Tussen haakjes

Pugswash
It’s nice to be nice as my mother once said,
it’s good to be good and it’s fun to be fun.
It’s nice to be nice as no other would say,
it’s good to be good and it’s fun to be fun.

It’s nice to be nice, Puswash, Giddy, 2009

Tussen haakjes

Nu en dan verschijnt mijn naam in de krant. Maar nooit alleen mijn naam. Soms is het Frank Van Massenhove (SP.a), soms is het Frank Van Massenhove (topambtenaar). Blijkbaar denkt de journalist dan dat de lezer met die haakjes ineens veel meer over mij weet. En jammer genoeg denken heel wat lezers dat ik tot die twee dingen terug te brengen ben.

Ik heb het opgegeven om te argumenteren dat ik via een hard assessment en een jury waarin onder meer Herman Deleeck zat, de enige die in mijn idolatrie in de buurt van David Bowie komt en die ik dus bijna niet durfde aan te kijken, een aanstelling kreeg en niet omdat journalisten (SP.a) achter mijn naam zetten. Niet dat ik er echt vrede mee heb als een politiek creatuur afgeschilderd te worden, maar een mens leert met de vreemdste dingen leven.

Maar die (topambtenaar) achter mijn naam, dat zorgt echt voor problemen. Sommige mensen denken dat ik daardoor iets Deleecks heb en durven me amper aan te spreken. Anderen denken dat ik echt belangrijk ben en daarom spreken ze me aan alsof ze me al decennia kennen. Terwijl ik veel liever met die eerste categorie een zonder twijfel aangenaam en als het even kan nonsensicaal babbeltje wil maken.

Het ergste is nog dat te veel mensen denken dat een (topambtenaar) ook alleen maar topmomenten kent. Uitgenodigd worden op de nieuwjaarsreceptie bij de Koning als Gesteld Lichaam bijvoorbeeld. Daar worden mensen die Royalty het mediamoment van de week vinden, net niet euforisch van. Terwijl je dan gewoon probeert enkel te moeten praten met de leukere mensen die je van langdurende vergaderingen kent.

Eén van mijn buren kickt op Royalty, het programma en royalty, de blauwebloedmensheid. En al hoor ik daar niet echt bij, met een (topambtenaar) achter je naam kom je toch behoorlijk dicht in de buurt. Nu en dan schiet hij me dan aan met vragen als “Hoe was het om met de kroonprins te spreken?” of “hoe spreek je de hofmaarschalk aan?”. Dan moet mijn antwoord het midden zijn tussen wat hij wil horen (goud) en wat ik wil zeggen (Koning Midas).

Daarstraks kwam Buur uit het niets opdagen – dat was nu wat gemakkelijker omdat ik sedert vanmorgen in een licht griepachtige nevel vertoef – met een vraag waar ik niet snel een antwoord op had. “Welke fantastische dingen zijn je vandaag al overkomen?”
Ik prevelde iets van “Beetje ziekjes” waarmee ik hem zichtbaar zwaar teleurstelde.

En toch heb ik vandaag al twee fantastische dingen meegemaakt.

Het eerste was een mail van, oh ja, privacy, laat ik een naam noemen, die zo frequent voorkomt dat je nooit gelooft dat de man zo heet, nee niet Jan Peeters da’s te gemakkelijk. Euh, een mail van laat ons zeggen Pieter De Smet. En wat zegt hij?

“Dag mevrouw, Beste Marina,
Van harte dank voor uw stipte en duidelijke reactie. Ik wens nogmaals te vermelden dat ik de werking van uw diensten, uzelf en medewerkers op en top burgervriendelijk vind. Uw ministerie is zeker een voorbeeld voor heel wat andere publieke instanties en privé-organisaties. Om het spreekwoordelijk te schrijven : ‘Jullie zijn een levende reclame van wat mensgerichte dienstverlening echt betekent’! Mijn mega-appreciatie daarvoor.”

Yves, de baas van Marina kreeg de mail in CC, was er even gelukkig mee als Marina en stuurde hem door naar zijn Directeur-Generaal. Die er zo gelukkig mee was dat hij het mij doormailde met de vermelding “Onze collega’s ontvangen vaak complimenten van burgers maar het is inderdaad zelden zo schitterend geformuleerd”.

Je had me moeten zien blinken toen ik dat allemaal las. Het geluk dat je voelt met zulke schitterende mensen te mogen werken.

Maar ik heb het Buur niet verteld.

Terwijl ik mijn erwtensoep met spekjes aan het nuttigen was ging de bel en tot mijn totale verbazing stond daar Jan Lambrechts, nog zo’n voorbeeld van een commis d’état comme il faut, en zijn immer breed lachende madam. Jan ging, niet echt tot zijn totale vreugde, op 1 januari met pensioen. Hij moest vandaag in Gent zijn en wilde me snel iets komen geven. Neen, er was echt geen tijd voor een koffietje.

Dag Frank.
Dag Jan.

In het doosje: een pak oud vinyl. Een alleen in België uitgebrachte Aretha Franklin, een onvindbare Storyville-elpee van Champion Jack Dupree en “Babbacombe Lee” van Fairport Convention in een wonderbaarlijk openklappende hoes.

Op zijn afscheid had ik Jan verteld dat ik me een elegante Bose-platendraaier had gekocht en weer volop mijn vinyl aan het beluisteren was.

Ook van Jan heb ik Buur niets gezegd. Dat zijn voor hem geen top-ervaringen. Dat is iets wat gewone mensen overkomt. Hij weet niet dat ik in werkelijkheid Frank Van Massenhove (gewone mens) ben.

fairport

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

D&B

ed harcourt

Here’s a ticket for the front row view
The saddest orchestra, it only plays for you
Ever so sadly, ever so slightly out of tune
The Saddest Orchestra (It Only Plays For You), Ed Harcourt, Time of Dust, 2014

Toen haar telefoon opdringerig trilde, zat Ella met haar beste vriendin in een Antwerps restaurant dat niet van zijn heerlijk gekke bediening afstapte na de onverwachte ster. Barbara verjaart op 1 januari en dat wordt zonder fout gevierd op de eerste koopjesdag. “Francine”, zuchtte Ella, toen ze de afzender zag. “Het zal d&b zijn”, schamperde Barbara. Ella rommelde wat door de alweer groter dan gepland uitgevallen soldenbuit, om zo haar gêne te verstoppen. Van Francine, haar vroegere baas, kwam nu en dan én een mail, én een sms én een ingesproken boodschap met het bekende zinnetje: “Kun je me bellen, d&b.” d&b stond voor Dringend en Belangrijk.” En Ella belde dan, niet van willen maar om niet met dat ellendige schuldgevoel opgezadeld te zitten.

Vroeger was het loyauteit: toen de lafhartige kanker die Ella’s studies aborteerde, eindelijk overwonnen was, nam de al afgestudeerde Francine haar als adjunct aan.

Daarna, haar intelligentie en werkkracht vielen dra op, schoot ze omhoog in de organisatie. Iedereen in de sector weet dat er maar twee anderen in dit koninkrijk zijn die kunnen wat zij vermag. De kanker kwam 10 jaar later weer opzetten. Ze was opstandiger dan de eerste keer, wilde doorgaan en vroeg de CEO, Remi, om thuis en in het ziekenhuis te kunnen werken. Remi, die Barbara snerend Remi Kemi noemt, naar het ijshotel in Finland waar hij, samen met de bevallige personeelsdirecteur een congres ging bijwonen maar er nooit verscheen, ging er eens over denken.

’s Anderendaags kreeg ze haar opzegbrief. Francine was een week onbereikbaar en prevelde uiteindelijk dat het een beslissing van de beheerraad was waar ze niet tegenop kon: “Die mannen zaten allemaal samen op dat elitaire Parijs managementsinstituut.”

Die avond belde ze haar ex-baas. En ja hoor, of Ella dringend iets belangrijks voor haar kon doen. Kon ze haar asistent Willem-Jan eens langsturen om één en ander af te spreken?

Later die week vraagt ze Barbara, langs haar neus weg en bij een frisse Saint-Véran of ze die Willem-Jan soms kende. ” Francine’s Kemi-variant”, was het koele antwoord.
Anderhalf jaar later, valt bij Ella een mailtje binnen. “Kun je me bellen, d&b.” Dat ontlokte haar niet het bekende bange buikgevoel, maar een rustig besmuikt lachje. Wat had Barbara weer gezegd? “ Die narcistische trut is gewoon dom & boertig. Je hebt die al dubbel & belachelijk teveel terugbetaald”.

Ze pakt haar gsm.

En belt haar vriendje. “Vanavond kook ik, lieverd”. “Ah, da”s mooi”. Ze wist weer waarom Barbara hem Baba – voor Bangelijke Bariton – noemde. “En, wat wordt het?”

“Sashimi, zegt ze, wachtend op de schaterlach die gewis zou komen.
En die komt.

Een heerlijke vent, haar Willem-Jan.

Deze blog verscheen als column in De Tijd op zaterdag 1 februari 2014.

Barbara spreekt nooit het woord kanker uit. Ze heeft het altijd over Der Kloterij.
Einde Der Kloterij is een instrumental van de Belgische groep Oblomow (waarin Eva De Roovere debuteerde), te vinden op hun album Sporen. Gerry De Mol schreef het nummer voor Pol Moyaert, die in 2002, amper 54 jaar oud, aan kanker stierf. Voor Pol zijn tien metaforen nog te weinig.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Kinderpraat

Arcade Fire - The Suburbs
I feel like I’ve been living in
A city with no children in it
A garden left for ruin by a millionaire inside of a private prison
City With No Children, Arcade Fire, The Suburbs, 2010

Meetje, de mama van mijn mama is veertien keer zwanger geweest. Ze kreeg zeven kinderen en verloor er zeven. Dat is tachtig jaar geleden. Toen was (veel)kinderen krijgen een teken van armoede. In 1944 was dit nog steeds het geval. Daarom werd kinderbijslag een onderdeel van onze sociale zekerheid. Het was een sociaal risico zoals ziek worden of door ouderdom niet meer kunnen werken. Met een kind rijker werd het gezin armer. Zo’n twaalf of veertien jaar later waren diezelfde kinderen een bron van inkomensverhoging want zo snel werden ze al uit werken gestuurd. Kinderen waren een vorm van alternatieve sociale zekerheid.

Politici van die tijden waren maar wat blij met die grote kinderscharen. Meer kinderen stond gelijk met een sterker land, economisch maar ook militair. Cynisch koel werd de keuze om al dan niet oorlog te voeren afgemeten aan het aantal jonge mannen dat als kanonnenvoer kon ingezet worden.

Kindervergoedingen werden politiek gebruikt als aansporing om efficiënter te vrijen. Voor jonge vrouwen moet de idee dat je kiest voor een kind omwille van een premie, wereldvreemd overkomen, maar het was tot nog niet zo lang geleden een vast onderdeel van demografische politiek. Tot voor kort? Poetin roept om de haverklap de Russische vrouwen op om het moederland te steunen door meer kinderen op de wereld te zetten. Merkel nam in haar verkiezingsprogramma een voorstel op om premies toe te kennen aan vrouwen die thuis wilden blijven. Dan zouden er vanzelf wel meer kinderen bijkomen. Ik wil ze niet te eten geven, de mensen die dat denken maar het staat wel haaks op de demografische trend die in gans Europa wordt vastgesteld. De vruchtbaarheidscijfers, het gemiddeld aantal kinderen per vrouw, spreekt boekdelen: landen met meer kinderen zijn landen waar veel vrouwen werken.

In Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken werken meer dan 70% van de vrouwen en het vruchtbaarheidscijfer ligt boven 1,7. In Griekenland, Italië en Spanje werken minder dan 50% van de vrouwen en hun vruchtbaarheidscijfer ligt onder 1,3.
Kinderen krijgen is een teken van rijkdom geworden. Tweeverdieners hebben snel twee kinderen. Goedverdienende tweeverdieners hebben niet zelden meer dan 2 kinderen. Almaar meer vrouwen geven er zich rekenschap van dat koppels niet stabiel zijn en beginnen pas aan kinderen als ze zeker zijn dat zij er zelf voor kunnen instaan Migranten nemen na één generatie de demografische gewoontes van de allochtonen over als het land een deugdelijke integratiecultuur heeft.

Toch moeten er nog andere factoren een rol spelen want in Duitsland werken veel vrouwen (71.5) maar ze hebben niet zo veel kinderen (1,4). Ook in Portugal werken veel vrouwen, uitzonderlijk voor Zuid-Europa, (63%) en toch is het vruchtbaarheidscijfer pover (1.2). België heeft een lagere vrouwelijke tewerkstellingsgraad dan Portugal (62%) maar haalt een verrassend hoog vruchtbaarheidscijfer van 1,8.

Veel wijst erop dat een goed net van kinderopvang, in de breedste zin van het woord, de verschillen uitlegt. En beide factoren versterken elkaar: veel vrouwen kunnen werken omdat er aangepaste kinderopvang is en ze krijgen daarom meer kinderen. Demografen zeggen ons dat, los van migratie, een land zijn bevolkingsaantal constant houdt als de vrouwen gemiddeld 2.14 kinderen krijgen.

De Scandinaviërs maken zich ondanks de hoge vruchtbaarheidscijfers zorgen over de kost van vergrijzing omdat ze die vervangingsratio niet halen. De Zuid-Europeanen hebben nu andere katten te geselen en zijn er nog niet mee bezig.

Deze blog verscheen op zaterdag 18 januari 2014 in De Tijd.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Nieuwjaarsbrief voor Emma

Zager and Evans - In the Year 2525
In the year 2525, if man is still alive
If woman can survive, they may find….

I’m kinda wonderin’ if man is gonna be alive
He’s taken everything this old earth can give
And he ain’t put back nothin

In The Year 2525, Zager And Evans, 1969, single

Lieve Emma,

Ik wens je, méér dan honderd jaar lang, alle goeds toe, lieve Emma. Jij kent mij nog niet; ik ken jou al een beetje: ik heb jou gekozen omdat jij het eerste meisje bent dat morgen, 1 januari 2014, geboren wordt in Vlaanderen en dus ben jij – zo berekenden mijn medewerkers – de éérste van de generatie die méér dan 50 procent kans heeft om ouder dan 100 jaar te worden.
Je kan deze brief nog niet lezen. Niet erg: je hebt tijd tot 2060. Want daarover gaat hij. Dat jaar boeit me erg. Hoe zal de wereld er dan uit zien? Ik hoop dat jij me dat tegen die tijd kan melden.

Jij bent dan 46, in de fleur van je leven. Wellicht heb je al volwassen kinderen. Ik zelf, hoop tot 2060 te leven omdat de erfpacht van mijn Gentse Begijnhofhuis tot dan loopt. Maar die kans is klein: ik ben een man; vandaar deze brief.
2060 is echter vooral het jaar tot waar de prognoses lopen die mijn medewerkers maken. Ze maken die voor ‘de sociale zekerheid’ waarvoor wij werken.
Ik hoop dat jij dat nog kent, in 2060: de sociale zekerheid; voor ons is dat ‘de vertolking van de solidariteit onder de mensen’: een collectieve verzekering voor gezondheidskosten bijvoorbeeld. Het pensioen is een ander voorbeeld; dat zal nog wel bestaan, maar zal zeker niet meer ingaan op 55, 60 of 65 jaar, als jullie allemaal 100 worden.

Wat je wellicht niet meer kent, is wat wij ‘kinderbijslag’ noemen: een uitkering voor mensen met kinderen. Dat dateert uit de tijd toen kinderen krijgen moeilijk te plannen was. Het was ‘een risico’ en kon gezinnen in de armoede storten. Die uitkering is lang blijven voortbestaan. Ook vandaag, in 2014, al is het kindertal perfect beheersbaar en al zie je dat kinderen hebben – toch in de families die al generaties hier wonen – veeleer een uiting is van rijkdom dan een risico op armoede. Almaar meer vrouwen weten dat koppels niet stabiel zijn en beginnen pas aan kinderen als ze zeker zijn dat zij er zelf voor kunnen instaan. De meeste gezinnen met kinderen hebben geen geld tekort, maar wel kinderopvang.

Wat je wellicht ook niet meer kent, Lieve Emma, is wat wij de werkloosheidsverzekering noemen: een uitkering voor wie zonder werk valt. Dat laatste kon toen iedereen overkomen, nu almaar minder, en in jouw wereld wellicht niet meer. Elk jaar zien we de tweedeling in de samenleving groter worden: tussen de verstandigen en hooggeschoolden enerzijds – voor wie werkloosheid nu al haast niet meer bestaat – en de anderen voor wie werkloosheid – de regel is.
Van de 18-jarigen waarvan de grootouders al hier woonden, volgt nu, anno 2013, al 72 procent hoger onderwijs. In jouw groep is dat zeker 90 procent. Werkloosheid is een onbekend woord voor hen. De werkloosheidsverzekering is voorzeker een uitkering of een hulpsysteem geworden voor laaggeschoolden en mensen met een laag IQ. Dat wordt almaar meer erfelijk omdat mensen almaar meer met soortgenoten omgaan en kinderen maken. Vroeger kwam klasse-overschrijding vaker voor. Een arts huwde vroeger een verpleegkundige, vandaag trouwen artsen met artsen.

En hoe staat het met de barmhartigheid, beste Emma? Marc Elchardus, een prof sociologie die ik waardeer, ziet die in zijn onderzoeken jaar na jaar afnemen. Mensen willen bijvoorbeeld nauwelijks nog betalen voor de gezondheidszorg van hoogbejaarden, of van mensen met ongezonde leefgewoonten. Dat ze hun plan trekken, luidt het almaar vaker. is dat in 2060 nog erger geworden?.

En hoe staat het met het onderwijs intussen? Ik heb ooit in een raad ervan gezeten. Wat was daar moeilijk te veranderen, zeg! Gaat dat intussen al wat beter? Wordt er al meer zelfstandig geleerd? is er meer differentiatie? En hoe zit het met de jongens? Die doen het almaar slechter. Misschien omdat het onderwijs en zijn overwegend vrouwelijke leerkrachten niet weet hoe hun talenten aan te boren.

En hoe doen ze het in het werk? In mijn diensten – we lopen altijd voorop – heb ik een gelijkekansenbeleid voor mannen moeten instellen. Vrouwen slagen beter in proeven; zij zijn de besten; zij slagen in de tests én in de praktijk. Ook omdat ze op jonge leeftijd al weten wat ze willen. Mannen spelen langer, ze binden zich nog niet, ook niet aan het werk. Dat verandert pas later. Is dat intussen al bijgestuurd?

Ik heb nog vele vragen over dingen die ik zie evolueren. Jongeren willen steenhard werken, maar het werk zal nooit nog belangrijker voor hen zijn dan hun familie en hun echte vrienden. Hun netwerk gaat voor. En terecht want meer dan wat dan ook, dat bepaalt je kansen. Een werkgever die dat niet erkent, zal hen verliezen. Mensen werken ook beter als ze gelukkig zijn. Het ‘nieuwe werken’ dat wij hebben ingevoerd, vertolkt dat ook: maak mensen gelukkig, laat ze erken waar en wanneer ze het willen en ze zullen graag en goed voor u werken. Hoe is dat denken intussen geëvolueerd?
Hier zijn er nog altijd werkgevers die werknemers willen controleren, en vakbonden die willen verbieden dat mensen willen werken tussen 18 uur en 8 uur ’s morgens.

Hoe evolueert het vervoer, dat boeit me ook. Onlangs hebben ze me – tevergeefs – gevraagd het treinbedrijf te leiden. Ken je dat nog, treinen? Ik denk dat er morgen alleen nog openbaar vervoer zal bestaan, of een kruising tussen openbaar en privévervoer: we zullen allemaal onze karretjes aanhaken aan wagentjes die achter elkaar, in blok, op de volle wegen voortgetrokken worden. Intussen werken wij of doen we andere dingen.
De grootste vraag, Lieve Emma, is echter of de wereld nog bestaat. Er zijn er die zeggen dat mijn generatie die naar de verdoemenis helpt. Recent stelde men aan grote Amerikaanse wetenschappers de vraag of de wereld nog zal bestaan in 2100. Geen een durfde daar nog geld op inzetten. Lees deze brief toch maar vóór 2060 en verwittig ons als we nog kunnen bijsturen.

Deze nieuwjaarsbrief verscheen op 31 december 2013 in De Standaard. Mijn grote dank is voor Guy Tegenbos die dit écht schreef nadat hij een voormiddag mijn gebazel over de toekomst moest aanhoren en er een mooi geheel van maakte.

In The Year 2525, Zager And Evans: http://www.youtube.com/watch?v=N03Uoj6p9QA

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gedicht voor Johnny Thijs

Claudia Quintet
Job, Claudia Quintet featuring Theo Bleckmann & Kurt Elling, What Is The Beautiful?, 2011

In Order To

Apply for the position (I’ve forgotten now for what)
I had to marry the Second Mayor’s daughter by twelve noon.
The order arrived three minutes of.

I already had a wife; the Second Mayor was childless: but I
did it.

Next they told me to shave off my father’s beard. All right.
No matter that he’d been a eunuch, and had succumbed in
early childhood: I did it, I shaved him.

Then they told me to burn a village; next, a fair-sized town;
then, a city; a bigger city; a small, down-at-heels country;
then one of “the great powers”; then another (another, an-
other)—In fact, they went right on until they’d told me to
burn up every man-made thing on the face of the earth! And
I did it, I burned away every last trace, I left nothing, nothing
of any kind whatever.

Then they told me to blow it all to hell and gone!
And I blew it all to hell and gone (oh, didn’t I). . .

Now, they said, put it back together again; put it all back the
way it was when you started.

Well. . . it was my turn then to tell them something!
Shucks, I didn’t want any job that bad.

Kenneth Patchen, “In Order To” from Collected Poems

Claudia Quintet bouwde een volledig album rond de gedichten van Kenneth Patchen en vroeg Kurt Elling om ze te zingen/voor te dragen.
Claudia Quintet is de jazzband rond John Hollenbeck.
Hollenbeck named his band the Claudia Quintet after an alt.coffee patron who had professed enthusiasm at the group’s first show and promised to return for future performances, but never followed through on her vow. “Claudia” subsequently became a running theme cropping up occasionally in the band’s conversations; the contours of a life story were even imagined for her. (AllMusic)
http://www.allmusic.com/artist/claudia-quintet-mn0000064243/biography

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Feestdis

Jamie Cullum
I worked and I cursed and I cried
And I said I could change and I lied
I’m All Over It, Jamie Cullum, The Pursuit, 2010

“Heb je daar recent nog iets over gelezen?” is zo’n zinnetje dat je tijdens één van de vele feestmaaltijden waarbij je in dit jaargetijde, al dan niet moedwillig, aanschuift, beter niet uitspreekt.

Het wordt gewis begroet als ultiem superioriteitsstatement.

Maar is het niet juist zeer arrogant om van alles zomaar te poneren? Waarop baseer je je als je, niet zelden na een copieuze maaltijd met aangepaste wijnen, een rafelige mening ten berde brengt, veelal gesteund op de simpele inspiratie van het moment, aangevuurd door ampele graden alcohol?

Het blijft dan enkel leuk wanneer de tafelgenoten eenzelfde houding aannemen en even serieus een even betwistbare als volstrekt ongegronde tegenmening formuleren. Wee echter degene die zich voordien over het onderwerp geïnformeerd heeft en dat zinnetje uitspreekt. Hij wordt zonder uitzondering als valsspeler geoormerkt. Alleen de toogfilosoof wordt als sparringpartner getolereerd. Achteraf, wanneer de onverlaat die naar bronnen vraagt zich, meestal na een korte verontschuldiging, huiswaarts keerde, wordt meesmuilend diens weinig kameraadschappelijk karakter aan de kaak gesteld. Hij respecteert nooit de mening van anderen, is de zeer breed onderschreven analyse die, zuiver toeval, steeds samenvalt met het op tafel zetten van een exquise Grappa.

Natuurlijk is zo’n situatie nagenoeg onbestaand in onze werkomgeving en onze vriendenkring. Aangezien we steeds, onvervaard, de waarheid opzoeken, zuigen we steeds met goeddoende gulzigheid de wijsheid op van mensen met meer eruditie, ervaring en opzoekingsuren op de teller om terstond en met welbehagen onze vastigheden in het uitpuilende archief van het rijk der fabelen te klasseren.

We zijn, daar staan we te weinig bij stil, echte zondagskinderen. Want de rest van de mensheid is niet zo snel bereid om een nieuwe waarheid te aanvaarden, laat staan zijn gedrag te veranderen. Vele slimme mensen hebben het dilemma “Everybody wants to change the world, but nobody wants to change” en toch is er evolutie, bestudeerd, maar de leukste blijft William Gladwell, die zich, in zijn fenomenale The Tipping Point, doodsimpel afvraagt “Wat zorgt ervoor dat een idee aanslaat?”

Vele dingen blijkbaar, maar niet dat het een goed idee moet zijn. Het nazisme is niet direct het beste idee in de geschiedenis geweest maar toch sloeg het aan. Ratio speelt een zeer geringe rol bij verandering. Hersenonderzoek toonde aan dat slecht 0,4% van onze beslissingen rationeel genomen wordt. We zijn 99,96% van de tijd bezig om onze emotionele beslissingen achteraf te motiveren. Dat gebeurt al een halve nanoseconde na het nemen van beslissingen. Daarom denken we dat we rationeel zijn.

Regeringen, CEO’s en topambtenaren zijn er nog steeds van overtuigd dat als we maar, natuurlijk heel rationeel onderbouwd, weten waar we naartoe willen, alles lukt. Verandering is alleen maar hard doorzetten. Toch? De laatste 20 jaren heb ik mijn kost verdiend door dingen te veranderen en tot mijn scha en schande heb ik moeten vaststellen dat het zo niet in elkaar steekt. Je doelstellingen kunnen rationeel zijn, moeten rationeel zijn maar je slaagt alleen door rekening te houden met wat mensen gelukkig maakt en wat ze minder ongelukkig maakt. Je kunt de dingen alleen mét mensen veranderen, nooit tegen mensen.

Een regering, een CEO of een topambtenaar die geen rekening houdt met de emoties van de mensen, maakt het zichzelf erg moeilijk. Jammer genoeg bewijzen ze dat iedere dag. Maar mochten ze aan je feestdis zitten, vraag hen niet of ze dit gelezen hebben.

Deze tekst was mijn column in De Tijd op zaterdag 21 december 2013.

Zoals steeds zat ook nu een instinker in de tekst. The Tipping point is niet van William Gladwell maar van Malcolm Gladwell.
Nik Hemmeryckx, ‏@nikmrx op twitter, had het als eerste gemerkt.
“Die William Gladwell, heb je daar onlangs nog iets van gelezen? (Geestige vergissing, in die context.)”, twitterde hij.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Duiveltje

erronism

Have you heard the news?
What did it say?
Who’s won that race?
It’s Good News Week, R. Stevie Moore, Errorism, 2010

Augustus 1954. Atlantic City. Op het kleine podium van Herman’s Bar: Jay Hawkins. Een jonge vrouw stapt gedecideerd naar het podium. Ze plukt iets metaalachtigs uit haar tas. Een paar omstaanders maken zich snel uit de voeten. Ze gooit het ding tussen de voeten van Jay. Hij herkent zijn huissleutels. De vrouw geeft hem een kushandje en verdwijnt. Als hij thuiskomt ziet hij op de spiegel het lippenstiftrode “Goodbye My Love”. En van ergens heel diep uit zijn lichaam komt de oerschreeuw, die later “I Put A Spell On You” zal worden. Het moest en zou snel opgenomen worden. Want hij heeft geen idee waar Janet kan zijn en wil dat ze de song op de radio hoort, ervan overtuigd dat de voodoo van zijn bezwerende “I love you, I love you, I LOVE YOU!” haar terugbrengt. Een jaar later zijn Jay en Janet weer een koppel.

“Spell” was één van de vele favoriete nummers van de immer heerlijk stoute Dany Vandenbossche Deze week stierf hij aan een harststilstand. Hij was een Bourgondiër, zegt iedereen. Mijn hoofd eraf als je nu niet denkt dat het ene het andere veroorzaakte.

Deze zomer stierf Eric, één van mijn beste vrienden, op dezelfde leeftijd aan een hartfalen. Hij dronk amper, at matig en sportte geregeld. Mijn hoofd mag er weer af als je nu denkt dat je nooit zeker kan zijn in het leven. Je denkt niet aan causaliteit tussen de twee zinnen. Bij het verschrikkelijke dat Danny overkwam, deed je dat geheid wel. Nochtans hebben ze op dezelfde leeftijd hetzelfde voor.

Onze hersenen gaan constant op zoek naar causaliteit. Het is de grondslag van wetenschap. Maar het is bij wijlen ook een reusachtige verblinder. We zien verbanden die er niet zijn. Albert Michotte heeft dat wetenschappelijk bewezen. Nooit genomineerd als Grootste Belg, maar bij psychologen in de ganse wereld nog altijd een naam als een klok. Over zijn theorie van de perceptie van causaliteit werd een eerste keer hard gediscuteerd aan de Yale-universiteit op het Internationaal Congres van de Psychologie van 1929 en ze is tot op vandaag niet gecontesteerd. Hij liet een bolletje van links vertrekken. Het kwam een zwarte doos binnen en een nanoseconde later kwam er aan de andere kant een bolletje aan de dezelfde snelheid uit. Nagenoeg ieder menselijk wezen dacht dat het ene bolletje het andere een stoot had gegeven. We vermoeden altijd causaliteit wanneer twee zaken naast elkaar gezet worden die oorzaak en gevolg kunnen zijn. Maar bewees Michotte, niets is minder zeker.

Verkeerd causaal denken is een evolutionair duiveltje. Het zit genetisch ingebakken en is dus verschoonbaar. Maar niet steeds. Soms wordt het moedwillig gebruikt. Errorisme is in de politiek een dagelijkse zonde, want het is een omgeving, waarin zoals Michael Ignatieff zo treffend vaststelde: niet je ideeën, maar de politicus en zijn partij worden bekampt. Dan is de perceptie van causaliteit een gods-, euh, duivelsgeschenk. En het overkomt zelfs de beste journalisten, zoals Kathleen Cools deze week. Mijnheer Vande Lanotte, je dochter werkt in het bijna failliete bedrijf waar je nog voorzitter van was. Drie percepties van causaliteit na elkaar. Ik zag het ooit ook De Wever en Verhofstadt overkomen. Je ziet hun wanhoop want raspolitici weten dat je in zo’n situatie nooit kan winnen.

Dany was een vurige aanhanger van SKEPP, organisatie tegen wetenschappelijke onzin en Eric’s favoriete zinnetje was “Is het wel zo?”. Lieve vrienden, ik mis jullie.

Maart 1956. I Put A Spell On You is een reuzehit. “Jay en Janet are back together. The Spell worked”, schreeuwt Alan Freed in zijn magische WINS-radiomicrofoon. Thuis luisteren Janet en hartsvriendin Tiny naar Freeds Moondog Matinee. “It wasn’t Spell”, zegt Janet terwijl ze achteloos een kopje thee inschenkt. “Ik vond de B-kant beter”. Die B-kant heette Little Demon.

Deze blog verscheen eerst als column in De Tijd van 7 december 2013.

Tom Auwers vertelde me over Albert Michotte. Meer info: http://postcog.ucd.ie/files/MichottesHeritage.pdf

Over R. Stevie Moore: http://rsteviemoore.bandcamp.com/track/its-good-news-week
Ondersteun deze briljante man die duizenden songs via zijn web verkoopt omdat hij platenfirma’s haat.
It’s Good News Week is een cover van het Hedgehoppers Anonymous hitje uit 1965. “It’s Good News Week” was a worldwide smash for the Hoppers, a multi-purpose protest song that focused on the media’s obsession with making the most of contrarily bad news.” (AllMusic)

Screaming’ Jay Hawkins: http://www.youtube.com/watch?gl=BE&v=PwXai-sgM-s

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Maybe Later

Marshall CrenshawOh I’m sorry, but so is Brenda Lee
Oh I’m sorry (But so is Brenda Lee), Marshall Crenshaw, Downtown, 1985

“Bij jonge vrouwen is dat overduidelijk. Je staat hun geluk in de weg, omdat ze te weinig bij hun kinderen kunnen zijn”. Zo staat het letterlijk in mijn T-Weekend interview van 2 weken geleden. Toen Peter De Groote in de T-weekend van verleden week met scherp schoot, was ik midscheeps geraakt: de medeoprichter van Mannen Tegen Seksisme (1980) betrapt op een seksistisch cliché. Geen excuses. Ik had het artikel nagelezen. Dertig jaar geleden was me bij het lezen van dit soort zinnetjes, net als bij Peter, het waas voor de ogen gekomen en had ik, anders dan Peter niet een fijnzinnige pijl in het hart van de seksist gejaagd maar hem methodisch afgemaakt. Peter was woedend omdat hij, even zo graag als zijn vrouw, een goede werknemer, een goede ouder en een aangename partner wil zijn. Maar de wereld laat het hem niet toe. Hetzelfde dat me, dertig jaar geleden, deed ageren tegen de “Man”s Man”s World (James Brown) waar “Woman is the nigger of the world”, (John Lennon én, toen ook al seksistisch vergeten, Yoko Ono). Maar mijn woede is verschoven van “de vrouw als slachtoffer” naar “mannen en vrouwen die slachtoffer zijn van de organisatiecultuur waarin ze werken”. En voor je het weet zit er een dode hoek in je denken. En rijd je, te merken aan de vele reacties, niet alleen Peter maar menige man van de weg.

Dat is wel anders dan dertig jaar geleden. Toen kreeg je alleen van vrouwen scherpe reacties op dat soort zinnen. Nu reageren vooral jonge vaders. Misschien komt dat door hun vaders, die nog meer dan hun moeders, de Maybe Later-generatie waren. Nooit was er tijd genoeg voor de kinderen, bewijzen Pedro De Bruyckere en Bart Smits in hun onvolprezen “De Jeugd Is Tegenwoordig”. Maar of die jonge vaders erin lukken om beter te doen dan hun vaders, is maar de vraag. De Bruyckere bewijst met harde OESO-cijfers dat ouders steeds minder tijd vrijmaken voor hun kroost. Per dag krijgen kinderen 58 minuten aandacht van hun moeder, mannen halen amper 28 minuten. En vooraleer je één en ander wijt aan de vermaledijde werkgever of een vastgeroeste omgeving: een niet-werkende vader spendeert maar 31 minuten aan zijn kinderen, 3 schamele minuten meer. Voor een niet-werkende moeder is dat 99 minuten.

Er zit in deze dus nogal wat ruis op wat mannen zeggen en wat ze doen. Ik hoorde het constant in de ontbijtvergaderingen die ik vroeger om de maand had met telkens 14 van onze mensen . Ik wilde weten wat hen gelukkig of ongelukkig maakte. Jonge mannen zeiden dat ze te weinig tijd hadden voor hun hobby’s en hun vrienden, jonge vrouwen zeiden dat ze te weinig tijd hadden voor hun kinderen. Zij en niet hun mannen gingen parttime werken om toch maar op tijd de kinderen te kunnen ophalen. Je ziet het ook aan de schoolpoorten en de chrèchedeuren. Daar staan, naast grootouders, vooral moeders. De OESO komt ook hier met harde facts. Eten geven, oppassen en helpen met aankleden doen de moeders, vaders helpen bij huiswerk en sporten.

Nu nagenoeg iedereen in onze FOD kan beslissen wanneer ze werken, is het opvallend hoe weinig jonge vrouwen en hoe veel jonge vaders er zijn op een woensdagnamiddag. En, Peter, daar komt dat zinnetje van dat je in het verkeerde keelgat schoot. Ik beschreef wat ik zie, niet wat ik wens en al helemaal niet wat ik hoopte.

Maar, Peter, ik prijs me gelukkig dat de Mannen Tegen Seksisme waardige en eigentijdse opvolgers hebben.

Deze blog verscheen voor het eerst als column in De Tijd van zaterdag 23 november 2013.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moreel, zei je toch?

Hood
Years will pass
And history will show
That you were following the wrong path

The Cliff Edge of Workaday Morality, Hood, The Cycle Of Days And Seasons, 1999

Het bedrijf had moeilijke jaren achter de rug. Natuurlijk vond iedereen dat het aan de economische situatie lag. Maar het deed het een pak slechter dan zijn concurrenten. En dat valt op als je beursgenoteerd bent. De druk op de Raad van Beheer was groot. Sommigen waren ook niet gerust in wat noodzakelijkerwijze zou komen en namen al ontslag. Een totaal vernieuwde raad besloot dat er een geheel nieuwe directie moest komen. De nieuwe CEO en zijn mensen lichtten het ganse bedrijf door. De processen leken nergens naar maar vooral: de mensen waren te goed betaald. De vorige directie was te gul geweest. De directie kondigde aan dat iedereen 20% minder moest verdienen.

Het voorbeeld is fictief. Maar, wat denk je, zou de reactie zijn van de vakbonden? En van de politieke partijen die dicht bij de vakbonden staan?

De regering vindt dat ze goede managers nodig heeft. Er komen advertenties. Daarin staat klaar en duidelijk wat het loon zal zijn. De volgende regering, nochtans met dezelfde politieke partijen, vindt het jaar erop dat die managers schandalig veel verdienen en beslist dat er 20% van hun loon gaat.

Het voorbeeld is niet fictief. Maar, wat denk je, was de reactie van de vakbonden? En van de politieke partijen die dicht bij de vakbonden staan?

Het gebeurde in 2002 en 2003. Het ging niet over exorbitante lonen zoals die aan BPost- , Belgacom- en NMBS-managers worden betaald maar over zeer mooie lonen voor managers van de federale administraties, waar ik er één van ben.

Was het loon te hoog? Ik vond, toen al, dat het zo was. Dat heb ik ook publiek gezegd. Maar daar gaat het niet over. Wat is de moraliteit van mensen die een afspraak met je maken die ze een jaar later eenzijdig wijzigen?
Voor de administratiemanagers werd vastgelegd welk loon ze zouden krijgen. Met managers van overheidsbedrijven, de Thijsen en Bellensen, is dat achteraf afgesproken. Maar eigenlijk maakt dat niets uit. Er was een afspraak, onder meer over de verloning. Zijn die lonen te hoog? Ik vind die veel te hoog. Maar daar gaat het niet om. Als je afspraken maakt, ook al zijn die slecht onderhandeld, dan kom je die na. Het is een elementair onderdeel van ons recht. Slimme mensen noemen dat Pacta sunt servanda. Het is niet alleen een rechtsprincipe, het is ook een moreel principe.

Als de overheid zich daar niet aan houdt is dat moreel gezien misbruik van macht. Dat is ook zo wanneer een regering waarin geen enkele partij zit die de aanspraak aanging, de loonpassage eenzijdig wijzigt. Continuïteit van bestuur hoort ook continuïteit van moraliteit te zijn.

Als een regering vindt dat de loonregelingen er in de toekomst anders moeten uitzien, hebben ze daar vanzelfsprekend niet alleen alle recht toe. Het komt hen ook moreel toe. Maar dan wel alleen voor toekomstige aanstellingen en bij verlengingen van contracten.

En eentje om het af te leren: alleen over lonen van overheidsmanagers wordt door politici in morele termen gesproken. Is “niet te veel verdienen” het enige wat men, moreel gezien, verwacht van overheidsmanagers? Het is daar zo opvallend stil over.

Deze mening verscheen het eerst op de opiniepagina’s van De Tijd en van De Standaard op 27 augustus 2013.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onmeetbaar

otis taylor
Didn’t Know Much About Education
Love taught me everything

Didn’t Know Much About Education, Otis Taylor, Below The Fold, 2005

“Ik neem petitie Vlaamse onderzoekers ernstig, maar vind impliciet afwijzen van meetbaarheid eigen werk door wetenschappers problematisch”, twitterde Dirk Van Damme, onderwijsbaas bij de Oeso, eergisteren. Toen ik verleden jaar hun hoofdkwartier bezocht, kreeg ik van iedereen daar te horen dat “die twee Belgen hier”, de andere is Yves Leterme, niet alleen enorm innemende mensen waren maar ook ronduit briljant. Wanneer de immer bedachtzame Van Damme het woord “problematisch” in de mond neemt houden zelfs de meest zelfingenomen onderwijsdeskundigen, als dat geen pleonasme is, even de adem in.

Zelf heb ik ook wel één en ander te maken gehad met onderwijs en het trof me iedere keer: onderwijsmensen vinden dat ze niet kunnen geëvalueerd worden. Ze zijn geen uitzondering. Ambtenaren, politiemensen, ziekenhuispersoneel, verkopers, om maar te zwijgen van cultuurmensen: onmeetbaar.

De argumenten zijn steeds dezelfde: niet alles is meetbaar en de evaluator kan nooit helemaal objectief zijn. Hoe weet je of iemand zijn werk goed doet als je niet mag meten? Ook in onze organisatie was iedereen gealarmeerd toen evaluaties aangekondigd werden. Toen na een proefevaluatie bleek dat meer dan 90% van onze mensen een gunstige beoordeling kreeg, konden de echte evaluaties niet snel genoeg komen. En ja, dat ze hun chefs konden evalueren hielp ook.

Het is dus des mensen om evaluaties te wantrouwen maar dat recht ontzeg ik onderwijsmensen. Als er één professionele groep is die overmatig belang hecht aan mensen meten zijn zij het toch wel. Iedere dag zie je op straat kinderen met papier in de handen over hun voeten vallen want het is altijd wel proef, overhoring of examen. Op school heeft niemand oor naar je boodschap dat niet alles meetbaar is of dat de leraar de piek op je heeft.

Je houdt het niet voor mogelijk hoe hard het er kan aan toe bij de deliberaties aan het einde van het schooljaar. Schaars zijn ze, de leraren die de relativiteit van hun vak inzien wanneer de leerling het bij hen net niet haalde. Daarm is mijn respect voor de directeurs die een correct evaluatieschema hanteren en die met een engelengeduld de licht ontvlambare onderwijsgilde proberen te overtuigen dat het ultiem over de beste toekomstperspectieven voor de leerling gaat, oneindig. In het evalueren gaat dus veel tijd.

Maar de top van het onderwijs vindt dat men daarmee overdrijft. Daar is men nog net voor de vakantie bevallen van omzendbrief SO74 die directies oplegt vanaf nu maar vijf dagen aan dat soort deliberaties te spenderen. Tijdens die vijf dagen moeten scholen ook nog het leerlingencontact, het oudercontact en de proclamatie organiseren. Of het nu om een school van 40 of van 1500 leerlingen gaat, doet niet ter zake. Hierover is duidelijk nagedacht.

De reden? De media, natuurlijk, die zich ieder jaar op Zaventem positioneren om ouders met jonge kinderen te interviewen die een week voor het einde van het schooljaar op vakantie vertrekken. Daar wil minister en administratie paal en perk aan te stellen door de deliberatieperiode te verkorten. Hebt u één ouder horen zeggen dat ze om die reden vroeger vertrekken? U misschien wel maar Ik hoorde dat het tot 1000 euro goedkoper was.

Daar hebben de educatieve Keizer-Kosters nu een stokje voor gestoken. Volgend jaar gaan alle ouders en kinderen keurig op tijd op vakantie. Zeker weten.

Over de onzin van centraal gestuurd onderwijs en veel meer:

De heerlijk rauwe Otis Taylor:

Deze opinie verscheen eerst in De Tijd van zaterdag 24 augustus 2013.
Sven Maes ‏@Superloods wees me op het verschil tussen pleonasme en tautologie.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties