want ze willen hun verantwoordelijkheid opnemen en ze willen daarop ook serieus geëvalueerd worden. Niet door ministers die mistevreden zijn over hun kabinetsmeubelen of die de zwartepiet voor hun eigen fouten aan ambtenaren willen doorschuiven, maar door een team van experts. En oh ja, schaf die kabinetten af. Ik weet het: dat kan niet, want het Copernicusplan deed dat al.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 5 september 2020.

Video Shalosh ‎– Onwards And Upwards, 2019

Topambtenaar in het land van slopende zaken. Uit 2011!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Tegen de dag

Friend, isn’t it so strange?

How the only things that change

Are the ones upon the surface

The restless moss upon the grave

Against the Day, Wolf Parade, Thin Mind, 2020

Tijdens de recente hittegolf zijn er 400 rusthuisbewoners meer overleden dan normaal voor die tijd van het jaar. Hebt u Wouter Beke, naar verluidt verantwoordelijk voor Welzijn in Vlaanderen, daar iets over horen zeggen? Niet dat we dat verwachten van iemand in wie zijn moeder beweert deugden te vinden die voor oplettende burgers niet meteen duidelijk zijn. De Vlaamse contacttracingdienst zou vanaf 11 mei zijn hoogstnodige werk doen. Gisteren zei hij vol trots dat zeker de helft van de te bellen mensen bereikt wordt. Ziedaar een man die een verkeerde afslag heeft genomen in het labyrint van de tijd en die nu zijn weg naar het moment waarop hij nog adequaat reageerde niet kan terugvinden. Het schetst een politicus van de vorige eeuw die heilig gelooft dat dingen altijd geleidelijk genoeg gebeuren om je de tijd te geven rustig af te wegen wat je moet doen.

De wetenschappelijke zekerheid dat we door de klimaatopwarming met steeds meer, langere en hetere hittegolven af te rekenen krijgen, en dat die – blijkt uit de niet coronagerelateerde sterftecijfers in woon-zorgcentra – zonder aangepast beleid kunnen leiden tot massale sterfte bij bejaarden, zet Beke er blijkbaar niet toe aan om een evaluatie te vragen van het warmteplan dat werd opgemaakt na de rampzalige zomer van 2003. Toen kostte een hittegolf 1.230 slachtoffers het leven. Er moet blijkbaar niet onderzocht worden of woon-zorgcentra erin slagen de kamers van de bewoners fris te houden. Dat is toch geen onbelangrijk element in een tijd dat de coronamaatregelen onze ouders en grootouders in kamers houden waar bijna nooit airconditioning of luchtventilatie is. Als die er wel zijn, werden ze uitgezet uit angst voor besmetting door de lucht. Verfrissing in de grote ruimtes met airconditioning kunnen bewoners van woon-zorgcentra niet vinden, want die zijn ‘ruimtevretend’ ingericht voor het familiebezoek. Een vriendin vertelde me dat ze een mondmasker ging halen op de kamer van haar vergeetachtige moeder en zag dat het er 32 graden was.

Beke vindt het ook niet nodig te onderzoeken of de beperkte bezoekregeling in woon-zorgcentra geleid kan hebben tot die hoge dodentol door de warmte. Jos De Smedt, coördinerend en raadgevend arts in woon-zorgcentra in de regio Heist-op-den-Berg liet in een artikel in De Standaard noteren dat ‘de vereenzaming niet onderschat mag worden. Dat weegt op de vitaliteit en levensdrang.’ Daar moet ik niet van overtuigd worden.

Gisteren in het woon-zorgcentrum, wachtend op mijn mama, die door de niet genoeg te prijzen verzorgers naar een plekje in de schaduw werd geëscorteerd, zag ik een oude man uit de lift stappen die bij het zien van zijn twee dochters uitriep: ‘Kapot! Kapot wil ik! Dit is geen leven. Ik wil geen eten meer. Ik wil geen pillen meer. Ik wil alleen koffie.’ Ik zag in de ogen van de hoofdverpleegkundige, ook getuige van het trieste schouwspel, een oneindige droefenis verschijnen die alleen het gevolg kan zijn van maandenlange blootstelling aan onpeilbare ellende. ‘We zien het vooral bij de meest levenslustige van onze bewoners’, zei ze toen ik haar bij mijn vertrek ging groeten.

Ik heb haar deze keer niet gevraagd wat ze dacht van de politici die er maar niet in slagen een regering samen te stellen. Hoogstwaarschijnlijk zouden ze – mocht er ooit een moment komen waarbij publiek gerouwd wordt voor iedereen die ons door corona ontviel – met de hoed in de hand even een moment van stilte in acht nemen, om dan als vanouds verder te kibbelen over iets dat aanzienlijk minder belangrijk is dan het leven en de dood.

In het zwijgen wordt Beke ruim overklast door zijn minister-president, de meest afwezige Vlaamse regeringsleider aller tijden. Jan Jambon zegt niet veel, en als hij spreekt, weet niemand wat hij bedoelt. Zeker de cultuursector niet, waarvoor hij naar verluidt bevoegd is. Dat in zijn achtertuin de Roma sluit, zal hem worst wezen. Natuurlijk weet hij dat de sociologische en maatschappelijke waarde van de Roma nog belangrijker is dan het culturele aanbod, maar het is net daarom zeker geen onderdeel van zijn ideologische canon. Hij stak geen poot uit om op de culturele plekken, de enige waar je nog soelaas kan vinden tegen alle corona-ellende, komaf te maken met de idiote 100-personenregel zonder onderscheid van zaalgrootte. De culturo’s die de meest sluitende coronaprotocollen opstelden, kregen daarvoor alleen de karakteristiek misprijzende grijnslach in ruil.  Daarop vertrok Jambon op vakantie met een signaal van Bengaals vuur, waarbij ironie misschien niet helemaal afwezig was. Tegen de dag dat we een slagvaardige Vlaamse en een volwaardige federale regering hebben, is van cultuur alleen nog brakke grond over.

Naschrift

Deze tekst verscheen op 22 augustus als column in De Tijd.

Video Against the Day

Mocht u me na lezing dezer verdenken van literaire talenten, dan moet ik u erop wijzen dat ik voor dit stukje tekstueel zeer vrijelijk heb gestolen uit Against The Day, een even magistrale als waanzinnige roman – hij schreef geen andere –  van de raadselachtige Thomas Pynchon.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vakantieafwezigheidsbericht

Return to sender, address unknown

Return to sender, address unknown

No such number, no such zone

Return To Sender, Elvis Presley, 1962.

In een even grappig als diepgaand stuk riep de techniek- en mediafilosoof Yoni Van Den Eede (VUB) deze week het automatisch afwezigheidsbericht uit tot de beste uitvinding aller tijden. Met hem onderschrijf ik de volgende stelling: ‘Een systeem dat je in ieder geval voorlopig vrijstelt van het vechten tegen de bierkaai van eindeloos binnenstromende microtaakjes moet geprezen en vereerd worden’. Vroeger was ik geneigd om in deze The Economist te volgen, die in 2017 na een breed vergelijkend onderzoek het doorspoeltoilet die felbegeerde titel toekende. Maar toen bleek dat Van Den Eede de titel specifiek aan de autoreply ‘out of office’ toewenste, werd ik voor het eerst in jaren The Economist ontrouw. Vooral de zin ‘Met de activering van de ‘out of office’ begint de vakantie echt, en ze eindigt pas als hij wordt uitgeschakeld’, klopt als een bus.

In de jaren dat ik voorzitter was van een federale overheidsdienst –  een opdracht die ik toen als waanzinnige rock-’n-roll ervaarde, maar eigenlijk een rustig kabelend bestaan was in vergelijking met wat de FOD-voorzitters nu doormaken – kon ik door die zalige autoreply wegschuiven in een gezapige vakantiemodus.

De rust in mijn hoofd werd bruusk weggeveegd als ik op de eerste werkdag na de vakantie geconfronteerd werd met de tien karrenvrachten mails die me wreed aanstaarden, sommige met verraderlijke rode kleuren die een extreme noodzaak uitstraalden maar die niet bleken te hebben. Het duurde dagen voor ik alles gesorteerd had in de deelboxen ‘weg’, ‘niet dringend minder belangrijk’, ‘niet dringend belangrijk’, ‘dringend en belangrijk’ en ‘dingen van de kabinetten’. De grootste deelbox was ‘herinneringen’.

Nadat ze gealarmeerd door mijn zuchten mijn bureau was binnengelopen (we begonnen pas in 2009 met het Nieuwe Werken), verloste mijn secretaresse me op een mooie augustusdag uit mijn lijden met een erg verstandige vaststelling: ‘Dat moeten we allemaal doen, Frank. Wat een verkwisting van honderden mensuren tijd en energie!’ Ik, die toen al lezingen gaf over efficiëntie, voelde me zeer aangesproken. Met een paar absurdistanen – ambtenaren die zich nooit zo noemen omdat ze anders en verfrissend denken – hebben we die heikele kwestie bestudeerd. We maakten een vakantieafwezigheidsbericht dat iedereen in de organisatie mocht instellen. Het luidde: ‘Goedendag. Ik ben met vakantie. Ik zal deze mail niet lezen. Niet tijdens mijn vakantie maar ook niet erna omdat de meeste berichten dan achterhaald zijn. Als u een dringende vraag hebt: XXX vervangt me. Zijn/haar e-mailadres is XXX. Als het niet dringend is maar uw bericht er nog toe doet op (datum) wanneer ik het werk hervat, verstuur het a.u.b. opnieuw met uitgestelde levertijd. Ik wens u een leuke vakantie als u die nog tegoed hebt.’

Op de eerste werkdag na de vakantie genoot ik, en met mij velen in de FOD, van het heerlijke moment waarop je de uitpuilende vakantie-inbox met de breedste glimlach ter wereld en met een druk op de deleteknop kon wegtoveren. Opmerkelijk hoe weinig mails met een uitgestelde levertijd je binnenkreeg.

Natuurlijk waren een paar mensen niet opgezet met ons vakantieafwezigheidsbericht. Ze vonden de boodschap agressief, arrogant en tekenend voor de ambtenarij. Op zulke klachten antwoordde ik steevast met een gedicht van Menno Wigman:

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed

Waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand

Of drie geloof ik meer en meer dat poëzie

Geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte

Die je met een handvol hopeloze idioten deelt.’

Gevolgd door: ‘Zo is het ook met efficiëntie. Warme groet.’

Vandaag zou ik dat niet meer durven. Covid-19 heeft te veel verdriet aangericht, maakt zoveel mooie gebaren onuitvoerbaar en slaat onuitwisbare kraters in onze harten. Daar moet geen mail die harteloos kan overkomen meer bovenop.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 8 augustus 2020.

Video Return to sender.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

(In)Voelen

So just open up your eyes, old man

Look who’s come to say goodbye

The sun has left the sky, old man

The birds have flown away

And no one came to cry, old man

Goodbye, old man, goodbye

‘Old man’, Randy Newman, Sail Away, 1972

‘Plots kan je hele leven omslaan. Ik staar een volle minuut naar de grond. Mijn wereld is ingestort. Zeg me wat ik moet doen. Ik wil veranderen. We kunnen ons aanpassen. We hadden toch altijd vertrouwen in elkaar? We kunnen zelfs een open relatie hebben als dat nodig is. Ik kijk naar haar, ze kijkt me aan, maar haar ogen glanzen alsof ze dwars door me heen kijkt. Dan sluit ze haar ogen voor wat een eeuwigheid lijkt. Dan kijkt ze naar haar voeten. Ik draai mijn handpalm omhoog om naar de lucht te kijken, raakt de onderkant van haar kin aan en zuchtte. Omdat ik me mijn leven zonder jou en mij niet kan voorstellen. Omdat er dingen zullen gebeuren die ik me niet kan voorstellen, dingen waaraan ik niet wil denken. Ondertussen zegt dat mannetje in mij: “Droog je ogen af, ik weet dat het moeilijk te nemen is, maar haar besluit is genomen. Overigens: er zit nog veel meer vis in de zee. Droog je ogen af, ik weet dat je haar wilt laten zien hoeveel pijn dit doet, maar je moet nu weglopen, het is voorbij’.

‘Er komt een geboortegolf en een echtscheidingstornado op ons af’, las ik die vroege ochtend, en net dan kiest mijn computer uit de miljoenen songs die ik mijn hele leven al verzamel die ene song die de verschrikkelijke menselijke tragedie weergeeft waarbij de ene partner aan de andere zegt dat het voorbij is. ‘Dry your eyes’ van The Streets, een groepsnaam die staat voor Mike Skinner, een briljante Britse rapper en muzikant. De computer beleeft blijkbaar zijn existentieel moment. ‘This is the happy house, we’re happy here in the happy house. To forget ourselves and pretend all’s well. There is no hell’, zingt Siouxsie van de Banshees vals opgewekt na de ijselijke beschrijving van Skinner.

Coïncidentie zou het woord van de dag zijn. We zagen na veel tijd vrienden. Iemand zei dat zijn dochter zwanger was, een ander dat zijn zoon beslist had te scheiden. Zijn vrouw was doodsbang dat ze haar kleinkinderen niet meer zou zien. ‘Dat is het lot van een op de vijf grootouders na een scheiding’, snikte ze. Iedereen voelde enorm mee met haar. We wisten dat ze een paar weken eerder haar moeder had verloren. In het rustoord van haar ma had corona heftig toegeslagen. Er waren geen mondmaskers en geen handschoenen.

‘Die waren er wel in het rustoord van mijn moeder,’ zei weer een andere vriend, ‘maar de drie maanden zonder contact hebben haar in complete dementie gestort. Dat ze uit haar kamer moest omdat haar gang een corona-afdeling moest worden, heeft ook niet geholpen. En ze verstond helemaal niet dat ze enkel haar dochter en geen van haar zoons zag opdagen wanneer eindelijk bezoek toegelaten was.’ Van alle aanwezigen was er maar een van wie de moeder – geen enkele vader was nog in leven – nog in haar eigen huis woonde. Ze had de hele crisis rustig meegemaakt. Was nooit haar huis uit gedurfd, maar had iedere dag een kind gezien

Wij, die onze mama in het rustoord hebben geplaatst, waren allemaal een beetje jaloers. Ook een beetje beschaamd. We waren allemaal zo druk in de weer geweest met ons eigen leven. Dus was er geen alternatief toen onze moeders hulpbehoevend werden. Maar zelf willen we nooit in het rustoord van onze moeder terechtkomen. Niet dat er een spat kritiek was op de verzorgenden in de rustoorden (niemand gebruikt het woord woon-zorgcentrum). Woede op onze tekortschietende beleidsmakers was er te over.

Dat weekend waren reconstructies verschenen over hoe de besluitvorming was verlopen in de woon-zorgcentra, en dat was niet van dien aard om de scherpte van de commentaren te verzachten. De algemene teneur was: natuurlijk was het voortdurend leren met een onbekende, dodende ziekte, maar helemaal onvoorbereid zijn en dan too little too late maatregelen treffen is onvergeeflijk.

Een vriendin fluisterde ‘en dat totale gebrek aan empathie van die politici, in een land dat 10.000 coronadoden kent’. De kamer ontplofte. Het was voor iedereen de belangrijkste vaststelling van de coronacrisis. De Crem had net zijn intussen beruchte woorden ‘De regel over het zich niet bewegend verplaatsen in parken is nog altijd van toepassing, de mogelijkheid om te verbaliseren ook’ uitgesproken. Maar van een aan repressie verslaafde, zelfingenomen kromprater had men niet meer verwacht.

‘Er is evenveel nood aan een structureel noodplan voor de geestelijke gezondheid van de Belg als voor de economie en de werkgelegenheid’, vond men. ‘Is het nu zoveel gevraagd om een dag van rouw uit te roepen voor onze ouders en vrienden’, vroeg de vrouw van de scheidende zoon. ‘Ja, maar dan met ziekenhuis- en rustoordenpersoneel en zonder politici op de eerste rij’, zei de oudste van de groep.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 13 juni 2020.

Video Old Man.

Video Dry Your Eyes

Video Happy House

Lees ook Luc Bonneux

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Donkerblauw

We people who are darker than blue

Are we gonna stand around this town

And let what others say come true?

We people who are darker than blue, Curtis Mayfield, Curtis 1970

Voor een keer waren de Wetstraat-journalisten het eens: met Egbert Lachaert kozen de liberalen voor een donkerblauwe voorzitter. Ik werd in een ver verleden door een allang vergeten journalist als donkerrood omschreven omdat ik bij Red Star Sluizeken voetbalde, een stelletje langharige, bebaarde wetswinkeliers en ander links-alternatief gespuis dat er een hels genoegen in schiep respectabele elftallen zoals Humo’s Onoverwinnelijke Elf in de pan te hakken. Frank Raes kan er nog altijd niet om lachen.

Red Star Sluizeken bestaat nog altijd. Een van zijn trotse dieprodetruidragers is ene Egbert Lachaert. De Red Stars hebben destijds over zijn kandidatuur even lang gediscuteerd als de Open VLD-partijtop in 2012, toen hij het als vrijwel onbekende en verschrikkelijk tegen hun zin opnam tegen de donkerblauwe Gwendolyn Rutten. Toen werd Lachaert geen partijvoorzitter, maar wel een Red Star. Omdat hij een grappige vent en een typisch product van het vrijgevochten intellectuele bastion Atheneum Voskenslaan was, en zich als OCMW-voorzitter in Merelbeke een bijzonder sociaal agerende manager toonde.

Wat bedoelen die Wetstraat-journalisten eigenlijk als ze iemand donkerblauw noemen? Hebben ze het over iemand die de overheid als een vijand ziet? Die meent dat de vrije markt de onbeperkte vrijloop moet krijgen, omdat zijn onzichtbare hand ons naar een stralende toekomst leidt en die elke belasting bestrijdt alsof het een aantasting van het VN-handvest is?

Dan is Egbert Lachaert even weinig donkerblauw als Conner Rousseau donkerrood is. Beiden zijn slachtoffer van het ééndimensionale profiel waarmee luie, elkaar naschrijvende Wetstraat-watchers opkomende politici wegschrijven. Mensen dreigen die etiketten voor waar te nemen als ze maar genoeg herhaald worden. Zelfs econoom Stijn Baert lijkt erin te tuinen. Je leest zijn totale verrassing als Rousseau in Knack met volle overtuiging ‘ja!’ zegt op zijn vraag: ‘Of vindt de sp.a net zoals ik dat het verschil tussen wie werkt en wie niet-werkt wel groter mag worden?’

Rousseau was er als de kippen bij om Lachaert geluk te wensen met zijn verkiezing. ‘Ik kijk ernaar uit om samen een nieuwe wind in de politiek te doen waaien’, tweette hij. Het was veel meer dan een beleefde groet. De twee voelen veel beter het DNA van de 21ste-eeuwse Vlaming aan dan de meeste van hun collega’s. Dat kan je niet van hun CD&V-collega, Joachim Coens, zeggen. Oudere leden en West-Vlamingen ‘kozen met hem een leider naar hun beeltenis en niet iemand die misschien de rest van de samenleving zou kunnen inspireren, zoals Sammy Mahdi’, laat Jan Callebaut optekenen in zijn en Ivan De Vadders recente boek. Dat is een gemiste kans. Niet alleen voor de CD&V. Het trio Sammy, Egbert en Conner had het potentieel de gemiddelde Vlaming weer vertrouwen te laten krijgen in zijn politiek personeel.

Nu de discussie over hoe je een land moet organiseren om aan iets als een pandemie het hoofd te bieden onvermijdelijk wordt, valt op dat Lachaert en Rousseau zich niet laten vangen aan een middelendiscussie (regionaliseren! federaliseren!). Ze gaan uit van een doortastende overheid tijdens crisissen en het subsidiariteitsprincipe in rustiger tijden. Misschien leggen ze daarmee wel de grondslag voor een volwaardige, compacte regering. Die niet alleen in coronatijden meer belang hecht aan expertise en wetenschappelijke evidentie dan aan enge partijbelangen, aftandse ideologie en schaamteloze postenpakkerij. Een ploeg die zich niet bezondigt aan micromanagement en zich dus beperkt tot de grote lijnen. Je hoeft geen donkerblauwe te zijn om een broertje dood te hebben aan de regelneverij van bemoeizuchtige ministers, die opleggen hoeveel minuten grootouders hun kleinkind mogen knuffelen en hoeveel kramen op een markt mogen staan. We hebben een compacte regering nodig met ministers die niet elke zin beginnen met ‘het is belangrijk dat’, maar die belangrijke dingen doen.

Lachaert en Rousseau kunnen het verschil maken. Niet alleen voor hun uitgewoonde partijen, maar ook voor ons politiek systeem, onze welvaart en ons welzijn. Maar gerust kan je er niet in zijn. Het partijvoorzitterschap kan rare dingen doen met mensen. Ik heb de meest beminnelijke, grappige en relativerende mensen in onverbiddelijke machtpatsers zien veranderen nadat ze de partij in handen hadden gekregen. Abraham Lincolns beroemde boutade ‘als je het karakter van een mens wilt leren kennen, moet je hem macht geven’, is op geen enkele mensensoort zo van toepassing als op partijvoorzitters.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van zaterdag 30 mei 2020.

Video We people who are darker than blue, 1970 versie

Video We people who are darker than blue, 1996 versie

In De Morgen van zaterdag 30 mei 2020 legt Egbert Lachaert uit hoe belangrijk Red Star voor hem is. “Mijn ploeg heet de Red Star Gent en is lang geleden opgericht door studenten van Amada (voorganger van PVDA, red.), zoals Frank Van Massenhove”, laat hij optekenen.

Close but no cigar.

De oprichters van Red Star waren heftig linkse mannen, maar geen ervan was toen lid van een partij. De meesten, waaronder uw dienaar, vonden alle uiterst linkse partijen sektarisch en humorloos. Niet dat we iets voelden voor de traditionele partijen: socialisten en liberalen verkochten hun ziel voor een paar ministerposten aan de machtswellustellingen van de vrouw- en homovijandige CVP en de Volksunie telde te veel collaborateurs. Bob Dylan’s devies was het onze: “Don’t follow leaders, follow parking meters.”

Aan de allang vergeten journalist gaf ik indertijd toe dat ik marxist was. Een Groucho Marxist, weliswaar. “I don’t want to belong to any club that will accept me as a member” is de enige regel van de leer. In die tijd wisten mensen nog wie de Marx Brothers waren. Toen de man en paar jaar later een door niemand gelezen boek uitbracht, stuurde ik hem een gele briefkaart met een andere Groucho quote: “From the moment I picked up your book until I put it down, I was convulsed with laughter. Some day I intend reading it.” Hij stuurde me een antwoord: “I never forget a face, but in your case I’ll be glad to make an exception (Groucho Marx)”. Heerlijk.

Alle nieuwe voorzitters van de traditionele partijen denken eraan om de partijnaam te veranderen. Terecht. Je wilt je toch niets voorstellen bij “Open Vlaamse Liberalen en Democraten”? Die a in SP.a, die dateert uit de tijd dat Groen nog Agalev heette en Steve Stevaert hen letterlijk als aanhangsel van zijn partij zag. En die ampersant in CD&V die volgens de toenmalige voorzitter eigenlijk belangrijker was dan de letters – hij heeft gelijk gekregen – is te belachelijk voor woorden.

Ik hoop dat de nieuwe voorzitters geen geld verkwisten aan kostelijke ontwerp- en communicatiebureaus die toch weer zullen komen aandraven met Wetstraatfähige namen die niemand begrijpt. Mijn raad: noem je zoals de dorpstraat je kent. Socialisten worden De Sossen, liberalen De Blauwen en CD&V wordt De Tjeven of gewoon weer CVP met als ondertitel: “Principes zijn als winden”, als hulde aan Gaston Eyskens. Voor de niet-kerkelijken, de volledige quote luidt: “Principes zijn als winden. Je houdt ze vast zolang je kunt, maar als je niét meer kunt, laat je ze heel stilletjes los. Zonder dat iemand het merkt”. De oude staatsman kende zijn klassiekers en dus ook Groucho Marx. Die zegde het hem al voor: “Those are my principles, and if you don’t like them… well I have others.”

Ach, Kaaiman. Ik ga je zo missen.

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties