Staatslilliputterisme

When you’re small

You don’t have very far to fall

When You’re Small’, MGMT, ‘Little Dark Age’, 2018

Enkele weken geleden kondigde Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) de oprichting aan van een Vlaamse controledienst die moet toezien op het welzijn van dieren in Vlaamse slachthuizen. Dat er meer controle op de slachthuizen moest komen, betwist niemand. Heel wat Vlaamse burgers werden onwel bij de aanblik van dieren die elektrische schokken kregen of onverdoofd werden geslacht.

Tot nog toe was het toezicht op dierenwelzijn in slachthuizen een taak voor de inspecteurs van het federale voedselagentschap FAVV, dat waakt over de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel met het doel de gezondheid van de consumenten, dieren en planten te beschermen. Maar volgens Weyts legt het FAVV te veel de nadruk op voedselveiligheid en te weinig op het ontdekken van dierenleed.

Dat een Vlaams-nationalistische minister voor een eigen Vlaamse dienst kiest, kan je verwachten. Hij kreeg daarvoor trouwens de mooiste voorzet die hij zich kon voorstellen van minister Denis Ducarme (MR), bevoegd voor het FAVV. Toen we in december 2018 met de afgrijselijke beelden uit een Hasselts slachthuis werden geconfronteerd, verklaarde die dat dit een Vlaamse bevoegdheid was. Toen al zei Weyts 3 miljoen euro te hebben uitgetrokken voor een eigen Vlaamse inspectiedienst voor de slachthuizen.

De vraag blijft of de keuze voor een aparte controledienst de beste is. Het klopt dat het FAVV te weinig personeel heeft. Dat is een gevolg van jarenlange besparingen die de federale administraties sterker troffen dan de regionale overheidsdiensten. Weyts had de 3 miljoen, die hij zonder veel moeite snel bij elkaar kon krijgen – de bodemloosheid van de Vlaamse kredieten is al jaren een bron van grote verwondering bij federale overheidsmanagers – ter beschikking kunnen stellen van het FAVV.

Dat zou een voortzetting zijn van de politiek die is gevoerd sinds de overheveling van dierenwelzijn naar de gemeenschappen, na de zesde staatshervorming. Een minieme wijziging in het protocol tussen de Vlaamse Overheid en het FAVV zou daarvoor volstaan. Het gebeurde niet. Iemand met een slecht karakter zou het geen toeval vinden: met de hulp van je federale partijgenoten een federale dienst onderfinancieren, daarna de dienst bekritiseren omdat hij zijn werk niet doet en vervolgens een Vlaamse dienst oprichten.

Bij dat soort beslissingen hoor je nooit het woord ‘schaalnadelen’ vallen. Nochtans zijn die er zonder twijfel. Mocht de getalsterkte van het FAVV zijn uitgebreid, dan moest geen krediet voor extra managers, een IT-systeem en bijkomende hr-mensen worden uitgetrokken. Dat moet nu wel. De opleiding van de 25 dierenartsen moet door externen gebeuren, omdat Vlaanderen niet beschikt over een keurkorps zoals het FAVV dat nieuwe mensen intern en zonder grote meerkosten opleidt en ze direct een grote expertise meegeeft. Wat Vlaanderen doet, zal minder goed zijn. En duurder.

Daar komt bij dat van een coördinatie tussen onafhankelijke controlediensten geen sprake is, leert de ervaring met sociale inspecties. Slachthuizen kunnen dus te maken krijgen met een FAVV-controleur op maandag, een Vlaamse dierenleedcontroleur op dinsdag, een RSZ-controleur op woensdag, een btw-controleur op donderdag en een WASO-controleur op vrijdag.

Het verdelen van samenhangende overheidstaken over steeds meer diensten is een vorm van staatslilliputterisme. Het is de tegenhanger van staatsgigantisme, waarbij diensten en taken worden gebundeld die slechts oppervlakkig iets met elkaar te maken hebben. In beide gevallen vergroot het overheidsbeslag en verkleint de efficiëntie.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van zaterdag 4 mei 2019.

When you’re small – video

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Staatsgigantisme

The Giant Who Ate Himself

Glenn Jones, The Giant Who Ate Himself And Other New Works For 6 & 12 String Guitar, 2018

‘Grote organisaties die falen, moeten ordentelijk worden ontmanteld. Geen enkele organisatie zou too big to fail mogen zijn. Als dat toch het geval is, zou de overheid die onderneming bij een faillissement moeten nationaliseren.’ Dit stukje proza verwacht je in het verkiezingsprogramma van de PvdA, niet in een boek van Geert Noels. Toch is het een van de tien aanbevelingen van de econoom in zijn recent verschenen boek Gigantisme. Hij stelt vast dat bedrijven en organisaties steeds groter en machtiger worden, en zo de gezonde concurrentie doden, een duurzame groei verijdelen en de mens naar burn-outs drijven. Op de achterflap wordt de analyse gedurfd genoemd en dat is voor een keer niet gelogen.

Het boek gaat over de privésector. Men moge hopen dat er een opvolger komt over de overheid. Ook daar woedt de obesitasepidemie. Een gelukkig uitstervende soort overheidsmanagers denkt nog altijd dat ze belangrijker worden als ze meer mensen en directies onder hun leiding krijgen. Niet toevallig hebben die ‘obesisten’ een partijkaart die hen toegang verleent tot de kabinetten van gelijkgezinde ministers, tegen wie ze zo hard aanschurken tot ze weer een dienst van een concurrerende overheidsdienst kunnen inlijven.

Jammer genoeg vinden die obesitasverslaafde overheidsmanagers gemakkelijk het oor van politici. Verhalen van groter, en dus beter, gaan er bij hen al decennia in als koek. Aankomende politici denken niet aan schapen bij het inslapen, maar aan fusies van overheidsdiensten. Ze rekenen zich rijk aan de schaalvoordelen, die samen met terugverdieneffecten evenveel voorkomen in de Wetstraat als eenhoorns in de toendra.

In De Interne Keuken rekende Noels messcherp af met de mythe van de schaalvoordelen. Als ze er al zijn dan wegen ze niet op tegen alle nadelen en kosten die fusies veroorzaken. Bij de overheid resulteren fusieoperaties weliswaar in minder overheidsdiensten maar ook in evenveel personeel. De twee personeelsdiensten worden samengevoegd met alle personeelsleden van de twee organisaties. Die ambtenaren moeten natuurlijk geleid worden. Dus krijg je meer lagen met dure managers.

Bij het aantreden van de regering-Michel kon de N-VA de andere regeringspartijen overhalen tot het ontmantelen van de POD’s. De kans dat u ooit van POD’s hoorde, is klein. Officieel zijn die overheidsdiensten tijdelijk en werken ze rond thema’s die verscheidene federale overheidsdiensten (FOD’s) doorkruisen. In werkelijkheid zijn ze er gekomen omdat de politiek een aantal ‘mindere’ ministers en staatssecretarissen een eigen administratietje wilde geven. Na iedere eropvolgende legislatuur zouden ze verdwijnen. Haal het zout boven: de POD’s zijn opgericht in 2003 en bestaan nog.

Aan die anomalie zou de regering-Michel een einde maken. De POD’s moesten fusioneren met de FOD’s. Terug naar 2002 dus, alleen negeerden Michel en co. Einstein – ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt’ – en Fons van Dyck, die in zijn nieuwe boek De onsterfelijke onderneming aantoont dat ‘de identiteit, de cultuur en de waarden helemaal bovenaan in de pikorde staan in een onderneming die op de langere termijn wil overleven. Veel overnames en fusies mislukken door onoverbrugbare culturele verschillen, die diep geworteld zitten in het DNA’.

Na 17 jaar hadden de POD’s een DNA dat sterk verschilde van dat van de FOD waar ze oorspronkelijk bij hoorden. Dat hebben we pijnlijk kunnen vaststellen toen de mensen van de POD Maatschappelijke Integratie gingen samenzitten met onze mensen van de FOD Sociale Zekerheid. Onze ministers hadden de fusie beslist, maar niemand zag er het voordeel van in. En de culturen stonden haaks op elkaar. Maar à la guerre comme à la guerre en wij zijn democraten: we voeren uit wat de verkozenen des volks beslissen. Toen de POD op zoek moest naar nieuwe kantoren bood de FOD Sociale Zekerheid aan om bij haar in te trekken. Met alle thuiswerk was er toch plaats genoeg. Het samenleven van twee onafhankelijke diensten bleek moeilijk en de juridische beslissing om te fusioneren bleef maar uit omdat een andere vorm van gigantisme de kop opstak: ministers die hun portefeuille wilden vergroten.

Minister Denis Ducarme (MR), minister van Zelfstandigen en veel andere dingen waaronder Maatschappelijke Integratie, claimde de voogdij over de nieuw te vormen FOD. Maggie De Block (Open VLD), voogdijminister van de FOD Sociale Zekerheid, verzette zich. Terecht, want twee voogdijen over een FOD is vragen om blokkeringen. Ze geraakten er niet uit. De regering viel. Voor een (al dan niet) fusiebeslissing is het wachten op een volgende regering. In de Financietoren lopen nu twee overheidsdiensten door elkaar met verschillende doelstellingen, culturen en bazen. Zo werkt overheidsgigantisme.

Naschrift

Deze tekst verscheen (verkort) als column in De Tijd van 20 april 2019.

Video The Giant Who Ate Himself van Glenn Jones

Officiële uitleg over POD’s.

Fons van Dijck past zijn theorie toe op Anderlecht.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Tandpasta

I fought the law

And the law won

Bobby Fuller Four, ‘I Fought The Law’, 1965

In de elitaire kringen waarin ik me doorgaans begeef, is de consensus groot: ‘The Only Way Is Up’ van Yazz & The Plastic Population is het op een na slechtste nummer van de eighties. Yazz haalt het nipt van Milli Vanilli’s ‘Girl You Know It’s True’, omdat we ervan uitgaan dat ze het nummer niet lipt.

Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten vindt ‘The Only Way Is Up’ de beste song ooit. Ze nomineerde hem voor de Classic 1000. Even dacht ik dat ze te gretig was ingegaan op de suggestie van haar communicatieteam om eens een ander optimistisch nummer te kiezen dan ‘The Best Is Yet to Come’, dat te vanzelfsprekend is en vooral gevaarlijk als je verantwoordelijk bent voor een begrotingstekort van 8,5 miljard euro. Maar ze reageerde op mijn tweet als door een slang gebeten. Het was haar lievelingsnummer en de gustibus, u-weet-wel.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block was blijkbaar al enkele jaren op de hoogte van de muzikale voorkeur van haar partijvoorzitter en besliste dat ‘the only way’ om de antibioticaconsumptie te verminderen erin bestond de prijs te ‘uppen’. Haar beslissing kwam er tegen alle adviezen in. De Block dacht – anders dan professoren, beleidsvoorbereiders en mensen met jaren praktijkervaring – dat het probleem niet bij de voorschrijvende dokters lag maar bij de aan antibioticasnoep verslaafde patiënten. Uit een studie van de Christelijke Mutualiteit blijkt het ongelijk van de minister. Maar dat geeft ze niet toe. ‘De daling is ingezet’, stelt ze. De consumptie is vorig jaar inderdaad met 1 procent gedaald. Maar De Block vergeet wel te vermelden de daling in 2016 2,5 procent en in 2016 3,1 procent bedroeg. Met andere woorden: de stijging is ingezet.

De antibioticaspecialist Herman Goossens wil de dokters aanpakken die zeer veel en dure geneesmiddelen voorschrijven. ‘Het Riziv weet perfect welke dokters dat zijn. En men moet ze eventueel financieel verantwoordelijk maken. Dat zou een enorm effect hebben. Maar het ontbreekt aan ambitie in dit land.’ Daar wil De Block niet van weten omdat het te moeilijk is de goede van de slechte voorschrijvers te scheiden. Dat genuanceerd denken hanteert ze niet voor patiënten. Ook diegenen die met tegenzin antibiotica slikken, betalen het hogere remgeld. 
De Block wil een kaduke maatregel niet intrekken. Het illustreert wat ik al jaren als een oorzaak van de te geringe Belgische ‘return on taks’ aanduid: wetten worden niet geëvalueerd, slechte wetten worden niet afgeschaft, en al zeker niet als het electoraal zou schaden. Liberalen pakken niet graag dokters aan. Christian Leysen, lijsttrekker van de Antwerpse Open VLD, zei gisteren in het radioprogramma ‘De ochtend’ dat hij minder en betere wetten wil. Zo doe je inderdaad echt aan staatsmindering. Hopelijk vergeet hij het niet als hij minister wordt.

 

De Block moet niet met alle zonden Israëls worden beladen. Ze was de eerste die aankaartte dat de opeenvolgende staatshervormingen bestuurlijke rampen waren die de burger veel geld kosten. Ze pleit voor een herfederalisering van onder meer Gezondheidszorg en Milieu. Dat is moedig in een land waar volgens Guy Tegenbos twee theorieën gelden. Er is de tandpastatheorie: geregionaliseerde bevoegdheden opnieuw naar het federale niveau brengen is zoals tandpasta terug in de tube duwen. En er is de Star Wars-theorie: met staatshervormingen is het zoals met ‘Star Wars’-films: er blijven er maar bijkomen.

Voor de strijd tegen de antibiotica zijn in dit land negen excellenties bevoegd. Als ze samenkomen, met hun kabinetsadviseurs, ambtenaren en experts moet het Koning Boudewijnstadion worden afgehuurd. Dat is ook zo als het over de arbeidsmarkt, economie, mobiliteit et j’en passe gaat. We morsen met overheidsgeld omdat we te veel bestuurslagen en ministers, uitpuilende kabinetten en uitgebreide administraties hebben.

Premier Charles Michel (MR) handelt niet alleen ondemocratisch als hij de grondwetsherziening blokkeert, hij verpietert ook alle opportuniteiten om bevoegdheden te herfederaliseren. De schrik voor de ‘communautaire waanzin’ is bij te veel politici groter dan de wens om een efficiënte overheid te creëren. Ons land wordt verslagen door tandpasta en ‘Star Wars’-sequels.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 7 april 2019.

Video The Bobby Fuller Four ‎– I Fought The Law

Knappe versie van The Clash

VRTnu over antibiotica

Hoe belangrijk is de strijd tegen antibioticaresistentie?

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Closing time


Once I built a railroad, I made it run
Made it race against time
Once I built a railroad, now it’s done
Brother, can you spare a dime?

Bing Crosby, Brother, Can You Spare A Dime, single, 1938

Sophie Dutordoir, ceo van de NMBS, zei vorige november in de Kamer en op de VRT dat mobiliteit in België ‘decennialang verwaarloosd is’. ‘Veertig procent van de treinen van de NMBS is meer dan dertig jaar oud. Er rijden te veel verschillende types rond, die allemaal andere noden hebben. ‘Laat ons opnieuw meer investeren in treinen’, zei Dutordoir.
“Als de NMBS vandaag is wat ze is, dan komt dat door de visie die de politiek in België over het bedrijf had”, zei ze nog lief. Want wat ze echt bedoelde was: politici hebben nooit enige visie gehad. Hoe kan je anders verklaren dat er sedert 2008 geen beheersovereenkomst meer is tussen de overheid en de NMBS? Ondanks de rij mobiliteitsministers dat ons land telt, is er geen spoor te bekennen van enige mobiliteitsstrategie. De magere troost voor spoorwerkers en spoorreizigers is dat onze regeerders ook niet geen visie hebben over milieu en klimaat, over pensioen en vergrijzing, over arbeidsmarkt en economische migratie, over werkloosheid en duurzame arbeid.

En over staatsschuld en overheidsinstellingen. In het heetst van de verkiezingsstrijd in 2014 kregen we met de kreet “Show me the money!” de verwachting dat er een regering zou komen die de staatsschuld met branie en visie zou aanpakken. Maar de Zweedse coalitie zette gewoon de traditie verder met kaasschaafbesparingen op en investeringsstop binnen het overheidsapparaat. Overheidsmanagers die op de gevaren van dat non-beleid wezen werden arrogant weggestuurd met de boodschap: meer met minder moet kunnen. Wat topambtenaren al jaren weten, begint nu te dagen bij vakministers: ze kunnen geen kant meer op.

Volgens minister Crevits moet de komende legislatuur absoluut in het kleuter- en basisonderwijs investeren. “Het basisonderwijs krijgt meer dan een miljard minder in vergelijking met het secundair”.

Minister van Justitie Koen Geens weet dan weer dat om het structureel ondergefinancierde gerechtelijke apparaat om te vormen tot een professionele en moderne organisatie, er een investering nodig is van 750 miljoen euro per jaar.
Niet toevallig krijg je dat soort uitspraken te horen aan de vooravond van een onderwijsstaking, op de dag wanneer magistraten hun ongenoegen uiten, of wanneer mensen urenlang vastzitten in luchthavens door acties van luchtverkeersleiders.

Alle partijen hebben in de maanden voor de parlementsverkiezingen massa’s plannen in de aanbieding die stuk voor stuk stevige investeringen vereisen. Misschien kunnen ze daar enkele kiezers mee overtuigen maar overheidsmanagers lachen daar meewarig om. Ze lezen de rapporten van de Nationale Bank en het monitoringscomité en weten dat er enorme besparingen op ons afkomen. Volgens berekeningen van De Tijd moet de regering voor dit jaar nog op zoek naar 7,7 miljard om de begroting in evenwicht te krijgen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit een onderschatting. De regering waagt zich, om die reden en net voor de verkiezingen, niet meer aan een begrotingscontrole. Men heeft zelfs geen idee hoe groot het tekort in de sociale zekerheid is. “We varen blind”, zeggen de sociale partners. De federale topambtenaren weten dat het nog geen closing time is voor de investeringsstop.

Op de strategiedag van de federale topambtenaren met als thema “Waar willen we staan in 2024?” was de conclusie: we kunnen veel doen, we willen veel veranderen, maar er moet een einde komen aan de desinvestering. Zelfs Hans D’Hondt, Voorzitter van een FOD (Financiën) met 26.000 ambtenaren die tot voor kort omwille van zijn grootte schaalvoordelen genoeg had om de desinvestering op te vangen zei schertsend dat hij de hort opgaat met zijn rockgroep Closing Time als er weer een investeringstop komt. Misschien kan hij dat beter doen: zelfs als er een regering met branie en visie komt die de investeringsnood inziet zal die geconfronteerd worden met het enorm gat in het budget. En naar Closing Time is er vraag genoeg. Hun benefietconcert voor Kom Op Tegen Kanker in De Werf op 3 mei is bijna uitverkocht.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 22 maart 2019

Twee keer gebruikte ik de woorden “branie en visie”. Dit is een knipoog naar Veronique Goossens, nu hoofdeconoom bij Belfius, maar recent ook gedebuteerd als columniste in De Morgen. De titel van haar eerste column (op 5 maart gepubliceerd) is “Gevraagd aan huidige generatie politici: branie en visie”.

Bing Crosby’s Brother, Can You Spare A Dime is waarschijnlijk de eerste opname ooit.

Er zijn tientallen versies van de song die stamt uit de Great Depressiontijd. Ook Tom Waits nam een versie op (voor een liefdadig doel).

De versie van Ronnie Lane (Ex-Small Faces) lijkt opgenomen te zijn in 1936 (ondanks de elektische gitaar maar vooral omwille van de klarinettist):

Een zeer merwaardige cover uit het psychedelische 1967 is die van St. Valentines Day Massacre, de groep van Jon Lord na The Artwoods en net voor Deep Purple.

Uit dezelfde tijd en dus met onvermijdelijk hammondorgel : de funky Mel Tormé (die van Comin’ Home, Baby ).

De serieuze B-kant van een grappige teenyboppernummer van Pat Harvey uit 1963.

Alleen voor de liefhebbers: een countryjazzversie van The Village Stompers uit 1965.

George Michael nam de song op voor zijn Songs from the Last Century.

Uit dezelfde goudenstemcategorie: Tom Jones.

Er zijn tientallen jazzversies van “Brother”:

Dave Brubeck

Ike Quebec

Sonny Criss

Abbey Lincoln

Paul Motian met een schitterende Rebecca Martin

Andy Bey

Tony Scott

Jack Walrath

Bill Carrothers met “onze” Nicolas Thys & Dré Pallemaerts

Larry Martin

Ran Blake & Christine Correa

Hans D’Hondt noemde zijn band naar (de titel) van Tom Waits eerste, fenomenale, album. Ik koos die titel (ook) omdat het mijn laatste column is als voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Signatuur

Your every wish is my command

All you got to do is wiggle your little hand

I’m your puppet

I’m your puppet, James & Bobby Purify, 1967

‘Ik vind het zeer ontgoochelend wanneer mensen voor wie ik achting heb – intellectuelen, breedkijkende mensen, een aantal journalisten – mensen en ideeën opsplitsen in links en rechts. In mijn beleving geven ze daarmee uiting aan een bijzonder schraal, armtierig, simplistisch wereldbeeld’, zei UGent-rector Rik Van de Walle treffend in de reeks ‘De vragen van Proust’ van De Morgen. Hoe moet je het gedrag van journalisten dan omschrijven die je mordicus bij een politieke partij willen onderbrengen?

In De Standaard van 23 februari was het weer prijs. De krant publiceerde een (des)infografisch overzicht van federale en Vlaamse topambtenaren met telkens een politiek bord voor hun hoofd. FOD Financiënvoorzitter Hans D’Hondt (CD&V-signatuur). FOD Binnenlandse Zakenvoorzitter Isabelle Mazzara (MR). FOD Volksgezondheidvoorzitter Tom Auwers (sp.a). FOD Sociale Zekerheidvoorzitter Frank Van Massenhove (sp.a). Allen waren ooit kabinetschef en dus hebben ze voor eeuwig en een dag de kleur van de minister die ze dienden.

Luie journalistiek, zou je kunnen denken. Want als je even checkt (dubbelchecken gebeurt al lang niet meer) dan schrap je vliegensvlug die signatuur bij Tom Auwers. En schrap je die ook bij mij. Want ik zeg al jaren in interviews en columns dat ik geen partijkaart meer heb en er ook nooit nog één wil. Dat wist de journalist natuurlijk ook, want uit zijn artikel en zijn mails blijkt dat hij mijn columns leest. ‘Voor de rest wens ik u veel succes met uw, overigens goede, column.’ Meer mag ik uit het mailverkeer niet citeren, want de man verbood het. ‘Maar goed, ik geef voor alle zekerheid dus ook niet de toestemming om te citeren uit dit persoonlijke mailverkeer.’ Moed is een zeldzame gave.

Het is dus geen luie, maar tendentieuze journalistiek. Natuurlijk zou de DS-journalist, als hij eerlijk is en de GDPR volgt, (partijloos) achter mijn naam moeten zetten zoals bij FOD Mobiliteitvoorzitter Emmanuelle Vandamme, want nooit op een kabinet gewerkt, maar dat deed hij niet omdat hij een punt wil maken: iedere politieke partij gebruikt zijn kabinetsmensen als pionnen die ze in administraties uitzetten. ‘Vooral in Vlaanderen wist de N-VA de afgelopen jaren in stilte haar greep op de administratie te verstevigen.’

Het moet leuk zijn voor Vlaamse topmanagers Koen Algoed, Peter Cabus en Wim Adriaens, allen van N-VA-signatuur, om te lezen dat ze niet echt omwille van hun talenten gekozen werden maar omdat ze ‘puppets on a strings’ van hun partij zijn. Zeker als ze zien dat een N-VA-kabinetsmedewerker in het artikel poneert, natuurlijk anoniem, moed is een zeldzame gave: ‘Geef ons nog een legislatuur en er zal ook (in de federale overheid, red.) een generatie gepusht worden met meer rechtse gedachten, maar dat gaat niet zo snel.’ De perfecte voorzet voor het journalistieke besluit: ‘de benoemingscarrousel draait ook straks weer op volle toeren’.

Ik ken geen enkele topmanager die het geworden is omdat de partij het vroeg. Ze wilden het gewoon graag doen. En ja, het zijn dikwijls cabinetards. Als cabinetard zie je hoe aantrekkelijk de functie is, niet zozeer wegens de uitstekende vergoeding, maar vooral om de veranderingsopportuniteiten en de mogelijkheid iets op lange termijn op te zetten. Je komt door de selectie omdat je enthousiasme, visie en managementcapaciteiten hebt, niet omdat je je als een partijzeloot presenteert.

Het artikel is niet alleen bij mij slecht gevallen. Al mijn collega’s vonden het zum Kotzen. Sommigen vinden het niet erg met een partij gelinkt te zijn, maar de onderliggende idee dat je daar voor een partij zit, steekt. Zoals Tom Auwers treffend tweette: ‘Politieke signatuur toedichten aan topambtenaren is het concept van civil servant negeren. En de waarheid ook.’ Het kan klef klinken, maar de prioriteit van overheidsmanagers is het algemeen belang dienen en goede managers zijn voor hun mensen.

Overigens zou een federale topambtenaar die het partijbelang laat primeren genadeloos afgemaakt worden door zijn collega’s. Als hij dan nog niet gedecimeerd is door een van de ministers als die ervaart dat zijn topambtenaar hem tegenwerkt omdat hij voor een andere kleur rijdt.

Het beeld dat het DS-artikel schetst, is er een van lang vervlogen dagen toen politici geen rekening moesten houden met objectieve jury’s. Maar het beeld zal blijven hangen zolang politici een hand kunnen hebben in de benoeming van topambtenaren. Tussen twee laureaten zullen ze hun partijgenoot kiezen als die er is. Daarom pleit ik al lang voor de aanstelling van de laureaat die als beste uit het assessment en de jurybeproeving kom

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 9 maart 2019.

Video I’m your puppet: https://www.youtube.com/watch?v=Tyvn3QR7BRk

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Redesi-ha-ha-ha-ign

Everybody want to hear the truth

But yet, everybody wants to tell a lie

Oh everybody wants to go to heaven

But nobody wants to die

Everybody Wants to Go to Heaven, Albert King, Lovejoy, 1971

Bij de ambtenarij kunnen ze niet besparen. Je blijft het horen. Wie dat denkt, raad ik aan eens een vlieg op het behang te spelen bij een vergadering in om het even welke overheidsdienst waar gezocht wordt naar de oplossing van een plots opdoemend probleem. Wanneer het woord ‘redesign’ valt als mogelijke oplossing wordt de hele vergadering in een oogwenk omgetoverd in een lachende, gierende, brullende bende pubers. Eén enkel woord volstaat. De redesign die de regering Michel in 2014 aankondigde – we zullen niet alleen van een logge administratie een slankere, efficiëntere overheid maken die een betere dienstverlening verzekert maar vooral meer doen met minder – is een verhaal geworden waarvan Michael Van Peel een week durende conference kan maken zonder zich te vermoeien: gewoon vertellen wat er gebeurde en de zaal gaat overstag.

Dat de redesign zou mislukken was in de sterren geschreven. Het redesignplan laat zich lezen als een staalkaart van achterhaalde, verkeerde en vooringenomen ideeën die het politiek personeel van ons land eropna houden.

Elke manager met enige ervaring weet dat je ofwel moet innoveren ofwel besparen. Natuurlijk kan innovatie op middellange termijn een besparing opleveren, maar de twee doelstellingen zijn niet te combineren omdat ze een verschillende aanpak vereisen. Als je wilt besparen moet je je mensen kunnen overtuigen van het burning platform. Als je wil innoveren met je ervoor zorgen dat je mensen het project dragen en zelf oplossingen komen aandragen.

In de feiten koos de regering voor een besparing. Want de redesign werd als geslaagd beschouwd als hij het overheidsbeslag met 850 miljoen verlichtte. Dat het ganse ding een luchtkasteel was, gebouwd op een verkeerd geïnterpreteerde studie van een consultancybureau, dat zich op foute gegevens had gebaseerd, bleek al snel.

In 2016 zou 100 miljoen bespaard worden. Eind 2016 moest de regering toegeven dat het maar 25 miljoen was geworden. Maar zelfs van dat luttele bedrag maakte het Rekenhof brandhout. Het stelde vast dat 15 miljoen bespaard was omdat belastingen beter geïnd werden, als gevolg van een veranderingsproject dat al voor de regering-Michel gepland was, en dat in de dotatie aan de Regie Der Gebouwen gewoon 10 miljoen geschrapt werd. Een onderbenuttingsbeslissing dus, zoals er al tientallen geweest zijn de afgelopen 14 jaar. ‘Dit is geen redesignoefening, maar een besparingsoperatie’, was het kille verdict van het Rekenhof. De volgende twee jaar kon het hof deze zin copypasten. In 2018 kon ze er niet meer over schrijven: in de begrotingsopmaak waren alle redesigninkomsten geschrapt.

Met de redesign zou in totaal om en bij de 50 miljoen bespaard zijn. Mocht dit apocrief cijfer kloppen, dan nog zou die 50 miljoen niet volstaan om alle consultancy-opdrachten te betalen die de regering liet opvoeren in het kader van de ganse operatie.

Het redesignproject zorgde niet voor besparingen. Het heeft geld gekost.

Als je een operatie redesign noemt, dan weet je al dat het niet de bedoeling is te innoveren. Aan de basis van elke organisatieverandering ligt een visie en een strategie. Net zoals alle federale regeringen sedert 2003 had de regering-Michel geen begin van visie over de ambtenarij van de 21ste eeuw en dus schreef ze in haar regeerverklaring, net zoals haar voorgangers, dat ze streeft naar een efficiënte overheid. Deze regering wilde een gebouw redesignen zonder te weten wat ze van de mensen in het gebouw verwachtte. Dus deed ze wat politici altijd doen om te laten uitschijnen dat er iets verandert. Ze bedacht fusies, verschoof diensten en verplaatste kredieten. De toon is bekend: minder ambtenaren, minder diensten. 

Alles werd van bovenaf beslist, zonder rekening te houden met bedrijfsculturen, zonder enige kennis van voorgeschiedenis en processen. Ergens in een uithoek van het kabinet van de minister van Begroting is een eenzame medewerker nog altijd op zoek naar de substantiële schaalvoordelen die al die operaties zouden opleveren.

Het redesignfiasco alleen toeschrijven aan voormalig minister van Ambtenarenzaken Steven Vandeput (N-VA) zou onfatsoenlijk zijn. ‘Eén minister van Overheid, die niet alleen bevoegd is voor openbaar ambt maar voor alle aspecten die bepalend zijn voor de efficiëntie van de overheid, lijkt een noodzaak en een opportuniteit. Efficiëntiewinst kan alleen worden geboekt wanneer het overheidsoptreden geïntegreerd wordt aangepakt’, schreven de topambtenaren in 2014 aan de regeringsonderhandelaars. Daar heeft men niet naar geluisterd. Begroting bleef verder zijn geliefde kaasschaafmethode toepassen, van een overkoepelde IT-inovatie is niets terecht gekomen en ex-staatssecretaris Francken weet waarschijnlijk nog altijd niet dat hij ook verantwoordelijk was voor administratieve vereenvoudiging.

Lieve burger, mocht je nu stilaan ontmoedigd geraken, toch dit: er zijn mooie innovaties in de federale overheid gebeurd tijdens de regering-Michel. Maar de waarheid gebiedt te melden dat ze er gekomen zijn ondanks de redesign.

Naschrift

Deze tekst verscheen, weliswaar ingekort, in De Tijd van 23 februari 2019.

Video Everybody Wants to Go to Heaven: https://tinyurl.com/jn95qhc

In de Knack 21 maart 2018 verscheen een bijzonder goed geïnformeerd artikel van

Op 2 maart 2016 had Pieter Blomme, journalist van De Tijd, al door dat de redesign van de federale overheid een mislukking zou worden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Gesneden

Mijn leven is totaal ontwricht,

ik voel me overboord gegooid

vandaag las ik dit nieuwsbericht:

de bom … valt … nooit.

Herman Van Veen, De Bom Valt Nooit, single, 1984

Christophe Van Landeghem, vader van twee kinderen van 19 en 17, getuigde in ‘Bij Debecker’ op Radio 1 dat, mocht hij toen geweten hebben wat hij nu weet, hij geen kinderen had genomen. Bij ‘Touché’ zei Anuna De Wever op haar onbevangen manier dat ze geen kinderen wilde. Vanwege van de ecologische voetafdruk, maar ook omdat ze op haar vrijheid staat. ‘Als ik op 38 naar IJsland wil gaan wonen, dan wil ik dat kunnen doen zonder te moeten nadenken over kinderen.’

Het zijn bijzonder moedige uitspraken. Hoon zal hun deel zijn. Het vriendelijkste wat Christophe en Anuna te horen zullen krijgen is dat ze dikke egoïsten zijn. Ik kan het weten, I’ve been there. Deze week precies 38 jaar geleden liet ik een vasectomie uitvoeren. Op zijn 26ste werd Christophe vader. Op mijn 26ste werd ik nooit vader.

In 1981 dacht ik zoals Christophe: in deze wereld zet ik geen kind. Christophe had het over een Amerikaanse president die het nucleair wapenverdrag met Rusland opzegde en vroeg zich af wanneer het Westen weer met oorlog geconfronteerd wordt. In 1981 kwam Ronald – ‘Let’s nuke them’ – Reagan aan de macht en het No Future dat de punks in de Londense straten uitkreten, leek werkelijkheid. Dat gevoel was niet beperkt tot het groepje radicale studenten waarvan ik toen deel uitmaakte. Twee jaar later betoogden 400.000 mensen tegen de plaatsing van Amerikaanse en Russische kernraketten in West- en Centraal-Europa.

Het aanvoelen dat ons geen of toch minstens een zeer duistere toekomst wachtte, had ook te maken met de aanhoudende economische crisis die het Westen teisterde en waar vallende, ruziënde en kwakkelende regeringen geen antwoord op leken te vinden. Toen premier Mark Eyskens in 1981 zijn fameuze quote ‘Het is 21 september, de eerste dag van de herfst, het vallen van de bladeren, de regering is ook gevallen’, de wereld instuurde, vond ik dat niet grappig. Het toonde aan hoe onbekommerd politici in hun ivoren toren met ons lot omgingen.

We kregen les van Etienne Vermeersch, die ons wees op de rampzalige evolutie van de wereldbevolking, en van Jaap Kruithof en Rudolf Boehm, die ons confronteerden met de bevrijdende, speelse mens maar ook met het evolutionaire wezen dat zijn planeet vernietigde.

Sommigen onder ons hadden zich ingezet voor het eerste vluchthuis. We hadden niet alleen geslagen vrouwen gezien, maar ook hun kinderen. Daar waren we niet goed van. Waarom eigen kinderen als we konden zorgen voor kinderen die enorme nood hadden aan hechting, warmte en rust?

Met meer dan twintig waren we, mannen en vrouwen die in de periode 1980-1983 voor vasectomie of sterilisatie kozen. Het was zeker geen sekteachtige reactie op de postmoderne tijden. We waren niet eens een hechte groep. Iedereen had zijn eigen redenen om kinderloos te blijven. Er waren mensen die dol waren op kinderen. Er waren mensen die geen kinderwens hadden.

Wat zouden de meesten nu denken, als ze dezelfde oefening maken als Christophe, maar dan in spiegelbeeld? De helft zou het niet meer doen. Velen van hen hebben nog op tijd de ingreep ongedaan gemaakt en kregen toch kinderen. Sommigen van hen zijn al grootouder.

Niet dat ik er spijt van heb, maar mijn vasectomie is het domste wat ik ooit heb gedaan. In dezelfde uitzending van ‘Bij Debecker’ veegde professor Patrick Deboosere (VUB) redenen als de bevolkingsevolutie (in de jaren 70 was het wereldgeboortecijfer 4 kinderen per vrouw, nu nog 2,4) en crisissen (die zijn van alle tijden) van tafel. Ik geef hem volkomen gelijk.

Maar dat houdt niet in dat we mensen die geen kinderen willen met de vinger mogen wijzen. En het impliceert zeker niet dat kinderen krijgen een vanzelfsprekendheid is. Je moet er goed over nadenken. Maar aan alle jonge mensen, vooral aan zij die er zeker van zijn dat ze nooit kinderen willen, toch deze raad: stel vasectomie en sterilisatie uit tot de leeftijd waarop je beter geen kinderen meer krijgt. Alleen idioten veranderen nooit van mening.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 9 fevbruari 2019.

Video Herman Van Veen’s De Bom Valt Nooit: https://www.youtube.com/watch?v=CTClBuPesxo

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen