On(h)oorbaar

Mark Guiliana Jazz Quartet – “Where Are We Now?” (David Bowie), Jersey, 2017

Toen de Soedansaga ‘Thuis’ in lengte dreigde te overtreffen vond premier Michel het welletjes. Hij zette de puntjes, zijn punten, op de i in een Facebook-bericht. Dat werd niet gesmaakt door de klassieke pers. Hij hoorde dat te doen op radio, op tv en in de krant, en niet op de sociale media, waar fake news welig tiert. De econoom Geert Noels plaatste in een opiniestuk in De Morgen terecht vraagtekens bij die kritiek. Hij werd erover geïnterviewd in ‘De ochtend’. De vragen die hij kreeg, waren tekenend voor wat gebeurt als je je kritisch uitlaat over de media: de journalist houdt op journalist te zijn en kruipt in de rol van aangevallene. Sommige radiomakers spelen het spel slimmer en zeggen lacherig: ‘Ach, het is weer de schuld van de media, zeker?’ Exit vraagstelling over de rol van de klassieke media.

Ook nu verscheen na Noels’ opiniestuk niet één artikel dat dieper inging op de rol van de klassieke media in een wereld die wordt overrompeld door sociale media. Wel werd er, op een manier die sterk deed denken aan de wijze waarop de BRT reageerde op de komst van een commerciële zender, vooral op de nagel getimmerd: klassieke media plaatsen feiten in een context, internetmedia niet. Een Michel zonder filter is ongezond voor de bevolking.

Volgens Noels moeten de klassieke media zich meer concentreren op het checken van feiten en het garanderen van de volledigheid van de feiten. Weinig journalisten zullen dat tegenspreken. Het probleem is dat dezelfde journalisten ervan overtuigd zijn dat ze dat voldoende doen. Dan zou je verwachten dat het bericht over de onthoofding van de Franse priester in 2016 – die te voorkomen was geweest als de politie niet had geblunderd – voor hen een wake-upcall zou zijn. Het nieuws werd namelijk niet ontrafeld door Le Monde, maar door de onderzoekssite Mediapart.

Dan zou je toch verwachten dat de klassieke media de vraag stellen of het wel oorbaar is dat een politica op voorstel van haar partijvoorzitter de Europese begroting gaat controleren. Ik hoorde, las of zag ze niet. Ook politici die moord en brand en schreeuwen over een gebrek aan neutraliteit als ze een ambtenaar met hoofddoek ontwaren, hebben er geen enkel probleem mee dat iemand die openlijk een politieke kleur aankleeft een controlefunctie krijgt in een overheidsfunctie.

Blijkbaar vindt men het ook normaal dat een zware en belangrijke job niet wordt toegekend aan iemand die blijk geeft van de grootste expertise na een algemene oproep, maar aan iemand die geen examen of assessment aflegde.

Hetzelfde kan worden gezegd over Fientje Moerman, die door dezelfde partijvoorzitter in het Grondwettelijk Hof wordt gezet. Voor beide dames – voor wie ik verder de grootste waardering heb en die ik de functies van harte gun – is dat cadeau van hun partijvoorzitter een vorm van gutmachung, na de kille manier waarop ze door hun partij politiek kaltgestellt zijn. Hoe jammer toch dat ze niet via de grote poort kunnen binnenkomen als een reële erkenning van hun talenten in een open strijd na het publiekelijk openstellen van de functie. Hoe schandalig ook dat overheidsgeld wordt gebruikt om problemen in een politieke partij op te lossen.

Enkele maanden geleden schreef ik hier dat het politiek graaien geen uitwas is van dat soort praktijken, maar een logisch gevolg. ‘Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel’, schreef ik toen. Blijkbaar zit de term ‘politieke benoeming’ niet in het bakje ‘politiek graaien’ van de klassieke journalist.

In de artikels over de aanstelling van Turtelboom kreeg je nog eens, voor de zoveelste keer, de verhalen over de Turteltaks en de politieke gevolgen. Gemakkelijke journalistiek op basis van archiefknipsels, zoals je die ook vindt in commentaren op Twitter en Facebook.
Van journalisten in de klassieke media mag je prangende vragen over neutraliteit, oorbaarheid en wenselijkheid verwachten. En natuurlijk ook vragen over hun rol. ‘Where are we now?’, dus.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 13 januari 2017

Over de aanstelling van Turtelboom:
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180103_03278960
https://www.tijd.be/nieuws/archief/Turtelboom-controleert-Europese-begroting/9968724

De opinie van Geert Noels:
https://www.demorgen.be/opinie/sociale-media-zijn-geen-vloek-maar-een-zegen-voor-de-democratie-b6ae6069/

De Ochtend: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/01/03/geert-noels-/

De video van Mark Guiliana’s versie van David Bowie’s Where Are We Now:
https://tinyurl.com/y837d64u

Mark Guiliana is één van meest gegeerde jazzdrummers van de laatste jaren. Hij speelde met bassist Avishai Cohen, Meshell Ndegeocello, Gretchen Parlato, Jason Lindner, Dave Douglas, Lionel Loueke, Dhafer Youssef, Tigran Hamasyan, Matisyahu en het pianotrio Phronesis.
Niemand minder dan Brad Mehldau vroeg hem voor een avantgardische project waarin jazz en elektronica zich glunderend verstrengelen tot een nieuw genre. Mehliana (heb je hem?) heet het project. In 2014 verscheen het album Taming the Dragon. Hier zie je ze live aan het werk in “Just Call Me Nige”: https://www.youtube.com/watch?v=cnH27mxW0KM
en in Hungry Ghost: https://www.youtube.com/watch?v=tn6gjoMUEY4

David Bowie vroeg Guiliana voor zijn allerlaatste album Blackstar. Guiliana‘s versie van “Where Are We Now” kan gehoord worden als een warme hoofdbuiging voor meester Bowie. Vandaar de idee om een mixcloud in elkaar te boksen met jazzmensen die hun petje afzetten voor grote rock- en soulhelden die niet meer onder ons zijn.

Je vindt die hier: https://www.mixcloud.com/frankVM/jazz-hats-off-to-rock-soul-heroes/

De tracklist:

1. Stanton Moore – Riverboat (Allen Toussaint Song)
Toussaint schreef het nummer in 1970 voor Lee Dorsey https://tinyurl.com/ydbtuy8b
Van Dyke Parks maakte er heel snel een eigenaardige cover van : https://tinyurl.com/ya345692 De apart zuiderse potentie was ook Robert Palmer niet ontgaan en met Little Feat als begeleidingsgroep kon het niet mislukken: https://tinyurl.com/yd3dguxs
Toussaint nam het nummer zelf pas in 2005 op voor de verzamelaar I Believe To My Soul. Hier zie je hem live aan het werk: https://tinyurl.com/yb7bvzbe

2. Charles Lloyd – What’s Goin’ On (Marvin Gaye Song)
Het nummer van het gelijknamige album dat Motown bijna niet uitbracht wegens te politiek en te weinig lovers soul. https://tinyurl.com/ptn8jrf

3. Francesco Bearzatti – Criss Cross/Walk On The Wild Side (Lou Reed Song)
De klassieke basdrumsound waaraan menig hiphopper zich laafde. Lou’s beste lyric: https://tinyurl.com/krqzx9s
Bearzatti vermengt Reed’s song met een Thelonious Monknummer.

4. Herbie Hancock – Thieves In The Temple – (Prince Song)
Herbie vond Prince’s song al direct een classic. De originele video https://tinyurl.com/y89sghts

5. Jack DeJohnette – Serpentine Fire (Maurice White Song)
De Earth, Wind & Fire-voorman begon als jazzman. DeJohnette herkent het jazzritme en elaboreert keurig https://tinyurl.com/y736f8gg

6. Bugge Wesseltoft – Many Rivers To Cross (Jimmy Cliff Song)
Tot voor de komst van Bob Marley was Jimmy Cliff de koning van de reggae. Ook in reggae triomfeert melodie en dramatiek https://tinyurl.com/y7569scc

7. Joe Lovano – I’m A Fool To Want You (Frank Sinatra Song)
Sinatra schreef heel weinig songs maar dit is signature Frank: https://tinyurl.com/yax4kleq

8. Bad Plus – We Are The Champions (Freddie Mercury/Queen Song)
Zelfs wie niet van voetbal houdt, zal het kennen: https://tinyurl.com/94jrjvo
De Bad Plus maken er een Jeff Buckleysong van.

9. Dominick Farinacci – Sunshine Of Your Love (Jack Bruce Song)
Meesterwerk van Cream, de eerste supergroep https://tinyurl.com/ome72w4

10. Bill Frisell & Thomas Morgan – What A Party (Fats Domino Song)
Een hit in 1961. https://tinyurl.com/ydeqbf2m

11. Yaron Herman – Hallelujah (Leonard Cohen Song)
Eén van de meest gecoverde songs aller tijden. Velen denken dat het een Jeff Buckley of een John Cale original is. “But you don’t care for music, do you?” Neen zeker? https://tinyurl.com/lflwbpp

12. Mark Guiliana – Where Are We Now? (David Bowie Song)
Wonderlijke video. Meesterlijke song. Thank you Mister Bowie https://tinyurl.com/b7ylm8d

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dijkbreuk

Thrash me crash me
Beat me till I fall
I wanna be a victim for you all
Oh bondage, up yours!
Oh Bondage Up Yours!, X-Ray Spex , Single, 1977

Mijn mooiste boek van het jaar – december is lijstjestijd – is het succulent uitgegeven fotoboek Au Plan K. De ondertitel zegt het allemaal: Joy Division & Post-Punk at La Raffinerie du Plan K. Tussen 1979 en 1982 heb ik amper een optreden gemist in die voormalige wafelfabriek. Ik was er ook die gedenkwaardige oktoberavond in 1979 toen Joy Division er zijn eerste Europese optreden gaf. Na honderden draaibeurten van hun nu iconische Unknown Pleasures, wist ik mij nog steeds geen raad met dat rare gevoel van geluk vinden in doemwroeten.

Ik wist het ook niet na het bevreemdende optreden. Peter Hook en Bernard Sumner hadden enkel oog voor hun instrument. “Omdat we zo slecht konden spelen”, zeggen ze nu. Bekijk die onwaarschijnlijke foto van Ian Curtis op pagina 68. “Être l’auteur de cette photo est une bénédiction”, zegt fotograaf Philippe Carly terecht. Die blik! Wist hij wel dat er een publiek was?

Die avond ontmoet hij de onwaarschijnlijk aantrekkelijke Annik Honoré, rockjournaliste maar vooral bezielster van het Plan K. Ze werden hartstochtelijk verliefd. Ian was net getrouwd, wist zich met de situatie geen raad en verhing zich zeven maanden later. Zo doem kan doem zijn.

Een meisje op één van de Plan K-foto’s lijkt sprekend op Loo-Ys, voor de burgerlijke stand Louise – in de punkdagen had niemand een burgerlijke naam – die ik leerde kennen in één van de vele wonderbaarlijke Londense muziekwinkels. In die tijd vond je zelfs in onze hipste platenwinkels niet een fractie van de muziek waarover ik las in The New Musical Express of The Face. Dus nam ik tot vier keer per jaar de mailboot naar Dover (4 uur) en daarna het bommeltje naar London (3 uur) met een klein toiletvaliesje en een reusachtige koffer waar ik bij de terugweg rolschaatsen onder bond omdat de voorraad ingeslagen vinyl niet tilbaar was.

Loo-Ys had zoals zovelen in die tijd, een universitair diploma en geen job, en maakte van haar hobby dan maar haar werk. Ze hielp de klanten aan moeilijk vindbaar vinyl. Ik vroeg haar naar albums van Betty Davis, de funky ex-vrouw van Miles Davis die het zo goed kon vinden met Jimi Hendrix. Het bleek één van de idolen van Loo-Ys te zijn. Ik had het kunnen weten want ze droeg een zelfgemaakt (iets anders droeg je niet in de punkdagen) T-shirt met het van Oscar Wilde gepikte “Everything in the world is about sex except sex. Sex is about power.” In een krakkemikkerig DIY-koffiehuisje – het nu mondaine Notting Hill was toen krakersgebied –vertelde ze me over haar andere passie: vrouwenrechten. Ze had net met een paar vriendinnen en vrienden een opvangcentrum voor geslagen vrouwen opgericht. In Gent was ik zijdelings bij een zelfde project betrokken. We hadden wat af te praten.

“Punk is een dijkbreuk gebleken voor vrouwen”, zei ze. “Vroeger waren rockvrouwen poppetjes in de handen van mannelijke managers, producers en bandleden. Nu zijn ze onafhankelijk. Sure, Poly Styrene (X-Ray Spex) and Siouxsie (& The Banshees) showed us the way. Je moet zeker gaan kijken naar The Slits. En naar The Raincoats! By the way, Ane De Silva is right there, wees ze naar het tafeltje bij het raam. Ik ben zeker dat er een grote toekomst is voor Delta 5 en The Au Pairs. Lesley Woods (frontvrouw Au Pairs) is een fantastische vrouw”.

“Vrouwen zijn nu overal, als artiesten, als managers, als journalisten. “Maar we zullen maar geslaagd zijn als mannen met macht met hun poten van ons af blijven”, zei ze met een razernij die me deed vermoeden dat het voor haar geen theoretisch gegeven was.

In 2017 heb ik veel aan Loo-Ys gedacht. Niet zozeer door die foto, maar omdat haar woorden in dit jaar, 37 jaar nadat ze uitsprak, nog even actueel bleken als toen. Het jaar zette in met het aantreden van een Amerikaanse president die het heerlijk vond dat zijn macht hem de mogelijkheid gaf iedere pussy te grabben die hij zich kon wensen. Loo-Ys, die in 1983 weer Louise werd en naar de U.S. verkaste, moet het met lede ogen aangekeken hebben. Maar het jaar eindigde beloftevol met de val van ongemeen machtige filmbonzen, journalisten en politici die voordien carrières braken van beloftevolle jongen mensen die zich onttrokken aan hun lusten. Ook nu is weer sprake van een dijkbreuk. “Het einde van het patriarchaat is ingezet” zegt Dalilla Hermans in Humo. Dat zei Loo-Ys ook in 1980. Zou Louise er nog in geloven?

Naschrift

Deze tekst verscheen, verkort, in De Tijd van 29 december 2017.

De video van Oh Bondage Up Yours! In de single-uitvoering vind je hier: https://www.youtube.com/watch?v=aTfgWegud7o maar deze live-video doet Poly Styrene, de frontvrouw van The X-Ray Spex meer eer aan: https://www.youtube.com/watch?v=ogypBUCb7DA

De Man Met De Zeis is punk niet genegen. Poly Styrene kreeg in februari 2011 te horen dat ze borstkanker had in een vergevorderd stadium, met uitzaaiingen naar de rug en de longen. Ze stierf een paar weken later. Ze werd net geen 54.

Kanker trof ook Annik Honoré. Ze stierf op 3 juli 2014 op 57-jarige leeftijd. In haar laatste interview https://tinyurl.com/yd9kcn6k spreekt ze de hoop uit dat er meer interesse komt voor het “baanbrekend” werk dat tussen 1979 en 1984 bij plan K verzet werd. Jammer genoeg heeft ze de komst van het magnifieke fotoboek niet meer meegemaakt.
Het boek bestellen (en persoverzicht lezen) kan bij http://www.newwavephotos.com/APK_en.php

De dijkbreuk voor de rockvrouwen die Loo-Ys zag in 1981 is er niet gekomen. Of toch niet voor de vrouwen waar zij het van verwachtte. Neem nu Viv Albertine, één van de legendarische Slits, al was het maar omwille van die onwaarschijnlijk in-your-face hoes van hun debutalbum Cut.
Haar autobiografie, vol onwaarschijnlijke ontmoetingen, maar ook met heroine, kanker en moederschap, met als alleszeggende titel Clothes, Clothes, Clothes. Music, Music, Music. Boys, Boys, Boys is in 2014 genomineerd voor de National Book Awards. Interview over haar boek: https://www.youtube.com/watch?v=e3t02TC0gc4

Als je een uur tijd hebt, kijk dan eens naar deze extraordinaire vrouw https://tinyurl.com/y763vt8j tijdens een interview in de British Library voor een ademloos publiek.
Ze maakte in 2012 een voor een ex-Slit zeer poëtisch album, The Vermilion Border.

De sfeer op The Madness of Clouds is tekenend voor de sfeer: https://www.youtube.com/watch?v=O0vJ-lgGPjs

Viv’s eerste vriend was Mick Jones (die Train In Vain schreef als antwoord op haar Typical Girls), die van haar Slits-copine Paloma Romero was Joe Strummer, die haar naam niet kon uitspreken en er Palmolive van maakte. Ze nam die als artiestennaam aan. Palmolive vertrok van de Slits naar de Raincoats en op pilgrimage naar India, een erg hippieachtige daad in de post-punk-periode. Ze verkaste daarna naar Cape Cod, Massachusetts in de U.S., werd born-again christian en bracht een versie van het Slits-nummer FM met als refrein “Jesus is the answer. Why don’t you let him in?”. Ze overleed aan kanker in 2013. Ze werd 55. Ze leefde amper 5 jaar langer dan haar eerste lief, Joe Strummer, die maar 50 jaar oud werd.

Ook de derde Slit, Ari Up, stierf jong (48) aan kanker (2010). Zij ging in 1981 onder inheemse mensen in Indonesia wonen. Dat Ari de echte reggaedubstermeesteres van The Slits was maakte ze duidelijk met wonderbaarlijke muziek samen met The New Age Steppers en (https://tinyurl.com/ybfa3p43) en met Dubblestandart & Lee “Scratch” Perry https://tinyurl.com/yct5zco3 maar vooral van zichzelf: het in 2005 uitgebrachte Dread More Dan Dead is een juweeltje.

Luister naar Me Done https://tinyurl.com/ybfe8hkz

The Raincoats verging het niet veel beter. De twee sleutelfiguren Ana De Silva en Gina Birch hadden al snel een moeilijke relatie. Ooit zegde De Silva tegen een reporter “We broke up after every record,” waarop Birch antwoordde, “We broke up after every gig!“. Geen wonder dat de groep in 1984 uiteen ging. Het was Kurt Cobain die The Raincoats weer in de markt zette. In 1992 ging hij In de Rough Trade winkel (in Notting Hill) op zoek naar vervanging voor hun kapot gespeelde debutalbum en kreeg te horen dat Ana De Silva een paar straten verder een antiekzaak uitbaatte.

Cobain en Kim Gordon (The Girl Monster van Sonic Youth) zorgden er niet alleen voor dat hun platen heruitgebracht werden maar ook dat Ana De Silva en Gina Birch weer samen gingen optreden. Het zijn al jaren weer de beste vriendinnen. Girl power.

En wat is er geworden van Lesley Woods, de frontvrouw van de Au Pairs, de groep met de zeer militante albumhoes en albumtitel, waar loo-Ys zo veel verwachtingen van had?

Ze werd… advocate, gespecialiseerd in migratie. Ze is niet de enige ex-punk die nu een totaal ander leven leiden. Sommigen werden private banker, sommigen zelfs priester: https://tinyurl.com/ybhpvzmb

Lesley Woods treedt nu en dan op en zingt dan zonder twijfel met evenveel overgave Come Again:

https://tinyurl.com/ycqjfm45

Wil je een paar uren youtuben met Girl Powersongs? Twee interessante lijstjes

Pitchfork: https://tinyurl.com/yb3qyfpm

Rockhall:  https://tinyurl.com/yahwbd7d

Wie je er schandalig genoeg niet tussen vindt is Betty Davis.

Ze was nochtans lang voor de punk, al anders! Dat zeiden anderen blijkbaar ook van haar.

They Say I’m Different https://tinyurl.com/mqlce3c

Delta 5 is ook afwezig. Wat wil je als je tegen iedereen zegt Mind Your Own Business? https://tinyurl.com/y9k599or

Op 9 februari 1980 gaf Delta 5 één van de heerlijkste optredens die ik in Plan K zag.

 

De Mixcloud van Plan K-groepen: https://www.mixcloud.com/frank-van-massenhove/plan-k-eros-scene/

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bedankt, Raf

Intimiteit, intimidatie
Intimi toeti foeli koeti moeti, ‘k weet niet wat het is
Intimiteit en initiatie
Amai, amai, ik zweet het uit als zij der is
Intimiteit, Raymond Van Het Groenewoud, Intiem, 1988

In een rapport over de regulering van de wietteelt kwam het Nederlandse WODC in 2014 tot de conclusie dat zich een overlastprobleem met coffeeshops stelde. Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) speelt een belangrijke rol in het Nederlandse overheidsbeleid, want ook al is het gevestigd in het ministerie van Justitie en Veiligheid, het heeft de reputatie van uiterst onafhankelijk instituut. Rapporten van het WODC gelden in de Tweede Kamer als dé waarheid. Directe bemoeienis van de minister of zijn beleidsmedewerkers is uit den boze. Dat staat letterlijk in het protocol tussen de minister en het ministerie.

Grote consternatie in de Nederlandse parlement dus toen Bas Haan van het Nederlandse Nieuwsuur na diepgravend onderzoek zwart op wit kon bewijzen dat het WODC oorspronkelijk tot de vaststelling was gekomen dat het overlastprobleem met coffeeshops, dat de regering wou bestrijden, eigenlijk helemaal niet bestond. Wat daarna gebeurde, beschrijft Haan in verkillende zinnen: ‘Wij kunnen met wat we nu hebben niet instemmen’, stelt een topambtenaar van het ministerie van Justitie in een mail aan de WODC-onderzoekers. De conclusies moeten worden aangepast. WODC-directeur Leeuw zwicht voor de politieke druk en herschrijft de conclusie van het WODC-rapport, tegen de wil van de onderzoekers in. De minister is gered. In zijn brief aan de Tweede Kamer kan de minister dankzij de aanpassingen in de conclusie schrijven: ‘De uitkomsten ondersteunen de beleidswijziging.’’

Over deze zaak was niet het kleinste bericht te bespeuren in onze pers. Is het omdat we dit soort politieke beïnvloeding, in tegenstelling tot onze noorderburen, vanzelfsprekend vinden in ons land? Toegegeven, ook in Nederland zijn er mensen, zoals Gjalt de Graaf, professor bestuurlijke integriteit, die er zich niet over verbazen. Integendeel, het verwonderde hem eigenlijk dat dit niet eerder was gebeurd. ‘Hij hoeft niet lang na te denken om voorbeelden van beïnvloeding te bedenken. De dossiers over Schiphol of de Betuwelijn puilen ervan uit. ‘Daarbij weet je van tevoren wie je voor een onderzoek moet vragen om je gelijk te halen. Maar meestal ligt het niet zo zwart-wit, van een ‘ja’ wordt zelden een ‘nee’ gemaakt. Meestal is er een groot grijs gebied waarover onderhandeld wordt.’

Ook in ons land hoef je niet eens diep te graven om op dit soort getelefoneerde studies te stoten. Politieke bemoeienis met beleidsadvies is system(at)isch. Beleidsvoorbereiding, als die er al is, wordt gestuurd vanuit kabinetten en uitgevoerd door top- en andere ambtenaren die door de minister geëvalueerd worden. De sturing hoeft dus niet zo open en bloot te zijn zoals in Nederland. Het kan met subtiele nudging. Dan wordt intimiteit soms intimidatie.

Zo kreeg ik van een hooggeplaatst kabinetslid ooit te horen dat zijn baas niet opgezet was met een artikel in een internationaal rechtsmagazine waarin één van mijn juristen juridisch (het mag niet) en inhoudelijk (het zal niet functioneren) brandhout maakte van een maatregel die het regeringslid maar wat graag door het parlement wilde loodsen. Het kabinetslid, in het werkelijke leven nota bene ook ambtenaar-expert, zag het cynisme van zijn vraag niet eens in. Laat staan dat hij geïnteresseerd was in een inhoudelijke discussie. Zijn baas overigens ook niet. Misschien kon hij er met mijn expert even over discuteren? Die bedankte er (niet) vriendelijk voor.

Beïnvloeding van beleidsevaluatie zoals bij het WODC-rapport komt bij ons bijzonder weinig voor. Niet omdat onze beleidsmensen zulke morele superwezens zijn maar omdat beleidsevaluatie een zeldzaam verschijnsel is in onze contreien. Het zal u dus niet verwonderen dat in ons koninkrijk honderden beleidsbeslissingen bestaan die, hoewel iedere ingewijde weet dat ze nergens toe dienen, het eeuwig leven lijken te hebben.

Op één federale organisatie heeft de cultuur van beleidsbeïnvloeding geen greep: het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Het produceert, met een minimale bezetting, studies en beleidsevaluaties van een bijzonder hoge kwaliteit, waarvan niemand de onafhankelijkheid in vraag stelt. De juridische onafhankelijkheid kan niet de enige reden zijn. Die had het WODC ook. Het heeft zonder twijfel te maken met integriteit. Integriteit begint bij de top, want u weet het ook, hopelijk niet uit ervaring: de vis stinkt altijd eerst aan de kop. Raf Mertens, de algemeen directeur van het Kenniscentrum, zou nooit, zoals zijn WODC-collega Leeuw deed, de conclusie van zijn onderzoekers herschrijven. Op het einde van dit jaar gaat hij op pensioen.

Hoogstwaarschijnlijk kent u Raf Mertens niet. Maar weet dat echt belangrijk beleid vorm krijgt door de inzet van anonieme mensen zoals hij. Hij mag wel eens bedankt worden. Bij deze.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 16 december 2017.
Ik vond geen youtube-filmpje van “Intimiteit”.
Op de dag dat de “beste” Belpop werd uitgezonden op Radio 1 moest ik wel iets van eigen bodem kiezen. Ik had ook kunnen kiezen voor Ontevreden natuurlijk, getuige volgende lyrics:

Nooit tevreden, nooit content en iedereen kan de boom in
vol verbittering, haat en nijd, moedeloosheid is koning
helder weer, helder hoofd, het lijkt zo lang geleden
en ik ben toch zo graag ontevreden
oh, ik ben toch zo graag ontevreden

Heel mijn wereld, één hoop stront, dat hebt u goed geroken
heel mijn leven, doffe brij, het zit in al mijn knoken
‘k sta hier hoog, maar ik val gewillig naar beneden
en ik ben toch zo graag ontevreden
ja, ik ben toch zo graag ontevreden

Soms draag ik m’n steentje bij tot gezelligheid
maar af en toe moet ik mijn eitje nee, niet één klein eitje maar een massa kiekens kwijt

Het WODC-verhaal is geen incident. Trouw schetst een bijna Belgisch beeld: https://tinyurl.com/yc3mbxnw

De oorspronkelijke artikelen van Bas Haan:
Onderzoek naar Nederlands drugsbeleid jarenlang gemanipuleerd: https://tinyurl.com/y7vw6wfc
Kamer schrikt van politieke sturing op onafhankelijk onderzoek: https://tinyurl.com/ya95d3uy
Grapperhaus neemt onderzoeksinstituut onder de loep: https://tinyurl.com/yb9x68ne

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ubers

Everyday Is A New Start, Sun Glitters, Diving Into Reality, 2015

‘Waarom is er in de publieke sector nooit een Uber of een Airbnb opgestaan?’, vroeg Vincent Van Quickenborne (Open VLD) deze week op een druk bijgewoond debat in de De Someraula van de KU Leuven. Al gauw ging het over evaluaties bij de overheid en belandde de vraag in de nevelen van de tijd. In een katholieke universiteit zou een jezuïtische wedervraag zoals ‘Waarom ontstaat er nagenoeg geen disruptieve innovatie bij bestaande bedrijven maar wel bij start-ups?’ anders niet misstaan hebben.

Laat Hautekiet zijn queeste naar het meest irritante woord van 2017 maar staken. Managers in me-time die super leuk dagdagelijks uit hun confortzone schuiven en zich absoluut niet te goed voelen om toe te geven eigenlijk groentjes absoluut belangrijker te vinden dan spreadsheets hebben zoiets van: laat dat D-woord naar de toekomst toe uit onze wereld gebannen worden.

Professor Clayton M. Christensen, de grondlegger van de theorie over disruptieve innovatie, gaf in zijn eerste publicatie daarover (uit 1995!) al een antwoord op beide vragen. Hij stelde vast dat disruptie niet een beter, maar een simpeler product is voor een andere doelgroep. De bestaande spelers voelen zich niet bedreigd door die nieuwe, gebrekkige producten. Managers, of ze nu in de privésector of voor de overheid werken, maken dus geen kans als ze met dit soort ‘oninteressante producten voor een onbetekenende doelgroep’ hun opdrachtgevers, of het nu hun bestuursraadsleden, hun aandeelhouders of hun ministers zijn, tot een investering proberen te overhalen.

Bovendien is er, vooral in de overheid en tot voor het hernemen van de groei ook in de privésector, geen seed money voorhanden. In 2005 vroeg ik de minister van Begroting een eenmalige investering van 10 miljoen euro met onderliggend een businessplan dat hem jaarlijks 9 miljoen euro intrest garandeerde. Na 2008 werd ik met zulke plannen in het beste geval meewarig bekeken en ontving ik ’s anderendaags een omzendbrief, met de vraag naar een bijkomende besparing van 3 procent.

Het overheidsbedrijf dat het dichtst bij disruptieve innovatie komt, is Bpost. Dat heeft, na Johnny Thijs, met Koen van Gerven weer een top-CEO. Van Gerven vertelde een muisstille De Someraula wanneer Bpost zich had ontdaan van zijn bureaucratische zelf: in 2006, toen een privépartner aan boord kwam. Pas dan kon Bpost beginnen met Management 1.1, stelde hij. Voor de goede verstaander: het einde van politieke betutteling en het begin van serieuze governance. Daar kunnen de meeste overheidsbedrijven en alle ministeries alleen maar van dromen.

Dat er bij de overheid geen Ubers zijn, heeft ook te maken met de vaststelling dat ministers geen Abers, Ibers of Ebers tolereren: bedrijven die iets gelijkaardigs geprobeerd hebben maar pijnlijk mislukt en dus onbekend zijn. Geen mensen zijn meer risicoavers dan ministers. Ze zijn als de dood voor krantenberichten over mislukkingen die onvermijdelijk woorden bevatten als ‘weggegooid belastinggeld’, ‘mismanagement’ en ‘verantwoordelijke minister’. Veel overheidsmanagers zijn blij met die ministeriële risicovrees. Vernieuwing is voor velen onder hen (ons) synoniem voor ‘kop op de kapblok’. Ze zijn maar wat gelukkig met evaluaties waarbij het niet-maken van fouten en niet het durven te veranderen beloond wordt.

Dat het aanvaarden van mislukking nochtans een grondvoorwaarde voor innovatie is, bewijst Dimis Michaelides in ‘The Art Of Innovation’. De innovatiegoeroe is ook goochelaar. Hij moedigt mensen tijdens zijn presentaties aan even hard te applaudisseren als zijn truc met de eieren tot een onbedoelde eierkoek leidt. Volgens Michaelides is innovatie onmogelijk in een traditionele, top-down aangestuurde organisatie, want die vereist behalve bescherming als een innovatiepoging mislukt, ook een hoge graad van vrijheid en engagement van de mensen in het projectteam.

Toen ik een jaar geleden tijdens een parlementaire hoorzitting over de strijd tegen de sociale fraude het belang van organisatiecultuur probeerde uit te leggen, werd ik weggehoond en met een sneer van de voorzitter naar huis gestuurd. Grappig dat juist hij afgelopen woensdag die vraag over Uber stelde.

Diezelfde Van Quickenborne bewijst, samen met tal van andere burgemeesters, dat innovatie wel kan in de publieke sector. De grootste overheidsvooruitgang in ons land wordt geboekt door steden. Gent, Antwerpen, Leuven en Hasselt gingen voor. Ze worden nu ingehaald en soms zelfs voorbijgestoken door steden als Mechelen en Kortrijk. In Vlaanderen heeft men onvoldoende oog voor de vooruitgang van Namen, Bergen en ja, ook Luik. Het sterkt me in de overtuiging dat we zo snel mogelijk tot stadsgewesten moeten komen en dat het zwaartepunt van de overheidsdienstverlening dáár en niet op federaal en/of Vlaams niveau moet liggen.

 

Naschrift

Deze tekst verscheen, in kortere versie, in De Tijd van 2 december 2017.

Video Everyday Is A New Start: https://tinyurl.com/ydfkm2dz

Tijdens het debat noemde Van Quickenborne stadsgewesten bassins de vie, een niet te vertalen term (zie voor omschrijving: http://context.reverso.net/vertaling/frans-nederlands/bassins+de+vie) voor een organisch tot stand gekomen woonwereld, arbeidsmarktgebied en ontspanningsomgeving. Reken op 12 à 20 bij elkaar horende gemeenten. Mocht men de provincies tot een conglomeraat van stadsgewesten laten vervellen, zou dat een enorme toename van lokale draagkracht en beleidsruimte, een fors terugbrengen van het aantal politici, het overbodig maken van intercommunales en andere mistige bovengemeentelijke organisatievormen en een flinke besparing betekenen. En vooral: het zou een veel directer contact tussen overheidsdienstverlening en burger bewerkstelligen.

Dimis Michaelides is een wonderbaarlijke man. Zijn presentaties zijn pareltjes, zijn goochelnummers hilarisch. Laat je overtuigen met zijn Ted https://www.youtube.com/watch?v=P1RUWa8pC0k of via zijn boek: http://www.dimis.org/the-art-of-innovation.html

Jammer genoeg is er geen filmpje van zijn truc met de eieren: ze moeten in met water gevulde glazen vallen na een korte ruk aan een plank die een onmogelijke constructie in elkaar doet ploffen. “Wat ga je doen als het lukt?, vraagt hij. De zaal begint heftig te applaudisseren. “En wat als het mislukt?” De zaal blijft stil. Dimis veinst enorme teleurstelling. “Heb ik het dan zo slecht uitgelegd? Jullie moeten ook de mislukking vieren want innovatie laat zich niet sturen en innovatieve mensen moeten gesteund worden!” Waarop de zaal ontploft. “Zo win ik altijd”, zei hij me achteraf met zijn onwaarschijnlijk stout lachje.

Dimis is een Cyprioot van Griekse afkomst. De magnifieke tekeningen in zijn boek zijn van de hand van Umit Inatci, een Cyprioot met Turkse wortels. In Dimis’ wereld is het fijn toeven.

Vrienden-organisatoren van innovatiecongressen, wat let u?

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Champetterbeleid

They will never call you friend
But I just might
Even though you always let me down
Pretty Police, See Through Dresses, Horse Of The Other World, 2017

In 1975 kwam ik in aanraking met de gewapende arm van de Zerkegemse politie. Zerkegem telde toen twee gewapende armen en ze behoorden allebei toe aan Eduard Vandewalle. Iedereen had met de man te doen, want in 1976 zou hij een van de eerste slachtoffers worden van de zonder twijfel heilloze fusie met het arrogante Jabbeke. Met de gemeenten werden ook hun politiekorpsen, de veldwachters van Zerkegem, Snellegem, Varsenare en Jabbeke, gefuseerd. De Zerkegemnaren vreesden het einde van hun unieke politiebeleid: niemand werd ooit bekeurd. Eduard spoorde elke wetbreker met zijn karakteristieke warme stem aan het nooit meer te doen en ontpopte zich tot early adopter van het vandaag zo bejubelde nudging.

Ook ik heb kunnen profiteren van Eduards grootmoedigheid. Hij had van de Gentse onderzoeksrechter de opdracht gekregen mij te overhoren wegens woningbreuk en deed dat met zichtbare tegenzin en nieuwsgierigheid. Samen met een paar kompanen uit de toen jonge Wetswinkel had ik – voor één dag en vooral één luidruchtige, niet-alcoholvrije nacht – een al lang leegstaand huis gekraakt om het trieste lot aan te klagen van enkele Turkse gezinnen die door een projectontwikkelaar uit hun beluikhuisjes in de Rodelijvekensstraat dreigden te worden gezet.

Voor Eduard, die niet wist dat er Turken in Gent woonden, was alles wat hij hoorde een bijkomend bewijs dat steden onleefbaar waren. ‘Ze denken dat alles beter wordt als het groter is’, gromde hij. ‘Straks worden we Jabbeekse politie. Als we niet opletten, worden we nog opgegeten door de rijkswacht.’ Ik knikte begripvol. De beloning was een eduardiaans pv, waarin mijn misdaad tot menslievendheid werd verheven. Toen ik hem bedankte, zei hij: ‘Ik heb nog gevoetbald met je papa.’

Bij het buitengaan liep ik toenmalig burgemeester Fons Cooleman tegen het lijf. ‘Volgend jaar kom je daar niet meer zo gemakkelijk mee weg’, zei het zandboertje die tot zijn verbijstering de opvolger werd van de grote Alidoor De Keyser, die 25 jaar burgemeester was en in 1972 met de noorderzon verdween. Iedereen in Zerkegem wist dat Fons tegen de fusie was maar er ook zeer naar uitkeek. Dan zou een einde komen aan de vierjarige beproeving om als amper geletterde burgervader totaal af te hangen van de gewiekste gemeentesecretaris.

Vanwaar deze nostalgie? Omdat de geest van Eduard en Fons nog springlevend blijkt te zijn. Tijdens de nieuwsuitzendingen van vorig weekend begon ik zelfs stilletjes in reïncarnatie te geloven. Net als Eduard had de Brusselse politiecommissaris toegezien hoe een losgeslagen groepje krapuul de binnenstad, al zwaar toegetakeld door gedachteloze dorpspolitici, nog verder in de vernieling hielp. Een houding die perfect spoort met het Zerkegemse ‘je moet dat niet meer doen, hè’.

We zagen een Brusselse burgemeester die zich van geen fout bewust is, de politie feliciteert en geen heil ziet in een Brusselse politiefusie. ‘Dat is toch maar un slogan, hè? Een fusie is toch geen wondermiddel?’, zei Close. Hij vond daarmee ter plekke het Brusselse equivalent uit voor het Zerkegemse ‘het wordt helemaal niet beter als het groter wordt’.
Natuurlijk niet, maar het kan – samen met een coherente visie op onderwijs, preventiebeleid en arbeidsmarkt – een onderdeel zijn van een stedelijk veiligheidsbeleid, een Europese hoofdstad waardig. Zo’n visie kan je niet verwachten van een man die op zaterdag zweert bij laisser-faire en op woensdag alles inzet op zero tolerance.

De voetbalrellen en de rapperskaalslag waren voor een moderne politiedienst die met sociale media weet om te gaan perfect voorspelbaar. Hoe dat moet, beschreef Steven De Smet al in 2012 in ‘De nieuwe politie’. Maar natuurlijk hebben Close en zijn collega-burgemeesters van het Brussels Gewest dat niet gelezen. Ze gebruiken hun handen niet om boeken te openen maar om zich vast te klampen aan hun vazallenpostjes in hun minigemeenten. Hopelijk zijn de Brusselaars moegetergd genoeg om hen volgend jaar electoraal de rekening te presenteren voor hun champetterbeleid.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 18 november 2017.

De video Pretty Police van de shoegazeband See Through Dresses: http://tinyurl.com/yb2a9rdv

Geïnteresseerd in shoegaze? Zeer goede inleiding vind je op https://nl.wikipedia.org/wiki/Shoegaze

Ik schreef de bovenstaande tekst vooraleer de Algemene (Politie)Inspectie zijn rapport over de Brusselse rellen neerlegde. Anders was mijn analyse nog dodelijker geweest zijn.

Michel Goovaerts, korpschef van de politie Brussel Hoofdstad Elsene, zei al eerder dat een eengemaakte politiezone geen goede zaak zou zijn omdat een aansturing door een politieraad vol burgemeesters niet werkbaar is. Daar heeft hij gelijk in. Natuurlijk dringt er zich een fusie van alle 19 gemeenten van het Brussels Gewest op. Een Europese hoofdstad moet een eenduidige aansturing krijgen voor alle beleidsdomeinen, niet alleen voor  veiligheid maar ook voor, niet beperkend te begrijpen, mobiliteit, arbeidsmarkt, talenbeleid, onderwijs en, ik weet het zeer gevaarlijk terrein, cultuur.

Nu laten de (vooral Franstalige) partijen het beleid over aan de minder talentvolle politici, waarvan vele sjerp en schepenzetel erven van een familielid. Het argument dat ze dichter bij hun gemeentegenoten staan, is totale onzin. En is het nu zoveel slechter in Groot Antwerpen en Groot Gent dan voor de fusie. We Antwerpen toch ook niet opdelen in 6 gemeenten?

Donderdag ging de anti-kraakwet  in voege. Misschien denk je dat iemand die ooit een huis kraakte, daar niet gelukkig mee is. Het omgekeerde is waar: mensen die politiek kraken breken de deur open van gebouwen van speculanten, niet van mensen die op vakantie zijn of voor hun job het land uit zijn. In Gent is er ten andere een gewone bandietenbende aan de slag die huizen openbreken en dan “verhuren” aan Romagezinnen. Daar moet paal en perk aan gesteld worden. Dat kan met deze wet.

Overigens, de wetswinkel stond altijd voor correct woonrecht. Het “commercieel” kraken kan daar geen deel van uitmaken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

WBA

I’m working on a building of love
Gonna build it in the name of everyone
Working On A Building Of Love, Chairmen of the Board, Bittersweet, 1972.

Enkele jaren geleden was ik op een internationaal congres over de werkplek van de toekomst. Die moet stimuleren, inspireren en het gemeenschapsgevoel vergroten, daar waren alle sprekers het over eens. Plots werd het een congresganger te veel. ‘Als jullie dat allemaal zo vinden, waarom zijn onze werkplaatsen dan zo lelijk, lawaaierig en beige?’, sneerde ze. Het panel was even door de bliksem getroffen. Jim brak de ongemakkelijke stilte en mompelde: ‘WBA. Wereldberoemde architecten’.

Zo’n WBA is Richard ‘Centre Pompidou’ Rogers. Hij ontwierp het gerechtsgebouw van Antwerpen, alias het Vlinderpaleis. En toegegeven, hij creëerde een magnifieke knik in de Antwerpse skyline. Alleen, je mag er niets aan veranderen, vertelden mensen me die een 21-eeuwse werking wilden installeren en op het nagelvaste contract botsten dat Rogers Inc. met de Belgische staat had afgesloten. Zelfs voor het opbreken van een hemeltergend lawaaierige tegelvloer is de toestemming van het architecturale godenkind nodig. De Antwerpse justitiedienaars zitten voor eeuwig en een dag gevangen in hun weinig begeesterende kantoortjes.

De Jim in ons panel wist waarover hij sprak toen hij het over WBA’s had. Hij is logistiek directeur bij een topbedrijf dat kantoor houdt in The Gherkin, een van de iconische torens in de Londense City, ontworpen door Sir Norman Foster. De Augurk werd geopend in 2004 en is meermaals bekroond voor zijn architecturale en ecologische spitsvondigheid. Maar na de bouw was er blijkbaar geen geld meer voor een even revolutionaire werkomgeving. Het werden landschapsbureaus die veel weg hebben van (on)menselijke legbatterijen.

In het Eén-programma ‘The Secret Life of Buildings’ confronteerde Tom Dyckhoff Foster afgelopen maandag met enkele werknemers die in zijn fabuleuze gebouw werken. Je ziet de man, die in de jaren zeventig de Willis Tower bouwde – met zijn restaurant en zwembad voor iedereen jarenlang het toonbeeld van een stimulerende, inspirerende en gemeenschapsbevorderende werkomgeving – ineenkrimpen en ultiem toegeven dat zijn ideeën ‘verkeerd zijn gebruikt’.

De scène waarin Dyckhoff een paar tegels uit de vloer van de Willis Tower haalt en de restanten blootlegt van het zwembad dat moest verdwijnen om meer werkruimte te creëren voor werknemers die stelselmatig minder werkruimte kregen, is symptomatisch voor hoe de kostprijs allesbepalend is in de werkplekbenadering.

Steeds meer wordt pijnlijk duidelijk dat de hersenloze landschapskantoren met hun eindeloze variatie aan visuele en auditieve afleidingen mensen niet alleen ongelukkig maar ook een pak minder productief maken. Dat gebrek aan geluk was de managers van de Londense Deloitte Headquarters ontgaan, maar de terugval van de productiviteit was hen wel opgevallen. Dus beslisten ze dat er planten zouden komen, die – ‘wat zijn we genereus , zie je hen denken’ – de mensen zelf konden kiezen. ‘Bent u als bedrijf dan bereid meer macht aan de werknemers te geven?’, vraagt Dyckhoff aan de manager. ‘Oh, ja!’, knikt hij. ‘Echt?’, vraagt Dyckhoff. ‘Wel, er is een grens. We moeten professioneel zijn, we zijn hier niet bezig met creatief zijn.’

Dat soort reacties heb ik al honderden keren gehoord. Van politici, privémanagers, topambtenaren en veel gewone Belgen. Een stimulerende omgeving is iets voor publiciteitsbedrijven. Bij serieuze ondernemingen en bij de overheid is het weggegooid geld.

Natuurlijk is de toekomst van de werkplek niet de terugkeer naar de muur. Begrijpelijk dat mensen die hoorndol worden in landschapsbureaus hunkeren naar hun eigen bureautje maar wie ooit werkte in een mooie, rustige, open omgeving wil nooit meer terug naar het privé-gevangenisje.

Het inzicht dat Tom Dyckhoff verwoordt op het einde van het programma, niet toevallig na een bezoek aan het Nederlandse Interpolis, was meer dan ooit ook onze overtuiging na een bezoek aan die pioniers in 2004: je moet de hele structuur van een organisatie veranderen, je moet macht overdragen, anders verandert er niets.

Creatieve organisaties beslissen eerst hoe plat de organisatie moet zijn, over welke punten de teams niet kunnen beslissen en hoe maximaal plaats- en tijdonafhankelijk kan worden gewerkt. Daarna laten ze de mensen de werkomgeving creëren. Pas dan bouwen ze een gebouw rond de organisatiecultuur. Als dat gebouw een architecturaal wonder is, zoveel te beter. Ieder ding van schoonheid is een eindeloze bron van vreugde en de mensen zullen trots zijn erin te mogen werken. Maar ze zullen bovenal gelukkig zijn, omdat vooral in hen is geïnvesteerd.

Het lijkt een ingetrapte deur, en toch moet het gezegd want blijkbaar is het veel politici, privémanagers en topambtenaren ontgaan. Gelukkige mensen zijn veel minder ziek en een pak productiever.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 4 november 2017

Video Working On A Building Of Love: https://www.youtube.com/watch?v=urp6M6sXrII

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Jorge & Jordi

I never did believe we were friends forever
All more resasons to enjoy this time together
Friends Forever, Wooden Wand, Toth’s Law, 2017

In mijn tijd bij de toenmalige Gentse burgemeester Frank Beke mocht ik de congressen van de Europese Veiligheidssteden meemaken. Tijdens samenkomsten in Porto, Palermo en vele andere steden die met reële veiligheidsproblemen te maken hadden, leerde ik tal van mensen kennen die in hun stad bezig waren met drugsproblemen, kleine en grote criminaliteit en straathoekwerk.

Er was Tim uit Edinburg, bijgenaamd Braveheart, een beer van een man die in een hut ergens in de Highlands woonde en perfect kon uitleggen waarom een film als ‘Trainspotting’ zo adequaat de jeugdcultuur van Edinburg weergaf.

Er was Michael uit Liverpool, de go-between tussen het stadsbestuur en de toen al tientallen etnische groepen in de stad. Hij bracht ons in contact met trotse sikhs die dachten dat we met een karrenvracht Europees geld kwamen en ons danig intimideerden toen dat niet het geval bleek. ’s Avonds gaf Michael een feestje bij hem thuis, waar we opnieuw de oppersikh ontmoetten, die onder het nuttigen van aardig wat whisky’s niet bijkwam van het lachen omdat we in zijn spelletje waren getuind.

Er was ook Georgina uit Venetië, die we enkel zagen bij het begin van de conferenties en na afloop op de luchthaven, beladen met pakjes, en die van haar Engelse taalonderricht alleen het woord ‘shopping’ had onthouden. Ook Elena, een statige Romeinse, verstond amper Engels maar was altijd present.

De Spanjaarden Jorge en Jordi spraken goed Engels. Dat verwonderde me want in de jaren negentig kregen mijn Teergeliefde en ik bij Spaanse toeristische diensten op de vraag “Spreek je Engels?” steevast het hilarische “Haliddel” te horen waarna een zonder twijfel fantastische uitleg in het Ratelspaans volgde.

Jorge, geboren en getogen in Andalusië en zoon van arme boeren, had zich in arren moede – eigenlijk was hij antimilitarist – voor een legeropleiding ingeschreven, was bij de Nationale Politie terechtgekomen, en ter beschikking gesteld van het Madrileense stadsbestuur omdat hij een taalwonder was. Hij sprak Engels, Frans, Italiaans, Spaans, Baskisch en Catalaans.

Hij kon het erg goed vinden met Jordi, een chauvinistische Barcelonees, al bleef zijn chauvinisme beperkt tot het culturele. Madrid moest zijn taal en zijn cultuur respecteren maar voor hem mocht, nee moest, Catalonië een deel van Spanje blijven. Hij geloofde in economische solidariteit. Dat kon Jorge, die zich altijd Andalusiër voelde, zeer appreciëren.

De afgelopen weken is de vriendschap tussen Jorge en Jordi danig op de proef gesteld. Jorge, die intussen in de hoogste echelons van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verzeild was, had vergaderingen meegemaakt met zijn minister, de hoogste politiechefs en zijn secretaris-generaal waarop beslist werd 13 Catalaanse topambtenaren te arresteren.

Jorge wist zich geen raad. Zou hij Jordi, secretaris van een van de te arresteren overheidsmanagers, bellen om hem te waarschuwen of moest hij zich aan zijn deontologische code houden? Hij belde niet. Dat heeft Jordi niet echt geapprecieerd. Hij was al niet zijn opgewekte zelf, de jongste dagen, want hij was medeverantwoordelijk voor de praktische uitwerking van het referendum, dat hij een complete farce vond. Eergisteren liet Jordi via een giftige mail aan Jorge weten dat hij, na het brutale politieoptreden, waarover Jorge hem ook niet had verwittigd en waarin zijn geliefde kleinzoon gewond was geraakt, een vurige aanhanger van El Independentismo Catalán was geworden.

Dat laatste, beste lezer, is verzonnen. Ik hoorde na 1999 niets meer van Jordi en Jorge. Maar het feit dat mensen uit de federale regering samenzitten om hun collega’s in een autonome regio te arresteren, liet me de voorbije weken niet los. Ik zie mezelf al samenzitten met mijn collega op Binnenlandse Zaken Isabelle Mazzara en de federale politiebaas Catherine De Bolle en een planning uitwerken om de Vlaamse secretaris-generaal van Welzijn Karine Moykens, de Vlaamse secretaris-generaal van Financiën Koen Algoed of de Secrétaire général du Service public de Wallonie Claude Delbeuck te arresteren.

Ik vrees dus voor de vriendschap tussen Jordi en Jorge. Maar ook voor de vriendschap tussen Tim, overtuigd Schots nationalist, en Michael, voorstander van de brexit. En voor de vriendschap tussen de streng unitaire Elena en de vurige Georgina, die op 22 oktober mogelijks Si stemt tijdens het Referendum consultivo dell’autonomia in Veneto.

Maar op 22 oktober is het ook koopzondag in Rome. Misschien vinden Georgina en Elena dat belangrijker en gaan ze gewoon hun geliefde maritozzo eten, zoete broodjes met slagroom. De moeilijkste keuze is dan die tussen een frisse Frascati di Lazio of een Spumante Veneto.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen