Kringloopwinkel

Want uit het duister duikt hij op en wie het meemaakt schrikt zich rot

Hij doet het zacht en onverwacht hij doet het meestal wijl hij lacht

‘De onverbiddelijke zoener’, Lamp, Lazerus en Kris, 1971

Ooit liet de nieuwe voorzitter van een culturele vereniging me telefonisch weten dat er geen plaats meer voor mij was in de raad van beheer. Er moesten enkele structurele partners in de raad worden geschoven. Sponsors, dus. Ik was te verbouwereerd om de woorden ‘deugdelijk bestuur’ uit te speken. Maar daar was al de balsem op de wonde: ‘Voor mensen met een kritische geest zoals jij wordt een adviescommissie samengesteld.’ Lees: we zetten je bij het huisvuil, maar straks word je wel het meest gewilde artikel in de kringloopwinkel.

Dat moet de afgelopen weken ook het overheersende gevoel geweest zijn bij Jos Delbeke. Hij werd bij het huisvuil gezet in een carrousel die Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker opzette om zijn eigen kabinetschef in negen minuten tijd via de tussenstations ‘adjunct-secretaris- generaal’ en ‘ogenblikkelijk ontslag van de zittende secretaris-generaal’ naar de hoogste plaats in de Europese administratie te loodsen. Mocht Juncker voorzitter zijn van de UEFA, dan zou de Champions League niet via een vervelende groepsfase, achtste, vierde en halve finales naar de finale strompelen. Hem lukt het gewis in enkele minuten. Juncker kent de voetbalwetten: ultiem winnen de Duitsers.

De Commissie liet lijdzaam begaan. Juncker, zoals bekend een onverbiddelijke zoener, heeft het geflikt om zijn Commissie in slaap te kussen. De mediacommotie deed de leden verdwaasd uit hun winterslaap ontwaken. Snel prevelden ze dat alles volgens de regels is verlopen, zich niet bewust van het aanwassende bos middelvingers richting Europa dat ze veroorzaken.

Delbeke wordt adviseur buitendienst bij de interne denktank van de Commissie. Met een beminnelijkheid die weinigen gegeven is, noemt hij dat een interessante opdracht. Op zijn plaats komt de Italiaan Mauro Petriccione. Onze pers zag vooral dat er geen Belgen meer in het kransje Europese topambtenaren zitten. Maar de pijnlijkste vaststelling is uiteraard dat Europa het zich kan veroorloven een toponderhandelaar – ‘zonder hem was het Klimaatakkoord van Parijs er niet gekomen’, vertelde een insider me in tempore non suspecto – en wereldexpert in klimaatzaken aan de kant te zetten voor een novice.

Europa heeft miljoenen veil om kandidaat-lidstaten te overtuigen hun overheidsapparaat te professionaliseren en (top)promoties enkel te laten afhangen van verdienste en talent. Maar het verwijst een Delbeke, die zijn verkiezing tot Overheidsmanager van het Jaar 2015 natuurlijk te danken heeft aan zijn werk voor de klimaatdoelstellingen maar ook aan zijn voortreffelijk intern leiderschap, naar de kringloopwinkel.

Een interview met hem in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement van april 2017 toont het beeld van een briljante overheidsmanager.

Alleen, politici hebben maling aan dat soort managers. Als moet worden gekozen, zijn politieke kleur en onderdanigheid belangrijker. Ook onze regeringstop is volop bezig met het optuigen van een benoemingstrein voor topfuncties waarvoor geen neutrale selecties worden gehouden. In dit rare land zijn dat ook de best betaalde. Maar de regering geraakt er niet uit.

Het valt dus mee dat de helft van de voorzitters van de federale overheidsdiensten binnenkort verplicht met pensioen wordt gezet. Niet op 67 maar op 65, van consequentie kan je deze regering niet verdenken. Een langere te benoemen-lijst maakt het beslissen gemakkelijker.

Deze regering lijkt te vergeten dat je voorzitters van een federale overheidsdienst via een assessment moet aanstellen. Het is blijkbaar niet meer de bedoeling komaf te maken met politieke benoemingen en mensen aan het hoofd van de administraties te plaatsen die het naar verdienste en talent verdienen. Neutraliteit is alleen belangrijk als het ambtelijk hoofd getooid is met een hoofddoek en niet met een belangrijke titel.

De federale auditdienst en de integriteitscommissie kunnen zich nu al naar de Wetstraat 16 begeven om benoemingsfraude vast te stellen. Ze hoeven niet te wachten, zoals hun Vlaamse tegenvoeters, tot de feiten zijn vastgesteld. De federale regering heeft haar voornemen om massale benoemingsfraude te plegen al plechtig aangekondigd.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 24 maart 2018

Video De onverbiddelijke zoener: https://tinyurl.com/y8d65w6h

Het interview met Jos Delbeke in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement vind je hier: http://www.vtom.be/pdf_file/dieKeure_minisquare_PDF_bestanden/VTOM_2017_4-B.pdf.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Vakministerschap

Mm, mm-mm, mm-mm-mm, mm, mm-mm
(I can’t believe what you say, because I see what you do!)
Uh, uh-uh, uh-uh-uh, uh, uh-uh
(I can’t believe what you say, because I see what you do!)

I Can’t Believe What You Say, Ike & Tina Turner, Single, 1964

 

Op deze pagina’s probeert Kaaiman er ons al jaren van te overtuigen dat begrotingen in wezen literaire oefeningen zijn in onrealistische wensdromen, en dat de werkelijke financiële toestand van een land zich pas in zijn triestige realiteit laat lezen na afloop van het begrotingsjaar in wat niet voor niets onheilspellend Rekeningen wordt genoemd. Als het weer eens tijd is voor een begrotingsopmaak staan journalisten dagen en nachten te ijsberen voor de ambtswoning van de premier en worden we vergast op avondlange en paginabrede analyses maar enige informatie over de Rekeningen moet je zoeken in de benepen ruimtes tussen de overlijdensberichten.

Tot mijn niet-geringe verbazing gaven studenten bestuurskunde, aan wie ik deze week een gastcollege mocht geven, meer blijk van een no-nonsensekijk op dit soort zaken dan menige Wetstraatwatcher. ‘We zijn niet geïnteresseerd in welke minister het begrotingsduel heeft gewonnen’, zei een studente me. ‘We willen weten of we goed worden bestuurd.’

Zoals steeds bij dat soort ontmoetingen trof de maturiteit van die jonge mensen me midscheeps. Als studenten bestuurskunde in hun derde jaar al doorhebben dat de beleidsbrieven van vakministers even weinig waarde hebben als begrotingsopmaken, maar dat de kwantiteit en de kwaliteit van het reële beleid slechts kunnen worden gemeten na de regeerperiode, hoeven we ons geen zorgen te maken over de kwaliteit van de overheidsmanagers van de toekomst.

Als je in het beleid van een vakminister – van welke partij dan ook – terugpeddelt, zie je telkens dezelfde bronnen van beleid terugkeren. Het zal niemand verwonderen dat je punten van het partijprogramma terugvindt. Maar opvallend is hoe mager ze uitvallen. Nogal wat cabinetards, zelfs zij die zijn overgekomen uit de partijstudiedienst, blijken hun partijbijbels amper te kennen. Ik deed ooit eens een kabinetschef zijn eigen partijprogramma cadeau, nadat hij me een ontwerpbeleidsnota had gestuurd waarin wetgevend werk werd aangekondigd dat dwars stond op wat de partij tijdens de verkiezingen had beloofd.

Blijkbaar had zijn partijvoorzitter, waarmee hij iedere donderdag met zijn minister samenzit om de ministerraad voor te bereiden, het ook niet had opgemerkt. Wat enigszins normaal is aangezien het op die vergaderingen vooral gaat over hoe men kan dwarsliggen over de B-punten van de andere regeringspartijen en over welke beslissingen men zegebulletins kan uitzenden.

Zelfde verhaal over het regeerakkoord. Je verwacht punten ervan in de beleidspraktijk van een vakminister, maar ook daar maken ze er niet de hoofdmoot van uit. Je moet met een vergrootglas zoeken naar realisaties van voorgenomen beleidspunten die tijdens de regeringsonderhandelingen belangrijk waren voor de andere regeringspartijen. Ze werden graag vergeten. Pas als er grote druk komt of als met een boycot van de eigen beleidspunten wordt gedreigd, worden ze aangepakt, zij het met forse tegenzin en meestal onder leiding van een junior kabinetslid. De stokpaardjes die de minister al bereed toen hij nog een backbencher was daarentegen, vind je ongeacht hun graad van urgentie of belangrijkheid zonder fout terug in de beleidsrealisaties.

Elke vakminister is verwonderd over de hoeveelheid Europees beleid dat moet worden uitgevoerd. Hij wordt er daarbij pijnlijk aan herinnerd hoe beperkt de actieruimte voor een minister van een natiestaat is geworden na decennia Europese integratie. Engelse vakministers zullen daar nu misschien al anders over denken en stiekem hunkeren naar zoveel rustige vastheid.

Het gros van het beleidswerk van een vakminister bestaat uit het tackelen van de waan van de dag. Onmiddellijk moet worden gereageerd op aantijgingen. Onmiddellijk moet een oplossing worden voorgesteld voor het minste probleem. Onmiddellijk moet gereageerd worden op aantijgingen. Onmiddellijk moet een oplossing voorgesteld worden voor het minste probleem dat door de media wordt aangekaart. Menig ambtenaar hoopt vurig op vakministers die hierop reageren met “Et alors. Er zijn belangrijkere dingen dan dit” want ze weten dit soort mediastormpjes de voorbode zijn van haast- en vliegwerk die culmineren in bedenkelijke wetgeving, waarvan de Raad van State moet vaststellen, zoals ook deze week weer, dat “men kennelijk een regeling heeft aangenomen goed wetende dat de tekst nog niet helemaal gereed is. Deze werkwijze brengt de rechtszekerheid in het gedrang.”

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 10 maart 2018
De video van I Can’t Believe What You Say: https://www.youtube.com/watch?v=UHGkCJUDZpQ
De Raad van State en onvoldragen wetgeving: http://www.standaard.be/cnt/dmf20180307_03396942

Op de vrijdagse ministerraad komen er A-punten en B-punten. B-punten zijn items waarover in de interkabinettenwerkgroepen (IKW’s) en in het kernkabinet (premier en vicepremiers) geen overeenstemming werd gevonden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hippopotomonstrosesquippedaliofobie

I can’t read shit anymore
I just sit back and ignore
Cause I just can’t get it right, can’t get it right
I can’t read shit I can’t read shit
Tin Machine, I Can’t Read, Tin Machine 1, 1989

Bij de FOD Mobiliteit worden scenario’s ontwikkeld die een einde kunnen maken aan het al jaren aanslepend probleem van de geluidsoverlast rond Zaventem. In één van die scenario’s is er sprake van vluchten boven Brussel. Het werd onmiddellijk een nieuwsitems, niet omwille van de (on)gegrondheid van de bevindingen maar omdat het scenario impliceerde dat er ook over het Koninklijk Domein zou worden gevlogen.

“Er bestaat inderdaad een tekst die in die richting gaat, maar wij zijn geen vragende partij. We wachten op meer uitleg van de administratie over dit initiatief, maar we houden geen rekening met de tekst”, liet François Bellot, de bevoegde minister, weten. (Bruzz, 15/2).

Misschien had Bellot een plotse opwelling van Hippopotomonstrosesquippedaliofobie, angst voor lange woorden, een verplicht onderdeel van administratieve teksten. Maar het is waarschijnlijker dat de ministeriële leesblindheid ingegeven is door de schrik voor de reactie van Brusselse MR-burgemeesters die zeker in een verkiezingsjaar eerder zullen kiezen voor kniezende kiespijn dan voor vliegtuigen boven hun gemeente.

Je kunt je afvragen of het wel koosjer is dat een minister een scenario niet wil lezen omdat hij liever het partijbelang dan het algemene belang wil dienen maar laat ons wel wezen: het komt hem en niet de administratie toe om over de zaak te beslissen. En hij mag ook beslissen hoe hij tot zijn beslissing komt. Als dat met miskenning van zijn administratie gebeurt, is dat niet slim. Maar het mag.

De immer beminnelijke Bellot liet niet bij die ene opmerking. Hij vond het nodig om onkarakteristiek hard uit te halen naar zijn administratie, die “zegt dat het onvoldoende middelen krijgt om zijn taken uit te voeren. Maar ondertussen heeft het wel de tijd om zich te buigen over dossiers waarover we zijn inbreng niet hebben gevraagd.” (De Morgen, 16/2).

Blijkbaar vindt Bellot, en met hem zonder twijfel een pak andere (ex-)regeringsleden dat administraties alleen studies moeten uitvoeren die hun minister tot welwillend geknor bewegen. Vermoedelijk denkt ook een groot deel van onze bevolking dat. De baas mag toch bepalen wat de ondergeschikten horen te doen? Uit gesprekken met collega’s uit de privésector blijkt dat ook de meesten onder hen zo’n gang van zaken normaal vinden.

Geen wonder dat ze pijnlijk uitschuiven bij een overstap naar de overheid. Onder meer omdat ze het direct verknoeien bij een nieuwe minister van een andere kleur die tot zijn ontzetting moet vaststellen dat de administratie de vorige vier jaar studies maakten die meer op partijprogramma’s lijken dan op doorwrochte analyses van alle mogelijke oplossingen.

Nooit vergeet ik het gezicht van Vincent van Quickenborne, die me, net na zijn eedaflegging als minister van pensioenen ontbood om mee te delen welke studies hij van ons verwachtte, waarna ik zei dat we dat niet zouden doen. “Waarom?”, zei hij verbouwereerd. “Omdat we die al hebben”, was het antwoord dat hem nog meer verbaasde. “Hebben jullie die gemaakt onder Michel Daerden?”

Natuurlijk hadden we dat gedaan. En sommigen daarvan heeft Daerden nooit gelezen, wat weinigen onder u zal verwonderen. Maar ook zijn medewerkers vonden het niet de moeite om ze open te slaan. De inhoud beviel hen niet. Maar we werden tenminste niet beschimpt omdat we de scenario’s hadden uitgewerkt.

Administraties behoren tot de uitvoerende macht maar dat houdt niet in dat ze enkel beleidsvoorbereiding mogen produceren die hun minister hen oplegt. Administraties moeten neutraal zijn. Neutraliteit begint en eindigt niet met de hoofddoek maar houdt ook in dat alle mogelijke scenario’s moeten uitgevlooid worden. Administraties zijn uitvoerende macht voor de wetgever en het algemeen belang, niet voor hun toevallige voogdijminister.

Het venijn van de uitval van Bellot zit hem in de verwijzing naar de middelen van zijn administratie. Tien jaar geleden zegde een collega me bij zijn oppensioenstelling: “De meeste ministers durven ons niet verbieden om sommige studies te maken. Maar er is een vernuftiger manier om ervoor te zorgen dat we dat niet doen: onze middelen zo fel beperken dat we alleen de opdrachten die we van het kabinet krijgen kunnen uitvoeren. De besparingen die er de volgende jaren zitten aan te komen, voorspellen niets goeds.”

Ik deed het af als complotdenken van een oude man. Nu denk ik er genuanceerder over. Ben ik wijzer of word ik gewoon oud?

Naschrift

De tekst verscheen als column in De Tijd van 24 februari onder de titel langewoordenfobie.

Video van Tin Machine’s I Can’t Read, Tin Machine https://www.youtube.com/watch?v=O-EcEH31Y2o

https://www.bruzz.be/mobiliteit/luchtvaart-wil-over-koninklijk-paleis-kunnen-vliegen-2018-02-15

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Digitale lucht


Korai Öröm,- Úszós (Drijvend), Korai Öröm 2009

De SP.a heeft een plan. Dat is niet verrassend. Alle partijen komen straks met plannen want er komen verkiezingen aan. Het SP.a-plan gaat over sociale zekerheid. Ook dat is niet verrassend. Het is hun raison d’être. Iedere partij zal proberen zijn thema zo hoog mogelijk in de top-tien van de kiezer te krijgen want alleen dan wacht er electoraal succes. De N-VA vond 80% van de voorstellen interessant. Dat kan verrassend klinken. Maar dat is het niet.

Rechtse partijen proberen linkse partijen links voorbij te steken. Daar is het Vlaams Belang aan jaren mee bezig. De N-VA lijkt nu ook die beweging in te zetten. Met zijn veelbesproken mening in De Morgen liet Bart De Wever ons weten bezorgd te zijn over de toekomst, niet van Vlaanderen, maar van de sociale zekerheid.

De linkse partijen proberen op hun beurt rechtse partijen rechts voorbij te steken. Dat SP.a-voorzitter Crombez tussen twee (te lange) zinnen door fijntjes opmerkt dat geen politicus ooit meer vluchtelingen heeft erkend dan Theo Francken, is daar een mooi voorbeeld van. Het zal ook wel geen toeval zijn dat het SP.a-plan de naam “Onze Toekomstbegroting” kreeg, een opgestoken middenvinger naar mensen die theatraal uitriepen “show us the money” en beloofden dat een volgende regering de staatsschuld onder de 100% zou duwen.

Maar het meest verrassende van het SP.a-plan is dat al dat moois dat qua sociale zekerheid in de rekken wordt gezet, zal betaald worden met het verminderen van het aantal ambtenaren. Traditioneel was links voor een grotere overheid. Hoe linkser de partij hoe groter de staat mocht zijn, voor de rechtse partijen gold en geldt nog steeds het omgekeerde. Verrassend dus.

Waarom het aantal ambtenaren zal verminderen wordt in het 21 pagina’s lange document snel in een paar zinnen uitgelegd. “We halen mensen weg van overtollige administratie – een werk dat in deze nieuwe tijden door computers kan (…)” en “Onze overheidsdiensten kunnen ook veel digitaler en eenvoudiger werken (…)”. Hoe dat plan er zal uitzien wordt niet uitgelegd.

Het doet terugdenken aan de Dominogroep, een groep van jonge socialisten met onder meer Johan Vande Lanotte, Anne Van Lancker, Renaat Landuyt, Steve Stevaert, Philippe De Coene en Dany Vandenbossche die in 1993 het imminente einde van de functie van notaris aankondigden. Het leek wel een natuurwet. Zoals het nu blijkbaar newtoniaans vaststaat dat de administratie kleiner zal worden door “computers”.

Net als alle andere partijen overschat de SP.a de financiële effecten van een dalend aantal ambtenaren. De afgelopen zes jaar is het aantal federale en Vlaamse ambtenaren sterk verminderd maar de kost van de administratie is nagenoeg dezelfde gebleven. Er zijn weliswaar veel minder lager geschoolden ambtenaren maar ze werden vervangen door hoger geschoolden, in aantal veel kleiner maar met een veel hogere loonkost.

Er is natuurlijk meer dat de kost van onze administraties omhoog duwt. Weinig landen willen zich vier overheidslagen permitteren omdat zo’n administratiestructuur te duur en niet efficiënt is. België is blijkbaar trots op zijn federale administratie, zijn gewest- en gemeenschapsadministraties, zijn provincieadministraties en zijn stads- en gemeenteadministraties.

De kost van administraties kan maar serieus gedrukt worden door ons te beperken tot twee administratieniveaus: een hogere overheidslaag (dat de vorm van een netwerk van federaal en regionale diensten kan aannemen) en een lagere overheidslaag van gemeenten die meer dan 80.000 inwoners tellen.

Dat vooral de opdeling van taken tussen het federale niveau en dat van de gemeenschappen en gewesten veel onnodig overheidsgeld opslokt toonde Rik Daems al aan in zijn doctoraatsscriptie. Zelf ben ik er getuige van hoe duur de zesde staatshervorming blijkt te zijn in bijkomende mensen en bijkomende middelen. En op de toch essentiële vraag of de mensen nu beter gediend zijn en bediend worden, daar durf ik zeker niet overtuigend ja op te antwoorden.

Dat met digitalisering duizenden ambtenarenjobs kunnen geschrapt worden zal bij mensen die de digitale evolutie in de Belgische administraties van de afgelopen drie decennia meemaakten veel scepsis opwekken. Dertig jaar geleden begon de derde industriële revolutie met de komst van de PC op de werkvloer. Dat heeft niet geleid tot een afbouw van het aantal ambtenaren. Nooit waren er meer ambtenaren in België dan in 2011.

De meest verontrustende vaststelling is dat er wel computers zijn gekomen maar dat de digitalisering in heel wat diensten niet verder is gegaan dan het scannen van papieren processen. Er zijn zelfs diensten, en niet alleen in Justitie, waar zelfs dat niet is gebeurd. Belgische administraties drijven nog altijd op de digitale golven van de vorige eeuw. Dat krijg je in een land waar overheidsmanagers worden geëvalueerd op het vermijden van problemen en niet op het doorvoeren van innovatie.

Zo’n land tolereert overheidsmanagers die niet begaan zijn met het goed en efficiënt bedienen van burgers, organisaties en ondernemingen maar die de godganse dag bezig zijn met het vergroten van hun (aantal) diensten, hun personeelsaantallen en hun werkingskredieten, liefst ten koste van andere overheidsdiensten.

Het is niet omdat een blockchain de potentie heeft om één op de vijf ambtenarenjobs te decimeren, dat het aantal ambtenaren binnen 20 jaar met een vijfde zal zijn ingekrompen. Besparen op het overheidsapparaat zal niet uit de digitale lucht vallen. Daar zijn moedige politici, échte overheidsmanagers en doordachte plannen voor nodig.

Naschrift

Deze tekst verscheen (verkort) als column in De Tijd van 10 februari 2018.

De video van Korai Öröm’s Úszós: https://www.youtube.com/watch?v=RIE9mjlrOy8
Korai Öröm is een Hongaarse psychedelische rock band, opgericht in 1990 zegt Discogs en doet daar mee de groep erg mee tekort. “Into The Great Open” is correcter: Deze Hongaren maken een bijzonder allegaartje van ambient, wereldmuziek, punkfunk, dub en dance en voegt dit samen tot een opzwepende en hypnotiserende muzikale ontdekkingstocht. Referenties zijn onmogelijk te vinden: het geluid van Korai Öröm is volstrekt uniek.
Korai Öröm maken het de luisteraar niet gemakkelijk om over hen te spreken: (bijna) al hun albums kregen de groepsnaam als titel en de nummers zijn meestal cijfers of untitled. You-tube hen en ofwel ben je in de ban ofwel haat je hen.

Het SP.a-plan “Onze Toekomstbegroting” https://tinyurl.com/y8exwugj

Een columnlezer vond dat ik erg denigrerend deed over de Dominogroep en hen terugbracht tot dat ene idee over notarissen. Het was helemaal niet mijn bedoeling om een globaal oordeel over de groep en zijn werkzaamheden te brengen. Het zou ook veel opzoekwerk kosten om dat te doen want digitaal is er niets van terug te vinden. Als je “sp.a” en “domino” googelt kom je uit bij “Feesten met Els”. Als je digitaal niet bestaat, besta je niet.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

On(h)oorbaar

Mark Guiliana Jazz Quartet – “Where Are We Now?” (David Bowie), Jersey, 2017

Toen de Soedansaga ‘Thuis’ in lengte dreigde te overtreffen vond premier Michel het welletjes. Hij zette de puntjes, zijn punten, op de i in een Facebook-bericht. Dat werd niet gesmaakt door de klassieke pers. Hij hoorde dat te doen op radio, op tv en in de krant, en niet op de sociale media, waar fake news welig tiert. De econoom Geert Noels plaatste in een opiniestuk in De Morgen terecht vraagtekens bij die kritiek. Hij werd erover geïnterviewd in ‘De ochtend’. De vragen die hij kreeg, waren tekenend voor wat gebeurt als je je kritisch uitlaat over de media: de journalist houdt op journalist te zijn en kruipt in de rol van aangevallene. Sommige radiomakers spelen het spel slimmer en zeggen lacherig: ‘Ach, het is weer de schuld van de media, zeker?’ Exit vraagstelling over de rol van de klassieke media.

Ook nu verscheen na Noels’ opiniestuk niet één artikel dat dieper inging op de rol van de klassieke media in een wereld die wordt overrompeld door sociale media. Wel werd er, op een manier die sterk deed denken aan de wijze waarop de BRT reageerde op de komst van een commerciële zender, vooral op de nagel getimmerd: klassieke media plaatsen feiten in een context, internetmedia niet. Een Michel zonder filter is ongezond voor de bevolking.

Volgens Noels moeten de klassieke media zich meer concentreren op het checken van feiten en het garanderen van de volledigheid van de feiten. Weinig journalisten zullen dat tegenspreken. Het probleem is dat dezelfde journalisten ervan overtuigd zijn dat ze dat voldoende doen. Dan zou je verwachten dat het bericht over de onthoofding van de Franse priester in 2016 – die te voorkomen was geweest als de politie niet had geblunderd – voor hen een wake-upcall zou zijn. Het nieuws werd namelijk niet ontrafeld door Le Monde, maar door de onderzoekssite Mediapart.

Dan zou je toch verwachten dat de klassieke media de vraag stellen of het wel oorbaar is dat een politica op voorstel van haar partijvoorzitter de Europese begroting gaat controleren. Ik hoorde, las of zag ze niet. Ook politici die moord en brand en schreeuwen over een gebrek aan neutraliteit als ze een ambtenaar met hoofddoek ontwaren, hebben er geen enkel probleem mee dat iemand die openlijk een politieke kleur aankleeft een controlefunctie krijgt in een overheidsfunctie.

Blijkbaar vindt men het ook normaal dat een zware en belangrijke job niet wordt toegekend aan iemand die blijk geeft van de grootste expertise na een algemene oproep, maar aan iemand die geen examen of assessment aflegde.

Hetzelfde kan worden gezegd over Fientje Moerman, die door dezelfde partijvoorzitter in het Grondwettelijk Hof wordt gezet. Voor beide dames – voor wie ik verder de grootste waardering heb en die ik de functies van harte gun – is dat cadeau van hun partijvoorzitter een vorm van gutmachung, na de kille manier waarop ze door hun partij politiek kaltgestellt zijn. Hoe jammer toch dat ze niet via de grote poort kunnen binnenkomen als een reële erkenning van hun talenten in een open strijd na het publiekelijk openstellen van de functie. Hoe schandalig ook dat overheidsgeld wordt gebruikt om problemen in een politieke partij op te lossen.

Enkele maanden geleden schreef ik hier dat het politiek graaien geen uitwas is van dat soort praktijken, maar een logisch gevolg. ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel’, schreef ik toen. Blijkbaar zit de term ‘politieke benoeming’ niet in het bakje ‘politiek graaien’ van de klassieke journalist.

In de artikels over de aanstelling van Turtelboom kreeg je nog eens, voor de zoveelste keer, de verhalen over de Turteltaks en de politieke gevolgen. Gemakkelijke journalistiek op basis van archiefknipsels, zoals je die ook vindt in commentaren op Twitter en Facebook.
Van journalisten in de klassieke media mag je prangende vragen over neutraliteit, oorbaarheid en wenselijkheid verwachten. En natuurlijk ook vragen over hun rol. ‘Where are we now?’, dus.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 13 januari 2017

Over de aanstelling van Turtelboom:
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180103_03278960
https://www.tijd.be/nieuws/archief/Turtelboom-controleert-Europese-begroting/9968724

De opinie van Geert Noels:
https://www.demorgen.be/opinie/sociale-media-zijn-geen-vloek-maar-een-zegen-voor-de-democratie-b6ae6069/

De Ochtend: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/01/03/geert-noels-/

De video van Mark Guiliana’s versie van David Bowie’s Where Are We Now:
https://tinyurl.com/y837d64u

Mark Guiliana is één van meest gegeerde jazzdrummers van de laatste jaren. Hij speelde met bassist Avishai Cohen, Meshell Ndegeocello, Gretchen Parlato, Jason Lindner, Dave Douglas, Lionel Loueke, Dhafer Youssef, Tigran Hamasyan, Matisyahu en het pianotrio Phronesis.
Niemand minder dan Brad Mehldau vroeg hem voor een avantgardische project waarin jazz en elektronica zich glunderend verstrengelen tot een nieuw genre. Mehliana (heb je hem?) heet het project. In 2014 verscheen het album Taming the Dragon. Hier zie je ze live aan het werk in “Just Call Me Nige”: https://www.youtube.com/watch?v=cnH27mxW0KM
en in Hungry Ghost: https://www.youtube.com/watch?v=tn6gjoMUEY4

David Bowie vroeg Guiliana voor zijn allerlaatste album Blackstar. Guiliana‘s versie van “Where Are We Now” kan gehoord worden als een warme hoofdbuiging voor meester Bowie. Vandaar de idee om een mixcloud in elkaar te boksen met jazzmensen die hun petje afzetten voor grote rock- en soulhelden die niet meer onder ons zijn.

Je vindt die hier: https://www.mixcloud.com/frankVM/jazz-hats-off-to-rock-soul-heroes/

De tracklist:

1. Stanton Moore – Riverboat (Allen Toussaint Song)
Toussaint schreef het nummer in 1970 voor Lee Dorsey https://tinyurl.com/ydbtuy8b
Van Dyke Parks maakte er heel snel een eigenaardige cover van : https://tinyurl.com/ya345692 De apart zuiderse potentie was ook Robert Palmer niet ontgaan en met Little Feat als begeleidingsgroep kon het niet mislukken: https://tinyurl.com/yd3dguxs
Toussaint nam het nummer zelf pas in 2005 op voor de verzamelaar I Believe To My Soul. Hier zie je hem live aan het werk: https://tinyurl.com/yb7bvzbe

2. Charles Lloyd – What’s Goin’ On (Marvin Gaye Song)
Het nummer van het gelijknamige album dat Motown bijna niet uitbracht wegens te politiek en te weinig lovers soul. https://tinyurl.com/ptn8jrf

3. Francesco Bearzatti – Criss Cross/Walk On The Wild Side (Lou Reed Song)
De klassieke basdrumsound waaraan menig hiphopper zich laafde. Lou’s beste lyric: https://tinyurl.com/krqzx9s
Bearzatti vermengt Reed’s song met een Thelonious Monknummer.

4. Herbie Hancock – Thieves In The Temple – (Prince Song)
Herbie vond Prince’s song al direct een classic. De originele video https://tinyurl.com/y89sghts

5. Jack DeJohnette – Serpentine Fire (Maurice White Song)
De Earth, Wind & Fire-voorman begon als jazzman. DeJohnette herkent het jazzritme en elaboreert keurig https://tinyurl.com/y736f8gg

6. Bugge Wesseltoft – Many Rivers To Cross (Jimmy Cliff Song)
Tot voor de komst van Bob Marley was Jimmy Cliff de koning van de reggae. Ook in reggae triomfeert melodie en dramatiek https://tinyurl.com/y7569scc

7. Joe Lovano – I’m A Fool To Want You (Frank Sinatra Song)
Sinatra schreef heel weinig songs maar dit is signature Frank: https://tinyurl.com/yax4kleq

8. Bad Plus – We Are The Champions (Freddie Mercury/Queen Song)
Zelfs wie niet van voetbal houdt, zal het kennen: https://tinyurl.com/94jrjvo
De Bad Plus maken er een Jeff Buckleysong van.

9. Dominick Farinacci – Sunshine Of Your Love (Jack Bruce Song)
Meesterwerk van Cream, de eerste supergroep https://tinyurl.com/ome72w4

10. Bill Frisell & Thomas Morgan – What A Party (Fats Domino Song)
Een hit in 1961. https://tinyurl.com/ydeqbf2m

11. Yaron Herman – Hallelujah (Leonard Cohen Song)
Eén van de meest gecoverde songs aller tijden. Velen denken dat het een Jeff Buckley of een John Cale original is. “But you don’t care for music, do you?” Neen zeker? https://tinyurl.com/lflwbpp

12. Mark Guiliana – Where Are We Now? (David Bowie Song)
Wonderlijke video. Meesterlijke song. Thank you Mister Bowie https://tinyurl.com/b7ylm8d

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dijkbreuk

Thrash me crash me
Beat me till I fall
I wanna be a victim for you all
Oh bondage, up yours!
Oh Bondage Up Yours!, X-Ray Spex , Single, 1977

Mijn mooiste boek van het jaar – december is lijstjestijd – is het succulent uitgegeven fotoboek Au Plan K. De ondertitel zegt het allemaal: Joy Division & Post-Punk at La Raffinerie du Plan K. Tussen 1979 en 1982 heb ik amper een optreden gemist in die voormalige wafelfabriek. Ik was er ook die gedenkwaardige oktoberavond in 1979 toen Joy Division er zijn eerste Europese optreden gaf. Na honderden draaibeurten van hun nu iconische Unknown Pleasures, wist ik mij nog steeds geen raad met dat rare gevoel van geluk vinden in doemwroeten.

Ik wist het ook niet na het bevreemdende optreden. Peter Hook en Bernard Sumner hadden enkel oog voor hun instrument. “Omdat we zo slecht konden spelen”, zeggen ze nu. Bekijk die onwaarschijnlijke foto van Ian Curtis op pagina 68. “Être l’auteur de cette photo est une bénédiction”, zegt fotograaf Philippe Carly terecht. Die blik! Wist hij wel dat er een publiek was?

Die avond ontmoet hij de onwaarschijnlijk aantrekkelijke Annik Honoré, rockjournaliste maar vooral bezielster van het Plan K. Ze werden hartstochtelijk verliefd. Ian was net getrouwd, wist zich met de situatie geen raad en verhing zich zeven maanden later. Zo doem kan doem zijn.

Een meisje op één van de Plan K-foto’s lijkt sprekend op Loo-Ys, voor de burgerlijke stand Louise – in de punkdagen had niemand een burgerlijke naam – die ik leerde kennen in één van de vele wonderbaarlijke Londense muziekwinkels. In die tijd vond je zelfs in onze hipste platenwinkels niet een fractie van de muziek waarover ik las in The New Musical Express of The Face. Dus nam ik tot vier keer per jaar de mailboot naar Dover (4 uur) en daarna het bommeltje naar London (3 uur) met een klein toiletvaliesje en een reusachtige koffer waar ik bij de terugweg rolschaatsen onder bond omdat de voorraad ingeslagen vinyl niet tilbaar was.

Loo-Ys had zoals zovelen in die tijd, een universitair diploma en geen job, en maakte van haar hobby dan maar haar werk. Ze hielp de klanten aan moeilijk vindbaar vinyl. Ik vroeg haar naar albums van Betty Davis, de funky ex-vrouw van Miles Davis die het zo goed kon vinden met Jimi Hendrix. Het bleek één van de idolen van Loo-Ys te zijn. Ik had het kunnen weten want ze droeg een zelfgemaakt (iets anders droeg je niet in de punkdagen) T-shirt met het van Oscar Wilde gepikte “Everything in the world is about sex except sex. Sex is about power.” In een krakkemikkerig DIY-koffiehuisje – het nu mondaine Notting Hill was toen krakersgebied –vertelde ze me over haar andere passie: vrouwenrechten. Ze had net met een paar vriendinnen en vrienden een opvangcentrum voor geslagen vrouwen opgericht. In Gent was ik zijdelings bij een zelfde project betrokken. We hadden wat af te praten.

“Punk is een dijkbreuk gebleken voor vrouwen”, zei ze. “Vroeger waren rockvrouwen poppetjes in de handen van mannelijke managers, producers en bandleden. Nu zijn ze onafhankelijk. Sure, Poly Styrene (X-Ray Spex) and Siouxsie (& The Banshees) showed us the way. Je moet zeker gaan kijken naar The Slits. En naar The Raincoats! By the way, Ane De Silva is right there, wees ze naar het tafeltje bij het raam. Ik ben zeker dat er een grote toekomst is voor Delta 5 en The Au Pairs. Lesley Woods (frontvrouw Au Pairs) is een fantastische vrouw”.

“Vrouwen zijn nu overal, als artiesten, als managers, als journalisten. “Maar we zullen maar geslaagd zijn als mannen met macht met hun poten van ons af blijven”, zei ze met een razernij die me deed vermoeden dat het voor haar geen theoretisch gegeven was.

In 2017 heb ik veel aan Loo-Ys gedacht. Niet zozeer door die foto, maar omdat haar woorden in dit jaar, 37 jaar nadat ze uitsprak, nog even actueel bleken als toen. Het jaar zette in met het aantreden van een Amerikaanse president die het heerlijk vond dat zijn macht hem de mogelijkheid gaf iedere pussy te grabben die hij zich kon wensen. Loo-Ys, die in 1983 weer Louise werd en naar de U.S. verkaste, moet het met lede ogen aangekeken hebben. Maar het jaar eindigde beloftevol met de val van ongemeen machtige filmbonzen, journalisten en politici die voordien carrières braken van beloftevolle jongen mensen die zich onttrokken aan hun lusten. Ook nu is weer sprake van een dijkbreuk. “Het einde van het patriarchaat is ingezet” zegt Dalilla Hermans in Humo. Dat zei Loo-Ys ook in 1980. Zou Louise er nog in geloven?

Naschrift

Deze tekst verscheen, verkort, in De Tijd van 29 december 2017.

De video van Oh Bondage Up Yours! In de single-uitvoering vind je hier: https://www.youtube.com/watch?v=aTfgWegud7o maar deze live-video doet Poly Styrene, de frontvrouw van The X-Ray Spex meer eer aan: https://www.youtube.com/watch?v=ogypBUCb7DA

De Man Met De Zeis is punk niet genegen. Poly Styrene kreeg in februari 2011 te horen dat ze borstkanker had in een vergevorderd stadium, met uitzaaiingen naar de rug en de longen. Ze stierf een paar weken later. Ze werd net geen 54.

Kanker trof ook Annik Honoré. Ze stierf op 3 juli 2014 op 57-jarige leeftijd. In haar laatste interview https://tinyurl.com/yd9kcn6k spreekt ze de hoop uit dat er meer interesse komt voor het “baanbrekend” werk dat tussen 1979 en 1984 bij plan K verzet werd. Jammer genoeg heeft ze de komst van het magnifieke fotoboek niet meer meegemaakt.
Het boek bestellen (en persoverzicht lezen) kan bij http://www.newwavephotos.com/APK_en.php

De dijkbreuk voor de rockvrouwen die Loo-Ys zag in 1981 is er niet gekomen. Of toch niet voor de vrouwen waar zij het van verwachtte. Neem nu Viv Albertine, één van de legendarische Slits, al was het maar omwille van die onwaarschijnlijk in-your-face hoes van hun debutalbum Cut.
Haar autobiografie, vol onwaarschijnlijke ontmoetingen, maar ook met heroine, kanker en moederschap, met als alleszeggende titel Clothes, Clothes, Clothes. Music, Music, Music. Boys, Boys, Boys is in 2014 genomineerd voor de National Book Awards. Interview over haar boek: https://www.youtube.com/watch?v=e3t02TC0gc4

Als je een uur tijd hebt, kijk dan eens naar deze extraordinaire vrouw https://tinyurl.com/y763vt8j tijdens een interview in de British Library voor een ademloos publiek.
Ze maakte in 2012 een voor een ex-Slit zeer poëtisch album, The Vermilion Border.

De sfeer op The Madness of Clouds is tekenend voor de sfeer: https://www.youtube.com/watch?v=O0vJ-lgGPjs

Viv’s eerste vriend was Mick Jones (die Train In Vain schreef als antwoord op haar Typical Girls), die van haar Slits-copine Paloma Romero was Joe Strummer, die haar naam niet kon uitspreken en er Palmolive van maakte. Ze nam die als artiestennaam aan. Palmolive vertrok van de Slits naar de Raincoats en op pilgrimage naar India, een erg hippieachtige daad in de post-punk-periode. Ze verkaste daarna naar Cape Cod, Massachusetts in de U.S., werd born-again christian en bracht een versie van het Slits-nummer FM met als refrein “Jesus is the answer. Why don’t you let him in?”. Ze overleed aan kanker in 2013. Ze werd 55. Ze leefde amper 5 jaar langer dan haar eerste lief, Joe Strummer, die maar 50 jaar oud werd.

Ook de derde Slit, Ari Up, stierf jong (48) aan kanker (2010). Zij ging in 1981 onder inheemse mensen in Indonesia wonen. Dat Ari de echte reggaedubstermeesteres van The Slits was maakte ze duidelijk met wonderbaarlijke muziek samen met The New Age Steppers en (https://tinyurl.com/ybfa3p43) en met Dubblestandart & Lee “Scratch” Perry https://tinyurl.com/yct5zco3 maar vooral van zichzelf: het in 2005 uitgebrachte Dread More Dan Dead is een juweeltje.

Luister naar Me Done https://tinyurl.com/ybfe8hkz

The Raincoats verging het niet veel beter. De twee sleutelfiguren Ana De Silva en Gina Birch hadden al snel een moeilijke relatie. Ooit zegde De Silva tegen een reporter “We broke up after every record,” waarop Birch antwoordde, “We broke up after every gig!“. Geen wonder dat de groep in 1984 uiteen ging. Het was Kurt Cobain die The Raincoats weer in de markt zette. In 1992 ging hij In de Rough Trade winkel (in Notting Hill) op zoek naar vervanging voor hun kapot gespeelde debutalbum en kreeg te horen dat Ana De Silva een paar straten verder een antiekzaak uitbaatte.

Cobain en Kim Gordon (The Girl Monster van Sonic Youth) zorgden er niet alleen voor dat hun platen heruitgebracht werden maar ook dat Ana De Silva en Gina Birch weer samen gingen optreden. Het zijn al jaren weer de beste vriendinnen. Girl power.

En wat is er geworden van Lesley Woods, de frontvrouw van de Au Pairs, de groep met de zeer militante albumhoes en albumtitel, waar loo-Ys zo veel verwachtingen van had?

Ze werd… advocate, gespecialiseerd in migratie. Ze is niet de enige ex-punk die nu een totaal ander leven leiden. Sommigen werden private banker, sommigen zelfs priester: https://tinyurl.com/ybhpvzmb

Lesley Woods treedt nu en dan op en zingt dan zonder twijfel met evenveel overgave Come Again:

https://tinyurl.com/ycqjfm45

Wil je een paar uren youtuben met Girl Powersongs? Twee interessante lijstjes

Pitchfork: https://tinyurl.com/yb3qyfpm

Rockhall:  https://tinyurl.com/yahwbd7d

Wie je er schandalig genoeg niet tussen vindt is Betty Davis.

Ze was nochtans lang voor de punk, al anders! Dat zeiden anderen blijkbaar ook van haar.

They Say I’m Different https://tinyurl.com/mqlce3c

Delta 5 is ook afwezig. Wat wil je als je tegen iedereen zegt Mind Your Own Business? https://tinyurl.com/y9k599or

Op 9 februari 1980 gaf Delta 5 één van de heerlijkste optredens die ik in Plan K zag.

 

De Mixcloud van Plan K-groepen: https://www.mixcloud.com/frank-van-massenhove/plan-k-eros-scene/

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bedankt, Raf

Intimiteit, intimidatie
Intimi toeti foeli koeti moeti, ‘k weet niet wat het is
Intimiteit en initiatie
Amai, amai, ik zweet het uit als zij der is
Intimiteit, Raymond Van Het Groenewoud, Intiem, 1988

In een rapport over de regulering van de wietteelt kwam het Nederlandse WODC in 2014 tot de conclusie dat zich een overlastprobleem met coffeeshops stelde. Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) speelt een belangrijke rol in het Nederlandse overheidsbeleid, want ook al is het gevestigd in het ministerie van Justitie en Veiligheid, het heeft de reputatie van uiterst onafhankelijk instituut. Rapporten van het WODC gelden in de Tweede Kamer als dé waarheid. Directe bemoeienis van de minister of zijn beleidsmedewerkers is uit den boze. Dat staat letterlijk in het protocol tussen de minister en het ministerie.

Grote consternatie in de Nederlandse parlement dus toen Bas Haan van het Nederlandse Nieuwsuur na diepgravend onderzoek zwart op wit kon bewijzen dat het WODC oorspronkelijk tot de vaststelling was gekomen dat het overlastprobleem met coffeeshops, dat de regering wou bestrijden, eigenlijk helemaal niet bestond. Wat daarna gebeurde, beschrijft Haan in verkillende zinnen: ‘Wij kunnen met wat we nu hebben niet instemmen’, stelt een topambtenaar van het ministerie van Justitie in een mail aan de WODC-onderzoekers. De conclusies moeten worden aangepast. WODC-directeur Leeuw zwicht voor de politieke druk en herschrijft de conclusie van het WODC-rapport, tegen de wil van de onderzoekers in. De minister is gered. In zijn brief aan de Tweede Kamer kan de minister dankzij de aanpassingen in de conclusie schrijven: ‘De uitkomsten ondersteunen de beleidswijziging.’’

Over deze zaak was niet het kleinste bericht te bespeuren in onze pers. Is het omdat we dit soort politieke beïnvloeding, in tegenstelling tot onze noorderburen, vanzelfsprekend vinden in ons land? Toegegeven, ook in Nederland zijn er mensen, zoals Gjalt de Graaf, professor bestuurlijke integriteit, die er zich niet over verbazen. Integendeel, het verwonderde hem eigenlijk dat dit niet eerder was gebeurd. ‘Hij hoeft niet lang na te denken om voorbeelden van beïnvloeding te bedenken. De dossiers over Schiphol of de Betuwelijn puilen ervan uit. ‘Daarbij weet je van tevoren wie je voor een onderzoek moet vragen om je gelijk te halen. Maar meestal ligt het niet zo zwart-wit, van een ‘ja’ wordt zelden een ‘nee’ gemaakt. Meestal is er een groot grijs gebied waarover onderhandeld wordt.’

Ook in ons land hoef je niet eens diep te graven om op dit soort getelefoneerde studies te stoten. Politieke bemoeienis met beleidsadvies is system(at)isch. Beleidsvoorbereiding, als die er al is, wordt gestuurd vanuit kabinetten en uitgevoerd door top- en andere ambtenaren die door de minister geëvalueerd worden. De sturing hoeft dus niet zo open en bloot te zijn zoals in Nederland. Het kan met subtiele nudging. Dan wordt intimiteit soms intimidatie.

Zo kreeg ik van een hooggeplaatst kabinetslid ooit te horen dat zijn baas niet opgezet was met een artikel in een internationaal rechtsmagazine waarin één van mijn juristen juridisch (het mag niet) en inhoudelijk (het zal niet functioneren) brandhout maakte van een maatregel die het regeringslid maar wat graag door het parlement wilde loodsen. Het kabinetslid, in het werkelijke leven nota bene ook ambtenaar-expert, zag het cynisme van zijn vraag niet eens in. Laat staan dat hij geïnteresseerd was in een inhoudelijke discussie. Zijn baas overigens ook niet. Misschien kon hij er met mijn expert even over discuteren? Die bedankte er (niet) vriendelijk voor.

Beïnvloeding van beleidsevaluatie zoals bij het WODC-rapport komt bij ons bijzonder weinig voor. Niet omdat onze beleidsmensen zulke morele superwezens zijn maar omdat beleidsevaluatie een zeldzaam verschijnsel is in onze contreien. Het zal u dus niet verwonderen dat in ons koninkrijk honderden beleidsbeslissingen bestaan die, hoewel iedere ingewijde weet dat ze nergens toe dienen, het eeuwig leven lijken te hebben.

Op één federale organisatie heeft de cultuur van beleidsbeïnvloeding geen greep: het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Het produceert, met een minimale bezetting, studies en beleidsevaluaties van een bijzonder hoge kwaliteit, waarvan niemand de onafhankelijkheid in vraag stelt. De juridische onafhankelijkheid kan niet de enige reden zijn. Die had het WODC ook. Het heeft zonder twijfel te maken met integriteit. Integriteit begint bij de top, want u weet het ook, hopelijk niet uit ervaring: de vis stinkt altijd eerst aan de kop. Raf Mertens, de algemeen directeur van het Kenniscentrum, zou nooit, zoals zijn WODC-collega Leeuw deed, de conclusie van zijn onderzoekers herschrijven. Op het einde van dit jaar gaat hij op pensioen.

Hoogstwaarschijnlijk kent u Raf Mertens niet. Maar weet dat echt belangrijk beleid vorm krijgt door de inzet van anonieme mensen zoals hij. Hij mag wel eens bedankt worden. Bij deze.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 16 december 2017.
Ik vond geen youtube-filmpje van “Intimiteit”.
Op de dag dat de “beste” Belpop werd uitgezonden op Radio 1 moest ik wel iets van eigen bodem kiezen. Ik had ook kunnen kiezen voor Ontevreden natuurlijk, getuige volgende lyrics:

Nooit tevreden, nooit content en iedereen kan de boom in
vol verbittering, haat en nijd, moedeloosheid is koning
helder weer, helder hoofd, het lijkt zo lang geleden
en ik ben toch zo graag ontevreden
oh, ik ben toch zo graag ontevreden

Heel mijn wereld, één hoop stront, dat hebt u goed geroken
heel mijn leven, doffe brij, het zit in al mijn knoken
‘k sta hier hoog, maar ik val gewillig naar beneden
en ik ben toch zo graag ontevreden
ja, ik ben toch zo graag ontevreden

Soms draag ik m’n steentje bij tot gezelligheid
maar af en toe moet ik mijn eitje nee, niet één klein eitje maar een massa kiekens kwijt

Het WODC-verhaal is geen incident. Trouw schetst een bijna Belgisch beeld: https://tinyurl.com/yc3mbxnw

De oorspronkelijke artikelen van Bas Haan:
Onderzoek naar Nederlands drugsbeleid jarenlang gemanipuleerd: https://tinyurl.com/y7vw6wfc
Kamer schrikt van politieke sturing op onafhankelijk onderzoek: https://tinyurl.com/ya95d3uy
Grapperhaus neemt onderzoeksinstituut onder de loep: https://tinyurl.com/yb9x68ne

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen