Enkelband

kinks

I’m sitting in my office

In the metropolis

I’m just part of the scenery,

I’m just part of the machinery.

Chained to my desk on the 22nd floor,

I can’t break out through the automatic door,

I’d jump out the window but I can’t face the drop

I’m sitting in a cage with an eye on the clock.

Rush Hour Blues, The Kinks, A Soap Opera, 1975.

Tot mijn uiterste verbazing blijk ik, getuige het lijstje in The Power People, het nieuwe boek van Ivan De Vadder, te behoren tot de veertig machtigste mensen in Vlaanderen. Je kunt me bezwaarlijk macht toeschrijven, maar macht heeft een neefje dat invloed heet, legde de auteur uit in De Wereld Vandaag. Nagenoeg alle niet-politici in de lijst wordt vooral invloed toegeschreven. Mijn invloed zou zijn dat ik mensen anders leerde kijken naar werk en hoe het te organiseren. De basis van alles is: tevreden werknemers.

Maar als ik al invloed had, dan is die sterk tanende.  “Autonomie van werknemer neemt af, tevredenheid ook”, meldde Eva Berghmans deze week in De Standaard. “22 procent van de Belgische werknemers is ontevreden. Dat blijkt uit een bevraging van de HR-consultants van SD Worx. In 2009 was slechts 17 procent ontevreden.” Heel wat mensen hebben het gevoel dat ze niet zelfstandig genoeg kunnen werken. De 9 to 5 dwingelandij maakt hen doodongelukkig.

Verleden week stelde de SP.a voor mensen te belonen om uit de file te blijven. Onmiddellijk reageerde Annick De Ridder (N-VA). “Die partij lijkt te vergeten dat zeer veel mensen de keuze niet kunnen maken voor glijdende uren, maar aan vaste uren gebonden zijn.”

Jammer genoeg klopt deze stelling maar je kan ernstig twijfelen aan de onvermijdelijkheid die eruit sprak. Natuurlijk zijn er functies die je enkel op vastgestelde uren kan uitvoeren. Maar de grote meerderheid van de functies in ons land waar de desindustrialisering snoeihard toesloeg en waar de meeste mensen in de kenniseconomie, zeg maar met de computer, werkt, hoeft het terugbrengen van de werkuren tot 9 to 5 niet meer.

De Ridder en vakbonden, in deze verrassende bondgenoten, zien systemen van glijdende uren als alternatief voor het vaste urenwerk. Dat was misschien zo in de jaren tachtig maar nu is het hopeloos achterhaald. Volwassen kennisorganisaties maken goede afspraken met hun werknemers over de resultaten en laten hen toe te bepalen wanneer en waar ze werken.

Op mijn tweet “De meeste mensen zouden kunnen werken buiten 9 to 5 maar mogen niet van hun werkgevers die even conservatief zijn als hun vakbonden”, kwamen er woedende reacties. Dat ik niet door had hoe flexibel KMO’s wel waren en hoeveel waardering de werkgevers wel overhadden voor hun mensen. Dat kan ik, na vele bezoeken in het rijke veld aan KMO’s dat ons land rijk is alleen maar bevestigen. Maar die flexibiliteit is vooral gericht op productvernieuwing. Op het vlak van werkregeling zie je vooral verkrampte reacties. Werkgevers blijven vasthangen aan de prikklok, die nochtans alleen maar aangeeft dat iemand geprikt heeft en zich mogelijkerwijze in het bedrijf bevindt. Hoe hard het ook klinkt: er is een tekort aan vertrouwen.

Heel dikwijls krijg je te horen dat vrijlaten wanneer je werkt niet voor iedereen kan, dus kan het voor niemand. Alsof het gelijkheidsdenken regel zou zijn in organisaties. Zo hoeven nagenoeg alle kaders niet te prikken. Diezelfde tendens zie je ook wanneer organisaties thuiswerk overwegen. Ze stellen zich de vraag “Wie kan thuiswerken?”. De hoger geschoolden en het kader is het verdict. De rest kan je niet vertrouwen. Werkgevers moeten zich een andere vraag stellen “Welke functies kan je ook buiten de werkplek uitvoeren” en dan de vrijheid laten aan de werknemers om het al dan niet te doen.

Overigens, de meeste bedrijven die thuiswerk toelaten vinden dat mensen ook thuis van 9 tot 5 moeten werken. Dan is op het kantoor werken de gevangenis en thuiswerken de enkelband. Bovendien mag je maar 1 of 2 dagen thuiswerken. En dus staan die mensen drie keer per week in de file.

Je hoef geen MBA gehaald te hebben om te begrijpen dat alleen tevreden mensen de betere prestaties leveren en voor innovatie zorgen, maar toch slagen werkgevers erin systemen te bouwen die hun werknemers steeds minder tevreden maken. Het ligt aan de arbeidsreglementering, zeggen ze steevast. Die is inderdaad totaal achterhaald. Maar als je toch zo flexibel bent, dan vind je toch een oplossing? Als het lingeriebedrijf Van de Velde en zelfs een ministerie het kan, zal het wel geen rocket science zijn, zeker?

Naschrift

Video Rush Hour Blues: https://www.youtube.com/watch?v=si1HCtAE73M

Na een twittergesprek met @deVervecken alias Herman Vervecken veranderde ik de zin “Je hoef geen MBA gehaald te hebben om te begrijpen dat alleen tevreden mensen de goede prestaties” in ” Je hoef geen MBA gehaald te hebben om te begrijpen dat alleen tevreden mensen de betere prestaties leveren en voor innovatie zorgen”. Ook ontevreden mensen kunnen goede prestaties leveren, mazar het is te betijfelen of het lang blijft duren. Bedankt, Herman.

De correspondentenreeks van Eva Berghmans in De Standaard is bijzonder aanbevelingswaardig:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20150922_01881718

http://www.standaard.be/cnt/dmf20150922_01881520

Over Frank Van Massenhove

Ik ben wel Voorzitter FOD Sociale zekerheid maar de blog verbindt alleen mezelf. Volg mij op Twitter: @FVMas
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Enkelband

  1. Vanochtend op de trein naar m’n werk heb ik in De Standaard gelezen over “Power People” van Ivan De Vadder en ik moest onwillekeurig aan U denken. Blijkbaar niet zonder reden. Want U bent inderdaad rijk aan invloed en dus invloed-rijk.

    Ons gesprek van enkele maanden geleden indachtig, ben ik thans opnieuw gaan studeren aan de UA (om een specifieke lerarenopleiding te gaan volgen).

    Ik hoop dat ik in dat kader eindelijk die “Triple Focus” eens in de praktijk zal kunnen omzetten, al was het maar via deelname aan het “leeronderzoek binnenklasdifferentiatie”.
    Dat komt er m.i. op neer dat de leerkracht ermee rekening houdt dat “ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is”: “Elke leerling is namelijk anders op het vlak van leertempo, soort geheugen, intelligentie, voorkennis, faalangst, motivatie, leerstijl, concentratievermogen, leeftijd, gender, cultuur, religie, socio-economische status, fysische eigenschappen en interesses.” (Masterproef van Stéphanie De Bruyne (UGent – Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen – Academiejaar 2012-2013))

    Een “triple focus” (de titel van een boek van de hand van D. Goleman, de grondlegger van alles wat met Emotionele Intelligentie te maken heeft, en P. Senge, de auteur van alles wat met Lerende Organisaties en Lerende Scholen te maken heeft) zal hierbij zeker van pas komen.

    Die “triple focus” houdt rekening met:
    i) het eigen innerlijk: inzicht in eigen functioneren van leerkracht en leerling (iedere leerling afzonderlijk?);
    ii) het afstemmen op anderen of empathie tonen: in staat zijn andermans realiteit te begrijpenen die te zien vanuit diens perspectief in plaats van vanuit onze eigen realiteit;
    iii) het begrip van de ruimere (leef)wereld, de manier waarop systemen met elkaar interageren en netwerken van onderlinge afhankelijkheid creëren (ongeacht of deze interactie zich nu afspeelt binnen een gezin, een organisatie of de hele wereld).
    “Social and Emotional Learning” of SEL is hierin een sleutelbegrip.

    Ik zeg U dit omdat U in uw blog (veel) interesse aan de dag legt voor “levenslang leren”. Het relatief dun en dus zeer leesbaar boek “The triple focus” is in dat kader zeker een aanrader.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s