Halisme

Space is the place,

In your face

Space is the place

Space Is The Place, Sun Ra, Space Is The Place, 1973

https://www.youtube.com/watch?v=dokLwszdUgY

 

Het is allemaal begonnen, of beter geëindigd, op 11 januari 2016. Die grijze maandag, de snoozende wereld moest nog wennen aan het nieuwe jaartal, sloeg het ochtendnieuws in als een splinterbom. David Bowie was dood. De man die de soundtrack bij mijn leven schreef was niet meer. Vanaf dan werd de rest van mijn leven een stille film. Het eerste wat ik ooit van hem hoorde was een singletje in 1967. “Will You Love Me Till Tuesday?”, zong hij en ik zei onmiddellijk “Yes!”. Ik was dertien en bereid van alle muziek en van iedereen te houden.

Niet omdat het de flower-powertijd was – ondanks mijn veelkleurige sjaaltjes had ik geen idee wat dit eigenlijk voorstelde – maar omdat ik een dromerige puber was. Alles en iedereen sloot ik onvoorwaardelijk in de armen en dus ook Bowie. Maar ik hield ook, naast de onvermijdelijke Beatles & Stones,  van The Bee Gees, The Kinks, Jimi Hendrix, Otis Redding, Engelbert Humperdinck en, toen nog zonder enige gêne, van Will Tura.

Toen in 1968 het kinderachtige Laughing Gnome uitkwam, had ik Bowie bijna uit de lijst gewist maar het jaar daarop blies hij alles en iedereen weg met zijn Space Oddity. Wonderbaarlijke muziek in een tijd dat the sky the limit was, economisch (de sixties waren tot 1972 golden), cultureel (Hugo Claus werd veroordeeld tot vier maanden cel omdat hij de Heilige Drievuldigheid in de vorm van drie naakte mensen op de scene zette), politiek (onder de kasseien lag het strand) maar vooral letterlijk: bijna iedere dag ging er wel een raket de lucht in, zo voelden we het toch aan.

Toen we met open mond naar de maanlanding keken, was het algemene gevoel “First we take the moon, then we take the universe”. “Space Oddity” en “Space Odissey”, de film van Stanley Kubrick gaven de toon aan en die toon was ook verrassend positief. Raar want noch de hit noch de film loopt goed af. Er komt geen antwoord meer op de vraag “Can you hear me, Major Tom?” en in de film vermoordt Hal-9000, een bijna menselijke computer, vier van de vijf ruimtereizigers. Dave, de enige overlevende ruimtereiziger, ontmantelt Hal, in één van de meest prangende moordscenes uit de filmgeschiedenis. Ik herinner mijn diepe ontroering als Hal, net voor hij de doodsteek krijgt, haperend en steeds trager het kinderliedje Daisy Bell zingt.

Nick Bostrom zal dit zonder twijfel als idiote sentimentaliteit afdoen. Hij is de directeur van het Future of Humanity-instituut, een van de vele wonderbaarlijke onderdelen van de universiteit van Oxford. In zijn boek Superintelligence voorspelt hij vele Hal’s. Voor hem is het een uitgemaakte zaak dat machines komaf zullen maken met het menselijk ras wanneer singulariteit toeslaat, het moment waarop de intellectuele mogelijkheden van robotten die van de mens zullen overstijgen.

De mens vormt met zijn nood aan slaap en voedsel immers de grootste belemmering voor totale efficiëntie. Bostrom beschrijft met bijna sadistisch genoegen de vele methodes die robotten kunnen gebruiken om de menselijke soort uit te roeien.

Al is de man een briljante filosoof aan een werelduniversiteit, toch ben je geneigd zijn voorspellingen als tweederangse sciencefiction af te doen. Maar hij staat zeker niet alleen met die ideeën. James Barrat interviewde tientallen artificiële-intelligentieonderzoekers voor het boek met de onheilspellende titel “Our Final Invention – Artificial Intelligence and the End of the Human Era” en komt tot dezelfde slotsom.

De beroemdste wetenschapper van onze tijd, Stephen Hawking, en, zeer verrassend Elon Musk, de Tesla-man en toeristische ruimtevaartentrepreneur, noemen artificiële intelligentie een gevaarlijker bedreiging dan nucleaire wapens of de opwarming van de aarde. Maar oef, The Economist, altijd voor op alle anderen, bestudeerde de dreiging van singulariteit grondig en kwam tot de rustgevende conclusie dat de mens slim genoeg zal zijn om een rode noodknop te ontwikkelen die de Hal’s van de toekomst op tijd afremt.

Die zekerheid heeft Yuval Noah Harari met een magistraal boek stukgeslagen. In zijn Homo Deus legt hij haarfijn uit hoe de mens stapje voor stapje de richting singulariteit ingaat. De voordelen van de volgende stap zijn te groot om er van af te zien. Ze leiden ons immers eerst uit het lijden en voeren ons vervolgens naar de onsterfelijkheid.

Net zoals we voor de zegeningen van de sociale media onze privacy, onze meest gênante foto’s en onze diepste zielenroerselen gedachteloos weggeven, zo verlaten we zonder het goed te beseffen ons homocentrisch wereldbeeld voor wat Harari het datacentrisme noemt, een wereld waarin niet het menselijk gen maar het zelflerende informatiesysteem de survival of the fittest wint.

Tot een jaar geleden had ik dit allemaal als klinkklare onzin afgedaan. Maar ondertussen werd een Russia-lover die niet in de vrije markt gelooft president van de Verenigde Staten, katapulteerde het Verenigd Koninkrijk zich terug naar een niet bestaand verleden, rijden we steeds meer met de auto dan met de fiets en maken we ons meer zorgen over gluten in ons eten dan over mensen in oorlogsgebieden.

Natuurlijk weet ik, via Rutger Bregman en Steve Pinker, dat er wereldwijd minder mensen honger lijden, dat we langer leven, dat er minder misdaad, geweld en oorlog is.

Maar toch is veel van de vooruitgangsgelover in mij, samen met David Bowie, doodgegaan.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd va 11 maart 2017.

Video Space Is The Place https://www.youtube.com/watch?v=dokLwszdUgY

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Voor de zot

r-7701724-1447020698-8492-jpeg

I want the money and the power

I want the money and the power

Vado – Money And Power, Slime Flu 5, 2015

“Hoeveel verdien je nu echt?“ Er gaat geen dag voorbij of ik stel die vraag. Het geeft je, heb ik geleerd, meer inzicht in hoe de wereld draait dan veel longitudinale studies. Gewone mensen – werknemers, kleine zelfstandigen of ambtenaren, het soort wezens die volgens Louis Michel  een ‘salaire de misère’ verdienen – vertellen het je zonder veel problemen. En zelfs na honderden hoeveel-verdien-je- nu-echts, blijf ik erover verwonderd met hoe weinig de gemiddelde Belg moet rondkomen.

Natuurlijk weet ik als baas van de FOD Sociale Zekerheid dat het mediaan netto maandinkomen in België 1.750 euro bedraagt maar als ik het hoor van een alleenstaande moeder met twee kinderen, voel ik mij, die behoor tot de 1% topverdieners van dit land, telkens weer pijnlijk op mijn ivorentorenplaats gezet.

Bij managers uit de privésector komt het antwoord moeilijker, maar als het ijs voldoende gebroken is, krijg je toch een bedrag te horen. En dat is in de meeste gevallen een stuk lager dan dat van een minister, parlementslid, burgemeester en zelfs schepen van een grote stad. Ik krijg dus de slappe lach als ik voor de zoveelste keer een politicus hoor zeggen dat ze het niet voor het geld doen “want anders had ik wel een job in de privésector genomen.” ‘(Geert Versnick was topvoetballer geworden).

Natuurlijk is er een klein kransje privémanagers die onwezenlijk veel geld verdienen maar hoeveel van onze politici zouden zo’n job aankunnen? Het gros van de politici die ik ontmoet heb zouden nooit door een assessment voor een job als overheidsmanager geraken. Een laffe want anonieme bron uit de regeringstop zal wel weer misnoegd zijn over deze bewering maar ik daag iedere Wetstraatpoliticus uit om zich door Selor te laten testen en de uitslag bekend te maken (transparantie was toch het buzzword deze week?).

De waarheid is dat de meeste mensen die onze parlementen en regeringen bevolken nooit zo’n hoge inkomsten zouden hebben als ze in de privésector zouden werken. Weinigen gaan in de politiek voor het geld. Maar velen blijven erin voor het geld. En te veel goede mensen gaan weg uit de politiek omdat ze walgen van hun graaiende partijgenoten.

Sommigen hebben blijkbaar tijd om naast hun eigenlijke opdracht, ook nog tientallen mandaten op te nemen. Eentje kan zelfs moeiteloos het ambt van schepen van de grootste stad van het land combineren met 42 mandaten. Stel dat de man 12 uur per weekdag werkt, dan heeft hij voor elk van zijn 43 opdrachten telkens 84 minuten vrij en dan moet zich nog supersonisch verplaatsen van de ene vergadering naar de andere en alleen broodjes eten.

Laat ons aannemen dat het schepenambt in een grote stad toch minstens een achturendag noodzaakt, dan heeft hij voor elk van zijn 42 mandaten wekelijks 28 minuten vrij, inclusief verplaatsing, voorbereiding, nabespreking en occasioneel etentje. Durven zeggen dat zo iemand elk van die opdrachten behoorlijk uitvoert is niet alleen getuigen van meer koenkennis dan mensenkennis (dat was briljant, Kaaiman) maar ook en vooral de mensen voor de zot houden.

“Politici moeten zoveel verdienen omdat ze zo hard werken”. So what? De mensen die bij ons de dossiers voor mensen met een beperking behandelen werken ook hard, de meeste politiemensen werken ook hard, de mensen die ons wijkkrantenwinkeltje open houden, slapen amper. In vergelijking met de inkomens van de politici die de afgelopen klaagden over de kritiek op hun hoge inkomsten, doen deze mensen het voor een habbekrats.

Natuurlijk “draaien” politici veel uren maar is dat altijd voor het algemeen belang? Winkels openen, eindtoespraken houden op congressen waar ze een verveeld publiek onderhouden met een door verveelde kabinetsmedewerkers geschrevenen en van clichés bolstaande speech en ontelbare vergaderingen bijwonen waar ze geen spat meerwaarde leveren maar er zijn omdat ze belangrijk zijn, kan je bezwaarlijk onderbrengen bij “het algemeen belang dienen”.

Overigens, mijnheer Michel, je komt er niet van af met gratuite excuses voor mensen in het onderwijs. Ga er eens een kwartaal gratis lesgeven voor je absolutie, beste Louis, dan zal je zien dat leerkrachten veel beter voorbereid het leslokaal binnenkomen dan parlementairen het parlement.

De meesten hebben, getuige de inhoud van hun parlementaire vragen, genoeg aan de lectuur van de krant van de dag om over de wereld na te denken. De mensen die op onze FOD de antwoorden voor die parlementaire vragen moeten opstellen, kunnen, op basis van ons krantenoverzicht, moeiteloos voorspellen welke vragen zullen gesteld worden. Ze wachten zelfs niet meer op de vraag om een antwoord te formuleren.

Maar men mag de verantwoordelijkheid van politici niet onderschatten, is de volgende tegenwerping. Et alors? Zou de verantwoordelijkheid van de treinleiders die deze week de catastrofale situatie in Leuven moesten managen niet even groot zijn? Zij deden het voor een derde van een parlementsgage (en zullen moeten werken tot hun 67ste voor een veel lager pensioen).

Een laffe want anonieme bron uit de regeringstop zal ook over deze beweringen misnoegd zijn maar ik daag iedere Wetstraatpoliticus uit om zijn agenda publiek te maken opdat de kiezer zou kunnen nagaan hoeveel tijd hij bezig is met de res publica en hoeveel met de rest (transparantie was toch het buzzword deze week?).

Het zal de burger ontgaan zijn dat niet Leonardo Da Vinci maar onze gemeentepolitici met de vele mandaten de uomini universali zijn van deze planeet. Zij weten namelijk alles van energieproductie en distributie, weten hoe het programma van de Vlaamse Opera er moet uitzien, kennen de laatste IT-ontwikkelingen, weten hoe de bulkhandel in havens moet verlopen en kunnen je feilloos uitleggen welke spin-offs onze universiteiten moeten exploreren want ze zitten in de beheerraden van de organisaties die hiervoor moeten instaan. Ze controleren er zogezegd de belangen van de gemeente, maar eigenlijk weten ze amper wat er omgaat en stemmen ze zonder enige navraag voor een belegging in fosforbommen.

Voor de goedbetaalde mandaten wordt stevig gevochten bij de coalitievorming. Ooit was ik verbijsterd getuige van een hallucinante discussie over wie van de twee kandidaten schepen zou worden en wie met een mooie boodschappentas mandaten naar huis mocht. De man die schepen werd, voelde zich fors bekocht.

Veel van die mandaten zijn niet of amper betaald, hoor je dan vergoelijken. Maar het is niet omdat er niet betaald wordt dat er niet veel gegeven wordt. Het jaarlijkse reisje naar een Europese stad (in alle citytripgidsen als the place to be aangeprezen), de etentjes in sterrenrestaurants en een Bose Soundlink of Sennheiser-koptelefoon als eindejaarcadeautje doen het verdriet voor het gemis aan zitpenningengemis snel vergeten.

Sommige mandaten zijn bijzonder gegeerd zelfs als er niets betaald of gegeven wordt. Ze stralen veel status uit. Veel politici zijn money-driven maar ze zijn nagenoeg allemaal status-driven. Als je het politieke landschap goed wil lezen, kan ik je aanraden om met Statusangst van Alain de Botton als stratengids door de Wetstraat en belendende parken te stappen.

Zoals steeds terecht, stelde Guy Tegenbos deze week dat je met politici  zelden goede raden van bestuur krijgt en pleitte hij voor raden van bestuur met niet-partijgebonden professionelen, en voor politici die professionals te laten controleren vanuit de gemeenteraden en schepencolleges. Dat we daar nog ver van staan bleek deze week weer uit een oproep van De Lijn, die 4 onafhankelijke bestuurders in zijn raad van beheer wil. Die zullen aangesteld worden door de Vlaamse Regering. Ook dit is de mensen voor de zot houden.

Een aantal politici pleiten voor het verder uitoefenen van hun beroep omdat ze toch voeling moeten houden met de wereld. Die wereld bestaat grotendeels uit lederen fauteuils rond met rozenhout ingelegde tafels, blijkt na lezing van de mandatenlijsten die politici ieder jaar bij het Rekenhof moeten neerleggen. Tussen onze politici zijn er niet veel die vaste vrijwilliger zijn in achtergestelde wijken. Meestal zijn ze advocaat (maar hoeveel keer staan ze in de rechtbank?) of professor (en hoeveel onderzoekswerk doen ze?).

Politici zorgen niet voor goed bestuur door in de wereld te staan maar goed over de wereld geïnformeerd te zijn. We moeten van politici niet verwachten dat ze in de prostitutie gaan om er de enorme menselijke problemen op te lossen maar wel dat ze hun oor te luisteren leggen bij wijkpolitiemensen, onderzoekers en hulverleners.

Dat bijklussen zorgt niet voor inzicht in de problemen waar ons land mee worstelt, laat staan voor het vinden van oplossingen ervoor. Anders was het fileprobleem al lang opgelost, want daar zijn nogal wat politici goed mee vertrouwd, al was het maar omdat dat stilstaan het rijden van de ene mandaatvergadering naar de andere zitpenningvergadering sterk bemoeilijkt.

Als je de jaarlijkse rapporten in onze kranten leest over onze parlementsleden, kun je alleen maar concluderen dat de politici met bijberoep die roepen dat ze niet wereldvreemd willen zijn minder goede punten krijgen dan hun collega’s die ze met dedain ambtenaar-politicus of beroepspoliticus noemen.

Het laatste argument om bij te klussen is dat het de politicus onafhankelijker maakt van zijn partij. Daar merkt je op donderdagavond anders niets van. Parlementairen stemmen braafjes wat hun partijleiding voorschrijft.

Mijn respect voor politici die hun loon en activiteiten beperken tot de opdracht die ze van de kiezer kregen en die zich bovendien bij het uitvoeren van die taak niet laten leiden door partij- of eigenbelang, is niet te meten. En neen, ik ben geen voorstander van een race to the bottom.  Zij mogen goed verdienen. Al is de 10.000 euro netto per maand die een Brussels minister, die toch maar een veredelde schepen is, toegeschoven wordt, er ver over. Ook dat is de mensen voor de zot houden.

Maar ik kreeg de groep niet-graaiende politici – een goede parlementair meldde me dat hun aandeel zo ongeveer 5% bedroeg – amper te horen de laatste weken. Ik hoorde vooral politici die ofwel pleitten voor het bijklussen of het fenomeen goedpraatten. Dat ondermijnt het vertrouwen in ons politiek personeel nog meer dan de graaischandalen zelf.

Naschrift

Deze tekst verscheen, teruggebracht tot 800 woorden, in De Tijd van zaterdag 25 februari 2017.

Dank aan Hans Caron die me tweette dat het meervoud van ‘uomo universale’ ‘uomini universali is. Ja, ik heb moderne humaniora gedaan.

Video van Vado’s Money And Power: https://www.youtube.com/watch?v=dOkyJs8lYBM

Fusie

Ik had het in deze blog ook over de problematiek van de te kleine gemeenten kunnen hebben. Burgemeesters of schepenen in gemeente van 15.000 inwoners verdienen erg weinig. De burgemeester van zo’n gemeente krijgt jaarlijks € 60 422 bruto maar toch moet hij de ganse dag in de weer zijn voor zijn inwoners. Een “gewone” job erbij combineren is dus moeilijk. Natuurlijk gaat zo iemand op zoek naar mandaten. Vroeger was dit ook het geval voor burgemeesters en schepenen van de grote steden. In de jaren negentig verdienden nogal wat burgemeesters van grote steden meer met hun mandaat in het Gemeentekrediet dan wat ze ontvingen voor het enorme werk dat ze verrichten als burgemeester. Je kunt je afvragen of in deze omstandigheden het belang van het gemeentekrediet niet meer behartigd werd dat dat van de eigen stad. Dat kan nu ook het geval zijn voor burgemeesters en schepenen van kleinere gemeenten. In vorige blogs heb ik de noodzaak van gemeentefusies naar voor geschoven. Nogal wat studies tonen aan dat er entiteiten van 100.000 inwoners nodig zijn om een draagkrachtige overheid mogelijk maken. Dat zou het probleem van “noodzakelijke mandaten” oplossen. Bijkomend voordeel zou zijn dat het aantal uitvoerende politici sterk verminderd wordt. Dat is toch wat onze premier wil? Schaf dan ook maar ineens overbodige structuren als Senaat en provincies af. Daar is politieke moed voor nodig. Maar er zijn maar weinig tekenen van moed aan de einder te bespeuren.

Media

Een aantal journalisten, daarentegen, voelden de essentie van de vertrouwenscrisis rond de graaicultuur aan. Een overzicht:

Wie leeft er hier boven zijn stand?

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170221_02744323?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67ede163f6dc20b31aaba606ad131414b9845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

http://www.tijd.be/tablet/newspaper_opinie/De_onverwachte_revolutionair.9864722-7316.art

http://www.tijd.be/tablet/newspaper_opinie/De_grijze_zone_tussen_publiek_en_privaat_heeft_flink_wat_zonlicht_nodig.9864721-7316.art

Even niet kijken en je belegt in fosforbommen

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170216_02735471?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67392d392087963cd288a995e6c7289922845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Pak het probleem bij de wortel aan

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170216_02735430?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea672feb80271935ffb503542ef6b1b2f344845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Hardleers en regentesk

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170215_02733664?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea6793c6fa7b5aa6f1e435e8eebab1e46081845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

 

De Bomen En Het Bos

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170214_02731628?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67bf5be99b10350c6be936bd425e47d418845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Gezwets in de Wetstraat, een j’accuse

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170223_02746588?shareid=8993f13ad93b85f7bf2af2c09cbaa9d3f54907b7a592cf53a8bd75ead5b1ea67e17159388f92c54209faa5b3c9cd8201845e99ed1cbf5ad8f289a1bcd461eb5e

Ben jij wel maagdelijk, mijn beste Frank?

Na deze j’accuse ligt het voor de hand dat ook mijn financiële situatie onder de loep wordt genomen. No need, het overzicht:

Maandelijks ontvang ik, als overheidsmanager, het enorme bedrag van 7.172,73 euro op mijn rekening. Dat is mijn enig inkomen. Ik zetel ook in de Stichting P&V (strijd tegen uitsluiting van jongeren), de vzw Egov (overheidsconstructie voor aanwerving IT-mensen), de vzw Beursschouwburg, het Festival van Vlaanderen (Gent) en Het Kunsthuis (Opera en Ballet Vlaanderen) maar ik weiger iedere betaling. Een paar keer per jaar ben ik aanwezig op de adviesgroep P&V. Daar worden zitpenningen betaald die omwille van rare fiscale redenen wel rechtstreeks moeten worden uitbetaald maar die stort ik onmiddellijk door aan een goed doel (dat wisselt van jaar tot jaar). Aan hetzelfde doel wordt de vergoeding voor mijn columns in De Tijd en de opbrengst van mijn eerste boek doorgestort. De opbrengst van mijn tweede boek is voor de ghostwriter, voor wie mijn dankbaarheid onmeetbaar is. Via Read My Lips doe ik presentaties die betalend zijn. De eerste jaren werd het geld rechtstreeks aan De Stiltehoeve gestort. Nu laat ik alle betalingen bij Read My Lips in een soort spaarrekening opstapelen die het mogelijk moet maken om bij het einde van mijn mandaat bij de FOD een stichting of andere constructie op te zetten, die de ideeën rond geluk op de arbeidsmarkt, die ik de laatste jaren heb ontwikkeld, moet ondersteunen.

Onafhankelijk

Ik ben kandidaat onafhankelijke bestuurder van De Lijn. Men zoekt iemand die expertise heeft inzake veranderingsmanagement in grotere ondernemingen. Ik kan ter zake wel één en ander voorleggen. De Vlaamse Regering, die over onafhankelijke beheerders zal beslissen, zou er zeker financieel goed aan doen om mij te kiezen want ik doe afstand van alle vergoedingen. De Vlaamse burger moet voor mij geen belasting betalen om me een vast jaarbedrag van 2929,13 euro, verhoogd met een zitpenning van 292,91 euro per bijgewoonde vergadering en terugbetaling van de verplaatsingskosten te gunnen. Ik ben curieus of de Vlaamse ministers me wel onafhankelijk genoeg vinden.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

AIgnost

mi0003347169

There’s heaven, then there’s somewhere else

And those that fall between the cracks and land upon their feet

Don’t Need You , Alejandro Escovedo, A Man Under the Influence, 2001

Déjà vu, maar vooral déjà entendu en déjà lu. De jongste maanden zijn dat de meest beklijvende gevoelens na gesprekken die iets langer duren dan een vluchtige ontmoeting. Al snel nadat het thema – dat een jaar geleden amper leefde – is aangesneden, worden de gesprekspartners believers of non-believers. En nee, het thema is niet Trump, maar de vraag of er nog werk is na de robotisering.

Het doet me denken aan 2006. Toen gebeurde net hetzelfde, maar ging het over ‘The Inconvenient Truth’.

Je geloofde in de boodschap van Al Gore of je verwierp ze met weerzin. Zelfs weerman Frank Deboosere, in wie ik een onwankelbaar vertrouwen heb, neigde naar een positie die dichter bij ‘ik moet het nog zien’ zat dan zijn huidige ‘je moet gek zijn of de president van de Verenigde Staten om daaraan te twijfelen’.

Mensen die twijfelden, waren zeldzaam, net zoals nu over de economische gevolgen van de robotisering. Dat had te maken met de conclusies van het ecologische geloof. Als de opwarming van de aarde echt zo acuut en menselijk aangedreven was, moest de wereld intens veranderen. Anders konden we vrolijk doorgaan.

Dat is de opvallendste déjà entendu als iemand het thema van de vierde industriële revolutie durft aan te snijden. Het gaat vliegensvlug over de gevolgen en opnieuw splitst de groep zich nog sneller dan de Rode Zee hen dat een paar eeuwen voor onze tijdrekening voordeed. ‘We moeten de causaliteit tussen inkomen en werk loslaten’, poneren de believers na luttele minuten, en al snel valt het woord ‘basisinkomen’.

‘Helemaal niet’, zuchten de non-believers. ‘Er zullen genoeg jobs gecreëerd worden, alleen weten we nog niet welke dat zullen zijn, zoals we tien jaar geleden nooit hadden gedacht dat er een groot tekort aan app-ontwikkelaars zou ontstaan.’ En voor je er erg in hebt, roept iemand ‘Keynes’.

Toen John Maynard Keynes in 1946 stierf, zal hij niet verwacht hebben dat zijn inzichten de wereld meer dan één keer zouden opsplitsen. In 1980 begon de oorlog tussen de keynesianen en de neoliberalen en die is zelfs na de bankencrisis nog steeds niet uitgewoed.

Op dit moment ontketent hij de vete over wel of geen werk in de toekomst.

In 1930, in volle depressie, gaf Keynes een lezing in Madrid waarin hij tot de totale verbijstering van alle aanwezigen verkondigde dat de grootste uitdaging van de mensheid er binnen een eeuw in zou bestaan dat we niet zouden weten wat te doen met onze vrije tijd. In 2030 werken we nog gemiddeld 15 uur, voorspelde hij.

Met dat inzicht is altijd de spot gedreven. Zeker toen bleek dat met elke industriële revolutie meer jobs vacant kwamen. Maar toen de berichtenstroom over massaal jobverval bij de ene bank na de andere verzekeraar niet leek te stoppen, begonnen de believers zich weer te roeren.

Het bericht dat de zakenbank Goldman Sachs haar aandelenhandelaars door computeralgoritmes vervangt, zal hun in hun geloof sterken. Je kan je afvragen of dat niet eerder het gevolg is van de derde industriële revolutie, de ‘gewone’ digitalisering waarbij machines perfecter en sneller werken dan een mens, dan wel van de vierde industriële revolutie, waarbij computers zichzelf zaken leren die niet door mensen zijn voorgeprogrammeerd.

Non-believers wijzen met pretoogjes naar de cover van het weekblad Knack van twee weken geleden: ‘Ze zijn er: jobs, jobs, jobs’, met ‘De oorlog om talent is begonnen’ als ondertitel. Maar ook daar kan je de vraag stellen of dat niet eerder het gevolg is van demografische factoren en van onze onvolmaaktheid om alle talent te ontginnen dan dat het een voorbode is van een Nieuwe Economische Wereld. Het kan non-believers toch niet ontgaan dat in de eerste jaren nadat James Watt de stoommachine had uitgevonden de mensen niet massaal de weg naar de fabrieken vonden? Integendeel, het aantal mensen dat thuis op traditionele manier de laatmiddeleeuwse versie van de maakeconomie bedreef, steeg aanzienlijk.

 

Zowel de believers als de non-believers begaan de fout in de tekenen van deze tijd al de zekerheid voor de toekomst te lezen.

Rond 2010 twijfelde ik niet meer aan de opwarming van de aarde. Wetenschappelijk onderzoek had me over de streep getrokken. Over de toekomst van werk in tijden van voortschrijdende artificiële intelligentie (AI) heb ik dat stadium nog niet bereikt. De argumenten voor en tegen zijn nog steeds punten van geloof. In AI ben ik (nog) agnost.

Maar van één iets is deze AIgnost wel zeker: de overheid zal weer te traag zijn, zoals ze dat ook was voor de vergrijzing en de opwarming van de aarde. Politici zijn soms goed in het oplossen van steekvlamproblemen, maar hopeloos in zaken die ze kunnen uitstellen.

Het wordt er natuurlijk niet beter op met het soort politici, variërend tussen onbetrouwbaar en gevaarlijk, dat verkozen wordt door mensen uit de lage en middenklasse die vroeger progressief stemden, maar nu intuïtief en electoraal de groep van de niet-werk- of slechter-werk-believers hebben vervoegd.

Misschien krijgt Keynes gelijk en nemen niet politici, maar betrouwbare robots de juiste beslissingen in 2030.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 11 februari 2017.

Video “Don’t Need You” van de schadelijk onbekende Alejandro Escovedo: http://tinyurl.com/jy8onpj

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Omzeepbrief

mi0004077673

Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth, Charlie Hunter, Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth, 2016

Het is weer zover. Onze kredieten worden nog eens met 4.479.000 euro verminderd. De ministerraad vindt namelijk dat de alle federale overheidsdiensten samen nog eens 500 miljoen moeten besparen. Natuurlijk noemt de regering dit geen besparing. Het heet, in tijden dat orwelliaanse newspeak overgaat in alternatieve feiten, “blokkering”. De kredieten voor de overheidsdiensten worden immers door het parlement vastgelegd.

Bruutweg stellen dat de uitvoerende macht lak heeft aan de scheiding van de machten, durft geen enkele regering. Dus werden overheidsdiensten al anderhalf decennium geconfronteerd met ankersprincipes, bevriezingen, onderbenuttingen en andere blokkeringen. Niet dat het onze parlementsleden veel gelegen is aan de checks en balances in onze rechtstaat. Ze laten de regering gewoon begaan.

Een goed jaar geleden toog een delegatie van FOD-voorzitters naar de premier met een simpele vraag: zeg ons gewoon over welke kredieten we écht zullen kunnen beschikken de volgende jaren. Ze werden vriendelijk ontvangen.

Van overheidsmanagers wordt verwacht dat ze een langetermijnvisie hebben maar dan moet je wel weten wat je middelen zullen zijn. Nu worden we om de zoveel maanden, en steevast na iedere begrotingscontrole en na de kleinste kritiek vanuit één of ander gezichtsloos Europees bureau, op de hoogte gesteld van iets waarvan de naam kan veranderen maar de aard niet: lineaire besparingen.

Klokvast volgt daarop, een paar maanden later, een ander ritueel: iedere FOD-voorzitter wordt door zijn minister (in mijn geval door 7 regeringsleden) gesommeerd met de vraag waarom er achterstand is in de dossiers, waarom mensen minutenlang een bezettoon horen als ze de FOD bellen en waarom een beleidsonderzoek nog niet is afgerond. Het antwoord “we hebben daar het geld niet (meer) voor” – wordt steeds op grote verbazing onthaald.

Want ook ministers zijn maar mensen en dus onderhevig aan magisch denken. Op het ogenblik dat het kernkabinet met een glimlach die geen enkele breedsmoelkikker gegeven is, zijn nieuwe begroting voorstelt, staat er niemand van dat eminente groepje stil bij de nuchtere vaststelling dat de beslissing de openbare dienstverlening zal aantasten. Het sluitstuk van de nachtelijke arbeid is immers altijd een bijkomende besparing bij de administraties.

Bij sommigen is het geen magisch denken. Het is denken dat die ambtenaren toch maar een bende luie zwanzers zijn. Dus kan de vijs maar beter aangedraaid worden door minder geld te voorzien voor ambtenaren en werkingskosten. De productiviteit moet gewoon omhoog, mijnheer. Juist, alleen zijn die ambtenaren niet lui maar werken ze soms nog met systemen uit de tweede IT-ijstijd.

Tot voor vorige week werkten de ambtenaren op onze FOD die instaan voor de dienstverlening aan mensen met een beperking, met het Tetra-systeem dat in 1987 ontworpen is en draait op Cobol. Als we een vaste brief aan 700.000 gerechtigden moesten sturen, werd die in machineschrift geschreven door een paar al lang gepensioneerde mensen die nog “Cobol spraken”. Jarenlang moesten we wachten op investeringskredieten voor nieuwe software en die kregen we dan nog onvoldoende. De rest werd gevonden door (nog meer) te besparen op onze werkingskosten.

Nieuwe technologieën kunnen ervoor zorgen dat je minder mensen en middelen nodig hebt, maar dan zijn er wel investeringskredieten nodig. Alleen, ook die verminderden constant. En geen klein beetje, in onze FOD zijn ze met 83% verminderd.

En toegegeven, vroeger werd door overheidsmanagers te snel geroepen dat het niet met minder personeel en middelen kon terwijl er in sommige diensten echt sprake was van een te lage productiviteit. Maar na 9 jaar genadeloze lineaire besparingen gaat het besparingsmes niet meer door het vet maar recht door vlees en bot en kunnen de kredietverminderingen niet meer door productiviteitsverhogingen opgevangen worden. Eén voorbeeldje: In 2010 behandelde een gemiddelde medewerker 653 dossiers van mensen met een beperking. In 2016 zijn dat er 1053, een productiviteitsstijging van 61%. In diezelfde periode ging het aantal mensen op die dienst met 38% naar beneden. Het aantal dossiers steeg ook nog eens met 12%. Denk je nu echt dat je die mensen nog een inspanning meer kan vragen. Neen, want dat is vragen naar ziekteuitval en burn-outs.

Onze mensen worden moedeloos. Ze zien dat hun laptops amper vervangen worden. Sedert 2010 is er 41 % bespaard op de werkings- en investeringskredieten van onze FOD.

Maar zelfs in deze regering die bemand wordt door vele partijen die om de haverklap roepen dat er te veel ambtenaren zijn, weet het gros van de ministers dat verdere lineaire besparingen nonsens zijn. Het wordt ons ook letterlijk gezegd. Maar de cijfers moeten gehaald worden. Dus wordt er verder blindelings bespaard en krijgen we om de zoveel maanden weer een omzendbrief van de staatssecretaris van begroting, door ons liefdevol “omzeepbrief” genoemd. Dat is de openlijke variant van besparen.

De staatssecretaris met die niet te benijden enveloppe heeft ook venijnige manieren om het doel te bereiken. Lang wachten met toestemmingen voor uitgaven tot het jaar voorbij is, bijvoorbeeld. De ironische vaststelling van dit alles is dat één lid van de regering (die van begroting) de andere leden (de vakministers) in feite saboteert.

Maar de belangrijkste vaststelling is een dieptriestige: geen enkele regering ziet in dat met de middelen die voorhanden zijn niet alles meer kan gebeuren wat vroeger is beslist. Een regering met visie en moed kiest om maatregelen te schrappen. Dat gebeurt niet en het gevolg is een oorlogstoestand tussen regering en administraties, terwijl de burger verdient gediend te worden door een eensgezinde overheid.

Naschrift

Video Everybody Has A Plan Until They Get Punched In The Mouth: https://www.youtube.com/watch?v=GxpC3A0eIhc

De oorspronkelijke auteur van deze heerlijke zin is Mike Tsyson, die nooit verlegen zat om een gevatte one-liner te verzinnen. Voorbeelden: https://www.youtube.com/watch?v=bysjFqxI1Mc en https://www.youtube.com/watch?v=rzfKnpg1bp0

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Magisch denken

r-8475147-1462331690-5533-jpeg

The Pauper And The Magician, Ari Hoenig, The Pauper And The Magician, 2016

In De Standaard van 19 januari (‘Overheid stuurt mensen met handicap van kastje naar muur’) wordt aangeklaagd dat mensen met een beperking telefonisch vaak niet terecht kunnen bij de FOD Sociale Zekerheid.

Dat is juist.

De slechte bereikbaarheid wordt gelinkt aan de manier waarop onze ambtenaren werken. “Zo werkt het personeel van de FOD sinds 2014 niet alleen op kantoor, maar ook thuis en op verplaatsing. Op die manier wou Van Massenhove de FOD Sociale Zekerheid ‘transformeren tot een moderne, efficiënte organisatie’ (…). Voortaan kunnen medewerkers kiezen wanneer en waar ze werken. Als de resultaten er maar zijn. Maar die resultaten zijn er niet” staat te lezen.

Dat is onjuist.

In 2010 behandelde een gemiddelde medewerker 653 dossiers. In 2016 zijn dat er 1053. Een cultuurwijziging die leidt tot een productiviteitsstijging van 61% kan je bezwaarlijk een mislukking noemen.

Hoe komt het dan dat de telefoon voor mensen met een beperking vaak niet wordt opgenomen? De reden is zeer prozaïsch: we hebben er de mensen niet (meer) voor. Bekijk de evolutie van het aantal personeelsleden bij de dienst die instaat voor alle dossiers van mensen met een beperking:

 

Eind 2009 Eind

2010

Eind 2011 Eind 2012 Eind 2013 Eind 2014 Eind

2015

11/

2016

01/

2017

489 473 443 432 416 400 377 336 297

Het aantal mensen ging in acht jaar tijd niet alleen met 38% naar beneden, het aantal dossiers steeg ook nog eens met 12%

De jammerlijke vaststelling is dat je met 38% minder mensen onmogelijk dezelfde dienstverlening kunt leveren. Door de sterke productiviteitsverhoging konden we nog behoorlijk lang én de meeste dossiers afwerken én nagenoeg alle inkomende telefonische oproepen beantwoorden. Maar nu is het plafond bereikt. De productiviteit nog verder opdrijven zou onvermijdelijk zorgen voor uitval wegens oververmoeidheid of burn-out. De eerste symptomen hiervan duiken al op.

Als manager moet je in zulke omstandigheden prioriteiten stellen: meer mensen aan de telefoon of vasthouden aan tijdige dossierafwerking.

De iets ouderen onder ons zullen zich herinneren dat de grote kritiek op onze dienst voor mensen met een beperking jarenlang over de duur van dossierbehandeling ging. In 2002 moesten mensen met een beperking 20 maanden op een beslissing wachten, in 2007 was dat teruggebracht tot 10 maanden. Dit werd indertijd terecht onaanvaardbaar genoemd. De huidige gemiddelde termijn van dossierafwerking is 4 maanden. We willen niet terug naar langere wachtperiodes en dus wordt de telefoon vaak niet opgenomen. Vroeger hadden we een callcenter, nu moeten onze dossierafhandelaars occasioneel de telefoon opnemen. Dat doen ze even zo goed thuis als op kantoor. Maar de dossiers gaan voor.

Bij dit soort vaststellingen worden doorgaans de verantwoordelijke regeringsleden en de zittende regering gewezen. Dit zou in dit geval niet correct zijn. Alle partijen die sedert 2008 de federale regeringen bemanden zijn voor de huidige toestand verantwoordelijk want ze kozen onafgebroken voor lineaire besparingen. Natuurlijk moest bespaard worden maar van politici mag verwacht worden dat ze prioriteiten stellen.

Moedige politici zouden bijvoorbeeld kunnen beslissen te besparen door de telefonische bijstand aan mensen met een beperking op te doeken. Nu wordt ononderbroken lineair bespaard waardoor die bijstand de facto wegvalt en de administratie de schuld krijgt voor een slechte werking. In die val is de krant getuind.

Ze wijst er wel  terecht op dat de terugval in het aantal personeelsleden door een ondoordachte en veel te snel uitgevoerde regionalisering van een aantal opdrachten onze dienst parten speelt. De werklast en het aantal telefoonoproepen zijn immers niet verminderd. Het is een reëel probleem maar niet de essentie.

De dienstverlening zal de volgende maanden nog om een andere reden een dipje krijgen: we schakelen over van een systeem dat dateert uit 1987 en nog op cobol draait, een taal die alleen nog bij IT-mensen met een respectabele leeftijd gekend is, naar een gloednieuw systeem. Dit impliceert een totaal andere manier van werken, vergt veel opleiding en veroorzaakt veel kinderziekten. Maar achteraf zal de dienstverlening nog professioneler zijn.

Onze mensen worden hierin sterk gesteund door de staatssecretaris maar zij moet, zoals alle vakministers, de wet van het magisch denken ondergaan: tijdens de begrotingsopmaak wordt door de kernregering met grote zwier een rode lijn door een pak kredieten getrokken. Bij terugkomst op het kabinet wordt met verbazing gereageerd op berichten over onuitvoerbare taken die hen vanuit alle administraties bereiken.

De enige oplossing voor onze problemen is meer personeelsleden. Maar dat zit er niet aan te komen. Deze week kregen we te horen dat onze kredieten nog eens met 4,5 miljoen euro worden verminderd.

Naschrift

Dit stuk verscheen als opinie in De Standaard van 27 januari 2017.

De video van The Pauper And The Magician: http://tinyurl.com/juuagyd

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Belgenmop

r-9287175-1477992591-6075-jpeg

I keep pushing and pushing and pushing myself to show

I keep pushing and pushing and pushing myself to know

I keep pushing and pushing and pushing myself to be

Another bigger and better me

Bigger And Better, Synje Norland, Who Says I Can’t, 2016

 

Vooreerst, lieve lezer, de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Oef, daar ben ik van af. Je kunt je niet voorstellen welke hekel ik heb aan die woorden, vooral omdat ze steevast gevolgd worden door “en vooral een goede gezondheid”, uitgesproken met een ernst alsof de uitspreker op dat eigenste moment en op die plaats tot dat diepzinnig inzicht is gekomen. Je weet niet hoe ik tracht naar februari, met het einde van nieuwjaarsrecepties, van stuntelige twee- of driekussendilemma’s en van half(f)lauwe cava.

Gelukkig gaat men dit jaar op de nieuwjaarrecepties die ik moet verduren in no time over op een gespreksthema waar ik me tot voor enkele weken helemaal niet aan had verwacht: gemeenteraadsverkiezingen. “Van welke politieke zwaargewichten verwacht je dit jaar verregaand verkassingsgedrag?”, “Geloof je echt dat burgerinitiatieven een rol zullen spelen?”, “Mag PVDA meespelen met SP.a en wat zal Groen daarvan vinden?”.

Ik heb vingers te kort om het aantal mensen te tellen die ervan overtuigd waren dat we dit jaar al onze nieuwe burgemeesters konden kiezen. Mocht ook u in de war zijn: de gemeenteraadsverkiezingen zijn pas voor volgend jaar en wel op zondag 14 oktober 2018.

Aangezien u nu genoeg inzage hebt in mijn gevoelsleven, zult u wel bevroeden dat ik in het najaar niet echt kan betrapt worden op overpeinzingen over de thema’s die de eindejaarsreceptie zullen beheersen, maar had u het mij gevraagd dan had ik zuchtend gezegd: “over of we echt gaan herfederaliseren, zeker?”

Want had het voetvolk van de CD&V, zeer tegen de zin van de top in, op het inhoudelijk congres van hun partij, niet aangedrongen op het terug naar het centrale niveau brengen van een aantal bevoegdheden? Was de Open-VLD niet al maanden aan het verzuchten dat de eenzijdige fixatie op nog meer federaliseren de zaken niet alleen nodeloos complexer maakte maar ook onnoemlijk duurder? Rik Daems toonde in een diepgravende studie overtuigend aan dat overheidsuitgaven sedert 1990 vooral toenamen omdat ons land te ver was doorgeschoten in de regionalisering van bevoegdheden. Politicoloog Dave Sinardet (VUB) en zijn collega’s van UCL  peilden parlementsleden naar hun Belgische dan wel nationalistische gevoelens, vonden enkel bij Vlaams Belang, de N-VA en een beetje bij CD&V nog enig animo voor een verdere regionalisering en kwamen tot de conclusie dat er sprake was van een “herfederaliseringsbocht”.

Maar zie, wie onze de steden zal besturen, dat is het voorjaarsthema. Hoe kwam die interessebocht tot stand? Ligt het aan de foto van Kris Peeters, die met een Koninckske in de hand, het bewijs leverde een echte Antwerpenaar te zijn? Of aan artikelen volgens dewelke Johan Van Overtveldt “absoluut zeker” of “nooit van zijn levens” rasechte Mechelaar zou worden? Of aan de plotse politieke maagdelijkheid van Johan Vande Lanotte die in zijn politieke nadagen de betrekkelijkheid van ideologie inziet en de weg van burgerinitiatieven wil inslaan?

Let wel, de discussie gaat over steden, niet over gemeenten. Het is bij mijn weten nog nooit vertoond dat een toppoliticus uit Antwerpen, Gent, Leuven of Mechelen bekend maakt electoraal te verhuizen naar pakweg Puurs, Kapellen of Jabbeke. Neen, de trek gaat steevast richting de stad. Het is een trend die, getuige het gemeenterapport van Het Nieuwsblad dat de kwaliteit van diensten van alle Vlaamse gemeenten mat, ook beter gevolgd wordt door de burgers. De belangrijkste vaststelling is dat kleinere gemeenten gemiddeld  een stuk minder scoren dan de grotere omdat hun beperkte capaciteit het gewoon moeilijker maakt om voor een goede dienstverlening te zorgen.

Na zo’n duidelijke vaststelling zou je van partijen en politici die ons bezweren dat men in belangrijke issues die de burger rechtstreeks aanbelangen nooit het partijbelang laat spelen en men enkel algemeen belang voor ogen hebben, toch verwachten dat men grote fusietrajecten uitzet? Niet zo, in ons land. Daar wordt het initiatief overgelaten aan de goodwill van burgemeesters. Soms zie je wel eens twee burgemeesters, lid van dezelfde partij, waarvan er eentje in 2019 op pensioen wil, afspraken maken voor een fusie. Het is één van de laatste Belgenmoppen in Nederland, waar men al langer bezig is met opschalen van gemeenten. Het grotere Nederland telt 388 gemeenten, België 589. De Regeernota Rutten II van 2012 stelt dat er op lange termijn enkel plaats is voor gemeenten van minstens 100.000 inwoners.

Achter de Nederlandse gemeenteopschaling zit naast een efficiëntievaststelling ook de strategisch keuze om wat voorheen landelijk werd uitgevoerd aan de steden over te laten. Stilaan begint die overtuiging ook onder Belgische en Vlaamse overheidsmanagers te groeien: regelvorming kan nog op hoger niveau maar beleidsuitvoering kan je beter overlaten aan grotere steden. En niet weinigen zijn er van overtuigd dat het hogere niveau niet meer België of Vlaanderen is, omdat ze, zoals Peter Hinssen in de laatste De Morgen van vorig jaar zo raak stelde, inzien dat nationale en regionale overheden amper nut hebben in “een wereld met globale economische spelers”.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 14 januari 2017.

De video Bigger And Better: https://www.youtube.com/watch?v=9FD3G9pjCHQ

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Predator

r-6498625-1430272294-5842-jpeg

The sky is gray

It’s like this everyday

The town is full of predators

That I’m turning into prey

Predator (feat. Styles P), Lloyd Banks, The Cold Corner 2, Mixtape, 2011

“Negen op de tien leerkrachten in het basisonderwijs zijn vrouwen. In het secundair onderwijs is dat zes op tien, lees ik. Ik word oud, denk ik. In de zestien jaar dat ik op de schoolbanken zat werd ik twee keer geconfronteerd met een vrouwelijke leerkracht. De onderwijzeres in het tweede leerjaar was er maar een paar maanden om een zieke onderwijzer te vervangen en toen er kort daarop een vacature kwam maakte ze geen kans. Niet dat ze het slecht deed, maar ze kon toch maar beter kinderen krijgen en thuis blijven. Dat ze eerst de interesse en daarna het peil in de klas spectaculair had doen stijgen, deed niet ter zake. In de Vrije Jongensschool van Zerkegem was in 1963 geen plaats voor een vrouw. En dat is jaren zo gebleven.

Ook op het college verschenen er alleen vrouwen in de klas als er moest worden schoongemaakt. En tijdens de vijf jaar rechten was er maar één van mijn 52 proffen een vrouw, de gevreesde Marthe Versichelen van het buisvak sociologie. In 1965 werd ze prof en was daarmee de eerste vrouw aan de Universiteit Gent die wist op te klimmen tot het gewoon hoogleraarschap.

Hoe zou de vrouw Marthe Versichelen gereageerd hebben op het “Advies van de commissie (seksueel)grensoverschrijdend gedrag aan de UGent”? Maar vooral, hoe zou de sociologe Marthe Versichelen gereageerd hebben op de virulente kritiek van opvallend veel  mannelijke proffen op het advies? Nu ja, op het globale advies zelf las ik geen enkele reactie. Het vitriool werd bovengehaald omwille van 18 woorden van het in totaal 6951 woorden tellende werkstuk en die stonden dan nog tussen haakjes: (zo wordt er naar gestreefd om maximaal te vermijden dat 1 op 1 gesprekken in afgesloten ruimtes plaatsvinden).

Misschien zou de sociologe Versichelen hun reactie niet echt wetenschappelijk vinden, maar eerder getuigen van misplaatst statusgevoel. Van haar leerde ik in 1973 niet alleen wat status betekende maar ook wat het doet met een mens. Als je het karakter van een mens wil leren kennen moet je hem status geven, zei ze. Toen had ik nog niet door dat het een versie van Abraham Lincoln’s beroemde gezegde over macht was.

De mannelijke proffen zuchtten dat ze in het advies voorgesteld werden als seksuele predidatoren. Als ze op oudejaarsavond door niet genoeg te prijzen politiemensen tegengehouden worden om te blazen, zullen ze hen zonder twijfel uitschelden voor vooringenomen idioten die in hen potentiële alcoholmisbruikers zien.

Ooit vroeg een prof me of in zijn vakgroep een sessie “hoe de taken verdelen” wilde verzorgen. Toen ik hem uitlegde dat de rollen en de rolverdeling (iedereen doet waar hij/zij het best in is) onderzocht zouden worden, en dus ook wie het hoofd/manager van de vakgroep hoorde te zijn, werd ik lieflijk de deur gewezen. Status en macht kunnen in de academische wereld moeilijk in vraag worden gesteld. Dat blijft ook uit het rapport. “Er is geen mogelijkheid om bottom-up commentaar te geven over het functioneren van de leidinggevende”, stellen de auteurs ervan vast.

Misschien zou de sociologe Versichelen de studente, laten we haar Sara noemen, die drie weken op onze FOD onderzoek verrichtte naar de gevolgen van onze werkwijze op de interne machtsverhoudingen aangespoord hebben om daar een doctoraat over te maken. Anders dan de Sara’s prof die haar net niet uitlachte toen ze met het voorstel kwam. Sara was geïntrigeerd door de bruuske daling in het aantal klachten over pesten in onze organisatie en had genoeg indicaties gevonden om de reden daarvan te vinden in de combinatie van het neerhalen van alle fysieke en veel machtsgerelateerde muren en het afschaffen van vaste werkplekken.

“Pesten begint met kleine misplaatste opmerking. Als dat gebeurt in een kantoortje met vier mensen kan dat escaleren, maar in een organisatie waar alles letterlijk zichtbaar is en waarin je je onmiddellijk kunt verplaatsen, blijft het bij die ene pestpoging. Dat wordt nog versterkt doordat de ambtenaren hun bazen kunnen evalueren.”, legde Sara me uit. Aan zoiets wetenschappelijks hebben de proffen die moordende kritiek hadden op de commissie Grensoverschrijdend Gedrag nog niet gedacht, gelet op hun emotionele uitval. Misschien zou de reactie evenwichtiger zijn als universiteiten de trend van vervrouwelijking in het onderwijs volgen. Nog maar een vierde van al onze proffen zijn vrouwen.

Overigens, met Professor Versichelen  had ik een nog een lang gesprek na het afleggen van mijn examen. Ik was haar laatste examinandus die dag. Ze had tijd, was erg ontspannen en zeer geïnteresseerd in de reactie van haar mannelijke collega’s op mijn uiterlijk. Toen had ik een haardos en een baard die me in staat stelde naakt op straat te komen zonder van exhibitionisme beschuldigd te kunnen worden. Het gesprek had plaats in een voor die tijd zeer eigentijdse omgeving: 1 op 1 in een afgesloten ruimte. Ik heb warme herinneringen aan het gesprek.

Maar een vriendin van me ontsteekt 43 jaar na datum, in no time in staat van uiterste woede wanneer ze herinnerd wordt aan haar onderhoud met een prof van het andere buisvak, economie, die van meisjes eiste dat ze jurkjes moesten dragen als ze bij hem examen aflegden. Misschien zijn haar gevoelens wel belangrijker dan die van proffen die niet als predatoren willen gezien worden en dat hoogstwaarschijnlijk ook niet zijn, maar door hun houding wel de omgeving creëren waarin de echte predatoren zich moeiteloos kunnen ontplooien.

Naschrift

Dit is de longread van de column die in De Tijd van 31 december 2016 verscheen.

De video van Lloyd Banks Predator: https://www.youtube.com/watch?v=sniDwNT-rmc

Precies een jaar geleden schreef ik op dezelfde plaats en over hetzelfde onderwerp mannelijke eigendunk en houding tegenover vrouwen: https://frankvanmassenhove.org/2016/01/17/hybris/

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen