Vanaf nu zou mijn generatie beter zwijgen

Goedlachs is hij nog steeds. Maar hoe meer de duisternis valt over de tuin van het Gentse begijnhof, hoe moeilijker topambtenaar Frank van Massenhove het krijgt om zijn verbittering te verbijten. ‘Vroeger geloofde ik dat alles steeds beter werd. Nu twijfel ik. Zeker als ik de jongste generatie politici bezig zie.’

Henk Dheedene

‘Bezeten door de glimlach’, staat er op de rugleuning van zijn klapstoel, die een verleden heeft bij een lokale scoutsgroep. Toepasselijker kan niet. Een gesprek met Frank Van Massenhove is als een handleiding door de wereld van de lach. Van de minzame glimlach waarmee hij vraagt hoe het op de krant gaat, over de goedlachse manier waarop hij een kort praatje maakt met de buurtbewoner die nieuwsgierig komt piepen wat die vuurkorf in de tuin van het begijnhof doet, tot de warme bulderlach waarmee hij anekdotes van op de werkvloer bovenhaalt.

Die werkvloer is de federale overheidsdienst sociale zekerheid, waar Van Massenhove volgend jaar in april definitief de deur achter zich dicht zal trekken. Hij wordt er dan 65 en gaat dus met pensioen, alhoewel hij dat woord niet in zijn mond wil nemen. ‘Het voelt alsof ik nog maar net afgestudeerd ben,’ zegt hij met alweer een andere lach, die verraadt dat zijn energie nog even groot is als toen hij zestien jaar geleden de administratie binnenstapte met het plan om de stoffige overheidsdienst radicaal te moderniseren. De muren tussen de kantoren gingen eruit, de prikklok werd afgeschaft, ambtenaren kregen plots de vrijheid om te werken waar en wanneer ze dat wilden, en Van Massenhove verscheen overal ten tonele als de pionier van een efficiënte en competitieve overheid, die zelfs als voorbeeld voor de privé-sector gezien werd.

We zitten rond het vuur op een klein grasveldje van het Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyen in Gent. Knal in het centrum, maar volledig afgesloten van het lawaai, de auto’s en de hectiek van de stad. ‘Dit is oudste begijnhof van Gent, wellicht uit de 13de eeuw,’ vertelt Van Massenhove. ‘Van de vier begijnhoven in de stad vind ik dit het mooiste.’ De topambtenaar woont hier, samen met bekende buren als politica Vera Dua, gewezen astronaut Dirk Frimout en VRT-presentator Lieven Vandenhaute.

‘Ik ben verliefd op deze stad,’ zegt Van Massenhove. ‘In feite ben ik geboren op mijn achttiende, toen ik uit West-Vlaanderen naar Gent verhuisde. Daarom zie ik er nog zo jong uit, zeg ik altijd voor de grap. Ik voelde mij hier onmiddellijk thuis. Gent is doorheen de geschiedenis altijd al rebels geweest. Tot ver in de negentiende eeuw was de grootste partij hier nog steeds orangistisch, terwijl gans België de Nederlanders de rug had toegekeerd. Het Gentse dialect is uniek, zelfs in vergelijking met de deelgemeentes. Dat komt door de industrie. De vettige è was nodig om boven de machines uit te kunnen komen, heb ik me laten vertellen.’

‘Voor ik naar hier verhuisde, dacht ik dat ik een gekke man was, letterlijk dan. In Zerkegem noemden ze me ‘t oar’, het haar, omdat ik als enige van het dorp mijn haar liet groeien. Ik luisterde naar rockmuziek en ging als enig arbeiderskind niet naar de vakschool. Hier in Gent stelde iedereen me gerust: het is helemaal normaal dat je dromen en ambities als die van jou hebt.’

‘Mijn moeder zei altijd dat Zerkegem bestond uit 1203 zielen en mezelf, de enige afvallige. Ze is op haar 84ste nog steeds de leukste madam van het rusthuis: altijd goedgezind, altijd positief. Veel mensen denken dat mijn optimisme een houding is, maar kijk naar mijn mama, en je ziet dat die houding gewoon in mijn genen zit.’

Armoede

De klok van de begijnhofkerk slaat acht keer. We gooien nog een blok op het vuur, terwijl Van Massenhove over de dood van zijn vader vertelt. ‘Hij is overleden aan een hartaanval. Eerst lag hij nog een paar dagen in een coma, maar toch heb ik nog afscheid kunnen nemen, omdat hij één keer wakker geworden is. Tom Boonen had toen net Parijs-Roubaix gewonnen, en dat heb ik hem nog kunnen vertellen. Hij was daar dolgelukkig mee. Dat was een mooi afscheid. Want met hem moest ik niet over de dingen des levens spreken. Arbeidersmensen deden dat niet, die toonden gewoon hoe ze in het leven stonden.’

Van Massenhove is enig kind, en legt uit waarom dat niet toevallig was. ‘In onze straat waren het bijna allemaal gezinnen met 1 kind. Uit armoede. Nu ook nog zie je dat in de statistieken: mensen die goed verdienen, hebben meer kinderen. En toch daalt het geboortecijfer, ook al zitten we in een periode van economische groei. Ik maak mij daar zorgen over. Want om onze sociale zekerheid in stand te houden, heb je gemiddeld iets meer dan 2 kinderen per gezin nodig.’

Hij maakt zich druk als hij begint over het gebrek aan visie in de sociale zekerheid. Net als in de jaren veertig zouden we het systeem radicaal moeten herdenken, zegt Van Massenhove. ‘Kijk naar de kinderbijslag. Hebben we de regionalisering aangewend om kinderarmoede terug te dringen? Neen, want ze stijgt nog steeds. Je moet zelfs nog een stap verder denken en de vraag durven stellen of kindergeld nog wel een rol te spelen heeft als sociale bescherming. Want kinderen maken je niet langer arm.’

‘Onze focus zou nu moeten liggen op mensen die geboren worden met zo weinig talent, dat ze nooit aan de bak zullen komen in de informatiemaatschappij. Je hebt een crisis nodig voor er echt iets verandert. Zie wat met Dutroux gebeurd is. En zo’n crisis zal er komen met de revolutie van de artificiële intelligentie. Alleen is geen enkele politicus daar grondig mee bezig.’

De spraakwaterval valt even stil, en plots klinkt er zelfs verbittering in de stem van de topambtenaar. ‘Ik wil niet in details treden, maar ik voel me steeds meer het slachtoffer van een niet-bewuste sabotagepoging, omdat politici denken dat ze onfeilbaar zijn en alles beter weten. Ik dacht al die jaren dat onze goede resultaten een waarborg waren om met rust gelaten te worden. Maar met een regeringsleden als Philippe De Backer is het alleen maar erger geworden.’

In die details treedt hij toch, en er volgt een technische uitleg over het samenvoegen van inspectiediensten. Het leidde tot een escalerend conflict. ‘Als je je woede wil koelen op mij, doe dat gerust, want ik ben weg op 1 april. Maar als dat ten koste van mijn mensen gaat, laat ik dat niet zomaar passeren.’

Die recente ruzie is slechts het topje van de ijsberg, zegt Van Massenhove. ‘De lineaire besparingen zijn dodelijk voor veel administraties. De redenering luidt: je moet vermageren, dus zagen we je been af. De staatshervorming is een totale ramp voor de sociale voorzieningen. Op voorhand had men mij gevraagd wat de beste oplossing was voor de gehandicaptenzorg. Mijn antwoord was: het systeem zit fout in elkaar. Nu betalen we die mensen als ze gehandicapt zijn. Maar dat is het laatste wat je moet doen: eerst moet je zorgen voor woningen, en werk. En die bevoegdheden zitten in Vlaanderen. Dus vroeg ik om alles over te hevelen.’

‘Maar slechts bepaalde beleidsdomeinen overzetten, zoals nu gebeurt, is dramatisch: het is veel duurder en een ramp voor de burger. Ik word woedend van die partijpolitieke spelletjes op de kap van de mensen. Terwijl het aantal gehandicapten met twintig procent groeit. Gewoon door de vergrijzing, omdat steeds meer mensen afhankelijk worden en hulp nodig hebben.’

Deuk

Van Massenhove ging altijd al door het leven als een eeuwige optimist, en net nu, vlak voor zijn pensioen, komt de bitterheid toch boven drijven. ‘Ja, dat is zo. Er zijn de jongste tijd zoveel verschrikkelijke dingen gebeurd. Ik had nooit een brexit verwacht, ik had gedacht dat iemand als Trump nooit verkozen zou kunnen worden. Ik heb altijd het idee gehad dat het steeds beter ging met de wereld. De muur viel, homo’s konden plots huwen, euthanasie en abortus werden legaal, de economie draaide steeds beter en de technologie maakte de relaties op het werk en tussen mensen makkelijker. De aanslag op Charlie Hebdo was het kantelpunt: dat was bijna even erg als zouden ze mijn papa vermoord hebben. Dat was een aanslag op de geest waarin ik altijd geleefd had: dat je met alles moet kunnen lachen, en dat je altijd kritisch moet zijn.’

Ideologie

Zit er nog een socialist in Frank van Massenhove? ‘Als je socialisme definieert als niet goed tegen onrecht kunnen, dan zit die er wel nog in, ja. Maar ik geloof niet dat die waarde een exclusieve eigenschap is van het socialisme. En ik zie geen heil in de huidige analyses van de socialisten, net zomin als ik geloof in de oplossing van de liberalen. De eenzijdige blik van de ideologie werkt gewoon niet meer.’

Maar tonen de groeiende politieke spanningen in de wereld niet net dat ideologie wel terug is? ‘Ik heb niet gezegd dat je er geen stemmen mee kan winnen. Maar om problemen op te lossen in deze wereld, moet je niet terugvallen op de grote ideologieën. Dan kan je evengoed de ingewanden van duiven gaan bestuderen. Als je de wereld nog op een 19de-eeuwse manier wil gaan bekijken om oplossingen te vinden voor de 21ste eeuw, dan ben je idioot bezig. Van alle goede beslissingen die de jongste jaren genomen zijn, kan je niet zeggen dat ze links of rechts waren.’

‘Het totale gebrek aan visie bij onze politici, vind ik rampzalig. Ze worden gemaakt door de media en leggen zich daar zomaar bij neer. Bij mij is dat besef gekomen toen ik op een bepaald moment op televisie Johan Vande Lanotte en Yves Leterme zag zitten met een nepbaard aan. Kan je je voorstellen dat een staatsman als Gaston Eyskens dat ooit gedaan zou hebben? Ik zie op dit ogenblik geen enkele politicus die durft een onderscheid maken tussen wat echt belangrijk is en wat het niet is. Iedereen loopt die kiezer en de waan van de dag achterna. En jonge mensen met veel visie hebben geen enkele zin meer om in dat circus mee te gaan spelen.’

Is dat geen defaitisme van een oude man die vond dat alles vroeger beter was? ‘Ergens heb je wel gelijk. Ik spreek daar de jongste tijd steeds minder over. Omdat ik vind dat mijn generatie stilaan moet beginnen zwijgen. Ook wij hebben veel verknoeid. Ik voel wel dat er daar bij jonge mensen een gevoel van kille woede over leeft. We hebben onze planeet naar de knoppen geholpen. We hadden vroeger een oplossing voor onze pensioenen mogen bedenken. We hebben nagelaten om het onderwijs aan te passen aan de wereld die op ons afkomt. En we slagen er niet in om genoeg voor onze grootouders te zorgen, die we wegstoppen in aftandse rusthuizen met te weinig personeel.’

‘Het enige wat we nog kunnen doen, is advies geven vanuit een nederige positie. Is het je niet opgevallen dat ik tijdens dit gesprek heel weinig met de grote oplossingen kom aandraven? Dat was tien jaar geleden wel anders geweest.’ Dus zelfs Frank Van Massenhove heeft leren zwijgen? ‘Dat zal mijn vrouw niet beamen’, lacht hij.

Verandering

Er passeert een buurvrouw die haar hondje uitlaat in de schemering van de vallende nacht. Van Massenhove maakt een praatje. De verbittering lijkt snel verbeten. Ook schrijven helpt hem daarbij, zegt de ambtenaar. Hij doet dat onder meer in columns voor deze krant. ‘Net als bij wandelen doet het je anders naar de wereld kijken. Ik sta in de file, kijk rond, zie dat iemand iets raars doet en plots heb ik een idee. Ik zoek in tegenstelling tot vroeger niet langer in extreme dingen.’

Wel is hij nog steeds verslaafd aan verandering, zegt hij. Maar zijn de radicale ideeën waarmee hij het mooie weer maakte in de administratie, zoals open landschapsbureaus en thuiswerken, intussen geen gemeengoed geworden? Meer zelfs: wordt er niet stilaan van teruggekomen? Of anders geponeerd: stelt Van Massenhove zichzelf wel nog in vraag? ‘Ik doe dat zelfs nog meer dan vroeger’, antwoord hij kordaat. ‘Neem nu de openlandschapsbureaus: ik ben daar intussen zelf ook tegen, omdat er teveel lawaai en afleiding is. Vroeger dacht ik dat dat niet zo’n probleem was. Om je te concentreren werk je thuis, en op het werk kom je om te vergaderen, was de redenering. Maar ik heb ontdekt dat er ook mensen naar kantoor komen omdat het bij hen thuis niet stil is. En vaak zijn dat de mensen die het minst verdienen. Ik kan mij hier een huis in dit muisstille Begijnhof veroorloven, maar mijn chauffeur of een lagere bediende misschien niet, hé. En dus hebben wij enorm geïnvesteerd in stilte op kantoor.’

Ook over leiderschap blijven zijn ideeën evolueren. ‘Ik stap uit alles waar ik geen meerwaarde in zie. En dat is zeer veel. Ik ga bijna niet meer naar operationele vergaderingen. Formeel gezien ben ik wellicht de meest afwezige manager ooit. Waarom zou één hoofd slimmer zijn dan honderden anderen? Ik geloof niet innovatie wanneer ze niet gedragen wordt door mensen. Daarom ben ik meestal niet nodig. En mijn medewerkers durven beslissingen nemen omdat ze zich veilig genoeg voelen. Omdat ze weten dat ik de verantwoordelijkheid neem als er iets fout loopt. Dat ik hen indien nodig zal beschermen tegen politici. Wat jammer genoeg steeds meer nodig is.’

‘Veel vergaderingen zijn bloedeloos. Vaak gaat het niet over de inhoud, maar over ego’s.

Mensen zijn vooral bang om status te verliezen. Ik maak tegenwoordig minder vrienden dan vroeger, omdat ik op zo’n vergadering nu rechtuit durf te zeggen: ‘Maar mens, waar heb jij het eigenlijk over?’

Daarom houdt hij meestal persoonlijke gesprekken met zijn medewerkers. ‘Een van de belangrijkste taken van een leider is waanzinnige vragen blijven stellen: ‘En waarom doe je dit? En waarom kan dit niet op een andere manier?’ Je moet uit je tunnelvisie kunnen geraken. Want de vraag die je stelt, is vaak niet de juiste vraag. Als je dieper graaft, kom je bijvoorbeeld uit bij een probleem in de cultuur van de organisatie.’

NMBS

Als Van Massenhove zo voor verandering predikt, Is het dan niet vreemd dat je al zestien jaar op dezelfde stoel zit? ‘Dat is de verkeerde aanname: het is niet omdat je dezelfde functie hebt, dat je ook hetzelfde blijft doen. In het eerste jaar dat ik aankwam, belandde ik in een van de slechtste organisaties van het westelijk halfrond. Op dat moment moest ik mij op een totale andere manier gedragen dan aan het hoofd van een machine die goed loopt. Maar het klopt wel dat ik vier jaar geleden had moeten stoppen. De jongste tijd is die evolutie er niet geweest.’

Vijf jaar geleden werd hij aangekondigd als nieuwe topman van de NMBS, maar door gezondheidsproblemen ging dat liedje niet door. Heeft hij daar spijt van? ‘Ik ga mijn leven niet verknoeien door erover te blijven denken. Trouwens, heb je het afscheidsinterview met Jo Cornu gelezen? Dat was mijn interview ook geweest: vol frustratie over het gebrek aan vrijheid om echt dingen te kunnen veranderen. Het is trouwens niet zeker dat ik het echt gedaan zou hebben. Ik wou eerst zeker weten dat ik het kon doen zoals Johnny Thijs BPost heeft kunnen aanpakken: met een externe investeerder, en zonder inmenging van de regering, zodat je bijvoorbeeld de vrijheid hebt om de prijs van de tickets te bepalen.’

Er is toen veel gespeculeerd over die gezondheidsproblemen die hem deden afhaken. Had dat niet met de stress van de job te maken? ‘Ik verloor toen een kilo per dag. Er werd toen even gedacht aan kanker. Die krijg je niet van de stress. Uiteindelijk bleek het een heel uitzonderlijk probleem met de darmflora te zijn. Maar op dat moment dacht ik dat ik nog maar een jaar te leven had.’

Had hij niet meer kunnen bereiken in zijn carrière? Een paar keer suggereerde Van Masssenhove zelf dat hij ook wel CEO van de VRT had willen worden. ‘Dat klopt. Bij de VRT vind je het tienvoudige aan talent dan in een overheidsadministratie. Als je dat kan mobiliseren en je gooit die ongelooflijke hiërarchie daar buiten, kan je ongelooflijke dingen bereiken. Voor zo’n job heb je maturiteit nodig. Je kunt dat niet als je 35 bent, want dan is je ego veel te groot. En intussen heeft de organisatie met Paul Lembrechts iemand aan het roer die dat op de juiste manier aanpakt, is mijn indruk.’

Pensioen

Wat gaat hij wel doen als hij volgend jaar met pensioen gaat? ‘Ik ga niet met pensioen’, zegt Van Massenhove kordaat. Hij heeft al plannen, maar wil er ook na enig aandringen weinig over kwijt. ‘Ik word vaak gevraagd voor advies in het buitenland. Het wordt wellicht iets in die richting. En dan ik het ook voor elkaar krijgen dat ik niet hier moet zijn tijdens de winter. Want ik haat die grijze kilte hier.’

Ooit beloofde hij persoonlijk aan de legendarische Franse verzetsheld Stéphane Hessel dat hij zijn hele leven zou blijven vechten voor rechtvaardigheid. Zal hij die belofte nakomen? ‘Ik ga veel vrijer zijn in wat ik zeg. Nu censureer ik mezelf heel vaak. Ook al vragen mensen zich af hoe ik kan blijven zitten op mijn post met alle openlijke kritiek die ik al gegeven heb op de politiek. Ik heb meer dan 49 ministers en staatssecretarissen overleefd. Maar dat is het net: mensen die plat op de vloer gaan liggen als de minister binnenkomt, zijn al lang verdwenen. Omdat je pas respect krijgt als je recht blijft staan.’

Zal hij zijn huidige job missen? ‘De mensen wel, de status niet.’ En omdat muziek zo belangrijk is in zijn leven, heeft hij al een liedje in gedachten dat de soundtrack van die dag moet worden. Maar hij wil nog niet zeggen welke. ‘Ik denk veel na over dit soort zaken. Ik heb ook al een tekst voor het moment dat ik kom te gaan. Mijn vriendin Anneke weet waar ze de tekst kan vinden, maar ook zij weet niet welke het is. Maar je mag er van op aan dat het zeker niet treurig is. Alles waar ik mee bezig geweest ben, was doordrenkt met humor. En verandering in je leven verwerk je best ook met humor. Je moet met jezelf kunnen blijven lachen.’

Ooit zei hij in een interview niet bang te zijn voor de dood, maar sinds zijn zware ziekte is hij op die mening moeten terugkomen. ‘Ik had altijd al tegen mijn vrienden gezegd dat ik klaar was om te sterven. Toen heb ik beseft dat ik al jarenlang aan het liegen was. Die drie weken waren een totale chaos, vol onzekerheid en paniek. Er kwam geen enkel zinnig idee meer in mij op. Terwijl ik al zoveel dood in mijn leven gezien had. Omdat ik vroeger actief was in een vereniging die opkwam voor de rechten van holebi’s, stond ik eind jaren tachtig bijna iedere zaterdag op een crematie van iemand die overleden was aan aids. Recent nog ben ik goede vrienden als Koen Raes en Brice De Ruyver kwijtgespeeld. En nu besef ik: je bent er nooit klaar voor.’

‘En toch: als ik morgen doodval, mag niemand zeggen dat het jammer is. Anneke is altijd kwaad als ik dat zeg, maar het klopt wel: ik heb zoveel leuke en interessante dingen beleefd in mijn leven en kende bijna geen tegenslagen. De meeste mensen hebben vier levens nodig om het geluk te beleven dat ik gekend heb.’

Op de vraag of hij spijt heeft van sommige zaken in zijn leven, valt het antwoord heel snel: neen. Ook niet van het feit dat hij zich liet steriliseren omdat hij geen kinderen wou in een wereld die er zo slecht aan toe was? ‘Ik geef toe: dat was een foute beslissing. Maar dat was iets typisch voor de mentaliteit van onze generatie. De doem was enorm: Reagan kwam eraan en iedereen was ervan overtuigd dat er een derde wereldoorlog op komst was.’ Klinken vandaag geen soortgelijke doemberichten nu Trump de wereld opnieuw dreigt te verdelen? Van Massenhove lacht: ‘Misschien wel, ja. Maar schrijf het alsjeblief in je stuk. ‘Jongeren: doe die niet zoiets stoms als ik. Ik zeg altijd dat we gemiddeld 2,1 kind per vrouw moeten hebben om onze sociale zekerheid te kunnen blijven betalen. En hoeveel heeft Van Massenhove er? Nul, hé!.’

De zwaarste periode in zijn leven was de breuk van zijn eerste vrouw. ‘Ik heb toen twee mensen belogen en valse hoop gegeven: mijn vrouw en mijn minnares. Uiteindelijk heb ik met beiden gebroken. Op zo’n moment wou ik van de aarde verdwijnen. Vrienden hebben toen weken lang rond mijn bed gestaan om mij te beschermen tegen zelfmoord.’

Heeft hij zich ooit afgevraagd waarom het zo gelopen is? ‘Natuurlijk, dat was pure hybris. Ik vond het ongelooflijk dat een mooie, veel jongere vrouw verliefd op me werd. Ik heb mezelf nooit een adonis gevonden, nog altijd niet trouwens, dus begon ik daardoor te zweven. Nu vind ik dat zo onbegrijpelijk. Het is zo anti-Frank.’

Of hij een groot ego heeft, vragen we terwijl we nog een laatste blok op het vuur gooien. ‘Ik had vroeger een waanzinnig ego. Tussen mijn 30ste en 39ste was ik iemand die ik echt niet zou willen tegenkomen nu: ik was een enorme betweter. Als er iets beslist werd waar ik het niet mee eens was, voelde ik me enorm gekrenkt en werd ik woedend. Nu weet ik dat ik even moet nadenken en niet mag ingaan op de reactie van mijn reptielenbrein. De jongste tien jaar begint me dat eindelijk wat te lukken: als ik nu kwaad word, is het om het onrecht dat anderen aangedaan wordt, niet om het feit dat ik persoonlijk geraakt word.’

In feite is Van Massenhove een heel onrustig persoon, geeft hij toe. ‘Dat zie je zelfs nu aan mijn lichaamstaal. Ik zit altijd heel onrustig op een stoel. Stappen en muziek helpen mij en ik ben gelukkig een goede slaper, maar het gewoel in mijn hoofd eindigt nooit. Dat is een verschrikking. Op mijn veertiende vroeg ik al aan mijn papa: ‘Kan je dat ooit afzetten? Ik ging daar onder gebukt. Ik wilde rust en vond die niet.’

Is onrust vaak ook niet een drijvende kracht om zaken te veranderen? ‘Jawel. In die zin heeft die onrust mij ook ongelooflijk gelukkig gemaakt. Ze lag aan de basis van mijn drang naar innovatie. Maar als persoon is het wel enorm belastend. Ik verlang voortdurend naar een momentje met een zondagochtendgevoel, maar ik vind dat bijna nooit. Ik word wakker, ik stap naar de lavabo en ik begin te denken. Bij momenten maakt me dat soms moedeloos. Het enige wat helpt, is het gezelschap van andere mensen. Zij kunnen dat gevoel weghalen.’

(Het vuurt dooft uit, de nacht is gevallen en ook Van Massenhove blijft even stil. En dan is er toch weer die kwinkslag. ‘Weet je wat het grootste probleem met die onrust is? Je wordt er dik van. Als ik denk, zit ik te veel. Kijk naar mij: er moet zeker tien kilo af. Schrijf dat maar in je stuk, dan word ik er elke dag aan herinnerd.’)

Bio

Frank Van Massenhove (64) is geboren in Zerkegem in West-Vlaanderen. Hij studeerde rechten in Gent. Tijdens zijn studies gaf hij samen met een schare extreemlinkse rakkers gratis juridisch advies in de wetswinkel. Daar ontmoette hij Johan Vande Lanotte. Luc van den Bossche trok enkele ‘wetswinkeliers’ in de sp.a-rangen. Van Massenhove werd kabinetschef van de Gentse burgemeester Frank Beke en van Frank Vandenbroucke. Sinds 2002 is hij voorzitter van federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. In 2007 werd hij Overheidsmanager van het Jaar.

Naschrift

Dit interview verscheen op 28 juli 2018 in De Tijd.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Vakantie

Passoires ou bateaux, tout va sur l’eau

Même si ce n’est pas parfait.

En Route Vers De Nouvelles Aventures, Telex ‎– Neurovision, 1980

Misschien hebt u, nog nazuchtend van de wereldkampioenschappen voetbal en hard in de weer om uw vakantievaliezen te sjorren het niet gemerkt: onze regeringen hebben weer historische beslissingen genomen. Zeggen ze zelf. De akkoorden zijn ook op de traditionele manier tot stand gekomen: door elkaar urenlang murw te vergaderen.

Ook de voorbereiding leek volgens de aloude regels te verlopen. Het monitoringscomité kwam samen en zou een rapport maken waar de regering eerst waardig kennis zou van nemen om dan meteen te verklaren dat dat ene miljard daar en het ander miljard ginder niet echt hoefde bespaard te worden. Blijkbaar wilde het monitoringcomité dat ritueel deze keer vermijden door de technische correcties apart in zijn rapport op te nemen. Hoe dat moest gebeuren zorgde voor onenigheid. Toen bleek dat begrotingsminister Wilmès Fons Boon, de voorzitter van het monitoringscomité voor de opmaak van het rapport had ontmoet, werd algauw geroepen en geschreven dat de regering druk had uitgeoefend.

Had Wilmès zich beperkt tot de juiste opmerking ‘Het is normaal dat in het kader van de voorbereiding van de begroting een minister en zijn administratie samenkomen’, dan was alle wind snel gaan liggen. Maar neen dan moet toch snel, anoniem en achterbaks gespind worden. “In de regering valt te horen dat er ‘altijd wel heethoofden zijn bij de voorzitters van de federale overheidsdiensten die de situatie op de spits willen drijven’. Ook de woorden ‘politieke manoeuvres van de socialisten’ vallen”, kon je in De Tijd lezen.

De Morgen wist dan weer te melden dat ik in het bewuste comité zetelde en schrijft vilein “van sp.a-signatuur”. Vreemd, want ik had de betrokken journalist toch haarfijn uitgelegd dat ik “officieel” aangesteld ben maar dat ik daar nooit naartoe ga? Zoals gebruikelijk in onze FOD sturen we een goed geïnformeerde expert naar die vergadering. Die expert krijgt van mij geen enkele opdracht mee. Tussen de expert en mij is geen voorbereidend gesprek. Hij hoeft ook niet te rapporteren en doet dat ook niet. Kortom, ik heb me nooit bemoeid met het monitoringscomité.

Maar ja, éénmaal een sos, altijd een sos. Zoals Fons Boon – volgens De Morgen van Open Vld-signatuur – ook altijd ne blauwe zal blijven, zeker? Zelfs de immer minzame Boon werd het teveel wanneer hem in het parlement verweten werd partijdig te zijn. “Zes maanden voor mijn pensioen laat ik mij niet in de hoek drummen’, reageerde hij. ‘Ik heb veertig jaar lang alle budgettaire gebeurtenissen van a tot z meegemaakt onder ministers van alle kleuren.’ Niemand die serieus de Wetstraat volgt zal hem tegenspreken.

Maar kijk, zelfs na deze moeizame start, hebben onze regeringen weer historische beslissingen genomen. Even dacht ik dat het deze keer menens was want de traditionele “We zijn bijzonder ontgoocheld”-reacties bleven uit. Integendeel, Gaia-boegbeeld Michel Vandenbosch was euforisch over het verbod op pelsdierkwekerijen en het decimeren van die ene Vlaamse foie grasproducent. Leo Van Broeck, de zeer kritische Vlaamse Bouwmeester (“Het is crimineel om nu nog een vrijstaand huis te bouwen”) wenste de Vlaamse regering te feliciteren met de betonstop. Zelfs Ruddy Coddens, weliswaar even minzaam als Fons Boon, maar toch de sp.a-er die Daniel Termont als burgemeester van Gent wil opvolgen, had lovende woorden voor minister Homans (van N-VA-signatuur).

Maar dan slaat je op woensdag de kranten open en leest “Wie wordt hier warm van?” (De Morgen), “Alweer de zomer in met vele losse eindjes” (De Standaard), “Europa niet te spreken over Arco-deal” (De Tijd), “Minimaatregeltjes” (Knack), “Niet meer ernstig” (Het Nieuwsblad), “Ceci n’est pas un accord” (Het Laatste Nieuws).

We kunnen rustig op vakantie.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 28 juli 2018.

Video En Route Vers De Nouvelles Aventures : https://www.youtube.com/watch?reload=9&v=I-yqpng16BI

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/07/23/bouwmeester-leo-van-broeck-over-betonstop/

https://www.tijd.be/ondernemen/consumentengoederen/verbod-op-vlaamse-foie-gras-en-pelsdierkweek-in-2023/10032939.html

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180717_03617379

https://www.demorgen.be/politiek/topambtenaren-clashen-met-regering-ziet-begroting-er-te-rooskleurig-uit-b44621eb/

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Meisje van 18

The newspapers said

“She’s gone to his head

They look just like two Gurus in a drag”

Christ! You know it ain’t easy

You know how hard it can be

The way things are going

They’re going to crucify me

The Ballad Of John And Yoko, The Beatles, 1969

‘Wat doet een meisje van 18 wanneer ze praten wil met jou’, zongen Della Bosiers en Wim De Craene in 1977, het economische crisisjaar waarmee de jaren zestig abrupt eindigden.

Het toen breed gedragen gevoel van no future is dit meisje van 18, dat na de vakantie niet alleen aan de universiteit maar ook aan het echte leven zal beginnen, totaal vreemd. Of ik enige raad voor haar heb, vraagt ze. Nee, maar misschien wel een boek. Wat geef je een meisje van 18 dat uren zoet kan zijn met obscure sixties soulsingeltjes en ‘Magical Mystery Tour’ de beste film aller tijden vindt? ‘De jaren zestig’ van Geert Buelens, natuurlijk.

Het is een ronduit laffe daad. Want haar zomaar zeggen ‘it’s different for girls in a man’s man’s world’ en daarmee het stralende optimistische vuur in haar ogen blussen, durf ik niet. Misschien wordt ze via het briljante cultuurhistorische verhaal rustig naar dat besluit gevoerd.

Al kan de schok bijzonder groot zijn als ze pagina 800 bereikt en het ijzingwekkende verhaal van de blaming game leest dat Yoko Ono moest ondergaan na de split van The Beatles. Zij was ‘het kleine Japanse vrouwtje’ dat zich door te trouwen met John Lennon op perfide wijze op de kunstenkaart had gezet. Buelens wijst er fijntjes op dat vooraleer iemand iets had gehoord van The Beatles, Ono al samenwerkte met John Cage en Trisha Brown en een belangrijke figuur was in de beeldbepalende Fluxusbeweging.

Maar daar eindigde de blaming niet mee: toen Ono en Lennon hun haar kort knipten in 1970 heette het dat Ono haar meester volgde. Buelens: ‘Wanneer er iets spectaculairs of gaafs gebeurde, was het zijn idee en volgde zij hem. Wanneer er iets jammerlijks of belachelijks gebeurde, had zij het bedacht en volgde hij haar.’

Hopelijk las het meisje van 18 deze week niet het artikel van Geert Zagers over de zoveelste neergeknalde rapper xxxTencion in Knack Focus. In 2016 schopte en sloeg xxxTencion zijn zwangere vriendin tot ze niet meer kon zien. Haar getuigenis had het einde van zijn carrière moeten betekenen. Het werd een soort promocampagne. Zijn plaat belandde, te midden van alle controverse, op één in de Amerikaanse charts. Zijn ex-vriendin daarentegen werd permanent uitgescholden en bedreigd. Toen ze een crowdfundingactie opzette om haar beschadigde oog te laten opereren deden de fans van xxxTencion er alles aan om die te saboteren.

Het meisje van 18 leest De Tijd niet en dus is haar gelukkig de column ‘Wankelen op de glazen klif’ van Frederik Anseel niet onder ogen gekomen. ‘De glazen klif is de naam voor een psychologisch fenomeen waarbij een vrouw als leider naar voren wordt geschoven als de mannelijke leiders het allemaal niet meer weten. De situatie lijkt hopeloos. De gedoodverfde leiders houden zich angstvallig op in de schaduw of likken hun wonden in de wetenschap dat weinig eer te rapen valt in een verziekte situatie. De kans op falen en blijvende imagoschade is te groot’, schrijft Anseel en borstelt daarmee de toekomst van premier May.

Het meisje van 18 doorbladert Dag Allemaal alleen bij de kapper. Daar had ze deze week geen afspraak en dus is haar het interview van Ericsson-baas Saskia Van Uffelen ontgaan. De titel: ‘Het glazen plafond bestaat. Ook ik verdien minder dan mijn mannelijke collega’s.’ Saskia is een van de helden van het meisje van 18. Sinds deze week, toen ze haar hoorde in ‘De ochtend’, die een week lang topvrouwen opvoert, iets waar een aantal mannen grote problemen mee had. ‘Seksisme’, riepen ze.

Ik wens je een onbekommerde vakantie, meisje van 18!

 

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 14 juli 2018

Video The Ballad Of John And Yoko: https://www.youtube.com/watch?v=v-1OgNqBkVE

Video Joe Jackson – It’s Different For Girls: https://www.youtube.com/watch?v=KLDFG5vm5kA

Video James Brown – in a man’s man’s world: https://www.youtube.com/watch?v=juTeHsKPWhY

Frederik Anseel: https://www.tijd.be/opinie/column/wankelen-op-de-glazen-klif/10030381.html

Bloginterview van Raf Stevens met Saskia Van Uffelen: http://www.rafstevens.be/interview-met-saskia-van-uffelen-ceo-ericsson-belux/

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Taalslacht

Hypocrisy is the greatest luxury

Raise the double standard

‘Hypocrisy is the greatest luxury’, The Disposable Heroes Of Hiphoprisy, 1992

Een jaar gelden voerde de regering een verplicht taalexamen in voor alle leidinggevende federale ambtenaren. Tegen 1 november 2019 moet iedereen een goed taalrapport kunnen voorleggen. Voor niet-mandaathouders is het gevolg van een taalexamenbuis een verbod om hun personeelsleden te evalueren, wat de meesten veeleer als een cadeau dan als een sanctie zien. Voor de mandaathouders, directieleden die voor zes jaar worden aangesteld, is er de zwaarste sanctie: ontslag.

Achter de maatregel zit het correcte principe dat een leidinggevende functioneel moet kunnen communiceren met zijn medewerkers. Al bij de doorvoering van de Copernicushervorming in 2001 is de functionele tweetaligheid principieel opgelegd aan alle mandaathouders. Het is niet toevallig dat een Vlaams-nationalistische minister dit na 16 jaar een stringente regeling invoert. Het is ook niet toevallig dat zijn voorgangers dat niet nodig vonden. Er waren nooit klachten.
In de jaren zeventig, ik was beginnend en tijdelijk ambtenaar in de federale administratie, was dat wel even anders. Franstalige leidinggevenden die geen gebenedijd woord Nederlands begrepen, waren schering en inslag. De arrogantie en neerbuigendheid waarmee Nederlandstaligen werden behandeld, was stuitend. Ooit stond ik neus aan neus met een puur Franstalige baas nadat hij ons iets in de trant van ‘et pour les Flamands, la même chose’ had toegeroepen. Zijn eentaligheid had weliswaar voordelen. Had hij ‘gij vuurte stommekloot’ begrepen, dan was het gevolg iets zwaarder geweest dan een berisping.
In 2002 kwam ik aan het hoofd van de federale overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid en stelde ik vast dat de situatie totaal was veranderd. Toen ik stoutmoedig ordonneerde dat voortaan op de vergaderingen ‘chacun parle sa langue’ van toepassing zou zijn, werd ik net niet uitgelachen. Dat was al lang de praktijk in de meeste vergaderingen. En waar het niet gebeurde, sprak de Franstalige Nederlands en de Vlaming Frans. Uit collegialiteit.

Natuurlijk spreken ze niet het soort Frans en Nederlands waarmee je een taalexamen bij Selor passeert. Maar ze verstaan elkaar perfect. Bij evaluatiegesprekken was het niet anders. Tot nog toe moest daarbij een wettige tweetalige (sic) aanwezig zijn als de gesprekpartners niet tot dezelfde taalrol behoorden. Die zat er, op een uitzondering na, voor spek en bonen bij.

Omwille van het principe heeft minister Steven Vandeput dus een probleem opgelost dat er niet was. En heeft hij een echt probleem gecreëerd. Want wat blijkt? Van de zowat 500 leidinggevenden die de proeven al aflegden, zo’n 20 procent, slaagde niet de helft. Het eerste slachtoffer bij de mandaathouders viel al: een alom gerespecteerde en talentvolle mandaathouder bij de FOD Economie, over wiens Nederlands nooit een klacht is geweest. Met de huidige regeling dreigt de helft van de Vlaamse en 70 procent van de Franstalige mandaathouders zijn ontslag te krijgen. Na de totaal mislukte redesign van de federale overheid, een resem koninklijke besluiten die de administraties naar de papiertijd terugflitsen, volgt nu een slachtpartij onder topambtenaren. We zijn aardig op weg naar een efficiënte overheid.

Als het de regering menens is met het principe dat alleen kan worden geëvalueerd door een tweetalige, zullen we nog lachen. De voorzitters van de FOD’s worden geëvalueerd door hun ministers. Moet ik echt de namen opnoemen van ministers van wie je, zelfs als ze van een fonetisch opgemaakt spiekbriefje voorlezen, nog het raden hebt in welke taal ze spreken? Zullen we afspreken dat ministers die niet tweetalig zijn, ook meteen ontslag krijgen? Nee, natuurlijk, hypocrisie is de grootste luxe.

De Federale Auditdienst heeft net zijn eerste opdracht afgerond met een studie over de grootste risico’s bij de FOD’s. Daar staat taal niet tussen. De grootste risico’s zijn ondergefinancierde diensten, kennisverlies en onvoldoende stakeholdersbeleid. Hopelijk houdt een volgende regering zich bezig met de echte problemen in de overheid.

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd op 29 juni 2018.

Video ‘Hypocrisy is the greatest luxury’: https://tinyurl.com/ydyh4g2u

In 2007 noemde ik de Raad van State staatsgevaarlijk omdat hij ongenuanceerd vier benoemingen van topambtenaren vernietigde wegens vormfouten. Welk bijvoeglijk naamwoord hoor je te gebruiken wanneer de helft van de topambtenaren gedecimeerd worden?

Simon Bekaert distilleerde uit onder andere mijn Raad van State-relletjes een mooie openingsrede: http://simonbekaert.be/wp-content/uploads/2012/07/Openingsrede-21-09-2012.pdf

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Wereldkampioen

Did you realize

That you were a champion in their eyes?

Kid Charlemagne, Steely Dan, The Royal Scam, 1976

Ieder jaar word ik geëvalueerd door mijn voogdijminister. Bij mijn aanstelling was dat om de drie jaar. Later om de twee jaar. Nu is het ieder jaar. Geen enkele mandaathouder vindt dat verstandig omdat van ons strategische resultaten verwacht worden, en dat krijg je niet in een jaar voor elkaar.

Het gevolg is niet alleen dat evaluaties een ritueel karakter kregen, maar ook dat dat de belastingbetaler geen beter bestuur maar vooral een dure factuur oplevert. Geen minister is geïnteresseerd in de evaluatie van zijn topmanager omdat die minister ook amper geïnteresseerd is in het gros van de activiteiten die zich in zijn ministerie afspelen. Die interesse is er alleen wanneer zijn eigen maatregelen uitgevoerd moeten worden of wanneer er in de pers klachten zijn over de werking.

Dus wordt de hele voorbereiding, uitvoering tot en met het schrijven van de eindconclusie overgelaten aan dure consultancybureaus. Vele leidinggevenden laten ook hun zelfevaluatie door gespecialiseerde bureaus schrijven. Evaluaties zijn dus much to pay about nothing.

In die zelfevaluatie moet de leidinggevende aantonen welke ‘inspanningen hij heeft geleverd voor het vergroten van zijn competenties’. Dat doe ik niet door naar congressen te gaan. Povere inhoud en veel te duur. Neen, het meest leer ik op de creative problem solving-sessies, die ik sedert 2009 drie keer per jaar bijwoon. Daar komen een tiental managers luisteren naar een reëel probleem of opportuniteit van een van de leden en worden er aanbevelingen geformuleerd. Natuurlijk is alles confidentieel.

Niet direct rocket science, zult u zeggen, maar het geniale zit hem in de formule en in de samenstelling van de groep. De deelnemers zijn Belgen en buitenlanders, komen uit alle mogelijke branches, van bijna aandoenlijk maatwerk tot duizelingwekkende artificiële intelligentie. Ze hebben de meest verschillende opleidingen, ervaringen en opdrachten. Alles is gericht op het uitwisselen van zo veel mogelijk ervaringen. Daarom mag na de ochtendlijke uitleg van de casus niet onmiddellijk overgegaan worden tot aanbevelingen. Dat gebeurt pas tussen 16 en 17 uur.

Eerst wordt nagegaan of de casuseigenaar wel de juiste probleemstelling formuleerde. Geheel terzijde, dat is bijna nooit het geval. Tunnelvisie, heb ook ik tijdens mijn casussessie mogen ervaren, is een zware beroepsmisvorming. Daarna vertelt elk van de deelnemers over zijn ervaringen in gelijkaardige situaties. Dat heeft me een onuitputtelijke schat aan kennis, vooral over wat je niet moet doen, en inzichten opgeleverd die onze federale overheidsdienst zeer ten goede is gekomen. Natuurlijk vergt dat alles een grote bereidheid om jezelf bloot te geven en om flink uitgedaagd te worden.

Met mijn komst deed ook de publieke sector zijn entree in de groep. Na negen jaar zijn we tot de verrassende conclusie gekomen dat er bijzonder weinig verschil is tussen het managen van privébedrijven en overheidsinstanties. Natuurlijk zijn systemen, processen en indicatoren belangrijk, maar niet half zo belangrijk als mensen laten samenwerken. Mensen kun je niet veranderen, hun gedrag wel, leerden we samen.

De verschillen tussen de privésector en de overheid zijn evenwel gigantisch als we het over visie, strategie en governance hebben. Eergisteren nog keek de hr-verantwoordelijke van een bedrijf met 16.000 werknemers me verbijsterd aan toen ze hoorde dat de leidinggevenden van onze ministeries nog nooit van enig premier of topminister gehoord hadden wat ze van hen verwachten, laat staan dat hen ooit gezegd was waar we met de overheidsadministratie binnen 10 jaar moesten staan. ‘Dat is alsof mijn CEO nooit met de voorzitter van de raad van bestuur zou spreken! Poor Belgium’, riep ze uit. En dan, om me enig soelaas te geven: ‘Misschien worden jullie wel wereldkampioen.’

 

Bijschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 16 juni 2018.

Video Kid Charlemagne: https://www.youtube.com/watch?v=jJ9Xk-VoGqo

Kanye West herbruikte de Steely Dan-song ingenieus in zijn song Champion (Graduation, 2007): https://www.youtube.com/watch?v=xfcPbkVjja4

Informatie over CPS-sessies: https://www.ubeon.com/nl/cocreate/intervisie/creative-problem-solving/cps-2030

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kleurendruk

God is busy! May I help you?

God is busy! May I help you?,‘We came to take your jobs away’, Kultur Shock, 2006

De jongste maanden overkwam het me niet meer – de dash, weet je wel, of beter het vervlieten ervan. Maar vooral in het eerste regeringsjaar is het wekelijks van dattum: een minister met opgetogen stem, een kabinetschef met sterretjes in de ogen of een kabinetsattaché met promotie in zicht die me mededeelt van een schitterend plan te zijn bevallen.

Uiterst zelden wordt gevraagd het kleinood aan het oordeel van mijn experts te onderwerpen, zo zeker is men van de genialiteit van het idee. Deze week leerde ik van Rik Torfs dat in de 148 jaar sinds de invoering ervan de onfeilbaarheid van de paus maar één keer is ingeroepen. Dit is wel anders op ministeriële kabinetten, waar ze zich meer verzekerd voelen van de correctheid van de ideologische dogma’s dan in het Vaticaan en waar het eigen gelijk pontificaler wordt uitgeschreeuwd dan een hedendaagse paus ooit zou durven.

Mochten onze experts echt worden bevraagd, dan zouden ze er in de meeste gevallen op wijzen dat het ideetje al vier keer is uitgeprobeerd en telkens een totale flop is gebleken. De reden: te vanzelfsprekend. Hun ervaring is dat logische oplossingen nagenoeg nooit werken, dat innovatie nooit de rechte weg tussen twee punten is maar een verrassende kronkelbaan.

Eén vraag werd de afgelopen 16 jaar nooit of te nimmer gesteld: zijn je mensen intens betrokken bij de federale overheidsdienst? Laat staan dat ooit zou zijn gepeild of mijn mensen wel bevlogen zijn.

James Baron, professor arbeidssociologie aan de Berkeleyuniversiteit, is ervan overtuigd dat dit soort vragen het best geschikt zijn om de kans op slagen te meten. Hij volgde acht jaar lang een paar honderd start-ups in Silicon Valley Hij was vooral geïnteresseerd in de oorspronkelijke organisatiemodelkeuzes, die hij blauwdrukken noemt. Hij ging na hoe en op basis waarvan mensen worden gerekruteerd, wat men (niet) deed om ze ook in dienst te houden en hoe men mensen (niet) aanstuurde om de bedrijfsdoelen te halen. Baron vond vijf soorten blauwdrukken.

Je zou denken dat ministeries bij het uitvoeren van de plannen van hun ministers vallen onder wat Baron de bureaucratische blauwdruk noemt. Maar bij nader inzien blijkt het de autocratische blauwdruk te zijn. Beide systemen huren mensen in voor hun skills en in beide systemen worden mensen top-down en zeer formeel aangestuurd. Het verschil zit in hoe werknemers worden aangetrokken. Bij de bureaucratische blauwdruk worden mensen aangetrokken met het vooruitzicht interessant werk te kunnen verrichten. Bij degenen die zweren bij de autocratische aanpak is dat simpelweg het loon. Baron beschrijft de cultuur treffend als ‘I pay. You work’.

Noch de bureaucratische noch de autocratische blauwdruk is succesvol. De meest succesvolle formule is die van de betrokkenheidsblauwdruk. Geen enkel bedrijf dat zich op die leest had geschoeid, ging overkop. Baron vond een grote schaduwzijde bij betrokkenheidsbedrijven. Na enkele jaren vlakt het succes af. De reden is groepsdenken waar stilaan stokkende geslotenheid insluipt, de schrik om de betrokkenheid te schaden door kritiek te geven. Onderliggend is het onvermogen om voldoende diversiteit (in persoonlijkheid, niet in skills) aan te trekken en te behouden.

Vanwege de vele regeltjes, de stringente diploma-eisen en de oneindige procedures, resultaat van het mechanisch denken over objectiviteit en neutraliteit, is diversiteitsrekrutering een bijna onbegonnen opdracht voor overheidsmanagers die de durf hebben een betrokkenheidscultuur te introduceren.

En natuurlijk staan kabinetschefs niet te springen voor mensen die in een onbedaarlijk lachen losbarsten als ze hen mededelen dat het de minister, in zijn oneindige wijsheid, behaagd heeft te beslissen dat…

Naschrift

Deze tekst verscheen als column in De Tijd van 2 juni 2018.

Video Kultur Shock https://www.youtube.com/watch?v=QDM1We21kwQ

Studie van James Baron : https://cmr.berkeley.edu/documents/sample_articles/2002_44_3_4776.pdf

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Eetlust

I don’t mean to brag
I don’t mean to boast
But we like hot butter
On your breakfast toast.
The Sugarhill Gang, Rappers Delight, Sugarhill Gang, 1980

Na dit weekend mogen onze eersteklassevoetballers op vakantie. Zo kalm als het wordt op de grasmat, zo hectisch wordt het in het clubmanagerkantoor. Er moeten spelers verkocht maar gekocht worden. De tijd dringt, de gegadigden zijn veelvoudig, het talent schaars.

“Met spijt in het hart zullen we moeten afscheid nemen van één van onze beste spelers”, zegt de ervaren manager die heimelijk hoopt op een overdreven transfersom. “Hij gaat een glorieuze toekomst tegemoet”, verkondigt hij alwetend, al is hij zich er perfect van bewust dat roemloos bankzitten statistisch gezien een vele keren grotere waarschijnlijkheid is.

Maar er moet vooral gekocht worden. De beep van de zoveelste aanbiedingsmail van een topmakelaar wordt even genegeerd, de onuitspreekbare namen van drie potentiële keepers gememoriseerd en de scoutingfiches nog eens doorgenomen.

De fiches van de potentiële aanwinsten bulken van voetbalslangtermen als wendbaarheid, snelheid, grinta, tweevoetigheid, kopsterkte en spelinzicht, waar de ExtraTime-vierschaar zo oeverloos maar heerlijk kan over dooremmeren.

Het zou me benieuwen mocht tussen alle excesssheets, die scouting officials meticuleus van cijfertjes tot ver achter de komma voorzien, ook een rigoreus antwoord schuilen op de vraag of de uitzonderlijk getalenteerde voetbalkunstenaar wel even goed kan excelleren in een andere team?

Daarom mag ik alle voetbalmanagers die ons land rijk is het boek “Chasing Stars, The Myth of Talent and the Portability of Performance” van Boris Groysberg aanbevelen. Groysberg zag dat bedrijven in een meedogenloze strijd verwikkeld zitten om de grootste talenten elders weg te plukken. Alleen dan kon de concurrentie verslagen worden. Het lijkt gezond verstand.

Groysberg wilde het toch eens onderzoeken. Hij bestudeerde meer dan duizend topanalisten bij de meest gerenommeerde investeringsbanken in Wall Street. Om zeker te zijn van zijn bevindingen interviewde hij er meer dan tweehonderd. Hij stelde vast dat topanalisten die van firma veranderen een onmiddellijke en blijvende prestatiedaling vertoonden. Hun vorige uitmuntendheid bleek veel meer dan van hun onmiskenbare talenten af te hangen van de bedrijfscultuur, bedrijfsnetwerken en collega’s. Sommige topanalisten behielden wel hun niveau. Nagenoeg steeds omdat samen met de ster ook een deel van het team was getransfereerd.

Groysberg bestudeerde ook investeringsbanken die niet op talentenjacht gingen maar kozen voor groei en ontwikkeling van eigen sterren. Het bleek pakken succesvoller.
Een gratis tip voor Mannaert, Louagie, Devroe en C°: in het laatste hoofdstuk van zijn boek legt Groysberg uit hoe je zijn bevindingen kunt toepassen op (American) football.

In het januarinummer van de Harvard Business Review bewijst diezelfde Goysberg dat cultuur niet alleen primordiaal is voor individuele prestaties maar ook voor de organisatieresultaten. Goede tot excellente resultaten komen er alleen wanneer bedrijfsstrategie en leiderschap perfect samengaan met de bedrijfscultuur. Goysberg definieert cultuurvormen die evolueren van orde, veiligheid, autoriteit en resultaatsgericht naar plezier, leren, hogere doelstelling en zorgzaamheid maar ziet vooral tussenvormen.

Het lijkt voor de hand te liggen dat verzekeringsmaatschappijen voor een cultuur zorgen die tussen orde en zorgzaamheid pendelt en voetbalclubs combinaties kiezen die tussen resultaatgericht en plezier liggen.

Het tekent Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert (voorzitter en manager van Club Brugge) dat ze doorhadden dat het niet volstond een krachtige strategie uit te bouwen, maar dat er een gedragen, allesdoordringende, blijvende en impliciete cultuur nodig is bij alles en iedereen die tot de club behoort. Hier en daar wordt er besmuikt lacherig gedaan over “No sweat, no glory” maar het is een onverkorte meesterzet. Niet zozeer omdat de slogan goed klinkt en perfect gedijt in West-Vlaamse grond maar vooral omdat het de vlag is die een doorleefde bedrijfscultuur dekt waar gedurfd gekozen wordt voor een nog niet gelauwerde trainer, waar onvermoeibare teamspelers als Timmy Simons en Ruud Vormer totemspelers zijn en waar fors geïnvesteerd wordt in de community.

“Culture eats strategy for breakfast” is waarschijnlijk apocrief toegeschreven aan managementgoeroe Peter Drucker maar het snijdt onmiskenbaar hout.

One last thing: de “glory” in de blauwzwarte slogan is de schaakmatzet. Het alludeert op meer dan titels en bekers. Er is een hoger doel. John O’Brien, auteur van The Power of Purpose, zou wel eens gelijk kunnen hebben wanneer hij stelt: “Culture eats strategy for breakfast but culture gets its appetite from purpose.”

Naschrift

Deze tekst is (verkort) verschenen in De Tijd van 19 mei 2018.

Video Rappers Delight: https://tinyurl.com/y9t6lbf8

Rappers Delight is het hiphop-oernummer.

De teksten zijn hilarisch. Luister alleen al hoe ze “derriere” uitspreken:
https://genius.com/Sugarhill-gang-rappers-delight-lyrics

Harvard Business Review: https://www.spencerstuart.com/~/media/pdf%20files/research%20and%20insight%20pdfs/the-leaders-guide-to-corporate-culture.pdf

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen