Briefworstelling

The Department Of Dead Letters, David Sylvian, Manafon, 2009

Toen Serge Kubla een paar weken geleden voor de Kazachgate-commissie moest verschijnen, was hij bijzonder verwonderd vragen te krijgen over zijn brief aan de voorzitter van de commissie Naturalisaties. Daarin had hij aangedrongen om het verzoek tot naturalisatie van Chodiev ‘met welwillendheid’ te benaderen. “Mijn vrouw en ik waren bij Chodiev op de koffie geweest, zoals dat gaat tussen buren. Hij had me gezegd dat hij de Belgische nationaliteit wilde, omdat hij door zijn afkomst voor elke reis een visum moest aanvragen. Ik heb hem gezegd dat ik een brief zou schrijven naar Eerdekens. Zoals ik in die tijd honderden brieven schreef voor mensen die werk of een sociale woning zochten. De commissie Naturalisaties kreeg tientallen zulke brieven, en die zijn allemaal verticaal geklasseerd” (De Standaard 9 maart).

Als hij zo’n veelschrijver was, dan zal ik indertijd ook van Kubla wel eens een aanbevelingsbrief gekregen hebben om iemand aan werk te helpen in onze Federale Overheidsdienst. Iedere maand vielen er tientallen zulke smeekbedes in onze brievenbus. In alle formaten, in alle kleuren, van alle partijkleuren ook, en steeds werd mijn “welwillendheid” gevraagd. Ik werd er pisnijdig van. Dachten die briefschrijvers nu echt dat ik zo’n corrupte vent was die wel oren had naar politieke of andere voorspraak, mogelijk met de idee dat er ooit wel iets terug zou vloeien? Dachten die mensen werkelijk dat er ambtenaren louter willekeurig gerekruteerd werden?

Neen, bleek na een aantal telefoontjes die ik pleegde met een paar van die briefschrijvers. Net als Kubla, gingen ze er van uit dat de brieven verticaal geklasseerd zouden worden. Maar ze verwachtten wel een vriendelijk antwoord, liefst iets in de trant van “de kandidatuur van uw beschermeling zal met de grote zorg behandeld worden”. Dan konden ze een kopie van de brief naar hun beschermeling opsturen. De ganse brievencarrousel werd dus opgezet zonder enige hoop op tewerkstelling maar met grote hoop op een stem bij de volgende verkiezingen.

Toen ik een kleine Zerkegemnaar was hoorde ik geregeld dat iemand die vergeefs op de goedkeuring van zijn pensioen wachtte de raad kreeg de burgemeester op te zoeken want die kende wel iemand in Brussel die hem kon helpen. Volgens de overlevering hield een pensioenambtenaar het pensioendossier on hold tot hij een signaal van de burgemeester kreeg. Deze laatste werd overladen met warme bedankjes bij de eerste storting van het pensioen en wist zich verzekerd van de stem, niet alleen van de pensioengerechtigde, maar van de uitgebreide familie. De Brusselse ambtenaar wist zich verzekerd van een maandelijkse kist sigaren en wijn. Iedereen tevreden. Ik ben er nooit achter gekomen of het verhaal echt of apocrief was, maar met de jaren borg ik die verhalen op in de map “Zerkegemse stadsverhalen”.

Toen ik, vele decennia later, als baas van een overheidsdienst, kennis maakte met de brievencarrousel rond tewerkstelling, bekroop me de vraag of ik de kwestie niet te snel verticaal geklasseerd had.

Om een einde te maken aan de brievenfarce, kreeg de politicus een antwoordbrief met een nette uitleg over de objectiviteit en neutraliteit van onze aanwervingspolitiek. Maar dat was zonder de waard gerekend. Ook die brief werd netjes doorgestuurd naar de beschermeling als bewijs dat de politicus zich hard voor hem of haar had ingezet.

Onze snode tegenzet werkte wel. We stuurden de beschermeling een kopie van de brief aan de politicus met de bede het geld van de belastingbetaler niet meer te verkwisten met het nodeloos over en weer sturen van brieven die alleen maar de indruk wekten dat we in een corrupt land leefden.

De beschermeling kreeg de aanbeveling geen tijd meer te verliezen op het sociale dienstbetoon van een politicus maar die tijd eerder te besteden aan een goed doorwrochte kandidatuur bij Selor. De brievenstroom stokte onmiddellijk maar mijn telefoon stond roodgloeiend. Ergens moet er nog een klein notitieboekje liggen met de meest voorkomende verwensingen en bedreigingen. Een literair bevlogen oud-politicus bedacht me met het epitheton “lafhartige drekhond”. Zalige tijd.

Een paar maanden geleden liep ik hem tegen het lijf in een goed restaurant. Toen ik hem aan zijn uitspraak herinnerde, keek hij eerst zorgelijk en begon daarna stilaan te glimlachen.  “Echt?” vroeg hij en toen ik knikte, begonnen we alle twee onbedaarlijk te lachen. Ouder worden is minder erg dan ik vroeger dacht.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 25 maart 2017.

The Department Of Dead Letters: https://www.youtube.com/watch?v=Ztiruk9E4Wo

David Sylvian, you love his voice or hates it. Maar iedere échte muziekliefhebber moet vallen voor zijn (instrumentale) muziek. Daarom (en natuurlijk vooral voor de heerlijke titel) koos ik dit nummer. Als is het is, zelfs voor Sylvian’s doen, erg experimenteel en daarom misschien te lastig voor menig oor.

Misschien eens luisteren naar Ride: http://tinyurl.com/mmwuxmf

Dit is een outtake van zijn album “Secrets of the Beehive”. Iemand die zich kan veroorloven zo’n diamant weg te laten, moet beschikken over een fenomenale muzikale schat.

Over Frank Van Massenhove

Ik ben wel Voorzitter FOD Sociale zekerheid maar de blog verbindt alleen mezelf. Volg mij op Twitter: @FVMas
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s