Televergaderen

I want to be at the meeting
I want to be at the meeting
I want to be at the meeting, when all the saints get home
I want to be at the meeting, The Sensational Nightingales ‎– It’s Gonna Rain Again, 1972

‘De omstandigheden dwingen de Kamer eindelijk efficiënt te vergaderen en te werken. We kunnen nu elektronisch stemmen en moeten wel videoconferenties organiseren. Wat verdwijnt, is het debat om het debat, het vergaderen om het vergaderen’, zegt Kristof Calvo (Groen) in Knack.

Bijna dezelfde vaststelling hoorde ik van professor Stijn Baert in ‘De afspraak’, van schepen Mieke Van Hecke (CD&V) en van de Vlaams-nationalistische ondernemer Rudi De Kerpel. ‘Ik begrijp niet dat ik vroeger naar Mechelen ben gereden voor een zakelijk gesprek’, zei Rudi. ‘Nu heb ik een bijzonder productieve videoconference gehad, wat me misschien niet was gelukt als ik opgedraaid door de files zou arriveren.’

Als je voor het scherm zit, blijk je professioneler te vergaderen, ontdekten early adopters van het tijds- en plaatsonafhankelijk werken al. Je haalt het niet in je hoofd om uit te weiden, om uitgesponnen verhalen te vertellen over wat je juist is overkomen of om kwaad te spreken over de collega’s die weer te laat op de vergadering verschijnen. Dat laatste kan ook niet, want mensen komen zelden te laat op een videoconferentie.

Hulde aan de IT-mensen van organisaties die geen ervaring hadden met televergaderen die zich de afgelopen weken dubbel hebben geplooid om systemen op te bouwen. Hopelijk hebben de meeste gedwongen telewerkers van enkele voordelen van televergaderen geproefd.

De kans is groot dat ze zich afvragen waarom fysiek vergaderen op de werkplek zo verschrikkelijk amateuristisch verloopt. Het antwoord is eenvoudig: de meeste organisaties hebben geen vergaderbeleid of -cultuur.

Als er nog maar een begin van een probleem(pje) dreigt of als een opportuniteit zich voorzichtig aandient, roept de baas iedereen naar een dringende bijeenkomst. Meestal valt de eindbeslissing pas na ettelijke vergaderingen en zit de helft van de aanwezigen er voor spek en bonen bij.

In organisaties met een vergaderbeleid wordt vaak geopteerd voor een case paper, te schrijven door een paar experten-collega’s, waarop iedereen zijn opmerkingen kan geven.

Soms eindigt het daar, zeker als de beslissing is er niets mee te doen. Soms komt het tot een korte vergadering waarop een beperkte groep mensen de knoop doorhakt en iedereen geïnformeerd wordt over de beslissing.

In sommige bedrijven is zelfs geen probleem of opportuniteit nodig om vergaderingen te beleggen. Vergaderingen zijn een doel op zich. Iedere dinsdag is er een. Is er een agenda? Hoeft niet, we vinden wel iets.

Het ontbreken van een vergadercultuur kan je direct opmaken aan het aantal opengeslagen laptops of opstaande tablets waarachter vergaderaars zich verschansen om toch maar iets interessants te kunnen lezen, terwijl de baas de situatie van naaldje tot draadje uitlegt.

Bij volwassen organisaties kreeg je al een prima dossier dat je hoort gelezen te hebben voor de vergadering. Op de meeting hoeft niets toegelicht – ik gooide wie zich niet voorbereidde buiten, ze stalen de tijd van anderen en vergooiden hun recht om mee te beslissen – en kan onmiddellijk de bespreking beginnen. Het klinkt hardvochtig, maar wie het meemaakt, wil nooit nog ouderwets vergaderen.

Als je het geluk hebt bij een organisatie te werken met een degelijk vergaderbeleid, is er bitter weinig verschil tussen fysiek en televergaderen. Alleen kan je bij het fysiek vergaderen achteraf nog op café voor eindeloze sessies nutteloze, maar heerlijke smalltalk.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 4 april 2020.

Video The Sensational Nightingales studioversie

Video The Sensational Nightingales stomende live-versie

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

In nood, mag en moet iedereen thuiswerken

But, I wasn’t prepared for this

Oh, I wasn’t prepared for this

But, I wasn’t prepared for this

I wasn’t prepared, Eisley, Room Noises, 2005

Of ik naar de studio wilde komen om mijn licht te laten schijnen over wat er allemaal anders zou kunnen uitzien nadat we met zijn allen corona uitgeziekt hebben, vroeg de lieve dame een paar dagen geleden. De amygdala van deze net 66-jarige, die niet zeker is of hij indien zwaar ziek wel aan het ademhalingstoestel wordt gelegd, legde mij meteen een formeel reisverbod op. Dat werd voor een keer niet tegengesproken door mijn prefrontale cortex, die me fijntjes verwees naar de column van Frederik Anseel. Die sprak zich terecht uit tegen het selecte groepje multi-inzetbare experts in de media, die, wat ook het thema van de dag is, menen dat ze hun niet zelden zelfingenomen en vooringenomen mening mordicus moeten verkondigen . En natuurlijk liet de frontale kwab zich de buitenkans niet ontglippen om te sissen: ‘Je zegt toch altijd dat je geen goeroe bent?

Als een expert volgens Anseel iemand is die 20 of 30 jaar lang elke dag besteed heeft aan één specifiek probleem, durf ik me wel een beetje bevoegd te noemen over organisatiecultuur en telewerk. Voor veel bedrijven en organisaties zal het niets veranderen. Als zelfs nu nog 10 procent van de werknemers die perfect thuis kunnen werken dat niet mag van de werkgever, weet je dat de controlecultuur nog welig tiert. Door dat koppige egocentrisme lopen de ouders en grootouders van de eigen werknemers een groter gevaar op sterfte door corona. Dat is voor een groot deel van onze managers nog geen reden om hun totale gebrek aan vertrouwen in hun mensen in vraag te stellen. Ik vrees dat werkgevers met dezelfde ingesteldheid, die met lange tanden toelaten dat mensen niet op kantoor verschijnen, zweren dat na de crisis van thuiswerk niets in huis komt.

Hopelijk ziet een grotere groep managers in dat thuiswerk grote voordelen heeft voor de maatschappij, de werknemer en de werkgever. Tegelijk dreigt het gevaar dat telewerksystemen opgebouwd worden vanuit de corona-ervaring. In weinig organisaties betekent thuiswerk dat je wekenlang geen voet zet in het bedrijfsgebouw, zoals nu het geval is. Uit de meeste onderzoeken blijkt dat mensen zich thuis beter kunnen concentreren omdat ze auditief en visueel minder afgeleid worden dan op kantoor. Maar de afgelopen dagen had drie vierde van de thuiswerkers de kinderen bij zich. Mogelijk was het voor veel mensen die voor het eerst aan telewerk deden onmogelijk fatsoenlijk te werken.

Daar komt bij dat mensen totaal onvoorbereid waren. Dat de plotse digitale overgang voor veel bedrijven grote technische problemen met zich meebracht, werd in deze krant uitvoerig belicht. Sommige thuiswerkers waren uren technisch werkloos. Het leidde bovendien tot een pak stress voor onervaren thuiswerkers, waar ze op kantoor geen last van hebben. Thuiswerk vergt meer zelfdiscipline en zelforganisatie en creëert twijfel. Doe ik wel genoeg? Doe ik het belangrijkste? Bedrijven die na een cultuurshift op flexibel werken overgaan, bereiden hun mensen daarop voor. Ultiem is het voor iedereen beter als de werknemer veel autonomie krijgt en niet constant de alwetende baas om raad moet vragen. Werknemers met een gerust gemoed hun eigen werk laten organiseren vereist veel tijd, opleiding en ondervinding.

Iets als corona komt één keer om de honderd jaar voor. Maar virologen wijzen erop dat we rekening moeten houden met een tweede coronagolf. Organisaties en bedrijven denken beter al na over een verstandig telewerkbeleid, zodat ze de volgende quarantaineperiode met minder productiviteitsverlies en in betere omstandigheden doorkomen. De overheid moet zich beraden over een degelijk flankerend beleid dat eindelijk afscheid neemt van het werkurentelraam. Een belastingvrije vergoeding van 126,94 (!) euro voor thuiswerk volstaat niet.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van 21 maart 2020.

Video I wasn’t prepared

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Noodthuiswerken

Here’s one thing I want you all to hear

If they don’t bring back light wine, gin and beer

Doggone the panic will be on.

‘The Panic Is On’, Loudon Wainwright III, 10 Songs For The New Depression, 2006

Dezer dagen word ik nog meer dan vroeger gebeld met de vraag hoe je thuiswerk moet organiseren. Maar waar er vroeger interesse was omdat het bedrijf zijn werknemers meer autonomie wil geven, omdat het er een wapen voor war for talent in ziet of omdat het wil besparen op de bedrijfsoppervlakte, is de reden nu het coronavirus. De telefoontjes, mails en WhatsApp-berichten namen hand over hand toe nadat de Wereldgezondheidsorganisatie thuiswerk aanraadde. En met iedere journalist die “geen reden voor paniek” prevelt bij beelden van een coronavergadering waarop nagenoeg iedere minister die ons land telt, aanwezig is, stijgt de ongerustheidthermometer in directievertrekken naar ongekende hoogtes. 

Ook Nederlandse thuiswerkadviseurs melden me een verhoogde vraag na een korte reportage op RTL over de verregaande maatregelen die Nestlé Nederland genomen had in de strijd tegen corona. Je mag er niemand nog een hand geven, je moet een meter afstand van elkaar houden en als je kucht of niest moet dat in de arm. Trainingen, seminaries, conferenties en alle vergaderingen buiten de deur zijn afgezegd. Maar vooral: sommige mensen moeten verplicht thuiswerken.

Anders dan wanneer organisaties thuiswerk overwegen vanuit een aangepaste bedrijfscultuur, blijkt uit de eerste contacten met coronapaniekerige CEO’s en hr-directeurs vooral totale improvisatie. Op de vraag of de IT-systemen aangepast zijn om mensen toe te laten professioneel hun werk thuis uit te voeren, volgt na langdurige stilte dat dat eens nagegaan moet worden bij de ICT-directeur. Een paar vroegen aarzelend of mensen dan niet met papieren dossiers kunnen thuiswerken. Een diepe zucht onderdrukkend probeerde ik uit te leggen dat papieren thuiswerk neerkomt op pesten buiten het werk omdat je altijd wel iets vergeten bent. Bovendien is thuiswerk wegens coronagevaar alleen effectief als je wekenlang niet naar je werkplek gaat. Hoe je dat organiseert met papieren processen is me een raadsel.

En dan hadden we het nog niet over de grootste bezorgdheid: zullen mensen wel werken als ze thuis zijn? Al anderhalf decennium probeer ik uit te leggen dat je ook niet weet of mensen wel werken als ze op het hoofdkantoor achter hun computer zitten, en dat moderne bedrijven mensen aansturen op SMART gedefinieerde resultaten. Heel wat bedrijven, ook zeer gerenommeerde, werken anno 2020 nog altijd met functiebeschrijvingen die in het beste geval kunnen dienen bij het aanwervingsbeleid. Een hr-directeur wist zelfs niet dat SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden, en dat het een model is om doelstellingen zo te formuleren dat de kans groter is dat er in werkelijkheid ook wat van terechtkomt.

Het is dan ook geen toeval dat de grootste preoccupatie niet het halen van de persoonlijke en collectieve resultaten is, maar het aantal gewerkte uren. Ook voor de overheid en de meeste vakbonden is werkuurberekening het alfa en het omega van personeelsbeleid. Bij de hele oefening die gewezen minister van Arbeid Kris Peeters opzette over duurzaam werken bleef alles draaien rond uren tellen.

Ook de organisaties waar mensen een dag per week mogen thuiswerken, maar dan wel tijdens de kantooruren en mits diepgaande rapportering over het geleverde werk, zijn radeloos over hoe ze hun werknemers wekenlang thuis kunnen laten werken omdat ook bij hen de prikklok belangrijker is dan de werkelijk geleverde arbeid.

Ik raad coronapaniekerige CEO’s aan geen geïmproviseerde thuiswerkorganisatie op te zetten. Het gevaar is dat de bedrijfsresultaten daar nog meer onder lijden dan onder een paar griep- of coronazieken. Een cultuurswitch van werkurenregistratie naar resultaatswerken en van papierwerk naar digitale processen mag geen haastwerk zijn. Als werknemers het gevoel krijgen dat de verandering alleen is opgezet ten voordele van het bedrijf, dreigt een totale mislukking. Toen ik indertijd tweette dat onze federale overheidsdienst geen productiviteitsverlies had bij zware sneeuwval en bij verkeersinfarcten, waren er ook managers die alleen om die reden thuiswerken wilden invoeren. Veel plezier hebben ze er niet aan gehad. Hun werknemers ook niet.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 7 maart 2020.

Video  The Panic Is On

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De zombie en de struisvogel

But there’s nothing you and I can do

You and I are only two

What’s right and wrong is hard to say

Forget about it for today

We’ll stick our heads into the sand

Just pretend that all is grand

Then hope that everything turns out OK

‘The Ostrich’, Steppenwolf, Steppenwolf, 1968

‘Het Belgische begrotingstekort voor 2020 is nog groter dan gedacht. De staat moet op een waakvlam worden gezet, zodat hij minder kan uitgeven. Zolang de regering in lopende zaken is, mag ze geen personeel aanwerven. Als ergens een probleem optreedt, moeten mensen van andere diensten worden overgeplaatst.’ Het briljante idee komt van Unizo-topman Danny Van Assche.

Is dat hoe Van Assche Unizo runt? ‘Ah, er gaat een boekhouder met pensioen, we vervangen hem door de starterscoach.’  Ik dacht het niet. Unizo zou snel stranden. Maar bij de overheid moet het blijkbaar kunnen. Als de mensen die op de federale overheidsdienst Volksgezondheid de coronacrisis beheersen wegvallen, moeten ze maar worden vervangen door veeartsen die slachthuizen controleren?

Natuurlijk weet Van Assche dat hij prietpraat verkoopt, als CEO én als staatsdragende figuur van een organisatie die in ontelbare raden van beheer van overheidsdiensten zit en dus enige notie hoort te hebben van hoe ze functioneren. Maar hij doet het toch omdat hij weet dat zijn leden dat graag horen.

Eind 2005 deed het VBO het hem voor. Toen kwam CEO Rudi Thomaes met het voorstel om de volgende vijf jaar 30.000 ambtenaren bij de federale administratie te laten afvloeien. Toen al stelde ik dat de discussie niet moet gaan over het aantal ambtenaren, maar over de rol die de administratie moet spelen – en welke niet – en over de diensten die ze moet bieden aan burgers en bedrijven. 15 jaar later heeft het VBO noch Unizo, maar ook geen enkele vakbond of politieke partij, een deugdelijk antwoord op die vragen gegeven. Het gevolg is ‘dat burgers voor hun belastingen te weinig terugkrijgen’, zoals Alexander De Croo, topman van een partij die al 21 jaar aan de macht is, deze week in het weekblad Knack liet optekenen.

Ondertussen is het aantal ambtenaren sterk gedaald, door kaasschaafbesparingen en grote inspanningen van overheidsmanagers. Maar het begrotingstekort is wel opgelopen tot 2,5 procent van het bruto binnenlands product, of 12,3 miljard euro. De redenering ‘minder ambtenaren = lagere staatsschuld’ is een van de vele waanideeën die ons land blijven teisteren en die telkens weer worden gedebiteerd door zombies, wier waanbeelden al ettelijke keren zijn gesneuveld maar toch blijven leven. Het beeld is niet van mij maar van professor  Marc De Vos, die in zijn boek ‘Beter is niet genoeg’, vanuit zijn nieuwe thuisland Australië, de collectieve onverantwoordelijkheid aanklaagt die de politieke stilstand in ons land veroorzaakt. Hij legt goed uit hoe het komt dat in ons land nagenoeg niets wordt beslist, en dat de weinige beslissingen die wel worden genomen er haast nooit komen op basis van evidentie maar op basis van zombie-inzichten. ‘De struisvogel steekt de kop in het zand en vergeet de wereld.’

Luckas Vander Taelen beschreef in De Tijd het kafkaëske overheidsverhaal van Schaarbeek-Vorming, een spoorterrein waarop het Brussels Gewest bij aankoop sporen wil aanleggen, terwijl ze er in opdracht van een andere overheidsinstantie werden weggehaald. ‘Over de partijgrenzen heen waren alle parlementsleden verbaasd over het absurde kluwen van overheidsinstellingen die elk vanuit een eigen logica lijken te werken, zonder enige sturing vanuit de politiek’, schreef Vander Taelen.

Schaarbeek-Vorming is België in het klein. Het is ook Vlaanderen, Brussel en Wallonië in het klein, moet ik er snel aan toevoegen voor iemand ‘confederalisme’ roept. Federaal en in de regio’s wordt op dezelfde manier (niet) aan beleid gedaan. Ons klimaat is kennelijk erg uitnodigend voor zombies en struisvogels.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 22 februari 2020.

Video The Ostrich

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ontspoord

Yeah, the doctors don’t know, but New York was killing me

Bunch of doctors coming round, they don’t know

That New York is killing me

Yeah I need to go home.

New York Is Killing Me, Gil Scott-Heron, I’m New Here, 2010

In New York reden vier op de tien metrotreinen drie jaar geleden met grote vertraging. En nu mogen New Yorkers een en ander gewoon zijn, dat pikten ze niet langer van de Metropolitan Transportation Authority (MTA). De crisis verhitte de gemoederen zo erg dat gouverneur Andrew Cuomo zich genoodzaakt zag de noodtoestand uit te roepen en ‘het dossier naar zich toe te trekken’. Gevolg: de metro liep helemaal vast. Kinderen kwamen te laat op school, en hun ouders op het werk. Schouwburgen en filmzalen zagen de bezoekersaantallen drastisch dalen. Wachtend op de metro werd gefluisterd dat de leiding van Carnegie Hall de optredens een halfuur opschoof omdat het klachten regende over schuifelende voeten van laatkomers. 

Train daddy

Cuomo panikeerde. Hij kon de Brit Andy Byford, die tussen 2012 en 2017 de metro van Toronto uit het slop haalde, overhalen de MTA te komen leiden. Hij moest de gelauwerde treinmanager, wijs geworden na eerdere ervaringen met politici, wel verregaande autonomie geven. In no time zette Byford zijn Fast Forward-plan op papier en op de rails, en nauwelijks twee jaar later reed al 80 procent van de New Yorkse metro’s en bussen klokvast. De New Yorkers vereerden Byford met het epitheton ‘Train Daddy’.

Op 23 januari hoorden die dankbare gebruikers tot hun verbijstering dat hun Train Daddy zijn ontslag had ingediend. ‘Het begin van het jaar is een goed moment om te vertrekken’, liet de van Britishness overlopende Byford optekenen. Maar alle ingewijden wisten dat hij de constante clashes met de bemoeizuchtige, micromanagende Cuomo moe was. Dat Cuomo met lede ogen moest aanzien hoe Byfords populariteit in New York olympische dimensies aannam, hielp niet. Cuomo had er niet beter op gevonden dan het MTA een herstructurering op te leggen die Byfords bevoegdheden sterk reduceerde.

De aandachtige mediavolger zal enige gelijkenis tussen dit wrange verhaal en de VRT-saga niet zijn ontgaan. Een CEO die een onberispelijk parcours loopt, wordt door zijn bemoeizuchtige, micromanagende voorzitter Luc Van den Brande (CD&V) via zijn handpop/minister Benjamin Dalle aan de deur gezet.

Het is een wijdverbreid stramien: politici gaan verstrikt in de Bermudadriehoek van ego, ideologie en hoogmoed voorbij aan alle principes van goed bestuur, drukken hun eigengereide plannen door en bruuskeren daarbij goed management en richten overheidsdiensten ten gronde. Gelukkig kenden we ook ministers zoals Eric Van Rompuy (CD&V), Bert Anciaux (destijds Spirit) en Sven Gatz (Open VLD), om ons maar te beperken tot ex-VRT-ministers, die zich voorbeeldig aan de regels van public governance hielden.

Hoongebaren

Politieke inmenging in overheidsmanagement vertaalt zich niet altijd in een dispuut tussen politicus en topambtenaar. Soms wordt een topambtenaar, die objectief ondermaats presteert, tegen alle logica in, in het zadel gehouden. Dezelfde Luc Van den Brande behield, als voorzitter van Technopolis, ook na een vernietigend rapport het vertrouwen in CEO Erik Jacquemyn, die erin geslaagd was het voltallige personeel tegen hem in het harnas te jagen. Ultiem moest Jacquemyn toch vertrekken. Van den Brande mocht blijven.

Toen tijdens de vorige Vlaamse regering berichten over misstanden, groeiende wachtlijsten en falend management in het Agentschap Integratie en Inburgering (Agii) de media bereikten, wees Liesbeth Homans (N-VA) alle aantijgingen met hoongebaren af. Ze bleef pal achter algemeen directeur en partijgenote Leen Verraest staan en bewoog hemel en aarde om een audit bij de instelling te vermijden. Ze kon niet verhinderen dat het Rekenhof een eigen onderzoek opende, waaruit bleek dat het Agii de doelstellingen niet haalde, met geld strooide en een totaal gebrek aan rekruteringsbeleid en strategie vertoonde. Ultiem moest Verraest toch vertrekken. Homans werd parlementsvoorzitter.

Maar of nu goed presterende overheidsmanagers worden buitengezet of -gepest of slecht presterende topambtenaren mordicus worden gehandhaafd, er is één constante vaststelling: het volk wordt slecht bediend.

Naschrift

Deze tekst verscheen in De Tijd van 8 februari 2020.

Tien jaar geleden nam Gil Scott-Heron zijn laatste album, I’m New Here, op. Hij stierf in 2011. Het was een briljante comeback voor de man die zichzelf bluesologist noemde, gek was van bluesy jazz en, samen met de Last Poets, voorloper was van wat rap zou worden (de Lamarschool weliswaar, niet de stupide gangsta rap). Tien jaar later komt We’re New Again uit, een jazz-versie van het slotalbum. Jazzdrummer Makaya Craven zette passende jazzklanken onder Scott-Herons bariton met onder andere samples uit de platen met Jalal Nuriddin van de Last Poets waarmee hij de cirkle rondde.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Heden geen beleid

A bar is just a church where they serve beer

Jim 3:16, Jim White Vs The Packway Handle Band,  Take It Like A Man, 2015

Hopelijk was u maandagavond niet getuige van de tenenkrullende discussie tussen Karel Van Eetvelt en Joël De Ceulaer in ‘De afspraak’. De CEO van Febelfin pleitte voor meer burgerparticipatie als oplossing voor de politieke impasse. Een driftig met zijn boek (nu verkrijgbaar) zwaaiend, betoogde De Ceulaer dat er niets moet veranderen aan ons parlementaire systeem, dat is gebaseerd op macht verkregen bij verkiezingen.

Als die twee, ver van camera’s en andere egoversterkende middelen, een paar uur zouden samenzitten, zouden ze zonder twijfel tot de conclusie komen dat ze veel ideeën gemeen hebben.

Van Eetvelt – ik ken hem een beetje maar zit niet in zijn beweging – is er net als De Ceulaer van overtuigd dat de uiteindelijke beslissing politiek moet worden genomen, maar stelt vast dat in ons land niet of slecht wordt beslist. Het onderzoeksbureau Kantar, waarvan deze week in het weekblad Knack een opzienbarend post-electoraal onderzoek verscheen, vraagt zich af ‘of het stemgedrag bij de jongste verkiezingen misschien niet zozeer met een afkeer van beleidsinhoud te maken heeft, maar vooral radicaal heeft willen zijn in zijn afkeer van de manier waarop door de machtspartijen aan politiek wordt gedaan’. Dat heeft niet alleen te maken met hoe politici elkaar afmaken – hopelijk hebt u gisterochtend de scheldpartij tussen Marc ‘het is allemaal de schuld van de socialisten’ Descheemaecker en Joris ‘u maakte er als vetbetaalde NMBS-manager een potje van’ Vandenbroucke over de wedde van overheids-CEO’s niet gehoord – maar vooral over hoe beslissingen in ons land (niet) tot stand komen, welke ook de regering is.

Tot in den treure moet de burger vaststellen dat in ons land over te veel belangrijke zaken – migratie, leefmilieu, klimaat, arbeidsmarkt, verkeer, pensioenen, gezondheidszorg, justitie, om er maar enkele te noemen – geen langetermijnvisie is. Er is geen visie op de overheidsdiensten. Dus is het ook niet duidelijk wat van overheids-CEO’s wordt verwacht en in welke omstandigheden ze moeten werken. Maar dan vertrekt een Luc Lallemand en krijg je weer die discussie over vergoedingen. Het zou me sterk verwonderen dat Lalleman – ik ken hem een beetje maar zit niet in zijn partij – vertrekt vanwege het loon. Het lijkt me eerder dat hij ‘het ondraaglijk lichte court-termisme in de Belgische politiek en de enge manoeuvreerruimte voor overheidsmanagers’ (Isabel Albers) beu is en  kiest voor een omgeving waar hij zich niet voor iedere habbekrats publiekelijk moet verantwoorden bij mediageile politici en waar hij geen tien jaar moet wachten op een bestuursovereenkomst.

In de noordelijke landen, de gidslanden voor de regering-Jambon, heerst een ander beleidsklimaat, zoals Guy Tegenbos terecht opmerkte in De Standaard. ‘De politiek wantrouwt de instellingen en de administraties niet, maar respecteert ze. Het zijn niet de gepolitiseerde kabinetten die het beleid voorbereiden, maar ambtenaren’. Ik heb het genoegen gehad nu en dan bij beleidsvoorbereiding in Nederland betrokken te zijn. Rond de tafel zie je inderdaad geen kabinetsleden, maar interne en externe experts en mensen die de maatregel uiteindelijk moeten uitvoeren. Die vind je nagenoeg nooit op de Interkabinettenwerkgroepen die in ons land het beleid uitstippelen. Daar zie je steeds dezelfde politieke creaturen opduiken die zich elke dag voordoen als experts over de meest diverse onderwerpen waar ze ooit een krantenartikel over lazen. Niet zelden komen maatregelen tot stand op basis van een discussie over een fait divers. Het is niet toevallig dat het broodjeaapverhaal dat asielzoekers een huis kunnen kopen met opgehoopt kindergeld bij herhaling ter sprake kwam aan de onderhandelingstafel bij de vorming van onze Vlaamse regering.

Dat soort cafégesprekken maakte ik niet mee bij onze Nederlandse vrienden. Voor de vergadering worden alle mogelijke data over het onderwerp bijeengebracht en wordt onderzocht hoe beleidsmaatregelen in andere landen functioneren. Op de vergadering wordt een zorgvuldig evidencebased advies aan de ministerraad geformuleerd, wat niet zozeer neerkomt op het aanduiden van wat moet gebeuren maar op het aangeven van wat niet werkt. De regering krijgt een overzicht van de mogelijke scenario’s, met telkens de voor- en nadelen. Het is erg ongebruikelijk dat een regering voor een totaal andere oplossing gaat. Waarvoor ze uiteindelijk kiest, is ideologisch afgewogen. Maar de kans dat maatregelen worden genomen zoals bij ons een mobiliteitsbudget, dat van geen kanten werkt, of een transmigrantenregelgeving, die dixit procureur Ine Van Wymersch onuitvoerbaar is, is bij onze noorderburen bijzonder klein.
Van de interkabinettenwerkgroepeningezetenen hoor je nooit een langetermijnvisie. Net zoals hun broodheren/dames zijn ze bezig met de volgende verkiezing en de verlenging van hun cabinetardbestaan. Beleidsmaatregelen, die wél tot de gewenste gevolgen leiden, maar waarvan de gevolgen niet binnen de regeertermijn zichtbaar worden – en dat is niet de uitzondering maar de regel – maken geen begin van kans. Toen ik een kabinetschef ooit voorspelde dat er niets zou komen van zijn micromanagementsoplossingetjes als er geen structurele veranderingen kwamen aan de manier waarop administraties werden aangestuurd, werd ik verrot gescholden. Achteraf zei een collega mij dat er nu wel zeker één structurele wijziging zou komen: we zouden niet meer uitgenodigd worden voor de volgende vergaderingen. Ik dacht dat hij een beetje te cynisch aan het worden was. Maar hij kreeg wel gelijk.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 11 januari 2020.
Video Jim 3:16
Natuurlijk zoeken onze Nederlandse collega’s verder naar beter beleid. Volg de blog van Menno Spaan. Over uitvoerbaarheid: Simon Sibman.
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Revancheregering


Well they call her avenging Annie

The avenger of womanhood

She spends her whole life telling lies

Leads them on a mess and over good

Avenging Annie, Andy Pratt, 1973

Op 24 december kwam bij De Warmste Week een envelop toe met daarop het indrukwekkende logo van de Vlaamse regering en daarin het imposante bedrag van 450.000 euro. Diezelfde dag kwam bij tientallen organisaties voor kansarmenparticipatie een brief toe met hetzelfde indrukwekkende logo en de melding dat hun projectsubsidies volledig worden geschrapt. Kerstmis is niet langer de dag dat ze niet meer schieten.

Natuurlijk wordt op het Martelarenplein de mantra aangeheven dat iedereen moet besparen. Maar je moet geen in Grasse opgeleide neus hebben om te ruiken dat er stront aan de knikker is als overal 6 procent moet worden bespaard maar bij sommigen 60 procent wordt weggesneden zoals bij de cultuurprojectsubsidies en bij anderen de volledige 100 procent.

Vorige week besliste de Vlaamse regering op voorstel van minister Ben Weyts (N-VA) om 10 procent meer dokters en 20 procent meer tandartsen in spe aan de opleidingen te laten beginnen. Niet omdat er globaal een tekort is, maar omdat de Franse Gemeenschap al jaren de quota moedwillig overschrijdt. De medische wereld reageerde op de beslissing met woorden als ‘verbijsterend’, ‘emopolitiek’ en ‘onbegrijpelijk’. Hoe anders kan je reageren als honderden geneeskundestudenten in jarenlange onzekerheid worden gestort omdat ze een RIZIV-nummer mislopen en daardoor de facto hun beroep niet kunnen uitoefenen

Waarom kopieert een Vlaamse minister een domme en asociale maatregel? ‘Frustratie en revanchisme’, zegt journalist Bart Brinckman, en met hem elke politicoloog en Wetstraatjournalist die ik hoorde. De Vlaamse regering rekent af met alles en iedereen die het de N-VA ooit moeilijk heeft gemaakt. Met de uitvoering van het regeerakkoord worden de omvang en de gevolgen van de afrekening steeds duidelijker. Het misbestuur wordt met een dikke laag misprijzen opgehoogd. Jan Jambon overlegde niet met de culturele wereld, Weyts wachtte de voorgenomen oprichting van een Vlaamse planningscommissie niet af.

De calimero-N-VA is een Avenging Annie geworden in de verkiezingsnacht na de verbijsterende vaststelling van het massale stemmenverlies. De meest gewiekste politicus van het land wist het gezichtsverlies handig te verschuiven door te wijzen op de winst van het Vlaams-nationalisme. Maar daarvoor moest hij wekenlang samenzitten met mensen van het Vlaams Belang, en dus waart niet alleen de geest van die partij door het regeerakkoord maar ook haar wrange wraakluchtje. Om het met editorialist Jan Segers van Het Laatste Nieuws te zeggen: “dit regeerakkoord draagt de vingerafdrukken van het Vlaams Belang”.

‘De vorige Vlaamse regering was met de N-VA, de huidige is van de N-VA. Open VLD en CD&V gedragen zich als bijhuizen van de N-VA’, schreef de politicoloog Carl Devos treffend. De twee bijpartijen willen wel de postjes maar doen er alles aan om het regeerakkoord niet te moeten verdedigen. ‘Het is toch opvallend dat de partijvoorzitters niet naar de tv-studio willen komen, al was het maar om de ministerportefeuilles te verdedigen. Zij hebben het regeerakkoord onderhandeld en kennen het wél goed’, moest Pieterjan De Smedt begin oktober vaststellen.

In wezen worden Open VLD en CD&V toegelaten tot het N-VA/VB-regeerakkoord. Voor Open VLD is dat een bekend gegeven. In 2014 stapten de liberalen in een N-VA/CD&V-regering waarover ze nooit onderhandelden en moest Sven Gatz (Open VLD) cultuurbesparingen doorvoeren waar zijn hele persoon zich tegen verzette. In deze regering valt de beulenrol Wouter Beke (CD&V) te beurt. Het leverde de zelfaangestelde minister van Welzijn, die niet over Gatz’ politieke handigheid en communicatieve vaardigheden beschikt, een horrorweek op waarin ondoordachte besparingen zijn hele achterban schoffeerden. God bestaat!

Naschrift

Deze tekst verscheen (ingekort wegens eindejaarsweekendkrant) in De Tijd van 28 december 2019.

Video Avanging Annie.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Grootvaderlijk

Be ever wonderful, stay as you are

Stay as you are, won’t you stay in your own sweet way

Don’t let the world change your mind

‘Be Ever Wonderful’, Earth, Wind & Fire, All ‘N All, 1977

Ik wist dat grootvader worden niet rimpelloos zou verlopen. Maar dat het zo’n omwenteling zou zijn, daar was ik niet op voorzien. Het kleine meisje is een onuitputtelijke bron van onpeilbare gelukzaligheid en beate verwondering. Maar ze zorgt er ook voor dat ik bijna elke ochtend mijn tablet dreig kapot te slaan na weer een bericht over onze bestaande en niet-bestaande regeringen.

Deze week ging mijn radio bijna aan diggelen toen ik emeritus professor Peter Adriaenssens hoorde zeggen dat in armoede geboren kinderen na één jaar al een achterstand van twee maanden hebben. Het werd er niet beter op toen professor Frank Vandenbroucke uitlegde hoe hij kinderarmoede in België had gemeten. Hij onderzocht de toegang tot 17 items die voor elk kind in Europa als noodzakelijk worden beschouwd. Eet het kind elke dag groenten en fruit? Kan het thuis vriendjes uitnodigen? Kan het deelnemen aan uitstapjes en feesten op school? Leeft het in een behoorlijk verwarmde woning? Een kind leeft gedepriveerd als het gezin zich minstens drie van de 17 items niet kan veroorloven.

Het zijn schrijnende voorbeelden – ik krimp ineen bij de gedachte dat dit mijn kleinkind zou overkomen – die weergeven hoe onbeschoft een uitspraak als ‘armoede is relatief’ wel is. Vandenbroucke moet vaststellen dat 15 procent van onze kinderen in armoede leeft. 12 procent leeft in extreme armoede. Daarmee doen we het slechter dan al onze buurlanden met cijfers als 7 en 9 procent in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Toch vindt onze Vlaamse regering een armoedeplan niet nodig. Is dat het warme Vlaanderen waarin mijn kleinkind moet opgroeien?

Hetzelfde Vlaanderen kroont zich tot Fossiel van het Jaar als blijkt dat bij de opstart van de klimaatconferentie in Madrid zijn regering in achterkamers nog snel een klimaatplannetje bijeen gaat puzzelen dat de minimale Europese normen niet haalt. Als planepooler Zuhal Demir zich verlaat op de conferentie meldt, krijgt ze van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans te horen dat de normen worden opgetrokken tot wat door alle Europese staten op de Parijse klimaatconferentie is overeengekomen. Demir roept dat ambities haar gestolen kunnen worden en herhaalt tot in den treure ‘haalbaar en betaalbaar’, zoals haar debatfiches voorschrijven. De keffer keft, de Europese karavaan trekt voort. Joke Schauvliege heeft een paar jaar nodig gehad om tot de risee van het milieubeleid uit te groeien. Demir doet het in een paar weken.

Maar misschien woont mijn kleinkind wel in een regio met een werkzaamheidsgraad van 80 procent. Het is een terechte ambitie van de Vlaamse regering, want ook hier doen België en Vlaanderen het minder goed dan alle omringende landen. We moeten inactieven weer aan de slag krijgen. Dat is een moeilijke klus want het is een heterogene groep en die vergt dus diverse aanpakken. Het is nobel om langdurig zieken te willen re-integreren. Maar misschien moet je eerst denken over hoe je ervoor zorgt dat die groep niet uitbreidt. Elk jaar stijgt het ziekteverzuim, en daarmee het aantal langdurig werklozen, zowel in de privésector als bij de overheidsdiensten. Depressie en burn-out tekenen voor de meeste ziektedagen.

Een paar weken geleden zag ik in Moorsele een theatervoorstelling over burn-out. ‘De kanarie in de koolmijn‘ is geen klassiek theater maar een interactieve voorstelling, gespeeld door ‘gewone’ mensen met een burn-outervaring. Het trof me hoeveel onwetendheid bij werkgevers, personeelsdiensten en zelfs dokters en psychologen heerst. Mensen die durven te poneren dat het werk hen te veel wordt, worden aangepord zich te herpakken. Klachten over een slechte werkorganisatie of mistoestanden vallen in dovemansoren. Langdurige afwezigheid is het gevolg. En als het iets beter gaat, volgt voor veel langdurig zieken een fatale genadeslag. Twee op de drie werknemers die na een lange ziekte via een traject van re-integratie toch weer aan het werk kunnen, worden alsnog ontslagen door hun werkgever. Preventie is een Vlaamse materie. Maar in het Vlaamse regeerakkoord vind je niets dat op burn-outpreventie lijkt.

Ik zal mijn kleinkind maar niet vertellen dat de oplossing voor al onze problemen meer Vlaanderen is.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 december 2019.

Video ‘Be Ever Wonderful’

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Beroep

I’m living in a future

A future of law I want to know

Whose law can it be?

A future for you and I

‘Whose Law (Is It Anyway)’, Guru Josh, Infinity, 1990

Bo Coolsaet werd dinsdag schuldig bevonden aan verkrachting en Wout van Aert werd vrijgesproken van contractbreuk. Dat was verrassend, want alle kranten hadden op voorhand de vrijspraak voor de uroloog en de straf voor de wielrenner voorspeld. Procesjournalisten komen stilaan terecht in hetzelfde vaarwater als hun voetbalkompanen: eerst wordt lang en overtuigend de uitslag voorspeld en achteraf wordt zonder gêne met totaal tegengestelde argumentatie het anders uitgedraaide resultaat verklaard.

De Antwerpse rechter velt niet alleen een vernietigend vonnis, maar velt tegelijk de faam van Coolsaet en de ernst van het Antwerpse parket. De uroloog overtuigde substituut-procureur Kim De Laet dat het instrument waarmee hij een minderjarig meisje behandelde geen seksspeeltje was, maar een medisch instrument. De parketmagistrate etaleerde daarop haar gebrek aan kennis over penselen der liefde en vroeg prompt de vrijspraak. Ze veranderde haar mening ook niet wanneer nieuwe klachten tegen de uroloog binnenliepen. Begrijpelijk, want ze deed niet eens de moeite om ze deftig te onderzoeken. De Laet is geen onbekende in de procesjournalistiek: negen jaar geleden gaf dezelfde magistrate de ‘bottinekes’ de opdracht Jonathan Jacob te kalmeren, met zijn dood tot gevolg.

Zo verrassend de vonnissen, zo voorspelbaar de reacties van de verliezende partijen. Geen tien minuten na de uitspraak lieten hun advocaten al weten in hoger beroep te gaan. Blijkbaar staan niemand erbij stil hoe boertig dat soort gedrag is. Een rechter leest en herleest argumenten en tegenargumenten, gaat graven in de rechtsleer en de rechtspraak, is zich bewust van het effect van zijn uitspraak, wikt en weegt zijn woorden en komt tot een goed onderbouwd oordeel. Om minuten na zijn uitspraak al te horen dat zijn vonnis brolwerk is dat door een hogere rechter node moet worden rechtgezet.

In vervlogen tijden zeiden advocaten eerst het vonnis zorgvuldig te zullen onderzoeken. Toegegeven, soms was het slecht theater, maar niet zelden konden serieuze pleiters hun klanten overtuigen niet in beroep te gaan. Toen ik rechten studeerde, kreeg ik tot in den treure te horen dat een advocaat de eerste rechter moet zijn. Dat hield in dat ze hun klanten correct over het sérieux van de argumenten van de tegenpartij moesten informeren. Blijkbaar behoort die regel niet meer tot de verplichte kennis. Advocaten zijn geen eerste rechters meer, maar eerste supporters die zich meteen na de uitspraak niet naar hun studiekamer maar naar ‘De afspraak’ spoeden.

Uit mijn wetswinkeltijd herinner ik me de vele verhalen van arme huurders die, na lang aarzelen, rijke huisjesmelkers voor de rechter daagden, hopend op een rechtvaardige uitspraak. Als ze die al kregen, gingen de verhuurders prompt in hoger beroep en soms zelfs in cassatie. Niet met de bedoeling de rechtszaak te winnen, maar om de huurders financieel te dwingen af te zien van hun terechte rechtseis. Te weinig wordt erbij stilgestaan dat hoger beroep een geniepige zet kan zijn van een tegenpartij die zich financieel veel meer kan veroorloven. Ook in de 21ste eeuw kan hoger beroep een vorm van klassenjustitie zijn.

De voordelen zijn velerlei. De partijen hebben een tweede visie gekregen en moeten geen jaren op een eindbeslissing wachten. Justitie kan miljoenen besparen aan nodeloze procesvoering. De overmacht van de financieel sterksten wordt verminderd. Maar vooral: met een kamer van hoger beroep zouden de rechters in eerste aanleg zich meer gevaloriseerd voelen. Hoewel, sommigen zouden dat als een soort verkapte evaluatie van hun werk kunnen beschouwen. En we weten dat de voor het leven benoemde rechters als de dood zijn voor evaluaties.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 30 november 2019.

Met de vraagstelling of de toegang tot hoger beroep zo gemakkelijk moet blijven als het nu is, riskeer ik de woede der goede juristen over mij te laden en uitgekreten te worden tot doodgraver van de rechtstaat. Vergeet niet dat de goede juristen dat ook zegden van de Franse wetgevers die in 1794 de gerechtelijke tortuur in de Zuidelijke Nederlanden wilden afschaffen.

Video Whose Law (Is It Anyway)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zon

Let’s Put Fun Back In Fundamentalism

Anders Aarum Trio, First Communion, 2006

‘Wij zijn voor het leven’, hoorde ik een CD&V-volksvertegenwoordigster zeggen in ‘De ochtend’ en ik voelde een voor mijn leeftijd zeldzame woede in mij opstijgen. Ik werd veertig jaar terug in de tijd gekatapulteerd naar een grijs-bruine parochiezaal waar ik, als lid van Mannen Tegen Seksisme, mocht zetelen in een debat over ethische kwesties. De initiatiefnemers dachten om een of andere obscure reden dat onze groep zich wilde afzetten tegen de eisen van feministen. Groot was hun verwondering toen ze hoorden dat ik er voorstander van was abortus uit het strafrecht te halen. Ook toen zei de CVP-vertegenwoordiger in het debat dat hij voor het leven was.

Ik was dus voor de dood. De christendemocraat zei dat het blijkbaar mijn levensdoel was zo veel mogelijk vrouwen ervan te overtuigen abortus te plegen. Die stuitende morele superioriteit typeerde de CVP van de vorige eeuw. Het Ethisch Reveil glooide aan de einder. De partijbonzen hadden er geen probleem mee dat ze de door hun bisschoppen opgelegde shariaversie oplegden aan andersdenkenden. De grootste partij van het land, die haar coalitiepartner moeiteloos inwisselde als die te veel noten op zijn zang kreeg, kon haar abortusstandpunt decennia opleggen aan alle Belgische vrouwen.

Stelselmatig werd in de regeringsverklaringen opgenomen dat over ethische problemen geen alternatieve meerderheden mochten worden gevormd. Wilfried Martens verzuimde dat verbod op te leggen toen hij zijn laatste regering samenstelde. Uit zijn memoires leren we dat dat geen vergetelheid was maar een hautaine misrekening: ‘In de CVP ging men er tot diep in de jaren 80 van uit dat de samenhang onder de coalitiepartners zo sterk was dat nooit een meerderheid ten gunste van abortus zou ontstaan, zelfs geen alternatieve parlementaire meerderheid.’

Toen die meerderheid er toch dreigde te komen, haalde Martens alles uit de kast om zijn regering te redden: ‘Na de goedkeuring in de Senaat (van het voorstel Lallemand-Michielsens) spoorde ik mijn partij aan om een eigen voorstel in te dienen en ik spande me in om alsnog een consensus te bereiken.’ Maar de bijna uitsluitend mannelijke CVP-top bleef hardnekkig bij zijn no pasarán-standpunt.

Martens moest met lede ogen aanzien dat de abortuswet werd goedgekeurd en kreeg er een regeringscrisis én een Koningskwestie bovenop. Hij bleef tot zijn dood een tegenstander van abortus. ‘Een losbandig leven leiden, geen voorbehoedsmiddelen gebruiken en bij zwangerschap de toevlucht nemen tot abortus, dat vind ik mensonwaardig’, schreef de voorbeeldige man in 2006.

De abortusepisode leidde bij de christendemocraten niet tot introspectie maar rancune. Een lesbische vriendin ging eind jaren 90, nadat in Gent en Antwerpen homosamenwooncontracten mogelijk waren gemaakt, bij een partijtopper pleiten voor het homohuwelijk. ‘De zon gaat toch niet minder op u schijnen als u toelaat dat ze ook op mij schijnt’, stelde ze. Ze kreeg een schamperlach en een botte nee.

De rancune werd er niet kleiner op toen de CVP in 1999 geen verwachte (en verdiende) grote verkiezingsoverwinning boekte, maar door enkele dioxinekippen vanaf de zijlijn moest toekijken hoe het geknakte riet het homohuwelijk en euthanasie invoerde en van ons vaderland een ethisch gidsland maakte. Wetenschappelijk onderzoek toont geen kloof tussen (eerder) gelovigen en (eerder) vrijzinnigen bij wie kiest voor abortus of euthanasie, maar dat is voor de CVP nog altijd geen reden om het ethische standpunt te actualiseren.

In 2019 verschilt CD&V op ethisch vlak weinig van de CVP. Nu zich een nieuwe meerderheid aftekent om abortus volledig uit het strafrecht te halen en de wettelijke termijn op te trekken tot 18 weken na de bevruchting, hoor je dezelfde christendemocratische argumenten als in 1981. Joachim Coens, lid van de partij die 45 jaar iedere discussie over abortus monddood maakte, vindt dat ethische dossiers er op een drafje worden doorgeduwd. Als hij het tot partijvoorzitter schopt, zal hij daar een breekpunt van maken bij de federale regeringsonderhandelingen. Wil iemand hem eens uitleggen dat zijn partij niet half zo belangrijk meer is als toen zijn vader als minister van Onderwijs, in een poging de ‘abortuskwaal’ te bestrijden, voorstelde om in het onderwijs een opleiding tot relatiebekwaamheid te voorzien ‘waarbij seksualiteit als een waardevolle menselijke activiteit werd gezien’?

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag16 november 2019.

Let’s Put Fun Back In Fundamentalism video: Video 

Het was een vrouwelijke CD&V-ster die de uitspraak ‘Wij zijn voor het leven’ deed. De rol van de Christendemocratische vrouwen in de abortusdiscissie is opmerkelijk… omwille van hun stilzwijgen. Toen Miet Smet in 2015 haar spijt uitsprak dat ze tegen de abortuswet stemde, geloofde ik haar. De CVP stuurde haar in de jaren tachtig naar alle abortusdebatten waar ze zich veel gematigder opstelde dan haar partijgenoten. Miet Smet wist dat er in de jaren ‘80 abortussen werden uitgevoerd in het opvangcentrum Klein Kasteeltje. ‘Zwijg erover en doe het’”, zegde ze omdat ze “zag dat die mensen in het Klein Kasteeltje eigenlijk geen toekomst hadden in ons land of niet wisten wat ze met een zwangerschap moesten aanvangen”. Hoe moeilijk die periode ligt bij de christendemocratische vrouwen valt sterk op als je de geschiedenis van Vrouw & Maatschappij op hun website leest. Geen woord over abortus. Na het lemma “1989” komt het lemma “1993”. 1990?, connais pas.

Op Twitter reageerde Siegfried Bracke op deze column met “Terecht schrijft @FVMas  in @tijd over abortusstandpunt van de CVP begin jaren 90. ‘Die stuitende morele superioriteit typeerde de CVP van de vorige eeuw.’ Juist. Alleen… Dat moreel superioriteitsgevoel is er nog altijd, in vele andere debatten. Het is alleen van kant veranderd”. Samen met Siegfried heb ik me dikwijls blauw geërgerd aan vrijzinnigen die vonden dat ze beter waren dan gelovigen omdat ze de dogma’s van godsdienst achter zich gelaten hebben en niet doorhadden welke onwetenschappelijke dogma’s ze zelf verkochten. Alleen… Dat moreel superioriteitsgevoel bij vrijzinnigen heeft bij mijn inzien er nog nooit toe geleid dat ze hun dogma’s, in wetten verpakt, oplegden aan gelovigen. Als iemand me van de onjuistheid van die mening kan overtuigen met een voorbeeld, graag.

Om alles in een mondiale contekst te zien: wat gebeurt er in de U.S.A.?

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen